Waarom tinkering beter is dan STEM

STEM is in enkele jaren tijd opgeklommen tot het buzz-woord in het onderwijs. Voorheen wist er slechts een doorwinterde wetenschapper of ICT’er in je school wat het omvatte, momenteel loop je mijlenver achter als je niet on-the-spot en zonder verpinken het letterwoord kan afratelen.
Directies haasten zich om nog voor de opendeurdag een aantal STEM-materialen geleverd te zien. Want zeg nu zelf: wat is er meer wervend voor een abituriënt van pakweg 6 of 12 jaar dan een Lego-robot die feilloos gekleurde steentjes herkent, een aantal bananen waar je piano kan op spelen of een heuse 3D-printer waar je mee aan de slag kan, als je je inschrijft uiteraard…
Waar een tiental jaar geleden het aantal digitale borden de uitstraling van je school naar de buitenwereld toe bepaalden, is het nu het  Stem-aanbod dat het verschil maakt.

Maar is STEM echt wel de vernieuwing waar we met zijn allen zitten op te wachten?

In de echte wereld dienen scholen karig te zijn met budgetten. Dat is alvast één open deur. Maar er dienen ook keuzes gemaakt te worden. Kan de installatie van dubbele beglazing nog even wachten? Krijgt de sportleerkracht zijn of haar langverwachte verlanglijstje? Is de computerklas nog operationeel en hebben we eigenlijk wel een degelijk wifi-netwerk op onze school? Kan het oudercomité financieel een extra project steunen of moet er een extra wafelbak komen?
Want koken kost uiteraard geld. Een school die wil starten met STEM moet toch een basis aan materialen aankopen. Een 3d-printer? Vlot 1000 euro en meer. Een aantal Lego Minstorm-dozen waarmee een volledige klas simultaan aan de slag kan? Leg alvast 9000 euro op kant. Robots via tablets aangestuurd? Meer dan 3000 euro voor de basissets. En ga zo maar door.
STEM-onderwijs geef je nu eenmaal niet klassikaal of frontaal, dat moet echt hands-on gebeuren of we vervallen in stokoude didactische werkvormen.

Dan toch maar niet? Toch wel! Al eens gedacht aan tinkering? Kijk voor eenmaal niet op naar onze Noorderburen: het is duidelijk in Engeland dat men het voortouw neemt. De verplichting aldaar om STEM-inhouden te integreren in elke basisschool noopte scholen immers om creatief, innovatief en kosteneffectief aan de slag te gaan.

Tinkering kan een antwoord bieden. Als je het woord letterlijk vertaalt dan bekom je iets als “twaalf-stielen-dertien ongelukken” of in het beste geval “manusje-van-alles”. Niet echt flatterend dus. Wij vertalen het liever als “onderzoekend leren” of “uitproberen, met vallen en opstaan”.  Oxford Dictionaries verklaren het als “pogingen om iets te repareren of te verbeteren op een alledaagse of ongeleide manier”.

Maar waar situeert tinkering zich nu in de hele STEM-filosofie?

Tinkering wil leerlingen op een actieve en creatieve wijze betrokken maken in wetenschappelijke fenomenen. Tinkering wil hen met alledaagse materialen uiting laten geven aan hun dromen om de omgeving aan te passen, te manipuleren. Uit den boze zijn handleidingen, strakke kaders of vooraf gedefinieerde uitkomsten. De zoektocht is belangrijker dan het resultaat. Deze filosofie kan samengevat worden in de woorden: Think, make, thinker.

In tegenstelling tot vele STEM-activiteiten die vooraf gedefinieerde denkpaden, materialen en instrumenten veronderstellen, zal een tinkerer gebruik maken van alledaagse voorwerpen die uitmaken van zijn omgeving, van gereedschappen die beschikbaar zijn. Tinkerers willen komen tot resultaten die handig, innovatief of gewoonweg mooi zijn.
STEM-elementen worden geconcretiseerd met alledaagse materialen en werktuigen. Zelfexpressie van de leerlingen en creativiteit staan centraal. Falen is hierbij zeker een optie en maakt in vele projecten nu eenmaal deel uit van het traject. Vergelijk het misschien met “Lieven Scheire for education”. Dus geen lasercutters of 3d-printers maar breekmessen en karton. Geen robots maar karikuri’s.

“Tinkering is about hands-on experiences, learning from failures, and unstructured time to explore and invent. And through the processes of exploration and invention lies the potential for innovation.” (Tinkerlab.com)

Door tinkering-activiteiten op te nemen in je leerplan wil je leerlingen inspireren en engageren om wetenschap te begrijpen, toe te passen en te beleven. Maar vooral om tevens de transfer te maken naar de ons omringende dingen, ze willen begrijpen, ze willen maken ,ze willen verbeteren. En net op dat punt lijkt de educatieve waarde van tinkering deze van STEM te overstijgen.
Voor de leerlingen is tinkering veelal creatiever en spannender, voor de leerkrachten pragmatischer en voor de directies financieel haalbaar(der).

Of zoals de Engelsen het verwoorden: Tinkering is the constructionist approach of STEM.

WP_20160302_14_38_16_ProGeprikkeld en zin in concrete projecten, concrete ideeën voor in je klas? Een mooie start vormt de site van het Amerikaanse ‘the Tinkering Studio’. Je vindt er uitgewerkte leerlingenfiches die je zo kan inzetten bij je eerste tinkering-les. Succes!

(http://tinkering.exploratorium.edu/projects)

 

Geert Callebaut
Odisee-Aalst

Scratch in de basisschool

Codetaal aanleren, zeg maar leren programmeren, bij kinderen: het wordt stilaan een hype. Als dynamische en immer vernieuwende leerkracht sta je hier wederom maar eens voor open…

Vluchten kan trouwens niet meer, in Engeland is het alvast een verworvenheid in het nationale curriculum: verplicht aan te bieden dus.
Bij ons is het zover nog niet, maar de evolutie gaat razendsnel. Willen we geen ‘computeranalfabeten’ afleveren die de sociale kloof alleen maar scherper stellen dan moeten we dit aanbod inderdaad breed aanbieden in de basisschool. Niet ieder gezin kan immers naschools meer dan 200 euro op tafel leggen voor een lespakket coderen.

Wat heb je nodig?

Concreet aan de slag gaan met je klas, daarvoor moet je naar de computerklas. Eén computer per duo is voldoende, de computers moeten zeker niet state-of-the-art zijn. Een realistisch school-scenario dus.

Scratch kan je eenvoudig online spelen (https://drive.google.com/file/d/0B_L_APuWYxGfbFVjUTF6dUFsc1E/view) of je kan het programma installeren op elke computer afzonderlijk (https://scratch.mit.edu/scratch2download/).

Heeft je school slechts een zwakke internetverbinding, dan is de tweede mogelijkheid wellicht de beste. Elke leerling die naar eenzelfde site surft kan immers nogal eens voor moeilijkheden zorgen op het netwerk.

Maar wat is Scratch nu eigenlijk?

Scratch is een zogenaamde object-georiënteerde visuele programmeertaal. Anders gezegd: door puzzelblokjes aan elkaar te hangen ga je je ‘figuurtje’ programmeren zodat het exact doet wat jij wil dat het doet. Je kan er spelletjes mee maken, verhaaltjes mee uitbeelden en er animaties mee maken. Op deze wijze helpt Scratch kinderen om de belangrijkste beginsels van programmeren te leren, te vergelijken met het aloude wiskundig ‘logisch denken’ (oorzaak-gevolg), gerelateerd aan multimediale dimensies.

Een plan van aanpak!

Scratch valt te implementeren in je klas als klassikale werkvorm (groepswerk) of als differentiatie-opdracht (contractwerk).

Om de basis in de vingers te krijgen, start je bij voorkeur met flitskaarten.  Een mooie set kan je hier downloaden: https://drive.google.com/file/d/0B_L_APuWYxGfbFVjUTF6dUFsc1E/view  Je leerlingen kunnen dan kiezen uit een heel pakket van opdrachten die ze moeten uitvoeren.

