Leren met een smartphone

Met een werkgroep van de Europese Commissie was ik de voorbije dagen te gast in Hamburg voor een studiebezoek. Het onderwerp was deze keer BYOD ofwel “bring your own device”, het systeem van infrastructuurvoorziening waarbij elke leerling een eigen computer naar school meebrengt om mee te werken in de les.

De keuze voor Hamburg om daarover een studietweedaagse te organiseren was ingegeven door een grootschalige pilot: “Start in die nächste Generation”. Voor dat project werden 6 scholen geselecteerd (3 ASO en 3 BSO/TSO). De lokale overheid voorziet in de wifi-infrastructuur (géén detail in dit project!), de school bedenkt het pedagogisch model, de leerling brengt mee wat hij heeft, in 90% is dat een smartphone, slechts een minderheid brengt een tablet of laptop mee.

En dat is anders dan in andere landen of regio’s. Gedurende de eerste dag waren er een aantal inhoudelijke presentaties over het project maar ook landenpresentaties waarbij BYOD-initiatieven uit Duitsland, Cyprus, Luxemburg, Vlaanderen en Oostenrijk werden voorgesteld. Ik heb er zelf de resultaten van het Edutab-project voorgesteld.

Uit de verschillende presentaties bleek dat twee problemen steeds naar voor komen: infrastructuur (bandbreedte, een performant wifi-netwerk, oplaadpunten, …) en digitale leerinhouden. Wat dat laatste betreft merken we in de meeste landen een contentmix waarbij soms digitale versies van handboeken worden gebruikt, aangevuld met apps en door leraren zelf gemaakte oefeningen, werkbladen, e-books etc. Er is wat dit betreft in zowat heel Europa een appel aan educatieve uitgevers om businessmodellen te ontwikkelen voor de educatieve mobiele technologiemarkt. Zoniet evolueren we naar een model waarin meer en meer leraren zelf content (moeten) gaan ontwikkelen.

Uit de landenpresentaties bleek overigens wel een belangrijk verschil wat de technologie zelf betreft: in Cyprus betekent BYOD dat leerlingen meestal een laptop meebrengen, in Vlaanderen zijn dat overduidelijk tablets, in Duitsland smartphones.

slide BYODInteressant was ook de presentatie van Jim Ayre die de BYOD-gids van European Schoolnet kwam voorstellen. Hij presenteerde daarbij verschillende pedagogische en organisatorische modellen waarmee scholen aan de slag gaan. Van BYOD waarbij de school bepaalt welk merk of model tablet moet meegebracht worden, over scholen die enkel een minimumfunctionaliteit opleggen, tot scholen die alles toelaten. Pedagogisch betekent dit dat sommige scholen echt voor een geïntegreerde vorm BYOD gaan waarbij de meegebrachte toestellen effectief gebruikt en ook nodig zijn voor het leerproces. Andere gaan dan weer voor een vorm van BYOD waarbij de eigen devices eerder gedoogd worden maar slechts af en toe ingeschakeld worden in de lessen. Ook in Vlaanderen manifesteren zich dergelijke grote verschillen in aanpak heel duidelijk.

De praktijk dan. Op dag twee konden we een bezoek brengen aan één van de 6 pilotscholen. Ikzelf koos voor een gemeenschapsschool, “Stadtteilschule Oldenfelde”, waar beroeps en technisch onderwijs wordt aangeboden. Het was voor mij de allereerste keer dat ik een volledige klas zag leren met smartphones. Slechts 2 leerlingen hadden een tablet. De juf hanteerde een vrij traditionele set-up waarbij de leerlingen in een halve cirkel rond haar zaten. Gedurende deze les Engels moesten leerlingen informatie opzoeken op een Britse website en deze info verwerken in een online werkblad. Bij aanvang van de les moesten leerlingen een Padlet gebruiken voor een brainstorm. Alle taken konden ze vinden op het elektronisch leerplatform its learning. De problematiek van het vinden van digitale leerinhoud manifesteerde zich hier ook. Er werd een mix gebruikt van apps, het officiële leerhandboek, de werkbladen uit dat handboek, door de juf zelf gemaakte oefeningen en authentieke websites. De lerares bevestigde nadien dat er heel veel tijd kruipt in het bijeenzoeken van alle materiaal, het bedenken van de opdrachten en het inbrengen van dat alles in de leeromgeving.hamburg 3De leerlingen waren constant in de weer op hun gsm’s om info op te zoeken of in te vullen. In tegenstelling tot wat ik had verwacht hebben zij geen enkel probleem met het kleine scherm. Het zag er allemaal heel natuurlijk uit. Het gebruik van de smartphone ondersteunde de samenwerking tussen de leerlingen die in groepjes van 2 of 4 samen aan de taak werkten. De technologie was in deze klas ondersteunend aan de opdracht, en het leek voor de leerlingen niet extra motiverend. Na een tijdje (lesblokken duren hier 90 minuten aan één stuk!) merkte ik toch wat afleiding bij sommige leerlingen: ze begonnen te sms-en of hun facebookpagina te checken.

Belangrijkste conclusies van dit bezoek:

  • Er is nog een duidelijk rol weggelegd voor uitgevers, niet alleen voor het ontwikkelen van digitale methodes, maar ook voor kleinere leerobjecten, gebaseerd op methodes of deel uitmakend van leerlijnen.
  • Een goede technische infrastructuur gefinancierd én beheerd door de lokale overheid draagt in grote mate bij aan het succes van dit Duitse project. Het vergt overigens grote investeringen om een performant wifinetwerk draaiende te houden. Veel installatie- en onderhoudswerk wordt geoutsourced.
  • De aard van het device lijkt er minder toe te doen dan ik had verwacht. Zelfs met kleine schermen op smarthones slagen leerlingen er in reguliere opzoek- en invultaken te volbrengen.
  • Samenwerkend leren en de beschikbaarheid over multimedia apps leken hier de belangrijkste meerwaarde te leveren voor het leerproces. Het mobiele karakter van smartphones, wat klasdoorbrekend leren mogelijk maakt, bleef hier onbenut.
  • Er waren een aantal praktische beslommeringen die de lerares er gewoon bij had te nemen: in de klas waren heel weinig oplaadmogelijkheden voor de smartphones, de gsm zorgde soms voor afleiding, sommige leerlingen waren hun paswoord voor bepaalde apps vergeten,…

 

Waarom tinkering beter is dan STEM

STEM is in enkele jaren tijd opgeklommen tot het buzz-woord in het onderwijs. Voorheen wist er slechts een doorwinterde wetenschapper of ICT’er in je school wat het omvatte, momenteel loop je mijlenver achter als je niet on-the-spot en zonder verpinken het letterwoord kan afratelen.
Directies haasten zich om nog voor de opendeurdag een aantal STEM-materialen geleverd te zien. Want zeg nu zelf: wat is er meer wervend voor een abituriënt van pakweg 6 of 12 jaar dan een Lego-robot die feilloos gekleurde steentjes herkent, een aantal bananen waar je piano kan op spelen of een heuse 3D-printer waar je mee aan de slag kan, als je je inschrijft uiteraard…
Waar een tiental jaar geleden het aantal digitale borden de uitstraling van je school naar de buitenwereld toe bepaalden, is het nu het  Stem-aanbod dat het verschil maakt.

