Awesome presentaties maken?

Powerpoint-presentaties zijn vaak vooral slaapverwekkend. De reden is zeer simpel: het is een typisch voorbeeld van niet ‘out-of-the-box’ kunnen denken. Ken je nog de aloude overheadprojector? Je printte een aantal slides af met daarop vooral veel tekst en je nam een blanco blad. Dat gebruikte je om stap per stap de inhoud van je slides zichtbaar te maken op je overheadprojector. En Powerpoint die bracht niets nieuws. Oude wijn, weet je wel. In plaats van je tekst te printen op slides, kon je deze direct projecteren. Powerpoint bracht zelfs meer nadelen dan voordelen: steeds meer slides, steeds meer tekst én… de alom gevreesde ‘animaties’. Tekst kwam vanaf nu naar believen binnengewaaid, gevlogen, gedraaid,…
Naar het schijnt zijn er zelfs mensen door bezweken: dead by Powerpoint…

Prezi was al een verbetering. Eindelijk iets nieuws om presentaties mee te geven. Er werd vertrokken van de logische gedachte van 1 canvas waarop alles stond. Vergelijk het met een schematische voorstelling van het geheel van je inhouden. Plotsklaps werden onderlinge verbanden duidelijk en werd de visualisering een meerwaarde: de visuele content onthouden we immers veel beter dan de typische Powerpoint-opsommingen.

Maar kan het nog beter? PowToon doet alleszins een verdienstelijke poging. Men speelt er in de eerste plaats in op het ‘redundancy effect’. Lijsten met opsommingstekens worden zoveel mogelijk achterwege gelaten en het visuele aspect van je presentatie neemt het definitief over van de geschreven content. Je inhoud moet immers niet getypt staan op je presentatie om vervolgens af te lezen, maar moet je gewoon mondeling overbrengen aan je publiek. Waarom? Omdat we nu eenmaal sneller kunnen lezen dan dat we kunnen horen. Je opsomming in je Powerpoint-dia is dus vele malen sneller gelezen door je publiek dan dat jij kan vertellen. En daarom slaat zo snel de verveling toe bij je toehoorders…

Zijn er dan geen nadelen aan PowToon?
Zeker en vast wel. Vooreerst is de invalshoek nogal ‘Amerikaans’. Je weet wel: alles moet snel gaan en je moet zeer regelmatig het woord “awesome” gebruiken. Naar mijn bescheiden mening is Powtoon ook eerder geschikt om een online-filmpje te maken van je presentatie dan om live voor een publiek te brengen. Maar… is dat niet de bedoeling als we de adepten van “blended learning” mogen geloven?
En oh ja…wil je je gratis account overstijgen? Dan kost het je 228 dollar. Per jaar…

Niettegenstaande PowToon met name gericht is naar het bedrijfsleven, denkt men ook aan het onderwijs. Daartoe schreef men het boek “Cartoons in the classroom”, gratis te downloaden via https://s3.amazonaws.com/powtoon/books/Cartoons-in-the-Classroom-Book.pdf

Zelf aan de slag? http://www.powtoon.com/

Augmented reality in de praktijk

AUGMENTED REALITY IN DE PRAKTIJK
Geert Callebaut
Docent nieuwe media KAHO-HUB
Campus Aalst
September 2013

SITUERING
Augmented Reality of AR wordt het volgende modewoord in leraarskamers en op onderwijsmeetings. Nu een digitaal schoolbord standaard is geworden (en we hebben ingezien dat de ‘magie’ veelal een dun laagje marketingpraat was) en we er niet uit geraken wat de meerwaarde is van een Ipad in de klas (niettegenstaande we er van overtuigd zijn dat we er een zullen gebruiken in onze klas, willes nilles), komen we mogelijks tot een discussie die echt over inhoud gaat: AR.

In een ideale wereld zouden onze leerlingen niet langer sleuren met boekentassen, vol met kilo’s boeken, allemaal netjes gekaft. Een tablet zou deze functie overnemen: alle content digitaal, alle notities recht op onze tablet. Zo ver zijn we echter nog niet. Het is zelfs de vraag of we ooit zo ver zullen komen. Niet alleen hebben vele uitgeverijen het knap moeilijk om bij te benen en komen ze momenteel niet verder dan eenvoudige bordboeken die het niveau van een pdf spijtig genoeg maar met moeite overstijgen, bijkomend probleem is dat er gewoonweg niet te schrijven valt op een tablet. Of je nu een tablet neemt van 60 euro uit de speelgoedwinkel of een state-of-the-art gehypte Ipad: je slaagt er niet in om er een volzin op neer te pennen, laat staan dat je als zesjarige er je eerste letters op oefent.

Stilstaan dan maar? Laat ons hopen van niet. Onze gedigitaliseerde kinderen verdienen beter dan het orale onderwijs dat in het verleden zo vaak de praktijk uitmaakte. Zelfs geschiedenis werd maar al te vaak “verteld”. Niet opmerkelijk dat je niet kon onthouden welke president van Amerika in welke periode heeft geregeerd: je kon er je geen visueel beeld van vormen. In het eerste multimediaprincipe van Mayer wordt het nochtans duidelijk gesteld: bied je iets louter verbaal aan, dan blijft er grofweg 38 procent van de overgebrachte leerstof “hangen”. Combineer je echter dezelfde inhoud met beelden, dan stijgt dit tot 65%.
Overtuigd om de volgende keer toch wat extra beeldmateriaal te zoeken?
Maar dan blijft het probleem dat onze leerlingen in de meeste (zoniet alle) gevallen thuis aan de slag gaan met een… papieren hand- of werkboek. Daar zijn uiteraard “beelden” in opgenomen, maar wel “statische beelden”: prentjes en foto’s. En dat terwijl die generatie opgroeide met zeer rijke audiovisuele content.
Het antwoord is nochtans eenvoudig: augmented reality in de klas. Oorspronkelijk werd dit ontwikkeld voor reclamedoeleinden (George Clooney die je van op de affiche op het bushokje voorstelt om samen een Nespresso te drinken…). Maar dit slaat op heden niet echt aan. Waarom? Omdat mensen eenvoudigweg geen extra moeite willen doen om reclame te zien, nl. de tablet of smartphone opzetten, een app starten en doelbewust naar een reclamefilmpje kijken. Integendeel: mensen willen alleen moeite doen om reclame net te vermijden. Een “no go” dus…
Maar AR kan met zeer beperkte inspanning voor elke lesgever een wereld van verschil maken. Om te studeren word je immers wel verondersteld om extra inspanningen te leveren. En als je als modale leerling je leerinhouden audiovisueel ondersteund ziet in plaats van statisch uit een boek te moeten studeren, dan doe je dat toch?
Het probleem van pep-talk zoals het bovenstaande, is dat men in de meeste gevallen niet concreet wordt, dat het louter bij visie en virtualiteit blijft. Maar hoe doe je dat nu in de praktijk? Eerst een opleiding IT-er volgen en vervolgens je klas ombouwen tot server? Laat het ons even heel concreet maken.

WAT WILLEN WE?
De gedrukte content van onze leerlingen (of ze nu 6 of 66 jaar oud zijn) verrijken met audiovisuele media. Concreet: de prentjes, statistieken, logo’s, foto’s uit hun hand- en werkboeken veranderen in bewegende beelden, audiofragmenten, 3d-modellen, webpagina’s…

WAAROM?
In de eerste plaats omdat leren leuk mag zijn en omdat onderzoek uitwees dat audiovisuele content veel beter “blijft hangen”. Het leerrendement stijgt dus.
Maar ook vanuit een zorgzame ingesteldheid: het is een bijkomend hulpmiddel om drop-outs opnieuw in de boot te trekken. Leerlingen die weinig of geen interesse hebben in school, hebben vaak wel interesse in technologie, computers en nieuwe media. Net daar gaan we dan ook op inspelen: we maken ons huiswerk, we leren onze les met de tablet in de hand.

