Op studiebezoek in Noord-Ierland

Ik heb het genoegen deel uit te maken van een werkgroep van de Europese Commissie die zich bezighoudt met digitale vaardigheden. Via die werkgroep kom ik regelmatig in contact met buitenlandse collega’s, leer ik ICT-projecten uit de EU kennen en kan ik een kijkje nemen hoe het in andere landen aan toegaat. Een van die studiebezoeken of Peer Learning Activities ging vorige week door in Belfast.

De hoofdstad van Noord-Ierland heeft zelf heel wat te danken aan de EU die het vredesproces tussen Britsgezinde unionisten en Iersgezinde katholieken heeft gefinancierd. Het vredesproces werkt, maar het is broos en er is een schandalig grote muur (de “peace wall” heet hij eufemistisch) die de wijken en de mensen van elkaar scheidt. Ook hier weer heb ik kunnen vaststellen dat Europa wel degelijk werkt, want het is de unie die zorgt voor de financiële onderbouw van het vredesproces. Met Europees geld werd er gezorgd voor werk, stadvernieuwing, gemeenschapscentra, recreatieparken en nog veel meer. Geen wonder dat een grote meerderheid hier tegen de Brexit stemde en zich zorgen maakt over wat de impact ervan zal zijn.

De “Peace wall” en een mural in Belfast

 

 

 

 

 

Maar we kwamen dus niet naar Belfast om het over herinneringseducatie, maar wel over ICT in het onderwijs te hebben. Meer specifiek ging het over samenwerking met de industrie, arbeidsmarkt en bedrijfsleven. De inbreng van bedrijven in het schoolgebeuren lijkt hier veel groter dan in Vlaanderen.  De discussie over de samenwerking onderwijs-arbeidsmarkt en de skills gap was dezelfde die enkele weken gelden nog voerde met mensen van het STEM-platform. Wanneer het gaat over samenwerking met het bedrijfsleven zien de vertegenwoordigers daarvan (niet enkel bedrijven maar bv ook de  VDAB) onderwijs soms heel erg in functie van de toelevering naar de arbeidsmarkt en het oplossen van het tekort aan bepaalde arbeidsmarktprofielen. Hier moeten twee kanttekeningen bij gemaakt worden:

1/ Het onderwijs heeft meerdere finaliteiten en de toelevering naar de arbeidsmarkt is er daar slechts één van. Onderwijs heeft immers ook als taak waarden over te dragen en actief burgerschap aan te kweken, talenten te ontwikkelen en basisvaardigheden aan te leren. Een te dominante inmenging van het bedrijfsleven op onderwijs houdt dus het risico in zich dat de toeleiding naar bedrijven te veel aandacht krijgt.

2/ Een tweede bedenking die ik me maakte is dat de industrie er soms een zeer dubbelzinnige houding op nahoudt als het gaat om de omgang met kinderen en jongeren in onderwijs: aan de ene kant vragen ze meer aandacht voor creativiteit, kritisch denken, samenwerking, probleemoplossend vermogen en verwachten ze studenten die actief kunnen bijdragen aan de digitale wereld. Tegelijkertijd zien ze onderwijs als een gigantische afzetmarkt en zien ze liefst zoveel mogelijk leerlingen en leraren die hun technologie, games, apps, software en “brands” gebruiken. Die laatste houding weerspiegelt eerder een visie die jongeren ziet als passieve consumenten van technologie dan die van actieve participanten …

Op de tweede dag van de PLA bezocht ik de Blythefield Primary School. Een klein basisschooltje in een van de meer achtergestelde wijken van Belfast. Een lokaal ICT bedrijf Komt er wekelijks een codeclub organiseren, tijdens de lessen. Ze zorgen voor een deel van de infrastructuur, maar brengen ook twee personeelsleden in die als coaches mee begeleidingen doen samen met de leerkracht. De samenwerking zorgt voor een win-win voor zowel de school als het bedrijf, dat talent zowel spot als volgt (Dat laatste vond ik wel verregaand; het ging hier immers om lager onderwijs).