Maar is STEM echt wel de vernieuwing waar we met zijn allen zitten op te wachten?

In de echte wereld dienen scholen karig te zijn met budgetten. Dat is alvast één open deur. Maar er dienen ook keuzes gemaakt te worden. Kan de installatie van dubbele beglazing nog even wachten? Krijgt de sportleerkracht zijn of haar langverwachte verlanglijstje? Is de computerklas nog operationeel en hebben we eigenlijk wel een degelijk wifi-netwerk op onze school? Kan het oudercomité financieel een extra project steunen of moet er een extra wafelbak komen?
Want koken kost uiteraard geld. Een school die wil starten met STEM moet toch een basis aan materialen aankopen. Een 3d-printer? Vlot 1000 euro en meer. Een aantal Lego Minstorm-dozen waarmee een volledige klas simultaan aan de slag kan? Leg alvast 9000 euro op kant. Robots via tablets aangestuurd? Meer dan 3000 euro voor de basissets. En ga zo maar door.
STEM-onderwijs geef je nu eenmaal niet klassikaal of frontaal, dat moet echt hands-on gebeuren of we vervallen in stokoude didactische werkvormen.

Dan toch maar niet? Toch wel! Al eens gedacht aan tinkering? Kijk voor eenmaal niet op naar onze Noorderburen: het is duidelijk in Engeland dat men het voortouw neemt. De verplichting aldaar om STEM-inhouden te integreren in elke basisschool noopte scholen immers om creatief, innovatief en kosteneffectief aan de slag te gaan.

Tinkering kan een antwoord bieden. Als je het woord letterlijk vertaalt dan bekom je iets als “twaalf-stielen-dertien ongelukken” of in het beste geval “manusje-van-alles”. Niet echt flatterend dus. Wij vertalen het liever als “onderzoekend leren” of “uitproberen, met vallen en opstaan”.  Oxford Dictionaries verklaren het als “pogingen om iets te repareren of te verbeteren op een alledaagse of ongeleide manier”.

Maar waar situeert tinkering zich nu in de hele STEM-filosofie?

Tinkering wil leerlingen op een actieve en creatieve wijze betrokken maken in wetenschappelijke fenomenen. Tinkering wil hen met alledaagse materialen uiting laten geven aan hun dromen om de omgeving aan te passen, te manipuleren. Uit den boze zijn handleidingen, strakke kaders of vooraf gedefinieerde uitkomsten. De zoektocht is belangrijker dan het resultaat. Deze filosofie kan samengevat worden in de woorden: Think, make, thinker.

In tegenstelling tot vele STEM-activiteiten die vooraf gedefinieerde denkpaden, materialen en instrumenten veronderstellen, zal een tinkerer gebruik maken van alledaagse voorwerpen die uitmaken van zijn omgeving, van gereedschappen die beschikbaar zijn. Tinkerers willen komen tot resultaten die handig, innovatief of gewoonweg mooi zijn.
STEM-elementen worden geconcretiseerd met alledaagse materialen en werktuigen. Zelfexpressie van de leerlingen en creativiteit staan centraal. Falen is hierbij zeker een optie en maakt in vele projecten nu eenmaal deel uit van het traject. Vergelijk het misschien met “Lieven Scheire for education”. Dus geen lasercutters of 3d-printers maar breekmessen en karton. Geen robots maar karikuri’s.

“Tinkering is about hands-on experiences, learning from failures, and unstructured time to explore and invent. And through the processes of exploration and invention lies the potential for innovation.” (Tinkerlab.com)

Door tinkering-activiteiten op te nemen in je leerplan wil je leerlingen inspireren en engageren om wetenschap te begrijpen, toe te passen en te beleven. Maar vooral om tevens de transfer te maken naar de ons omringende dingen, ze willen begrijpen, ze willen maken ,ze willen verbeteren. En net op dat punt lijkt de educatieve waarde van tinkering deze van STEM te overstijgen.
Voor de leerlingen is tinkering veelal creatiever en spannender, voor de leerkrachten pragmatischer en voor de directies financieel haalbaar(der).

Of zoals de Engelsen het verwoorden: Tinkering is the constructionist approach of STEM.

WP_20160302_14_38_16_ProGeprikkeld en zin in concrete projecten, concrete ideeën voor in je klas? Een mooie start vormt de site van het Amerikaanse ‘the Tinkering Studio’. Je vindt er uitgewerkte leerlingenfiches die je zo kan inzetten bij je eerste tinkering-les. Succes!

(http://tinkering.exploratorium.edu/projects)

 

Geert Callebaut
Odisee-Aalst

Learning Tech Day

CDHcNZsUIAAWFeY
Afbeelding via @Haspie

Afgelopen week organiseerde Mathias Vermeulen (Winston Wolfe) de allereerste Learning Tech Day, een conferentie over (e)leren, voor en in samenwerking met de Vlaamse bedrijfswereld. Er waren maar liefst 3 keynote speakers en verschillende break-out sessies. Edublogs was aanwezig, en keek even over het muurtje hoe bedrijven ‘leren’ aanpakken.

Keynotes

De eerste spreker was Chad Udell, een Amerikaanse professor, entrepreneur en schrijver die focust op mobile learning. Zijn betoog ging vooral over hoe de flexibele werknemer, die weinig op bureau is (denk het Starbucks/coworking type), anders wil gaan leren: via een mobiel, gepersonaliseerd, interactief en open sociaal netwerk platform. Hoe Chad Udell dit concreet ziet, werd tijdens de keynote niet besproken, waardoor deze sessie een beetje in vaagheid bleef steken.

De tweede keynote werd gegeven door Ben Betts, oprichter van het sociaal netwerk platform Curatr. Dit platform focust op samenwerkend leren met gamification elementen en leent zich tot het opzetten van (privé) MOOCs. Ook deze keynote bleef een beetje vaag, maar het voordeel is wel dat er over enkele weken een Nederlandstalige MOOC start over hoe men sociaal leren kan invullen, gebruik makend van het platform Curatr (hier inschrijven).We kijken alvast uit naar deze concrete invulling.

De derde keynote werd gegeven door Frank Van Massenhove
(Voorzitter van de Federale Overheidsdienst Sociale Zekerheid). Van Massenhove is vooral bekend als een bijzondere manager die ook echt een verschil heeft gemaakt, door zijn ambtenaren thuis te laten werken en daar enorme besparingen met realiseerde. Deze keynote ging minder over leren, dan wel over hoe je de nieuwe werknemer kan organiseren. Van Massenhove is een zeer inspirerende manager en voor mij het absolute hoogtepunt van deze dag.

Leren in het Vlaamse bedrijfsleven

Naast de keynotes, brachten enkele bedrijven sessies over hoe ze e-leren aanpakken in het bedrijfsleven. Mij vielen volgende zaken op:

1) Aansluitend bij de keynotes, hadden enkele spelers het over de nieuwe werknemer en leren via sociale netwerken. Hoe ze dat leren voor dit type werknemer aanpakken en of er concreet ook geleerd wordt, blijft toch een groot vraagteken.

