MICTIVO: hoe zit het met de ICT-beleidsplanning in scholen?

Amper 65% van de directies zegt dat de school beschikt over een ICT-beleidsplan. Voor alle duidelijkheid: een ICT-beleidsplan is niet verplicht. Als er een beleidsplan is dan bevat deze vooral bepalingen m.b.t. gebruik van sociale media, privacy, ICT-veiligheid, de pedagogische ICT-visie, het aankoopbeleid, algemeen gebruikersbeleid en databeheer. In veel mindere mate worden bepalingen opgenomen m.b.t. vrije software, nascholing, beveiliging computerpark, portret- en auteursrecht of specifieke maatregelen voor minder gegoede ouders.

34,1 % van de lagere scholen en 53,6% van de Secundaire heeft daarnaast ook een specifiek beleidsplan omtrent sociale media. Dit bevat vooral bepalingen over hoe je als school communiceert met derden (82,4% in LO en 81,7% in SO), wat leerkrachten mogen doen op sociale media (72,2% in LO en 56,3% in SO), Cyberpestbeleid (60,8% in LO en 82,4% in SO) en portret- en auteursrecht (59,3% in LO en 72,8% in SO). Hoe omgaan met sexting (17% in LO en 48% in SO) komt in veel mindere mate aan bod.

Opvallend is echter dat een bijzonder groot deel van de leerkrachten, telkens minstens 40% van de leerkrachten, niet weet of deze component in het ICT-beleidsplan voorkomt.

ICT-coördinatoren

In dit verband is ook de rol van de ICT-coördinator het vermelden waard. In het lager onderwijs wordt de ICT-coördinator gemiddeld 9 uur per week formeel vrijgesteld. In driekwart (73,5%) van de scholen wordt de ICT-coördinator gedeeld met andere scholen van de scholengemeenschap. Het gemiddeld aantal uren dat de ICT-coördinator wordt vrijgesteld verschilt wel significant naargelang de schoolgrootte. Kleine scholen in het gewoon LO moeten het met gemiddeld 6,7 uren ICT-coördinatie doen, middelgrote scholen met 9,1 uren en grote hebben 12 uren per week.

In het BLO  beschikken de scholen gemiddeld slechts over 3,9 uren per week over een ICT-coördinator. De verklaring hiervoor is dat de puntenveloppe op het aantal leerlingen wordt berekend wat nadelig is voor scholen met kleine leerlingenaantallen. 

Een overgrote meerderheid van de scholen gebruikt de ICT-uren vooral voor technische ondersteuning (95.5% LO en 94.1% BLO), onderhoud en beveiliging van het computerpark (86.6% en 76.5%). In het gewoon lager onderwijs biedt de ICT-coördinator in 67% van de scholen ook didactische ondersteuning. In het BLO is dit slechts in 41.2% van de scholen het geval. Ook administratieve ondersteuning (51.2%, en 47.1%), de schoolwebsite maken en onderhouden (52.6% en 38.2%) en zelf vorming geven over ICT aan het team (54.79% en 44%) wordt in veel scholen door de ICT-coördinator opgenomen. Ook opvallend is verder dat ICT-coördinatoren van gewone lagere scholen mét een ICT beleidsplan, significant meer taken toegewezen krijgen dan scholen zonder een ICT-beleidsplan.

Een secundaire school beschikt gemiddeld over 22u ICT-coördinatie. Een overgrote meerderheid van de scholen gebruikt de ICT-uren voor technische ondersteuning (95.89% en 88.0% BuSO) en onderhoud en beveiliging van het computerpark (91.78% en 84%). Ook didactische ondersteuning (64.38% en 48.0%), administratieve ondersteuning (69.18% en 44%) en zelf vorming geven over ICT aan het team (54.79% en 44%) wordt in veel scholen door de ICT-coördinator opgenomen. Voor het GSO hangt het de didactische ondersteuning samen met de schoolgrootte. In grotere scholen blijkt dit namelijk meer voor te komen. Opvallend is wel dat in het gewoon SO de ICT-coördinator veel minder vaak de schoolwebsite moet beheren (42,4%). In het BuSO (60%) en lager onderwijs (52,6%) is dat veel meer het geval.