Klaar voor meer diepgang? Dan kan je je volledige klas aan de slag zetten om eenzelfde project uit te werken, met oog voor individuele vrijheid.  De whizzkids kunnen naar believen extra dimensies toevoegen (levels, geluiden, …) en jij als leerkracht kan extra aandacht besteden aan specifieke leerlingen. ‘Les geven’ zit er immers niet in: ieder groepje krijgt de instructie op papier en starten maar! Een voorbeeld? http://www.codeuur.nl/lesmateriaal

En wat is de finale stap: freewheelen! Iedere leerlingen werkt naar eigen believen een verhaaltje of een spel uit op Scratch, iedereen helpt elkaar, de leerkracht helpt met zoeken. Een mooi voorbeeld van leergebiedoverstijgend werken.

 

Oh ja, nog dit: je hoeft echt zelf geen Scratch-specialist te worden als leerkracht. Inzake coderen (en breder: STEM) hoeft de leerkracht niet langer het klassieke patroon van ‘kennisdrager’ te volgen, maar wel de rol van ‘facilitator’ op te nemen. Anders gezegd: je hoeft niet de juiste antwoorden te kunnen geven, maar wel de juiste vragen kunnen stellen en de leerling soms een duwtje in de juiste richting te geven. Het denkproces is belangrijk bij het kind, niet de reproductie. En om dat te begeleiden, ben jij als leerkracht uitermate goed geplaatst en geschoold, zelfs al heb je nooit ‘computerles’ gekregen.

 

Anders gaan lesgeven met nieuwe media

Het begint stilaan te dagen bij steeds meer lesgevers: de tijd is rijp om de klassieke manieren van lesgeven definitief achter ons te laten en voluit te gaan voor echte onderwijsvernieuwing.

Dus niet meer het mantra hanteren van het digitale bord dat de vernieuwing in de klas brengt, maar uitkijken naar echte vernieuwingen. De grote interesse die er bestaat voor blended learning en the flipped classroom zijn hierbij tekenen aan de wand. In onderstaand artikel lijsten we enkele mogelijkheden op. Let wel: het is niet de bedoeling om een kant-en-klare handleiding voor te schotelen, maar eerder inspirerend te werken. Geen twee lesgevers zijn immers gelijk. Iedereen zal zelf een pakket op maat moeten samenstellen waar hij/zij zich goed bij voelt. Aanzie onderstaand overzicht dus als een niet-exhaustief pakket waar je zelf je ideale klas mee kan samenstellen. Mogelijks nog niet dit jaar, zelfs nog niet volgend jaar. Maar ooit zal de tijd rijp zijn om écht “anders te gaan lesgeven”.

Digitale borden

Digitale borden zijn de grootste hype voorbij. Er zijn weliswaar tal van lesgevers die er fantastisch werk mee leveren. Er zijn spijtig genoeg echter tevens tal van lesgevers die zich gedwongen voelen om mee te surfen op de hype en er na jarenlang gezucht en gezwoeg nog steeds de meerwaarde niet van ontdekken. En terecht: het is dan ook maar een van de vele hulpmiddelen die je kan gebruiken in de klas. Spijtig genoeg soupeert zo’n digitaal bord vaak het totale ICT-budget voor een klas op zodat er geen financiële ruimte meer bestaat voor alternatieven. Bezinnen dus voor je begint: onderzoek wees reeds uit dat amper 44% van de leerkrachten die een digibord ter beschikking hebben er ook effectief gebruik van maakt… (Stijn Vanlaer, 2012). De reden: hun stijl van lesgeven is niet compatibel met de mogelijkheden dat dergelijk bord biedt.

Daarom het advies aan alle twijfelaars: probeer het eerst eens met een zelfgemaakt digibord. Als je al een beamer hebt staan of hangen, dan kost het je maar een avondje installeren en ongeveer 12 euro. Merk je na enkele maanden dat je een meerwaarde ondervindt inzake het behalen van je lesdoelen, dan kan je met de nodige argumentatie op zoek gaan naar een commercieel digibord. Want we moeten eerlijk zijn: een commercieel digibord werkt toch prettiger en vlotter dan een zelfgemaakt digibord.

Zelf aan de slag gaan? Wij vinden de Smoothboard-software bij de beste op de markt, spijtig genoeg betalend. Een gratis alternatief vind je bij www.uweschmidt.org Deze software is trouwens geschikt voor alle platformen.

Bordboeken en bordlessen

De uitgeverijen bieden een steeds ruimer pakket van bordboeken en bordlessen. Handig in het gebruik en didactisch zeer goed onderbouwd. Vaak worden er ook testen, differentiatiemogelijkheden,… toegevoegd waar je als lesgever rijkelijk kan uit putten. Top!

Maarvaak heb je doorheen je carrière al zeer mooie en waardevolle werkblaadjes, mappen, schema’s,… zelf aangemaakt. Deze vallen zeer eenvoudig over te zetten naar een digibord-formaat.

Open Sankoré biedt een zeer mooi en bovendien gratis aanbod hiertoe: http://open-sankore.org Deze open-source software laat je toe om zelf bordlessen en bordboeken aan te maken en geeft je alle tools die de grote commerciële pakketten ook aanbieden. Zeker het proberen waard. Je kan het trouwens gebruiken op elk type digitaal bord. Heeft je ene klas een Smartboard en je andere klas een Activboard: geen probleem met compatibiliteit.

Je smartphone als presenter

Als je een Prezi of Powerpoint-presentatie geeft, als je een lezing aanbiedt, dan hang je letterlijk vast aan je computer: je moet immers klikken om je volgende dia tevoorschijn te laten komen. En je wil lesgeven tussen je leerlingen, je door het volledige lokaal bewegen. Waarom gebruik je je smartphone niet om los te komen van je spreekgestoelte, van je computer? Kijk maar eens in de app store van je telefoon naar het aanbod onder de zoekterm “presenter”. Wij testten Smartshare Presenter uit voor Windows Mobile. Je opent je ppt via de plug in op je pc en je opent de bijhorende app op je smartphone. Beide devices maken verbinding met het beschikbare netwerk en je kan je dia’s zien op je schermpje, inclusief eventuele annotaties die je toevoegde als spiekbriefje.

 

Een tablet voor de juf of meester

Willen we in de klas zelf aan de slag met een tablet? Dan kan het zinvol zijn om je tablet het scherm van je klascomputer of laptop te laten overnemen. Waarom? De meeste software (bordboeken, Sankoré, Office,…) die we gebruiken in onze lessen bevindt zich wel op onze computer, maar niet op onze tablet. Als we ons computerscherm kunnen zien en kunnen bedienen op onze tablet, dan staan we niet langer frontaal les te geven, maar wandelen we rond in de klas met ons eigen digibord in de hand. Het proberen waard!

Splashtop.com is een voorbeeld van software dat dit mogelijk maakt. Je installeert Splashtop op je computer (verbonden met de beamer) en je opent de Splashtop-app op je tablet. Via het Wifi-netwerk maken beiden verbinding en je kan starten met je les. Als je je tablet aan een van je leerlingen geeft, kan deze zelfs de oefeningen aan het bord oplossen, zonder van zijn plaats te gaan. Werkt met iOS, Android en zelf Windows RT.

Educreations werkt op soortgelijke wijze, maar heeft als bijkomend voordeel dat je zeer eenvoudig je lessen kan opnemen: een combinatie van je bordschema’s en je stem. Doe je dit thuis, dan kan je op deze wijze instructiefilmpjes maken dewelke direct op het platform van Educreations te zien zijn, voor eenieder die jij wil.

Doceri doet dit ook, maar sluit zich aan bij de Ipad-dictatuur. Niet beschikbaar voor andere platformen dus.

Een tablet voor elke leerling

Een revolutie die mogelijks start in het hoger onderwijs en via deze weg ook naar andere niveau’s zal uitspreiden: de tablet als nieuwe boekentas. Studenten kopen jaarlijks vaak voor honderden euro’s cursussen. Als de docenten deze digitaal ter beschikking stellen, dan is de aankoopprijs van een tablet er al snel uitgehaald. Dit speelt in op de toekomstige trend van BYOD: bring your own device.

