Leren met een smartphone

Met een werkgroep van de Europese Commissie was ik de voorbije dagen te gast in Hamburg voor een studiebezoek. Het onderwerp was deze keer BYOD ofwel “bring your own device”, het systeem van infrastructuurvoorziening waarbij elke leerling een eigen computer naar school meebrengt om mee te werken in de les.

De keuze voor Hamburg om daarover een studietweedaagse te organiseren was ingegeven door een grootschalige pilot: “Start in die nächste Generation”. Voor dat project werden 6 scholen geselecteerd (3 ASO en 3 BSO/TSO). De lokale overheid voorziet in de wifi-infrastructuur (géén detail in dit project!), de school bedenkt het pedagogisch model, de leerling brengt mee wat hij heeft, in 90% is dat een smartphone, slechts een minderheid brengt een tablet of laptop mee.

En dat is anders dan in andere landen of regio’s. Gedurende de eerste dag waren er een aantal inhoudelijke presentaties over het project maar ook landenpresentaties waarbij BYOD-initiatieven uit Duitsland, Cyprus, Luxemburg, Vlaanderen en Oostenrijk werden voorgesteld. Ik heb er zelf de resultaten van het Edutab-project voorgesteld.

Uit de verschillende presentaties bleek dat twee problemen steeds naar voor komen: infrastructuur (bandbreedte, een performant wifi-netwerk, oplaadpunten, …) en digitale leerinhouden. Wat dat laatste betreft merken we in de meeste landen een contentmix waarbij soms digitale versies van handboeken worden gebruikt, aangevuld met apps en door leraren zelf gemaakte oefeningen, werkbladen, e-books etc. Er is wat dit betreft in zowat heel Europa een appel aan educatieve uitgevers om businessmodellen te ontwikkelen voor de educatieve mobiele technologiemarkt. Zoniet evolueren we naar een model waarin meer en meer leraren zelf content (moeten) gaan ontwikkelen.

Uit de landenpresentaties bleek overigens wel een belangrijk verschil wat de technologie zelf betreft: in Cyprus betekent BYOD dat leerlingen meestal een laptop meebrengen, in Vlaanderen zijn dat overduidelijk tablets, in Duitsland smartphones.

slide BYODInteressant was ook de presentatie van Jim Ayre die de BYOD-gids van European Schoolnet kwam voorstellen. Hij presenteerde daarbij verschillende pedagogische en organisatorische modellen waarmee scholen aan de slag gaan. Van BYOD waarbij de school bepaalt welk merk of model tablet moet meegebracht worden, over scholen die enkel een minimumfunctionaliteit opleggen, tot scholen die alles toelaten. Pedagogisch betekent dit dat sommige scholen echt voor een geïntegreerde vorm BYOD gaan waarbij de meegebrachte toestellen effectief gebruikt en ook nodig zijn voor het leerproces. Andere gaan dan weer voor een vorm van BYOD waarbij de eigen devices eerder gedoogd worden maar slechts af en toe ingeschakeld worden in de lessen. Ook in Vlaanderen manifesteren zich dergelijke grote verschillen in aanpak heel duidelijk.

De praktijk dan. Op dag twee konden we een bezoek brengen aan één van de 6 pilotscholen. Ikzelf koos voor een gemeenschapsschool, “Stadtteilschule Oldenfelde”, waar beroeps en technisch onderwijs wordt aangeboden. Het was voor mij de allereerste keer dat ik een volledige klas zag leren met smartphones. Slechts 2 leerlingen hadden een tablet. De juf hanteerde een vrij traditionele set-up waarbij de leerlingen in een halve cirkel rond haar zaten. Gedurende deze les Engels moesten leerlingen informatie opzoeken op een Britse website en deze info verwerken in een online werkblad. Bij aanvang van de les moesten leerlingen een Padlet gebruiken voor een brainstorm. Alle taken konden ze vinden op het elektronisch leerplatform its learning. De problematiek van het vinden van digitale leerinhoud manifesteerde zich hier ook. Er werd een mix gebruikt van apps, het officiële leerhandboek, de werkbladen uit dat handboek, door de juf zelf gemaakte oefeningen en authentieke websites. De lerares bevestigde nadien dat er heel veel tijd kruipt in het bijeenzoeken van alle materiaal, het bedenken van de opdrachten en het inbrengen van dat alles in de leeromgeving.hamburg 3De leerlingen waren constant in de weer op hun gsm’s om info op te zoeken of in te vullen. In tegenstelling tot wat ik had verwacht hebben zij geen enkel probleem met het kleine scherm. Het zag er allemaal heel natuurlijk uit. Het gebruik van de smartphone ondersteunde de samenwerking tussen de leerlingen die in groepjes van 2 of 4 samen aan de taak werkten. De technologie was in deze klas ondersteunend aan de opdracht, en het leek voor de leerlingen niet extra motiverend. Na een tijdje (lesblokken duren hier 90 minuten aan één stuk!) merkte ik toch wat afleiding bij sommige leerlingen: ze begonnen te sms-en of hun facebookpagina te checken.