WAAROM NIET?
“Niet iedereen heeft een tablet thuis.” Ok, dat klopt. Maar dient een onderwijsomgeving niet om mensen te “alfabetiseren”. Pakweg een eeuw geleden was je als analfabeet de sociale drop-out: weinig perspectieven om maatschappelijk de nodige mobiliteit te hebben. Momenteel zijn de nieuwe analfabeten echter niet de personen die niet kunnen lezen of schrijven, maar de personen die niet met een computer of tablet kunnen werken. Een directe stimulans vanuit het onderwijs om op een zinvolle wijze aan de slag te gaan met nieuwe media lijkt dus wel wenselijk te zijn. De kostprijs van een tablet in vergelijking met het totale budget dat een gezin aan onderwijs moet besteden, valt trouwens echt wel mee. Het enige wat je moet durven is afstappen van de Ipad-dictatuur en zo de aankoopprijs laag houden en voor sommige gezinnen de sociale kas van de school aanspreken. Als dit kan voor de skiklassen, moet dat ook kunnen voor een tablet.

HOE DOEN WE HET IN DE PRAKTIJK?
DE LEERKRACHT
De leerkracht maakt allereerst een account aan op https://studio.aurasma.com Dit is gratis en verschilt in niets van het aanmaken van een account op eender welke site.
Een tutorial opent zich, ad libidum kan je deze eens doorlopen.

De eerste stap is dan een trigger image te uploaden. Dit is de afbeelding die je later zal laten scannen door je leerlingen. Neem dus van de foto of tekening uit het werk- of handboek een foto met je gsm en zet deze op je pc. Upload als “trigger image”. Bij het opmaken van een werkblaadje heb je uiteraard alle prenten al digital op je pc staan.

Zo zal je na verloop van tijd een hele collectie hebben met allemaal afbeeldingen uit je werkblaadjes en handboeken. Het handige is dat je er dan later nog andere verrijkte content kan aan koppelen zonder deze opnieuw te moeten uploaden.

Tweede stap is het maken van Overlays.
Dit zijn de filmpjes, muziek, websites,… die je leerlingen te zien krijgen als ze met hun tablet kijken naar de “trigger image” in hun boek of werkblaadje. Op het moment dat ze via de camera van hun tablet kijken naar bijvoorbeeld de foto van Boudewijn in hun WERO-werkblaadje, zien ze de door jou gekozen videofragmenten uit het leven van Boudewijn.

Het systeem is hetzelfde: je selecteert op je computer het filmpje dat je wenst te uploaden en dit komt in je bibliotheek te staan, je kan het nadien nog linken aan andere afbeeldingen of hergebruiken voor andere klassen of werkblaadjes.
Het uploaden van een filmpje kan trouwens best lang duren: even geduld, alles komt goed.

De derde stap is het maken van een Channel. Hier ga je de meeste problemen mee hebben als je niet duidelijk communiceert met je leerlingen. De Augmented Reality die jij maakt, kan immers niet door iedereen gezien worden, slechts door de mensen die zijn ingeschreven voor jouw “Channel”. Wat moet je dus doen: je leerlingen zich laten inschrijven voor jouw “channel”, eenmalig. Straks daarover meer.
Wat jij moet doen is louter een channel aanmaken, bv. “meesterjan”.

De vierde stap is tevens de definitieve stap: het maken van Auras. Een Aura is simpelweg de koppeling tussen het prentje uit het werkboek en het filmpje dat jij wil dat de leerlingen zien als ze er naar kijken via de aurasma-app.

Eerst geef je een nieuwe Aura een naam,
dan selecteer je de Trigger image, koppel je er een overlay aan en selecteer je je “channel”.
Voila, je eerste augmented reality is klaar.

DE LEERLINGEN
De leerlingen nemen hun tablet en installeren gratis en eenmalig de app “Aurasma”.
Ze klikken op het vergrootglas in deze app en typen in het zoekvenster de naam van het channel van de juf of meester en klikken op “follow”. Ook dit is eenmalig.
Vanaf nu openen ze de Aurasma-app op hun tablet, richten deze naar een afbeelding of prent uit hun boek of blaadje en zien jouw verrijkte content virtueel verschijnen.
Tip: zet naast de afbeeldingen die je verrijkte met Augmented Reality een klein icoontje van Aurasma, zo weten je leerlingen dat er achter die afbeeldingen iets meer zit.

TENSLOTTE
De mogelijkheden zijn slechts beperkt door jouw fantasie.
Waarom zou je bijvoorbeeld het werkblaadje dat je meegeeft als huiswerk niet verrijken met Aurasma? Als leerlingen het bekijken met hun tablet zien ze een filmpje dat jij hebt opgenomen met bijkomende uitleg en toelichting bij de oefeningen. Ook dat is een uiting van een zorgzame school: niet iedereen heeft immers ouders die even beslagen zijn in het begeleiden van het huiswerk van zoon- of dochterlief.

Mobile leerinhouden maken: een vak apart met valkuilen

foto 2Al doende leert men. Dat ondervonden we tijdens onze eerste stapjes op het vlak van mobile leerinhouden.

Algemene tools en apps genoeg op de respectievelijke Google en iTunes Stores. Maar als je zelf leerinhouden wil ontwikkelen/samenstellen/aanbieden, heb je een behoorlijke leercurve voor de boeg. Met de nodige onverwachte obstakels.

Native en offline

Twee apps die we ontwikkelden als Proof of Concept waren “native” voor iPad: snijtechnieken en kooktechnieken. “Native” is dus ontwikkeld in xCode, de programmeertaal om een app te maken voor iPhone en iPad. Niet eenvoudig en meestal niet haalbaar met de doorsnee kennis van een lesgever.

Je kon met deze 2 apps tekst, multiple choice oefeningen en video’s consulteren over de verschillende messen, snijtechnieken en basis kooktechnieken. Deze apps zijn nooit in de iTunes Store beland, maar enkel op een aantal iPads gezet die ter beschikking waren in onze opleidingskeukens.

De reacties van de leerders en lesgevers waren onverbloemd positief. Een korte greep uit de respons achteraf:

  • Ad hoc consulteerbaar (dus niet meer naar een (ander) computerlokaal, inloggen enz.)
  • Fragmentaire consultatie (snel even iets opzoeken)
  • Geen internet nodig
  • Te gebruiken voor klassikaal (aan de beamer) en individueel
  • De iPad zelf “viel ook in de smaak” omdat je handelingen kan filmen en zo voorbeelden verzamelen hoe je wel/niet bepaalde snijtechniek toepast. (zelfevaluatie en peer-to-peer)
  • Gebruik door twee leerders om in te oefenen en elkaar te helpen
  • Absoluut gebruiksgemak en eenvoud
  • Alle leerinhoud verzameld zonder afleiding of technische hoogstandjes voor de leerder
  • “Dit is beter dan klassikale lessen”.

Toch stelde het ons voor moeilijkheden en vragen:

  • Met 4 iPads kan je het beheer nog wel aan, maar wat als je er 10, 25 of meer moet beheren?
  • Naast device management heb je ook app management. Apps beheren zonder iTunes Store is een echte kopzorg. En maar gedurende beperkte tijd mogelijk omdat je slechts 1 jaar een app op deze manier kan installeren.
  • Het geheugen van de iPads liep snel vol met eigen videofragmenten
  • Op afstand beheren van iPads vergt wifi (die er niet was in de opleidingskeuken).
  • BYOD (bring your own device) is niet van toepassing, want de apps waren niet beschikbaar in de Store
  • Enkel toepasbaar voor leerinhouden zonder scores of tracking.
  • Zoals eerder gezegd is xCode nu ook niet de eenvoudigste programmeertaal.

Webapp en offline

Na deze twee proefstukken ontwikkelden we drie apps “Heftruck”, “Tablet op het werk” en “Help, ik moet solliciteren”. Ook weer een technische Proof of Concept om de ervaringen uit vorige apps om te zetten in beter, sneller, makkelijker.

