Scratch in de basisschool

Codetaal aanleren, zeg maar leren programmeren, bij kinderen: het wordt stilaan een hype. Als dynamische en immer vernieuwende leerkracht sta je hier wederom maar eens voor open…

Vluchten kan trouwens niet meer, in Engeland is het alvast een verworvenheid in het nationale curriculum: verplicht aan te bieden dus.
Bij ons is het zover nog niet, maar de evolutie gaat razendsnel. Willen we geen ‘computeranalfabeten’ afleveren die de sociale kloof alleen maar scherper stellen dan moeten we dit aanbod inderdaad breed aanbieden in de basisschool. Niet ieder gezin kan immers naschools meer dan 200 euro op tafel leggen voor een lespakket coderen.

Wat heb je nodig?

Concreet aan de slag gaan met je klas, daarvoor moet je naar de computerklas. Eén computer per duo is voldoende, de computers moeten zeker niet state-of-the-art zijn. Een realistisch school-scenario dus.

Scratch kan je eenvoudig online spelen (https://drive.google.com/file/d/0B_L_APuWYxGfbFVjUTF6dUFsc1E/view) of je kan het programma installeren op elke computer afzonderlijk (https://scratch.mit.edu/scratch2download/).

Heeft je school slechts een zwakke internetverbinding, dan is de tweede mogelijkheid wellicht de beste. Elke leerling die naar eenzelfde site surft kan immers nogal eens voor moeilijkheden zorgen op het netwerk.

Maar wat is Scratch nu eigenlijk?

Scratch is een zogenaamde object-georiënteerde visuele programmeertaal. Anders gezegd: door puzzelblokjes aan elkaar te hangen ga je je ‘figuurtje’ programmeren zodat het exact doet wat jij wil dat het doet. Je kan er spelletjes mee maken, verhaaltjes mee uitbeelden en er animaties mee maken. Op deze wijze helpt Scratch kinderen om de belangrijkste beginsels van programmeren te leren, te vergelijken met het aloude wiskundig ‘logisch denken’ (oorzaak-gevolg), gerelateerd aan multimediale dimensies.

Een plan van aanpak!

Scratch valt te implementeren in je klas als klassikale werkvorm (groepswerk) of als differentiatie-opdracht (contractwerk).

Om de basis in de vingers te krijgen, start je bij voorkeur met flitskaarten.  Een mooie set kan je hier downloaden: https://drive.google.com/file/d/0B_L_APuWYxGfbFVjUTF6dUFsc1E/view  Je leerlingen kunnen dan kiezen uit een heel pakket van opdrachten die ze moeten uitvoeren.

Klaar voor meer diepgang? Dan kan je je volledige klas aan de slag zetten om eenzelfde project uit te werken, met oog voor individuele vrijheid.  De whizzkids kunnen naar believen extra dimensies toevoegen (levels, geluiden, …) en jij als leerkracht kan extra aandacht besteden aan specifieke leerlingen. ‘Les geven’ zit er immers niet in: ieder groepje krijgt de instructie op papier en starten maar! Een voorbeeld? http://www.codeuur.nl/lesmateriaal

En wat is de finale stap: freewheelen! Iedere leerlingen werkt naar eigen believen een verhaaltje of een spel uit op Scratch, iedereen helpt elkaar, de leerkracht helpt met zoeken. Een mooi voorbeeld van leergebiedoverstijgend werken.

 

Oh ja, nog dit: je hoeft echt zelf geen Scratch-specialist te worden als leerkracht. Inzake coderen (en breder: STEM) hoeft de leerkracht niet langer het klassieke patroon van ‘kennisdrager’ te volgen, maar wel de rol van ‘facilitator’ op te nemen. Anders gezegd: je hoeft niet de juiste antwoorden te kunnen geven, maar wel de juiste vragen kunnen stellen en de leerling soms een duwtje in de juiste richting te geven. Het denkproces is belangrijk bij het kind, niet de reproductie. En om dat te begeleiden, ben jij als leerkracht uitermate goed geplaatst en geschoold, zelfs al heb je nooit ‘computerles’ gekregen.

 

ICT en digitale media in het onderwijs: wat zeggen de beleidsnota’s?

Dat er (serieus) moet bespaard worden wisten we al. Toch hebben de Vlaamse beleidsnota’s van Onderwijs, Media, Cultuur, Inburgering en Armoede ook aandacht voor de verdere digitalisering van het onderwijs. Wat opvalt is een continuering van voorgaand beleid met aandacht voor digitale leermiddelen en een duidelijke focus op digitale geletterdheid. Als we op de beleidsnota’s afgaan moeten we niet echt grootschalige nieuwe projecten verwachten. Dat heeft uiteraard met de krappe budgetten te maken. Een beleidsnota is weliswaar een belangrijke indicatie voor het nieuwe beleid, de ervaring leert echter dat veel beleid en cours de route vorm krijgt. Zo vermeld de beleidsnota Onderwijs zo goed als niets over curriculumhervorming, terwijl die er – in het kader van de hervorming Secundair Onderwijs – wel zit aan te komen. Zo’n curriculumhervorming zou voor allerhande zogenaamde 21e eeuwse vaardigheden (waaronder digitale geletterdheid, programmeren, mediawijsheid,…) wel eens heel belangrijk kunnen zijn. Maar het blijft dus nog wachten op meer concrete beleidsintenties op dat vlak. Hierna een overzicht van wat al wél al in de beleidsnota’s staat.

