ICT-monitor (1): basisinfrastructuur

Zoals elders werd aangekondigd zijn de resultaten van de ICT-monitor voor het Vlaamse onderwijs bekend. Om de enorme rijkdom aan data wat meer tot zijn recht te laten komen ga ik hier de komende dagen themagewijs enkele van de vornaamste cijfers in de kijker zetten.

Vandaag: basisinfrastructuur

In vergelijking met vijf jaar geleden is de PC-leerling-ratio met 1 PC per leerling gestegen. Gemiddeld staan er in het gewoon basisonderwijs nu 46 laptops en desktops in een lagere school ofwel 1 PC, laptop, of tablet per 5,7 leerlingen in het gewoon basisonderwijs en 1 PC per 2,7 leerlingen in het buitengewoon onderwijs. De basisscholen hebben ook een inhaalbeweging gemaakt m.b.t. internetvoorzieningen. Bijna alle devices zijn voorzien van internet. In het buiteengewoon basisonderwijs is er 1 PC beschikbaar per 3 leerlingen.

Het (gewoon) secundair onderwijs beschikt over een groot computerpark. Gemiddeld staan er in een secundaire school 188 PC’s, 24 laptops en een tiental tablets en in het BuSO gemiddeld 52.  Vijf jaar geleden was er in het gewoon secundair onderwijs is 1 PC per 3 leerlingen, nu is dat 1 PC, laptop of tablet per 2 (1,8) leerlingen. Die zijn bijna allemaal ook aangesloten op het internet. In het buitengewoon secundair onderwijs is er 1 PC per 3,3 leerlingen.IMG_0816

Deze ratio’s zijn goed in vergelijking met ratio’s van andere Europese landen. Zoals hieronder verduidelijkt, is een flink deel van het computerpark verouderd, d.w.z. ouder dan 4 jaar. Daarom werd ook een computer-lln ratio berekend met enkel de devices jonger dan 4 jaar. Voor het basisonderwijs krijgen we dan 1 PC per 15 leerlingen; voor het buitengewoon basisonderwijs 1 Pc per 6 leerlingen; voor secundair onderwijs 1 per 3 leerlingen en voor buitengewoon secundair onderwijs 1 PC per 8 leerlingen.

Het computerpark in het onderwijs is sterk verouderd. In het gewoon en buitengewoon basisonderwijs is 53% van de PC’s ouder dan 4 jaar. En bijna 33% tussen de 1 en 4 jaar oud. Slechts 11% van het computerpark is nieuw (jonger dan 1 jaar). De situatie is iets beter in het secundair onderwijs, maar is er op achteruit gegaan tegenover 5 jaar geleden. In het gewoon secundair onderwijs bedraagt de gemiddelde leeftijd in de helft van de computers tussen 1 en 4 jaar. Toch is ook daar 36,2% van de computers ouder dan 4 jaar. Slechts 12% van de PC’s zijn nieuw. In deze cijfers zijn tablets niet inbegrepen. Het buitengewoon secundair onderwijs beschikt over het meest verouderde PC-park over alle onderwijsniveaus en types heen. Bijna 54% van de computers is ouder dan 4 jaar, 40% tussen 1 en 4 jaar en slechts 7,5% is nieuw.

 Ook interessant is de herkomst van de computers. Ook hier weer zien we grote verschillen tussen het basis- en secundair onderwijs. In het basisonderwijs is slechts 50,7% van de PC’s nieuw aangekocht materiaal, 46% zijn tweedehands aangekochte of giften. We zien wel een tendens (verschuiving met10%) naar meer nieuw aangekocht materiaal. In het secundair onderwijs is de situatie wel gunstiger. Bijna 83% van het computerpark bestaat uit nieuw aangekochte PC’s, 12% zijn tweedehands en 4,3% komt zijn schenkingen. Ook hier merken we de trend naar meer nieuw aangekocht materiaal en minder tweedehands of giften. Binnen het secundair onderwijs zijn er op dit vlak wel grote verschillen tussen gewoon en buitengewoon secundair onderwijs. In het buitengewoon secundair onderwijs maakt men veel meer gebruik van tweedehands materiaal (13,3%) en giften (30%) dan het gewoon secundair onderwijs.

kids_education_tablet2 Tablets

De introductie van tablets in het onderwijs is voorlopig nog beperkt, al blijkt uit de cijfers wel een grote experimenteerdrang   op dit vlak. In de grote meerderheid van de basisscholen (88%) zijn er geen tablets. De overige 12% experimenteren er mee en in 3,2% van de basisscholen zijn er meer dan 10 tablets aanwezig. In het secundair onderwijs kochten meer dan 1/3 van de scholen tablets aan, maar er zijn grote verschillen qua aantallen. Slechts 1 op 10 secundaire school heeft meer dan 10 tablets voor educatief gebruik.