Drie valkuilen werden vermeden: geen xCode, geen gedoe met iPad-beheer, DIY (do it yourself) installatie door de lesgever,…

Webapps zijn gemaakt in HTML(5) en worden daarna “verpakt” om in de iTunes Store of Google Play aan te bieden. Een technische drempel maar toch al heel wat eenvoudiger dan xCode. Met een goede html-editor kom je al snel op weg.

Maar het aanbieden op iTunes is echt niet zo eenvoudig. Je hebt heel wat opzoekwerk te doen en veel onduidelijkheden te overwinnen (en een Apple Developper account van 200 euro per jaar).

Conclusie: aanmaak makkelijker en hosting moeilijk.

Je kan de videofragmenten in jouw app insluiten (offline). Het nadeel is dat het geheugen van iPad al snel volloopt. Maar het blijft allemaal mooi offline als je niet over wifi beschikt in jouw opleidingsinstelling. Als je verwijst naar youtube-fragmenten, ben je toch weer verplicht een internetverbinding te hebben. Dilemma dus.

Als conclusie voor beide voornoemde POC’s was het doelpubliek (leerders en lesgevers in technische secties) uiterst geschikt. Zij hebben niet onmiddellijk en makkelijk een computer bij de hand en wensen het leermateriaal te consulteren zonder tracking of inloggen. Of zij wensen de tablet als didactisch instrument te gebruiken (bv. video-opname voor zelfevaluatie). Een app was dus niet strikt noodzakelijk.

Inhoudelijk zijn er toch ook verschillen tussen deze voorbeelden te vinden. “Heftruck”, “Snijtechnieken” en “Kooktechnieken” zijn meer bedoeld als consultatie van nuttig materiaal.

“Solliciteren” en “Tablet op het werk” hebben al meer een opgebouwd leerpad en dus nuttig voor gestructureerde zelfinstuctie.

“Frans@Work” (op iTunes of Google Play) is gaat nog een stap verder. Deze App focust op fragmentair en themagerichte zinnen en woordenschat. Er is een spelelement ingevoegd waarvan je de resultaten op Facebook deelt. Wellicht is dit inhoudelijk de beste weg om mobile native apps aan te bieden. De app is ontwikkeld in html5 met PhoneGap zodat het iets makkelijker is om voor beide toonaangevende platformen (IOS en Android) aan te bieden.

Nu werken we een derde POC uit: Online Mobile sites

Hierover meer in een volgende blogartikel waar we de voordelen aantonen met een case en enkele handige tips en trics.

 

Mocht je vragen/opmerkingen/suggesties hebben, post ze gerust in de comments.

 

Gratis App, betaalde content

Elk kind kent een bepaalde ontwikkelingsfase die gekenmerkt wordt door “verzameldrang”. Dat is de periode dat je maar beter alle broekzakken controleert vooraleer ze in de wasmachine te gooien. Er zitten gegarandeerd “uitzonderlijk mooie” steentjes, prulletjes, pluimpjes en blokjes in.
Steeds meer spelletjes halen hier de mosterd: verzamelen moet je doen!
Wat gebeurt er? Zoon- of dochterlief komt aandraven met een nieuwe app met de vraag om deze te downloaden. Uiteraard geef je de toestemming en tik je argeloos je paswoord in. De app is immers gratis én luistert naar onschuldige namen zoals “Nemo” of “coaster crazy”.
Iedereen zou onderhand al moeten weten dat niets gratis is en het dus slechts zaak is om het onderliggend addertje te zoeken… Welnu, ver hoef je er niet achter te zoeken. Bij dergelijke spelen moet je allerhande dingen “verzamelen”: je moet gewassen telen in je moestuin, je moet dorpen aanleggen, je moet vissen vangen en parels uit schelpen halen. Nooit moeilijke dingen. Je moet er alleen maar wat tijd voor over hebben. En dan komt de menselijke drang om “meer” en “beter” te hebben naar boven: een volgend level, een bijkomende uitrusting,… je kan het allemaal kopen met het virtuele geld of punten die je hebt verzameld. Of… je kan ook tegen echt geld die dingen bijkopen: een in-app aankoop. Een verderfelijke praktijk die mikt op de onwetendheid van de gebruiker. Apple bouwde na vele klachten uiteindelijk een duidelijkere melding in wanneer je op het punt staat om in-app aankopen te doen, maar waterdicht is dit niet. Een beursgenoteerd bedrijf moet immers in de eerste plaats winst maken… Apple krijgt 30 procent van alle in-app aankopen: een miljardenopbrengst. Een triest record staat op naam van een Engels 5-jarig jongetje dat op 15 minuten tijd meer dan 2000 euro besteedde aan Zombie vs Ninja. Je kan in dat spel immers extra munitie kopen tegen echt geld.

Dus zorg je er voor dat je kinderen geen in-app aankopen meer kunnen doen via je Ipad:
open “instellingen” en kies “Algemeen”
klik op beperkingen
klik “schakel beperkingen in” en kies een toegangscode.
Zet “kopen vanuit apps” uit.

Mobile en leren: een ezel stoot zich geen tweemaal aan dezelfde steen?

start2De opkomst en algemene doorbraak van mobile, tablets, smartphones, apps, responsive design en binnenkort 4G dwingt de opleidingswereld zich aan te passen aan dit nieuwe kanaal, dit nieuwe medium, deze nieuwe tools.

Immers uit marktcijfers blijkt enerzijds dat het aantal gebruikers van tablets en smartphones spectaculair stijgt. Maar ook binnen de literatuur over opleiding en didactiek blijkt deze tendens de hype voorbij en op weg van Proof Of Concepts naar een meer stabiele dienstverlening.

We richten ons dus hoofdzakelijk op volwassen leerders die de middelen hebben om deze apparaten en bijhorende kosten te dragen. Bovendien zullen de ermee gepaard gaande kosten nog kortelings dalen door bv. initiatieven vanuit de regering (regularisering mobiele tarieven). Maar evengoed scholieren kunnen niet meer zonder smartphone de deur uit.

We mogen ons echter niet laten meeslepen door de hype en alles onder de vorm van mobile apps aanbieden. Complementariteit, integratie, blended en meerwaarde moet voorop staan. Dat is hopelijk de les die we van e-learning hebben geleerd.

Tenslotte is de technologie van e-learning stilaan achterhaald en komen nieuwe standaarden naar voor. Scorm zal opgevolgd worden door TinCan. Dit laatste is een “e-standaard” die toelaat om leerinspanningen (formeel en informeel) te traceren en te verzamelen in een portfolio. Deze nieuwe e-standaard is dus meer geschikt om m-learning op te volgen en te “formaliseren”. Hoewel, ik heb nog geen operationele toepassingen ervan gezien.

De meeste artikels op blogs over m-learning beperken zich tot een lijstje van handige apps die het leren ondersteunen: een digitale notitieblok, een rss-reader, een fototoepassing, enz. Dit is slechts een basale vorm van mobile leren. Je gebruikt een apparaat om je leerinspanning te ondersteunen met apps die geen specifiek leermatariaal aanbieden. De lat zou toch hoger moeten liggen, niet?

Afhankelijk van de situatie (reële leeromgeving), leerdoelen, publiek … kan je toch keuzes beginnen maken over het gebruik van mobile leren.

Afbakening en positionering

Mobile dekt drie toepassingen:

  1. het leren/certificeren/informeren/testen/oriënteren met tablets en smartphones door middel van apps
  2. het leren/certificeren/informeren/testen/oriënteren met tablets en smartphones door middel van mobiel surfen (wifi-3G) (consulteren van de elektronische leeromgeving valt hier ook onder).
  3. het leren/informeren/oriënteren door middel van mobile publicaties (magazines)

Mobile kent twee toepassingsmogelijkheden/publiek:

  1. als kanaal om leermateriaal en testen aan te bieden aan de zelfsturende leerder (extern)
  2. als kanaal om leermateriaal en testen aan te bieden aan de lesgever & leerder in de reële leeromgeving (intern)

Mobile kan twee doelstellingen ondersteunen:

  1. het formeel leren met opgebouwde leerpaden en testen zoals e-learning en met losse assets onder begeleiding van lesgever (dus zowel extern als intern)
  2. het informeel leren door consultatie van losse leerassets of door aanbieden van regelmatige informatie à la vakmagazine (zowel extern als intern)

Deze matrix van positionering en afbakening is belangrijk om te bepalen waarin je wil en kan investeren als instelling en lesgever.

