De speelplaats: een bron van inspiratie

Steeds meer scholen richten hun speelplaats in met de visie die zij binnen de muren van het schoolgebouw uitdragen. 21st Century Skills, verbondenheid, vrijheid, zelfstandigheid, samenwerking; allemaal voorbeelden van principes die in het onderwijs wordt toegepast en die de scholen ook graag op de speelplaats willen laten terugkomen. De speelplaats is niet meer de lege betontegeloppervlakte. Een goed ingerichte speelplaats kan een bron van inspiratie zijn waar kinderen motorisch leren, vrienden maken en zich sociaal ontwikkelen.

Bij de schooldirecteur aan tafel
Wanneer ik bij schooldirecteuren of werkgroepen aan tafel zit, krijg ik regelmatig de vraag of ik een klimrek, duikelrek en voetbalveld in wil tekenen. Met alle plezier, maar dan stel ik de vraag: waarom wilt u persé deze drie elementen hebben? Het antwoord luidt dat dit de activiteiten zijn die kinderen het liefst doen op de speelplaats. Dat klopt, want kinderen kennen niet anders omdat deze speelvormen al 30 jaar op de speelplaats worden aangeboden. Maar er is zoveel meer mogelijk! Ik begin dan het liefst helemaal opnieuw en prikkel de directeur of werkgroep over wat kinderen gaaf zullen vinden. ? Wat vinden ze tof om te doen na schooltijd? Welke YouTube filmpjes bekijken ze? Als ze Olympisch kampioen willen worden, in welke sport dan? Vanuit wensen en groots dromen kunnen we nadenken over de inrichting van een schoolplein. Denk groot, durf te dromen!

Dromen over een zwembad op de speelplaats
Met de wensen van de directeur, werkgroep en ook vaak de kinderen van groep 3 t/m 8 onder mijn armen ga ik naar onze ontwerper toe en vraag hem om een samenvattende schets te maken. En een realistisch ontwerp, want achtbanen en zwembaden op een schoolplein is iets te hoog gegrepen. Maar, er wordt tenminste gedroomd! Actie en waterspel, dat moet er dus inzitten. Samen met sportieve uitdagingen, een chill zone, een trampoline (waarom niet?!), een verkeersplein in de vorm van een 8 (achtbaan) en rivieren van blauw kunstgras met haaien in de valdempende ondergrond kom ik bij de school terug. En bij ieder element op het plein komt een principe terug van de visie van de school. “De speelplaats: een bron van inspiratie” verder lezen

Op studiebezoek in Noord-Ierland

Ik heb het genoegen deel uit te maken van een werkgroep van de Europese Commissie die zich bezighoudt met digitale vaardigheden. Via die werkgroep kom ik regelmatig in contact met buitenlandse collega’s, leer ik ICT-projecten uit de EU kennen en kan ik een kijkje nemen hoe het in andere landen aan toegaat. Een van die studiebezoeken of Peer Learning Activities ging vorige week door in Belfast.

De hoofdstad van Noord-Ierland heeft zelf heel wat te danken aan de EU die het vredesproces tussen Britsgezinde unionisten en Iersgezinde katholieken heeft gefinancierd. Het vredesproces werkt, maar het is broos en er is een schandalig grote muur (de “peace wall” heet hij eufemistisch) die de wijken en de mensen van elkaar scheidt. Ook hier weer heb ik kunnen vaststellen dat Europa wel degelijk werkt, want het is de unie die zorgt voor de financiële onderbouw van het vredesproces. Met Europees geld werd er gezorgd voor werk, stadvernieuwing, gemeenschapscentra, recreatieparken en nog veel meer. Geen wonder dat een grote meerderheid hier tegen de Brexit stemde en zich zorgen maakt over wat de impact ervan zal zijn.

De “Peace wall” en een mural in Belfast

 

 

 

 

 

Maar we kwamen dus niet naar Belfast om het over herinneringseducatie, maar wel over ICT in het onderwijs te hebben. Meer specifiek ging het over samenwerking met de industrie, arbeidsmarkt en bedrijfsleven. De inbreng van bedrijven in het schoolgebeuren lijkt hier veel groter dan in Vlaanderen.  De discussie over de samenwerking onderwijs-arbeidsmarkt en de skills gap was dezelfde die enkele weken gelden nog voerde met mensen van het STEM-platform. Wanneer het gaat over samenwerking met het bedrijfsleven zien de vertegenwoordigers daarvan (niet enkel bedrijven maar bv ook de  VDAB) onderwijs soms heel erg in functie van de toelevering naar de arbeidsmarkt en het oplossen van het tekort aan bepaalde arbeidsmarktprofielen. Hier moeten twee kanttekeningen bij gemaakt worden:

1/ Het onderwijs heeft meerdere finaliteiten en de toelevering naar de arbeidsmarkt is er daar slechts één van. Onderwijs heeft immers ook als taak waarden over te dragen en actief burgerschap aan te kweken, talenten te ontwikkelen en basisvaardigheden aan te leren. Een te dominante inmenging van het bedrijfsleven op onderwijs houdt dus het risico in zich dat de toeleiding naar bedrijven te veel aandacht krijgt.

2/ Een tweede bedenking die ik me maakte is dat de industrie er soms een zeer dubbelzinnige houding op nahoudt als het gaat om de omgang met kinderen en jongeren in onderwijs: aan de ene kant vragen ze meer aandacht voor creativiteit, kritisch denken, samenwerking, probleemoplossend vermogen en verwachten ze studenten die actief kunnen bijdragen aan de digitale wereld. Tegelijkertijd zien ze onderwijs als een gigantische afzetmarkt en zien ze liefst zoveel mogelijk leerlingen en leraren die hun technologie, games, apps, software en “brands” gebruiken. Die laatste houding weerspiegelt eerder een visie die jongeren ziet als passieve consumenten van technologie dan die van actieve participanten …

Op de tweede dag van de PLA bezocht ik de Blythefield Primary School. Een klein basisschooltje in een van de meer achtergestelde wijken van Belfast. Een lokaal ICT bedrijf Komt er wekelijks een codeclub organiseren, tijdens de lessen. Ze zorgen voor een deel van de infrastructuur, maar brengen ook twee personeelsleden in die als coaches mee begeleidingen doen samen met de leerkracht. De samenwerking zorgt voor een win-win voor zowel de school als het bedrijf, dat talent zowel spot als volgt (Dat laatste vond ik wel verregaand; het ging hier immers om lager onderwijs).