Smoothboard Air speelt hier direct op in. Het idee is dat de leerkracht bij de start van de les een QR-code toont op het projectiescherm waarna elke aanwezige student zich kan aanmelden: de presentatie wordt door het scannen van de code overgenomen op elke individuele tablet of smartphone. De annotaties die de leerkracht gedurende de les maakt, verschijnen tevens op alle devices en worden er ook in opgeslaan: elk bordschema zit automatisch in elke tablet. Handig om ’s avonds de les in te studeren.

 

Interactiviteit

De meerwaarde in onderwijsinnovatie en ICT ligt in de interactiviteit met je leerlingen.

Een mooi voorbeeld hierbij is Mouse Mischief. Deze plug-in wordt beschikbaar gesteld door Microsoft en werkt op elke computer waarop er Powerpoint 2007 of 2010 is geïnstalleerd. Hoe werkt het? Je maakt een presentatie met ja/nee-vragen of met meerkeuzevragen. Met de nodige USB-hubs (verdeelkastjes die je meer USB-poorten geven) en USB-verlengkabels kan je tot 30 muizen op jouw computer aansluiten: eentje voor elke leerling. Elke muisaanwijzer heeft een ander figuurtje. Zo kan eenieder eenvoudig herkennen welke de zijne is. Bij elke vraag die je lanceert kunnen je leerlingen nu deelnemen aan de quiz. De voordelen zijn duidelijk: je leerlingen letten beter op (gamification!) en je hebt direct feedback als leerkracht in welke mate je leerlingen bepaalde onderdelen van je les al dan niet hebben begrepen. Nadelen zijn dat je geen scores krijgt en dat iedereen uiteraard ziet welke antwoordmogelijkheid de anderen kiezen.

Beter uitgewerkt is Testmoz.com . Deze eenvoudige online-tool biedt een aantal bijkomende voordelen. Zonder registratie op de site kan je snel een quiz maken, vertrekkende vanuit verschillende vragentypes. Je krijgt een URL toegekend dewelke je kenbaar maakt aan je leerlingen. Elke leerling kan vanop de pc, de tablet of de smartphone aanmelden en deelnemen aan de quiz. Je krijgt aan het einde een compleet overzicht van de prestaties van je leerlingen.

Socrative gaat nog een stukje verder. De leerkracht surft naar t.socrative.com of installeert de app en de leerlingen surfen naar m.socrative.com of hebben hun eigen app. Elke leerling meldt zich aan in het “lokaal” dat jij toegekend kreeg. De leerkracht kan vervolgens ter plekke vragen afvuren of een voorafgemaakte quiz starten. De leerlingen kunnen deze dan op het tempo die de leerkracht oplegt of op hun eigen tempo doorlopen. Ook hier wacht er je op het einde van de quiz een werkblad met de uitslagen van alle leerlingen per vraag en in zijn totaliteit. Een nieuwe versie is trouwens reeds gelanceerd: beta.socrative.com

Meer info? www.onderwijsvernieuwing.be

Meer teasers? www.facebook.com/onderwijsvernieuwing

 

Als vreemde eend in Wonderwijswereld – Edushock Leerfestival

edushock

Op 11 december kon je het 2e Edushock Leerfestival bijwonen in het ICC in Gent. Zoals het in onderwijsmiddens past, braafjes op een woensdagnamiddag zodat er geen onmogelijke kunstgrepen nodig zijn om een grotere opkomst te verzekeren, een groter publiek te bereiken en als deelnemer makkelijk zelf te kunnen beslissen over je aanwezigheid.

Om een relaas van deze uiterst aangename namiddag te hebben, moet je maar even Twitter doorzoeken op #elf13 en @edushock. Ik wil me hier beperken tot een paar impressies en observaties…. als vreemde eend.

De keynotes waren een duidelijke poging om andere vreemde eenden uit andere werkterreinen hun licht te laten werpen op onderwijs. Peter Hinssens (@hinssen) was de waardige vervanger van de mensen van Kennisnet en wellicht nog beter geplaatst om even een por te geven richting toekomst. Vertrekkend vanuit de technologische en digitale (r)evolutie rondom ons, kon je niet anders dan vaststellen dat verandering onontkoombaar is. “Het is 5 na 12.”

De keynote van Joan De Winne(@joandewinne) legde de focus op leiderschap in tijden van verandering. Als dat niet kan tellen als een vingerwijzing? En dan toch opvallend hoezeer de “officiële instanties” afwezig waren op een leerfestival dat als missie heeft : “We willen impact hebben op directies en beleidsmakers, leerkrachten, studenten en onderwijsindustrie.”

De meeslepende, overdonderende keynote van Frank Van Massenhove (@FVMas) hield de volledige zaal een uur lang muisstil… zelfs het aantal tweets zakte op dat moment aanzienlijk.

 

De boodschap kwam over: “Onderwijs moet veranderen. En jullie kunnen het.”

 

Verder waren de hele trits aan “workshocks”, doe-sessies over “flipped classroom“, “activerende werkvormen”, de Max-methode, enz enz

Een mens kan nu eenmaal niet alles tegelijk volgen. Daarom is mijn indruk wellicht zeer fragmentarisch maar ik vond het opvallend dat:

  • technologie en digitalisering weinig aan bod kwam
  • didactiek sterk op de voorgrond kwam (maar goed ook)
  • er heel wat “grass root” projecten werden voorgesteld zoals de MaxMethode en de implementatie ervan in 1 school
  • er netjes buiten de invloedsfeer werd gebleven van visitaties, inspecties, leerplannen, koepels, …
  • onderwijsvernieuwing vooral leeft aan de basis (gelukkig maar)
  • daarentegen onderwijsstructuren en -koepels uit het zoeklicht bleven of zelfs afwezig waren
  • enthousiasme aanstekelijk werkt
  • vreemde eenden kunnen helpen (you are as strong as your network is)

Ik wil de organisatoren uitdrukkelijk en bij name bedanken voor zo’n geslaagde namiddag vol inspiratie en passie. Onderwijsvernieuwing is dus volop aan de gang maar er zijn meer Edushock Leerfestivals nodig om het vuur brandend te houden.

#elf13#onderwijsvernieuwing van binnenuit zal sneller gaan dan van bovenuit”.

 

Mobile en leren: een ezel stoot zich geen tweemaal aan dezelfde steen?

start2De opkomst en algemene doorbraak van mobile, tablets, smartphones, apps, responsive design en binnenkort 4G dwingt de opleidingswereld zich aan te passen aan dit nieuwe kanaal, dit nieuwe medium, deze nieuwe tools.

Immers uit marktcijfers blijkt enerzijds dat het aantal gebruikers van tablets en smartphones spectaculair stijgt. Maar ook binnen de literatuur over opleiding en didactiek blijkt deze tendens de hype voorbij en op weg van Proof Of Concepts naar een meer stabiele dienstverlening.

We richten ons dus hoofdzakelijk op volwassen leerders die de middelen hebben om deze apparaten en bijhorende kosten te dragen. Bovendien zullen de ermee gepaard gaande kosten nog kortelings dalen door bv. initiatieven vanuit de regering (regularisering mobiele tarieven). Maar evengoed scholieren kunnen niet meer zonder smartphone de deur uit.

We mogen ons echter niet laten meeslepen door de hype en alles onder de vorm van mobile apps aanbieden. Complementariteit, integratie, blended en meerwaarde moet voorop staan. Dat is hopelijk de les die we van e-learning hebben geleerd.

Tenslotte is de technologie van e-learning stilaan achterhaald en komen nieuwe standaarden naar voor. Scorm zal opgevolgd worden door TinCan. Dit laatste is een “e-standaard” die toelaat om leerinspanningen (formeel en informeel) te traceren en te verzamelen in een portfolio. Deze nieuwe e-standaard is dus meer geschikt om m-learning op te volgen en te “formaliseren”. Hoewel, ik heb nog geen operationele toepassingen ervan gezien.

De meeste artikels op blogs over m-learning beperken zich tot een lijstje van handige apps die het leren ondersteunen: een digitale notitieblok, een rss-reader, een fototoepassing, enz. Dit is slechts een basale vorm van mobile leren. Je gebruikt een apparaat om je leerinspanning te ondersteunen met apps die geen specifiek leermatariaal aanbieden. De lat zou toch hoger moeten liggen, niet?