Info over MICTIVO: www.mictivo.be

Op zoek naar een voorbeeld ICT-beleidsplan? check de template van Klascement.

Tussen Chromebook en digibord: ICT-infrastructuur in de Vlaamse scholen

In deze en volgende blogposts wil ik graag enkele markante resultaten van het meest recente MICTIVO 3-rapport toelichten. MICTIVO is een onderzoek naar de ICT-integratie in Vlaamse scholen en belicht tal van aspecten. Indeze eerste post sta ik stil bij de ICT-infrastructuur.

Gemiddeld staan er in het gewoon lager onderwijs nu 21 laptops, 29 desktops, 12 tablets en 3,5 chromebooks in een lagere school ofwel 1 PC, laptop, of tablet per 4,1 leerlingen in het gewoon lager onderwijs. Opvallend maar niet abnormaal is wel dat het aantal desktops verder afneemt ten voordele van laptops, tablets en chromebooks. Het aandeel desktops bedraagt nog slechts 44% van het computerpark. Ongeveer 1/5 van het computerpark in het LO bestaat uit tablets en chromebooks.

Bijna alle toestellen zijn voorzien van internet en dit zowel in gewoon als buitengewoon lager onderwijs.

In het buitengewoon lager onderwijs is er 1 laptop en desktop  beschikbaar per 2 leerlingen. De meeste desktops en laptops bevinden zich in een leslokaal (65.5%). De meeste tablets bevinden zich ook in een leslokaal (44.8%) en chromebooks hebben geen vaste plaats op school (90.9%). Het aantal computers in een computerlokaal, studiezaal, bibliotheek of open leercentrum is vrij beperkt.

Het (gewoon) secundair onderwijs beschikt over een groot computerpark. Gemiddeld zijn er 212 desktops, 55 laptops, 27 tablets en meer dan 10 chromebooks beschikbaar. Daarmee zijn in het SO gemiddeld één device per 2 leerlingen beschikbaar. Het aantal chromebooks biedt echter een vertekend beeld omdat één school  over 923 chromebooks beschikt. Ongeveer 10% van de secundaire scholen beschikt effectief over 10 of meer chromebooks.

Ook het BuSO beschikt gemiddeld over 1 toestel per 2,2 leerlingen. Tablets en chromebooks zijn hier echter veel minder beschikbaar. De infrastructuur in het BuSO bestaat voornamelijk uit laptops en desktops.

Ouderdom en herkomst van het pc-park

Een groot deel van het computerpark in het lager onderwijs is sterk verouderd. In het gewoon lager onderwijs is 57% van de desktops en laptops ouder dan 4 jaar en 33% tussen de 1 en 4 jaar oud. Een bemerking hierbij is dat er tegenwicht wordt geboden door de opkomst van het aantal tablets. Deze toestellen zijn over het algemeen jonger. Het aandeel tablets en chromebooks (zoals gezegd 1/5 van het computerpark) is niet of veel minder onderhevig aan deze veroudering.  

De situatie is beter in het secundair onderwijs, en de situatie is ook verbeterd t.o.v. van de vorige afname. 33,3% van de laptops en desktops is ouder dan vier jaar, 39,5% is tussen 1 en 4 jaar oud en 15,8% is nieuw. Bijna alle tablets en chromebooks zijn minder dan 4 jaar oud. Op basis van de aangeboden onderwijsvormen in scholen (middenschool, ASO, BSO/TSO) wordt geen significant verschil vastgesteld voor de ouderdom van de computers.

Het buitengewoon secundair onderwijs beschikt over het meest verouderde pc-park over alle onderwijsniveaus en types heen. Bijna 60% van de computers is ouder dan 4 jaar, 22,7% tussen 1 en 4 jaar en slechts 10,1 % is nieuw.

Ook interessant is de herkomst van de computers. Ook hier weer zien we grote verschillen tussen het basis- en secundair onderwijs. In het lager onderwijs is slechts 53,9 % van de desktops en laptops nieuw aangekocht materiaal, 25,2% zijn tweedehands aangekocht en 19,3% zijn giften. Tablets en chromebooks worden wel in de meeste gevallen nieuw aangekocht. Het aankoopbeleid is vrij gelijkaardig in het buitengewoon lager onderwijs.

