Op studiebezoek in Noord-Ierland

Ik heb het genoegen deel uit te maken van een werkgroep van de Europese Commissie die zich bezighoudt met digitale vaardigheden. Via die werkgroep kom ik regelmatig in contact met buitenlandse collega’s, leer ik ICT-projecten uit de EU kennen en kan ik een kijkje nemen hoe het in andere landen aan toegaat. Een van die studiebezoeken of Peer Learning Activities ging vorige week door in Belfast.

De hoofdstad van Noord-Ierland heeft zelf heel wat te danken aan de EU die het vredesproces tussen Britsgezinde unionisten en Iersgezinde katholieken heeft gefinancierd. Het vredesproces werkt, maar het is broos en er is een schandalig grote muur (de “peace wall” heet hij eufemistisch) die de wijken en de mensen van elkaar scheidt. Ook hier weer heb ik kunnen vaststellen dat Europa wel degelijk werkt, want het is de unie die zorgt voor de financiële onderbouw van het vredesproces. Met Europees geld werd er gezorgd voor werk, stadvernieuwing, gemeenschapscentra, recreatieparken en nog veel meer. Geen wonder dat een grote meerderheid hier tegen de Brexit stemde en zich zorgen maakt over wat de impact ervan zal zijn.

De “Peace wall” en een mural in Belfast

 

 

 

 

 

Maar we kwamen dus niet naar Belfast om het over herinneringseducatie, maar wel over ICT in het onderwijs te hebben. Meer specifiek ging het over samenwerking met de industrie, arbeidsmarkt en bedrijfsleven. De inbreng van bedrijven in het schoolgebeuren lijkt hier veel groter dan in Vlaanderen.  De discussie over de samenwerking onderwijs-arbeidsmarkt en de skills gap was dezelfde die enkele weken gelden nog voerde met mensen van het STEM-platform. Wanneer het gaat over samenwerking met het bedrijfsleven zien de vertegenwoordigers daarvan (niet enkel bedrijven maar bv ook de  VDAB) onderwijs soms heel erg in functie van de toelevering naar de arbeidsmarkt en het oplossen van het tekort aan bepaalde arbeidsmarktprofielen. Hier moeten twee kanttekeningen bij gemaakt worden:

1/ Het onderwijs heeft meerdere finaliteiten en de toelevering naar de arbeidsmarkt is er daar slechts één van. Onderwijs heeft immers ook als taak waarden over te dragen en actief burgerschap aan te kweken, talenten te ontwikkelen en basisvaardigheden aan te leren. Een te dominante inmenging van het bedrijfsleven op onderwijs houdt dus het risico in zich dat de toeleiding naar bedrijven te veel aandacht krijgt.

2/ Een tweede bedenking die ik me maakte is dat de industrie er soms een zeer dubbelzinnige houding op nahoudt als het gaat om de omgang met kinderen en jongeren in onderwijs: aan de ene kant vragen ze meer aandacht voor creativiteit, kritisch denken, samenwerking, probleemoplossend vermogen en verwachten ze studenten die actief kunnen bijdragen aan de digitale wereld. Tegelijkertijd zien ze onderwijs als een gigantische afzetmarkt en zien ze liefst zoveel mogelijk leerlingen en leraren die hun technologie, games, apps, software en “brands” gebruiken. Die laatste houding weerspiegelt eerder een visie die jongeren ziet als passieve consumenten van technologie dan die van actieve participanten …

Op de tweede dag van de PLA bezocht ik de Blythefield Primary School. Een klein basisschooltje in een van de meer achtergestelde wijken van Belfast. Een lokaal ICT bedrijf Komt er wekelijks een codeclub organiseren, tijdens de lessen. Ze zorgen voor een deel van de infrastructuur, maar brengen ook twee personeelsleden in die als coaches mee begeleidingen doen samen met de leerkracht. De samenwerking zorgt voor een win-win voor zowel de school als het bedrijf, dat talent zowel spot als volgt (Dat laatste vond ik wel verregaand; het ging hier immers om lager onderwijs).