media_xll_7243779

 

 

 

 

 

Infrastructuur

Minister van Onderwijs Crevits wil ter vervanging van de huidige aflopende regeling voor internetconnectiviteit (Telenet-SchoolNet) een nieuwe raamovereenkomst onderhandelen rond breedband internet voor scholen.
Opleiding

Omwille van de besparingen werden de middelen voor ICT-nascholing via de vzw SNPB geschrapt en herbestemd. Wel wil de minister inzetten op Massive Open Online Courses (MOOCs) als e-learning methodiek en als nascholingskanaal voor leraren.

 

e-safety
eSafety-Logo_RGBCentraal in het beleid staat het eSafety Label project, dat na twee jaar als pilot klaar is om breed uitgerold te worden. Dit project beoogt een geïntegreerde aanpak van veilig ICT-gebruik via een schoolbrede aanpak waarbij op drie terreinen wordt gewerkt:

  • Schoolbeleid: Acceptable Use Policy, rol van ICT-coördinatoren, beleid inzake gsm-gebruik, social media beleid, …
  • Praktijk: mate waarin veilig ICT-gebruik aan bod komt in de lessen, mate waarin ouders betrokken/geïnformeerd worden, nascholing,…
  • Infrastructuur: firewall, back-up, paswoordenbeleid,…

 

Onderzoek

In 2016 is een evaluatie van het Plan Geletterdheid voorzien, dit met het oog op de verdere uitbouw van een structureel geletterdheidsbeleid in de periode 2016-2020. En om het ICT-beleid in het Vlaamse Onderwijs te monitoren en te evalueren voorziet minister Crevits een nieuwe afname van de ICT-monitor in 2017.

 

Digitale leermiddelen

De Beleidsnota Cultuur (minister Sven Gatz) meldt dat zowel het gamefonds als het Vlaams Instituut voor Archivering van Audiovisueel materiaal (VIAA) nog voorwerp zijn van evaluaties. Van beide organisaties loopt de beheersovereenkomst weldra ten einde. We gaan ervan uit dat deze nog niet zolang geleden opgestarte projecten verlengd zullen worden. Het VIAA dat o.a . het VRT-archief openstelt voor scholen levert immers schitterend werk. Een kleine 300 leraren testen momenteel hun educatief platform Testbeeld uit. Minister Crevits kondigt in haar eigen Beleidsnota trouwens aan dat ze de educatieve werking van het VIAA actief wil steunen.

Minister Crevits kondigt ook de uitbouw van een uniek toegangsportaal voor open leermiddelen aan, wellicht in de vorm van een single sign-on infrastructuur voor diverse leermiddelenverstrekkers zoals VIAA, Klascement, Knooppunt etc.

 

Mediageletterdheid

Om gelijke tred te houden met de snelle digitalisering en verdere mediatisering van de samenleving moet er de volgende jaren nog meer aan mediawijsheid worden gewerkt. Om deze reden krijgt het Kenniscentrum Mediawijsheid (www.mediawijs.be) meer verantwoordelijkheid. Voogdijminister Gatz wil dit Kenniscentrum uitbouwen tot hét referentiepunt voor mediawijsheid in Vlaanderen. Het Kenniscentrum Mediawijsheid zal nieuwe acties en initiatieven ondernemen, actuele trends opvolgen en specifieke doelgroepen bereiken. En dit in overleg met o.a. het beleidsdomein onderwijs.

Het leesbevorderingsproject ‘Kranten in de Klas’ blijft bestaan maar wordt grondig aangepast. Van een passieve kennismaking met gedrukte kranten moet het project evolueren naar een actieve consultatie van digitale nieuwssites, participatie aan discussiegroepen ed. De komende legislatuur wil bevoegd minister Sven Gatz dit project nog meer afstemmen op de technologische evoluties binnen het medialandschap.

 

Digitale kloof

In de beleidsnota’s ‘Inburgering’ en ‘Armoedebestrijding’ vinden we tenslotte enkele passages terug over de bestrijding van de digitale kloof. Al zijn die minder concreet uitgewerkt. Binnen de inburgeringstrajecten wil de bevoegde minister Liesbeth Homans extra aandacht voor het werken aan geletterdheid in zijn ruime betekenis, waaronder digitale geletterdheid. Op die manier wil ze de Nederlandse taalverwerving extra ondersteunen en de digitale kloof verminderen. Ambitieus is de wil om bij inburgeringstrajecten gebruik te maken van ‘e-learning’ of ‘blended learning’ teneinde de combinatie van inburgering met werk, kinderopvang, opleiding, verblijf in het buitenland, etc. mogelijk en makkelijker te maken.

Anders gaan lesgeven met nieuwe media

Het begint stilaan te dagen bij steeds meer lesgevers: de tijd is rijp om de klassieke manieren van lesgeven definitief achter ons te laten en voluit te gaan voor echte onderwijsvernieuwing.