Belangrijkste conclusies van dit bezoek:

  • Er is nog een duidelijk rol weggelegd voor uitgevers, niet alleen voor het ontwikkelen van digitale methodes, maar ook voor kleinere leerobjecten, gebaseerd op methodes of deel uitmakend van leerlijnen.
  • Een goede technische infrastructuur gefinancierd én beheerd door de lokale overheid draagt in grote mate bij aan het succes van dit Duitse project. Het vergt overigens grote investeringen om een performant wifinetwerk draaiende te houden. Veel installatie- en onderhoudswerk wordt geoutsourced.
  • De aard van het device lijkt er minder toe te doen dan ik had verwacht. Zelfs met kleine schermen op smarthones slagen leerlingen er in reguliere opzoek- en invultaken te volbrengen.
  • Samenwerkend leren en de beschikbaarheid over multimedia apps leken hier de belangrijkste meerwaarde te leveren voor het leerproces. Het mobiele karakter van smartphones, wat klasdoorbrekend leren mogelijk maakt, bleef hier onbenut.
  • Er waren een aantal praktische beslommeringen die de lerares er gewoon bij had te nemen: in de klas waren heel weinig oplaadmogelijkheden voor de smartphones, de gsm zorgde soms voor afleiding, sommige leerlingen waren hun paswoord voor bepaalde apps vergeten,…

 

Leren lesgeven zonder digitaal bord

 Marketing is iets opmerkelijks. Marketeers slagen er in om ons vooreerst duidelijk te maken dat we iets missen, dat we ons dringend iets moeten aanschaffen. Vervolgens overtuigen ze er ons van dat we zoveel gelukkiger zijn en beter presteren met wat ze ons hebben laten aanschaffen. Om tenslotte onszelf te laten verkondigen dat we “niet meer zonder zouden kunnen”.

En dat is nu net wat er is gebeurd met de hype van het digitale bord.
Vele honderden jaren was elke lesgever volstrekt tevreden met een krijtbord. Een quasi onverslijtbaar en duurzaam instrument dat je toeliet om aantekeningen te maken (en ze opnieuw uit te wissen!), tekeningen te maken, prenten op te hangen,… Ten opzichte van de huidige interactieve borden boden ze heel wat voordelen: geen kopzorgen over stroompannes of een server die plat ligt, geen onderhoud of updates nodig, geen kabels die liggen te slingeren, geen beamer, … Maar vooral: multitouch! Zoveel leerlingen als we zelf wenselijk achtten, konden simultaan aan het krijtbord aan de slag.
En tijdens de speeltijd? Dan leefden de kinderen zich met stoepkrijt uit op de grootste interactieve speelplaats aller tijden! Ze tekenden op de betontegels en wonderwel: de tekening verscheen op ware grote op hun speelplaats, in kleur! Voorwaar een “must have” voor elke school…

Stijn Van Laer kreeg zeer terecht uitgebreide media-aandacht tijdens de voorbije weken. Hij zorgde immers voor een onderzoek dat elke schooldirectie zou moeten lezen om gewapend het marketinggeweld van de digiborden-lobby tegemoet te gaan: “Hoe gebruiken leerkrachten een digibord?” Het resultaat lijkt in één zin samen te vatten: 44% van de leerkrachten gebruikt zijn of haar digitaal bord niet. Rekening houdende met de lamentabele staat van vele schoolgebouwen, de noodzakelijke wafelslagen en eetfestijnen om geld in te zamelen,… op zijn minst een conclusie die tot nadenken stemt.

Afhankelijk van je doel of belang kan je hier twee meningen uit laten volgen:
-“Vlaamse scholen dienen dringend werk te maken van een intensieve bijscholing rond het gebruik van de digitale borden die in hun lokalen hangen. Pas dan zullen de leerkrachten degelijk gebruik kunnen maken van de schoolborden met al hun mogelijkheden.” (Noot: voor bijscholingen ben je vaak nog eens aangewezen op het aanbod van de fabrikant van je digibord.)
-“De huidige generatie digitale schoolborden bieden geen toegevoegde waarde aan de Vlaamse leerkracht. Velen voelden zich verplicht om mee te stappen in de hype, maar blijven teleurgesteld achter.”