2) Veel elearning-spelers gaven aan dat het moeilijk is om leren te ontwerpen in Vlaanderen. Veel bedrijven zien leren immers nog als iets dat voornamelijk in cijfers moet kunnen weergegeven worden: x% heeft de nieuwe procedures gelezen en y% de bijhorende vraagjes correct beantwoord etc. Deze klanten wensen dan ook voornamelijk ‘Rapid e-Learning’ oplossingen, een modeterm voor e-learning oplossingen die snel in leerbehoeften voorzien en bij voorkeur ook nog eens goedkoop zijn.

3)  Een groot deel van de e-learning bedrijven voorzien ook nog in de e-learning oude stijl: learning management systems (elektronische leeromgevingen), leerpaden, leerobjecten en de bijhorende vragen aan het einde van het leertraject.

Conclusie:

De traditionele werknemer wordt steeds vaker vervangen door zijn flexibel evenbeeld. Een nieuwe vorm van leren zal dan ook noodzakelijk zijn om te voldoen aan de wensen van deze nieuwe werknemer. Vandaag zitten we duidelijk op een scharniermoment en zoekt iedereen zijn plaats onder de zon. Bedrijven zullen wel iets verder moeten gaan, dan ‘leren’ zuiver te interpreteren als een snel tussendoortje dat het personeel moet ondergaan en dat afgevinkt kan worden van een todo-lijstje. E-learningbedrijven zullen dan weer met oplossingen moeten komen die mobiel, gepersonaliseerd, interactief en samenwerkend leren faciliteren én realiseren.

Veel vragen blijven dus onbeantwoord. Op naar Learning Tech Day 2016.

Trend: MOOCs zetten e-leren in de schijnwerper

The New York Times doopte 2012 tot “The Year of the MOOC”. Sindsdien staan MOOCs, voluit Massive Open Online Courses, bovenaan menig trendlijstje. Een MOOC is een vorm van online leren. Net zoals bij andere vormen van afstandsonderwijs volgt de cursist enkel online lessen.

Afstandleren verschilt van blended learning in de zin dat men bij deze laatste ook deels fysiek op de campus aanwezig is. Binnen het afstandsonderwijs onderscheiden MOOCs zich vandaag doordat ze gratis zijn, geen credit opleveren (enkel tegen betaling) en het grote aantal cursisten die deelnemen.

MOOCs ontstonden in Canada vanuit het idee dat onderwijs ‘vrij’ (open) moet zijn, maar de grote doorbraak kwam er in Noord-Amerika nadat enkele nieuwe (meestal for profit) platformen ontstonden zoals Coursera, Udacity en edX. Het initiële succes van MOOCs, en dan vooral binnen de VS, dient men voornamelijk te zien in het licht van de enorme besparingen binnen het onderwijs, de torenhoge studiekosten (een diploma kost er minstens 25.000 dollar) en het gegeven dat reeds vandaag al een derde van alle studenten er via afstandsonderwijs een diploma behaalt.

Vandaag zijn MOOCs voornamelijk het speelveld van (Westerse) universiteiten die ze gebruiken als showcase (marketing voor de instelling) om zich te profileren t.o.v. de concurrentie, maar ook met het oog op het enorm potentieel aan studenten binnen Afrika en Azië. In Europa ziet men MOOCs als een alternatief voor Erasmus en een mogelijkheid tot (hernieuwde) samenwerking met ontwikkelingslanden, vooral Franstalig Afrika. Momenteel vervangen MOOCs nog maar zelden volledige bestaande opleidingen. Tijdens een MOOC-conferentie in Brussel (ACA, 10 oktober 2013) werd data getoond waaruit blijkt dat er in Europa bijna evenveel MOOCs georganiseerd worden als in Noord-Amerika en dat de meest gebruikte taal er ook het Engels is. Het verschil tussen beide continenten is voornamelijk te vinden in de manier waarop het onderwijs gefinancierd en georganiseerd wordt.
“Trend: MOOCs zetten e-leren in de schijnwerper” verder lezen

ICT-monitor (1): basisinfrastructuur

Zoals elders werd aangekondigd zijn de resultaten van de ICT-monitor voor het Vlaamse onderwijs bekend. Om de enorme rijkdom aan data wat meer tot zijn recht te laten komen ga ik hier de komende dagen themagewijs enkele van de vornaamste cijfers in de kijker zetten.

Vandaag: basisinfrastructuur

In vergelijking met vijf jaar geleden is de PC-leerling-ratio met 1 PC per leerling gestegen. Gemiddeld staan er in het gewoon basisonderwijs nu 46 laptops en desktops in een lagere school ofwel 1 PC, laptop, of tablet per 5,7 leerlingen in het gewoon basisonderwijs en 1 PC per 2,7 leerlingen in het buitengewoon onderwijs. De basisscholen hebben ook een inhaalbeweging gemaakt m.b.t. internetvoorzieningen. Bijna alle devices zijn voorzien van internet. In het buiteengewoon basisonderwijs is er 1 PC beschikbaar per 3 leerlingen.

Het (gewoon) secundair onderwijs beschikt over een groot computerpark. Gemiddeld staan er in een secundaire school 188 PC’s, 24 laptops en een tiental tablets en in het BuSO gemiddeld 52.  Vijf jaar geleden was er in het gewoon secundair onderwijs is 1 PC per 3 leerlingen, nu is dat 1 PC, laptop of tablet per 2 (1,8) leerlingen. Die zijn bijna allemaal ook aangesloten op het internet. In het buitengewoon secundair onderwijs is er 1 PC per 3,3 leerlingen.IMG_0816

Deze ratio’s zijn goed in vergelijking met ratio’s van andere Europese landen. Zoals hieronder verduidelijkt, is een flink deel van het computerpark verouderd, d.w.z. ouder dan 4 jaar. Daarom werd ook een computer-lln ratio berekend met enkel de devices jonger dan 4 jaar. Voor het basisonderwijs krijgen we dan 1 PC per 15 leerlingen; voor het buitengewoon basisonderwijs 1 Pc per 6 leerlingen; voor secundair onderwijs 1 per 3 leerlingen en voor buitengewoon secundair onderwijs 1 PC per 8 leerlingen.

Het computerpark in het onderwijs is sterk verouderd. In het gewoon en buitengewoon basisonderwijs is 53% van de PC’s ouder dan 4 jaar. En bijna 33% tussen de 1 en 4 jaar oud. Slechts 11% van het computerpark is nieuw (jonger dan 1 jaar). De situatie is iets beter in het secundair onderwijs, maar is er op achteruit gegaan tegenover 5 jaar geleden. In het gewoon secundair onderwijs bedraagt de gemiddelde leeftijd in de helft van de computers tussen 1 en 4 jaar. Toch is ook daar 36,2% van de computers ouder dan 4 jaar. Slechts 12% van de PC’s zijn nieuw. In deze cijfers zijn tablets niet inbegrepen. Het buitengewoon secundair onderwijs beschikt over het meest verouderde PC-park over alle onderwijsniveaus en types heen. Bijna 54% van de computers is ouder dan 4 jaar, 40% tussen 1 en 4 jaar en slechts 7,5% is nieuw.