Het onderscheid tussen bv. formeel en informeel is zelfs voor e-learning nog altijd een twistpunt. We verwachten daarom evenzeer veel interpretaties rond m-learning. Misschien helpt dit kader je al even op weg. Ook al zitten in dit kader nog hiaten. Die kan je als lezer zeker aanvullen via de blogcomments. Maar je zal alvast de spreekwoordelijke ezel vermijden door er even op voorhand stil bij te staan.

Waar e-learning bij uitstek moeite mee had, was de integratie in de reële leeromgeving (klas, lesatelier, werkplek in industriële omgevingen…). Zeker in opleidingen voor handvaardigheidsberoepen. Mobile leren schept vooral hier hoge verwachtingen.

 

In een volgend blogtekstje zal ik wat concrete realisaties beschrijven en er conclusies uitlichten.

Studiedag Mediawijsheid in scholen en bibliotheken

debibopschoolHet Departement Onderwijs en Vorming en Bibnet nodigen leerkrachten secundair onderwijs en bibliotheekmedewerkers uit om te ontdekken hoe ze samen kunnen werken aan mediawijze jongeren. Deze studiedag vindt plaats op 24 mei vanaf 10 uur in het Ellipsgebouw in Brussel. Hij is bovendien gratis, maar het aantal deelnemers is wel beperkt.

In de voormiddag kijken we hoe het staat met mediawijsheid in onze scholen en de bibliotheken. Het veld is volop in beweging, maar er is nog werk aan de winkel: zowel voor scholen als bibliotheken blijven er belangrijke uitdagingen.  We tonen hoe scholen en bibliotheken, elk vanuit hun eigenheid, optimaal mediawijsheid bij jongeren kunnen bevorderen. Waar liggen hun unieke sterktes en waar kunnen ze elkaar versterken? Liggen er kansen in een goede samenwerking?

In de namiddag worden concrete voorstellen en aanbevelingen voorgelegd aan de deelnemers van de studiedag. De deelnemers gaan met elkaar in interactie om samen tot concrete en gedragen aanbevelingen te komen.

Programma, praktische informatie en meer info: http://www.bibnet.be/portaal/Bibnet/Lokale_Ondersteuning/Mediawijsheid

 

Oproep tot deelname aan het Project eSafety Label 2013-2014

Scholen hebben de plicht om veilige leeromgeving te voorzien en te werken aan veilig en verantwoord ICT-gebruik op school. Het eSafety Label heeft tot doel scholen te ondersteunen  bij het realiseren van ICT-veiligheid op school. Een positieve ICT ervaring gaat immers hand-in-hand met een degelijk schoolbeleid en een goed doordacht eSafety actieplan. Op de eSafety Label webportal, kunnen scholen hun eSafety beleid vormgeven en verbeteren door gebruik te maken van leermiddelen, factsheets en checklists. Leerkrachten, ICT-coördinatoren en schoolhoofden kunnen via het platform ook nuttige tips uitwisselen en antwoorden vinden op hun vragen. Het belangrijkste aspect van het eSafety Label is echter de assessment module waarmee een school in kaart brengt op welk niveau van ICT-veiligheid ze zich situeert. Beleidsplanning, ICT-infrastructuur, schoolprojecten enz. worden daarbij geëvalueerd in het licht van e-safety. Op basis van de resultaten ontvangt elke school een persoonlijk actieplan met het oog op het remediëren van zwakke punten in het schoolbeleid en het verhogen van de ICT-veiligheid. Wanneer de school voldoet aan een bepaalde norm ontvangt ze een eSafety Label. Meer info: www.esafetylabel.eu

Het eSafety label is een project van het European Schoolnet en kwam tot stand i.s.m. met een aantal toonaangevende bedrijven (Kaspersky Lab, Telenet, Microsoft, Telefonica) en Europese ministeries van Onderwijs (België-Vlaanderen, Italië en Portugal, Oostenrijk, Tsjechië, Estland en Spanje.

Een Pilootproject

Vooraleer gestart werd met de ontwikkeling van de instrumenten en het eSafety label concept werd onderzoek gevoerd in de participerende landen. Zo werden de belangrijkste noden en bestaande initiatieven in kaart gebracht. Gedurende het schooljaar 2012-2013 werd het eSafety Label concept uitgetest in diverse scholen uit de vermelde landen. Vlaanderen participeerde met 10 scholen uit het Basis- en secundair onderwijs aan  het pilootproject. 

Voor het schooljaar 2013-2014 wordt de pilotfase uitgebreid en kunnen 50 nieuwe scholen instappen in het programma.

Van de scholen wordt verwacht dat zij actief de instrumenten van het eSafety Label inzetten voor hun school. Dat houdt in:

–          Zich registreren op de portal

–          Een contactpersoon aanduiden voor de school

–          De volledige assessmentprocedure doorlopen

–          De aanbevelingen van het assessmentrapport uitvoeren

–          Het project evalueren en hierover beknopt rapporteren

–          Deelname aan een beperkt aantal overlegmomenten (max. 3)

Het project staat open voor scholen uit gewoon of buitengewoon basis- en secundair onderwijs en Centra voor Basiseducatie. Scholen die reeds participeerden aan de eerste fase (schooljaar 2012-2013) kunnen niet opnieuw intekenen.

Wat krijgt de school ervoor in de plaats?

–          De exclusieve toegang tot een geïntegreerd eSafety Label instrumentarium: de drie assessmentmodules, een gepersonaliseerd werkplan, toegang tot leermiddelen,…

–          Het officiële eSafetyLabel (indien het minimumlevel behaald wordt)

–          Een vormingssessie in het klaslokaal van de toekomst (http://fcl.eun.org).

–          Een beperkte financiële ondersteuning om kosten van het project te dekken.

 

 

Oproep

De kandidaat-scholen sturen vóór 7 juni 2013 naar het Departement Onderwijs een e-mail naar jan.decraemer@ond.vlaanderen.be met daarin een korte motivatie, de identificatie van de school

(naam, contactgegevens, instellingsnummer, URL van de schoolwebsite) en de identificatie van een contactpersoon (naam, functie, postadres, telefoonnr. en e-mailadres) en/of van de ICT-coördinator.

 

 

Vermijden van Powerpoint-beroertes

Powerpoint was het logische gevolg van de informatisering van het onderwijs. Wat eerder met de aloude overheadprojector en plastieken slides gebeurde, werd in een technologisch jasje gehesen en als innovatief voorgesteld. Het concept bleef echter door vele gebruikers behouden: wat je vertelt, simultaan projecteren op het bord. Alsof daar enige meerwaarde zou inzitten. Nog steeds kunnen vele Powerpoint-adepten beschuldigd worden van enerzijds hun onzekerheid te trachten wegmoffelen onder een hoop slides (“Dankzij mijn Powerpoint zal ik niet stilvallen tijdens mijn presentatie en steeds weten wat te zeggen.”), anderzijds moet het al te vaak een gebrek aan kennis bij de presentator verdoezelen (“Wat op mijn slide staat, hoef ik niet te memoriseren.”). Om de meerwaarde ten opzichte van de plastiek slides in de verf te zetten, gieten vele mensen er nog een sausjes van “animations” over (tekst komt binnengewaaid, nieuwe dia’s dansen het scherm op).

Als je je studenten een van de volgende dingen ziet denken tijdens je presentatie, is het mogelijks tijd om het roer om te gooien:
-“Waar heb ik die Flair nu weeral gestoken in mijn boekentas?”
-“Waarom ruilde ik mijn bed voor een zitje in dit auditorium?”
-“Ik had vanavond ook op eigen houtje de Powerpoint kunnen overlopen in mijn zetel.”
-“Waarom heb ik geen nieuwe berichtjes op mijn gsm, ik wil immers mijn tijd zinvol invullen tot het einde van deze presentatie.”

