Lessen van BETT 2016

The Bett Show (wat staat voor British Educational Training and Technology Show) is de grootste onderwijstechnologiebeurs van Europa. De editie van 2016 bracht liefst 868 bedrijven samen die zich met technologische oplossingen richten op scholen, gaande van multinationals als Google, Microsoft en Apple tot kleinere start-ups en bedrijfjes die een specifieke oplossing aanbieden. Ik was er samen meer dan 35.000 andere bezoekers uit 110 verschillende landen. Onderwijstechnologie wordt bovendien niet al te breed gedefinieerd: het profiel van BETT is ICT en dat maakt het event ideaal om IT-trends te spotten, inspiratie op te doen en te netwerken.

Als ik de Top 3 van de trends moet samenvatten, dan kies ik voor 3 C’s: Cloud, Coding en Creatieve toepassingen. De rode draad was STEM: geïntegreerde trajecten waarin techniek, technologie en wetenschappen samenkomen in engagerende leertrajecten.
Nagenoeg alle exposanten bieden cloudgebaseerde oplossingen aan. Het mag duidelijk zijn dat het klassieke licentiemodel zijn beste tijd gehad heeft . Grote leveranciers zoals Google en Microsoft promoten heel fel hun (concurrentiële) clouddiensten. De strijd tussen Office 365 en Google Apps for Education werd ook op BETT uitgevochten, al stelden de titanen er ook andere innovaties voor. offcie 365 vs google apps3Zo pakte Microsoft uit met een heus Minecraft-land waarin de educatieve toepassingen van Minecraft in de kijker stonden. Minecraft Edu is immers een perfect voorbeeld van de integratie van cloud, programmeren én een creatieve toepassing. Ideaal dus voor STEM. Google stelde er dan weer zijn virtual reality programma “Google Expeditions” voor. Iedereen kent ondertussen het kartonnen brilletje, maar de app (vooralsnog een prototype ) is werkelijk mindblowing. Stel je voor dat je kan rondkijken vanuit het ISS of via virtuele realiteit de zee of een berg kan verkennen. Op dit moment zijn er meer dan 100 virtuele reizen ontwikkeld voor scholen.

WP_20160122_024WP_20160122_003

 

Tools om te leren programmeren waren er in overvloed en dat was te verwachten nu de Britse overheid nog maar net programmeren heeft toegevoegd aan het officiële curriculum. Een erg vooruitstrevende beslissing die bovendien wordt gesteund door een brede schare van openbare diensten (BBC!) en technologische bedrijfjes. BBC lanceerde op BETT zijn micro:bit maar Raspberry Pi spande de kroon in het STEM-village. Beide zijn eenvoudige (nou ja) programmeertools. Elke 7-jarige (!) in het VK krijgt binnenkort gratis een micro:bit. Het doel is om kinderen te leren software programmeren en nieuwe dingen te laten ontwikkelen. Raspberry Pi bestaat al veel langer en kon dus uitpakken met een breed gamma van toepassingen en educatieve projecten. Ook opvallend was het gamma aan 3D-printers voor scholen al dan niet voorzien van 3D-ontwikkelingssoftware en programmeer tools.
In de BETT aWP_20160122_031rena – het publieksforum – waren echter ook kritische geluiden te horen. Zo vroeg een Google-man zich openlijk af wat het punt is om van internet een konijntjesdesign te downloaden en dit vervolgens te printen op een 3D printer. STEM, programmeren en technieken als 3D-printers moeten volgens hem veel meer tegemoetkomen aan het oplossen van reële problemen .

Creatieve toepassingen waren er in overvloed: van portfolio’s waarmee je zelf leermiddelen kan maken, over eenvoudige game designer tools, tot handige en goedkope hardware zoals deze stopmotioncamera inclusief bijhorende studiosoftware van HUE-animation. Dingen maken, je creatief uiten met behulp van ICT, je eigen robot in mekaar zetten, zelf programmeren, … het is op zich een opvallend gegeven. Het feit dat er zoveel tools beschikbaar zijn om zelf aan de slag te gaan markeert een belangrijk keerpunt nl. dat waarbij leraren en leerlingen vooral gezien worden als passieve consumenten van technologie naar makers en doeners die zelf dingen gaan ontwikkelen. Laat dat de allerbelangrijkste trend van BETT 2016 zijn.

Bezoek het klaslokaal van de toekomst

Het Future Classroom Lab is een nieuw project waarbij een hal van het European Schoolnet (bekend van o.a. e-twinning en het saferinternet programma) is uitgerust met de nieuwste technologieën zoals digiborden, digitale apparatuur voor wetenschappen, mediatechnologie en innovatief interieur.  De Vlaamse overheid is een van de 30 Europese ministeries van onderwijs die deel uitmaken van European Schoolnet.

Het “klaslokaal van de toekomst” is echter niet enkel een demonstratieruimte maar wil vooral een plek zijn waarbij leraren, lerarenopleiders en beleidsmakers nadenken over de plaats van ICT en digitale media in het onderwijs van morgen en hoe conventionele leslokalen gemakkelijk opnieuw kunnen worden ingericht, zodat er ruimte is voor veranderingen op het gebied van onderwijs- en leermethoden.

Het Future Classroom Lab is opgedeeld in  zes zones of “sferen” waar er rond bepaalde leeractiviteiten technologie gebruikt kan worden. Zo is er een zone voor interactieve lesvormen, voor presenteren en instructie, voor onderzoek, voor creatie en creativiteit, voor uitwisseling en voor ontwikkeling.

Verschillende Europese landen hebben al zo’n denk- en demonstratielokaal, maar voor België is dit een primeur. Wie geïnteresseerd is in een rondleiding en demosessie van ca. 2 uur kan zich melden bij jan.decraemer@ond.vlaanderen.be. Er kunnen max. 15 personen aan dit bezoek deelnemen.  Dit bezoek zal doorgaan op dinsdag 5 maart 2013 van 10.00 – 12.30 op de locatie van het Future Classroom Lab: Trierstraat 61, 1040 Brussel (vlakbij metrostation Maalbeek). 

Meer info: http://fcl.eun.org/