De school maakt zo weinig als mogelijk gebruik van handboeken, maar wel van vrije leermiddelen  (zgn. open educational resources) o.a. complexere programmeeropdrachten en instructies afkomstig van de Raspberry Pi foundation. De discussie over het gebruik van OER is met name van belang wanneer het gaat om samenwerking met industrie. Eén van de grootste industrieën in onderwijs zijn immers die van de educatieve uitgevers. De school in Belfast koos er resoluut voor om zo weinig mogelijk papieren tekstboeken te gebruiken. Iets wat in Vlaanderen nog niet echt aan de orde is…

 

 

 

 

 

Maar dit studiebezoek leerde me ook enkele positieve aspecten kennen van samenwerking tussen scholen en het bedrijfsleven. Zo kunnen scholen – met name in de STEM-domeinen – gebruik maken van de nieuwste technologie, tools en software, wat het onderwijs vernieuwend,  praktisch en leerlingbetrokken kan maken.

Uit de landenpresentaties die volgden op dag 3 weerhoud ik dit keer vooral de presentaties over het Portugese model. Portugal zit in een gelijkaardige situatie als Vlaanderen, curriculumhervormingen laten lang op zich wachten en de administratie wil niet wachten om programmeren prominenter op de agenda te zetten. Als oplossing kozen ze daar voor het opzetten van code clubs in de scholen. Die codeclubs vinden plaats buiten de lessen maar er zijn belangrijke verschillen met het model dat onze eigen minister van innovatie Muyters voor ogen heeft:

  • De Portugese code clubs vinden altijd plaats in scholen en bv. niet in bibliotheken of ander locaties;
  • De betrokken scholen werden door de overheid geselecteerd en net de scholen in kansarme buurten of met een moeilijke populatie kreeg voorrang;
  • Deelname is extra-curriculair en maakt deel uit van naschools opvangaanbod maar het is voor iedereen gratis;
  • De lesgevers zijn leerkrachten die daarvoor een incentive en een opleiding krijgen. Dit zorgt ook voor een grote transfer naar de ICT lessen in school zelf;
  • Inhouden, toepassingen, software komen voornamelijk uit het bedrijfsleven;
  • Het programma wordt zo goed als integraal door de industrie gefinancierd.

Portugal participeert ook in het “Apps for good programme”, een soort programmeerwedstrijd waarbij teams nuttige apps moeten ontwikkelen. We kregen een interessant case te zien en konden via skype ook vragen stellen aan de deelnemen leerlingen. De leerlingen hadden naast het ontwerpen van de app zelf heel wat zgn. 21e eeuwse vaardigheden geleerd: in team werken, werk verdelen, ideeën uitschrijven en uitwerken, problemen oplossen, creativiteit. Bijna de helft van het team zei dat het werken aan de app hen een beter inzicht in hun eigen talenten had opgeleverd en ook een impact had op hun toekomstige studiekeuze.

Com@ModemDag 2016 in tien hoogtepunten

Gisteren vond voor het eerst sinds 3 jaar de com@modemdag terug plaats. Het ter ziele gegane Modem is ondertussen in afgeslankte versie maar met steun van Thomas More Hogeschool terug een operationeel kennis- en adviescentrum rond compenserende en ondersteunende technologie voor mensen met beperkingen. Een deel van de expertise van het vroegere Modem wordt zo behouden en opnieuw gedeeld. Dat er nood is aan dergelijke ondersteuning bleek uit de opkomst. Ruim 180 professionals uit onderwijs, paramedische diensten en zorginstellingen kwamen bijeen voor de hoogmis van de compenserende technologie in Vlaanderen.

Ik was erg benieuwd wat voor nieuws ze in petto zouden hebben nu de studiedag drie jaar lang niet heeft plaatsgevonden. Opvallend: weinig en veel nieuws tegelijk. Weinig, omdat het nog steeds dezelfde usual suspects zijn die in Vlaanderen compenserende technologie ontwikkelen en verdelen. Veel bekende producten zoals Grid, Mindexpress passeerden opnieuw de revue. Maar ook nieuws: dezelfde producten en diensten hebben zichzelf moeten heruitvinden. Omwille van de vraag naar  toegankelijk maken van sociale media, omwille van concurrentie van de ‘gewone’ tablet, omwille van de transformatie van robuuste software met geïntegreerde functies naar een veelheid van apps met een veel grotere waaier aan functionaliteiten.

banner-com-ad-modem

En zo was de Com@ModemDag toch weer wat we er inmiddels van gewoon waren: de dag waarop je tientallen nieuwe toepassingen de revue ziet passeren en waarvoor je vervolgens een jaar nodig hebt om een deel ervan uit te proberen. Mijn 10 highlights van de Com@ModemDag 2016 zijn de volgende:

1/ De Zingui2 een lichte maar robuuste spraakcomputer met een 8 inch aanraakscherm. Door de flexibiliteit van de Mind Express communicatiesoftware kan je het toestel volledig personaliseren. Bestaande woordenlijsten of communicatiekaarten aanpassen of individualiseren vormt geen enkel probleem. De Zingui bedien je via het aanraakscherm, via één of twee schakelaars (scannen), een (aangepaste) muis of een ander USB-apparaat. Je kan er ook vooraf opgenomen spraakboodschappen mee afspelen. Zingui is compatibel met een heleboel andere software wat hem tot een topper onder de spraakapparaten maakt.

