Waarom tinkering beter is dan STEM

STEM is in enkele jaren tijd opgeklommen tot het buzz-woord in het onderwijs. Voorheen wist er slechts een doorwinterde wetenschapper of ICT’er in je school wat het omvatte, momenteel loop je mijlenver achter als je niet on-the-spot en zonder verpinken het letterwoord kan afratelen.
Directies haasten zich om nog voor de opendeurdag een aantal STEM-materialen geleverd te zien. Want zeg nu zelf: wat is er meer wervend voor een abituriënt van pakweg 6 of 12 jaar dan een Lego-robot die feilloos gekleurde steentjes herkent, een aantal bananen waar je piano kan op spelen of een heuse 3D-printer waar je mee aan de slag kan, als je je inschrijft uiteraard…
Waar een tiental jaar geleden het aantal digitale borden de uitstraling van je school naar de buitenwereld toe bepaalden, is het nu het  Stem-aanbod dat het verschil maakt.

Maar is STEM echt wel de vernieuwing waar we met zijn allen zitten op te wachten?

In de echte wereld dienen scholen karig te zijn met budgetten. Dat is alvast één open deur. Maar er dienen ook keuzes gemaakt te worden. Kan de installatie van dubbele beglazing nog even wachten? Krijgt de sportleerkracht zijn of haar langverwachte verlanglijstje? Is de computerklas nog operationeel en hebben we eigenlijk wel een degelijk wifi-netwerk op onze school? Kan het oudercomité financieel een extra project steunen of moet er een extra wafelbak komen?
Want koken kost uiteraard geld. Een school die wil starten met STEM moet toch een basis aan materialen aankopen. Een 3d-printer? Vlot 1000 euro en meer. Een aantal Lego Minstorm-dozen waarmee een volledige klas simultaan aan de slag kan? Leg alvast 9000 euro op kant. Robots via tablets aangestuurd? Meer dan 3000 euro voor de basissets. En ga zo maar door.
STEM-onderwijs geef je nu eenmaal niet klassikaal of frontaal, dat moet echt hands-on gebeuren of we vervallen in stokoude didactische werkvormen.

Dan toch maar niet? Toch wel! Al eens gedacht aan tinkering? Kijk voor eenmaal niet op naar onze Noorderburen: het is duidelijk in Engeland dat men het voortouw neemt. De verplichting aldaar om STEM-inhouden te integreren in elke basisschool noopte scholen immers om creatief, innovatief en kosteneffectief aan de slag te gaan.

Tinkering kan een antwoord bieden. Als je het woord letterlijk vertaalt dan bekom je iets als “twaalf-stielen-dertien ongelukken” of in het beste geval “manusje-van-alles”. Niet echt flatterend dus. Wij vertalen het liever als “onderzoekend leren” of “uitproberen, met vallen en opstaan”.  Oxford Dictionaries verklaren het als “pogingen om iets te repareren of te verbeteren op een alledaagse of ongeleide manier”.

Maar waar situeert tinkering zich nu in de hele STEM-filosofie?

Tinkering wil leerlingen op een actieve en creatieve wijze betrokken maken in wetenschappelijke fenomenen. Tinkering wil hen met alledaagse materialen uiting laten geven aan hun dromen om de omgeving aan te passen, te manipuleren. Uit den boze zijn handleidingen, strakke kaders of vooraf gedefinieerde uitkomsten. De zoektocht is belangrijker dan het resultaat. Deze filosofie kan samengevat worden in de woorden: Think, make, thinker.

In tegenstelling tot vele STEM-activiteiten die vooraf gedefinieerde denkpaden, materialen en instrumenten veronderstellen, zal een tinkerer gebruik maken van alledaagse voorwerpen die uitmaken van zijn omgeving, van gereedschappen die beschikbaar zijn. Tinkerers willen komen tot resultaten die handig, innovatief of gewoonweg mooi zijn.
STEM-elementen worden geconcretiseerd met alledaagse materialen en werktuigen. Zelfexpressie van de leerlingen en creativiteit staan centraal. Falen is hierbij zeker een optie en maakt in vele projecten nu eenmaal deel uit van het traject. Vergelijk het misschien met “Lieven Scheire for education”. Dus geen lasercutters of 3d-printers maar breekmessen en karton. Geen robots maar karikuri’s.

“Tinkering is about hands-on experiences, learning from failures, and unstructured time to explore and invent. And through the processes of exploration and invention lies the potential for innovation.” (Tinkerlab.com)

Door tinkering-activiteiten op te nemen in je leerplan wil je leerlingen inspireren en engageren om wetenschap te begrijpen, toe te passen en te beleven. Maar vooral om tevens de transfer te maken naar de ons omringende dingen, ze willen begrijpen, ze willen maken ,ze willen verbeteren. En net op dat punt lijkt de educatieve waarde van tinkering deze van STEM te overstijgen.
Voor de leerlingen is tinkering veelal creatiever en spannender, voor de leerkrachten pragmatischer en voor de directies financieel haalbaar(der).

Of zoals de Engelsen het verwoorden: Tinkering is the constructionist approach of STEM.

WP_20160302_14_38_16_ProGeprikkeld en zin in concrete projecten, concrete ideeën voor in je klas? Een mooie start vormt de site van het Amerikaanse ‘the Tinkering Studio’. Je vindt er uitgewerkte leerlingenfiches die je zo kan inzetten bij je eerste tinkering-les. Succes!

(http://tinkering.exploratorium.edu/projects)

 

Geert Callebaut
Odisee-Aalst

Scratch in de basisschool

Codetaal aanleren, zeg maar leren programmeren, bij kinderen: het wordt stilaan een hype. Als dynamische en immer vernieuwende leerkracht sta je hier wederom maar eens voor open…

Vluchten kan trouwens niet meer, in Engeland is het alvast een verworvenheid in het nationale curriculum: verplicht aan te bieden dus.
Bij ons is het zover nog niet, maar de evolutie gaat razendsnel. Willen we geen ‘computeranalfabeten’ afleveren die de sociale kloof alleen maar scherper stellen dan moeten we dit aanbod inderdaad breed aanbieden in de basisschool. Niet ieder gezin kan immers naschools meer dan 200 euro op tafel leggen voor een lespakket coderen.