Uiteraard zijn er vele lesgevers die prachtig gebruik maken van de toegevoegde waarde van een digitaal bord. Maar moeten we ook niet durven inzien dat dit niet voor ieder van ons is weggelegd? En dan doel ik niet zozeer op “engagement” of op “ict-vaardigheden”, maar eerder op de eigen stijl van lesgeven, de eigen dynamiek in de klas. Daarom ook geen pleidooi tegen digitale borden, maar wel een oproep om kritisch na te gaan of een digitaal bord in jouw leslokaal wel de verhoopte meerwaarde zal bieden die de commerciële aanbieders beloven.

Komen we immers niet uit een tijd waar we negatief stonden ten opzichte van het frontale lesgeven? Waarbij we zochten naar alternatieve (“activerende”) lesvormen?  Waarom laten we ons “bord” dan nu niet los?

De echte meerwaarde die de opkomst van het interactieve bord met zich mee heeft gebracht ligt in vele klaslokalen niet zozeer in het interactieve gebruik ervan, maar eerder in de bijhorende plaatsing van een multimediaprojector. Deze vaste plaatsing (een noodzaak bij een interactief bord) maakt dat vele lesgevers veel vaker gebruik maken van visualisaties in de klas: ze gaan vaker op internet, ze zoeken sneller een filmpje op en tonen veel vaker foto’s en didactische platen.
Maar heb je daarvoor een digitaal bord nodig? Helemaal niet: een computer en multimediaprojector volstaan. Wat zou immers de meerwaarde kunnen zijn van een digitaal bord om je filmpje te projecteren…? Meteen is echter de kostprijs voor je klasopstelling minstens met 60% naar omlaag gehaald…

Uiteraard is deze column zwartwit opgesteld. Uiteraard zijn er vele lesgevers die zich met hart en ziel overgeven aan hun digitale bord en er zeer veel meerwaarde uit halen. Maar we moeten ook durven inzien dat een digitaal bord geen must is om interactief les te geven, om “modern” les te geven, om het doel te bereiken die we allen nastreven: het aanbieden van kwalitatief onderwijs.

Geert Callebaut

Mediadocent
Lerarenopleidingen KAHOSL-Aalst

Als iedere druppel telt.

Soms vallen projecten en nieuws wonderbaarlijk en ongepland samen.

Zo ook vrijdag laatstleden zat ik mijn dagelijkse portie nieuws te consumeren. TV-zender Eén bracht een nieuwsitem over de lacunes van startende verpleegkundigen. Het blijkt dat de onmiddellijke inzetbaarheid van afgestudeerden mindert : http://www.deredactie.be/permalink/1.1132215

Wil het nu toch wel lukken dat ik deze week 2 projecten heb afgerond voor verpleegkundigen en een nieuw zal opstarten.

Elke druppel telt.
Dat de rekenvaardigheid van van Jan Modaal vermindert, weten we al langer. Maar verpleegkundigen kunnen het zich niet veroorloven om rekenfouten te maken in doseringen.
Rekenen in de gezondheidszorg moet snel, nauwkeurig en onder stresserende omstandigheden. Een foute berekening van een dosering kan fatale gevolgen hebben en leidt in elk geval tot ernstige ongemakken en gevolgen bij de patiënt. Studies wijzen uit dat fouten nog te vaak voorkomen. Een doseringsfout komt minder vaak voor, maar heeft een grote kans op ernstige gevolgen en moet dus ABSOLUUT worden vermeden.
Het UZGent heeft in een samenwerking tussen de dienst Apotheek, de dienst Vorming en VDAB-Webleren een unieke e-learningmodule over Medisch Rekenen ontwikkeld.

Zo zie je dat op het kruispunt van Onderwijs, Werk en Bedrijfsleven, e-learning zijn steentje bijdraagt. En daar ben ik blij om.

De webcursus staat gratis ter beschikking voor ieder individu en je kan er hier meer over lezen: http://contact.vdab.be/webleren/2011/03/medisch-rekenen.html

Knelpuntberoep
Ik trap een open deur in met “Verpleegkundige is een knelpuntberoep”. Daarom lanceerden we als tweede online infosessie die voor verpleegkundige : http://vdab.be/infosessie/verpleegkundige/index.html

Nog even aanstippen dat op 18 maart 2012 de Dag van de Zorg zal georganiseerd worden.
Als iemand een goed idee heeft om dit online te promoten en zorgberoepen online in het zoeklicht te zetten, of als je een online “ziekenhuisgame” kent… geef me maar een seintje via  onze fanpage op FB.