De school maakt zo weinig als mogelijk gebruik van handboeken, maar wel van vrije leermiddelen  (zgn. open educational resources) o.a. complexere programmeeropdrachten en instructies afkomstig van de Raspberry Pi foundation. De discussie over het gebruik van OER is met name van belang wanneer het gaat om samenwerking met industrie. Eén van de grootste industrieën in onderwijs zijn immers die van de educatieve uitgevers. De school in Belfast koos er resoluut voor om zo weinig mogelijk papieren tekstboeken te gebruiken. Iets wat in Vlaanderen nog niet echt aan de orde is…

 

 

 

 

 

Maar dit studiebezoek leerde me ook enkele positieve aspecten kennen van samenwerking tussen scholen en het bedrijfsleven. Zo kunnen scholen – met name in de STEM-domeinen – gebruik maken van de nieuwste technologie, tools en software, wat het onderwijs vernieuwend,  praktisch en leerlingbetrokken kan maken.

Uit de landenpresentaties die volgden op dag 3 weerhoud ik dit keer vooral de presentaties over het Portugese model. Portugal zit in een gelijkaardige situatie als Vlaanderen, curriculumhervormingen laten lang op zich wachten en de administratie wil niet wachten om programmeren prominenter op de agenda te zetten. Als oplossing kozen ze daar voor het opzetten van code clubs in de scholen. Die codeclubs vinden plaats buiten de lessen maar er zijn belangrijke verschillen met het model dat onze eigen minister van innovatie Muyters voor ogen heeft:

  • De Portugese code clubs vinden altijd plaats in scholen en bv. niet in bibliotheken of ander locaties;
  • De betrokken scholen werden door de overheid geselecteerd en net de scholen in kansarme buurten of met een moeilijke populatie kreeg voorrang;
  • Deelname is extra-curriculair en maakt deel uit van naschools opvangaanbod maar het is voor iedereen gratis;
  • De lesgevers zijn leerkrachten die daarvoor een incentive en een opleiding krijgen. Dit zorgt ook voor een grote transfer naar de ICT lessen in school zelf;
  • Inhouden, toepassingen, software komen voornamelijk uit het bedrijfsleven;
  • Het programma wordt zo goed als integraal door de industrie gefinancierd.

Portugal participeert ook in het “Apps for good programme”, een soort programmeerwedstrijd waarbij teams nuttige apps moeten ontwikkelen. We kregen een interessant case te zien en konden via skype ook vragen stellen aan de deelnemen leerlingen. De leerlingen hadden naast het ontwerpen van de app zelf heel wat zgn. 21e eeuwse vaardigheden geleerd: in team werken, werk verdelen, ideeën uitschrijven en uitwerken, problemen oplossen, creativiteit. Bijna de helft van het team zei dat het werken aan de app hen een beter inzicht in hun eigen talenten had opgeleverd en ook een impact had op hun toekomstige studiekeuze.

Leren lesgeven zonder digitaal bord

 Marketing is iets opmerkelijks. Marketeers slagen er in om ons vooreerst duidelijk te maken dat we iets missen, dat we ons dringend iets moeten aanschaffen. Vervolgens overtuigen ze er ons van dat we zoveel gelukkiger zijn en beter presteren met wat ze ons hebben laten aanschaffen. Om tenslotte onszelf te laten verkondigen dat we “niet meer zonder zouden kunnen”.

En dat is nu net wat er is gebeurd met de hype van het digitale bord.
Vele honderden jaren was elke lesgever volstrekt tevreden met een krijtbord. Een quasi onverslijtbaar en duurzaam instrument dat je toeliet om aantekeningen te maken (en ze opnieuw uit te wissen!), tekeningen te maken, prenten op te hangen,… Ten opzichte van de huidige interactieve borden boden ze heel wat voordelen: geen kopzorgen over stroompannes of een server die plat ligt, geen onderhoud of updates nodig, geen kabels die liggen te slingeren, geen beamer, … Maar vooral: multitouch! Zoveel leerlingen als we zelf wenselijk achtten, konden simultaan aan het krijtbord aan de slag.
En tijdens de speeltijd? Dan leefden de kinderen zich met stoepkrijt uit op de grootste interactieve speelplaats aller tijden! Ze tekenden op de betontegels en wonderwel: de tekening verscheen op ware grote op hun speelplaats, in kleur! Voorwaar een “must have” voor elke school…