Wat heb je nodig?

Concreet aan de slag gaan met je klas, daarvoor moet je naar de computerklas. Eén computer per duo is voldoende, de computers moeten zeker niet state-of-the-art zijn. Een realistisch school-scenario dus.

Scratch kan je eenvoudig online spelen (https://drive.google.com/file/d/0B_L_APuWYxGfbFVjUTF6dUFsc1E/view) of je kan het programma installeren op elke computer afzonderlijk (https://scratch.mit.edu/scratch2download/).

Heeft je school slechts een zwakke internetverbinding, dan is de tweede mogelijkheid wellicht de beste. Elke leerling die naar eenzelfde site surft kan immers nogal eens voor moeilijkheden zorgen op het netwerk.

Maar wat is Scratch nu eigenlijk?

Scratch is een zogenaamde object-georiënteerde visuele programmeertaal. Anders gezegd: door puzzelblokjes aan elkaar te hangen ga je je ‘figuurtje’ programmeren zodat het exact doet wat jij wil dat het doet. Je kan er spelletjes mee maken, verhaaltjes mee uitbeelden en er animaties mee maken. Op deze wijze helpt Scratch kinderen om de belangrijkste beginsels van programmeren te leren, te vergelijken met het aloude wiskundig ‘logisch denken’ (oorzaak-gevolg), gerelateerd aan multimediale dimensies.

Een plan van aanpak!

Scratch valt te implementeren in je klas als klassikale werkvorm (groepswerk) of als differentiatie-opdracht (contractwerk).

Om de basis in de vingers te krijgen, start je bij voorkeur met flitskaarten.  Een mooie set kan je hier downloaden: https://drive.google.com/file/d/0B_L_APuWYxGfbFVjUTF6dUFsc1E/view  Je leerlingen kunnen dan kiezen uit een heel pakket van opdrachten die ze moeten uitvoeren.

Klaar voor meer diepgang? Dan kan je je volledige klas aan de slag zetten om eenzelfde project uit te werken, met oog voor individuele vrijheid.  De whizzkids kunnen naar believen extra dimensies toevoegen (levels, geluiden, …) en jij als leerkracht kan extra aandacht besteden aan specifieke leerlingen. ‘Les geven’ zit er immers niet in: ieder groepje krijgt de instructie op papier en starten maar! Een voorbeeld? http://www.codeuur.nl/lesmateriaal

En wat is de finale stap: freewheelen! Iedere leerlingen werkt naar eigen believen een verhaaltje of een spel uit op Scratch, iedereen helpt elkaar, de leerkracht helpt met zoeken. Een mooi voorbeeld van leergebiedoverstijgend werken.

 

Oh ja, nog dit: je hoeft echt zelf geen Scratch-specialist te worden als leerkracht. Inzake coderen (en breder: STEM) hoeft de leerkracht niet langer het klassieke patroon van ‘kennisdrager’ te volgen, maar wel de rol van ‘facilitator’ op te nemen. Anders gezegd: je hoeft niet de juiste antwoorden te kunnen geven, maar wel de juiste vragen kunnen stellen en de leerling soms een duwtje in de juiste richting te geven. Het denkproces is belangrijk bij het kind, niet de reproductie. En om dat te begeleiden, ben jij als leerkracht uitermate goed geplaatst en geschoold, zelfs al heb je nooit ‘computerles’ gekregen.

 

Learning Tech Day

CDHcNZsUIAAWFeY
Afbeelding via @Haspie

Afgelopen week organiseerde Mathias Vermeulen (Winston Wolfe) de allereerste Learning Tech Day, een conferentie over (e)leren, voor en in samenwerking met de Vlaamse bedrijfswereld. Er waren maar liefst 3 keynote speakers en verschillende break-out sessies. Edublogs was aanwezig, en keek even over het muurtje hoe bedrijven ‘leren’ aanpakken.

Keynotes

De eerste spreker was Chad Udell, een Amerikaanse professor, entrepreneur en schrijver die focust op mobile learning. Zijn betoog ging vooral over hoe de flexibele werknemer, die weinig op bureau is (denk het Starbucks/coworking type), anders wil gaan leren: via een mobiel, gepersonaliseerd, interactief en open sociaal netwerk platform. Hoe Chad Udell dit concreet ziet, werd tijdens de keynote niet besproken, waardoor deze sessie een beetje in vaagheid bleef steken.

De tweede keynote werd gegeven door Ben Betts, oprichter van het sociaal netwerk platform Curatr. Dit platform focust op samenwerkend leren met gamification elementen en leent zich tot het opzetten van (privé) MOOCs. Ook deze keynote bleef een beetje vaag, maar het voordeel is wel dat er over enkele weken een Nederlandstalige MOOC start over hoe men sociaal leren kan invullen, gebruik makend van het platform Curatr (hier inschrijven).We kijken alvast uit naar deze concrete invulling.

De derde keynote werd gegeven door Frank Van Massenhove
(Voorzitter van de Federale Overheidsdienst Sociale Zekerheid). Van Massenhove is vooral bekend als een bijzondere manager die ook echt een verschil heeft gemaakt, door zijn ambtenaren thuis te laten werken en daar enorme besparingen met realiseerde. Deze keynote ging minder over leren, dan wel over hoe je de nieuwe werknemer kan organiseren. Van Massenhove is een zeer inspirerende manager en voor mij het absolute hoogtepunt van deze dag.