Afhankelijk van de situatie (reële leeromgeving), leerdoelen, publiek … kan je toch keuzes beginnen maken over het gebruik van mobile leren.

Afbakening en positionering

Mobile dekt drie toepassingen:

  1. het leren/certificeren/informeren/testen/oriënteren met tablets en smartphones door middel van apps
  2. het leren/certificeren/informeren/testen/oriënteren met tablets en smartphones door middel van mobiel surfen (wifi-3G) (consulteren van de elektronische leeromgeving valt hier ook onder).
  3. het leren/informeren/oriënteren door middel van mobile publicaties (magazines)

Mobile kent twee toepassingsmogelijkheden/publiek:

  1. als kanaal om leermateriaal en testen aan te bieden aan de zelfsturende leerder (extern)
  2. als kanaal om leermateriaal en testen aan te bieden aan de lesgever & leerder in de reële leeromgeving (intern)

Mobile kan twee doelstellingen ondersteunen:

  1. het formeel leren met opgebouwde leerpaden en testen zoals e-learning en met losse assets onder begeleiding van lesgever (dus zowel extern als intern)
  2. het informeel leren door consultatie van losse leerassets of door aanbieden van regelmatige informatie à la vakmagazine (zowel extern als intern)

Deze matrix van positionering en afbakening is belangrijk om te bepalen waarin je wil en kan investeren als instelling en lesgever.

Het onderscheid tussen bv. formeel en informeel is zelfs voor e-learning nog altijd een twistpunt. We verwachten daarom evenzeer veel interpretaties rond m-learning. Misschien helpt dit kader je al even op weg. Ook al zitten in dit kader nog hiaten. Die kan je als lezer zeker aanvullen via de blogcomments. Maar je zal alvast de spreekwoordelijke ezel vermijden door er even op voorhand stil bij te staan.

Waar e-learning bij uitstek moeite mee had, was de integratie in de reële leeromgeving (klas, lesatelier, werkplek in industriële omgevingen…). Zeker in opleidingen voor handvaardigheidsberoepen. Mobile leren schept vooral hier hoge verwachtingen.

 

In een volgend blogtekstje zal ik wat concrete realisaties beschrijven en er conclusies uitlichten.

Vermijden van Powerpoint-beroertes

Powerpoint was het logische gevolg van de informatisering van het onderwijs. Wat eerder met de aloude overheadprojector en plastieken slides gebeurde, werd in een technologisch jasje gehesen en als innovatief voorgesteld. Het concept bleef echter door vele gebruikers behouden: wat je vertelt, simultaan projecteren op het bord. Alsof daar enige meerwaarde zou inzitten. Nog steeds kunnen vele Powerpoint-adepten beschuldigd worden van enerzijds hun onzekerheid te trachten wegmoffelen onder een hoop slides (“Dankzij mijn Powerpoint zal ik niet stilvallen tijdens mijn presentatie en steeds weten wat te zeggen.”), anderzijds moet het al te vaak een gebrek aan kennis bij de presentator verdoezelen (“Wat op mijn slide staat, hoef ik niet te memoriseren.”). Om de meerwaarde ten opzichte van de plastiek slides in de verf te zetten, gieten vele mensen er nog een sausjes van “animations” over (tekst komt binnengewaaid, nieuwe dia’s dansen het scherm op).

Als je je studenten een van de volgende dingen ziet denken tijdens je presentatie, is het mogelijks tijd om het roer om te gooien:
-“Waar heb ik die Flair nu weeral gestoken in mijn boekentas?”
-“Waarom ruilde ik mijn bed voor een zitje in dit auditorium?”
-“Ik had vanavond ook op eigen houtje de Powerpoint kunnen overlopen in mijn zetel.”
-“Waarom heb ik geen nieuwe berichtjes op mijn gsm, ik wil immers mijn tijd zinvol invullen tot het einde van deze presentatie.”

 

Daarom toch een poging om Do’s and don’ts op te lijsten om je toehoorders van een gewisse Powerpoint-beroerte te redden:

-Start je presentatie met een brug naar je publiek: zet een cartoon op je openingsdia, neem een foto die de emotie in zich heeft die je tijdens de les wenst over te dragen, speel in op de interesse van je doelpubliek, maak een link met de recente (populaire) actualiteit.

-Ondersteun je mondelinge boodschap met visuele boodschappen op je dia’s. Het louter reproduceren van je mondelinge boodschap in tekst op je dia geeft geen meerwaarde maar bevestigt je publiek in hun dogma dat er zoveel betere manieren waren om hun tijd te spenderen dan in jouw lezing te zitten (shoppen bijvoorbeeld). Als je alleen verbale boodschappen geeft, wordt slechts 35% onthouden. Combineer je met beelden, dan stijgt dit tot 65%…

-Toon je betrokkenheid, je voeling, je passie. Overdracht gebeurt niet louter vanuit het hoofd, maar evenzeer vanuit de ziel, het hart, de buik.

-Humor is een must. Google naar cartoons die gelinkt zijn aan je topics, maak een link naar de populaire media, naar het dagdagelijkse leven van de studenten. Humor in een presentatie is even effectief voor de aandacht van je publiek als het inlassen van een bewegingstussendoortje in het eerste leerjaar.

-Investeer in een draadloze presenter. Het is dodelijk voor zowel de presentator als voor de toehoorders om tijdens de volledige lezing vastgelijmd aan de computer te moeten blijven staan omdat je tenslotte steeds op de muisknop moet kunnen klikken om een volgend tekstvak te laten binnenfladderen. Een draadloze muis, een Wiimote, een XBOX-controller, een smartphone, een tablet,… kunnen hiertoe dienst doen.

-Walk your talk. Je kan geen lezing over onderwijsvernieuwing geven als je jezelf beperkt tot doceren. Je kan geen lezing geven over betrokkenheid als je niet verder dan 1 meter van je lezenaar komt.

-Kijk niet naar je presentatie op je projectievlak. Zo sta je immers steeds met je rug naar je publiek. Zorg voor een extra monitor die naar jou gedraaid staat waarop je je eigen powerpointvoorstelling kan volgen.

-Een powerpoint is geen samenvatting van jouw lezing, het is een aanvulling. Breng geen feiten, breng een verhaal. Het oplijsten van feitenmateriaal zal jouw publiek slechts bevestigen in hun idee dat ze evengoed hadden kunnen thuisblijven en je inhoud hadden kunnen lezen in een artikel of handboek.

-Het inbouwen van animaties zorgt er nooit voor dat jouw lezing minder saai of meer aantrekkelijk wordt. Zorg voor een sobere stijl.

-Leg je eigen schriftelijke voorbereiding aan de andere van het lokaal. Zo zal je niet in de verleiding komen er steeds naar terug te grijpen of –in het slechtste geval- het beginnen aflezen.

-Kom tot het besef dat er alternatieven bestaan voor Powerpoint (Prezi bijvoorbeeld).

Dramatisch tekort aan stageplaatsen in de lerarenopleidingen

Voor een leraar in opleiding is de stage meestal het belangrijkste moment van het academiejaar. Sinds dit jaar lijkt deze zo noodzakelijke ervaring honderden studenten overal in Vlaanderen niet meer gegund. De toestand is dramatisch en pijnlijk voor alle betrokken partijen, zoveel is duidelijk. Maar vooral de studenten in opleiding zijn de pineut. Het missen van een stageplaats is een ontgoocheling van formaat en een aanslag op de kwaliteit van hun studieloopbaan.

De zogenaamde “expertisenetwerken”, de samenwerkingsverbanden tussen de lerarenopleidingen, hielden een bevraging en daaruit blijkt dat 30 tot 35 procent van de aanvragen geweigerd wordt. Volgens die bevraging weigeren steeds meer scholen systematisch stagiairs, wat dan weer de druk op andere scholen verhoogt. (De Standaard, 25/01/2011).