2/ MindExpress is één van de softwarepakketten die al jaren meegaan en die nu opnieuw zijn aangepast o.a. aan bediening van social media. Andere nieuwe features zijn multimedia, agendafuncties, dynamische lijsten, zelf roosters tekenen (freestyle), symbolensets, editors om zelf oefeningen, games en communicatiekaarten te maken, PODD-boeken in het Nederlands, verbeterde spraakuitvoer enz.

3/ Als onderdeel van Mind Express is er nu ook Score, een functie waarbij een gedeelte van een communicatiekaart statisch is, en een gedeelte dynamisch afhankelijk van context.  Deze applicatie is gebaseerd op Duits onderzoek naar de meest gebruikte woorden (core woorden).

4/ Zetalk_time_a5_2ker een van de leukere gadgets op deze Com-dag: Premium Talk Time Cards. Goedkope (12-18 euro) herbruikbare sprekende briefkaarten waar je en spraakboodschap van 60 seconden kan mee opnemen. Leuk en nuttig om heen en weer mee te nemen naar huis en school, als memo- of planningshulpje of als ondersteunende boodschappendrager. Beschikbaar in A4, A5 of A6 formaat en bovendien personaliseerbaar via een beschrijfbaar whiteboardje.

5/ Een heleboel nieuwe draadloze switches, robuuste laptophoezen en –houders werden gedemonstreerd. Mij viel daarbij vooral op hoe duur die dingen zijn tegenover het draad-houdende aanbod. De iSwitch draadloze knop voor Appletoestellen kost maar liefst 185 euro. Uit dit gamma onthou ik de lichte, mobiele tabletstatief Music Stand, bedoeld voor muzikanten  maar zeker ook bruikbaar voor bv slechtzienden of andere gebruikers die hun tablet vooral statisch gebruiken. Dit ding kost wel 120 euro.

6/ Zeer gewaardeerd heb ik de keynote van Jeroen Baldewijns (Blindenzorg Licht en Liefde) over Universal Design. Interessant aan zijn betoog was dat hij tal van voorbeelden gaf waaruit blijkt dat de geesten stilaan rijp zijn om het idee van universal design toe te passen. Producenten van hardware en apps hebben stilaan door dat het not done is om de grote groep gebruikers met beperkingen te negeren. Zo introduceerde BNP Paribas Fortis een geldautomaat met audio-input waar je als blinde of slechtziende via een oortje de uitleg en commando’s in spraak krijgt. Er is ook een sprekende bankkaartlezer.

7/ Hij stelde ook een fundamentele discussie op scherp: tabletmakers hebben veel geïnvesteerd in universele toegankelijkheid of stellen apps ter beschikking die de toegankelijkheid erg vergroten. Apple heeft veel ingebouwde toegankelijkheidsopties geïntegreerd in de iPad: zoomer en contrast, vergrootglas in iOs, Voice over met degelijke Nederlandstalige stem, audiodescriptie en ondertitels, Siri en dicteren, voorwerpherkenning. Een mooi voorbeeld van de toepassing hiervan in de klas, vind je in deze video. In welke mate heb je dan nog computeraanpassingen of specifieke compenserende technologie nodig? Ook het VAPH betaalt nu immers “gewone” consummententablets terug voor personen met een beperking. Voer voor heel wat discussie.

8/ Sympathiek project is VIAMIGO, een app voor slimme mobiliteit voor personen met een handicap. Deze in Vlaanderen ontwikkelde app helpt mensen met beperkingen en vooral hun begeleiders bij extra muros verplaatsingen. Waar er soms veel begeleiding nodig is bij dergelijke verplaatsingen gebeurt dit nu van op afstand via de Viamigo-app. De basis daarvan is een tracker via gsm of smartphone. De begeleider (coach) beschikt over een dispatch-achtige interface waarop hij het traject in real time kan volgen en meldingen krijgt bij vertrek en aankomst, als er afgeweken wordt van de route, bij te lang stilstaan of ongepaste snelheid. Kwam mij een beetje big brother-achtig over maar ik kan me het nut ervan wel voorstellen.

9/ Splash City: is een wikskunde app voor leerlingen met motorische beperkingen. Alle subdisciplines (meetkunde, rekenen, vergelijkingen, figuren, …) komen in motorisch vereenvoudigde aan bod op pc. De app heeft ook een via switch of toetsenbord bedienbare meetlat, passer, gradenboog etc. Verder zijn er functionaliteiten zoals invulvelden, tekstvakken plaatsen, etc en er is een leerlingen en lerarenmodus voor opvolging. Kost wel 210 euro en is Engelstalig.

10/ En tenslotte als uitsmijter: de SENteacher, een must voor leraren uit het (buitengewoon) lager onderwijs. Boordevol gratis picto’s, freeware, lesbladen, spelletjes enz.

Leren met een smartphone

Met een werkgroep van de Europese Commissie was ik de voorbije dagen te gast in Hamburg voor een studiebezoek. Het onderwerp was deze keer BYOD ofwel “bring your own device”, het systeem van infrastructuurvoorziening waarbij elke leerling een eigen computer naar school meebrengt om mee te werken in de les.

De keuze voor Hamburg om daarover een studietweedaagse te organiseren was ingegeven door een grootschalige pilot: “Start in die nächste Generation”. Voor dat project werden 6 scholen geselecteerd (3 ASO en 3 BSO/TSO). De lokale overheid voorziet in de wifi-infrastructuur (géén detail in dit project!), de school bedenkt het pedagogisch model, de leerling brengt mee wat hij heeft, in 90% is dat een smartphone, slechts een minderheid brengt een tablet of laptop mee.