Leren in het Vlaamse bedrijfsleven

Naast de keynotes, brachten enkele bedrijven sessies over hoe ze e-leren aanpakken in het bedrijfsleven. Mij vielen volgende zaken op:

1) Aansluitend bij de keynotes, hadden enkele spelers het over de nieuwe werknemer en leren via sociale netwerken. Hoe ze dat leren voor dit type werknemer aanpakken en of er concreet ook geleerd wordt, blijft toch een groot vraagteken.

2) Veel elearning-spelers gaven aan dat het moeilijk is om leren te ontwerpen in Vlaanderen. Veel bedrijven zien leren immers nog als iets dat voornamelijk in cijfers moet kunnen weergegeven worden: x% heeft de nieuwe procedures gelezen en y% de bijhorende vraagjes correct beantwoord etc. Deze klanten wensen dan ook voornamelijk ‘Rapid e-Learning’ oplossingen, een modeterm voor e-learning oplossingen die snel in leerbehoeften voorzien en bij voorkeur ook nog eens goedkoop zijn.

3)  Een groot deel van de e-learning bedrijven voorzien ook nog in de e-learning oude stijl: learning management systems (elektronische leeromgevingen), leerpaden, leerobjecten en de bijhorende vragen aan het einde van het leertraject.

Conclusie:

De traditionele werknemer wordt steeds vaker vervangen door zijn flexibel evenbeeld. Een nieuwe vorm van leren zal dan ook noodzakelijk zijn om te voldoen aan de wensen van deze nieuwe werknemer. Vandaag zitten we duidelijk op een scharniermoment en zoekt iedereen zijn plaats onder de zon. Bedrijven zullen wel iets verder moeten gaan, dan ‘leren’ zuiver te interpreteren als een snel tussendoortje dat het personeel moet ondergaan en dat afgevinkt kan worden van een todo-lijstje. E-learningbedrijven zullen dan weer met oplossingen moeten komen die mobiel, gepersonaliseerd, interactief en samenwerkend leren faciliteren én realiseren.

Veel vragen blijven dus onbeantwoord. Op naar Learning Tech Day 2016.

Re:Pest geïntegreerd programma tegen pesten op school

banner

De preventie van pestgedrag, zelfdoding en psychische problemen staan hoog op de maatschappelijke agenda. Het voorbije jaar zijn we er meermaals mee geconfronteerd en al te veel leerlingen krijgen er  tijdens hun opleiding mee te maken. Het welbevinden van leerlingen op school is dan ook een van de speerpunten van het onderwijsbeleid.

Daarom lanceert het Departement Onderwijs het geïntegreerde programma Re:Pest. Dit lessenpakket wil een bijdrage leveren aan het voorkomen van pestgedrag op school en aan het verhogen van het welbevinden in de klas. Het lessenpakket richt zich op de eerste en de tweede graad van het secundair onderwijs.

 Re:Pest is een educatief project tegen pesten dat bestaat uit verschillende onderdelen en dat gericht is op leerlingen uit de eerste en de tweede graad van het secundair onderwijs. Het creëert een toegevoegde waarde bij al genomen maatregelen ter bestrijding van pestgedrag. Re:Pest bestaat uit volgende  onderdelen:

  • De handleiding is een hulpmiddel voor schoolpersoneel dat samen met leerlingen werkt aan een veilige leeromgeving. Het biedt naast achtergrondinformatie over pesten ook een uitgewerkt lessenpakket aan van vier lesuren. In dit lessenpakket worden verschillende werkvormen toegelicht zoals de game, onderwijsleergesprekken, rollenspelen, stellingenspel,…
  • De vorming voor leerkrachten bereidt leerkrachten voor om van start te gaan met het lessenpakket. De filosofie van waaruit vertrokken wordt in het Re:Pest verhaal wordt verduidelijkt.
  • De website, www.howest.be/repest, is bij de lessenreeks een omvangrijke bron van aanvullende informatie zoals voorbeelden, filmpjes, oefeningen, wetenschappelijk onderzoek en actuele berichtgeving.
  • Een gids voor ouders bevat informatie over de problematiek van het pesten. Het geeft tips aan ouders van kinderen die geconfronteerd worden met pestgedrag. Deze gids wordt ter beschikking gesteld van de scholen die intekenen op Re:Pest.
  •  Het educatieve 3D game Re: pest. Bijzonder aan dit lessenpakket is de game Re:Pest. Geïnspireerd door het Finse KIVA-project en dankbaar gebruik makend van de Kortrijkse antipestgame werd een serious game op punt gesteld. Leerlingen maken aan de hand van dit game op een aantrekkelijke manier kennis met situaties en  rollen die bij pestgedrag voorkomen. Een computergame maakt als dusdanig nog geen deel uit van de leermiddelen en maatregelen die binnen het bovenvermelde beleid inzake het tegengaan van antisociaal gedrag – waar cyberpesten onmiskenbaar deel van uitmaakt –  genomen werden. Echter, de Hogeschool West- Vlaanderen en Katho (Ipsoc) ontwikkelden een antipestgame in opdracht van de Stad Kortrijk. Het spel is een  simulatiegame en werd gebruikt in het kader van preventieactiviteiten van de Stad Kortrijk.

Scholen die aan de slag willen gaan met Re:Pest vinden meer informatie op www.howest.be/repest .

Mobile leerinhouden maken: een vak apart met valkuilen

foto 2Al doende leert men. Dat ondervonden we tijdens onze eerste stapjes op het vlak van mobile leerinhouden.

Algemene tools en apps genoeg op de respectievelijke Google en iTunes Stores. Maar als je zelf leerinhouden wil ontwikkelen/samenstellen/aanbieden, heb je een behoorlijke leercurve voor de boeg. Met de nodige onverwachte obstakels.

Native en offline

Twee apps die we ontwikkelden als Proof of Concept waren “native” voor iPad: snijtechnieken en kooktechnieken. “Native” is dus ontwikkeld in xCode, de programmeertaal om een app te maken voor iPhone en iPad. Niet eenvoudig en meestal niet haalbaar met de doorsnee kennis van een lesgever.