 Ook interessant is de herkomst van de computers. Ook hier weer zien we grote verschillen tussen het basis- en secundair onderwijs. In het basisonderwijs is slechts 50,7% van de PC’s nieuw aangekocht materiaal, 46% zijn tweedehands aangekochte of giften. We zien wel een tendens (verschuiving met10%) naar meer nieuw aangekocht materiaal. In het secundair onderwijs is de situatie wel gunstiger. Bijna 83% van het computerpark bestaat uit nieuw aangekochte PC’s, 12% zijn tweedehands en 4,3% komt zijn schenkingen. Ook hier merken we de trend naar meer nieuw aangekocht materiaal en minder tweedehands of giften. Binnen het secundair onderwijs zijn er op dit vlak wel grote verschillen tussen gewoon en buitengewoon secundair onderwijs. In het buitengewoon secundair onderwijs maakt men veel meer gebruik van tweedehands materiaal (13,3%) en giften (30%) dan het gewoon secundair onderwijs.

kids_education_tablet2 Tablets

De introductie van tablets in het onderwijs is voorlopig nog beperkt, al blijkt uit de cijfers wel een grote experimenteerdrang   op dit vlak. In de grote meerderheid van de basisscholen (88%) zijn er geen tablets. De overige 12% experimenteren er mee en in 3,2% van de basisscholen zijn er meer dan 10 tablets aanwezig. In het secundair onderwijs kochten meer dan 1/3 van de scholen tablets aan, maar er zijn grote verschillen qua aantallen. Slechts 1 op 10 secundaire school heeft meer dan 10 tablets voor educatief gebruik.

Internetvoorzieningen

Ook op vlak van internetfaciliteiten zijn de scholen er op vooruit gegaan. 77% van de basisscholen en 75% van de secundaire scholen beschikt over draadloos internet (tegenover resp. 33% en 50% in MICTIVO 1). In het basisonderwijs beschikt 70% en in het secundair onderwijs bijna 90% over een lokaal (intern) netwerk. Die cijfers lijken goed, maar gezien het relatief grote aantal computers per school zouden eigenlijk alle scholen over zo’n intern netwerk moeten beschikken.

Breedbandinternettoegang is nog steeds niet 100% dekkend en dit ondanks de raamovereenkomst met Telenet die voor de data- afname werd gesloten. In het basisonderwijs beschikt 86% van de scholen over breedband en in het secundair onderwijs is dat 92%.

Mobile leerinhouden maken: een vak apart met valkuilen

foto 2Al doende leert men. Dat ondervonden we tijdens onze eerste stapjes op het vlak van mobile leerinhouden.

Algemene tools en apps genoeg op de respectievelijke Google en iTunes Stores. Maar als je zelf leerinhouden wil ontwikkelen/samenstellen/aanbieden, heb je een behoorlijke leercurve voor de boeg. Met de nodige onverwachte obstakels.

Native en offline

Twee apps die we ontwikkelden als Proof of Concept waren “native” voor iPad: snijtechnieken en kooktechnieken. “Native” is dus ontwikkeld in xCode, de programmeertaal om een app te maken voor iPhone en iPad. Niet eenvoudig en meestal niet haalbaar met de doorsnee kennis van een lesgever.

Je kon met deze 2 apps tekst, multiple choice oefeningen en video’s consulteren over de verschillende messen, snijtechnieken en basis kooktechnieken. Deze apps zijn nooit in de iTunes Store beland, maar enkel op een aantal iPads gezet die ter beschikking waren in onze opleidingskeukens.

De reacties van de leerders en lesgevers waren onverbloemd positief. Een korte greep uit de respons achteraf:

  • Ad hoc consulteerbaar (dus niet meer naar een (ander) computerlokaal, inloggen enz.)
  • Fragmentaire consultatie (snel even iets opzoeken)
  • Geen internet nodig
  • Te gebruiken voor klassikaal (aan de beamer) en individueel
  • De iPad zelf “viel ook in de smaak” omdat je handelingen kan filmen en zo voorbeelden verzamelen hoe je wel/niet bepaalde snijtechniek toepast. (zelfevaluatie en peer-to-peer)
  • Gebruik door twee leerders om in te oefenen en elkaar te helpen
  • Absoluut gebruiksgemak en eenvoud
  • Alle leerinhoud verzameld zonder afleiding of technische hoogstandjes voor de leerder
  • “Dit is beter dan klassikale lessen”.

Toch stelde het ons voor moeilijkheden en vragen:

  • Met 4 iPads kan je het beheer nog wel aan, maar wat als je er 10, 25 of meer moet beheren?
  • Naast device management heb je ook app management. Apps beheren zonder iTunes Store is een echte kopzorg. En maar gedurende beperkte tijd mogelijk omdat je slechts 1 jaar een app op deze manier kan installeren.
  • Het geheugen van de iPads liep snel vol met eigen videofragmenten
  • Op afstand beheren van iPads vergt wifi (die er niet was in de opleidingskeuken).
  • BYOD (bring your own device) is niet van toepassing, want de apps waren niet beschikbaar in de Store
  • Enkel toepasbaar voor leerinhouden zonder scores of tracking.
  • Zoals eerder gezegd is xCode nu ook niet de eenvoudigste programmeertaal.

Webapp en offline

Na deze twee proefstukken ontwikkelden we drie apps “Heftruck”, “Tablet op het werk” en “Help, ik moet solliciteren”. Ook weer een technische Proof of Concept om de ervaringen uit vorige apps om te zetten in beter, sneller, makkelijker.

Drie valkuilen werden vermeden: geen xCode, geen gedoe met iPad-beheer, DIY (do it yourself) installatie door de lesgever,…

Webapps zijn gemaakt in HTML(5) en worden daarna “verpakt” om in de iTunes Store of Google Play aan te bieden. Een technische drempel maar toch al heel wat eenvoudiger dan xCode. Met een goede html-editor kom je al snel op weg.

Maar het aanbieden op iTunes is echt niet zo eenvoudig. Je hebt heel wat opzoekwerk te doen en veel onduidelijkheden te overwinnen (en een Apple Developper account van 200 euro per jaar).

Conclusie: aanmaak makkelijker en hosting moeilijk.

Je kan de videofragmenten in jouw app insluiten (offline). Het nadeel is dat het geheugen van iPad al snel volloopt. Maar het blijft allemaal mooi offline als je niet over wifi beschikt in jouw opleidingsinstelling. Als je verwijst naar youtube-fragmenten, ben je toch weer verplicht een internetverbinding te hebben. Dilemma dus.

Als conclusie voor beide voornoemde POC’s was het doelpubliek (leerders en lesgevers in technische secties) uiterst geschikt. Zij hebben niet onmiddellijk en makkelijk een computer bij de hand en wensen het leermateriaal te consulteren zonder tracking of inloggen. Of zij wensen de tablet als didactisch instrument te gebruiken (bv. video-opname voor zelfevaluatie). Een app was dus niet strikt noodzakelijk.

Inhoudelijk zijn er toch ook verschillen tussen deze voorbeelden te vinden. “Heftruck”, “Snijtechnieken” en “Kooktechnieken” zijn meer bedoeld als consultatie van nuttig materiaal.

“Solliciteren” en “Tablet op het werk” hebben al meer een opgebouwd leerpad en dus nuttig voor gestructureerde zelfinstuctie.

“Frans@Work” (op iTunes of Google Play) is gaat nog een stap verder. Deze App focust op fragmentair en themagerichte zinnen en woordenschat. Er is een spelelement ingevoegd waarvan je de resultaten op Facebook deelt. Wellicht is dit inhoudelijk de beste weg om mobile native apps aan te bieden. De app is ontwikkeld in html5 met PhoneGap zodat het iets makkelijker is om voor beide toonaangevende platformen (IOS en Android) aan te bieden.