Vlaams minister van Onderwijs Pascal Smet (sp.a) heeft, in samenspraak met de lerarenopleidingen, een task force opgericht die naar oplossingen moet zoeken, liet hij weten aan Vlaams parlementslid Kathleen Deckx (sp.a). (Het Laatste Nieuws, 25/01/2011).

De hogescholen verwijzen als oorzaak al langer dan vandaag naar het afschaffen van de mentoruren. Het mag dan ook niet verbazen dat minister Smet, die de uren heeft afgeschaft, dit argument weigert te aanvaarden. Volgens hem, aldus de hierboven geciteerde artikels, ligt de oorzaak bij de grotere stageomvang sinds de curriculumhervorming in 2006 en het recente gestegen aantal studenten in de lerarenopleiding.

Ook Tom Demeyer, voorzitter van de Vlaamse Vereniging van Studenten reageert via een persbericht. “We begrijpen de verhoogde druk op de leerkrachten die als stagebegeleider moeten optreden,” zegt Demeyer. “Het is dan ook verstaanbaar dat hier extra ondersteuningsmiddelen en maatregelen voor moeten zijn. Het afschaffen van de mentoruren mag echter geen excuus zijn om de maatschappelijke verantwoordelijkheid om toekomstige leerkrachten te vormen van zich af te schuiven”.

Wie een beetje de actualiteit binnen het onderwijs volgt, zag het probleem al lang aankomen. Met de mentoruren en de daaraan verbonden mentorenopleiding was er een gezonde samenwerking ontstaan tussen stagescholen en lerarenopleidingen, een win-win situatie waar iedereen zich kon in vinden. Met de afschaffing van het systeem werd in één keer alle expertise overboord gegooid en moet er weer gerekend worden op de goodwill van het werkveld. De minister gaat het oplossen met een “task force”. Maar kan er bij de leerkrachten nog een druppel bij?

Edudiversiteit

Naar een tweede golf in de democratisering van het onderwijs

Dit is mijn reactie op een opiniestuk van Pedro De Bruyckere over de democratisering van het onderwijs (zijn reactie op een artikel van kinderconsul Gerda Dendooven, DSO 11-12-2010).

Mijn besluit na eerste (weliswaar snelle) lectuur: volkomen gelijk! Het stuk in De Standaard moet ik ook nog wel lezen. Maar met u wil ik wat graag de verdediging opnemen van de edudiversiteit van de leraren. In mijn (lange)schoolloopbaan heb ik het ook altijd willen opnemen voor de ‘minder’ getalenteerden, ‘minder’ volgens de ‘officiële’ voorschriften die decennia geleden zeker niet de ‘holistische’ leerling viseerden, wel het ideaal van een (noem het) elitair intellect.

Waar dient een school anders voor dan dat ze aan ont-wikkeling, ont-plooiing probeert te doen, in de breedte als in de diepte, met open ogen en oren en in verbindende conversatie met mens en wereld? Nu, dat mag wollig klinken, maar ik hoop voor mijn kleinkinderen dat ze enthousiaste en creatieve leraren hebben/krijgen met een vooral open, kritische en speelse kijk, vol motivatie, vol warmte, vol interesse en optimisme voor de talenten en competenties van iedereen, én voor de wereld zoals-ie nu draait, ook op (vat het samen) multimedia. En of die leraar dan occasioneel een steek laat vallen op taal- of vakgebied – wie weet en kent ‘alles’, wie is nog zonder deze soort van fouten – in samenspraak en samenwerking met zijn/haar klas, de ouders en bredere omgeving komt dat wel allemaal snel goed. Het is de positieve ‘mindset’ van de leraar in de klas die naar begeestering en emancipatie voert.

Kinderconsul Gerda Dendooven: ze doet een belletje rinkelen. En ja, in maart 2010 schreef ik een reactie op haar pessimistische visie op ontlezing.

Gaat Gerda Dendooven kritiekloos mee met de mainstream van de pessimistisch gekleurde clichés over lezen en onderwijs, vraag ik me nu af, of wil ze met haar kritiek van kinderconsul gewoon het debat op gang brengen, aanwakkeren, oprakelen? Op deze plek is haar dat alvast gelukt. Wat dunkt u, Pedro De Bruyckere? Sporen onze meningen?

NAWOORD. Bij het kopiëren valt het me op dat ik in een oude valkuil ben getrapt: al te veel leg ik de focus op de leraar, waar er het ‘tweespel’ of beter ‘polyspel’ in real life op school, en in digitale verbinding met de wereld is bedoeld. Edudiversiteit: dat slaat ook op de niet te overziene groep leerlingen met al hun capaciteiten en leer-kracht, wereldwijd verbonden met velen!

Crossposted in The Sausage Machine.

Auteursrechten. De case-Houellebecq

Reblogging The Sausage Machine, 1 december 2010.

Auteursrechten in paradox. In definities van Florent Gallaire, Michel Houellebecq en Flammarion, en last but not least Wikimédia France. Het begon met Houellebecqs Prix Goncourt 2010 en de Wikipedia. Het eindigt bij Wikipedia. Of begint het debat nu pas echt?

Le Prix Goncourt 2010 est le premier grand prix littéraire à être décerné à une œuvre littéraire libre. Ou encore, ‘La carte et le territoire’ est la première œuvre libre a recevoir un grand prix littéraire, a fortiori le Prix Goncourt.

Florent Gallaire blogging, onder het motto Free (libre) software and free (libre) culture (science and law).

Op de blog van Florent Gallaire kon je een link vinden naar een gratis download van La carte et le territoire onder CC-BY-SA, de roman waarmee Michel Houellebecq onlangs de prestigieuze Prix Goncourt won. Kon je: verleden tijd. In een update van zijn post heeft hij de link vandaag 1 december verwijderd. Jammer toch. Hij doet dat onder druk van uitgever Flammarion. Ook wil hij niet langer commentaren op zijn open-source-actie modereren. Het door hem gelanceerde debat kan elders voortgezet.

Met welk recht gooide Florent Gallaire de roman integraal te grabbel op het web? Simple comme bonjour: dankzij Wikipedia! Hij beriep zich op CC-BY-SA, omdat Michel Houellebecq in zijn roman uit Wikipedia geciteerd heeft. Zonder zijn bron(nen) te noemen. Hij wil(de) hem op deze manier de les lezen over CC-auteursrecht in open source. Maar ging hij hiermee het recht niet te buiten?!

Wikimédia France had gisteren de gratis-actie van Florent Gallaire al officieel veroordeeld. Op hun blog lezen we hun antwoord op cruciale vragen i.v.m. het auteursrecht en de Creative Commons. Wikimédia brengt de basisprincipes van de Wikipedia nog eens onder de aandacht (0.a. Wikipédia n’est pas un auteur) en licht de Creative Commons-licentie CC-BY-SA toe waaronder zijn gebruikers bijdragen plaatsen. Ook wijzen ze erop dat Houellebecq zijn bronnen had moeten opgeven, uit respect voor de Wikipedia-bijdragers:

Michel Houellebecq aurait donc dû, à tout le moins, indiquer soit en bas de page, soit en fin d’ouvrage, que le contenu provenait de l’article X ou Y de Wikipédia, et donner l’URL des articles en question. Cela permet de remonter facilement à la liste des auteurs, accessible par l’onglet « historique » en haut de chaque article de Wikipédia.

Dat is ook mijn standpunt. Ik ging niet helemaal akkoord met Bart Van Loo een tijd geleden, waar hij de plagiaatkwestie-Wikipedia die direct na verschijnen van de roman de kop opstak, overroepen noemde.

Algemeen gesproken ben ik ook vurig voorstander van open source. Dat wil ik bij deze gelegenheid nog eens herhalen. Terug naar Wikipedia. Die wereldencyclopedie-van-en-voor-iedereen, daaruit ‘pikt’ iedereen toch wel. Dat is toch gewoon gemeengoed. Ja, dat is haar bestaansrecht, maar dat wil niet zeggen dat je ze niet als bron zou opgeven. Ik ben tegen plagiaat, voor de grootste transparantie, het openste boek, dus voor bronvermelding, tout court, altijd en overal, ook van het kleinste citaat, uit het diepste respect voor elke auteur, elke maker, ook voor wie onder Creative Commons publiceert.