Dus niet meer het mantra hanteren van het digitale bord dat de vernieuwing in de klas brengt, maar uitkijken naar echte vernieuwingen. De grote interesse die er bestaat voor blended learning en the flipped classroom zijn hierbij tekenen aan de wand. In onderstaand artikel lijsten we enkele mogelijkheden op. Let wel: het is niet de bedoeling om een kant-en-klare handleiding voor te schotelen, maar eerder inspirerend te werken. Geen twee lesgevers zijn immers gelijk. Iedereen zal zelf een pakket op maat moeten samenstellen waar hij/zij zich goed bij voelt. Aanzie onderstaand overzicht dus als een niet-exhaustief pakket waar je zelf je ideale klas mee kan samenstellen. Mogelijks nog niet dit jaar, zelfs nog niet volgend jaar. Maar ooit zal de tijd rijp zijn om écht “anders te gaan lesgeven”.

Digitale borden

Digitale borden zijn de grootste hype voorbij. Er zijn weliswaar tal van lesgevers die er fantastisch werk mee leveren. Er zijn spijtig genoeg echter tevens tal van lesgevers die zich gedwongen voelen om mee te surfen op de hype en er na jarenlang gezucht en gezwoeg nog steeds de meerwaarde niet van ontdekken. En terecht: het is dan ook maar een van de vele hulpmiddelen die je kan gebruiken in de klas. Spijtig genoeg soupeert zo’n digitaal bord vaak het totale ICT-budget voor een klas op zodat er geen financiële ruimte meer bestaat voor alternatieven. Bezinnen dus voor je begint: onderzoek wees reeds uit dat amper 44% van de leerkrachten die een digibord ter beschikking hebben er ook effectief gebruik van maakt… (Stijn Vanlaer, 2012). De reden: hun stijl van lesgeven is niet compatibel met de mogelijkheden dat dergelijk bord biedt.

Daarom het advies aan alle twijfelaars: probeer het eerst eens met een zelfgemaakt digibord. Als je al een beamer hebt staan of hangen, dan kost het je maar een avondje installeren en ongeveer 12 euro. Merk je na enkele maanden dat je een meerwaarde ondervindt inzake het behalen van je lesdoelen, dan kan je met de nodige argumentatie op zoek gaan naar een commercieel digibord. Want we moeten eerlijk zijn: een commercieel digibord werkt toch prettiger en vlotter dan een zelfgemaakt digibord.

Zelf aan de slag gaan? Wij vinden de Smoothboard-software bij de beste op de markt, spijtig genoeg betalend. Een gratis alternatief vind je bij www.uweschmidt.org Deze software is trouwens geschikt voor alle platformen.

Bordboeken en bordlessen

De uitgeverijen bieden een steeds ruimer pakket van bordboeken en bordlessen. Handig in het gebruik en didactisch zeer goed onderbouwd. Vaak worden er ook testen, differentiatiemogelijkheden,… toegevoegd waar je als lesgever rijkelijk kan uit putten. Top!

Maarvaak heb je doorheen je carrière al zeer mooie en waardevolle werkblaadjes, mappen, schema’s,… zelf aangemaakt. Deze vallen zeer eenvoudig over te zetten naar een digibord-formaat.

Open Sankoré biedt een zeer mooi en bovendien gratis aanbod hiertoe: http://open-sankore.org Deze open-source software laat je toe om zelf bordlessen en bordboeken aan te maken en geeft je alle tools die de grote commerciële pakketten ook aanbieden. Zeker het proberen waard. Je kan het trouwens gebruiken op elk type digitaal bord. Heeft je ene klas een Smartboard en je andere klas een Activboard: geen probleem met compatibiliteit.

Je smartphone als presenter

Als je een Prezi of Powerpoint-presentatie geeft, als je een lezing aanbiedt, dan hang je letterlijk vast aan je computer: je moet immers klikken om je volgende dia tevoorschijn te laten komen. En je wil lesgeven tussen je leerlingen, je door het volledige lokaal bewegen. Waarom gebruik je je smartphone niet om los te komen van je spreekgestoelte, van je computer? Kijk maar eens in de app store van je telefoon naar het aanbod onder de zoekterm “presenter”. Wij testten Smartshare Presenter uit voor Windows Mobile. Je opent je ppt via de plug in op je pc en je opent de bijhorende app op je smartphone. Beide devices maken verbinding met het beschikbare netwerk en je kan je dia’s zien op je schermpje, inclusief eventuele annotaties die je toevoegde als spiekbriefje.

 

Een tablet voor de juf of meester

Willen we in de klas zelf aan de slag met een tablet? Dan kan het zinvol zijn om je tablet het scherm van je klascomputer of laptop te laten overnemen. Waarom? De meeste software (bordboeken, Sankoré, Office,…) die we gebruiken in onze lessen bevindt zich wel op onze computer, maar niet op onze tablet. Als we ons computerscherm kunnen zien en kunnen bedienen op onze tablet, dan staan we niet langer frontaal les te geven, maar wandelen we rond in de klas met ons eigen digibord in de hand. Het proberen waard!