En dat is anders dan in andere landen of regio’s. Gedurende de eerste dag waren er een aantal inhoudelijke presentaties over het project maar ook landenpresentaties waarbij BYOD-initiatieven uit Duitsland, Cyprus, Luxemburg, Vlaanderen en Oostenrijk werden voorgesteld. Ik heb er zelf de resultaten van het Edutab-project voorgesteld.

Uit de verschillende presentaties bleek dat twee problemen steeds naar voor komen: infrastructuur (bandbreedte, een performant wifi-netwerk, oplaadpunten, …) en digitale leerinhouden. Wat dat laatste betreft merken we in de meeste landen een contentmix waarbij soms digitale versies van handboeken worden gebruikt, aangevuld met apps en door leraren zelf gemaakte oefeningen, werkbladen, e-books etc. Er is wat dit betreft in zowat heel Europa een appel aan educatieve uitgevers om businessmodellen te ontwikkelen voor de educatieve mobiele technologiemarkt. Zoniet evolueren we naar een model waarin meer en meer leraren zelf content (moeten) gaan ontwikkelen.

Uit de landenpresentaties bleek overigens wel een belangrijk verschil wat de technologie zelf betreft: in Cyprus betekent BYOD dat leerlingen meestal een laptop meebrengen, in Vlaanderen zijn dat overduidelijk tablets, in Duitsland smartphones.

slide BYODInteressant was ook de presentatie van Jim Ayre die de BYOD-gids van European Schoolnet kwam voorstellen. Hij presenteerde daarbij verschillende pedagogische en organisatorische modellen waarmee scholen aan de slag gaan. Van BYOD waarbij de school bepaalt welk merk of model tablet moet meegebracht worden, over scholen die enkel een minimumfunctionaliteit opleggen, tot scholen die alles toelaten. Pedagogisch betekent dit dat sommige scholen echt voor een geïntegreerde vorm BYOD gaan waarbij de meegebrachte toestellen effectief gebruikt en ook nodig zijn voor het leerproces. Andere gaan dan weer voor een vorm van BYOD waarbij de eigen devices eerder gedoogd worden maar slechts af en toe ingeschakeld worden in de lessen. Ook in Vlaanderen manifesteren zich dergelijke grote verschillen in aanpak heel duidelijk.

De praktijk dan. Op dag twee konden we een bezoek brengen aan één van de 6 pilotscholen. Ikzelf koos voor een gemeenschapsschool, “Stadtteilschule Oldenfelde”, waar beroeps en technisch onderwijs wordt aangeboden. Het was voor mij de allereerste keer dat ik een volledige klas zag leren met smartphones. Slechts 2 leerlingen hadden een tablet. De juf hanteerde een vrij traditionele set-up waarbij de leerlingen in een halve cirkel rond haar zaten. Gedurende deze les Engels moesten leerlingen informatie opzoeken op een Britse website en deze info verwerken in een online werkblad. Bij aanvang van de les moesten leerlingen een Padlet gebruiken voor een brainstorm. Alle taken konden ze vinden op het elektronisch leerplatform its learning. De problematiek van het vinden van digitale leerinhoud manifesteerde zich hier ook. Er werd een mix gebruikt van apps, het officiële leerhandboek, de werkbladen uit dat handboek, door de juf zelf gemaakte oefeningen en authentieke websites. De lerares bevestigde nadien dat er heel veel tijd kruipt in het bijeenzoeken van alle materiaal, het bedenken van de opdrachten en het inbrengen van dat alles in de leeromgeving.hamburg 3De leerlingen waren constant in de weer op hun gsm’s om info op te zoeken of in te vullen. In tegenstelling tot wat ik had verwacht hebben zij geen enkel probleem met het kleine scherm. Het zag er allemaal heel natuurlijk uit. Het gebruik van de smartphone ondersteunde de samenwerking tussen de leerlingen die in groepjes van 2 of 4 samen aan de taak werkten. De technologie was in deze klas ondersteunend aan de opdracht, en het leek voor de leerlingen niet extra motiverend. Na een tijdje (lesblokken duren hier 90 minuten aan één stuk!) merkte ik toch wat afleiding bij sommige leerlingen: ze begonnen te sms-en of hun facebookpagina te checken.

Belangrijkste conclusies van dit bezoek:

  • Er is nog een duidelijk rol weggelegd voor uitgevers, niet alleen voor het ontwikkelen van digitale methodes, maar ook voor kleinere leerobjecten, gebaseerd op methodes of deel uitmakend van leerlijnen.
  • Een goede technische infrastructuur gefinancierd én beheerd door de lokale overheid draagt in grote mate bij aan het succes van dit Duitse project. Het vergt overigens grote investeringen om een performant wifinetwerk draaiende te houden. Veel installatie- en onderhoudswerk wordt geoutsourced.
  • De aard van het device lijkt er minder toe te doen dan ik had verwacht. Zelfs met kleine schermen op smarthones slagen leerlingen er in reguliere opzoek- en invultaken te volbrengen.
  • Samenwerkend leren en de beschikbaarheid over multimedia apps leken hier de belangrijkste meerwaarde te leveren voor het leerproces. Het mobiele karakter van smartphones, wat klasdoorbrekend leren mogelijk maakt, bleef hier onbenut.
  • Er waren een aantal praktische beslommeringen die de lerares er gewoon bij had te nemen: in de klas waren heel weinig oplaadmogelijkheden voor de smartphones, de gsm zorgde soms voor afleiding, sommige leerlingen waren hun paswoord voor bepaalde apps vergeten,…

 

Als vreemde eend in Wonderwijswereld – Edushock Leerfestival

edushock

Op 11 december kon je het 2e Edushock Leerfestival bijwonen in het ICC in Gent. Zoals het in onderwijsmiddens past, braafjes op een woensdagnamiddag zodat er geen onmogelijke kunstgrepen nodig zijn om een grotere opkomst te verzekeren, een groter publiek te bereiken en als deelnemer makkelijk zelf te kunnen beslissen over je aanwezigheid.