De school maakt zo weinig als mogelijk gebruik van handboeken, maar wel van vrije leermiddelen  (zgn. open educational resources) o.a. complexere programmeeropdrachten en instructies afkomstig van de Raspberry Pi foundation. De discussie over het gebruik van OER is met name van belang wanneer het gaat om samenwerking met industrie. Eén van de grootste industrieën in onderwijs zijn immers die van de educatieve uitgevers. De school in Belfast koos er resoluut voor om zo weinig mogelijk papieren tekstboeken te gebruiken. Iets wat in Vlaanderen nog niet echt aan de orde is…

 

 

 

 

 

Maar dit studiebezoek leerde me ook enkele positieve aspecten kennen van samenwerking tussen scholen en het bedrijfsleven. Zo kunnen scholen – met name in de STEM-domeinen – gebruik maken van de nieuwste technologie, tools en software, wat het onderwijs vernieuwend,  praktisch en leerlingbetrokken kan maken.

Uit de landenpresentaties die volgden op dag 3 weerhoud ik dit keer vooral de presentaties over het Portugese model. Portugal zit in een gelijkaardige situatie als Vlaanderen, curriculumhervormingen laten lang op zich wachten en de administratie wil niet wachten om programmeren prominenter op de agenda te zetten. Als oplossing kozen ze daar voor het opzetten van code clubs in de scholen. Die codeclubs vinden plaats buiten de lessen maar er zijn belangrijke verschillen met het model dat onze eigen minister van innovatie Muyters voor ogen heeft:

  • De Portugese code clubs vinden altijd plaats in scholen en bv. niet in bibliotheken of ander locaties;
  • De betrokken scholen werden door de overheid geselecteerd en net de scholen in kansarme buurten of met een moeilijke populatie kreeg voorrang;
  • Deelname is extra-curriculair en maakt deel uit van naschools opvangaanbod maar het is voor iedereen gratis;
  • De lesgevers zijn leerkrachten die daarvoor een incentive en een opleiding krijgen. Dit zorgt ook voor een grote transfer naar de ICT lessen in school zelf;
  • Inhouden, toepassingen, software komen voornamelijk uit het bedrijfsleven;
  • Het programma wordt zo goed als integraal door de industrie gefinancierd.

Portugal participeert ook in het “Apps for good programme”, een soort programmeerwedstrijd waarbij teams nuttige apps moeten ontwikkelen. We kregen een interessant case te zien en konden via skype ook vragen stellen aan de deelnemen leerlingen. De leerlingen hadden naast het ontwerpen van de app zelf heel wat zgn. 21e eeuwse vaardigheden geleerd: in team werken, werk verdelen, ideeën uitschrijven en uitwerken, problemen oplossen, creativiteit. Bijna de helft van het team zei dat het werken aan de app hen een beter inzicht in hun eigen talenten had opgeleverd en ook een impact had op hun toekomstige studiekeuze.

ICT en digitale media in het onderwijs: wat zeggen de beleidsnota’s?

Dat er (serieus) moet bespaard worden wisten we al. Toch hebben de Vlaamse beleidsnota’s van Onderwijs, Media, Cultuur, Inburgering en Armoede ook aandacht voor de verdere digitalisering van het onderwijs. Wat opvalt is een continuering van voorgaand beleid met aandacht voor digitale leermiddelen en een duidelijke focus op digitale geletterdheid. Als we op de beleidsnota’s afgaan moeten we niet echt grootschalige nieuwe projecten verwachten. Dat heeft uiteraard met de krappe budgetten te maken. Een beleidsnota is weliswaar een belangrijke indicatie voor het nieuwe beleid, de ervaring leert echter dat veel beleid en cours de route vorm krijgt. Zo vermeld de beleidsnota Onderwijs zo goed als niets over curriculumhervorming, terwijl die er – in het kader van de hervorming Secundair Onderwijs – wel zit aan te komen. Zo’n curriculumhervorming zou voor allerhande zogenaamde 21e eeuwse vaardigheden (waaronder digitale geletterdheid, programmeren, mediawijsheid,…) wel eens heel belangrijk kunnen zijn. Maar het blijft dus nog wachten op meer concrete beleidsintenties op dat vlak. Hierna een overzicht van wat al wél al in de beleidsnota’s staat.

media_xll_7243779

 

 

 

 

 

Infrastructuur

Minister van Onderwijs Crevits wil ter vervanging van de huidige aflopende regeling voor internetconnectiviteit (Telenet-SchoolNet) een nieuwe raamovereenkomst onderhandelen rond breedband internet voor scholen.
Opleiding

Omwille van de besparingen werden de middelen voor ICT-nascholing via de vzw SNPB geschrapt en herbestemd. Wel wil de minister inzetten op Massive Open Online Courses (MOOCs) als e-learning methodiek en als nascholingskanaal voor leraren.