Splashtop.com is een voorbeeld van software dat dit mogelijk maakt. Je installeert Splashtop op je computer (verbonden met de beamer) en je opent de Splashtop-app op je tablet. Via het Wifi-netwerk maken beiden verbinding en je kan starten met je les. Als je je tablet aan een van je leerlingen geeft, kan deze zelfs de oefeningen aan het bord oplossen, zonder van zijn plaats te gaan. Werkt met iOS, Android en zelf Windows RT.

Educreations werkt op soortgelijke wijze, maar heeft als bijkomend voordeel dat je zeer eenvoudig je lessen kan opnemen: een combinatie van je bordschema’s en je stem. Doe je dit thuis, dan kan je op deze wijze instructiefilmpjes maken dewelke direct op het platform van Educreations te zien zijn, voor eenieder die jij wil.

Doceri doet dit ook, maar sluit zich aan bij de Ipad-dictatuur. Niet beschikbaar voor andere platformen dus.

Een tablet voor elke leerling

Een revolutie die mogelijks start in het hoger onderwijs en via deze weg ook naar andere niveau’s zal uitspreiden: de tablet als nieuwe boekentas. Studenten kopen jaarlijks vaak voor honderden euro’s cursussen. Als de docenten deze digitaal ter beschikking stellen, dan is de aankoopprijs van een tablet er al snel uitgehaald. Dit speelt in op de toekomstige trend van BYOD: bring your own device.

Smoothboard Air speelt hier direct op in. Het idee is dat de leerkracht bij de start van de les een QR-code toont op het projectiescherm waarna elke aanwezige student zich kan aanmelden: de presentatie wordt door het scannen van de code overgenomen op elke individuele tablet of smartphone. De annotaties die de leerkracht gedurende de les maakt, verschijnen tevens op alle devices en worden er ook in opgeslaan: elk bordschema zit automatisch in elke tablet. Handig om ’s avonds de les in te studeren.

 

Interactiviteit

De meerwaarde in onderwijsinnovatie en ICT ligt in de interactiviteit met je leerlingen.

Een mooi voorbeeld hierbij is Mouse Mischief. Deze plug-in wordt beschikbaar gesteld door Microsoft en werkt op elke computer waarop er Powerpoint 2007 of 2010 is geïnstalleerd. Hoe werkt het? Je maakt een presentatie met ja/nee-vragen of met meerkeuzevragen. Met de nodige USB-hubs (verdeelkastjes die je meer USB-poorten geven) en USB-verlengkabels kan je tot 30 muizen op jouw computer aansluiten: eentje voor elke leerling. Elke muisaanwijzer heeft een ander figuurtje. Zo kan eenieder eenvoudig herkennen welke de zijne is. Bij elke vraag die je lanceert kunnen je leerlingen nu deelnemen aan de quiz. De voordelen zijn duidelijk: je leerlingen letten beter op (gamification!) en je hebt direct feedback als leerkracht in welke mate je leerlingen bepaalde onderdelen van je les al dan niet hebben begrepen. Nadelen zijn dat je geen scores krijgt en dat iedereen uiteraard ziet welke antwoordmogelijkheid de anderen kiezen.

Beter uitgewerkt is Testmoz.com . Deze eenvoudige online-tool biedt een aantal bijkomende voordelen. Zonder registratie op de site kan je snel een quiz maken, vertrekkende vanuit verschillende vragentypes. Je krijgt een URL toegekend dewelke je kenbaar maakt aan je leerlingen. Elke leerling kan vanop de pc, de tablet of de smartphone aanmelden en deelnemen aan de quiz. Je krijgt aan het einde een compleet overzicht van de prestaties van je leerlingen.

Socrative gaat nog een stukje verder. De leerkracht surft naar t.socrative.com of installeert de app en de leerlingen surfen naar m.socrative.com of hebben hun eigen app. Elke leerling meldt zich aan in het “lokaal” dat jij toegekend kreeg. De leerkracht kan vervolgens ter plekke vragen afvuren of een voorafgemaakte quiz starten. De leerlingen kunnen deze dan op het tempo die de leerkracht oplegt of op hun eigen tempo doorlopen. Ook hier wacht er je op het einde van de quiz een werkblad met de uitslagen van alle leerlingen per vraag en in zijn totaliteit. Een nieuwe versie is trouwens reeds gelanceerd: beta.socrative.com

Meer info? www.onderwijsvernieuwing.be

Meer teasers? www.facebook.com/onderwijsvernieuwing

 

Trend: MOOCs zetten e-leren in de schijnwerper

The New York Times doopte 2012 tot “The Year of the MOOC”. Sindsdien staan MOOCs, voluit Massive Open Online Courses, bovenaan menig trendlijstje. Een MOOC is een vorm van online leren. Net zoals bij andere vormen van afstandsonderwijs volgt de cursist enkel online lessen.

Afstandleren verschilt van blended learning in de zin dat men bij deze laatste ook deels fysiek op de campus aanwezig is. Binnen het afstandsonderwijs onderscheiden MOOCs zich vandaag doordat ze gratis zijn, geen credit opleveren (enkel tegen betaling) en het grote aantal cursisten die deelnemen.