Om een relaas van deze uiterst aangename namiddag te hebben, moet je maar even Twitter doorzoeken op #elf13 en @edushock. Ik wil me hier beperken tot een paar impressies en observaties…. als vreemde eend.

De keynotes waren een duidelijke poging om andere vreemde eenden uit andere werkterreinen hun licht te laten werpen op onderwijs. Peter Hinssens (@hinssen) was de waardige vervanger van de mensen van Kennisnet en wellicht nog beter geplaatst om even een por te geven richting toekomst. Vertrekkend vanuit de technologische en digitale (r)evolutie rondom ons, kon je niet anders dan vaststellen dat verandering onontkoombaar is. “Het is 5 na 12.”

De keynote van Joan De Winne(@joandewinne) legde de focus op leiderschap in tijden van verandering. Als dat niet kan tellen als een vingerwijzing? En dan toch opvallend hoezeer de “officiële instanties” afwezig waren op een leerfestival dat als missie heeft : “We willen impact hebben op directies en beleidsmakers, leerkrachten, studenten en onderwijsindustrie.”

De meeslepende, overdonderende keynote van Frank Van Massenhove (@FVMas) hield de volledige zaal een uur lang muisstil… zelfs het aantal tweets zakte op dat moment aanzienlijk.

 

De boodschap kwam over: “Onderwijs moet veranderen. En jullie kunnen het.”

 

Verder waren de hele trits aan “workshocks”, doe-sessies over “flipped classroom“, “activerende werkvormen”, de Max-methode, enz enz

Een mens kan nu eenmaal niet alles tegelijk volgen. Daarom is mijn indruk wellicht zeer fragmentarisch maar ik vond het opvallend dat:

  • technologie en digitalisering weinig aan bod kwam
  • didactiek sterk op de voorgrond kwam (maar goed ook)
  • er heel wat “grass root” projecten werden voorgesteld zoals de MaxMethode en de implementatie ervan in 1 school
  • er netjes buiten de invloedsfeer werd gebleven van visitaties, inspecties, leerplannen, koepels, …
  • onderwijsvernieuwing vooral leeft aan de basis (gelukkig maar)
  • daarentegen onderwijsstructuren en -koepels uit het zoeklicht bleven of zelfs afwezig waren
  • enthousiasme aanstekelijk werkt
  • vreemde eenden kunnen helpen (you are as strong as your network is)

Ik wil de organisatoren uitdrukkelijk en bij name bedanken voor zo’n geslaagde namiddag vol inspiratie en passie. Onderwijsvernieuwing is dus volop aan de gang maar er zijn meer Edushock Leerfestivals nodig om het vuur brandend te houden.

#elf13#onderwijsvernieuwing van binnenuit zal sneller gaan dan van bovenuit”.

 

Mobile leerinhouden maken: een vak apart met valkuilen

foto 2Al doende leert men. Dat ondervonden we tijdens onze eerste stapjes op het vlak van mobile leerinhouden.

Algemene tools en apps genoeg op de respectievelijke Google en iTunes Stores. Maar als je zelf leerinhouden wil ontwikkelen/samenstellen/aanbieden, heb je een behoorlijke leercurve voor de boeg. Met de nodige onverwachte obstakels.

Native en offline

Twee apps die we ontwikkelden als Proof of Concept waren “native” voor iPad: snijtechnieken en kooktechnieken. “Native” is dus ontwikkeld in xCode, de programmeertaal om een app te maken voor iPhone en iPad. Niet eenvoudig en meestal niet haalbaar met de doorsnee kennis van een lesgever.

Je kon met deze 2 apps tekst, multiple choice oefeningen en video’s consulteren over de verschillende messen, snijtechnieken en basis kooktechnieken. Deze apps zijn nooit in de iTunes Store beland, maar enkel op een aantal iPads gezet die ter beschikking waren in onze opleidingskeukens.

De reacties van de leerders en lesgevers waren onverbloemd positief. Een korte greep uit de respons achteraf:

  • Ad hoc consulteerbaar (dus niet meer naar een (ander) computerlokaal, inloggen enz.)
  • Fragmentaire consultatie (snel even iets opzoeken)
  • Geen internet nodig
  • Te gebruiken voor klassikaal (aan de beamer) en individueel
  • De iPad zelf “viel ook in de smaak” omdat je handelingen kan filmen en zo voorbeelden verzamelen hoe je wel/niet bepaalde snijtechniek toepast. (zelfevaluatie en peer-to-peer)
  • Gebruik door twee leerders om in te oefenen en elkaar te helpen
  • Absoluut gebruiksgemak en eenvoud
  • Alle leerinhoud verzameld zonder afleiding of technische hoogstandjes voor de leerder
  • “Dit is beter dan klassikale lessen”.

Toch stelde het ons voor moeilijkheden en vragen:

  • Met 4 iPads kan je het beheer nog wel aan, maar wat als je er 10, 25 of meer moet beheren?
  • Naast device management heb je ook app management. Apps beheren zonder iTunes Store is een echte kopzorg. En maar gedurende beperkte tijd mogelijk omdat je slechts 1 jaar een app op deze manier kan installeren.
  • Het geheugen van de iPads liep snel vol met eigen videofragmenten
  • Op afstand beheren van iPads vergt wifi (die er niet was in de opleidingskeuken).
  • BYOD (bring your own device) is niet van toepassing, want de apps waren niet beschikbaar in de Store
  • Enkel toepasbaar voor leerinhouden zonder scores of tracking.
  • Zoals eerder gezegd is xCode nu ook niet de eenvoudigste programmeertaal.

Webapp en offline

Na deze twee proefstukken ontwikkelden we drie apps “Heftruck”, “Tablet op het werk” en “Help, ik moet solliciteren”. Ook weer een technische Proof of Concept om de ervaringen uit vorige apps om te zetten in beter, sneller, makkelijker.