 

e-safety
eSafety-Logo_RGBCentraal in het beleid staat het eSafety Label project, dat na twee jaar als pilot klaar is om breed uitgerold te worden. Dit project beoogt een geïntegreerde aanpak van veilig ICT-gebruik via een schoolbrede aanpak waarbij op drie terreinen wordt gewerkt:

  • Schoolbeleid: Acceptable Use Policy, rol van ICT-coördinatoren, beleid inzake gsm-gebruik, social media beleid, …
  • Praktijk: mate waarin veilig ICT-gebruik aan bod komt in de lessen, mate waarin ouders betrokken/geïnformeerd worden, nascholing,…
  • Infrastructuur: firewall, back-up, paswoordenbeleid,…

 

Onderzoek

In 2016 is een evaluatie van het Plan Geletterdheid voorzien, dit met het oog op de verdere uitbouw van een structureel geletterdheidsbeleid in de periode 2016-2020. En om het ICT-beleid in het Vlaamse Onderwijs te monitoren en te evalueren voorziet minister Crevits een nieuwe afname van de ICT-monitor in 2017.

 

Digitale leermiddelen

De Beleidsnota Cultuur (minister Sven Gatz) meldt dat zowel het gamefonds als het Vlaams Instituut voor Archivering van Audiovisueel materiaal (VIAA) nog voorwerp zijn van evaluaties. Van beide organisaties loopt de beheersovereenkomst weldra ten einde. We gaan ervan uit dat deze nog niet zolang geleden opgestarte projecten verlengd zullen worden. Het VIAA dat o.a . het VRT-archief openstelt voor scholen levert immers schitterend werk. Een kleine 300 leraren testen momenteel hun educatief platform Testbeeld uit. Minister Crevits kondigt in haar eigen Beleidsnota trouwens aan dat ze de educatieve werking van het VIAA actief wil steunen.

Minister Crevits kondigt ook de uitbouw van een uniek toegangsportaal voor open leermiddelen aan, wellicht in de vorm van een single sign-on infrastructuur voor diverse leermiddelenverstrekkers zoals VIAA, Klascement, Knooppunt etc.

 

Mediageletterdheid

Om gelijke tred te houden met de snelle digitalisering en verdere mediatisering van de samenleving moet er de volgende jaren nog meer aan mediawijsheid worden gewerkt. Om deze reden krijgt het Kenniscentrum Mediawijsheid (www.mediawijs.be) meer verantwoordelijkheid. Voogdijminister Gatz wil dit Kenniscentrum uitbouwen tot hét referentiepunt voor mediawijsheid in Vlaanderen. Het Kenniscentrum Mediawijsheid zal nieuwe acties en initiatieven ondernemen, actuele trends opvolgen en specifieke doelgroepen bereiken. En dit in overleg met o.a. het beleidsdomein onderwijs.

Het leesbevorderingsproject ‘Kranten in de Klas’ blijft bestaan maar wordt grondig aangepast. Van een passieve kennismaking met gedrukte kranten moet het project evolueren naar een actieve consultatie van digitale nieuwssites, participatie aan discussiegroepen ed. De komende legislatuur wil bevoegd minister Sven Gatz dit project nog meer afstemmen op de technologische evoluties binnen het medialandschap.

 

Digitale kloof

In de beleidsnota’s ‘Inburgering’ en ‘Armoedebestrijding’ vinden we tenslotte enkele passages terug over de bestrijding van de digitale kloof. Al zijn die minder concreet uitgewerkt. Binnen de inburgeringstrajecten wil de bevoegde minister Liesbeth Homans extra aandacht voor het werken aan geletterdheid in zijn ruime betekenis, waaronder digitale geletterdheid. Op die manier wil ze de Nederlandse taalverwerving extra ondersteunen en de digitale kloof verminderen. Ambitieus is de wil om bij inburgeringstrajecten gebruik te maken van ‘e-learning’ of ‘blended learning’ teneinde de combinatie van inburgering met werk, kinderopvang, opleiding, verblijf in het buitenland, etc. mogelijk en makkelijker te maken.