Een miljoen euro voor de School voor de Toekomst

Jongeren van vandaag moeten op school competenties verwerven die hen in staat stellen zich steeds opnieuw aan te passen aan nieuwe evoluties. Het verwerven van zulke competenties kan echter niet alleen via kennisoverdracht. Scholen gaan dus op zoek naar een competentiegerichte didactiek. Minister van Onderwijs Pascal Smet en minister van Media en Innovatie Ingrid Lieten investeren 1 miljoen euro in innovatieve concepten voor een competentiegerichte leeromgeving. Dankzij het nieuwe beleidsinstrument Innovatief Aanbesteden van de Vlaamse Regering kan dit project gerealiseerd worden.

Innovatief Aanbesteden helpt de overheid in haar actieve zoektocht naar innovatieve oplossingen om haar dienstverlening te verbeteren en de maatschappelijke uitdagingen aan te pakken.

De maatschappelijke uitdagingen voor het project ‘Een school voor de toekomst, op zoek naar een leeromgeving voor competentiegericht onderwijs’ zijn groot en divers. Voor toekomstgericht onderwijs gaan scholen op zoek naar een competentiegerichte didactiek waarbij probleemoplossend leren, contextgebonden opdrachten, het verwerven van leervaardigheden, het samenwerkend leren en het verwerken en delen van kennis centraal staan. Deze competentiegerichte didactiek vereist een mix van werkvormen. Deze mix van werkvormen wordt samengevat in het begrip blended learning. Een competentiegerichte leeromgeving stelt echter bijzondere eisen. Zowel aan de integratie van binnen- en buitenschoolse leerplekken, de indeling van het schoolgebouw als aan de uitrusting en de inrichting van de ruimte en aan de ICT – uitrusting.

Op maandag 2 mei 2011 werd de Prior Information Notice (PIN) voor het IWT project Een school voor de toekomst officieel gepubliceerd in het Belgisch staatsblad en het Europese aanbestedingsbulletin. Het project start met een innovatieplatform waar we samen met alle mogelijke partners een totaalconcept voor een competentiegerichte leeromgeving proberen te ontwikkelen.

Geïnteresseerde bedrijven, onderzoeksinstellingen, didactici en verenigingen worden uitgenodigd tot deelname aan de Kick off van het innovatieplatform op 31 mei 2011.  Na registratie ontvangt u een bevestigingsmail.

Meer info en achtergronddocumenten www.innovatiefaanbesteden.be – selecteer onderwijs

Aan een coole onderwijsminister

Everybody teaches, everybody learns *

1 september 2010. Bijna 1 mio leerlingen naar school. Vanaf vandaag is ook mediawijsheid een ‘officieel onderwijsdoel’, m.n. een vakoverschrijdende eindterm, zoals dat heet. [N.v.d.r. voel ik daar de wind van de vernieuwing weer niet uit Nederlandse hoek aanwaaien?!] En voor de start van het nieuwe schooljaar promoot de Vlaamse onderwijsminister Pascal Smet zowaar gamen in de klas. Trendy, toch? Klinkt cool, toch.

@ Pascal Smet, minister van Onderwijs

Vraagt u het Margreet van den Berg en haar zoon Martijn nog eens hoe cool gamen (in onderwijs) wel kan zijn, mijnheer de minister. Margreet kent haar stof van binnen en van buiten. En zij en haar zoon delen hun media- (en onderwijs)competenties loyaal en royaal met de wereld! For free dus. Mediawijsheid is voor Margreet van den Berg geen mode- of ijdel woord. Stel ik me pretentieus op als ik u haar ten warmste aanbeveel: dringend op haar abonneren, mijnheer de minister, als u het al niet gedaan zou hebben, en haar linken op uw site. Dat zou ik nu eens een cool gebaar vinden.

Herkent u ze, mijnheer de minister, deze übercoole gasten op mijn foto van het scherm dat enkele maanden geleden opgesteld stond in de Koninklijke Serres te Laken? We kunnen het volledige filmpje bekijken op de blog van leraar Bart Verswijvel en zijn leerlingenteams die dit jaar de Koningin Paolaprijs voor het Onderwijs (en meer prijzen) wonnen met het project Teacher Aid: leerlingen maken leraren mediawijs! Laten we de rollen omkeren en van de mediacompetenties van jongeren gretig gebruik maken. Of zoals Bart Verswijvel het mooier formuleert: leerlingen en leerkrachten delen hun digitaal universum. E-competent, mediawijs in no time, mijnheer de minister, met de speed en de power van generatie X, Y of Einstein. En ik kan het weten, getuige mijn blogje TSM.