Drie valkuilen werden vermeden: geen xCode, geen gedoe met iPad-beheer, DIY (do it yourself) installatie door de lesgever,…

Webapps zijn gemaakt in HTML(5) en worden daarna “verpakt” om in de iTunes Store of Google Play aan te bieden. Een technische drempel maar toch al heel wat eenvoudiger dan xCode. Met een goede html-editor kom je al snel op weg.

Maar het aanbieden op iTunes is echt niet zo eenvoudig. Je hebt heel wat opzoekwerk te doen en veel onduidelijkheden te overwinnen (en een Apple Developper account van 200 euro per jaar).

Conclusie: aanmaak makkelijker en hosting moeilijk.

Je kan de videofragmenten in jouw app insluiten (offline). Het nadeel is dat het geheugen van iPad al snel volloopt. Maar het blijft allemaal mooi offline als je niet over wifi beschikt in jouw opleidingsinstelling. Als je verwijst naar youtube-fragmenten, ben je toch weer verplicht een internetverbinding te hebben. Dilemma dus.

Als conclusie voor beide voornoemde POC’s was het doelpubliek (leerders en lesgevers in technische secties) uiterst geschikt. Zij hebben niet onmiddellijk en makkelijk een computer bij de hand en wensen het leermateriaal te consulteren zonder tracking of inloggen. Of zij wensen de tablet als didactisch instrument te gebruiken (bv. video-opname voor zelfevaluatie). Een app was dus niet strikt noodzakelijk.

Inhoudelijk zijn er toch ook verschillen tussen deze voorbeelden te vinden. “Heftruck”, “Snijtechnieken” en “Kooktechnieken” zijn meer bedoeld als consultatie van nuttig materiaal.

“Solliciteren” en “Tablet op het werk” hebben al meer een opgebouwd leerpad en dus nuttig voor gestructureerde zelfinstuctie.

“Frans@Work” (op iTunes of Google Play) is gaat nog een stap verder. Deze App focust op fragmentair en themagerichte zinnen en woordenschat. Er is een spelelement ingevoegd waarvan je de resultaten op Facebook deelt. Wellicht is dit inhoudelijk de beste weg om mobile native apps aan te bieden. De app is ontwikkeld in html5 met PhoneGap zodat het iets makkelijker is om voor beide toonaangevende platformen (IOS en Android) aan te bieden.

Nu werken we een derde POC uit: Online Mobile sites

Hierover meer in een volgende blogartikel waar we de voordelen aantonen met een case en enkele handige tips en trics.

 

Mocht je vragen/opmerkingen/suggesties hebben, post ze gerust in de comments.

 

Mobile en leren: een ezel stoot zich geen tweemaal aan dezelfde steen?

start2De opkomst en algemene doorbraak van mobile, tablets, smartphones, apps, responsive design en binnenkort 4G dwingt de opleidingswereld zich aan te passen aan dit nieuwe kanaal, dit nieuwe medium, deze nieuwe tools.

Immers uit marktcijfers blijkt enerzijds dat het aantal gebruikers van tablets en smartphones spectaculair stijgt. Maar ook binnen de literatuur over opleiding en didactiek blijkt deze tendens de hype voorbij en op weg van Proof Of Concepts naar een meer stabiele dienstverlening.

We richten ons dus hoofdzakelijk op volwassen leerders die de middelen hebben om deze apparaten en bijhorende kosten te dragen. Bovendien zullen de ermee gepaard gaande kosten nog kortelings dalen door bv. initiatieven vanuit de regering (regularisering mobiele tarieven). Maar evengoed scholieren kunnen niet meer zonder smartphone de deur uit.

We mogen ons echter niet laten meeslepen door de hype en alles onder de vorm van mobile apps aanbieden. Complementariteit, integratie, blended en meerwaarde moet voorop staan. Dat is hopelijk de les die we van e-learning hebben geleerd.

Tenslotte is de technologie van e-learning stilaan achterhaald en komen nieuwe standaarden naar voor. Scorm zal opgevolgd worden door TinCan. Dit laatste is een “e-standaard” die toelaat om leerinspanningen (formeel en informeel) te traceren en te verzamelen in een portfolio. Deze nieuwe e-standaard is dus meer geschikt om m-learning op te volgen en te “formaliseren”. Hoewel, ik heb nog geen operationele toepassingen ervan gezien.

De meeste artikels op blogs over m-learning beperken zich tot een lijstje van handige apps die het leren ondersteunen: een digitale notitieblok, een rss-reader, een fototoepassing, enz. Dit is slechts een basale vorm van mobile leren. Je gebruikt een apparaat om je leerinspanning te ondersteunen met apps die geen specifiek leermatariaal aanbieden. De lat zou toch hoger moeten liggen, niet?

Afhankelijk van de situatie (reële leeromgeving), leerdoelen, publiek … kan je toch keuzes beginnen maken over het gebruik van mobile leren.

Afbakening en positionering

Mobile dekt drie toepassingen:

  1. het leren/certificeren/informeren/testen/oriënteren met tablets en smartphones door middel van apps
  2. het leren/certificeren/informeren/testen/oriënteren met tablets en smartphones door middel van mobiel surfen (wifi-3G) (consulteren van de elektronische leeromgeving valt hier ook onder).
  3. het leren/informeren/oriënteren door middel van mobile publicaties (magazines)

Mobile kent twee toepassingsmogelijkheden/publiek:

  1. als kanaal om leermateriaal en testen aan te bieden aan de zelfsturende leerder (extern)
  2. als kanaal om leermateriaal en testen aan te bieden aan de lesgever & leerder in de reële leeromgeving (intern)

Mobile kan twee doelstellingen ondersteunen:

  1. het formeel leren met opgebouwde leerpaden en testen zoals e-learning en met losse assets onder begeleiding van lesgever (dus zowel extern als intern)
  2. het informeel leren door consultatie van losse leerassets of door aanbieden van regelmatige informatie à la vakmagazine (zowel extern als intern)

Deze matrix van positionering en afbakening is belangrijk om te bepalen waarin je wil en kan investeren als instelling en lesgever.