Studiedag Mediawijsheid in scholen en bibliotheken

debibopschoolHet Departement Onderwijs en Vorming en Bibnet nodigen leerkrachten secundair onderwijs en bibliotheekmedewerkers uit om te ontdekken hoe ze samen kunnen werken aan mediawijze jongeren. Deze studiedag vindt plaats op 24 mei vanaf 10 uur in het Ellipsgebouw in Brussel. Hij is bovendien gratis, maar het aantal deelnemers is wel beperkt.

In de voormiddag kijken we hoe het staat met mediawijsheid in onze scholen en de bibliotheken. Het veld is volop in beweging, maar er is nog werk aan de winkel: zowel voor scholen als bibliotheken blijven er belangrijke uitdagingen.  We tonen hoe scholen en bibliotheken, elk vanuit hun eigenheid, optimaal mediawijsheid bij jongeren kunnen bevorderen. Waar liggen hun unieke sterktes en waar kunnen ze elkaar versterken? Liggen er kansen in een goede samenwerking?

In de namiddag worden concrete voorstellen en aanbevelingen voorgelegd aan de deelnemers van de studiedag. De deelnemers gaan met elkaar in interactie om samen tot concrete en gedragen aanbevelingen te komen.

Programma, praktische informatie en meer info: http://www.bibnet.be/portaal/Bibnet/Lokale_Ondersteuning/Mediawijsheid

 

Leren lesgeven zonder digitaal bord

 Marketing is iets opmerkelijks. Marketeers slagen er in om ons vooreerst duidelijk te maken dat we iets missen, dat we ons dringend iets moeten aanschaffen. Vervolgens overtuigen ze er ons van dat we zoveel gelukkiger zijn en beter presteren met wat ze ons hebben laten aanschaffen. Om tenslotte onszelf te laten verkondigen dat we “niet meer zonder zouden kunnen”.

En dat is nu net wat er is gebeurd met de hype van het digitale bord.
Vele honderden jaren was elke lesgever volstrekt tevreden met een krijtbord. Een quasi onverslijtbaar en duurzaam instrument dat je toeliet om aantekeningen te maken (en ze opnieuw uit te wissen!), tekeningen te maken, prenten op te hangen,… Ten opzichte van de huidige interactieve borden boden ze heel wat voordelen: geen kopzorgen over stroompannes of een server die plat ligt, geen onderhoud of updates nodig, geen kabels die liggen te slingeren, geen beamer, … Maar vooral: multitouch! Zoveel leerlingen als we zelf wenselijk achtten, konden simultaan aan het krijtbord aan de slag.
En tijdens de speeltijd? Dan leefden de kinderen zich met stoepkrijt uit op de grootste interactieve speelplaats aller tijden! Ze tekenden op de betontegels en wonderwel: de tekening verscheen op ware grote op hun speelplaats, in kleur! Voorwaar een “must have” voor elke school…

Stijn Van Laer kreeg zeer terecht uitgebreide media-aandacht tijdens de voorbije weken. Hij zorgde immers voor een onderzoek dat elke schooldirectie zou moeten lezen om gewapend het marketinggeweld van de digiborden-lobby tegemoet te gaan: “Hoe gebruiken leerkrachten een digibord?” Het resultaat lijkt in één zin samen te vatten: 44% van de leerkrachten gebruikt zijn of haar digitaal bord niet. Rekening houdende met de lamentabele staat van vele schoolgebouwen, de noodzakelijke wafelslagen en eetfestijnen om geld in te zamelen,… op zijn minst een conclusie die tot nadenken stemt.

Afhankelijk van je doel of belang kan je hier twee meningen uit laten volgen:
-“Vlaamse scholen dienen dringend werk te maken van een intensieve bijscholing rond het gebruik van de digitale borden die in hun lokalen hangen. Pas dan zullen de leerkrachten degelijk gebruik kunnen maken van de schoolborden met al hun mogelijkheden.” (Noot: voor bijscholingen ben je vaak nog eens aangewezen op het aanbod van de fabrikant van je digibord.)
-“De huidige generatie digitale schoolborden bieden geen toegevoegde waarde aan de Vlaamse leerkracht. Velen voelden zich verplicht om mee te stappen in de hype, maar blijven teleurgesteld achter.”