Internetvoorzieningen

Ook op vlak van internetfaciliteiten zijn de scholen er op vooruit gegaan. 77% van de basisscholen en 75% van de secundaire scholen beschikt over draadloos internet (tegenover resp. 33% en 50% in MICTIVO 1). In het basisonderwijs beschikt 70% en in het secundair onderwijs bijna 90% over een lokaal (intern) netwerk. Die cijfers lijken goed, maar gezien het relatief grote aantal computers per school zouden eigenlijk alle scholen over zo’n intern netwerk moeten beschikken.

Breedbandinternettoegang is nog steeds niet 100% dekkend en dit ondanks de raamovereenkomst met Telenet die voor de data- afname werd gesloten. In het basisonderwijs beschikt 86% van de scholen over breedband en in het secundair onderwijs is dat 92%.

Re:Pest geïntegreerd programma tegen pesten op school

banner

De preventie van pestgedrag, zelfdoding en psychische problemen staan hoog op de maatschappelijke agenda. Het voorbije jaar zijn we er meermaals mee geconfronteerd en al te veel leerlingen krijgen er  tijdens hun opleiding mee te maken. Het welbevinden van leerlingen op school is dan ook een van de speerpunten van het onderwijsbeleid.

Daarom lanceert het Departement Onderwijs het geïntegreerde programma Re:Pest. Dit lessenpakket wil een bijdrage leveren aan het voorkomen van pestgedrag op school en aan het verhogen van het welbevinden in de klas. Het lessenpakket richt zich op de eerste en de tweede graad van het secundair onderwijs.

 Re:Pest is een educatief project tegen pesten dat bestaat uit verschillende onderdelen en dat gericht is op leerlingen uit de eerste en de tweede graad van het secundair onderwijs. Het creëert een toegevoegde waarde bij al genomen maatregelen ter bestrijding van pestgedrag. Re:Pest bestaat uit volgende  onderdelen:

  • De handleiding is een hulpmiddel voor schoolpersoneel dat samen met leerlingen werkt aan een veilige leeromgeving. Het biedt naast achtergrondinformatie over pesten ook een uitgewerkt lessenpakket aan van vier lesuren. In dit lessenpakket worden verschillende werkvormen toegelicht zoals de game, onderwijsleergesprekken, rollenspelen, stellingenspel,…
  • De vorming voor leerkrachten bereidt leerkrachten voor om van start te gaan met het lessenpakket. De filosofie van waaruit vertrokken wordt in het Re:Pest verhaal wordt verduidelijkt.
  • De website, www.howest.be/repest, is bij de lessenreeks een omvangrijke bron van aanvullende informatie zoals voorbeelden, filmpjes, oefeningen, wetenschappelijk onderzoek en actuele berichtgeving.
  • Een gids voor ouders bevat informatie over de problematiek van het pesten. Het geeft tips aan ouders van kinderen die geconfronteerd worden met pestgedrag. Deze gids wordt ter beschikking gesteld van de scholen die intekenen op Re:Pest.
  •  Het educatieve 3D game Re: pest. Bijzonder aan dit lessenpakket is de game Re:Pest. Geïnspireerd door het Finse KIVA-project en dankbaar gebruik makend van de Kortrijkse antipestgame werd een serious game op punt gesteld. Leerlingen maken aan de hand van dit game op een aantrekkelijke manier kennis met situaties en  rollen die bij pestgedrag voorkomen. Een computergame maakt als dusdanig nog geen deel uit van de leermiddelen en maatregelen die binnen het bovenvermelde beleid inzake het tegengaan van antisociaal gedrag – waar cyberpesten onmiskenbaar deel van uitmaakt –  genomen werden. Echter, de Hogeschool West- Vlaanderen en Katho (Ipsoc) ontwikkelden een antipestgame in opdracht van de Stad Kortrijk. Het spel is een  simulatiegame en werd gebruikt in het kader van preventieactiviteiten van de Stad Kortrijk.