MOOCs ontstonden in Canada vanuit het idee dat onderwijs ‘vrij’ (open) moet zijn, maar de grote doorbraak kwam er in Noord-Amerika nadat enkele nieuwe (meestal for profit) platformen ontstonden zoals Coursera, Udacity en edX. Het initiële succes van MOOCs, en dan vooral binnen de VS, dient men voornamelijk te zien in het licht van de enorme besparingen binnen het onderwijs, de torenhoge studiekosten (een diploma kost er minstens 25.000 dollar) en het gegeven dat reeds vandaag al een derde van alle studenten er via afstandsonderwijs een diploma behaalt.

Vandaag zijn MOOCs voornamelijk het speelveld van (Westerse) universiteiten die ze gebruiken als showcase (marketing voor de instelling) om zich te profileren t.o.v. de concurrentie, maar ook met het oog op het enorm potentieel aan studenten binnen Afrika en Azië. In Europa ziet men MOOCs als een alternatief voor Erasmus en een mogelijkheid tot (hernieuwde) samenwerking met ontwikkelingslanden, vooral Franstalig Afrika. Momenteel vervangen MOOCs nog maar zelden volledige bestaande opleidingen. Tijdens een MOOC-conferentie in Brussel (ACA, 10 oktober 2013) werd data getoond waaruit blijkt dat er in Europa bijna evenveel MOOCs georganiseerd worden als in Noord-Amerika en dat de meest gebruikte taal er ook het Engels is. Het verschil tussen beide continenten is voornamelijk te vinden in de manier waarop het onderwijs gefinancierd en georganiseerd wordt.
“Trend: MOOCs zetten e-leren in de schijnwerper” verder lezen

Mobile en leren: een ezel stoot zich geen tweemaal aan dezelfde steen?

start2De opkomst en algemene doorbraak van mobile, tablets, smartphones, apps, responsive design en binnenkort 4G dwingt de opleidingswereld zich aan te passen aan dit nieuwe kanaal, dit nieuwe medium, deze nieuwe tools.

Immers uit marktcijfers blijkt enerzijds dat het aantal gebruikers van tablets en smartphones spectaculair stijgt. Maar ook binnen de literatuur over opleiding en didactiek blijkt deze tendens de hype voorbij en op weg van Proof Of Concepts naar een meer stabiele dienstverlening.

We richten ons dus hoofdzakelijk op volwassen leerders die de middelen hebben om deze apparaten en bijhorende kosten te dragen. Bovendien zullen de ermee gepaard gaande kosten nog kortelings dalen door bv. initiatieven vanuit de regering (regularisering mobiele tarieven). Maar evengoed scholieren kunnen niet meer zonder smartphone de deur uit.

We mogen ons echter niet laten meeslepen door de hype en alles onder de vorm van mobile apps aanbieden. Complementariteit, integratie, blended en meerwaarde moet voorop staan. Dat is hopelijk de les die we van e-learning hebben geleerd.

Tenslotte is de technologie van e-learning stilaan achterhaald en komen nieuwe standaarden naar voor. Scorm zal opgevolgd worden door TinCan. Dit laatste is een “e-standaard” die toelaat om leerinspanningen (formeel en informeel) te traceren en te verzamelen in een portfolio. Deze nieuwe e-standaard is dus meer geschikt om m-learning op te volgen en te “formaliseren”. Hoewel, ik heb nog geen operationele toepassingen ervan gezien.

De meeste artikels op blogs over m-learning beperken zich tot een lijstje van handige apps die het leren ondersteunen: een digitale notitieblok, een rss-reader, een fototoepassing, enz. Dit is slechts een basale vorm van mobile leren. Je gebruikt een apparaat om je leerinspanning te ondersteunen met apps die geen specifiek leermatariaal aanbieden. De lat zou toch hoger moeten liggen, niet?

Afhankelijk van de situatie (reële leeromgeving), leerdoelen, publiek … kan je toch keuzes beginnen maken over het gebruik van mobile leren.

Afbakening en positionering

Mobile dekt drie toepassingen:

  1. het leren/certificeren/informeren/testen/oriënteren met tablets en smartphones door middel van apps
  2. het leren/certificeren/informeren/testen/oriënteren met tablets en smartphones door middel van mobiel surfen (wifi-3G) (consulteren van de elektronische leeromgeving valt hier ook onder).
  3. het leren/informeren/oriënteren door middel van mobile publicaties (magazines)

Mobile kent twee toepassingsmogelijkheden/publiek:

  1. als kanaal om leermateriaal en testen aan te bieden aan de zelfsturende leerder (extern)
  2. als kanaal om leermateriaal en testen aan te bieden aan de lesgever & leerder in de reële leeromgeving (intern)

Mobile kan twee doelstellingen ondersteunen:

  1. het formeel leren met opgebouwde leerpaden en testen zoals e-learning en met losse assets onder begeleiding van lesgever (dus zowel extern als intern)
  2. het informeel leren door consultatie van losse leerassets of door aanbieden van regelmatige informatie à la vakmagazine (zowel extern als intern)

Deze matrix van positionering en afbakening is belangrijk om te bepalen waarin je wil en kan investeren als instelling en lesgever.