Nu werken we een derde POC uit: Online Mobile sites

Hierover meer in een volgende blogartikel waar we de voordelen aantonen met een case en enkele handige tips en trics.

 

Mocht je vragen/opmerkingen/suggesties hebben, post ze gerust in de comments.

 

Mobile en leren: een ezel stoot zich geen tweemaal aan dezelfde steen?

start2De opkomst en algemene doorbraak van mobile, tablets, smartphones, apps, responsive design en binnenkort 4G dwingt de opleidingswereld zich aan te passen aan dit nieuwe kanaal, dit nieuwe medium, deze nieuwe tools.

Immers uit marktcijfers blijkt enerzijds dat het aantal gebruikers van tablets en smartphones spectaculair stijgt. Maar ook binnen de literatuur over opleiding en didactiek blijkt deze tendens de hype voorbij en op weg van Proof Of Concepts naar een meer stabiele dienstverlening.

We richten ons dus hoofdzakelijk op volwassen leerders die de middelen hebben om deze apparaten en bijhorende kosten te dragen. Bovendien zullen de ermee gepaard gaande kosten nog kortelings dalen door bv. initiatieven vanuit de regering (regularisering mobiele tarieven). Maar evengoed scholieren kunnen niet meer zonder smartphone de deur uit.

We mogen ons echter niet laten meeslepen door de hype en alles onder de vorm van mobile apps aanbieden. Complementariteit, integratie, blended en meerwaarde moet voorop staan. Dat is hopelijk de les die we van e-learning hebben geleerd.

Tenslotte is de technologie van e-learning stilaan achterhaald en komen nieuwe standaarden naar voor. Scorm zal opgevolgd worden door TinCan. Dit laatste is een “e-standaard” die toelaat om leerinspanningen (formeel en informeel) te traceren en te verzamelen in een portfolio. Deze nieuwe e-standaard is dus meer geschikt om m-learning op te volgen en te “formaliseren”. Hoewel, ik heb nog geen operationele toepassingen ervan gezien.

De meeste artikels op blogs over m-learning beperken zich tot een lijstje van handige apps die het leren ondersteunen: een digitale notitieblok, een rss-reader, een fototoepassing, enz. Dit is slechts een basale vorm van mobile leren. Je gebruikt een apparaat om je leerinspanning te ondersteunen met apps die geen specifiek leermatariaal aanbieden. De lat zou toch hoger moeten liggen, niet?

Afhankelijk van de situatie (reële leeromgeving), leerdoelen, publiek … kan je toch keuzes beginnen maken over het gebruik van mobile leren.

Afbakening en positionering

Mobile dekt drie toepassingen:

  1. het leren/certificeren/informeren/testen/oriënteren met tablets en smartphones door middel van apps
  2. het leren/certificeren/informeren/testen/oriënteren met tablets en smartphones door middel van mobiel surfen (wifi-3G) (consulteren van de elektronische leeromgeving valt hier ook onder).
  3. het leren/informeren/oriënteren door middel van mobile publicaties (magazines)

Mobile kent twee toepassingsmogelijkheden/publiek:

  1. als kanaal om leermateriaal en testen aan te bieden aan de zelfsturende leerder (extern)
  2. als kanaal om leermateriaal en testen aan te bieden aan de lesgever & leerder in de reële leeromgeving (intern)

Mobile kan twee doelstellingen ondersteunen:

  1. het formeel leren met opgebouwde leerpaden en testen zoals e-learning en met losse assets onder begeleiding van lesgever (dus zowel extern als intern)
  2. het informeel leren door consultatie van losse leerassets of door aanbieden van regelmatige informatie à la vakmagazine (zowel extern als intern)

Deze matrix van positionering en afbakening is belangrijk om te bepalen waarin je wil en kan investeren als instelling en lesgever.

Het onderscheid tussen bv. formeel en informeel is zelfs voor e-learning nog altijd een twistpunt. We verwachten daarom evenzeer veel interpretaties rond m-learning. Misschien helpt dit kader je al even op weg. Ook al zitten in dit kader nog hiaten. Die kan je als lezer zeker aanvullen via de blogcomments. Maar je zal alvast de spreekwoordelijke ezel vermijden door er even op voorhand stil bij te staan.

Waar e-learning bij uitstek moeite mee had, was de integratie in de reële leeromgeving (klas, lesatelier, werkplek in industriële omgevingen…). Zeker in opleidingen voor handvaardigheidsberoepen. Mobile leren schept vooral hier hoge verwachtingen.

 

In een volgend blogtekstje zal ik wat concrete realisaties beschrijven en er conclusies uitlichten.

Bezoek het klaslokaal van de toekomst

Het Future Classroom Lab is een nieuw project waarbij een hal van het European Schoolnet (bekend van o.a. e-twinning en het saferinternet programma) is uitgerust met de nieuwste technologieën zoals digiborden, digitale apparatuur voor wetenschappen, mediatechnologie en innovatief interieur.  De Vlaamse overheid is een van de 30 Europese ministeries van onderwijs die deel uitmaken van European Schoolnet.

Het “klaslokaal van de toekomst” is echter niet enkel een demonstratieruimte maar wil vooral een plek zijn waarbij leraren, lerarenopleiders en beleidsmakers nadenken over de plaats van ICT en digitale media in het onderwijs van morgen en hoe conventionele leslokalen gemakkelijk opnieuw kunnen worden ingericht, zodat er ruimte is voor veranderingen op het gebied van onderwijs- en leermethoden.

Het Future Classroom Lab is opgedeeld in  zes zones of “sferen” waar er rond bepaalde leeractiviteiten technologie gebruikt kan worden. Zo is er een zone voor interactieve lesvormen, voor presenteren en instructie, voor onderzoek, voor creatie en creativiteit, voor uitwisseling en voor ontwikkeling.

Verschillende Europese landen hebben al zo’n denk- en demonstratielokaal, maar voor België is dit een primeur. Wie geïnteresseerd is in een rondleiding en demosessie van ca. 2 uur kan zich melden bij jan.decraemer@ond.vlaanderen.be. Er kunnen max. 15 personen aan dit bezoek deelnemen.  Dit bezoek zal doorgaan op dinsdag 5 maart 2013 van 10.00 – 12.30 op de locatie van het Future Classroom Lab: Trierstraat 61, 1040 Brussel (vlakbij metrostation Maalbeek). 

Meer info: http://fcl.eun.org/

 

Hoe je iPad scherm filmen?

Soms heb je een opname nodig van je iPad scherm. Apple heeft het om duistere redenen niet zo makkelijk gemaakt.

Daarom ging ik op zoek en vond deze oplossing.

Het kost je 15 euro voor permanent gebruik, maar je kan het wel 10 minuten gratis proberen.

 

Hoe ging ik te werk?

Voorbereiding.

1/ Zorg dat je een software hebt om jouw computerscherm te filmen. Ik gebruikte hiervoor het gratis http://screencapturer.com/

Maar ieder ander programma is ook goed.