Wat die Creative Commons betreft – waarop Florent Gallaire zich dus beriep om het boek van Houellebecq door de wereld te laten ‘hergebruiken’ – Wikimédia France besluit zijn officiële stellingname fijntjes met:

Les licences Creative Commons s’appuient sur le droit d’auteur pour donner à chacun la liberté de partager ses productions intellectuelles. Elles ne peuvent en aucun cas servir de prétexte au fait de bafouer le droit moral d’un écrivain. Personne n’a à se faire justice soi-même, nous avons un système judiciaire pour cela.

Het debat over auteursrechten en vrije licenties is open als nooit te voren, dankzij Florent Gallaire. Houellebecq en zijn uitgever bakken er de zoetste broodjes bij, neem dat van me aan. Hoeveel exemplaren zouden er zijn gedownload? Ik durf te denken dat de ‘schade’ erg beperkt is gebleven. Zou zo’n eenmansprotest als dat van Florent Gallaire nu echt zoveel lezers weglokken van de (e-)boekhandel? Ik geloof er niks van. Niet iedereen leest literatuur, en een aantal lezers kiezen nog altijd radicaal voor de ‘tastbare‘ papieren boekvorm. Soms naast een (legaal) e-exemplaar. Een troost: La carte et le territoire is ook mooi meegenomen promo voor Wikipedia. Dat een gevestigd en bekroond auteur als Houellebecq er zich informeert (ik laat zijn plagiaat heel even buiten beschouwing) versterkt de positie van de open, vrije encyclopedie.

Afbeelding: screenshot van de cover van Florent Gallaires pdf. Gallaire verwees eerst naar RapidShare voor zijn pdf. Nadien verlegde hij de link naar Archive.org waar je verschillende e-formaten kon downloaden.Vandaag meldt die site: The item is not available due to issues with the item’s content.

Update 2 december 2010. Het hoofd koel (!) neem ik vandaag al de uitspraak boven van francofiel en expert Bart Van Loo nog eens  in de mond, maar dan in ‘bijvallende‘ zin, en tegen de context van Gallaires protest: overroepen. Lifehackend klasseer ik Houellebecq CC-BY-SA bij de literaire stunts. Goed om bij te blijven, ev. voor  personal learning. Of voor in de klas, als actuele debataanzet. Of doodgewoon: nieuws van de dag.

Related: Arnoud Engelfriet over internetrecht. Zijn boek heb ik hier nog ergens liggen. Maar waar? Ik moest er binnenshuis nog maar eens lifehackend tegenaan gaan. Kijk toch, hoe mooi, het sneeuwt al tot hier. Kan ik echt beter niet in het verkeer vandaag, beste weerman? En à propos, beste Sint, hoe zit dat met de gladheid van de daken zondagnacht?

IT en armoede: erger dan we denken…

Op 20 oktober 2010 organiseerde EduBIT binnen haar project fair-it  een overlegronde omtrent eerlijke IT  (zie de site met allerlei info).  De IT-sector en consumenten zijn medeverantwoordelijk voor armoede…

Op 20 oktober getuigden 2 onderzoekers en mensen uit Maleisië hoe het verloopt in de IT-sector aldaar. De situatie is schrijnend. IT-bedrijven schakelen onderaannemers in (Labour agencies) die zelf weer immigranten inschakelen. Zo komen buitenlandse werknemers in de IT-sector terecht. Die Labour agencies nemen het niet zo nauw met de arbeidsomstandigheden: ze verplichten medewerkers te werken tot 12 u op een dag, geven zeer slechte lonen (net genoeg om het eten in de kantien te betalen), houden paspoorten van medewerkers achter enzoverder. De mensen van Somo.nl / MakeITfair brengen dit alles in een rapport en een aangrijpende reportage die wellicht in november beschikbaar worden.

EduBIT streeft naar duurzame IT op school, maar een solo actie beginnen is onmogelijk. Met de deelnemers van de overlegronde is afgesproken een concreet plan uit te werken. Dit overleg zal wellicht in maart/april 2011 plaatsvinden. Doel is te zien welke concrete gezamenlijke acties we kunnen nemen. Deelnemende organisaties waren ondermeer van Greenpeace, Sustenuto, bewustconsumeren. EduBIT is blij dat het met deze overlegronde en het project Fair-IT een aanzet kan geven tot meer rechtvaardigheid en minder armoede, ook voor zij die op verre afstand in het IT-wereldje werken.

Engels of Frans in het DBSO… “Zucht”

Goed bedoeld is het zeker. Vanaf nu moeten immers ook de zwakkere leerlingen uit ons onderwijssysteem een tweede taal leren. Alle leerlingen uit het BSO en DBSO moeten vanaf dit jaar in de tweede graad Engels of Frans als tweede taal krijgen. Later zal dit uitgebreid worden naar de derde graad. Op die manier worden deze jongeren immers weerbaarder en gaan ze zich beter uit de slag kunnen trekken, waar ook ter wereld.

Het idee is op het eerste zicht niet slecht en waarschijnlijk voor een aantal leerlingen zelfs erg nuttig. Maar wordt de realiteit van het BSO en vooral het DBSO hier niet uit het oog verloren?

Op de school waar ik les geef, een centrum voor deeltijds onderwijs in een stedelijke context, is meertaligheid niet echt een probleem. Russisch, Spaans, Portugees, Arabisch, Berber, Turks, Dari… Het is slechts een kleine greep uit de talen die onze leerlingen spreken. Sommigen trekken zich zelfs al aardig uit de slag in het Frans of Engels. En natuurlijk is er ook het Nederlands.

Hoewel, Nederlands? Taaltesten in het begin van het schooljaar zijn op dat vlak niet erg bemoedigend. Het is niet al te best gesteld met de kennis van het Nederlands van de gemiddelde DBSO leerling. Zelfs de 100% Vlaamse leerlingen slagen er vaak niet in een werkwoord correct te vervoegen of het juiste lidwoord te kiezen. Sommigen slagen er zelfs in meer fouten te schrijven in een eenvoudig dictee, dan de doorsnee Afghaanse vluchteling met niet meer dan een jaartje OKAN als basis.

Hoe moeten deze leerlingen er ooit in slagen een goede cv of sollicitatiebrief te schrijven? Zullen ze er in slagen op een adequate manier officiële documenten in te vullen? Waarschijnlijk niet, maar dat is ook geen probleem. Leerlingen in het DBSO hoeven volgens het leerplan immers geen correct Nederlands te kunnen schrijven. Dat is geen prioriteit en dus blijkbaar niet noodzakelijk voor een goed leven en een goed burgerschap.

Wat moeten ze hiervoor dan wel kunnen? Blijkbaar is dat Engels of Frans. OK, eerlijk, het leerplan Engels/Frans DBSO is nog niet zo slecht. Het is heel praktisch opgevat. Maar, toch vraag ik me regelmatig af waar ik mee bezig ben. Bijvoorbeeld wanneer ik een van de zwakkere leerlingen probeer bij te brengen hoe je, “How do you do?” uitspreekt, wetende dat diezelfde leerling waarschijnlijk nooit verder van huis dan de Belgische kust zal geraken en er niet in slaagt het werkwoord worden te vervoegen.

Vorige week gaf ik een eerste lesje Engels in een klasje verzorging. Eén van deze sympathieke dames ervaart de Engelse les, waarvoor in onze school geopteerd werd, als een ware marteling. Deze jonge vrouw van Afrikaanse afkomst spreekt vlot Nederlands, Frans, Portugees en dan nog enkele Afrikaanse talen. Nu moet ze Engels leren, want meertaligheid is belangrijk…

Geschreven en ingestuurd door: Sylvia Van Itterbeeck, leerkracht ASPV
Meer info: leerplan 2e graad DBSO PAVleerplan 2e graad DBSO Engels/Frans

Setting our default to social (Ewan McIntosh)

Education has for too long defaulted to secrecy, opaqueness and inward reflection on “what education is”. It’s time to change that default setting.