Het onderscheid tussen bv. formeel en informeel is zelfs voor e-learning nog altijd een twistpunt. We verwachten daarom evenzeer veel interpretaties rond m-learning. Misschien helpt dit kader je al even op weg. Ook al zitten in dit kader nog hiaten. Die kan je als lezer zeker aanvullen via de blogcomments. Maar je zal alvast de spreekwoordelijke ezel vermijden door er even op voorhand stil bij te staan.

Waar e-learning bij uitstek moeite mee had, was de integratie in de reële leeromgeving (klas, lesatelier, werkplek in industriële omgevingen…). Zeker in opleidingen voor handvaardigheidsberoepen. Mobile leren schept vooral hier hoge verwachtingen.

 

In een volgend blogtekstje zal ik wat concrete realisaties beschrijven en er conclusies uitlichten.

Dyslexiesoftware! En nu?

Een kleine groep leerlingen van ongeveer 2 à 3 procent heeft een heel ernstige beperking in schriftelijke communicatie. Deze groep heeft meer kansen om beter te functioneren in het onderwijs en in de maatschappij wanneer zij op school compenserende ICT-hulpmiddelen mogen gebruiken.

Het gebruik van dyslexiesoftware op school is echter nog al te vaak iets dat door betrokkenen als niet-evident ervaren wordt. Leerrkachten hebben soms drempelvrees of vragen hiervoor specifieke ondersteuning. Scholen vrezen soms conflicten i.v.m. de gelijke behandeling van leerlingen die wel en niet met een laptop kunnen werken. Ook ouders hebben soms vragen. Om antwoorden te bieden op deze vragen en een inspiratiebron aan te bieden om ICT-hulpmiddelen te integreren in het zorgbeleid van de school hebben het Samenwerkingsverband van Netgebonden Pedagogische Begeleidingsdiensten vzw, Die-‘s-lekti-kus vzw, Gelijke Kansen in Vlaanderen, de Onderwijsinspectie en het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming een brochure uitgewerkt.

Dyslexiesoftware! En nu? kan je hier downloaden

Het onderwijsmagazine Klasse besteedde deze maand eveneens uitvoerig aandacht aan de problematiek. 

De Vlaamse overheid financiert ook een project Adibib waarbij gebruikers van dyslexiesoftware digitale handboeken kunnen bestellen. Dit project gebeurt i.s.m. vzw dieslektikus. zie:  www.letop.be

EduBIT: studiedag voor ICT-coördinatoren EN elearningprofessionals

Update van de Edublogs.be redactie: deze studiedag werd verplaatst naar maandag 28 maart 2011.

24 november / Brussel

We kondigen graag via deze weg ook de 2de studiedag aan voor ICT-coördinatoren.Thema’s zijn ICT-beleid en elearning. Met 60 sessies over de gehele dag zeker de moeite.

1. ICT-coördinatoren volgen best de weg via edubit.be. Thema is: ICT-beleid en elearning.

2. De studiedag voor elearningprofessionals verloopt via www.elearningday.be Ze staat open voor al wie zowel in onderwijs als in het bedrijfsleven actief is in elearning. Thema is: Create & Share. Er is een volledig Adobe traject want juist Adobe biedt bij het maken en delen van leermiddelen heel wat mogelijkheden (van Adobe Acrobat tot Connect).

Wie in de gezondheidszorg actief is kan aansluiten bij het programma van eduhealth.be dat ook op die dag verloopt.

Door al deze spelers bijeen te brengen wordt dit inhoudelijk een erg sterke studiedag. Er is een begeleidende bundel ‘Create & Share’ en een Pecha Kucha op de middag. Er zijn diverse standhouders en voldoende ruimte om met hen van gedachten te wisselen.

Welkom!

Is School Cool? Over de e’s van leren

Vakantiesignalement. Wat heb ik vandaag geleerd? Van drie profi’s: Steve Wheeler, Cindy De Smet en Wilfred Rubens! Over leren met de e van e-learning of technology enhanced learning, en PLE.

Vrolijk terug naar school plaveien marketeers de weg naar schooljaar 2010-2011 … Is school cool? Ja, maar niet zonder de e’s van de tijd en de toekomst te kennen, of beter: te (leren) gebruiken. Zo denk ik erover.

 De ‘e’ in ‘leren’ heeft allang de klank van ‘sociale media’ of zoals Wilfred Rubens het samenvat: ‘technology enhanced learning’. Enkele dagen geleden blogde hij over de school als cloud company. Terecht dat ik hem hier, zomerdromend over de toekomst van onderwijs / leren, in één adem noem met Steve Wheeler en Cindy De Smet. Waar ik cloud lees, denk ik 3.0.

 Speciaal voor de vakantie lijst e-onderwijsspecialist Steve Wheeler een aantal e’s nog eens op in een serie van zeven blogposts onder de algemene titel Web feats. In een recente presentatie zet hij – met enige reserve – een stap verder. Hij toont dat onderwijs 3.0 niet langer een visionaire gedachte is … 

 … zoals ook tenvolle blijkt uit de PLE van Dr. Smetty, aka PhD-student Cindy De Smet. Ik vond haar Prezi-presentatie een heel mooi praktijkvoorbeeld van een Personal Learning Environment! De gedroomde illustratie bij Steve Wheelers web 3.0 …

Steve Wheeler’s Web 3.0: the way forward?