2/ Download Reflector op jouw computer. Dit programma is dus 10 minuten gratis. https://www.reflectorapp.com/

3/ Zorg dat zowel je computer als jouw iPad op dezelfde Wifi aangesloten zijn.

Opname.

4/ Start Screencapturer om je computerscherm op te nemen

5/ Start Reflector.

6/ Dubbelklik op de Home van jouw iPad en scroll naar links tot je dit tegenkomt.

Dit is de “AirPlay” knop die je ook kan gebruiken voor wireless projecteren.

Klik dan op de computernaam waarmee je zal filmen en op “Synchroon”.

 

Nu kan je op jouw iPad scrollen, pinchen en apps openen en demonsteren. En intussen loopt de screenrecorder op jouw computer.

Stoppen.

7/ Dubbelklik homeknop op je iPad en schakel de AirPlay uit.

8/ Stop de software screenrecorder en bewaar jouw filmpje.

Duidelijk?

 

Het resultaat zie je hier: https://www.facebook.com/photo.php?v=10151385931557628&set=vb.274968825936356

Wekelijkse tips over iPad op het werk kan je hier volgen: https://www.facebook.com/IpadOpHetWerk

Meer info over een webcursus over iPad? http://joblog.vdab.be/webleren/2012/11/index.html#entry-6a00d83452368b69e2017c3374c37c970b

 

Sankoré

Sankoré, voorheen bekend als Uniboard, is de perfecte freeware software voor gebruik met je digibord. Het maakt niet uit of het een zelfgemaakt bord is, een Smartboard of een Activ Board. Je start je computer en je digibord op de normale wijze op, je calibreert en je opent Sankoré. That’s it.

Deze software laat je toe zelf bordlessen te maken ‘from scratch’, van een bestaand werkblaadje, cursus of powerpointpresentatie. De toepassingen zijn relatief basic, maar geef toe: het merendeel van de toeters en bellen gebruik je toch niet in je dagelijkse klaspraktijk.

Alles valt eenvoudig te downloaden via http://open-sankore.org/

Het enige wat er nog ontbrak was een Nederlandstalige handleiding. Maar ook dat heuvel is momenteel verholpen: https://sites.google.com/site/vernieuwendonderwijs/digitale-borden/open-sankore

Probeer het zeker uit: niet-commerciele software valt toch steeds te prefereren in het onderwijs?

Studiedag Wi-Fi en gsm-straling op school

Scholen worden steeds vaker geconfronteerd met ouders, schoolpersoneel …  die zich ongerust maken over elektromagnetische straling.  Soms gaat het over een zendantenne die op of in de nabijheid van een schoolterrein geplaatst wordt. Andere keren gaat het over de beslissing van een school om een draadloos netwerk te installeren. Ook maken sommige ouders zich ongerust over het gebruik van gsm, smartphone, tablet, … door hun kinderen, zowel voor privé- gebruik als op school.  

Op een studiedag op 28 november 2012 wil de Vlaamse overheid aan scholen een houvast bieden m.b.t. de problematiek van straling. Op de studiedag krijgen scholen informatie, tips en richtlijnen m.b.t. elektromagnetische straling afkomstig van zendmasten in de buurt van de school of van Wi-Fi-netwerken en gsm-gebruik.

 Er wordt o.a. stilgestaan bij:

  • De technologie zelf: wat is elektromagnetische stralingen en hoe functioneren zendmasten, gsm’s, Wi-Fi.
  • De wettelijke normering voor toestellen en zendmasten.
  • Resultaten uit onderzoek naar gezondheidseffecten van toestellen en zendmasten.
  • Richtlijnen voor het schoolbeleid.
  • Waar scholen terechtkunnen voor meer informatie en ondersteuning

De studiedag richt zich op schooldirecties, ICT-coördinatoren, preventieadviseurs en andere onderwijsactoren met interesse in het thema

programma, praktische info en inschrijven vind je hier

Tablets en touchscreens in het onderwijs

Nogal wat scholen zijn volop bezig met na te gaan wat tablets kunnen betekenen voor het onderwijs. Waarom deze kennis niet bundelen?  EduBIT organiseert daarom op 14 november een symposium “Touch2learn” (in Lede – nabij Aalst) met vele aandachtspunten:

  • enerzijds overlegrondes over hoe scholen met tablets omgaan (hoe pakten ze dit aan zowel technisch als didactisch) en wat hun bevindingen waren
  • welke mogelijkheden & technologieën zijn er: type tablets, technologieën om tablets te beheren
  • Welke randvoorwaarden zijn er (technisch, didactisch)
  • hoe kan je tabletprojecten opzetten (met ondermeer een eerste publicatie daarover: “Tabletprojecten opzetten in school?”

Naast de sessies, en standhouders is er ook tijd om elkaar aan te spreken.  De dag is zo georganiseerd dat men makkelijk kan aansluiten of enkel voormiddag of namiddag kan kiezen.

Deelname is enkel voor leden van EduBIT vzw. Lidmaatschap kost 75€ en biedt niet alleen toegang tot de studiedag, maar ook tot allerlei workshops, draaiboek voor goed ICT-beleid.

Wie reeds op school een tabletproject lopende heeft, kan dit aanmelden via de site touch2learn.be (iedereen die dit meldt krijgt een leuke attentie) en wie wil kan zich opgeven om in de overlegronde actief deel te nemen secretariaat@edubit.be

Opgelet het aantal inschrijvingen is beperkt.

 

Geen stilte voor de digitale storm.

Ik volg nogal nauwgezet de vakliteratuur via internet: didactische tools, evoluties, vernieuwingen…
Het laatste jaar is er vooral veel geschreven op Amerikaanse en Australische gespecialiseerde sites over de Ipad (of in het beste geval, de tablet).

Maar nu is ook de storm losgebarsten in Vlaanderen. Dikwijls wordt de Ipad naar voor geschoven als het ultieme en vernieuwend didactisch middel.
Maar wat ook opvalt is de resem aan negatieve reacties van al wie van verre en nog verder betrokken is of door de eigenverklaarde ervaringsdeskundigen.
Kijk eens naar de 130 reacties op het artikel in Het Laatste Nieuws over de school in Blankenberge.

Ik vat samen:

  • Spielerei en gadget
  • duur
  • monopolie van Apple
  • gezondheidswaarschuwingen voor scherm, wifistraling…
  • heimwee naar vroeger en de slechte jeugd van tegenwoordig
  • ondoordacht project
  • ondemocratisch
  • over mercantilisme tot ongeoorloofde handelspraktijk
  • veiligheid, schade en diefstal
  • schuld van de socialisten (sic!)
  • de teloorgang van het schoonschrift, de correcte spelling en het hoofdrekenen
  • ……

Het deed me allemaal sterk denken aan de boeren die geen treinspoor door hun wei wilden omdat de koeien geen melk meer zouden geven.
Hier en daar (ik tel er ongeveer 10) ziet een schuchtere commentator in 1 lijntje het positieve ervan in.

Ik wil graag toegeven dat enige omzichtigheid gepast is. De omstandigheden, merkbinding, prijs en diens meer zijn belangrijke variabelen in een onderwijsproject.
Ook daar moet je als schooldirectie rekening mee houden.
Maar intrinsiek moet je nu toch wel blind zijn om de voordelen van de mobiele digitalisering in de leeromgeving te ontkennen.