Je kon met deze 2 apps tekst, multiple choice oefeningen en video’s consulteren over de verschillende messen, snijtechnieken en basis kooktechnieken. Deze apps zijn nooit in de iTunes Store beland, maar enkel op een aantal iPads gezet die ter beschikking waren in onze opleidingskeukens.

De reacties van de leerders en lesgevers waren onverbloemd positief. Een korte greep uit de respons achteraf:

  • Ad hoc consulteerbaar (dus niet meer naar een (ander) computerlokaal, inloggen enz.)
  • Fragmentaire consultatie (snel even iets opzoeken)
  • Geen internet nodig
  • Te gebruiken voor klassikaal (aan de beamer) en individueel
  • De iPad zelf “viel ook in de smaak” omdat je handelingen kan filmen en zo voorbeelden verzamelen hoe je wel/niet bepaalde snijtechniek toepast. (zelfevaluatie en peer-to-peer)
  • Gebruik door twee leerders om in te oefenen en elkaar te helpen
  • Absoluut gebruiksgemak en eenvoud
  • Alle leerinhoud verzameld zonder afleiding of technische hoogstandjes voor de leerder
  • “Dit is beter dan klassikale lessen”.

Toch stelde het ons voor moeilijkheden en vragen:

  • Met 4 iPads kan je het beheer nog wel aan, maar wat als je er 10, 25 of meer moet beheren?
  • Naast device management heb je ook app management. Apps beheren zonder iTunes Store is een echte kopzorg. En maar gedurende beperkte tijd mogelijk omdat je slechts 1 jaar een app op deze manier kan installeren.
  • Het geheugen van de iPads liep snel vol met eigen videofragmenten
  • Op afstand beheren van iPads vergt wifi (die er niet was in de opleidingskeuken).
  • BYOD (bring your own device) is niet van toepassing, want de apps waren niet beschikbaar in de Store
  • Enkel toepasbaar voor leerinhouden zonder scores of tracking.
  • Zoals eerder gezegd is xCode nu ook niet de eenvoudigste programmeertaal.

Webapp en offline

Na deze twee proefstukken ontwikkelden we drie apps “Heftruck”, “Tablet op het werk” en “Help, ik moet solliciteren”. Ook weer een technische Proof of Concept om de ervaringen uit vorige apps om te zetten in beter, sneller, makkelijker.

Drie valkuilen werden vermeden: geen xCode, geen gedoe met iPad-beheer, DIY (do it yourself) installatie door de lesgever,…

Webapps zijn gemaakt in HTML(5) en worden daarna “verpakt” om in de iTunes Store of Google Play aan te bieden. Een technische drempel maar toch al heel wat eenvoudiger dan xCode. Met een goede html-editor kom je al snel op weg.

Maar het aanbieden op iTunes is echt niet zo eenvoudig. Je hebt heel wat opzoekwerk te doen en veel onduidelijkheden te overwinnen (en een Apple Developper account van 200 euro per jaar).

Conclusie: aanmaak makkelijker en hosting moeilijk.

Je kan de videofragmenten in jouw app insluiten (offline). Het nadeel is dat het geheugen van iPad al snel volloopt. Maar het blijft allemaal mooi offline als je niet over wifi beschikt in jouw opleidingsinstelling. Als je verwijst naar youtube-fragmenten, ben je toch weer verplicht een internetverbinding te hebben. Dilemma dus.

Als conclusie voor beide voornoemde POC’s was het doelpubliek (leerders en lesgevers in technische secties) uiterst geschikt. Zij hebben niet onmiddellijk en makkelijk een computer bij de hand en wensen het leermateriaal te consulteren zonder tracking of inloggen. Of zij wensen de tablet als didactisch instrument te gebruiken (bv. video-opname voor zelfevaluatie). Een app was dus niet strikt noodzakelijk.

Inhoudelijk zijn er toch ook verschillen tussen deze voorbeelden te vinden. “Heftruck”, “Snijtechnieken” en “Kooktechnieken” zijn meer bedoeld als consultatie van nuttig materiaal.

“Solliciteren” en “Tablet op het werk” hebben al meer een opgebouwd leerpad en dus nuttig voor gestructureerde zelfinstuctie.

“Frans@Work” (op iTunes of Google Play) is gaat nog een stap verder. Deze App focust op fragmentair en themagerichte zinnen en woordenschat. Er is een spelelement ingevoegd waarvan je de resultaten op Facebook deelt. Wellicht is dit inhoudelijk de beste weg om mobile native apps aan te bieden. De app is ontwikkeld in html5 met PhoneGap zodat het iets makkelijker is om voor beide toonaangevende platformen (IOS en Android) aan te bieden.

Nu werken we een derde POC uit: Online Mobile sites

Hierover meer in een volgende blogartikel waar we de voordelen aantonen met een case en enkele handige tips en trics.

 

Mocht je vragen/opmerkingen/suggesties hebben, post ze gerust in de comments.

 

Sankoré

Sankoré, voorheen bekend als Uniboard, is de perfecte freeware software voor gebruik met je digibord. Het maakt niet uit of het een zelfgemaakt bord is, een Smartboard of een Activ Board. Je start je computer en je digibord op de normale wijze op, je calibreert en je opent Sankoré. That’s it.

Deze software laat je toe zelf bordlessen te maken ‘from scratch’, van een bestaand werkblaadje, cursus of powerpointpresentatie. De toepassingen zijn relatief basic, maar geef toe: het merendeel van de toeters en bellen gebruik je toch niet in je dagelijkse klaspraktijk.

Alles valt eenvoudig te downloaden via http://open-sankore.org/

Het enige wat er nog ontbrak was een Nederlandstalige handleiding. Maar ook dat heuvel is momenteel verholpen: https://sites.google.com/site/vernieuwendonderwijs/digitale-borden/open-sankore

Probeer het zeker uit: niet-commerciele software valt toch steeds te prefereren in het onderwijs?