Mag ik u nog een abonnement aanbevelen, zonder opdringerig te willen zijn? I happily present Bart Van Bossuyt uit mijn netwerk. Een superman in AR, teacher geek. Vanuit Vlaanderen (erfgoedstad Brugge) bouwt hij via Twitter en YouTube een sterke internationale reputatie op. Hij is een pionier van augmented reality in de klas. Of aardrijkskunde of chemie: hij drijft de leer-kracht in zijn leerlingenbundels op met 3D-visualiseringstechnieken. En wat definitely beautiful is: hij biedt het ons allemaal gratis aan op het web! Open source. Abonneren op Neogeobart, zou ik zeggen. Kijkt u even mee naar zijn methaanmoleculemodel of speurt u liever mee de hemel af naar Orion of Jupiter?

Nog eentje uit de overvloed, mijnheer de minister? In der Beschränkung zeigt sich der Meister, ik weet het wel, maar mag De Edublogs Daily nog snel bovenop uw stapel nieuwsbladen? Maar u was hoogstwaarschijnlijk al geabonneerd …

Tot slot wil ik u | allen een übercool gelukkig nieuw schooljaar 2010-2011 wensen!**

Voetnoten
* Citaat van de baseline van Bart Verswijvels Teacher Aid-blog.
** Zie ook mijn tweet @Phyllis in Mees’ klas (ja, die van teacher geek Maarten Hendrikx).

Crossposted in The Sausage Machine.

Is School Cool? Over de e’s van leren

Vakantiesignalement. Wat heb ik vandaag geleerd? Van drie profi’s: Steve Wheeler, Cindy De Smet en Wilfred Rubens! Over leren met de e van e-learning of technology enhanced learning, en PLE.

Vrolijk terug naar school plaveien marketeers de weg naar schooljaar 2010-2011 … Is school cool? Ja, maar niet zonder de e’s van de tijd en de toekomst te kennen, of beter: te (leren) gebruiken. Zo denk ik erover.

 De ‘e’ in ‘leren’ heeft allang de klank van ‘sociale media’ of zoals Wilfred Rubens het samenvat: ‘technology enhanced learning’. Enkele dagen geleden blogde hij over de school als cloud company. Terecht dat ik hem hier, zomerdromend over de toekomst van onderwijs / leren, in één adem noem met Steve Wheeler en Cindy De Smet. Waar ik cloud lees, denk ik 3.0.

 Speciaal voor de vakantie lijst e-onderwijsspecialist Steve Wheeler een aantal e’s nog eens op in een serie van zeven blogposts onder de algemene titel Web feats. In een recente presentatie zet hij – met enige reserve – een stap verder. Hij toont dat onderwijs 3.0 niet langer een visionaire gedachte is … 

 … zoals ook tenvolle blijkt uit de PLE van Dr. Smetty, aka PhD-student Cindy De Smet. Ik vond haar Prezi-presentatie een heel mooi praktijkvoorbeeld van een Personal Learning Environment! De gedroomde illustratie bij Steve Wheelers web 3.0 …

Steve Wheeler’s Web 3.0: the way forward?

Dr. Smetty’s PLE

Ook in The Sausage Machine. En op Zita.be.

E-leren voor laaggeschoolde volwassenen

Deze week publiceerde Ghislain De Bondt de eerste bevindingen van zijn onderzoek naar de mogelijkheden van blended learning als leerweg voor laagggeschoolde volwassenen. Ghislain doet dit onderzoek voor OCB vzw (Oost-Vlaamse Centra voor Basiseducatie) én in het kader van zijn scriptie ( Sociale Agogiek). Hij heeft als lesgever en stafmedewerker ICT reeds 14 jaar ervaring in de basiseducatie, en is dus goed geplaatst om enkele theoretische principes aan de realiteit te toetsen.

Computerlokaal

Het onderzoek gaat na of laaggeschoolde cursisten ook door middel een blended leren-traject de vooropgestelde eindtermen kunnen halen, en welke randvoorwaarden daarbij belangrijk zijn. Er wordt ook nagegaan in hoeverre enerzijds cursisten, anderzijds lesgevers blended leren als geschikt beschouwen voor laaggeschoolden.