Scholen die aan de slag willen gaan met Re:Pest vinden meer informatie op www.howest.be/repest .

Onze school verbiedt gsm’s…

 Dat jongeren steeds sneller in het bezit zijn van een gsm is oud nieuws. Dat ze zich te pletter sms’en ook. Dat gsm’s verbannen worden uit klas lijkt echter een evidentie te zijn. Maar gaan we zo niet voorbij aan een cruciaal element uit de leefwereld van onze leerlingen? Hét communicatiemiddel bij uitstek voor hen? Wordt het niet hoog tijd om de gsm niet alleen toe te laten in onze klassen, maar ook actief aan te wenden met het oog op het bereiken van de lesdoelen? Zeker nu je met een gsm eindeloos meer dingen kan doen dan slechts telefoneren en sms’en.

Verbieden!

Ouders en leerkrachten zijn het er over eens: een gsm hoort niet thuis in de klas. Wordt een leerling toch betrapt met de gsm onder de bank, dan volgt meestal inbeslagname tot na schooltijd. “Leerlingen worden door hun gsm slechts afgeleid van de essentie in een klas: kennis, vaardigheden en attitudes verwerven.” Zolang we een gsm echter blijven benaderen als een ‘speeltje’ waarbij men in schabouwelijk Nederlands non-events naar elkaar stuurt, cyberpesten hoogtij viert en de concentratie van de les wegneemt, kan dit verbod gerust behouden blijven. Maar aangezien de huidige generatie leerlingen opgroeit met de gsm in de hand, kan er mogelijks ook gepleit worden om leerlingen constructief te leren omgaan met de mogelijkheden van hun mobieltje. Door de gsm inhoudelijk te gebruiken in de les, kan de aandacht net verhoogd worden. Welkom in de leefwereld van je leerlingen…

 Mediawijsheid wordt een steeds belangrijker item in de scholen: leerlingen niet alleen de werking van de (nieuwe) media leren kennen, maar hen ook voldoende begeleiden inzake het gebruik ervan en de invloed op hun leven. Uiteraard zijn er vele gevaren verbonden aan het actieve gebruik van de nieuwste technologieën en hun toepassingen. Maar een eenvoudig verbod zou te eenvoudig zijn en deze problemen slechts verbannen naar de momenten buiten de schoolmuren. De school heeft een cruciale taak in het ‘streetwise’ maken van de leerlingen in het nieuwe medialandschap.

 Smartphones

Steeds meer gsm’s worden kleine zakcomputers met onder andere een GPS-module, wifi-aansluiting en vele Apps. De markt van de smartphones is explosief gegroeid, de prijzen zijn sterk gedaald en de doelgroep is verplaatst van zakenmensen naar zowat elk lid van onze maatschappij. Even je mail nakijken op je telefoon, de aankomst van je trein checken of je Facebookpagina updaten? Niets mag nog een probleem vormen met je smartphone in je hand.
Willen we echter onze leerlingen toelaten om hun smartphone te gebruiken in de les, dan zal dit moeten kaderen in een ruimere visie van de totale school. Zo is Wifi-toegang voor iedere leerling een must. Dat vraagt de nodige maatregelen inzake toegangsbeveiliging en een voldoende sterk netwerk. Er zal een protocol moeten opgemaakt worden waardoor de krijtlijnen waarbinnen leerlingen zich mogen bewegen in dit draadloze schoolnetwerk, duidelijk zijn. Wie zich niet aan de regels kan houden, zal de consequenties ondervinden. Net zoals bij alle andere afspraken op school.

 Hoe een smartphone integreren in je lessen?