Stijn Van Laer kreeg zeer terecht uitgebreide media-aandacht tijdens de voorbije weken. Hij zorgde immers voor een onderzoek dat elke schooldirectie zou moeten lezen om gewapend het marketinggeweld van de digiborden-lobby tegemoet te gaan: “Hoe gebruiken leerkrachten een digibord?” Het resultaat lijkt in één zin samen te vatten: 44% van de leerkrachten gebruikt zijn of haar digitaal bord niet. Rekening houdende met de lamentabele staat van vele schoolgebouwen, de noodzakelijke wafelslagen en eetfestijnen om geld in te zamelen,… op zijn minst een conclusie die tot nadenken stemt.

Afhankelijk van je doel of belang kan je hier twee meningen uit laten volgen:
-“Vlaamse scholen dienen dringend werk te maken van een intensieve bijscholing rond het gebruik van de digitale borden die in hun lokalen hangen. Pas dan zullen de leerkrachten degelijk gebruik kunnen maken van de schoolborden met al hun mogelijkheden.” (Noot: voor bijscholingen ben je vaak nog eens aangewezen op het aanbod van de fabrikant van je digibord.)
-“De huidige generatie digitale schoolborden bieden geen toegevoegde waarde aan de Vlaamse leerkracht. Velen voelden zich verplicht om mee te stappen in de hype, maar blijven teleurgesteld achter.”

Uiteraard zijn er vele lesgevers die prachtig gebruik maken van de toegevoegde waarde van een digitaal bord. Maar moeten we ook niet durven inzien dat dit niet voor ieder van ons is weggelegd? En dan doel ik niet zozeer op “engagement” of op “ict-vaardigheden”, maar eerder op de eigen stijl van lesgeven, de eigen dynamiek in de klas. Daarom ook geen pleidooi tegen digitale borden, maar wel een oproep om kritisch na te gaan of een digitaal bord in jouw leslokaal wel de verhoopte meerwaarde zal bieden die de commerciële aanbieders beloven.

Komen we immers niet uit een tijd waar we negatief stonden ten opzichte van het frontale lesgeven? Waarbij we zochten naar alternatieve (“activerende”) lesvormen?  Waarom laten we ons “bord” dan nu niet los?

De echte meerwaarde die de opkomst van het interactieve bord met zich mee heeft gebracht ligt in vele klaslokalen niet zozeer in het interactieve gebruik ervan, maar eerder in de bijhorende plaatsing van een multimediaprojector. Deze vaste plaatsing (een noodzaak bij een interactief bord) maakt dat vele lesgevers veel vaker gebruik maken van visualisaties in de klas: ze gaan vaker op internet, ze zoeken sneller een filmpje op en tonen veel vaker foto’s en didactische platen.
Maar heb je daarvoor een digitaal bord nodig? Helemaal niet: een computer en multimediaprojector volstaan. Wat zou immers de meerwaarde kunnen zijn van een digitaal bord om je filmpje te projecteren…? Meteen is echter de kostprijs voor je klasopstelling minstens met 60% naar omlaag gehaald…

Uiteraard is deze column zwartwit opgesteld. Uiteraard zijn er vele lesgevers die zich met hart en ziel overgeven aan hun digitale bord en er zeer veel meerwaarde uit halen. Maar we moeten ook durven inzien dat een digitaal bord geen must is om interactief les te geven, om “modern” les te geven, om het doel te bereiken die we allen nastreven: het aanbieden van kwalitatief onderwijs.

Geert Callebaut

Mediadocent
Lerarenopleidingen KAHOSL-Aalst

Als iedere druppel telt.

Soms vallen projecten en nieuws wonderbaarlijk en ongepland samen.