In het secundair onderwijs is de situatie wel gunstiger. Bijna 75% van de laptops en desktops bestaat uit nieuw aangekochte pc’s, 20,7% zijn tweedehands en 3,6% komt zijn schenkingen. Het aandeel tweedehands aankopen is licht gestegen t.o.v. vorige afnames.   Tablets en chromebooks worden bijna altijd nieuw aangekocht.

Binnen het secundair onderwijs zijn er op dit vlak wel grote verschillen tussen gewoon en buitengewoon secundair onderwijs. In het buitengewoon secundair onderwijs maakt men veel meer gebruik van tweedehands materiaal (22,3%) en giften (30,7%) dan het gewoon secundair onderwijs. Net niet de helft (46,3%) van de desktops en laptops wordt nieuw aangekocht. Het aandeel tweedehands aankopen is in het BuSO sterk gestegen t.o.v. een vorige afname.

Tablets  en chromebooks

In MICTIVO1 werd de beschikbaarheid van chromebooks en tablets niet bevraagd. In de huidige meting (2017-2018) zien we dat het aantal mobiele toestellen is toegenomen en meer ingeburgerd is in het Vlaamse onderwijs. Vooral in het secundair onderwijs ligt het gemiddelde aantal tablets per school (ongeveer 28 in vergelijking met gemiddeld 10 in MICTIVO2) vrij hoog. De toename is zichtbaar in het totaal aantal desktops, laptops en tablets per 100 leerlingen in alle onderwijsniveaus en -types. Steeds meer scholen blijken eerder tablets en chromebooks aan te kopen dan desktop computers of laptops.

Tablets kennen de laatste jaren een grotere opmars in scholen. In vergelijking met MICTIVO2 is het aantal tablets in alle onderwijsniveaus gestegen, zowel in het gewoon als buitengewoon onderwijs. Voor tablets kan er niet worden vergeleken met MICTIVO1 aangezien deze toen nog niet waren opgenomen in het onderzoek. Het verschil in aantal chromebooks met MICTIVO2 valt moeilijk na te gaan aangezien deze ten tijden van MICTIVO2 (bijna) niet aanwezig waren in de scholen en vandaag de dag ook slechts in enkele scholen voorkomen.

Aanwezigheid van andere hardware en software

Op vlak van andere hardware is er de voorbije jaren wél een inhaalbeweging gebeurd. Scholen hebben duidelijk geïnvesteerd in digitale schoolborden, projectoren en draadloos internet zijn nu bijna in alle scholen aanwezig. Zo beschikken ruim bijna 92% van de lagere scholen over projectoren (gemiddeld bijna 6). 89% van de scholen heeft meerdere digitale fototoestellen ter beschikking. Wanneer ze daar niet over beschikken geven ze meestal aan dat ze er geen behoefte aan hebben. In het BLO beschikken 97% van de scholen over meerdere projectoren (gemiddeld 4) .

We merken vooral een grote doorbraak van digitale schoolborden en draadloos internet. Vijf jaar geleden was een meerderheid van de aantal scholen uitgerust met digitale borden, maar het aantal is de voorbije jaren nog sterk toegenomen. In het gewoon lager onderwijs bijvoorbeeld beschikken nu de meeste scholen (93.3%) over digitale borden. Vijf jaar geleden was dit 73.2% en tien jaar geleden 8.4%. In het buitengewoon lager onderwijs is dit nu 74.3%. Dit is een grote toename in vergelijking met tien jaar geleden. Eenzelfde ontwikkeling zien we in het gewoon secundair onderwijs (van 29.6% (M1) naar 78.9% (M3) en het buitengewoon secundair onderwijs (van 5.9% (M1) naar 62.5% (M3)).