Het volledige artikel kan je lezen in de nieuwsbrief  ‘van A tot Z’  van maart 2010 (te vinden op de website van VOCVO ).  Ghislain komt tot bevindingen en conclusies als:

  • Lesgevers blijken in het onderzoek minder positief over blended leren dan de betrokken laaggeschoolde cursisten. Ze schatten ook de tevredenheid van de cursisten die een blended cursus volgden te laag in.
  • Cursisten van lesgevers die veel tijd investeerden in online coaching, staan positiever tegenover e-leren.
  • Weinig lesgevers achten zelfzelf in staat om e-content aan te maken. De meerderheid van hen vindt dat er op Vlaams niveau initiatief moet genomen worden om het tekort aan e-content op te lossen.
  • Open leercentra kunnen een belangrijke rol spelen om e-leren haalbaar te maken bij laaggeschoolde volwassenen.

Deze en andere conclusies in het onderzoek zijn wellicht niet echt eigen aan de doelgroep van laaggeschoolde volwassenen. Elk van de drempels die  bij het kwaliteitsvol organiseren van blended leren-trajecten opduiken, zullen wellicht wel nog hoger liggen bij deze doelgroep. Zo zal er nood zijn aan nog meer coaching,  nog meer zorg voor kwaliteitsvolle e-content, nog betere ICT-ondersteuning vanuit het centrum, een nog sterkere visie, …

Ghislain De Bondt concludeert op basis van zijn bevindingen dat er – mits er aan dergelijke randvoorwaarden wordt voldaan – wel degelijk een rol is weggelegd voor gecombineerd leren. En dat blended leren een meerwaarde kan creëren, ook voor laaggeschoolde volwassenen. Ik zie alvast uit naar het volledige eindrapport (wellicht juni 2010).

Haal veel meer uit LinkedIn

Logo_linkedin De netwerksite LinkedIn is je waarschijnlijk al bekend. Misschien heb je al een profiel of kreeg je al uitnodigingen om aan te sluiten bij het netwerk van mensen die je kent. Maar ken je ook de wàre kracht van LinkedIn? Wist je bijvoorbeeld dat LinkedIn ook een schitterend instrument is als je op zoek gaat naar een nieuwe job?

Die know-how kreeg VDAB van networking coach Jan Vermeiren.  Hij is de auteur van de boeken ‘Let’s connect’ en ‘Hoe LinkedIn nu ECHT gebruiken’ en dé specialist bij uitstek als het om netwerking gaat.  Je kan een light versie van zijn laatste boek op zijn site aanvragen. Hier verklappen we alvast de essentie.

Je vertrekt vanuit je doel, een nieuwe job vinden. De DOEN-oefening helpt je om je doel duidelijk te stellen. Daarna volg je een basisstrategie in 3 stappen:
• een aantrekkelijk profiel maken op LinkedIn,
• je basisnetwerk of eerstegraadsnetwerk opbouwen,
• je netwerk efficiënt en effectief verder uitbouwen.

Wanneer je dan op zoek gaat naar de juiste mensen die je kunnen helpen om een nieuwe job te vinden, maakt LinkedIn de connecties zichtbaar die je met hen hebt. En juist daarin schuilt de grote kracht van LinkedIn. Het geheim tot succes schuilt hem dus in je 2e-graads netwerk : de kennissen van je kennissen.

De volledige strategie die je naar je toekomstige job kan leiden, met alle details, voorbeelden en waardevolle tips vind je in een nieuwe webcursus ‘LinkedIn om een job te vinden’. De eerste reacties zijn al binnen, allemaal positief. Samengevat: warm aanbevolen!

Speciaal voor de edubloggers : hierbij een gratis en voor niets demo-toegang :

– surf naar http://e-leren.vdab.be
– Gebruikersnaam: st_dlinkedi
– Paswoord: f5z5etti

Maar dan moet je wel eerst onze netwerkgedachte delen !

Beyond 2.0 of leren 60 plus. Mijmerend, verlangend

Uit Stephen Downes’ presentatie New Tools for Personal Learning, 25 november 2009.

Leren als verlangen, een uiterst persoonlijke post

Neen, Het Onderwijs Moet Niet Veranderen, om het eens met een boutade op Maarten Cannaerts’ uitdagende titel te zeggen. Er waren tijden dat ik het tegenovergestelde ‘placht’ uit te schreeeuwen, maar tijden veranderen. En ik word hopelijk (!) ‘wijzer’ … 😉 Niets moet. Alles kan. Althans wat mij betreft. Ik wentel me immers om en om in mijn eigenste kleinste PLE’tje. Me, Myself and I, veilig verborgen in het grote webgewoel of Alleen Op De Wereld in solitary autonomy? Neen, toch. Me, We, Network! Zo verander ik.