Met deze lead opent de Schotse edublogger Ewan McIntosh een pleidooi voor het wereldwijd delen door studenten en docenten van intellectuele arbeid. Omdat 

… the benefits of others serendipitously bumping into our content, our ideas and our pleas for help greatly outweigh the perceived risk or inconvenience of ‘losing’ a piece of ourselves to the vast online wastelands.

Een zienswijze die ik tenvolle deel. In volgende alinea houd ik het bij ‘visie’, de aangegeven algemene richting, in terugkoppeling naar het ontstaan van The Sausage Machine.
 
Wereldwijd leren en delen
 Het was één van de ontstaansredenen, noem het voor de gelegenheid de default setting, van de vroegere leerblog The Sausage Machine:
  • anders gaan leren op school door de muren van onze klaslokalen te slopen.
  • Het leren tijdens de Nederlandse les ( in 5 en 6 secundair) presenteren ‘zoals het was’,
  • rekening houdend met de infrastructurele en onze technologische mogelijkheden in onze school van toen (2007-2008).
  • Ook wilden we waar mogelijk leesportfolio’s of delen ervan (vakonderdeel literatuur) op het internet publiceren.
  • Alles in de hoop dat we met de belangstelling, kritiek en hulp van de ‘buitenwereld’ anders en beter zouden kunnen leren en werken: ‘connected’. 

We wilden ‘verder’ gaan dan het notoire ‘zoeken op het internet’, i-luisteren, of het dankbaar inzetten van een op het internet gevonden zeer bruikbaar filmpje. Uit de beslotenheid van de eigen klas breken, het ruime sop van het interactieve internet kiezen, daar wilden we voor gaan, in alle openheid en eerlijkheid. 

No limits on sharing!
Terug naar Ewan McIntosh. Concreet heeft hij het over e-portfolio’s en LMS. Hij roept studenten en docenten op om niet langer binnenmuurs te blijven met hun werk en realisaties. Slopen, die muren tussen klassen, hogescholen, universiteiten. Go global! Intellectuele arbeid kan niet langer angstvallig binnen gesloten kringen gehouden worden. E-portfolio’s zouden met de wereld moeten gedeeld.

In zijn pleidooi voor het www-delen van e-portfolio’s neemt Ewan McIntosh ook de learning management systemen (LMS-en, ELO’s) onder handen. Hij noemt ze zelfs antisociaal:

 private, closed networks that experts and co-learners in the ‘outside’ world cannot see or interact with. Sure, you can have an open blog that anyone can read and participate in, but you have to flick the switch first to go open. The default position is closed.
 
Eenzelfde gevoel overkwam/overkomt me bij die educatieve uitgevers die om hun methode te beschermen, omheiningen plaatsen: op het web enkel toegankelijk voor hun methodegebruikers.

Verloren leerkansen voor velen, verloren stemmen van kenners e.a. van overal die mee in de ‘conversatie’ zouden kunnen stappen, verloren crowdsourcing. Ik durf te veronderstellen dat ‘wereldwijde openheid’ de verkoop van hun methode niet schaadt, integendeel. Worden er wereldwijd minder (e-)boeken verkocht omdat er oneindig veel op het web gratis te lezen valt? Ik dacht dat er meer verkocht werden dan ooit. 

Ach, met de hete adem van de sociale media in de nek worden ook de ‘behoudende’ edu-uitgevers wel vanzelf in de richting van een meer sociale ‘default setting’ geblazen. Ik stop dus snel mijn geweeklaag,

en luister liever nog eens naar de mooie woorden in Schotse tongval van Ewan McIntosh …

Nu u / jij.

Crossposted on The Sausage Machine.

Werken in of aan het systeem?

edchange De vraag en titel van deze crossposted blogpost stel ik naar aanleiding van een erg interessante post van George Siemens. Hij geeft het volgens mij enige correcte antwoord: “Perhaps it is time that we turn our attention explicitly to working on, rather than in, the system. Yes, working against a system is difficult. Sometimes even futile. I’m not suggesting that we “fight the man” and organize marches decrying the failure of the system. I’m suggesting something much more subtle: that we no longer allow systems-based arguments and criticism to dampen our creative exploration for what is possible in education.”

Niets aan toe te voegen. Verder en volhardend naar te handelen. U ook?

Lees de volledige blogpost Now that we have selected the curtain colour, let’s build a new house hier.

Online Educa Berlin: verandering en PLE

OEBlogoDe bedevaart naar Online Educa Berlin zit erop. Meer dan 2000 deelnemers uit 92 verschillende landen waren begin december present op de conferentie waar innovate, share, succeed de kernwoorden waren voor 2009. Hoewel iets lauwer dan de editie van vorig jaar, kon OEB zijn imago als barometer van wat er e-learning- en mediagewijs in onderwijsland speelt, opnieuw waarmaken. Een crossposted impressie:

“Online Educa Berlin: verandering en PLE” verder lezen

“Het Onderwijs Moet Veranderen!”

http://www.flickr.com/photos/modashell/3237513590/

Boeiend – boeiend – boeiend! Onvoorstelbaar boeiend, van onderwijs en overheid naar een privéwerkgever stappen. De wereld eens van andere kanten bekijken. Je meningen eens durven/kunnen/mogen herzien. Ik heb veel meningen herzien het laatste jaar. De meest fundamentele les is wellicht om het leven minder fundamenteel te bekijken. Nuanceren.  Grijs en niet wit of zwart.

Vandaag werd ik geconfronteerd met een collega die me en plein publique na een lezing vroeg waarom wij in ’s hemelsnaam geen wikis of blogs hadden op KBC. Of standaard geen internet voor de IT’ers… Ik kon zowaar een genuanceerd antwoord geven. Niet zwart wit, maar wel grijs. Ja, internet is leuk, neen, misschien is het een bankbedrijf van 60000 werknemers beter om je COBOL vragen binnen en niet buiten de muren te stellen. Ja, wikis zijn uitermate boeiend in veel contexten. Neen,  in ons afgeschermd bedrijf weet ik liever dat een geautoriseerde expert een wijziging uitvoert aan een stuk code en niet een beginnende IT’er. En trouwens – “wiki’s” hebben wij al lang. In de zin van gedeelde databanken waar experten collaboratief kunnen in schrijven – mits de juiste regels gevolgd worden en met goeie afspraken, opleiding, en change management.

Leestip van de dag: “The Cult of the Amateur“. Voor wie eens een andere kijk wil. Subtitel: How Blogs, Myspace, Youtube, and the Rest of Today’s User-Generated Media Are Destroying Our Economy, Our Culture, and Our Values. En ik? Ik ben genuanceerd. De auteur heeft vaak gelijk…

““Het Onderwijs Moet Veranderen!”” verder lezen

Opinie: Facebook als bewijs voor spieken

Misschien bent u al het gedoe rond sociale netwerksites stilaan beu. Want Facebook haalt tegenwoordig, net zoals Twitter of Netlog, elke dag wel het nieuws. Wat mij vooral interesseert in al die nieuwtjes is de betekenis die de betreffende sites stilaan innemen binnen ons dagelijks leven en de verandering die ze teweeg brengen of duiden.

Het meest interessante feit de afgelopen weken vond ik de bekendmaking van een beslissing van de Raad voor examenbetwistingen. Het was groot nieuws dat een conversatie op Facebook als bewijs voor examenfraude werd aanvaard (De Standaard, 25/08/09). Een dag later kregen we ook een interview met één van de studentes onder de titel “ze hebben ons verklikt” (De Standaard, 26/08/09, en ook bij Janien). Uit dat laatste artikel: “Annelien en haar medestudente liepen tegen de lamp omdat ze op Facebook hun spiekmethode overlegden en pochten hoe ze hadden samengewerkt.”

Als onderwijsmens en media lector vond ik het een bijzonder verhaal. Ik was eerlijk gezegd wel benieuwd naar het officiële besluit van De Raad voor betwistingen. Die besluiten komen met enige vertraging online, maar sinds gisteren is het bewuste Facebook besluit online.