Edubit – ELearningDay

Op maandag 28 maart werd E-LearningDay door Edubit georganiseerd. Edubloggers present dus…

Ik heb toch heel wat mooie presentaties gezien, nieuwe dingen en oude kennissen.

Omdat belofte schuld maakt, zet ik mijn eigen presentatie  over Tools online. Deze bevat ook een downloadknop van een interne studie over online authoringtools. Dus kijk er zeker  niet over als je ict-coördinator bent.

Ook een extra… weeral belofte… de thesis van Marlies over “motivatoren voor e-learning“.

Speciaal nog even de presentatie toelichten van Instruxion. Geert Coppens stelde het nieuwe business concept voor dat leidde tot Explania. Tijdens de vele projecten voor hun klanten werden regelmatig dezelfde generieke inhouden gevraagd. Daarom ontwikkelt Instruxion nu animaties met generieke inhoud voor eigen gebruik met behoud van copyright.  Als een bedrijf dan een aansluitend project heeft, kan er goedkoper ontwikkeld worden. En kunnen de generieke animaties ook voor anderen gebruikt worden.

De verzameling van deze generieke animaties vind je op Explania. Ideaal voor educatief gebruik en herbruik ! En als je zelf een goed idee hebt voor ontwikkeling, kan je het hen melden.

GameHub zoekt ideeën

Loop je al langer met een idee rond voor een edugame (serious game) voor jouw organisatie ? Maar weet je niet hoe, wat, waar, …?
Dan is deze oproep misschien iets voor jou.

“GameHUB” is een consortium van de Provinciale Hogeschool Limburg (PHL), de Universiteit Hasselt, de Katholieke Hogeschool Limburg en GROEP T Internationale Hogeschool Leuven. Dit tweejarige project “GameHUB” wordt gerealiseerd met Europese (EFRO), Vlaamse (HERMES) en provinciale (Limburg en Vlaams-Brabant) middelen en start op 24 maart met een seminarie/informatieronde. “GameHub zoekt ideeën” verder lezen

Haal veel meer uit LinkedIn

Logo_linkedin De netwerksite LinkedIn is je waarschijnlijk al bekend. Misschien heb je al een profiel of kreeg je al uitnodigingen om aan te sluiten bij het netwerk van mensen die je kent. Maar ken je ook de wàre kracht van LinkedIn? Wist je bijvoorbeeld dat LinkedIn ook een schitterend instrument is als je op zoek gaat naar een nieuwe job?

Die know-how kreeg VDAB van networking coach Jan Vermeiren.  Hij is de auteur van de boeken ‘Let’s connect’ en ‘Hoe LinkedIn nu ECHT gebruiken’ en dé specialist bij uitstek als het om netwerking gaat.  Je kan een light versie van zijn laatste boek op zijn site aanvragen. Hier verklappen we alvast de essentie.

Je vertrekt vanuit je doel, een nieuwe job vinden. De DOEN-oefening helpt je om je doel duidelijk te stellen. Daarna volg je een basisstrategie in 3 stappen:
• een aantrekkelijk profiel maken op LinkedIn,
• je basisnetwerk of eerstegraadsnetwerk opbouwen,
• je netwerk efficiënt en effectief verder uitbouwen.

Wanneer je dan op zoek gaat naar de juiste mensen die je kunnen helpen om een nieuwe job te vinden, maakt LinkedIn de connecties zichtbaar die je met hen hebt. En juist daarin schuilt de grote kracht van LinkedIn. Het geheim tot succes schuilt hem dus in je 2e-graads netwerk : de kennissen van je kennissen.

De volledige strategie die je naar je toekomstige job kan leiden, met alle details, voorbeelden en waardevolle tips vind je in een nieuwe webcursus ‘LinkedIn om een job te vinden’. De eerste reacties zijn al binnen, allemaal positief. Samengevat: warm aanbevolen!

Speciaal voor de edubloggers : hierbij een gratis en voor niets demo-toegang :

– surf naar http://e-leren.vdab.be
– Gebruikersnaam: st_dlinkedi
– Paswoord: f5z5etti

Maar dan moet je wel eerst onze netwerkgedachte delen !

De Canon 50 Nederlandse literatuur volgens Marita Mathijsen

  Uit Taalschrift van 26 december 2009 geknipt … Daar is een discussie aan de gang n.a.v. een pleidooi en de leeslijst Canon 50 Nederlandse literatuur van prof. dr. Marita Mathijsen van de UvA: Niets is zo vanzelfsprekend als een verplichte literatuurlijst op school.

Mijn mening? Zoals eerder gezegd, ben ik voor het wilde kiezen van boeken op school. De literatuurdocent geeft immers de kennis door om zijn jongere lezers ‘vrij’ te leren kiezen. Die kennis omvat literatuurgeschiedenis met canonvorming, literaire genres en hun structuren, hoge en lage cultuur, inwijding in de wereldliteratuur, kritiek, boekenmarketing, literatuur in de Digital Age, leescultuur met schoolse leeslijstenboekenzoekers, landelijke leesbevorderingscampagnes toe … Misschien vergeet ik op dit moment wel belangrijke studie-items. Ik heb het over kennis van literatuur tout court, de basics, de grote context, een terminologie en een instrumentarium om literatuur beter te kunnen lezen, en ze te ‘verwerken’ in dialoog met docent, peergroep en anderen. Met de Canon 50 van Marita Mathijsen hebben we er een interessante visie en zeer waardevolle literatuurlijst bij. Wat haar standpunt betreft, en dan vnl. haar eindperspectief op economie en psychologie, daarop wil ik bij gelegenheid nog terugkomen:

[…] met een verplichte literatuurlijst bereiden we jongeren voor op een maatschappij waarin literatuur meetelt en waarin zíj niet meetellen als ze niet een reservoir aan literaire competentie meegekregen hebben. Het is een kwestie van Darwiniaans overleven: met een flinke literaire bagage staan ze sterker in het leven, zowel economisch als psychologisch.