Nee, ik ben niet vies van enige chaos. Mag ik mezelf een adept noemen van informeel leren? Noem het serendipisch leren. Recognizing patterns in de eeuwige en oneindige stroom van bronnen nowadays. Grofweg selecterend wat me op dit moment ‘past’, binnen mijn erg beperkte mogelijkheden welteverstaan. Vlinderend, verlangend. Zoals hier en nu. Een voorbeeld. Maybe a worstcasescenario. So what. Voor mij moet er niet nog meer zand zijn …  (Ai, wik en weeg ik mijn woorden wel, kom ik niet te zelfverzekerd en pretentieus over?)

Vlinderen in/over het web en neerdalen in de leerparadijzen van groten veraf en dichterbij. Een heerlijke ervaring: geprikkeld door nieuwsgierigheid, verlangend naar weten, surfing, sensing, experiencing …

In één van zijn nieuwste presentaties (voor audio en meer uitleg: hier op zijn blog) laat Stephen Downes me kennismaken met zijn toverformule ARRFF: Aggregate, Remix, Repurpose, Feed Forward. Evolutionair denken? ‘Voeding’ voor technology enhanced learning-experten en onderwijshervormers. Over PLE, your Personal Learning Environment. Over de mythe van solitary autonomy en het adagium Me, We, Network. Adembenemend, als je het mij vraagt.

“Beyond 2.0 of leren 60 plus. Mijmerend, verlangend” verder lezen

Studiedag Taccle

Informatie- en communicatietechnologie (ICT) is al langer in de klas voorhanden en stilaan breken ook elektronische leeromgevingen door. Het is een uitdaging om dit op een zinvolle manier in de klas te gebruiken. Technologie op zich is immers niet voldoende. Wie bij het lesgeven een ELO wil gebruiken, moet kwalitatief hoogstaande leerinhouden kunnen aanmaken en ze didactisch juist kunnen gebruiken.

Daarom is het belangrijk om leerkrachten te leren hoe ze zelf lesmateriaal kunnen ontwikkelen, hoe ze een leerpad moeten uitwerken, hoe ze hun leerlingen ermee laten omgaan en hoe ze ontwikkelde materialen met collega’s kunnen delen. Dit is het doel van het Europees gefinancierde TACCLE-project.

TACCLE voorziet in:

  1. een stap-voor-stap handboek met mogelijkheden en hulpmiddelen voor e-leren op maat van de leerkracht;
  2. op de praktijk gerichte nascholingen om vaardigheden te ontwikkelen die direct toepasbaar zijn in de klas en bij het ontwikkelen van materiaal voor e-leren;
  3. een website boordevol informatie: www.taccle.eu;
  4. jaarlijkse internationale nascholingscursussen.

Op zaterdag 17 oktober worden de resultaten van TACCLE gepresenteerd op een studiedag aan het departement HABE van de hogeschool Gent (Voskenslan 270, 9000 Gent). Deelname aan deze studiedag is gratis (maaltijden inbegrepen). Allen daarheen dus!

Meer info en het volledige programma op de website.

e-Tijdslijnen voor leerkrachten

obama

Hora ruit, tempus fluit.

De tijd loert altijd om de hoek. In ieder vakdomein.

Ik kan me al wel inbeelden wat leerkrachten/docenten (en hun leerlingen) kunnen doen met een internettool die visuele (!) tijdslijnen maakt. Enkele voorbeelden :

Je kan dus overal wel ergens een tijdslijn voor maken. Gedaan met het kunst- en vliegwerk in Word of Powerpoint. Gebruik gewoon Timerime.

De tijdlijnen op TimeRime kunnen worden aangeduid als interactief en multimediaal. De tijdlijnen kunnen worden gevuld met tekst, muziek, YouTube filmpjes, foto’s enzovoorts, waardoor TimeRime een platform is dat populaire community websites en andere portals combineert in een nieuwe portal. Op TimeRime kan je ook op zoek naar informatie over heel diverse onderwerpen. TimeRime is bij uitstek de plek voor eenieder die het internet gebruik als een grote encyclopedie.

Gebruikers kunnen zich gratis registreren voor een Basic-Account, waarmee ze gratis tijdlijnen kunnen maken. Ook is er een Pro-Account, dat nog meer mogelijkheden biedt dan een Basic-Account.