Zo ook vrijdag laatstleden zat ik mijn dagelijkse portie nieuws te consumeren. TV-zender Eén bracht een nieuwsitem over de lacunes van startende verpleegkundigen. Het blijkt dat de onmiddellijke inzetbaarheid van afgestudeerden mindert : http://www.deredactie.be/permalink/1.1132215

Wil het nu toch wel lukken dat ik deze week 2 projecten heb afgerond voor verpleegkundigen en een nieuw zal opstarten.

Elke druppel telt.
Dat de rekenvaardigheid van van Jan Modaal vermindert, weten we al langer. Maar verpleegkundigen kunnen het zich niet veroorloven om rekenfouten te maken in doseringen.
Rekenen in de gezondheidszorg moet snel, nauwkeurig en onder stresserende omstandigheden. Een foute berekening van een dosering kan fatale gevolgen hebben en leidt in elk geval tot ernstige ongemakken en gevolgen bij de patiënt. Studies wijzen uit dat fouten nog te vaak voorkomen. Een doseringsfout komt minder vaak voor, maar heeft een grote kans op ernstige gevolgen en moet dus ABSOLUUT worden vermeden.
Het UZGent heeft in een samenwerking tussen de dienst Apotheek, de dienst Vorming en VDAB-Webleren een unieke e-learningmodule over Medisch Rekenen ontwikkeld.

Zo zie je dat op het kruispunt van Onderwijs, Werk en Bedrijfsleven, e-learning zijn steentje bijdraagt. En daar ben ik blij om.

De webcursus staat gratis ter beschikking voor ieder individu en je kan er hier meer over lezen: http://contact.vdab.be/webleren/2011/03/medisch-rekenen.html

Knelpuntberoep
Ik trap een open deur in met “Verpleegkundige is een knelpuntberoep”. Daarom lanceerden we als tweede online infosessie die voor verpleegkundige : http://vdab.be/infosessie/verpleegkundige/index.html

Nog even aanstippen dat op 18 maart 2012 de Dag van de Zorg zal georganiseerd worden.
Als iemand een goed idee heeft om dit online te promoten en zorgberoepen online in het zoeklicht te zetten, of als je een online “ziekenhuisgame” kent… geef me maar een seintje via  onze fanpage op FB.

Een miljoen euro voor de School voor de Toekomst

Jongeren van vandaag moeten op school competenties verwerven die hen in staat stellen zich steeds opnieuw aan te passen aan nieuwe evoluties. Het verwerven van zulke competenties kan echter niet alleen via kennisoverdracht. Scholen gaan dus op zoek naar een competentiegerichte didactiek. Minister van Onderwijs Pascal Smet en minister van Media en Innovatie Ingrid Lieten investeren 1 miljoen euro in innovatieve concepten voor een competentiegerichte leeromgeving. Dankzij het nieuwe beleidsinstrument Innovatief Aanbesteden van de Vlaamse Regering kan dit project gerealiseerd worden.

Innovatief Aanbesteden helpt de overheid in haar actieve zoektocht naar innovatieve oplossingen om haar dienstverlening te verbeteren en de maatschappelijke uitdagingen aan te pakken.

De maatschappelijke uitdagingen voor het project ‘Een school voor de toekomst, op zoek naar een leeromgeving voor competentiegericht onderwijs’ zijn groot en divers. Voor toekomstgericht onderwijs gaan scholen op zoek naar een competentiegerichte didactiek waarbij probleemoplossend leren, contextgebonden opdrachten, het verwerven van leervaardigheden, het samenwerkend leren en het verwerken en delen van kennis centraal staan. Deze competentiegerichte didactiek vereist een mix van werkvormen. Deze mix van werkvormen wordt samengevat in het begrip blended learning. Een competentiegerichte leeromgeving stelt echter bijzondere eisen. Zowel aan de integratie van binnen- en buitenschoolse leerplekken, de indeling van het schoolgebouw als aan de uitrusting en de inrichting van de ruimte en aan de ICT – uitrusting.