Uiteraard zijn er vele lesgevers die prachtig gebruik maken van de toegevoegde waarde van een digitaal bord. Maar moeten we ook niet durven inzien dat dit niet voor ieder van ons is weggelegd? En dan doel ik niet zozeer op “engagement” of op “ict-vaardigheden”, maar eerder op de eigen stijl van lesgeven, de eigen dynamiek in de klas. Daarom ook geen pleidooi tegen digitale borden, maar wel een oproep om kritisch na te gaan of een digitaal bord in jouw leslokaal wel de verhoopte meerwaarde zal bieden die de commerciële aanbieders beloven.

Komen we immers niet uit een tijd waar we negatief stonden ten opzichte van het frontale lesgeven? Waarbij we zochten naar alternatieve (“activerende”) lesvormen?  Waarom laten we ons “bord” dan nu niet los?

De echte meerwaarde die de opkomst van het interactieve bord met zich mee heeft gebracht ligt in vele klaslokalen niet zozeer in het interactieve gebruik ervan, maar eerder in de bijhorende plaatsing van een multimediaprojector. Deze vaste plaatsing (een noodzaak bij een interactief bord) maakt dat vele lesgevers veel vaker gebruik maken van visualisaties in de klas: ze gaan vaker op internet, ze zoeken sneller een filmpje op en tonen veel vaker foto’s en didactische platen.
Maar heb je daarvoor een digitaal bord nodig? Helemaal niet: een computer en multimediaprojector volstaan. Wat zou immers de meerwaarde kunnen zijn van een digitaal bord om je filmpje te projecteren…? Meteen is echter de kostprijs voor je klasopstelling minstens met 60% naar omlaag gehaald…

Uiteraard is deze column zwartwit opgesteld. Uiteraard zijn er vele lesgevers die zich met hart en ziel overgeven aan hun digitale bord en er zeer veel meerwaarde uit halen. Maar we moeten ook durven inzien dat een digitaal bord geen must is om interactief les te geven, om “modern” les te geven, om het doel te bereiken die we allen nastreven: het aanbieden van kwalitatief onderwijs.

Geert Callebaut

Mediadocent
Lerarenopleidingen KAHOSL-Aalst

Als iedere druppel telt.

Soms vallen projecten en nieuws wonderbaarlijk en ongepland samen.

Zo ook vrijdag laatstleden zat ik mijn dagelijkse portie nieuws te consumeren. TV-zender Eén bracht een nieuwsitem over de lacunes van startende verpleegkundigen. Het blijkt dat de onmiddellijke inzetbaarheid van afgestudeerden mindert : http://www.deredactie.be/permalink/1.1132215

Wil het nu toch wel lukken dat ik deze week 2 projecten heb afgerond voor verpleegkundigen en een nieuw zal opstarten.

Elke druppel telt.
Dat de rekenvaardigheid van van Jan Modaal vermindert, weten we al langer. Maar verpleegkundigen kunnen het zich niet veroorloven om rekenfouten te maken in doseringen.
Rekenen in de gezondheidszorg moet snel, nauwkeurig en onder stresserende omstandigheden. Een foute berekening van een dosering kan fatale gevolgen hebben en leidt in elk geval tot ernstige ongemakken en gevolgen bij de patiënt. Studies wijzen uit dat fouten nog te vaak voorkomen. Een doseringsfout komt minder vaak voor, maar heeft een grote kans op ernstige gevolgen en moet dus ABSOLUUT worden vermeden.
Het UZGent heeft in een samenwerking tussen de dienst Apotheek, de dienst Vorming en VDAB-Webleren een unieke e-learningmodule over Medisch Rekenen ontwikkeld.

Zo zie je dat op het kruispunt van Onderwijs, Werk en Bedrijfsleven, e-learning zijn steentje bijdraagt. En daar ben ik blij om.