Marita Mathijsens stelling in Taalschrift, 26-12-2009.

  Gelezen? En goedgekeurd? Welke werken hebben je leven ‘versterkt’? Nieuwe schrijvers ontdekt? Toch nog even dit uitsmijtertje opgetekend uit mijn decennialange praktijkervaring van leraar Nederlands in het so … Tim, toentertijd in 4 so, reagerend tijdens een literatuurles (zijn woorden zijn in mijn geheugen gebrand):

Waarom moeten we eigenlijk al die verhalen en gedichten lezen?? Wat is daar het nut van? Ik zie het niet! Ik heb er niks aan! Mijn ouders lezen ook geen boeken. Wij hebben thuis geen boeken, en als ik dat zo zie: doen wij het slechter dan andere mensen? Zijn wij ongelukkiger?? Nee!!

Tim, 4 so, schooljaar 2004-2005, n.a.v. deelname van mijn klas aan een onderzoek van dr. Tanja Janssen (UvA) over verhalen lezen.

Crossposted in The Sausage Machine.

Vrij archiefmateriaal via Open Beelden

Sinds enkele weken kan men op Open Beelden terecht voor een selectie (Nederlands) archiefmateriaal voor creatief hergebruik. Het materiaal in dit open mediaplatform wordt onder het Create Commons model aangeboden aan leerkrachten, auteurs, kunstenaars en wetenschappers. In de toekomst zal het ook mogelijk zijn om ook zelf (aangepast) materiaal op te laden en te delen met anderen.

Het platform laat tevens toe om te koppelen met andere informatiebronnen, zoals Wikipedia. Het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid onderzoekt samen met Wikimedia Nederland hoe Open Beelden op een meer structurele manier kan ingebed worden in Wikipedia.

Competentiegroei via gaming

Oblivionoblivion3
[…] het onderzoek heeft opgeleverd wat we hoopten aan te tonen: het inzetten van games in het onderwijs levert resultaten op. Maar het betekent ook nog iets anders.

In de eerste plaats betekent het dat self reports waarschijnlijk toch niet zo’n valide en betrouwbare bron van informatie zijn als vaak wordt aangenomen. Veel onderzoek naar de effecten van gamen is echter juist daarop gebaseerd.

In de tweede plaats roept deze bevinding vragen op rond de sleutelrol van motivatie. In vrijwel al het onderzoek naar gaming in het onderwijs bleek dat gaming een positief effect had op de motivatie van leerlingen, behalve in het enige andere onderzoek in Nederland waarbij ook een quasi experimentele opzet gebruikt werd: Frequency 1550. Leerlingen in de experimentele groep leerden meer feitenkennis over geschiedenis dan leerlingen in de controlegroep, maar ze ontwikkelden geen positievere attitude t.o.v. het vak. Betekent dit dat succes van gamen in het onderwijs helemaal niet zo direct te maken heeft met een hogere motivatie? Dat het om iets anders gaat, iets dat vooral een rol speelt bij gaming?

Als dat zo is, lijkt ‘flow’ een goede kanshebber. Geen enkel ander medium heeft zozeer de potentie om je ‘naar binnen te zuigen’, je onder te dompelen in waar je mee bezig bent.

Het is aan de andere kant ook mogelijk dat de factor motivatie wel degelijk van belang is, maar dat deze pas een faciliterende rol bij leren speelt wanneer gaming daadwerkelijk deel uitmaakt van de leefwereld van de leerder.

Bron: VERHEUL, Ineke, Wim van DIJK, Effectiviteit van een COTS (commercial off the shelf) game in het MBO: Oblivion, Samenvatting eindrapportage, CLU, Universiteit Utrecht, mei 2009, p. 2. Via Kennisnet via SIG-Group (C. Verheul). [De vetjes in het citaat zijn van mij.]

Uit hun theoretisch kader distilleerden onderzoekers Ineke Verheul en Wim van Dijk een model voor leren via games. Het visualiseert heel mooi op welke punten games renderen. Het meeste onderzoek over het gebruik van educatieve games was gericht op het aanleren van een vakinhoud. (Verheul en van Dijk, Eindrapportage, p. 6) Zoals het model illustreert, focussen de Nederlandse onderzoekers op competenties: kennis, vaardigheden, attitudes. Door het spelen van Oblivion leerde de experimentele groep meer op het vlak van oriëntatie, samenwerken en Engels. Er was m.a.w. leerwinst t.o.v. de controlegroep.

Dat is bijzonder goed nieuws voor de onderwijspraktijk: gamen doet competenties groeien!

GamesmodelVerheul.450png
Leren via games, model Ineke Verheul- Wim van Dijk, Eindrapportage, 2009, p. 19. Tekst en uitleg: zie de Conclusies in het eindrapport, p. 67-74.

* Oblivion? Waar kan ik een betere recensie vinden dan bij serious games-expert Margreet van den Berg?
* Meer over Ineke Verheul … en The Doors.
* Dit heuglijke nieuws verschijnt ook in The Sausage Machine.

Een update over games op Onderwijsvanmorgen.nl (12-05-2010) n.a.v. de grootste game-expo ter wereld, de E3: wat is er nieuw op het gebied van gaming? Gerelateerd, op dezelfde site: De sociale stijlen van gamers volgens Richard Bartle.

!  Leren met plezier via games (#in): nieuws bij Wilfred Rubens op 19-05-2010!

e-Tijdslijnen voor leerkrachten

obama

Hora ruit, tempus fluit.

De tijd loert altijd om de hoek. In ieder vakdomein.