Op maandag 2 mei 2011 werd de Prior Information Notice (PIN) voor het IWT project Een school voor de toekomst officieel gepubliceerd in het Belgisch staatsblad en het Europese aanbestedingsbulletin. Het project start met een innovatieplatform waar we samen met alle mogelijke partners een totaalconcept voor een competentiegerichte leeromgeving proberen te ontwikkelen.

Geïnteresseerde bedrijven, onderzoeksinstellingen, didactici en verenigingen worden uitgenodigd tot deelname aan de Kick off van het innovatieplatform op 31 mei 2011.  Na registratie ontvangt u een bevestigingsmail.

Meer info en achtergronddocumenten www.innovatiefaanbesteden.be – selecteer onderwijs

Maand van het Vinden

 Onder de zoekmachinetermen op het dashboard (‘controlepaneel’ in ander Nederlands) van mijn blog The Sausage Machine:

hoeveel dagen lente

over hoeveel dagen is het lente.

Wat een leuke vondst! (Haastjerepje, mijn nieuwjaarswensen zijn nog niet verstuurd!) Kan mijn winterfoto van 9 januari 2010 een antwoord zijn voor de lentezoekers? Het is niet dat ook ik niet vol ongeduld op de lente wacht.

Nog iemand die op zoek is … : Peter den Hollander van de vakcommunity Nederlands van digischool.kennisnet.nl die druk doende is met het voorbereiden van activiteiten voor de Maand van het Vinden (april 2010). Hij wil o.a. een website opzetten. Ik geef hem door:

[…] op zoek naar (les)materiraal dat ik op (de nog te ontwikkelen) website Maand van het Vinden wil zetten.

Doelgroepen zijn leerlingen, studenten, maar ook ‘gewone’ burgers, misschien dat jullie i.s.m. de bibliotheek iets kunnen of willen organiseren. […]

Een hoofdonderdeel is: de estafette informatievaardigheden: ik zoek tenminste 12 scholen die in een estafette een project gaan doen dat uitmondt in een project a la Farewell: dat is een speelfilm gebaseerd op allemaal origineel materiaal van een wereldreis van een zepplin.

De communicatie tussen de scholen zou moeten plaatsvinden via videoconference […]

Peter den Hollander, vakcommunity Nederlands, e-mail 11-01-2010, vetjes van mij.

Informatievaardigheden, dat is hét onderwijswoord wel van het begin van de 21e eeuw, en niet alleen in Nederland. Staat het ook niet bovenaan in de checklijsten van de Vlaamse onderwijsinspectie? Mediaskills, skills, skills: dé mantra. Dé paradoxale dreun: we leven in een kennismaatschappij en zonder informatievaardigheden kennen we dus niet(s) (meer)? Natuurlijk niet. 

Informatievaardig kunnen we wel zoveel meer, sneller en beter. Met mijn leermeester Margreet van den Berg gebruik ik liever de term mediawijs, die is veel betekenisvoller dan ‘informatievaardig’. Wat zij met ‘mediawijs’ bedoelt? Haar hele blog ademt mediawijsheid! Volgen dus die wijze vrouw! 

Met informatievaardigheid is de kous van onderwijs echter lang niet af. Natuurlijk houdt die eeuwige vraag naar de ‘content‘ me bezig, het essentiële wat, nog belangrijker dan het how to do … Wat zullen we leren … én onderwijzen?

À propos, weet u/je al wat zoeken? Geen nood. Nog even geduld, u/je vindt het vast in de Maand van het Vinden. En de lente? Coming ASAP, elk jaar opnieuw, zolang de tijd voor ons mag duren … Gelukkig Nieuwjaar!

Update

Ondertussen is het aftellen op de beloftevolle site van Peter den Hollander. Op 7 april 2010 is er een openingscongres dat de start geeft aan de Estafette Informatievaardigheden – ook voor scholen uit België.