Geotagging: Zowat elke smartphone heeft een gps-module ingebouwd. Daarmee kan je niet alleen zeer precies je eigen geografische positie bepalen, maar ook routes uitstippelen. Leerlingen kunnen op deze wijze een stads- of natuurwandeling perfect in kaart brengen, illustreren met foto- en filmmateriaal en er extra inhoudelijke informatie aan toevoegen. Interdisciplinair werken in de praktijk…
Varianten hierop zijn eindeloos. Waarom zou je bijvoorbeeld je leerlingen geen wandeling doorheen de schoolgebouwen laten opmaken? Bezoekers op de infodag kunnen dan aan de hand van de smartphone de school ontdekken. Op elke stopplaats krijgen de bezoekers dan informatie die specifiek gelinkt is aan die ruimte: een fragment van een turnles, de visietekst van de school, foto’s van het schoolfeest,…

QR-codes: iedereen kent ze, slechts weinigen gebruiken ze. Een QR-code is de moderne variant van de streepjescode en kan veel meer informatie bevatten. Je neemt met je smartphone een foto van zo’n QR-code en je belandt direct op een website, een stukje tekst, een mailadres,… Waarom neem je in je cursus geen QR-codes op die verwijzen naar illustratieve beeldfragmenten of verdiepende sites? Je maakt zo van je cursus op slag een interactief bordboek.

 GTranslate: Laat je leerlingen anderstalige teksten fotograferen met hun smartphone. Een app zorgt er wel voor dat de tekst herkend en vertaald wordt. Je leerlingen hun opdracht is vervolgens om de vertaalde tekst foutloos en leesbaar te maken.

 Google: Met de internet-zoekfunctie op elke smartphone heeft elke leerling een zeer uitgebreide encyclopedie bij de hand. Hen opzoekingswerk laten verrichten bij recente actualiteit, nieuwsberichten laten volgen, extra informatie over het lesthema laten delen met de anderen,… De mogelijkheden zijn onuitputtelijk. In onze kennismaatschappij wordt het steeds belangrijker om informatie gericht te kunnen opzoeken en ligt de focus steeds minder op louter memoriseren en parate kennis.

 De smartphone als een stemkastje: Velen kennen ze, slechts weinig hebben ze: de stemkastjes voor gebruik in de klas. Vaak worden ze gelinkt aan het gebruik van een digitaal bord, maar op zich hebben ze er niets mee te maken. Deze stemkastjes kan je in je les integreren door je leerlingen op regelmatige basis te bevragen. Dat kan met kennis- en inzichtsvragen, maar evenzeer bevragingen rond opinies zijn mogelijk. Surf eens naar www.socrative.com en  je merkt direct hoe eenvoudig het werkt.

Meer weten? www.onderwijsvernieuwing.be

Geert Callebaut, febr 2012

“The Social Network” 2. Of fictie-onderwijs volgens KISS

ABC-zomervakantiepost met uitvalswegen naar meer (naar believen in te vullen). KISS from The Sausauge Machine.

  A) Video als intro: teaser trailer 2 van The Social Network met een inleiding van DutchCowboys. Voor trailer 1 verwijs ik naar Knack Focus

B) Facebook de film according to Wikipedia (met weglating van een aantal hyperlinks):

The Social Network is an upcoming 2010 drama film directed by David Fincher about the founding of Facebook and the pop culture phenomenon it created. The film features an ensemble cast which consists of Jesse Eisenberg, Brenda Song, Justin Timberlake, Andrew Garfield, Rooney Mara, Armie Hammer, and Joe Mazzello. The film was written by Aaron Sorkin and adapted from Ben Mezrich’s 2009 book The Accidental Billionaires: The Founding Of Facebook, A Tale of Sex, Money, Genius, and Betrayal. The film is distributed by Columbia Pictures and is set for an October 1, 2010 release. (Aldaar nog veel meer.)

C) Facebook het boek according to Paul Harris:

A sexy saga of Facebook’s birth – but is it fantasy?

Vertaald naar literatuuronderwijs: de zoveelste mooie illustratie bij de fictie-hamvraag: hoe bouwt een auteur zijn schepping op, wat is het aandeel ‘bestaande werkelijkheid’, hoe groot is het percentage fantasie? In een vorig leven in de literatuurles placht ik de roman/de film – fictie bij uitstek – op een lijn af te beelden. Met het uitroepteken kan de ‘maker’, de ‘schepper’, voor de creatie van zijn nieuwe wereld naar believen en wellust schuiven op die lijn. Didactische pure basics, uiterst minimalistische voorstelling, weetikwel, Simple, Stupid en Short van KISS, voor veel verbetering vatbaar, maar toch wel ‘bevattelijk’ voor (mijn) jonge lezers en kijkers/ kijkers en lezers, weet ik uit decennialange praktijkervaring.