De webcursus staat gratis ter beschikking voor ieder individu en je kan er hier meer over lezen: http://contact.vdab.be/webleren/2011/03/medisch-rekenen.html

Knelpuntberoep
Ik trap een open deur in met “Verpleegkundige is een knelpuntberoep”. Daarom lanceerden we als tweede online infosessie die voor verpleegkundige : http://vdab.be/infosessie/verpleegkundige/index.html

Nog even aanstippen dat op 18 maart 2012 de Dag van de Zorg zal georganiseerd worden.
Als iemand een goed idee heeft om dit online te promoten en zorgberoepen online in het zoeklicht te zetten, of als je een online “ziekenhuisgame” kent… geef me maar een seintje via  onze fanpage op FB.

Media & Learning 2011

We would like to invite you to register for the Media & Learning 2011 Conference on 24-25 November 2011 in Brussels which is being organised in collaboration with the Flemish Ministry of Education. This event will take place in the Flemish Ministry of Education Headquarters in Brussels. The conference programme is now available.

This conference is aimed at practitioners and policy makers who want to find new and effective ways to use media to enhance the learning process. The conference has three main themes; future trends and developments in media-supported learning, digital and media production skills and competences including media literacy, and the use and re-use of existing media resources in education and training at all levels. Registration is now open on the conference website.

Highlights of the conference include keynote presentations by Belgian child psychiatrist Peter Adriaenssens who argues that creative education is essential for the development of the brain and personality of children and Richard Harper, Principal Researcher at Microsoft Research in Cambridge, UK. Screenings showing excellent examples of media usage to support learning from Thomson Reuters in the UK, TV.Klasse in Belgium, Nanyang Technological University in Singapore and finalists in the MEDEA Awards 2011 along with discussion sessions, workshops and demonstrations combine to create a packed programme of activities.

Een miljoen euro voor de School voor de Toekomst

Jongeren van vandaag moeten op school competenties verwerven die hen in staat stellen zich steeds opnieuw aan te passen aan nieuwe evoluties. Het verwerven van zulke competenties kan echter niet alleen via kennisoverdracht. Scholen gaan dus op zoek naar een competentiegerichte didactiek. Minister van Onderwijs Pascal Smet en minister van Media en Innovatie Ingrid Lieten investeren 1 miljoen euro in innovatieve concepten voor een competentiegerichte leeromgeving. Dankzij het nieuwe beleidsinstrument Innovatief Aanbesteden van de Vlaamse Regering kan dit project gerealiseerd worden.

Innovatief Aanbesteden helpt de overheid in haar actieve zoektocht naar innovatieve oplossingen om haar dienstverlening te verbeteren en de maatschappelijke uitdagingen aan te pakken.

De maatschappelijke uitdagingen voor het project ‘Een school voor de toekomst, op zoek naar een leeromgeving voor competentiegericht onderwijs’ zijn groot en divers. Voor toekomstgericht onderwijs gaan scholen op zoek naar een competentiegerichte didactiek waarbij probleemoplossend leren, contextgebonden opdrachten, het verwerven van leervaardigheden, het samenwerkend leren en het verwerken en delen van kennis centraal staan. Deze competentiegerichte didactiek vereist een mix van werkvormen. Deze mix van werkvormen wordt samengevat in het begrip blended learning. Een competentiegerichte leeromgeving stelt echter bijzondere eisen. Zowel aan de integratie van binnen- en buitenschoolse leerplekken, de indeling van het schoolgebouw als aan de uitrusting en de inrichting van de ruimte en aan de ICT – uitrusting.

Op maandag 2 mei 2011 werd de Prior Information Notice (PIN) voor het IWT project Een school voor de toekomst officieel gepubliceerd in het Belgisch staatsblad en het Europese aanbestedingsbulletin. Het project start met een innovatieplatform waar we samen met alle mogelijke partners een totaalconcept voor een competentiegerichte leeromgeving proberen te ontwikkelen.

Geïnteresseerde bedrijven, onderzoeksinstellingen, didactici en verenigingen worden uitgenodigd tot deelname aan de Kick off van het innovatieplatform op 31 mei 2011.  Na registratie ontvangt u een bevestigingsmail.

Meer info en achtergronddocumenten www.innovatiefaanbesteden.be – selecteer onderwijs

Aankondiging eLearning Awards 2010

Dit jaar vieren we het tweede lustrum van de  eLearning Awards, Europa’s toonaangevende competitie gebruik van technologie in het onderwijs beloont. Scholen en lerarenopleidingen worden uitgenodigd deel te nemen en zich te registreren op http://elearningawards.eun.org/register en hun projecten te presenteren die gebruik maken van ICT voor lesgeven en leren.