Maar wat meer is, de programmeurs van Timerime hebben een educatieve versie gebrouwen met enkele speciale functionaliteiten :

  • Afgeschermde omgeving
  • Geen advertenties
  • Tijdlijnen van jouw school alleen
  • Admin rechten voor docenten
  • Een eigen subdomein
  • Een header met het logo van de school
  • Unieke PDF printfunctie

Oké, toegegeven, het kost wel 99 euro per jaar. We verwachten altijd dat internet “gratis” is, maar overdreven is het ook niet als je dit intensief gaat gebruiken. En een ietwat e-bewuste schooldirectie kan zo’n bedragje er wel bijnemen.

Timerime.com heeft trouwens navolging gekregen. Het alom tegenwoordige Google heeft er zich nu ook op gestort. Maar geef mij toch maar de layout van Timerime.

Een variant is Dipity maar dan heeft Timerime wel weer een ander voordeel : het is van Nederlandse makelij en dus is er ook een nederlandstalige versie beschikbaar.

Welke van deze 3 varianten het  beste bij jou aanleunt ? Tempus omnia revelat.

PS : En wat dacht je van een groepstaak voor jouw studenten ?

En als ik de jongens van TimeRime een tip mag geven… geef de optie aan anderen om bestaande tijdslijnen aan te vullen. Collaboration… Web2.0…

Nieuwjaar: tijd voor voorspellingen, ook in e-leerland

Nieuwjaar is niet alleen het moment voor goede voornemens en beste wensen voor vrienden, familie en collega’s, het is ook een moment voor reflectie en vooruitkijken. Ook in de blogosfeer is het een gewoonte aan het worden om zich in de rustige periode rond Kerst en Nieuw te wagen aan een voorspelling of een trendanalyse.
Kristallen bol
Een kleine greep uit het aanbod:

Wat leren we uit al die artikels?

  • Ten eerste dat we met zijn allen te weinig tijd hebben om al die dingen kritisch te lezen (al wil ik wel nog tijd voor vrijmaken deze maand).
  • Ten tweede dat er op het vlak van technologie zoveel verschuivingen aan de gang zijn dat voorspellingen op het vlak van technologie erg moeilijk zijn.
  • Ten derde kunnen we vaststellen dat didactische veranderingen waarschijnlijk niet zo’n vaart zullen lopen. Het (hoger) onderwijs is (en blijft voorlopig) een sterk inerte entiteit. De meeste veranderingen zitten er waarschijnlijk aan te komen in volwassenenonderwijs en levenslang leren, waar het netwerkleren sterk toeneemt.
  • Ten slotte is duidelijk dat onderwijs zonder het Web volstrekt ondenkbaar wordt. Zaak is nu nog om goede werkvormen, situaties en evenwichten te vinden.

Leren in een genetwerkte samenleving

Tip van de dag, voor alle innovatoren en kennismanagers.
In september start een (gratis!) online cursus van twee kennisgoeroes (Stephen Downes en George Siemens), met als titel “Connectivism & Connective Knowledge“. Op het cursusblog kan je alvast mee volgen hoe de ontwikkeling loopt.

De cursus heeft al een 600 tal ingeschreven cursisten van over de ganse wereld, en vooral origineel is het concept van het traject: alles verloopt grotendeels decentraal, vertrekkende van een aantal optionele wekelijkse visieteksten of beperkte literatuur. En daarop gebaseerd wordt geblogd, wiki’s volgeschreven, gecommuniceerd synchroon of asynchroon… Het ganse netwerk lerenden zal zo interageren met elkaar, met de experten, en met de inhouden, op een erg informele manier. Zo zijn er al regionale netwerkjes ontstaan met cursisten die een aantal face to face sessies gaan houden, zijn er cursisten die zich al geengageerd hebben om de teksten te vertalen…

“Ga ik niet veel informatie missen op deze manier, wanneer 600 personen door elkaar gaan praten, bloggen, schrijven, mailen, discussiëren…”, vraagt u zich af. Het antwoord van de organisatoren: “Ja natuurlijk – da’s normaal in deze tijd – get used to it“… enigszins simplistisch, en volgens mij ook gedoemd om een erg chaotisch experiment te worden… maar wel erg boeiend! Men vertrekt dus vanuit de web2 filosofie “the network is the filter“. Vertaald betekent dit dat de boeiendste discussies en inzichten door het netwerk lerenden naar boven gehaald worden, doordat bijvoorbeeld vaak gelinkt wordt naar interessante meningen.

Ik ben alvast geïnteresseerd in het resultaat van dit experiment… Food for thought! Misschien zie ik wel een aantal Vlamingen?

(Meer informatie op de cursus wiki of de aggregatiesite