 

Daarom toch een poging om Do’s and don’ts op te lijsten om je toehoorders van een gewisse Powerpoint-beroerte te redden:

-Start je presentatie met een brug naar je publiek: zet een cartoon op je openingsdia, neem een foto die de emotie in zich heeft die je tijdens de les wenst over te dragen, speel in op de interesse van je doelpubliek, maak een link met de recente (populaire) actualiteit.

-Ondersteun je mondelinge boodschap met visuele boodschappen op je dia’s. Het louter reproduceren van je mondelinge boodschap in tekst op je dia geeft geen meerwaarde maar bevestigt je publiek in hun dogma dat er zoveel betere manieren waren om hun tijd te spenderen dan in jouw lezing te zitten (shoppen bijvoorbeeld). Als je alleen verbale boodschappen geeft, wordt slechts 35% onthouden. Combineer je met beelden, dan stijgt dit tot 65%…

-Toon je betrokkenheid, je voeling, je passie. Overdracht gebeurt niet louter vanuit het hoofd, maar evenzeer vanuit de ziel, het hart, de buik.

-Humor is een must. Google naar cartoons die gelinkt zijn aan je topics, maak een link naar de populaire media, naar het dagdagelijkse leven van de studenten. Humor in een presentatie is even effectief voor de aandacht van je publiek als het inlassen van een bewegingstussendoortje in het eerste leerjaar.

-Investeer in een draadloze presenter. Het is dodelijk voor zowel de presentator als voor de toehoorders om tijdens de volledige lezing vastgelijmd aan de computer te moeten blijven staan omdat je tenslotte steeds op de muisknop moet kunnen klikken om een volgend tekstvak te laten binnenfladderen. Een draadloze muis, een Wiimote, een XBOX-controller, een smartphone, een tablet,… kunnen hiertoe dienst doen.

-Walk your talk. Je kan geen lezing over onderwijsvernieuwing geven als je jezelf beperkt tot doceren. Je kan geen lezing geven over betrokkenheid als je niet verder dan 1 meter van je lezenaar komt.

-Kijk niet naar je presentatie op je projectievlak. Zo sta je immers steeds met je rug naar je publiek. Zorg voor een extra monitor die naar jou gedraaid staat waarop je je eigen powerpointvoorstelling kan volgen.

-Een powerpoint is geen samenvatting van jouw lezing, het is een aanvulling. Breng geen feiten, breng een verhaal. Het oplijsten van feitenmateriaal zal jouw publiek slechts bevestigen in hun idee dat ze evengoed hadden kunnen thuisblijven en je inhoud hadden kunnen lezen in een artikel of handboek.

-Het inbouwen van animaties zorgt er nooit voor dat jouw lezing minder saai of meer aantrekkelijk wordt. Zorg voor een sobere stijl.

-Leg je eigen schriftelijke voorbereiding aan de andere van het lokaal. Zo zal je niet in de verleiding komen er steeds naar terug te grijpen of –in het slechtste geval- het beginnen aflezen.

-Kom tot het besef dat er alternatieven bestaan voor Powerpoint (Prezi bijvoorbeeld).

Oproep tot deelname aan het Netwerk van Innovatieve Scholen

In het kader van haar ICT-en digitale mediabeleid richt het Departement Onderwijs 3 nieuwe netwerken van innovatieve scholen op. Deze netwerken bestaan telkens uit minstens tien scholen die gedurende het schooljaar 2013-2014 nieuwe technologieën uitproberen en hun ervaringen uitwisselen met andere scholen uit het netwerk. Met dit initiatief wil het Departement Onderwijs voorkomen dat scholen elk op zich het warm water gaan uitvinden. Een andere doelstelling is de opgedane ervaringen, expertise en know-how te delen met het brede onderwijsveld. De scholen fungeren daarvoor als demonstratieproject en als voorbeelden van goede praktijk. Ze bundelen hun positieve en negatieve ervaringen in concrete tips en aanbevelingen en/of leermiddelen die naar het brede onderwijsveld verspreid worden, bv. via studiedagen, publicaties of peterschapsformules. 

 De drie Netwerken van Innovatieve Scholen hebben een verschillende inhoudelijke focus. De drie thema’s zijn als volgt bepaald:

  • One-to-one computing en tabletklassen of opstellingen waarbij elke leerling beschikt over een eigen ICT-toestel
  • Gaming
  • Het gebruik van GSM en smartphones in de klas

Deelnemende scholen ontvangen een beperkte financiële incentive om deel te nemen aan vergaderingen en om bepaalde concepten of technologieën uit te testen. Verder worden de scholen begeleid en ondersteund door een coördinator die samen met de scholen een jaarwerkplan opstelt en de scholen op bepaalde tijdstippen bijeenroept en seminaries organiseert. De coördinator is een expert die op basis van ervaring en expertise wordt geselecteerd door de het Departement Onderwijs & Vorming.

 De kandidaat-scholen sturen hun gemotiveerd dossier vóór 8 mei 2013 via het formulier in onderstaande link:  http://goo.gl/VPKzr

 

 

 

Augmented reality in de klas

AR-codes zijn nog niet zo bekend als QR-codes, maar bieden veel meer potentieel. Ook in het onderwijs. Op enkele exemplarische dingen na, werd er tot nu toe nog niet veel mee gedaan. Gezien het belang van de integratie van audiovisuele content in het onderwijs, denk ik echter dat het een terechte plaats verdiend in ieder klaslokaal of leerboek.
De beste wijze om kennis te maken met AR-codes is bijvoorbeeld de gratis app Aurasma te installeren en je iphone of ipad te laten ‘kijken’ naar eender welk biljet van 20 euro. Wat zie je? het biljet verandert in een geanimeerde voorstelling van Europa. Vergelijk het een beetje met de meer bekende app Layar: je kijkt met je tablet om je heen en je ziet op je scherm extra informatie zoals de dichtst bijzijnde restaurants, de musea in de buurt,…

Maakt u al de link naar een school- of een klasomgeving?
Droomt u er van dat zowat elke foto of prent in je leerling zijn handboek als een filmpje tot leven komt op het moment dat hij er zijn tablet of smartphone over houdt? Een foto van zijderups levert bijvoorbeeld een filmpje op met daarin het productieproces van zijde. Sta me even toe er de piramide van Bales bij te halen: het leren wordt er zoveel efficienter door gemaakt…
Als je in je wiskundeboek de voorbeeldoefening van een staartdeling bekijkt via je tablet zie je effectief de verschillende stappen om tot het resultaat te komen, chronologische verschijnen, eventueel met de vertrouwde stem van de juf of meester die er toelichting over geeft.

Toekomstmuziek? Mogelijk… The British Museum toont echter alvast een knap staaltje van Augmented Reality: bekijk er met je smartphone een werkstuk, juweel,… uit de oudheid en het komt als het ware tot leven: je ziet door je camera hoe het werd gebruikt, welke functie het had.

Zolang je maar “uit-de-doos-denkt” begint de toekomst in je klas alvast vandaag.

Eerste Vlaamse eSafety Labels uitgereikt

Naar aanleiding van Safer Internet Day 2013 heeft Onderwijsminister Pascal Smet gisteren de eerste tien e-safety labels uitgereikt. Het eSafety Label heeft tot doel scholen te ondersteunen  bij het realiseren van ICT-veiligheid op school. Een positieve ICT ervaring gaat immers hand-in-hand met een degelijk schoolbeleid en een goed doordacht eSafety actieplan.

Op de eSafety Label webportal, kunnen scholen hun eSafety beleid vormgeven en verbeteren door gebruik te maken van leermiddelen, factsheets en checklists. Leerkrachten, ICT-coördinatoren en schoolhoofden kunnen via het platform ook nuttige tips uitwisselen en antwoorden vinden op hun vragen.