De deadline voor deelname aan de eLearning Awards is 28 september 2010.

Meer info op: http://elearningawards.eun.org/ /

mail : elearningawards-info@eun.org

Haal veel meer uit LinkedIn

Logo_linkedin De netwerksite LinkedIn is je waarschijnlijk al bekend. Misschien heb je al een profiel of kreeg je al uitnodigingen om aan te sluiten bij het netwerk van mensen die je kent. Maar ken je ook de wàre kracht van LinkedIn? Wist je bijvoorbeeld dat LinkedIn ook een schitterend instrument is als je op zoek gaat naar een nieuwe job?

Die know-how kreeg VDAB van networking coach Jan Vermeiren.  Hij is de auteur van de boeken ‘Let’s connect’ en ‘Hoe LinkedIn nu ECHT gebruiken’ en dé specialist bij uitstek als het om netwerking gaat.  Je kan een light versie van zijn laatste boek op zijn site aanvragen. Hier verklappen we alvast de essentie.

Je vertrekt vanuit je doel, een nieuwe job vinden. De DOEN-oefening helpt je om je doel duidelijk te stellen. Daarna volg je een basisstrategie in 3 stappen:
• een aantrekkelijk profiel maken op LinkedIn,
• je basisnetwerk of eerstegraadsnetwerk opbouwen,
• je netwerk efficiënt en effectief verder uitbouwen.

Wanneer je dan op zoek gaat naar de juiste mensen die je kunnen helpen om een nieuwe job te vinden, maakt LinkedIn de connecties zichtbaar die je met hen hebt. En juist daarin schuilt de grote kracht van LinkedIn. Het geheim tot succes schuilt hem dus in je 2e-graads netwerk : de kennissen van je kennissen.

De volledige strategie die je naar je toekomstige job kan leiden, met alle details, voorbeelden en waardevolle tips vind je in een nieuwe webcursus ‘LinkedIn om een job te vinden’. De eerste reacties zijn al binnen, allemaal positief. Samengevat: warm aanbevolen!

Speciaal voor de edubloggers : hierbij een gratis en voor niets demo-toegang :

– surf naar http://e-leren.vdab.be
– Gebruikersnaam: st_dlinkedi
– Paswoord: f5z5etti

Maar dan moet je wel eerst onze netwerkgedachte delen !

Seminarie : E-Portfolio & E-Learning

Na het toch behoorlijke succes van het vorige seminarie met meer dan 60 deelnemers uit onderwijs, bedrijfsleven en sectoren, kan je weer eens op pad voor een seminarie rond E-Portfolio & E-Learning.

Een toegenomen bewustzijn naar competentie gebaseerde curricula doet de vraag naar goede e-portfolio‘s groeien. E-portfolio is een recente technologie die de organisaties/scholen binnen waait en die het levenslang leren ondersteunt. Het biedt de mogelijkheid aan organisaties, werknemers, studenten om hun kennis en hun competenties in kaart te brengen en/of uit te breiden.

In dit seminarie gaan we dieper in op het eigenlijke gebruik van e-portfolio’s, zowel in de bedrijfswereld als binnen het onderwijs.

Datum : 20-10-2009 van 13:30u tot 17:30u

Plaats : Anderlecht

Meer info en inschrijven : http://www.be-odl.org/si.aspx?id=332

Studiedag Taccle

Informatie- en communicatietechnologie (ICT) is al langer in de klas voorhanden en stilaan breken ook elektronische leeromgevingen door. Het is een uitdaging om dit op een zinvolle manier in de klas te gebruiken. Technologie op zich is immers niet voldoende. Wie bij het lesgeven een ELO wil gebruiken, moet kwalitatief hoogstaande leerinhouden kunnen aanmaken en ze didactisch juist kunnen gebruiken.

Daarom is het belangrijk om leerkrachten te leren hoe ze zelf lesmateriaal kunnen ontwikkelen, hoe ze een leerpad moeten uitwerken, hoe ze hun leerlingen ermee laten omgaan en hoe ze ontwikkelde materialen met collega’s kunnen delen. Dit is het doel van het Europees gefinancierde TACCLE-project.