Ik kan me al wel inbeelden wat leerkrachten/docenten (en hun leerlingen) kunnen doen met een internettool die visuele (!) tijdslijnen maakt. Enkele voorbeelden :

Je kan dus overal wel ergens een tijdslijn voor maken. Gedaan met het kunst- en vliegwerk in Word of Powerpoint. Gebruik gewoon Timerime.

De tijdlijnen op TimeRime kunnen worden aangeduid als interactief en multimediaal. De tijdlijnen kunnen worden gevuld met tekst, muziek, YouTube filmpjes, foto’s enzovoorts, waardoor TimeRime een platform is dat populaire community websites en andere portals combineert in een nieuwe portal. Op TimeRime kan je ook op zoek naar informatie over heel diverse onderwerpen. TimeRime is bij uitstek de plek voor eenieder die het internet gebruik als een grote encyclopedie.

Gebruikers kunnen zich gratis registreren voor een Basic-Account, waarmee ze gratis tijdlijnen kunnen maken. Ook is er een Pro-Account, dat nog meer mogelijkheden biedt dan een Basic-Account.

Maar wat meer is, de programmeurs van Timerime hebben een educatieve versie gebrouwen met enkele speciale functionaliteiten :

  • Afgeschermde omgeving
  • Geen advertenties
  • Tijdlijnen van jouw school alleen
  • Admin rechten voor docenten
  • Een eigen subdomein
  • Een header met het logo van de school
  • Unieke PDF printfunctie

Oké, toegegeven, het kost wel 99 euro per jaar. We verwachten altijd dat internet “gratis” is, maar overdreven is het ook niet als je dit intensief gaat gebruiken. En een ietwat e-bewuste schooldirectie kan zo’n bedragje er wel bijnemen.

Timerime.com heeft trouwens navolging gekregen. Het alom tegenwoordige Google heeft er zich nu ook op gestort. Maar geef mij toch maar de layout van Timerime.

Een variant is Dipity maar dan heeft Timerime wel weer een ander voordeel : het is van Nederlandse makelij en dus is er ook een nederlandstalige versie beschikbaar.

Welke van deze 3 varianten het  beste bij jou aanleunt ? Tempus omnia revelat.

PS : En wat dacht je van een groepstaak voor jouw studenten ?

En als ik de jongens van TimeRime een tip mag geven… geef de optie aan anderen om bestaande tijdslijnen aan te vullen. Collaboration… Web2.0…

Auteurs gezocht rond ICT en onderwijsvernieuwing!

Ik heb het altijd een voorrecht gevonden om artikels te mogen schrijven over mijn professionele bezigheden – artikels over onderwijsinnovatie, technologie, de millenniumgeneratie, of web2 in onderwijs. Wisten jullie dat er ook een Vlaamse publicatie is waarin artikels verzameld worden op het raakvlak tussen technologie en onderwijs? Uitgeverij Plantyn publiceert het losbladige tijdschrift “ICT en Onderwijsvernieuwing” (ICTO).

De uitgave richt zich tot iedereen die betrokken is bij onderwijzen en leren in scholen en instellingen: leerkrachten en docenten, ICT-coördinatoren, directie en middenkader, interne / externe begeleiders, CLB-medewerkers, inspectieleden… en tot alle onderwijsniveaus: basisonderwijs, secundair en hoger onderwijs en volwassenenonderwijs. De voornaamste focus is het zinvol didactisch gebruikmaken van ICT, betekenis van ICT op klas- en schoolniveau, krachtige leeromgevingen via ICT, werken met e-leeromgevingen, nieuwe ontwikkelingen en maatschappelijke uitdagingen, enz.

Vanuit de redactie zoeken we steeds naar goeie auteurs, die frisse of vernieuwende ideeën hebben of mooie projecten ondernemen rond ICT en onderwijsvernieuwing. Bij deze durf ik dan ook een oproep te doen aan edubloggend Vlaanderen – heb je een fijn idee, voerde je al eens een leuk project uit met ICT, wil je wat creatieve energie kwijt… neem dan eens een kijkje op de “word auteur” pagina bij Plantyn.

Mogelijke thema’s waarvan ikzelf hoop dat we nog een aantal boeiende artikels kunnen vinden, zijn bvb de nieuwe ICT eindtermen (“creatief omgaan met ICT” is mijn favoriet onontgonnen terrein!), of ICT om de millenniumgeneratie beter te bedienen.

Misschien tot hoors?

BIS-leerobjecten ontsloten

Als je op zoek bent naar gratis lesmateriaal, kan je voortaan terecht op een nieuwe subsite van KlasCement. Die bundelt het cursusmateriaal van Bis, het vroegere afstandsonderwijs van de Vlaamse overheid. Je vindt er cursussen met computeractiviteiten en syllabi. Gebruikers mogen het materiaal herwerken en kunnen aan de slag met fragmenten, illustraties of audiobestanden uit de cursussen.

www.klascement.net/bis

Help, een computer!

Docenten, leerkrachten, trainers, instructeurs … allemaal op zoek naar gratis educatieve software.

Wel, we doen er een schepje bovenop. Onze laatste creatie ondersteunt lesgevers die hun cursisten begeleiden tijdens hun allereerste stapjes op een computer.

Deze cd-rom helpt tijdens deze kennismaking : het toetsenbord verkennen, de muis hanteren… En allemaal op een ludieke wijze. Via een drietal edugames oefenen jouw cursisten naar hartelust.

Op de studiedag van Ren Vlaanderen gingen ze als zoete broodjes de deur uit.

Je kan deze cd-rom gratis downloaden en gebruiken onder de voorwaarden van Creative Commons, niet-commercieel gebruik.

Studiedag digitale leermiddelen: overzicht

(Deel 1 van 3 posts over de studiedag digitale leermiddelen, lees ook deel 2 en deel 3)

Nog voor de zomervakantie werd een studiedag rond digitale leermiddelen aangekondigd. De belangstelling was groot: wie dacht om last minute in te schrijven, kon er op 2 oktober niet meer bij.