 W______!_______________F

““The Social Network” 2. Of fictie-onderwijs volgens KISS” verder lezen

De Canon 50 Nederlandse literatuur volgens Marita Mathijsen

  Uit Taalschrift van 26 december 2009 geknipt … Daar is een discussie aan de gang n.a.v. een pleidooi en de leeslijst Canon 50 Nederlandse literatuur van prof. dr. Marita Mathijsen van de UvA: Niets is zo vanzelfsprekend als een verplichte literatuurlijst op school.

Mijn mening? Zoals eerder gezegd, ben ik voor het wilde kiezen van boeken op school. De literatuurdocent geeft immers de kennis door om zijn jongere lezers ‘vrij’ te leren kiezen. Die kennis omvat literatuurgeschiedenis met canonvorming, literaire genres en hun structuren, hoge en lage cultuur, inwijding in de wereldliteratuur, kritiek, boekenmarketing, literatuur in de Digital Age, leescultuur met schoolse leeslijstenboekenzoekers, landelijke leesbevorderingscampagnes toe … Misschien vergeet ik op dit moment wel belangrijke studie-items. Ik heb het over kennis van literatuur tout court, de basics, de grote context, een terminologie en een instrumentarium om literatuur beter te kunnen lezen, en ze te ‘verwerken’ in dialoog met docent, peergroep en anderen. Met de Canon 50 van Marita Mathijsen hebben we er een interessante visie en zeer waardevolle literatuurlijst bij. Wat haar standpunt betreft, en dan vnl. haar eindperspectief op economie en psychologie, daarop wil ik bij gelegenheid nog terugkomen:

[…] met een verplichte literatuurlijst bereiden we jongeren voor op een maatschappij waarin literatuur meetelt en waarin zíj niet meetellen als ze niet een reservoir aan literaire competentie meegekregen hebben. Het is een kwestie van Darwiniaans overleven: met een flinke literaire bagage staan ze sterker in het leven, zowel economisch als psychologisch.

Marita Mathijsens stelling in Taalschrift, 26-12-2009.

  Gelezen? En goedgekeurd? Welke werken hebben je leven ‘versterkt’? Nieuwe schrijvers ontdekt? Toch nog even dit uitsmijtertje opgetekend uit mijn decennialange praktijkervaring van leraar Nederlands in het so … Tim, toentertijd in 4 so, reagerend tijdens een literatuurles (zijn woorden zijn in mijn geheugen gebrand):

Waarom moeten we eigenlijk al die verhalen en gedichten lezen?? Wat is daar het nut van? Ik zie het niet! Ik heb er niks aan! Mijn ouders lezen ook geen boeken. Wij hebben thuis geen boeken, en als ik dat zo zie: doen wij het slechter dan andere mensen? Zijn wij ongelukkiger?? Nee!!

Tim, 4 so, schooljaar 2004-2005, n.a.v. deelname van mijn klas aan een onderzoek van dr. Tanja Janssen (UvA) over verhalen lezen.

Crossposted in The Sausage Machine.

Recht in de ogen

Filmposter Recht in de ogenSommige onder ons herinneren zich misschien nog het TV-programma “de acht” dat vanaf eind januari 2008 op één te zien was. Als alternatief eindwerk verbouwden zeven jongens en één meisje van de ‘vakschool’ SIBA in Aarschot een rijhuis in Herent tot een buurthuis. Eveneens een fantastisch idee qua onderwijsvernieuwing: aan de renovatie van een volledig huis leer je immers veel en krijg je een pak meer voldoening van dan wanneer je een muurtje moet bouwen op school dat een paar weken later weer moet afgebroken worden. Het bouwproject was echter slechts een alibi om de leefwereld van de acht jonge ketten te portretteren. Tegelijk maakte de reeks komaf met de vele clichés over het BSO aka het vakonderwijs.

Regisseur Julien Vrebos liet het echter niet bij deze reeks alleen. Woensdag aanstaande komt immers “Recht in de ogen” in de zalen: de film naar de TV-serie van de hand van dezelfde regisseur. Julien Vrebos vraagt het zichzelf ook af: “Waarvoor dienen die schotten tussen bso, aso en tso?” De man hoopt dat de film bijdraagt tot een andere visie, waardoor iedereen zelf het parcours kan uitkiezen dat hem het best ligt. Iets waar ondergetekende zich graag bij aansluit.