Dr. Smetty’s PLE

Ook in The Sausage Machine. En op Zita.be.

Competenties voor de 21e eeuw

Europa spreekt over “new skills for new jobs”, de OESO over 21st century skills. Maar wat we daarmee precies bedoelen is niet altijd even duidelijk. In opdracht van de Vlaamse overheid onderzocht de OESO de aandacht voor 21st century skills in nationale curricula. Wat blijkt?  In de meeste OESO-landen was er wel een notie van deze vaardigheden, maar de voornaamste conclusie was dat iedereen er iets anders onder verstaat, dat er geen gemeenschappelijke taal en stam is als we het hebben over deze 21st century skills.

Een van de interessantste recente initiatieven is het P21, het Partnership for 21st Century Skills. P21 is een consortium van technologiebedrijven en onderzoekscentra die zich tot doel gesteld hebben een duidelijk kader te ontwikkelen voor 21st century skills en voor de implementatie ervan in leerprocessen. Bernie Trilling en Charles Fadel – resp. Education managers bij Oracle en Cisco – schreven over hun werk in het P21-project een bijzonder lezenswaardig boek: “21st Century Skills. Learning for Life in our Times”.

De auteurs starten met een analyse van het huidige onderwijssysteem in de meeste Westerse landen: onderwijs volgt een agrarische kalender ( lange zomervakanties die toeliet om te helpen bij de oogst), een industriële tijd/ruimteindeling (gericht op disciplinering nodig voor bandwerk) en een middeleeuwse canonieke vakkenstructuur (klassieke en nieuwe talen, wiskunde, kunsten).

Het doel van het onderwijs is echter de persoonlijke talentontwikkeling, het voorbereiden op de arbeidsmarkt, het bijbrengen van burgerzin en het doorgeven van waarden, normen en culturele tradities. In de visie van Trilling en Fadel moet het onderwijs mee evolueren met de maatschappelijke veranderingen. Ze stellen openlijk de canon en de vakkenstructuur in vraag. De goed gedocumenteerde afname van zogenaamde industriële routine-jobs ten voordele van dienstverlening en creatieve banen vereist -aldus de auteurs- een grondige herziening van de vaardigheden, attituden en inhouden die in een actueel onderwijs aangeleerd moeten worden. Als alternatief bieden ze een coherente visie op 21st century skills. Ze delen deze op in drie delen:

Competenties voor leren en innovatie

–         Kritisch denken en probleemoplossend vermogen

–         Communicatie en samenwerking

–         Creativiteit en innovatie

Burgerschaps- en beroepscompetenties

–         Flexibiliteit en aanpasbaarheid

–         Initiatief en zelfsturing

–         Sociale en interculturele vaardigheden

–         Productiviteit en resultaatgerichtheid

–         Verantwoordelijkheid en leiderschap

Digitale geletterdheid

–         Informatiegeletterd: informatie zoeken, verwerken en delen

–         Mediageletterd: inzicht in werking van media en zelf actief media gebruiken en produceren

–         ICT-geletterdheid: veilig, verantwoord en doelmatig (effectief en efficiënt) gebruik van technologie

Er is hier dus sprake van drie vormen van digitale geletterdheid, waarbij de focus op ICT er slechts één is. Informatiegeletterdheid omvat de competentie om efficiënt en effectief toegang te krijgen tot informatie, kritisch  informatie te kunnen evalueren en de informatie creatief en accuraat te gebruiken.

Mediageletterdheid omvat de competenties om media de analyseren (hoe worden mediaboodschappen opgebouwd en “verpakt”? Hoe interpreteer je mediaboodschappen? , inzicht in de manier waarop allerlei media gedrag en meningen kunnen beïnvloeden,…) en de vaardigheid om zelf mediaproducten te ontwikkelen. Het gaat bij dit laatste om het gebruik van de gangbare media tools (bv. sociale netwerken, blogs, digitale foto en video,…). Het gebruik van deze mediatools om te leren en om ermee les te geven is daarbij minder evident dan het op het eerste zicht lijkt. Het didactisch mediagebruik verondersteld immers een digitale didactiek die nog grotendeels in ontwikkeling of experimenteel is …

ICT-geletterdheid omvat de competenties om technologie te gebruiken voor het organiseren, evalueren, opslaan, en communiceren van informatie en impliceert de praktische technisch-instrumentele vaardigheden om technologische hulpmiddelen te gebruiken.

 

“Competenties voor de 21e eeuw” verder lezen

De Europese Digitale Agenda

De Europese Commissie heeft in maart 2010 het startsein gegeven voor de Europa 2020-strategie, die de EU uit de crisis moet helpen en de economie van de EU moet toerusten voor de komende tien jaar. De strategie staat in het teken van een hoog werkgelegenheidsniveau, productiviteit en sociale cohesie aan de hand van concrete maatregelen op EU? en nationaal niveau.

 In de Digitale Agenda voor Europa – één van de zeven vlaggenschipinitiatieven van de Europa 2020?strategie – wordt uiteengezet welke rol informatie? en communicatietechnologieën zullen moeten spelen in een Europa dat zijn doelstellingen voor 2020 wil halen.