Er is niet enkel een sterke toename van het aantal scholen dat over digitale borden beschikt, er zijn binnen de scholen zelf ook meer digitale borden dan vijf en tien jaar geleden. In het gewoon lager onderwijs is dit een verviervoudiging op tien jaar tijd en een verdubbeling op vijf jaar tijd (van 2.35 naar 5.68 naar 9.58 digitale borden per school). In het buitengewoon lager onderwijs is dit een verdubbeling (3.00 naar 3.86 naar 6.65 digitale borden per school). Dezelfde trend zien we in het gewoon secundair onderwijs (van gemiddeld 2.10 naar 6.72 naar 11.73 digitale borden per school) en in het buitengewoon secundair onderwijs (van gemiddeld 2.50 naar 6.88 digitale borden op vijf jaar tijd).

lee het volledige rapport op www.mictivo.be

ICT en digitale media in het onderwijs: wat zeggen de beleidsnota’s?

Dat er (serieus) moet bespaard worden wisten we al. Toch hebben de Vlaamse beleidsnota’s van Onderwijs, Media, Cultuur, Inburgering en Armoede ook aandacht voor de verdere digitalisering van het onderwijs. Wat opvalt is een continuering van voorgaand beleid met aandacht voor digitale leermiddelen en een duidelijke focus op digitale geletterdheid. Als we op de beleidsnota’s afgaan moeten we niet echt grootschalige nieuwe projecten verwachten. Dat heeft uiteraard met de krappe budgetten te maken. Een beleidsnota is weliswaar een belangrijke indicatie voor het nieuwe beleid, de ervaring leert echter dat veel beleid en cours de route vorm krijgt. Zo vermeld de beleidsnota Onderwijs zo goed als niets over curriculumhervorming, terwijl die er – in het kader van de hervorming Secundair Onderwijs – wel zit aan te komen. Zo’n curriculumhervorming zou voor allerhande zogenaamde 21e eeuwse vaardigheden (waaronder digitale geletterdheid, programmeren, mediawijsheid,…) wel eens heel belangrijk kunnen zijn. Maar het blijft dus nog wachten op meer concrete beleidsintenties op dat vlak. Hierna een overzicht van wat al wél al in de beleidsnota’s staat.

media_xll_7243779

 

 

 

 

 

Infrastructuur

Minister van Onderwijs Crevits wil ter vervanging van de huidige aflopende regeling voor internetconnectiviteit (Telenet-SchoolNet) een nieuwe raamovereenkomst onderhandelen rond breedband internet voor scholen.
Opleiding

Omwille van de besparingen werden de middelen voor ICT-nascholing via de vzw SNPB geschrapt en herbestemd. Wel wil de minister inzetten op Massive Open Online Courses (MOOCs) als e-learning methodiek en als nascholingskanaal voor leraren.

 

e-safety
eSafety-Logo_RGBCentraal in het beleid staat het eSafety Label project, dat na twee jaar als pilot klaar is om breed uitgerold te worden. Dit project beoogt een geïntegreerde aanpak van veilig ICT-gebruik via een schoolbrede aanpak waarbij op drie terreinen wordt gewerkt:

  • Schoolbeleid: Acceptable Use Policy, rol van ICT-coördinatoren, beleid inzake gsm-gebruik, social media beleid, …
  • Praktijk: mate waarin veilig ICT-gebruik aan bod komt in de lessen, mate waarin ouders betrokken/geïnformeerd worden, nascholing,…
  • Infrastructuur: firewall, back-up, paswoordenbeleid,…

 

Onderzoek

In 2016 is een evaluatie van het Plan Geletterdheid voorzien, dit met het oog op de verdere uitbouw van een structureel geletterdheidsbeleid in de periode 2016-2020. En om het ICT-beleid in het Vlaamse Onderwijs te monitoren en te evalueren voorziet minister Crevits een nieuwe afname van de ICT-monitor in 2017.

 

Digitale leermiddelen

De Beleidsnota Cultuur (minister Sven Gatz) meldt dat zowel het gamefonds als het Vlaams Instituut voor Archivering van Audiovisueel materiaal (VIAA) nog voorwerp zijn van evaluaties. Van beide organisaties loopt de beheersovereenkomst weldra ten einde. We gaan ervan uit dat deze nog niet zolang geleden opgestarte projecten verlengd zullen worden. Het VIAA dat o.a . het VRT-archief openstelt voor scholen levert immers schitterend werk. Een kleine 300 leraren testen momenteel hun educatief platform Testbeeld uit. Minister Crevits kondigt in haar eigen Beleidsnota trouwens aan dat ze de educatieve werking van het VIAA actief wil steunen.