TACCLE voorziet in:

  1. een stap-voor-stap handboek met mogelijkheden en hulpmiddelen voor e-leren op maat van de leerkracht;
  2. op de praktijk gerichte nascholingen om vaardigheden te ontwikkelen die direct toepasbaar zijn in de klas en bij het ontwikkelen van materiaal voor e-leren;
  3. een website boordevol informatie: www.taccle.eu;
  4. jaarlijkse internationale nascholingscursussen.

Op zaterdag 17 oktober worden de resultaten van TACCLE gepresenteerd op een studiedag aan het departement HABE van de hogeschool Gent (Voskenslan 270, 9000 Gent). Deelname aan deze studiedag is gratis (maaltijden inbegrepen). Allen daarheen dus!

Meer info en het volledige programma op de website.

Nieuwjaar: tijd voor voorspellingen, ook in e-leerland

Nieuwjaar is niet alleen het moment voor goede voornemens en beste wensen voor vrienden, familie en collega’s, het is ook een moment voor reflectie en vooruitkijken. Ook in de blogosfeer is het een gewoonte aan het worden om zich in de rustige periode rond Kerst en Nieuw te wagen aan een voorspelling of een trendanalyse.
Kristallen bol
Een kleine greep uit het aanbod:

Wat leren we uit al die artikels?

  • Ten eerste dat we met zijn allen te weinig tijd hebben om al die dingen kritisch te lezen (al wil ik wel nog tijd voor vrijmaken deze maand).
  • Ten tweede dat er op het vlak van technologie zoveel verschuivingen aan de gang zijn dat voorspellingen op het vlak van technologie erg moeilijk zijn.
  • Ten derde kunnen we vaststellen dat didactische veranderingen waarschijnlijk niet zo’n vaart zullen lopen. Het (hoger) onderwijs is (en blijft voorlopig) een sterk inerte entiteit. De meeste veranderingen zitten er waarschijnlijk aan te komen in volwassenenonderwijs en levenslang leren, waar het netwerkleren sterk toeneemt.
  • Ten slotte is duidelijk dat onderwijs zonder het Web volstrekt ondenkbaar wordt. Zaak is nu nog om goede werkvormen, situaties en evenwichten te vinden.

Leren in een genetwerkte samenleving

Tip van de dag, voor alle innovatoren en kennismanagers.
In september start een (gratis!) online cursus van twee kennisgoeroes (Stephen Downes en George Siemens), met als titel “Connectivism & Connective Knowledge“. Op het cursusblog kan je alvast mee volgen hoe de ontwikkeling loopt.

De cursus heeft al een 600 tal ingeschreven cursisten van over de ganse wereld, en vooral origineel is het concept van het traject: alles verloopt grotendeels decentraal, vertrekkende van een aantal optionele wekelijkse visieteksten of beperkte literatuur. En daarop gebaseerd wordt geblogd, wiki’s volgeschreven, gecommuniceerd synchroon of asynchroon… Het ganse netwerk lerenden zal zo interageren met elkaar, met de experten, en met de inhouden, op een erg informele manier. Zo zijn er al regionale netwerkjes ontstaan met cursisten die een aantal face to face sessies gaan houden, zijn er cursisten die zich al geengageerd hebben om de teksten te vertalen…

“Ga ik niet veel informatie missen op deze manier, wanneer 600 personen door elkaar gaan praten, bloggen, schrijven, mailen, discussiëren…”, vraagt u zich af. Het antwoord van de organisatoren: “Ja natuurlijk – da’s normaal in deze tijd – get used to it“… enigszins simplistisch, en volgens mij ook gedoemd om een erg chaotisch experiment te worden… maar wel erg boeiend! Men vertrekt dus vanuit de web2 filosofie “the network is the filter“. Vertaald betekent dit dat de boeiendste discussies en inzichten door het netwerk lerenden naar boven gehaald worden, doordat bijvoorbeeld vaak gelinkt wordt naar interessante meningen.

Ik ben alvast geïnteresseerd in het resultaat van dit experiment… Food for thought! Misschien zie ik wel een aantal Vlamingen?

(Meer informatie op de cursus wiki of de aggregatiesite