Centraal in de aanpak staat het verhogen van het vertrouwen in ICT. De Commissie wijst ook op de gedeelde verantwoordelijkheid van de Europese en de nationale en regionale overheden. Elk kerninitiatief bevat dan ook engagementen van de EU zelf en een aantal verwachtingen ten aanzien van de lidstaten/regio’s. 

De Digitale Agenda bestaat op zijn beurt uit zeven kerninitiatieven. Een van de zeven secties is volledig gewijd aan de digitale geletterdheid en het voorzien van digitale vaardigheden voor alle burgers. Maar ook de andere “vlaggenschepen” bevatten tal van verwijzingen naar (de rol van) het onderwijs.

“De Europese Digitale Agenda” verder lezen

EduBIT – platform voor ICT-coördinatoren – wedstrijd de klasvanmorgen

EduBIT logo

EduBIT (edubit.be) is een nieuwe vzw die zich vooral richt naar ict-coördinatoren (didactisch en systeemtechnisch) met als doel snelle uitwisseling omtrent nieuwe technologieën mogelijk te maken maar anderzijds de plaats van de ict-coördinator sterker te ondersteunen.

EduBIT verleent geen diepgaandere vormingen – er zijn voldoende nascholingen via de netten, ren-vlaanderen e.a. – maar meer een breder spectrum waar de ict-coördinator op vrij korte tijd kan nagaan of technologieën een antwoord bieden op specifieke vragen.

Op de eerste studiedag (29 april 2010, Lede nabij Aalst) kan men op één dag 7 korte sessies volgen, gaande van nieuwste didactische software tot backup-systemen, van smartpen tot a-server, 32 thema’s worden aangereikt alsook enkele overlegrondes waar ict-coördinatoren overleggen rond bepaalde thema’s.

Tegelijk organiseert EduBIT de wedstrijd ‘deklasvanmorgen’ waarbij een school een project kan indienen over die klasvanmorgen (hoofdprijs: 10.000 €). Wie wil deelnemen aan de wedstrijd moet een studiedag volgen (ofwel 29 april Lede / ofwel oktober Leuven).

“Poëzie zou een veel grotere plaats moeten innemen.” (Henk Witteman, onderwijskundige)

De stad grijs
de paden druk
stemmen rond mijn hoofd
de banken stuk
de zon schijnt tussen de gebouwen door
de muren zijn kil
stad aan de stroom
waar ik wonen wil.

Johan Deceuninck
Winnaar Gedicht verzonden, Gedichtendag 2007.

Poëzie doet een aanspraak op je talige vernuft, creativiteit, denkkracht. Daarom zou ze in het onderwijs een veel grotere plaats moeten innemen.

 Henk Witteman, foto Malmberg.

Uit zijn reactie op Idee van de week van redacteur Corinne Nederlof op Onderwijsvanmorgen.nl citeer ik dr. Henk Witteman. In de aanloop van Gedichtendag 2010 presenteerde OVM Gedicht verzonden, een poëzieproject van TSM-signatuur.

Als je ruim aan de verkeerde kant van 60 zit, krijg je steeds meer de neiging terug te kijken. Je vraagt je bijvoorbeeld af waarom je de levensweg hebt bewandeld die je achter je hebt liggen. Voor mij is het antwoord hierop duidelijk geworden. Ik koos er als jonge man voor leraar Engels te worden. Tijdens mijn studie Engelse Taal- en Letterkunde werd ik gegrepen door de dichter Wlliam Blake (1757-1827). Deze uitzonderlijke schilder/dichter was in staat op verschillende niveaus te communiceren. Zijn taalgebruik was in de lijn van de Romantiek eenvoudig, maar wat hij verwoordde had vele dimensies. Het spel met de taal, in combinatie met diepe emoties in een wereld vol Ratio (William Blake leefde in de wereld tussen Rationalisme en Romantiek) hebben mij veel geleerd. Corinne, je woorden talig vernuft en creativiteit zijn heel juist gevonden. Ik wil er nog het vermogen van scherpe conceptualisering aan toevoegen. Poëzie zou een veel grotere plaats moeten innemen. Het zou onze leerlingen helpen scherpe concepten te vormen, hetgeen hun denkkracht zou bevorderen. Het was het hier geciteerde gedicht van Johan Decouninck die deze gedachten in mij wakker riep.

Dr. Henk Witteman in reactie op Idee van de week, 7 december 2009. Vetjes van mij.

Werken in of aan het systeem?

edchange De vraag en titel van deze crossposted blogpost stel ik naar aanleiding van een erg interessante post van George Siemens. Hij geeft het volgens mij enige correcte antwoord: “Perhaps it is time that we turn our attention explicitly to working on, rather than in, the system. Yes, working against a system is difficult. Sometimes even futile. I’m not suggesting that we “fight the man” and organize marches decrying the failure of the system. I’m suggesting something much more subtle: that we no longer allow systems-based arguments and criticism to dampen our creative exploration for what is possible in education.”

Niets aan toe te voegen. Verder en volhardend naar te handelen. U ook?

Lees de volledige blogpost Now that we have selected the curtain colour, let’s build a new house hier.