Minister Crevits kondigt ook de uitbouw van een uniek toegangsportaal voor open leermiddelen aan, wellicht in de vorm van een single sign-on infrastructuur voor diverse leermiddelenverstrekkers zoals VIAA, Klascement, Knooppunt etc.

 

Mediageletterdheid

Om gelijke tred te houden met de snelle digitalisering en verdere mediatisering van de samenleving moet er de volgende jaren nog meer aan mediawijsheid worden gewerkt. Om deze reden krijgt het Kenniscentrum Mediawijsheid (www.mediawijs.be) meer verantwoordelijkheid. Voogdijminister Gatz wil dit Kenniscentrum uitbouwen tot hét referentiepunt voor mediawijsheid in Vlaanderen. Het Kenniscentrum Mediawijsheid zal nieuwe acties en initiatieven ondernemen, actuele trends opvolgen en specifieke doelgroepen bereiken. En dit in overleg met o.a. het beleidsdomein onderwijs.

Het leesbevorderingsproject ‘Kranten in de Klas’ blijft bestaan maar wordt grondig aangepast. Van een passieve kennismaking met gedrukte kranten moet het project evolueren naar een actieve consultatie van digitale nieuwssites, participatie aan discussiegroepen ed. De komende legislatuur wil bevoegd minister Sven Gatz dit project nog meer afstemmen op de technologische evoluties binnen het medialandschap.

 

Digitale kloof

In de beleidsnota’s ‘Inburgering’ en ‘Armoedebestrijding’ vinden we tenslotte enkele passages terug over de bestrijding van de digitale kloof. Al zijn die minder concreet uitgewerkt. Binnen de inburgeringstrajecten wil de bevoegde minister Liesbeth Homans extra aandacht voor het werken aan geletterdheid in zijn ruime betekenis, waaronder digitale geletterdheid. Op die manier wil ze de Nederlandse taalverwerving extra ondersteunen en de digitale kloof verminderen. Ambitieus is de wil om bij inburgeringstrajecten gebruik te maken van ‘e-learning’ of ‘blended learning’ teneinde de combinatie van inburgering met werk, kinderopvang, opleiding, verblijf in het buitenland, etc. mogelijk en makkelijker te maken.

ICT-monitor (2) effectief ICT-gebruik in Vlaamse scholen

Aan leerkrachten is gevraagd in welke mate ze verschillende klasgerelateerde activiteiten uitvoeren waarbij ICT kan ingezet worden. Het effectieve gebruik van ICT voor lesvoorbereidingen en tijdens de lessen is er licht op vooruitgegaan t.o.v. vijf jaar geleden. Maar van een veralgemeend ICT-gebruik is nog lang geen sprake. De overgrote meerderheid (85%) van de leerkrachten in het lager onderwijs  gebruikt de computer regelmatig (dagelijks of wekelijks of meerdere keren per maand) voor lesvoorbereidingen. Iets meer dan 50% gebruikt de computer regelmatig tijdens de les. Ook opvallend is dat ICT in het lager onderwijs het meest gebruikt wordt in het leergebied wereldoriëntatie (54,1%) gevolgd door wiskunde (26,1%) en Nederlands (10%).

aard en frequentie samenv 

 

 

 

 

 

In het secundair onderwijs is het gebruik in de lessen nog veel lager. Iets meer dan 70% van de leerkrachten gebruikt de computer regelmatig voor lesvoorbereidingen. De meerderheid van de leerkrachten (50%) gebruikt de computer slechts een paar keer per jaar in de les; slechts 35% van leerkrachten in het secundair onderwijs gebruikt de computer met enige regelmaat. In het lager onderwijs gebruikt 4% van de leerkrachten de computer nooit. In het secundair onderwijs is dat percentage liefst 13,4%.