Uit het besluit blijkt duidelijk dat het spieken werd vastgesteld op 3 verschillende momenten door examentoezichters, maar dat er geen tastbare bewijzen gevonden werden (in een digitaal tijdperk niet zo gek uiteindelijk). Tijdens een gesprek met het departementshoofd werd het spieken toegegeven en ook schriftelijk ondertekend door de studenten. Pas bij het definitieve verslag trokken de studenten hun staart in en verklaarden ze dat de bekentenis onder druk getekend werd. Vanaf dan hebben ze alle mogelijke procedures gebruikt die er waren. Er volgden binnen de school nog enkele gesprekken met studenten en toezichters. Een belangrijk rol is ook weggelegd voor medestudenten die het dossier duidelijk versterken ten nadele van hun medestudenten: de school ontvangt e-mails, anonieme brieven én een Facebook-conversatie (zie onderaan). “Opinie: Facebook als bewijs voor spieken” verder lezen

Anders denken in onderwijs

jan_figel_150.jpgIk was opgetogen toen ik Eurocommissaris Ján Figel’ in Strasbourg hoorde zeggen: “Learning takes place everywhere. Games can help to close the gap between formal and informal learning, between schools and the world outside. (Games in Schools Conference, European Schoolnet, 5 mei 2009 CoE Strasbourg) Hoe treffend is het laatste deel van die uitspraak? Het stemt tot nadenken – dat hoop ik althans.

“Anders denken in onderwijs” verder lezen

Reduceer het aantal onderwijsnetten!

Gents schepen van onderwijs, Rudy Coddens, pakt vandaag uit met een unieke samenwerking tussen onderwijsnetten in Gent. Concreet gaan het stedelijk onderwijs en het gemeenschapsonderwijs in Gent samenwerken op vlak van technisch, beroeps- en deeltijds onderwijs: het onderwijsaanbod wordt onder elkaar verdeeld en de beide onderwijsnetten zullen elkaars infrastructuur kunnen gebruiken. Een goede zaak, uiteraard.

logo 20 jaar Go!Maar eigenlijk moeten we veel verder kijken. In Vlaanderen wordt onderwijs ingericht door de inrichtende machten van scholen en scholengroepen, die zelf dan weer aangesloten zijn bij een overkoepelend net. Zo is er het officiële net van de Vlaamse Gemeenschap (het Go! aka Gemeenschapsonderwijs), het net van de steden en gemeenten, het provinciale net, en daarnaast nog de vrije netten (officieel “vrij gesubsidieerd onderwijs”) zoals die van de geloofsgemeenschappen (katholieke net, joods, protestants,…) en de niet-confessionele netten die niet aan een godsdienst gebonden zijn maar eerder aan een specifieke leermethode zoals de Steinerscholen. Het staat elke privé-persoon of privé-organisatie immers vrij om onderwijs in te richten, voor zover voldaan is aan een aantal voorwaarden waaronder de eindtermen. Vrijheid van onderwijs staat immers in onze grondwet, artikel 24.

Het valt echter op dat er in bovenstaand lijstje drie netten te vinden zijn die rechtstreeks georganiseerd worden door “de overheid”, of beter “de overheden”. Zo bekom je situaties waarbij eenzelfde opleiding in een gemeente georganiseerd wordt door twee scholen van “de overheid” en beide scholen niet samenwerken, elkaar beconcurreren of de overheid dubbel betaalt voor de aanschaf van materiaal dat perfect door beiden gebruikt zou kunnen worden.

logo OVSGHet lijkt me dan ook een pak beter om op elk onderwijsniveau te komen tot slechts twee netten. In het basisonderwijs is dit het vrije gesubsidieerd onderwijs en het officieel gesubsidieerd onderwijs ingericht door de steden en gemeenten. Deze laatste in de eerste plaats omdat de inhoudelijke keuzemogelijkheden op dit niveau nogal beperkt zijn en we best kiezen voor het bestuursniveau dat het dichtst bij de burger staat: zijn/haar stad of gemeente. Vrijwel elke stad of gemeente beschikt nu reeds over een basisschool ingericht door “de overheid”, wat best zo blijft. In steden zoals Gent staat dit net zelfs bijzonder sterk met een heleboel keuzemogelijkheden en methodescholen. Bijna 23% van de Vlaamse kinderen loopt school in één van de 548 basisscholen van dit net.

In het secundair onderwijs opteren we dan weer best voor het vrije gesubsidieerd onderwijs en het gemeenschapsonderwijs: door de keuzemogelijkheden op dit niveau kunnen we niet meer spreken van elk dorp zijn/haar school, maar moet er verder gekeken worden op grotere schaal om versnippering te vermijden. Iets waarvoor het onderwijs op gemeenschapsniveau beter geschikt lijkt.

Tijd om deze historisch scheef gegroeide situatie aan te pakken en meer te investeren in onderwijs, en minder in structuren!

Disclosure: de auteur is kandidaat voor de komende Vlaamse verkiezingen en schreef dit ook op zijn eigen site.

Twitter in basisonderwijs

twitter_150.jpg“Primary school pupils could be taught to master Twitter and Wikipedia instead of learning about history, it has been reported.”, kopt een nieuwsbericht op Yahoo uitdagend. Verdere lectuur – die eerder ongenuanceerd blijft – leert dat onderwijs over de Tweede Wereldoorlog wel een keer optioneel zou kunnen worden in het basisonderwijs van het Verenigd Koninkrijk. Leerkrachten vragen er meer vrijheid om het curriculum in te vullen. Een rapport voorziet wel ruimte om te leren omgaan met media als Twitter, blogs en meer, vooraleer leerlingen er het secundair onderwijs binnenstappen. Natuurlijk, flitst dan door mijn hoofd. Want die media kaderen in mediawijsheid. En Vlaanderen? Zo wijs is ons onderwijs te weinig. We leren schrijven in het lager onderwijs. Ook vlot typen? Realiteit nochtans. Net zoals de Tweede Wereldoorlog niet vergeten mag worden (waardegericht werken, het mag zelfs meer). En het kan samen. Bloggen over 40-45 dus?

Lees het volledige nieuwsbericht hier.

Bill Gates over “onderwijs”

TED is een exclusief evenement waar de meest inspirerende kunstenaars, designers, politici, CEO’s, futurologen… hun mooiste verhalen delen met elkaar. In het verleden wezen we al op de prachtige video’s die je gratis kan bekijken op de TED website. Een mooi startpunt is bijvoorbeeld hun “top 10 talks“.

Vorige week op de TED talks een mooie babbel door Bill Gates over malaria en leerkrachten. Vreemde combinatie, dat wel, maar evenzo een boeiend verhaal om te volgen. Ik leerde onder andere dat er meer geld gaat naar onderzoek over anti-kaalheidsgeneesmiddelen dan naar anti-malariageneesmiddelen. Mooiste moment van de lezing: hij toont in een glazen bokaaltje de muggen die malaria verspreiden, “here you can see a typical specimen“, en hij opent het bokaaltje – de muggen vliegen weg – “Now you can see them a bit better. Don’t worry – only poor people suffer from malaria.
Ik wist niet dat Bill zo’n grapjas was.

To the point dan… Hij heeft het ook over lesgevers en onderwijs. Het verbaast hem hoe weinig slimme mensen werken rond “de kwaliteit van lesgevers” of hoe weinig onderzoekers bestuderen “what makes a teacher great?”. Hij vermeldt doodleuk dat onderzoek al wel uitwees dat er twee zaken zijn die weinig of geen effect hebben. Het is zeker niet zo dat aantal jaren dienst je per definitie een betere lesgever maakt. Ten tweede is het niet zo dat lesgevers die langer studeerden (betere diploma’s) betere lesgevers zijn.
Waarop Bill doodleuk opmerkt dat scholen lesgevers betere statuten of verloning kunnen geven, maar dat dit bijna alleen kan in functie van aantal jaren dienst en hun best behaalde diploma.

Het is natuurlijk wel gemakkelijk praten – de beste stuurlui staan aan wal… Bill gaat wel helemaal de bocht uit op het einde van de babbel. Hij begint zich af te vragen waarom we de beste lesgevers niet op DVD opnemen om zo over de hele wereld te laten afspelen. Problem solved.

Deed me weer denken aan mijn favoriete uitspraak: “Education is what remains after pupils forget what you told them in class”.