Zo vond  ik het bericht van de BAFA die vanaf dit jaar de Ipad invoert voor piloten in opleiding.
Het argument van zware boekentas komt ook hier weer op de voorgrond (helaas). Maar de tablet wordt evengoed gebruikt tijdens de vlucht om vluchtroutes te berekenen aan de hand van de ingebouwde GPS.
Zullen we het betreuren dat de piloten hun koerswijzingen nauwgezetter en in last minute berekenen?

Er is gelukkig ook al veel positiefs geschreven over het gebruik van tablets:
http://www.te-learning.nl/blog/?p=5182
http://www.te-learning.nl/blog/?p=4871
http://ipad-in-onderwijs.blogspot.be/
http://www.stationtostation.nl/1236/Tablets
Ik kan de lijst nog langer maken. Maar als je zelf iets nuttig vindt, zet je het in de commentaren?

Zelf ben ik ook bezig met de  implementatie van een proefprojectje met Ipads.
5 Ipads in een horeca-opleiding voor koks. Er zullen 2 eigen ontwikkelde apps op staan. Maar wat me vooral zal interesseren is het gebruik van de Ipad door cursisten.

  • Zullen ze zelfstandig dingen opzoeken en doornemen?
  • Zullen ze de ingebouwde camera gebruiken om hun eigen oefeningen of de demonstraties van de instructeur te filmen?
  • Zullen we dit materiaal weer kunnen herbruiken in nieuwe apps?
  • Zal efficiënter en meer op maat opleiding mogelijk worden?
  • Zal “het ding” meer gebruikt worden dan de computers die 3 lokalen verder staan (en aanzetten, en inloggen en….)?

Ik zal er wellicht nog over berichten.
Merk dus op dat dit geen 1:1 Ipadproject is.

Wat me wel opviel was het gebrek aan doorzichtigheid en standaarden voor ontwikkeling. Voorwaarden voor de Appstore veranderen regelmatig. Android is niet stabiel.
Tijdens de ontwikkeling voor dit pilootproject was kiezen steeds weer verliezen.
Bovendien zijn de apps onder de rubriek “onderwijs” echt wel teleurstellend.
Er is nog een lange weg te gaan voor mLearning ontwikkelaars. En voor de betrokken hard- en software bedrijven.

Wens me dus gewoon maar geluk met dit pilootproject en laat de commentaren over heiligschennis, doem en vagevuur maar achterwege.
Gewoon een pilootproject om de inhoud. Niet om het marktaandeel of de teloorgang van wat dan ook.

Post it-war in je klas

Interdisciplinair werken lijkt vaak het toverwoord te zijn in ons onderwijs, maar eveneens zo moeilijk zinvol te bereiken. Mediakunde en ICT zijn dan vaak de eerste disciplines om over de vakgebieden heen te fungeren. Beiden zijn immers geen doel op zich, maar faciliteren andere vakgebieden.

Mediakunde wordt echter dikwijls te eng bekeken: een digitaal bord, een projector, een camera,… Maar als we teruggaan naar de verklaring van het woord “medium” is het duidelijk dat elk materiaal dat wordt gebruikt om een boodschap over te brengen, binnen dat vakgebied hoort. Dus ook de welbekende post it-notes.

Post it-notes zijn een speling van het lot: een ingenieur die extra sterke lijm wou ontwikkelingen, faalde in zijn opdracht: hij bekwam een lijmsoort die nauwelijks hechtte… Een moment van out of the box-denken leidde zo tot de geboorte van de alombekende post it-notes.

In de zomer van 2011, komkommertijd, begonnen enkele Franse bedienden de vensters van hun kantoren op te vrolijken met post it-notes. Vooral vintage spelfiguren zoals Pac-Man en Mario Bros leverden inspiratie voor de figuurtjes die men er mee samenstelde. De bedrijven aan de overkant van de straat konden niet achter blijven en antwoordden met grotere en mooiere figuren. Een ware competitie was uitgebroken.

Mediakunde gelinkt aan muzische vorming, vormt de perfecte basis om er in je school mee aan de slag te gaan. Je leerlingen communiceren hun eigen fantasierijke boodschap op een creatieve wijze naar anderen, de buitenwereld of andere klassen. Er ontstaat een gezonde competitie in de school om de mooiste, meest creatieve raamtekening te maken. De verschillende klassen beantwoorden de uitdaging met een nieuwe tekening op het eigen klasraam. Het schept een eenheid, een gevoel van samenhang in je klas en iedereen kan deelnemen: de creatieve leerlingen bij het bedenken van een tekening, de wiskundig onderlegden bij het omzetten van de tekening naar pixels (de post-itjes) en de ‘doeners’ bij het ophangen van de briefjes aan de ramen.

Je eigen fantasie doorbreekt elke beperking: waarom kondig je het schoolfeest niet aan met post it-notes? Waarom maak je geen reuze grote QR-code aan je raam die verwijst naar de schoolwebsite (reclamejongens ontdekten deze ‘teaser’ al langer)? Blijf ook niet hangen aan de game-figuurtjes die vooral bij de bedrijven in trek zijn. Waarom geen “Maan-roos-vis” aan je raam? De sint? Een kerstboom? Een figuur waarbij elke post-it een persoonlijke, handgeschreven boodschap bevat van de leerlingen?

En bovenal: de hele school kan deelnemen: het is een haalbare activiteit voor de peuterklas én de hoogste graad! De investering is beperkt én je school wordt er alleen maar kleurrijker op!
Stuur zeker een foto van het resultaat door! Volgende website helpt je alvast met het uittekenen van je ideeën: http://www.postitartcreator.net/

Geert.callebaut @ kahosl.be
Lector ICT en mediakunde, lerarenopleidingen KAHOSL-Aalst

Media in de klas: creatief en vernieuwend

We leven in een multimediale maatschappij. Dat is alvast één open deur die is ingetrapt. Eenieder wordt dagdagelijks geconfronteerd met technologische nieuwtjes, computers, gadgets… Zo ook onze kinderen: een veelheid aan prikkels vormt hun belevingswereld. Maar hoe is het gesteld met hun klasomgeving? Volgt het onderwijs de technologische evolutie even snel op?

Afgezien van de huidige hype van het digitale bord in de klas, is er meestal weinig vernieuwing in de gebruikte klasmedia te merken. De twee meest voorkomende kritieken op de nieuwe commerciële media zijn: te duur en te weinig meerwaarde.

De lerarenopleidingen van de KAHOSL te Aalst gingen aan de slag om bestaande technologieën en software te screenen op hun gebruiksmogelijkheden in het onderwijs. Er werd onder meer gezocht naar zinvolle low budget-toepassingen voor randapparatuur van spelconsoles, bewegingscamera’s en overheadprojectoren. Waar nodig werden verbeteringen of aanpassingen doorgevoerd.

Het resultaat is de site www.onderwijsvernieuwing.be die gericht is naar eenieder in het onderwijs die zijn of haar lessen wil optimaliseren door gebruik van nieuwe (en oude) media. Wil je je presentatie bedienen met je smartphone? Wil je van je overheadprojector een beamer maken? wil je zelf in je screencast verschijnen? Neem dan zeker een kijkje. Inspiratie is gegarandeerd.