 Games en sociale netwerksites

Het gebruik van sociale netwerksites en games voor educatieve doelen is nog niet ingeburgerd in het onderwijs. 80% van de leerkrachten secundair onderwijs en 77% in het basisonderwijs gebruiken helemaal nooit games in de klas. Jongere leerkrachten en leerkrachten uit de eerste graad secundair onderwijs gebruiken soms games. Iets meer dan de helft van alle leerkrachten gebruikt nooit sociale netwerksites in het basis- en secundair onderwijs. Jongere leerkrachten en leerkrachten in het BSO gebruiken iets meer sociale netwerken dan hun collega’s.

Het volledige rapport vind je hier

ICT-monitor (1): basisinfrastructuur

Zoals elders werd aangekondigd zijn de resultaten van de ICT-monitor voor het Vlaamse onderwijs bekend. Om de enorme rijkdom aan data wat meer tot zijn recht te laten komen ga ik hier de komende dagen themagewijs enkele van de vornaamste cijfers in de kijker zetten.

Vandaag: basisinfrastructuur

In vergelijking met vijf jaar geleden is de PC-leerling-ratio met 1 PC per leerling gestegen. Gemiddeld staan er in het gewoon basisonderwijs nu 46 laptops en desktops in een lagere school ofwel 1 PC, laptop, of tablet per 5,7 leerlingen in het gewoon basisonderwijs en 1 PC per 2,7 leerlingen in het buitengewoon onderwijs. De basisscholen hebben ook een inhaalbeweging gemaakt m.b.t. internetvoorzieningen. Bijna alle devices zijn voorzien van internet. In het buiteengewoon basisonderwijs is er 1 PC beschikbaar per 3 leerlingen.

Het (gewoon) secundair onderwijs beschikt over een groot computerpark. Gemiddeld staan er in een secundaire school 188 PC’s, 24 laptops en een tiental tablets en in het BuSO gemiddeld 52.  Vijf jaar geleden was er in het gewoon secundair onderwijs is 1 PC per 3 leerlingen, nu is dat 1 PC, laptop of tablet per 2 (1,8) leerlingen. Die zijn bijna allemaal ook aangesloten op het internet. In het buitengewoon secundair onderwijs is er 1 PC per 3,3 leerlingen.IMG_0816

Deze ratio’s zijn goed in vergelijking met ratio’s van andere Europese landen. Zoals hieronder verduidelijkt, is een flink deel van het computerpark verouderd, d.w.z. ouder dan 4 jaar. Daarom werd ook een computer-lln ratio berekend met enkel de devices jonger dan 4 jaar. Voor het basisonderwijs krijgen we dan 1 PC per 15 leerlingen; voor het buitengewoon basisonderwijs 1 Pc per 6 leerlingen; voor secundair onderwijs 1 per 3 leerlingen en voor buitengewoon secundair onderwijs 1 PC per 8 leerlingen.

Het computerpark in het onderwijs is sterk verouderd. In het gewoon en buitengewoon basisonderwijs is 53% van de PC’s ouder dan 4 jaar. En bijna 33% tussen de 1 en 4 jaar oud. Slechts 11% van het computerpark is nieuw (jonger dan 1 jaar). De situatie is iets beter in het secundair onderwijs, maar is er op achteruit gegaan tegenover 5 jaar geleden. In het gewoon secundair onderwijs bedraagt de gemiddelde leeftijd in de helft van de computers tussen 1 en 4 jaar. Toch is ook daar 36,2% van de computers ouder dan 4 jaar. Slechts 12% van de PC’s zijn nieuw. In deze cijfers zijn tablets niet inbegrepen. Het buitengewoon secundair onderwijs beschikt over het meest verouderde PC-park over alle onderwijsniveaus en types heen. Bijna 54% van de computers is ouder dan 4 jaar, 40% tussen 1 en 4 jaar en slechts 7,5% is nieuw.