Het onderscheid tussen bv. formeel en informeel is zelfs voor e-learning nog altijd een twistpunt. We verwachten daarom evenzeer veel interpretaties rond m-learning. Misschien helpt dit kader je al even op weg. Ook al zitten in dit kader nog hiaten. Die kan je als lezer zeker aanvullen via de blogcomments. Maar je zal alvast de spreekwoordelijke ezel vermijden door er even op voorhand stil bij te staan.

Waar e-learning bij uitstek moeite mee had, was de integratie in de reële leeromgeving (klas, lesatelier, werkplek in industriële omgevingen…). Zeker in opleidingen voor handvaardigheidsberoepen. Mobile leren schept vooral hier hoge verwachtingen.

 

In een volgend blogtekstje zal ik wat concrete realisaties beschrijven en er conclusies uitlichten.

Oproep tot deelname aan het Netwerk van Innovatieve Scholen

In het kader van haar ICT-en digitale mediabeleid richt het Departement Onderwijs 3 nieuwe netwerken van innovatieve scholen op. Deze netwerken bestaan telkens uit minstens tien scholen die gedurende het schooljaar 2013-2014 nieuwe technologieën uitproberen en hun ervaringen uitwisselen met andere scholen uit het netwerk. Met dit initiatief wil het Departement Onderwijs voorkomen dat scholen elk op zich het warm water gaan uitvinden. Een andere doelstelling is de opgedane ervaringen, expertise en know-how te delen met het brede onderwijsveld. De scholen fungeren daarvoor als demonstratieproject en als voorbeelden van goede praktijk. Ze bundelen hun positieve en negatieve ervaringen in concrete tips en aanbevelingen en/of leermiddelen die naar het brede onderwijsveld verspreid worden, bv. via studiedagen, publicaties of peterschapsformules. 

 De drie Netwerken van Innovatieve Scholen hebben een verschillende inhoudelijke focus. De drie thema’s zijn als volgt bepaald:

  • One-to-one computing en tabletklassen of opstellingen waarbij elke leerling beschikt over een eigen ICT-toestel
  • Gaming
  • Het gebruik van GSM en smartphones in de klas

Deelnemende scholen ontvangen een beperkte financiële incentive om deel te nemen aan vergaderingen en om bepaalde concepten of technologieën uit te testen. Verder worden de scholen begeleid en ondersteund door een coördinator die samen met de scholen een jaarwerkplan opstelt en de scholen op bepaalde tijdstippen bijeenroept en seminaries organiseert. De coördinator is een expert die op basis van ervaring en expertise wordt geselecteerd door de het Departement Onderwijs & Vorming.

 De kandidaat-scholen sturen hun gemotiveerd dossier vóór 8 mei 2013 via het formulier in onderstaande link:  http://goo.gl/VPKzr

 

 

 

Hoe je iPad scherm filmen?

Soms heb je een opname nodig van je iPad scherm. Apple heeft het om duistere redenen niet zo makkelijk gemaakt.

Daarom ging ik op zoek en vond deze oplossing.

Het kost je 15 euro voor permanent gebruik, maar je kan het wel 10 minuten gratis proberen.

 

Hoe ging ik te werk?

Voorbereiding.

1/ Zorg dat je een software hebt om jouw computerscherm te filmen. Ik gebruikte hiervoor het gratis http://screencapturer.com/

Maar ieder ander programma is ook goed.

2/ Download Reflector op jouw computer. Dit programma is dus 10 minuten gratis. https://www.reflectorapp.com/

3/ Zorg dat zowel je computer als jouw iPad op dezelfde Wifi aangesloten zijn.

Opname.

4/ Start Screencapturer om je computerscherm op te nemen

5/ Start Reflector.

6/ Dubbelklik op de Home van jouw iPad en scroll naar links tot je dit tegenkomt.

Dit is de “AirPlay” knop die je ook kan gebruiken voor wireless projecteren.

Klik dan op de computernaam waarmee je zal filmen en op “Synchroon”.

 

Nu kan je op jouw iPad scrollen, pinchen en apps openen en demonsteren. En intussen loopt de screenrecorder op jouw computer.

Stoppen.

7/ Dubbelklik homeknop op je iPad en schakel de AirPlay uit.

8/ Stop de software screenrecorder en bewaar jouw filmpje.

Duidelijk?

 

Het resultaat zie je hier: https://www.facebook.com/photo.php?v=10151385931557628&set=vb.274968825936356

Wekelijkse tips over iPad op het werk kan je hier volgen: https://www.facebook.com/IpadOpHetWerk

Meer info over een webcursus over iPad? http://joblog.vdab.be/webleren/2012/11/index.html#entry-6a00d83452368b69e2017c3374c37c970b

 

Tablets en touchscreens in het onderwijs

Nogal wat scholen zijn volop bezig met na te gaan wat tablets kunnen betekenen voor het onderwijs. Waarom deze kennis niet bundelen?  EduBIT organiseert daarom op 14 november een symposium “Touch2learn” (in Lede – nabij Aalst) met vele aandachtspunten:

  • enerzijds overlegrondes over hoe scholen met tablets omgaan (hoe pakten ze dit aan zowel technisch als didactisch) en wat hun bevindingen waren
  • welke mogelijkheden & technologieën zijn er: type tablets, technologieën om tablets te beheren
  • Welke randvoorwaarden zijn er (technisch, didactisch)
  • hoe kan je tabletprojecten opzetten (met ondermeer een eerste publicatie daarover: “Tabletprojecten opzetten in school?”