Studiedag Taccle

Informatie- en communicatietechnologie (ICT) is al langer in de klas voorhanden en stilaan breken ook elektronische leeromgevingen door. Het is een uitdaging om dit op een zinvolle manier in de klas te gebruiken. Technologie op zich is immers niet voldoende. Wie bij het lesgeven een ELO wil gebruiken, moet kwalitatief hoogstaande leerinhouden kunnen aanmaken en ze didactisch juist kunnen gebruiken.

Daarom is het belangrijk om leerkrachten te leren hoe ze zelf lesmateriaal kunnen ontwikkelen, hoe ze een leerpad moeten uitwerken, hoe ze hun leerlingen ermee laten omgaan en hoe ze ontwikkelde materialen met collega’s kunnen delen. Dit is het doel van het Europees gefinancierde TACCLE-project.

TACCLE voorziet in:

  1. een stap-voor-stap handboek met mogelijkheden en hulpmiddelen voor e-leren op maat van de leerkracht;
  2. op de praktijk gerichte nascholingen om vaardigheden te ontwikkelen die direct toepasbaar zijn in de klas en bij het ontwikkelen van materiaal voor e-leren;
  3. een website boordevol informatie: www.taccle.eu;
  4. jaarlijkse internationale nascholingscursussen.

Op zaterdag 17 oktober worden de resultaten van TACCLE gepresenteerd op een studiedag aan het departement HABE van de hogeschool Gent (Voskenslan 270, 9000 Gent). Deelname aan deze studiedag is gratis (maaltijden inbegrepen). Allen daarheen dus!

Meer info en het volledige programma op de website.

e-Tijdslijnen voor leerkrachten

obama

Hora ruit, tempus fluit.

De tijd loert altijd om de hoek. In ieder vakdomein.

Ik kan me al wel inbeelden wat leerkrachten/docenten (en hun leerlingen) kunnen doen met een internettool die visuele (!) tijdslijnen maakt. Enkele voorbeelden :

Je kan dus overal wel ergens een tijdslijn voor maken. Gedaan met het kunst- en vliegwerk in Word of Powerpoint. Gebruik gewoon Timerime.

De tijdlijnen op TimeRime kunnen worden aangeduid als interactief en multimediaal. De tijdlijnen kunnen worden gevuld met tekst, muziek, YouTube filmpjes, foto’s enzovoorts, waardoor TimeRime een platform is dat populaire community websites en andere portals combineert in een nieuwe portal. Op TimeRime kan je ook op zoek naar informatie over heel diverse onderwerpen. TimeRime is bij uitstek de plek voor eenieder die het internet gebruik als een grote encyclopedie.

Gebruikers kunnen zich gratis registreren voor een Basic-Account, waarmee ze gratis tijdlijnen kunnen maken. Ook is er een Pro-Account, dat nog meer mogelijkheden biedt dan een Basic-Account.

Maar wat meer is, de programmeurs van Timerime hebben een educatieve versie gebrouwen met enkele speciale functionaliteiten :

  • Afgeschermde omgeving
  • Geen advertenties
  • Tijdlijnen van jouw school alleen
  • Admin rechten voor docenten
  • Een eigen subdomein
  • Een header met het logo van de school
  • Unieke PDF printfunctie

Oké, toegegeven, het kost wel 99 euro per jaar. We verwachten altijd dat internet “gratis” is, maar overdreven is het ook niet als je dit intensief gaat gebruiken. En een ietwat e-bewuste schooldirectie kan zo’n bedragje er wel bijnemen.

Timerime.com heeft trouwens navolging gekregen. Het alom tegenwoordige Google heeft er zich nu ook op gestort. Maar geef mij toch maar de layout van Timerime.

Een variant is Dipity maar dan heeft Timerime wel weer een ander voordeel : het is van Nederlandse makelij en dus is er ook een nederlandstalige versie beschikbaar.

Welke van deze 3 varianten het  beste bij jou aanleunt ? Tempus omnia revelat.

PS : En wat dacht je van een groepstaak voor jouw studenten ?

En als ik de jongens van TimeRime een tip mag geven… geef de optie aan anderen om bestaande tijdslijnen aan te vullen. Collaboration… Web2.0…