Het belangrijkste aspect van het eSafety Label is echter de assessment module waarmee een school in kaart brengt op welk niveau van ICT-veiligheid ze zich situeert. Beleidsplanning, ICT-infrastructuur, schoolprojecten enz. worden daarbij geëvalueerd in het licht van e-safety. Op basis van de resultaten ontvangt elke school een persoonlijk actieplan met het oog op het remediëren van zwakke punten in het schoolbeleid en het verhogen van de ICT-veiligheid. Wanneer de school voldoet aan een bepaalde norm ontvangt ze een eSafety Label.

Het eSafety label is een project van het European Schoolnet en kwam tot stand i.s.m. met een aantal toonaangevende bedrijven (Kaspersky Lab, Telenet, Microsoft, Telefonica) en Europese ministeries van Onderwijs (België-Vlaanderen, Italië en Portugal, Oostenrijk, Tsjechië, Estland en Spanje.

Vooraleer gestart werd met de ontwikkeling van de instrumenten en het eSafety label concept werd onderzoek gevoerd in de participerende landen. Zo werden de belangrijkste noden en bestaande initiatieven in kaart gebracht. Gedurende het schooljaar 2012-2013 werd het eSafety Label concept uitgetest in diverse scholen uit de vermelde landen. Vlaanderen participeerde met 10 scholen uit het Basis- en secundair onderwijs aan  het pilootproject. 

Het gaat om:

  • Vrij Instituut voor Buitengewoon Onderwijs Kasteelpark Oud-Turnhout
  • Gesubsidieerde Vrije Basisschool Sint-Joris, Menen
  • Heilige Harten Beroeps en Technisch Onderwijs, Ninove
  • Sint-Aloysiuscollege Ninove
  • Sint-Jozef-Klein-Seminarie, Sint-Niklaas
  • Vrije Basisschool Sint-Jozef, Overmere
  • Vrije Basisschool Het Belleveer Schellebelle
  • Technisch Instituut Sint-Isidorus
  • Stedelijk Lyceum Paardenmarkt – Antwerpen
  • Spes Nostra, Heule

Deze scholen ontvingen gisteren dus hun certificaat. Binnenkort kunnen nieuwe scholen instappen in het project. Geïnteresseerde scholen nemen contact op met jan.decraemer@ond.vlaanderen.be

http://www.esafetylabel.eu/

De tablet als boekentas

Elk jaar is het een confrontatie met de harde realiteit: grootwarenhuizen en papierhandels beginnen reeds omstreeks eind juli iedere leerling en iedere student er op attent te maken dat de grote vakantie bijna ten einde is. Er moet dan dringend weer aan het consumeren worden geslaan: pennen, schriften, potloden,… Maar vooral moet er ook een nieuwe boekentas worden gekocht. De oude boekentas is immers versleten, te klein of hopeloos verouderd. De tijd dat een lederen boekentas zowat je hele schooltijd meeging, ligt ver achter ons. Kassa, kassa… In vele gezinnen een jaarlijks ritueel. Belgische gezinnen ramen de kosten van de start van een nieuw schooljaar op 773 euro! Niemand die er een punt van maakt, het kostenplaatje ervan wordt netjes uit de maximumfactuur gehouden.

Over de tablet-pc en meer bepaald over de rol ervan in het onderwijs is al heel wat inkt gevloeid. Geheel terecht: een nieuw apparaat vraagt de nodige beschouwingen vooraleer te integreren in het didactische proces. Maar op het einde van de rit kan je er steevast van op aan dat er besloten wordt dat je als school moeilijk kan verplichten om elke leerling zich een tablet te laten kopen. Wat nochtans eens must is als je er een wezenlijk deel van je onderwijs wil mee vorm geven: elke leerling of elke student heeft dan immers een tablet nodig, zonder uitzondering. Daarom wordt het idee dan uiteindelijk maar afgevoerd. In het beste geval koopt de school zelf een setje tablets aan waarop de leerlingen soms tijdens de lesuren eens kunnen ‘experimenteren’.

Het is echter ten zeerste te betreuren dat een prachtig apparaat als een tablet hierdoor zijn spoedige intrede in de individuele handen van elke leerling of student zou missen. Pas als je als leerling of student je eigen tablet dan en nacht, weekend en weekdag, schooltijd en vakantie, ter beschikking kan hebben, komt het apparaat pas echt tot zijn recht. Huiswerk maken? Op mijn tablet! Les leren? Op mijn tablet! Pas als elke leerling te allen tijde over zijn of haar persoonlijke tablet kan beschikken, kan het alle schoolboeken, werkblaadjes, de klasagenda, het contractwerk, de computerklas en zelfs het digitale schoolbord vervangen.

Gaan we hierbij voorbij aan de sociaal-economische situatie van ouders? Leggen we een extra financiële last op hun schouders? Nee, je kan hoogstens spreken van een verschuiving van het budget bij vele ouders en scholen. Bekijk de tablet als een virtuele boekentas die pakweg 4  jaar zal meegaan, focus vervolgens niet op de klassebak van de tablets, de Ipad, bij de prijssetting. Er zijn immers heel wat kwalitatief sterke tablets op de markt die minder dan de helft van een Ipad kosten. Daarenboven is het gebruik van een opensource besturingssysteem nog steeds aan te bevelen voor scholen, boven het zeer gesloten iOS.
Een tablet vervangt letterlijk de boekentas en het schoolgerei van een leerling. Die kosten die voorheen volledig bij de ouders lagen, vallen letterlijk volledig weg. De inhoud van de virtuele boekentas, tablet genaamd, zijn zoals nu reeds voor rekening van de school: schoolboeken, oefenblaadjes,… En ook daar kunnen ze door de komst van de tablet op besparen. Eerder dus een verschuiving van budgetten, zowel voor de ouders als voor de scholen.

Te kort door de bocht? Te vaak heeft het onderwijs in het verleden gewacht met een daadwerkelijke integratie van nieuwe ICT-materialen met de dooddoener: “Niet alle leerlingen hebben dit thuis”. Zolang niet zowat iedere leerling thuis internettoegang had, kwamen schitterende toepassingen zoals Bingel dus maar moeizaam van de grond. Sinds de laatste jaren zien we dat er een ommezwaai in dit denken komt.

Nu is het dus aan de tablet om de weerstand te doorbreken. Financiële overwegingen mogen alvast geen breekpunt vormen. De intrede van de tablet zal immers andere schoolkosten voor de ouders verminderen. Uiteraard zijn er nogal wat gezinnen voor wie de aankoop van een tablet voor elk schoolgaand kind een onverantwoorde of onmogelijke hap uit het gezinsbudget zou plukken. En daar ligt een nieuwe uitdaging voor elke school afzonderlijk: net zoals sneeuwklassen, bosklassen en zeeklassen waar nodig dienen bijgepast te worden door een sociale kas van de school, kan dit ook gebeuren bij persoonlijk ICT-materiaal.

Bekijk de tablet als een boekentas: je hebt ze in verschillende geuren en kleuren, verschillende maten en gewichten, verschillende prijsklassen. Sommige leerlingen pronken jaarlijks met de nieuwste boekentas, anderen stellen het met een basismodel die dan ook nog eens enkele jaren moet meegaan. Ook tablet s heb je in alle vormen en maten, in alle kleuren en prijsklassen. Maar het is net zoals nu de school die ervoor moet zorgen dat de boekentassen kosteloos gevuld geraken. Apps zoals de e-boekentas maken duidelijk dat de uitgeverijen klaar staan om de ommezwaai te maken. Leren lezen met Hup hoeft niet langer noodgedwongen in een boek, maar is er ook op de tablet. Werkblaadjes, invuloefeningen, contractwerk,… alles is voorhanden om op de tablet te gebruiken. Het aankoopbudget van scholen voor boeken en werkschriften zal omlaag kunnen. Een e-boek kost immers minder dan een papieren versie ervan. Om nog maar te zwijgen over fotokopiekosten die zullen gedecimeerd worden. Het vrijgekomen budget kan gaan naar een wezenlijke financiële bijdrage voor de aankoop van de tablet van de leerlingen met minder financiële armslag. Zo blijven ook zij niet verstoken van het nodige ICT-materiaal, wat de sociale ongelijkheid zal helpen verminderen: het ontbreken van ICT-incentives in economisch zwakkere gezinnen was ooit een van de redenen tot het doorvoeren van de ICT-eindtermen: scholen dienden iedereen in staat te stellen de nodige ICT-vaardigheden te ontwikkelen, los van de eigen opvoedingssituatie. Het verplicht invoeren van een tablet in scholen kan in het zelfde kader gezien worden: elke leerling, los van zijn of haar thuissituatie in staat stellen om ICT-vaardigheden te ontwikkelen die de verdere ontwikkelingskansen in onze maatschappij mee zullen bepalen. En het functioneel gebruik van een tablet kan daar in 2013 niet langer los van gezien worden. Noem de tablet gerust de nieuwe boekentas.