Crossposted op mijn eigen blog.

VTI Sint-Lucas in hogere sferen

VTI SL - UBA logoDat Frank De Winne hoog boven de wolken rondjes draait rond onze aardbol, zal iedereen ondertussen wel geweten hebben. Ruimtevaart is een discipline die tot ieders verbeelding spreekt en een prachtig staaltje van het menselijk vernuft. Dat Frank momenteel als eerste Europeaan boordcommandant is van het hoogtechnologische ISS, heeft dan ook zijn weerslag op vanalles en nog wat in ons landje. Een mooi voorbeeld is het project VTISL-ARISS: een jaar lang zijn leerkrachten en leerlingen aan het Vrij Technisch Instituut Sint-Lucas in Oudenaarde in de ban van ruimtevaart, het ISS en Frank De Winne in het bijzonder, en werden de lessen hiermee doorspekt. Het grote einddoel: een zendinstallatie bouwen met een zelf ontworpen Cross Yagi antenne en zo radiocontact maken met onze landgenoot tijdens een van zijn vele passages aan een rotvaart boven onze hoofden.
foto uit Het Laatste Nieuws
“VTI Sint-Lucas in hogere sferen” verder lezen

Drastische onderwijshervorming toegejuicht

Nieuws van de (lente)dag. Ik neem in cursief over van MSN Nieuws. Dat overneemt van DeMorgen.

Onderwijshervorming schaft aso, tso en bso af

Geen Latijn in de eerste twee jaar van het secundair onderwijs, lesblokken van twee à drie uur en een afschaffing van de opdeling in algemeen, technisch en beroepsonderwijs. Dat zijn enkele opvallende punten uit een voorstel tot hervorming van het secundair onderwijs dat besteld is door Vlaams minister van Onderwijs Frank Vandenbroucke. De Morgen kon het plan inkijken.

Een begin maken met een hervorming van het secundair onderwijs was voor sp.a-minister Vandenbroucke het laatste agendapunt voor de verkiezingen van juni. Om de aansluiting met het basisonderwijs te vergemakkelijken wordt voorgesteld om de lesuren van vijftig minuten te vervangen door blokken van twee à drie uur. Het merendeel van de lessen bestaat uit een basispakket, waarbij een grotere aandacht is voor cultuur en technologie. Een viertal uur per week zal men kunnen kiezen uit een van de vier zogenaamde “belangstellingsgebieden”: “natuur en techniek”, “talen en cultuur”, “handel en economie” en “gezondheid en samenleving”. Zij vervangen de huidige opdeling in aso, tso en bso. Daarnaast komen er ook nog twee “keuze-uren” die mogelijk besteed zullen worden aan remediëring. (DWM)

Een eerste reactie

* Voor een afschaffing van de beschotten tussen aso en tso heb ik altijd al gepleit, o.a. hier, n.a.v. uitspraken van Mieke Van Hecke van het VSKO in de zomervakantie 2007. Ik denk dat ook Peter Dedecker deze hervorming zal toejuichen. Het einde van de waterval eindelijk in zicht. Iedereen ‘geleerd’.

* Ook wat lesblokken betreft: hoera! Alleen al organisatorisch zoveel comfortabeler en efficiënter: zeker ook voor project- en ander groepswerk, voor samenwerking onder vakken, collega’s, klassen. Voor infrastuctuurbenutting, buitenschoolse activiteit. Ik heb het geluk gehad van voor mijn schoolvak Nederlands meestal over blokken van twee lesuren te kunnen beschikken: dat betekende volgens mij een hoger rendement en een grote tijdsbesparing.

* Geen onderwijsvernieuwing zonder cultuur en technologie! Dat spreekt vanzelf. Laat het u/jou nog maar eens gezegd zijn van een (edu)(lit)bloggertje.

Onderwijshervorming. Education reform. Niet alleen Vlaanderen, ook Obama ligt er vandaag wakker van. Zo meldt Associated Press via mijn Google Alerts.

Dit artikel verscheen vandaag ook in The Sausage Machine.