Tip: bekijk zeker de bijdrage rond de opvolger van het digibord: de tablet-pc. Voor amper 5 euro doe je de nodige aanpassingen om van je tablet-pc een digibord te maken!

Deze blogpost werd ingestuurd door Geert Callebaut, Lector Mediakunde en ICT, KAHOSL

Bespreking studiedag: “The Education Highway”

Gisteren vond de studiedag “The Education Highway” plaats, dat werd georganiseerd door de Vlaamse Hogescholenraad (VLHORA). De studiedagen van de VLHORA hebben geen vaste topics, en ditmaal werd gekozen voor het drieluik sociale media, elektronische leeromgevingen en security.

In de voormiddag kwamen de 3 onderwerpen aan beurt in de vorm van keynotes. De eerste presentatie werd gegeven door marketeer Steven Van Belleghem, ook bekend als de auteur van de “The conversation manager“. Vervolgens was het de beurt aan Stephen Downes. Het contrast kon bijna niet groter zijn: commercieel versus open en glad versus kurkdroog. Downes is al jaren een voorvechter van “open” onderwijs. Hij bracht zijn verhaal op zijn geheel eigen wijze: zonder franjes en met een rits wetenschappelijk onderbouwde argumenten. Meestal is enige achtergrondkennis mbt recente leerstrategieën, concepten en didactische werkvormen aangewezen om zijn discours te volgen en dat was hier niet anders. De laatste keynote werd gegeven door Andy Deprez over security en risk management. Geen slecht woord over de inhoud of de spreker, maar het was meer een verhaal op managementniveau dan voor onderwijzend personeel.

De drie keynotes werden na elkaar gegeven, zonder enige mogelijkheid tot vragen stellen, en zonder dat er enige interactie was tussen de 3 sprekers. Op die manier miste het geheel wat peper en zout en bleven er heel wat deelnemers op hun honger zitten.

Tijdens de namiddag stonden er nog 3 sessies op het programma met telkens keuze uit 5 sprekers. De meeste presentaties zijn terug te vinden op de website van de organisatie. Voor het slotwoord had men minister Q uitgenodigd, maar die stuurde helaas zijn kat.

De studiedag was in geen tijd uitverkocht, wat wijst op de noodzaak aan informatie vanuit het hoger onderwijs, en dan vooral de hogescholen, omtrent nieuwe technologieën. Een jaarlijkse conferentie omtrent ICT en onderwijs voor het hoger onderwijs zou zeker welkom zijn. Vraag is alleen wie het gaat organiseren.

Een woord van dank aan de VLHORA is hier zeker gepast voor de vlotte organisatie van het event. Laten we hopen dat de interesse voor het onderwerp iemand binnen het onderwijslandschap inspireert om de fakkel over te nemen.


 

 

supersnel internet, beveiliging en beheer tegen gunsttarief

Gedurende drie schooljaren zal Telenet tegen gunsttarieven snel internet aanbieden aan Vlaamse scholen. Door het gebruik van elektronische leerplatformen en internet in elke klas kampten veel scholen immers met een tekort aan bandbreedte. Het Vlaams ministerie van Onderwijs en Vorming bereikte daarom een akkoord met Telenet. De deal vervangt de bestaande I-line overeenkomst met Belgacom.

Scholen kunnen daarnaast ook kiezen voor een aantal gerelateerde diensten, waaronder centrale ICT-beveiliging en bovenschools IT-beheer. Die nemen een aantal taken bij de overbelaste ICT-coördinatoren weg. ICT-beveiliging en -beheer zijn anno 2011 immers specialistenwerk geworden en van de ICT-coördinatoren wordt verwacht dat zij naast het technische luik ook nog een aantal pedagogische ICT-taken op zich nemen.

Telenet werkte op maat van de scholen een aanbod uit dat bestaat uit verschillende profielen:

  • Schoolnet, dat alleen connectiviteit voorziet met bandbreedtes tot 100 Mb download en 5 Mb upload
  • Schoolnet Protect, dat naast connectiviteit ook nog een centrale beveiliging bevat
  • Schoolnet Protect & Connect, dat een VPN beveiligde lijn aanbiedt voor gescheiden toegang tussen pedagogische en administratieve netwerken. Dit profiel voorziet in een zogenaamde end-to-end internetverbinding waarbij het beheer en de beveiliging quasi volledig door Telenet worden gerund.

Scholen  beslissen vrijblijvend of ze intekenen of niet. Scholen moeten dit ook vanuit hun eigen werkingsmiddelen financieren.

Info: www.telenet.be/schoolnet

 

 

Dyslexiesoftware! En nu?

Een kleine groep leerlingen van ongeveer 2 à 3 procent heeft een heel ernstige beperking in schriftelijke communicatie. Deze groep heeft meer kansen om beter te functioneren in het onderwijs en in de maatschappij wanneer zij op school compenserende ICT-hulpmiddelen mogen gebruiken.

Het gebruik van dyslexiesoftware op school is echter nog al te vaak iets dat door betrokkenen als niet-evident ervaren wordt. Leerrkachten hebben soms drempelvrees of vragen hiervoor specifieke ondersteuning. Scholen vrezen soms conflicten i.v.m. de gelijke behandeling van leerlingen die wel en niet met een laptop kunnen werken. Ook ouders hebben soms vragen. Om antwoorden te bieden op deze vragen en een inspiratiebron aan te bieden om ICT-hulpmiddelen te integreren in het zorgbeleid van de school hebben het Samenwerkingsverband van Netgebonden Pedagogische Begeleidingsdiensten vzw, Die-‘s-lekti-kus vzw, Gelijke Kansen in Vlaanderen, de Onderwijsinspectie en het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming een brochure uitgewerkt.

Dyslexiesoftware! En nu? kan je hier downloaden

Het onderwijsmagazine Klasse besteedde deze maand eveneens uitvoerig aandacht aan de problematiek. 

De Vlaamse overheid financiert ook een project Adibib waarbij gebruikers van dyslexiesoftware digitale handboeken kunnen bestellen. Dit project gebeurt i.s.m. vzw dieslektikus. zie:  www.letop.be

Google Apps just got smarter

Currently reading:

Google Apps Stocks Its Marketplace Full of Educational Apps. Article by Audrey Watters, RWW, Silicon Valley, January 25, 2011.

Must read, find out, learn more:

  • why the Marketplace matters for schools.
  • why the Marketplace matters for ed-tech developers.

Aha! Google Apps Marketplace EDU!

Just reading around:

  • Google Apps Marketplace Gets An Education Category by Leena Rao, TechCrunch.
  • Google Apps just got smarter by Google.

Haiku, BrainPOP, Grockit, DreamBox … EDU sounds like poetry op Google Apps Marketplace.

To be conscious that you are ignorant is a great step to knowledge. (Toch? Mijn quote of the day: Benjamin Disraeli, 1845, via Google Books on Twitter.)

See you also @ The ‘new’ Sausage Machine?

App voor in de klas: aanwezigheden opnemen (reblogging Pedro)

 Attendance via Is het nu generatie X, Y of Einstein?

Computerwetenschapper en docent David M. Reed maakte de tool Attendance voor de iPhone waarmee je gemakkelijk klaslijsten kunt inladen. Gewoon via de smartphone kun je nu de aanwezigheden bijhouden. En je kunt er zelfs groepjes mee vormen: Meer info hier. … Read More