 

Smoothboard air

Smoothboard air is de jongste telg in de smoothboard familie.

Het laat je toe om je leerlingen of je toehoorders je scherm te delen op hun eigen laptop, tablet of smartphone.
Bij de start van je les of van je presentatie projecteer je een QR-code. Iedere aanwezige kan dan met een standaard QR-lezer inloggen. Ze zien dan vervolgens je presentatie of je les verschijnen op hun eigen device.
Het is een logisch vervolg op de trend ‘bring your own device’.
De mogelijkheden voor het onderwijs moeten nog wat worden uitgezocht, maar we herkennen alvast twee mogelijkheden:
-je kan zelf je presentatie bedienen met je tablet of smartphone terwijl je rondloopt in je klas. De veel gehoorde kritiek dat digitale borden het frontaal lesgeven opnieuw in voege brengen, wordt zo de das omgedaan.
-je toehoorders/studenten moeten niet langer naar het (digitale) bord komen om oefeningen in te vullen, te participeren. Vanop hun plaats kunnen ze aanduidingen maken, mindmaps aanvullen,…
Voor de gebruikers is dit volledig gratis. Het enige waar je moet op letten is dat ze verbonden zijn met hetzelfde WIFI-netwerk als jijzelf. Jouw presentatiecomputer moet met andere woorden ook op een wifi-netwerk zijn aangesloten.
Jijzelf kan in eerste instantie de proefversie van Smoothboard Air gebruiken. Deze heeft volledige functionaliteit, maar een vervelend popup-venster moet je er wel bijnemen.  Voor minder dan 20 dollar beschik je over een licentie, verbonden aan 1 computer.

Bezoek het klaslokaal van de toekomst

Het Future Classroom Lab is een nieuw project waarbij een hal van het European Schoolnet (bekend van o.a. e-twinning en het saferinternet programma) is uitgerust met de nieuwste technologieën zoals digiborden, digitale apparatuur voor wetenschappen, mediatechnologie en innovatief interieur.  De Vlaamse overheid is een van de 30 Europese ministeries van onderwijs die deel uitmaken van European Schoolnet.

Het “klaslokaal van de toekomst” is echter niet enkel een demonstratieruimte maar wil vooral een plek zijn waarbij leraren, lerarenopleiders en beleidsmakers nadenken over de plaats van ICT en digitale media in het onderwijs van morgen en hoe conventionele leslokalen gemakkelijk opnieuw kunnen worden ingericht, zodat er ruimte is voor veranderingen op het gebied van onderwijs- en leermethoden.

Het Future Classroom Lab is opgedeeld in  zes zones of “sferen” waar er rond bepaalde leeractiviteiten technologie gebruikt kan worden. Zo is er een zone voor interactieve lesvormen, voor presenteren en instructie, voor onderzoek, voor creatie en creativiteit, voor uitwisseling en voor ontwikkeling.

Verschillende Europese landen hebben al zo’n denk- en demonstratielokaal, maar voor België is dit een primeur. Wie geïnteresseerd is in een rondleiding en demosessie van ca. 2 uur kan zich melden bij jan.decraemer@ond.vlaanderen.be. Er kunnen max. 15 personen aan dit bezoek deelnemen.  Dit bezoek zal doorgaan op dinsdag 5 maart 2013 van 10.00 – 12.30 op de locatie van het Future Classroom Lab: Trierstraat 61, 1040 Brussel (vlakbij metrostation Maalbeek). 

Meer info: http://fcl.eun.org/

 

Safer Internet Day 2013

De Safer Internet Day of de werelddag voor een veilig en verantwoord gebruik van het (mobiel) internet nadert met rasse schreden : Dit jaar gaat het evenement door op 5 februari 2013.

Met als thema “Connect with respect!” legt deze tiende editie het accent op de rechten en verantwoordelijkheden als je online begeeft. Enkele doelstellingen van de Safer Internet Day 2013 zijn jongeren informeren en hen aansporen om na te denken over hun doen en laten op het internet, alsook hen ook de sociale en technische kneepjes aan te leren om volluit te kunnen genieten van het internet. Child Focus is organisator en coördinator van de Safer Internet Day in België.

Onze actie op die dag bestaat uit twee luiken :

 –          Enerzijds organiseert Child Focus een verrassende sensibilisatie activiteit in het Centraal station dat toegankelijk is voor iedereen. Dit doen ze samen met kinderen van het 5de en 6de leerjaar en hun leerkrachten.

–          Child Focus nodigt uit om alle e-safety activiteiten te registreren op het online platform van de Safer Internet Day België www.clicksafe.be/sid . Dankzij dit systeem worden alle activiteiten gecentraliseerd en kan iedereen die het wenst met een simpele muisklik te weten komen wat er in zijn of haar buurt georganiseerd wordt.

Hoe je iPad scherm filmen?

Soms heb je een opname nodig van je iPad scherm. Apple heeft het om duistere redenen niet zo makkelijk gemaakt.

Daarom ging ik op zoek en vond deze oplossing.

Het kost je 15 euro voor permanent gebruik, maar je kan het wel 10 minuten gratis proberen.

 

Hoe ging ik te werk?

Voorbereiding.

1/ Zorg dat je een software hebt om jouw computerscherm te filmen. Ik gebruikte hiervoor het gratis http://screencapturer.com/

Maar ieder ander programma is ook goed.

2/ Download Reflector op jouw computer. Dit programma is dus 10 minuten gratis. https://www.reflectorapp.com/

3/ Zorg dat zowel je computer als jouw iPad op dezelfde Wifi aangesloten zijn.

Opname.

4/ Start Screencapturer om je computerscherm op te nemen

5/ Start Reflector.

6/ Dubbelklik op de Home van jouw iPad en scroll naar links tot je dit tegenkomt.

Dit is de “AirPlay” knop die je ook kan gebruiken voor wireless projecteren.

Klik dan op de computernaam waarmee je zal filmen en op “Synchroon”.

 

Nu kan je op jouw iPad scrollen, pinchen en apps openen en demonsteren. En intussen loopt de screenrecorder op jouw computer.

Stoppen.

7/ Dubbelklik homeknop op je iPad en schakel de AirPlay uit.

8/ Stop de software screenrecorder en bewaar jouw filmpje.

Duidelijk?

 

Het resultaat zie je hier: https://www.facebook.com/photo.php?v=10151385931557628&set=vb.274968825936356

Wekelijkse tips over iPad op het werk kan je hier volgen: https://www.facebook.com/IpadOpHetWerk

Meer info over een webcursus over iPad? http://joblog.vdab.be/webleren/2012/11/index.html#entry-6a00d83452368b69e2017c3374c37c970b

 

Sankoré

Sankoré, voorheen bekend als Uniboard, is de perfecte freeware software voor gebruik met je digibord. Het maakt niet uit of het een zelfgemaakt bord is, een Smartboard of een Activ Board. Je start je computer en je digibord op de normale wijze op, je calibreert en je opent Sankoré. That’s it.

Deze software laat je toe zelf bordlessen te maken ‘from scratch’, van een bestaand werkblaadje, cursus of powerpointpresentatie. De toepassingen zijn relatief basic, maar geef toe: het merendeel van de toeters en bellen gebruik je toch niet in je dagelijkse klaspraktijk.