De dag werd verdeeld in 3 delen:

  • Welkomstwoord van de organisatoren: Chris Peeters (KHM) en de visie van de Vlaamse overheid door edublogger Maarten Cannaerts.
  • Een lange tafelgesprek met praktijkvoorbeelden rond educatief gebruik van digitale leermiddelen met uitgever Geert Joris (Boek.be), Hans De Four (KlasCement), Fernand Mesdom (HUB), Bart Boelen (Toll-net), Gerd Goedschalkx (VDAB), Daniël Duseuil (Artevelde Hogeschool), Paul Decuypere (Blackboard) en Jan Schuer (Smartschool).
  • In de namiddag werden 2 parallelsessies gehouden: de eerste had als doelgroep lesgevers, ICT-coördinatoren en begeleidingsdiensten; de andere richtte zich tot professionals die vanuit organisatiestandpunt werken rond digitale leerinhouden.

Ik ga geen uitgebreid verslag schrijven over de verschillende onderdelen van de studiedag, maar in een 2e post 3 hoofdpunten aanhalen die bijna in elk verhaal terugkwamen. Digitale leermiddelen roepen namelijk vragen op wat betreft auteursrechten, (digitale) didactiek en de dualiteit tussen open en gesloten toegang tot leermiddelen.

Globaal genomen zou je kunnen stellen dat de studiedag een eerder breed overzicht gaf van alles wat met digitale leermiddelen te maken heeft: het standpunt van de (content) uitgevers en de bouwers van digitale leeromgevingen weergeven, achterliggende concepten zoals metadata duiden, voorbeelden uit studies opgezet door de Europese Unie tonen, initiatieven waarbij digitale leermiddelen verzameld worden voorstellen enz. Wat deze studiedag dus zeker deed was een inventaris maken van wat er is, een stand van zaken vandaag eigenlijk. Wat het niet deed, denk ik, was de gemiddelde of toekomstige gebruiker van digitale leermiddelen onder de deelnemers een antwoord geven op hun vragen. Het was meer een studiedag op conceptueel dan op gebruikersniveau.

Wat de organisatie betreft ben ik eerder kritisch. In de voormiddag waren maar liefst 8 sprekers gepland op een totaal van 120 minuten. Tel daar de 30 minuten voor de organisatoren bij en je krijgt een veel te lang blok. Daarnaast werd er ook zeer slecht aan tijdsmanagement gedaan, zodat de laatste spreker voor de middag terecht opmerkte: “ik krijg min 2 minuten tijd om te spreken”. Het deed mij allemaal een beetje denken aan 3 jaar geleden toen ik zelf een presentatie moest geven. Ook toen was er geen tijdsmanagement en draaiden de presentaties vaak technisch in de soep. Voor een organisatie op dit niveau zou zoiets niet mogen.

Ondanks de kritische noot, vond ik het zeker een nuttige studiedag. Het is goed om vandaag na te denken over wat we met digitale leermiddelen willen en kunnen doen. Het is ook goed dat het Ministerie van Onderwijs in dezen het initiatief heeft genomen om de discussie op gang te trekken. Het werd echter vooral duidelijk dat er nog meer vraagtekens dan antwoorden zijn.

De presentaties van de studiedag worden hier verzameld.

(Deel 1 van 3 posts over de studiedag digitale leermiddelen, lees ook deel 2 en deel 3)

Aankondiging studiedag digitale leermiddelen 2/10/2008

… ja ja, nog voor de zomervakantie wensen we jullie al bij wijze van teaser te informeren over een interessante studiedag over digitale lesmaterialen… Allen daarheen: inschrijven is gratis maar verplicht, en je krijgt er een gratis netwerklunch bovenop!

Op donderdag 2 oktober 2008 organiseert het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming een studiedag over digitale leermaterialen in secundair onderwijs en volwasseneneducatie. Op deze studiedag wordt een overzicht gegeven van de recentste ontwikkelingen op vlak van digitale leermiddelen voor lesgevers, scholen en centra voor volwassenenonderwijs. Bovendien wordt specifiek de link gelegd met het verantwoord gebruik in de digitale leeromgevingen.

Deze studiedag kadert in een ondersteuningsactie die de Vlaamse onderwijsoverheid opzet rond beter gebruik en hergebruik van digitale leerinhouden en leertechnologiestandaarden. Deze actie sluit aan bij het ICT-ondersteuningsbeleid van de Vlaamse overheid. Voor meer informatie over deze actie kan u terecht bij Chris Peeters (chris.peeters [AT] khm.be). Algemene informatie over het ICT beleid van de Vlaamse onderwijsoverheid kan u terugvinden op http://www.ond.vlaanderen.be/ICT

Meer informatie en inschrijven via http://www.ond.vlaanderen.be/ict/seminaries/20081002/

Learn the e-way

Twaalf partners met flink wat ervaring in e-leren werkten drie jaar lang samen aan een project met de naam ELEC. ELEC staat voor ELearner, EContent en verklapt meteen de doelstellingen van het project:

  1. cursisten en studenten informeren over wat e-leren is en wat de mogelijkheden van e-leren zijn;
  2. lesgevers en docenten instrumenten aanreiken waarmee ze zelf elektronisch lesmateriaal kunnen aanmaken.

De resultaten van dit project vind je terug op de website www.learn-the-e-way.be

Op deze site kan je kiezen tussen twee invalshoeken. Die van cursist/student of die van leerkracht/ trainer/coach.

Webbanner06ned

Als cursist of student krijg je info over de voor- en nadelen van e-leren, de e-leermogelijkheden die momenteel bestaan én kan je een testje invullen om uit te zoeken welke leerstijl je zelf hebt.

Webbanner06_ned2

Als leerkracht, trainer of coach leer je hoe je zelf zelf creatief, doeltreffend en gebruiksvriendelijk e-leermateriaal kan aanmaken. Professionele ontwikkelaars geven je tips, voorbeelden en instrumenten.