 Ook interessant is de herkomst van de computers. Ook hier weer zien we grote verschillen tussen het basis- en secundair onderwijs. In het basisonderwijs is slechts 50,7% van de PC’s nieuw aangekocht materiaal, 46% zijn tweedehands aangekochte of giften. We zien wel een tendens (verschuiving met10%) naar meer nieuw aangekocht materiaal. In het secundair onderwijs is de situatie wel gunstiger. Bijna 83% van het computerpark bestaat uit nieuw aangekochte PC’s, 12% zijn tweedehands en 4,3% komt zijn schenkingen. Ook hier merken we de trend naar meer nieuw aangekocht materiaal en minder tweedehands of giften. Binnen het secundair onderwijs zijn er op dit vlak wel grote verschillen tussen gewoon en buitengewoon secundair onderwijs. In het buitengewoon secundair onderwijs maakt men veel meer gebruik van tweedehands materiaal (13,3%) en giften (30%) dan het gewoon secundair onderwijs.

kids_education_tablet2 Tablets

De introductie van tablets in het onderwijs is voorlopig nog beperkt, al blijkt uit de cijfers wel een grote experimenteerdrang   op dit vlak. In de grote meerderheid van de basisscholen (88%) zijn er geen tablets. De overige 12% experimenteren er mee en in 3,2% van de basisscholen zijn er meer dan 10 tablets aanwezig. In het secundair onderwijs kochten meer dan 1/3 van de scholen tablets aan, maar er zijn grote verschillen qua aantallen. Slechts 1 op 10 secundaire school heeft meer dan 10 tablets voor educatief gebruik.

Internetvoorzieningen

Ook op vlak van internetfaciliteiten zijn de scholen er op vooruit gegaan. 77% van de basisscholen en 75% van de secundaire scholen beschikt over draadloos internet (tegenover resp. 33% en 50% in MICTIVO 1). In het basisonderwijs beschikt 70% en in het secundair onderwijs bijna 90% over een lokaal (intern) netwerk. Die cijfers lijken goed, maar gezien het relatief grote aantal computers per school zouden eigenlijk alle scholen over zo’n intern netwerk moeten beschikken.

Breedbandinternettoegang is nog steeds niet 100% dekkend en dit ondanks de raamovereenkomst met Telenet die voor de data- afname werd gesloten. In het basisonderwijs beschikt 86% van de scholen over breedband en in het secundair onderwijs is dat 92%.

Resultaten ICT Monitor Onderwijs

Zopas werden de resultaten van de eerste MICTIVO vrijgegeven. MICTIVO staat voor “Monitoring ICT in het Vlaamse Onderwijs”. Het betreft een studie van het departement Onderwijs, uitgevoerd door   onderzoekers van de vakgroepen Onderwijskunde van resp. UGent en KULeuven. De analyses hebben betrekking op de 4 groepen indicatoren die in MICTIVO worden bevraagd: ICT-infrastructuur, ICT-integratie, competenties en percepties over ICT-gebruik op school. De afname gebeurde bij zowel directies, leerkrachten als leerlingen .De analyse levert aldus een breed beeld op van de ICT-situatie in het Vlaamse onderwijs. Enkele markante resultaten:  

 Algemene computerratio’s,

Gemiddeld staan er in het gewoon basisonderwijs 38 computers en 39 in het buitengewoon  basisonderwijs. Dat geeft een gemiddelde computer/leerling ratio van 1 PC per 6,3 leerlingen in het gewoon basisonderwijs en 1 PC per 3,5 leerlingen in het buitengewoon onderwijs. In vergelijking met het secundair onderwijs zijn er minder PC’s verbonden met het internet, nl. 1 PCI per 7,7 leerlingen in het gewoon basisonderwijs en 1 PCI per 6,6 leerlingen in het buitengewoon  basisonderwijs.

Het (gewoon) SO beschikt over een groot computerpark. Gemiddeld staan er in een secundaire school 119 PC’s en in het BuSO gemiddeld 33.  In het gewoon Secundair onderwijs is er 1 PC per 3 leerlingen, die bijna allemaal ook aangesloten zijn op het internet. In het BuSO is er 1 PC per 4,3 leerlingen. PCInternetratio in het BuSO bedraagt 1 PCI per 5,5 leerlingen.

“Resultaten ICT Monitor Onderwijs” verder lezen