Alles valt eenvoudig te downloaden via http://open-sankore.org/

Het enige wat er nog ontbrak was een Nederlandstalige handleiding. Maar ook dat heuvel is momenteel verholpen: https://sites.google.com/site/vernieuwendonderwijs/digitale-borden/open-sankore

Probeer het zeker uit: niet-commerciele software valt toch steeds te prefereren in het onderwijs?

Studiedag Wi-Fi en gsm-straling op school

Scholen worden steeds vaker geconfronteerd met ouders, schoolpersoneel …  die zich ongerust maken over elektromagnetische straling.  Soms gaat het over een zendantenne die op of in de nabijheid van een schoolterrein geplaatst wordt. Andere keren gaat het over de beslissing van een school om een draadloos netwerk te installeren. Ook maken sommige ouders zich ongerust over het gebruik van gsm, smartphone, tablet, … door hun kinderen, zowel voor privé- gebruik als op school.  

Op een studiedag op 28 november 2012 wil de Vlaamse overheid aan scholen een houvast bieden m.b.t. de problematiek van straling. Op de studiedag krijgen scholen informatie, tips en richtlijnen m.b.t. elektromagnetische straling afkomstig van zendmasten in de buurt van de school of van Wi-Fi-netwerken en gsm-gebruik.

 Er wordt o.a. stilgestaan bij:

  • De technologie zelf: wat is elektromagnetische stralingen en hoe functioneren zendmasten, gsm’s, Wi-Fi.
  • De wettelijke normering voor toestellen en zendmasten.
  • Resultaten uit onderzoek naar gezondheidseffecten van toestellen en zendmasten.
  • Richtlijnen voor het schoolbeleid.
  • Waar scholen terechtkunnen voor meer informatie en ondersteuning

De studiedag richt zich op schooldirecties, ICT-coördinatoren, preventieadviseurs en andere onderwijsactoren met interesse in het thema

programma, praktische info en inschrijven vind je hier

Tablets en touchscreens in het onderwijs

Nogal wat scholen zijn volop bezig met na te gaan wat tablets kunnen betekenen voor het onderwijs. Waarom deze kennis niet bundelen?  EduBIT organiseert daarom op 14 november een symposium “Touch2learn” (in Lede – nabij Aalst) met vele aandachtspunten:

  • enerzijds overlegrondes over hoe scholen met tablets omgaan (hoe pakten ze dit aan zowel technisch als didactisch) en wat hun bevindingen waren
  • welke mogelijkheden & technologieën zijn er: type tablets, technologieën om tablets te beheren
  • Welke randvoorwaarden zijn er (technisch, didactisch)
  • hoe kan je tabletprojecten opzetten (met ondermeer een eerste publicatie daarover: “Tabletprojecten opzetten in school?”

Naast de sessies, en standhouders is er ook tijd om elkaar aan te spreken.  De dag is zo georganiseerd dat men makkelijk kan aansluiten of enkel voormiddag of namiddag kan kiezen.

Deelname is enkel voor leden van EduBIT vzw. Lidmaatschap kost 75€ en biedt niet alleen toegang tot de studiedag, maar ook tot allerlei workshops, draaiboek voor goed ICT-beleid.

Wie reeds op school een tabletproject lopende heeft, kan dit aanmelden via de site touch2learn.be (iedereen die dit meldt krijgt een leuke attentie) en wie wil kan zich opgeven om in de overlegronde actief deel te nemen secretariaat@edubit.be

Opgelet het aantal inschrijvingen is beperkt.

 

Geen stilte voor de digitale storm.

Ik volg nogal nauwgezet de vakliteratuur via internet: didactische tools, evoluties, vernieuwingen…
Het laatste jaar is er vooral veel geschreven op Amerikaanse en Australische gespecialiseerde sites over de Ipad (of in het beste geval, de tablet).

Maar nu is ook de storm losgebarsten in Vlaanderen. Dikwijls wordt de Ipad naar voor geschoven als het ultieme en vernieuwend didactisch middel.
Maar wat ook opvalt is de resem aan negatieve reacties van al wie van verre en nog verder betrokken is of door de eigenverklaarde ervaringsdeskundigen.
Kijk eens naar de 130 reacties op het artikel in Het Laatste Nieuws over de school in Blankenberge.

Ik vat samen:

  • Spielerei en gadget
  • duur
  • monopolie van Apple
  • gezondheidswaarschuwingen voor scherm, wifistraling…
  • heimwee naar vroeger en de slechte jeugd van tegenwoordig
  • ondoordacht project
  • ondemocratisch
  • over mercantilisme tot ongeoorloofde handelspraktijk
  • veiligheid, schade en diefstal
  • schuld van de socialisten (sic!)
  • de teloorgang van het schoonschrift, de correcte spelling en het hoofdrekenen
  • ……

Het deed me allemaal sterk denken aan de boeren die geen treinspoor door hun wei wilden omdat de koeien geen melk meer zouden geven.
Hier en daar (ik tel er ongeveer 10) ziet een schuchtere commentator in 1 lijntje het positieve ervan in.

Ik wil graag toegeven dat enige omzichtigheid gepast is. De omstandigheden, merkbinding, prijs en diens meer zijn belangrijke variabelen in een onderwijsproject.
Ook daar moet je als schooldirectie rekening mee houden.
Maar intrinsiek moet je nu toch wel blind zijn om de voordelen van de mobiele digitalisering in de leeromgeving te ontkennen.

Zo vond  ik het bericht van de BAFA die vanaf dit jaar de Ipad invoert voor piloten in opleiding.
Het argument van zware boekentas komt ook hier weer op de voorgrond (helaas). Maar de tablet wordt evengoed gebruikt tijdens de vlucht om vluchtroutes te berekenen aan de hand van de ingebouwde GPS.
Zullen we het betreuren dat de piloten hun koerswijzingen nauwgezetter en in last minute berekenen?

Er is gelukkig ook al veel positiefs geschreven over het gebruik van tablets:
http://www.te-learning.nl/blog/?p=5182
http://www.te-learning.nl/blog/?p=4871
http://ipad-in-onderwijs.blogspot.be/
http://www.stationtostation.nl/1236/Tablets
Ik kan de lijst nog langer maken. Maar als je zelf iets nuttig vindt, zet je het in de commentaren?

Zelf ben ik ook bezig met de  implementatie van een proefprojectje met Ipads.
5 Ipads in een horeca-opleiding voor koks. Er zullen 2 eigen ontwikkelde apps op staan. Maar wat me vooral zal interesseren is het gebruik van de Ipad door cursisten.

  • Zullen ze zelfstandig dingen opzoeken en doornemen?
  • Zullen ze de ingebouwde camera gebruiken om hun eigen oefeningen of de demonstraties van de instructeur te filmen?
  • Zullen we dit materiaal weer kunnen herbruiken in nieuwe apps?
  • Zal efficiënter en meer op maat opleiding mogelijk worden?
  • Zal “het ding” meer gebruikt worden dan de computers die 3 lokalen verder staan (en aanzetten, en inloggen en….)?

Ik zal er wellicht nog over berichten.
Merk dus op dat dit geen 1:1 Ipadproject is.

Wat me wel opviel was het gebrek aan doorzichtigheid en standaarden voor ontwikkeling. Voorwaarden voor de Appstore veranderen regelmatig. Android is niet stabiel.
Tijdens de ontwikkeling voor dit pilootproject was kiezen steeds weer verliezen.
Bovendien zijn de apps onder de rubriek “onderwijs” echt wel teleurstellend.
Er is nog een lange weg te gaan voor mLearning ontwikkelaars. En voor de betrokken hard- en software bedrijven.

Wens me dus gewoon maar geluk met dit pilootproject en laat de commentaren over heiligschennis, doem en vagevuur maar achterwege.
Gewoon een pilootproject om de inhoud. Niet om het marktaandeel of de teloorgang van wat dan ook.