Naast de sessies, en standhouders is er ook tijd om elkaar aan te spreken.  De dag is zo georganiseerd dat men makkelijk kan aansluiten of enkel voormiddag of namiddag kan kiezen.

Deelname is enkel voor leden van EduBIT vzw. Lidmaatschap kost 75€ en biedt niet alleen toegang tot de studiedag, maar ook tot allerlei workshops, draaiboek voor goed ICT-beleid.

Wie reeds op school een tabletproject lopende heeft, kan dit aanmelden via de site touch2learn.be (iedereen die dit meldt krijgt een leuke attentie) en wie wil kan zich opgeven om in de overlegronde actief deel te nemen secretariaat@edubit.be

Opgelet het aantal inschrijvingen is beperkt.

 

Geen stilte voor de digitale storm.

Ik volg nogal nauwgezet de vakliteratuur via internet: didactische tools, evoluties, vernieuwingen…
Het laatste jaar is er vooral veel geschreven op Amerikaanse en Australische gespecialiseerde sites over de Ipad (of in het beste geval, de tablet).

Maar nu is ook de storm losgebarsten in Vlaanderen. Dikwijls wordt de Ipad naar voor geschoven als het ultieme en vernieuwend didactisch middel.
Maar wat ook opvalt is de resem aan negatieve reacties van al wie van verre en nog verder betrokken is of door de eigenverklaarde ervaringsdeskundigen.
Kijk eens naar de 130 reacties op het artikel in Het Laatste Nieuws over de school in Blankenberge.

Ik vat samen:

  • Spielerei en gadget
  • duur
  • monopolie van Apple
  • gezondheidswaarschuwingen voor scherm, wifistraling…
  • heimwee naar vroeger en de slechte jeugd van tegenwoordig
  • ondoordacht project
  • ondemocratisch
  • over mercantilisme tot ongeoorloofde handelspraktijk
  • veiligheid, schade en diefstal
  • schuld van de socialisten (sic!)
  • de teloorgang van het schoonschrift, de correcte spelling en het hoofdrekenen
  • ……

Het deed me allemaal sterk denken aan de boeren die geen treinspoor door hun wei wilden omdat de koeien geen melk meer zouden geven.
Hier en daar (ik tel er ongeveer 10) ziet een schuchtere commentator in 1 lijntje het positieve ervan in.

Ik wil graag toegeven dat enige omzichtigheid gepast is. De omstandigheden, merkbinding, prijs en diens meer zijn belangrijke variabelen in een onderwijsproject.
Ook daar moet je als schooldirectie rekening mee houden.
Maar intrinsiek moet je nu toch wel blind zijn om de voordelen van de mobiele digitalisering in de leeromgeving te ontkennen.

Zo vond  ik het bericht van de BAFA die vanaf dit jaar de Ipad invoert voor piloten in opleiding.
Het argument van zware boekentas komt ook hier weer op de voorgrond (helaas). Maar de tablet wordt evengoed gebruikt tijdens de vlucht om vluchtroutes te berekenen aan de hand van de ingebouwde GPS.
Zullen we het betreuren dat de piloten hun koerswijzingen nauwgezetter en in last minute berekenen?

Er is gelukkig ook al veel positiefs geschreven over het gebruik van tablets:
http://www.te-learning.nl/blog/?p=5182
http://www.te-learning.nl/blog/?p=4871
http://ipad-in-onderwijs.blogspot.be/
http://www.stationtostation.nl/1236/Tablets
Ik kan de lijst nog langer maken. Maar als je zelf iets nuttig vindt, zet je het in de commentaren?

Zelf ben ik ook bezig met de  implementatie van een proefprojectje met Ipads.
5 Ipads in een horeca-opleiding voor koks. Er zullen 2 eigen ontwikkelde apps op staan. Maar wat me vooral zal interesseren is het gebruik van de Ipad door cursisten.

  • Zullen ze zelfstandig dingen opzoeken en doornemen?
  • Zullen ze de ingebouwde camera gebruiken om hun eigen oefeningen of de demonstraties van de instructeur te filmen?
  • Zullen we dit materiaal weer kunnen herbruiken in nieuwe apps?
  • Zal efficiënter en meer op maat opleiding mogelijk worden?
  • Zal “het ding” meer gebruikt worden dan de computers die 3 lokalen verder staan (en aanzetten, en inloggen en….)?

Ik zal er wellicht nog over berichten.
Merk dus op dat dit geen 1:1 Ipadproject is.

Wat me wel opviel was het gebrek aan doorzichtigheid en standaarden voor ontwikkeling. Voorwaarden voor de Appstore veranderen regelmatig. Android is niet stabiel.
Tijdens de ontwikkeling voor dit pilootproject was kiezen steeds weer verliezen.
Bovendien zijn de apps onder de rubriek “onderwijs” echt wel teleurstellend.
Er is nog een lange weg te gaan voor mLearning ontwikkelaars. En voor de betrokken hard- en software bedrijven.

Wens me dus gewoon maar geluk met dit pilootproject en laat de commentaren over heiligschennis, doem en vagevuur maar achterwege.
Gewoon een pilootproject om de inhoud. Niet om het marktaandeel of de teloorgang van wat dan ook.

Post it-war in je klas

Interdisciplinair werken lijkt vaak het toverwoord te zijn in ons onderwijs, maar eveneens zo moeilijk zinvol te bereiken. Mediakunde en ICT zijn dan vaak de eerste disciplines om over de vakgebieden heen te fungeren. Beiden zijn immers geen doel op zich, maar faciliteren andere vakgebieden.

Mediakunde wordt echter dikwijls te eng bekeken: een digitaal bord, een projector, een camera,… Maar als we teruggaan naar de verklaring van het woord “medium” is het duidelijk dat elk materiaal dat wordt gebruikt om een boodschap over te brengen, binnen dat vakgebied hoort. Dus ook de welbekende post it-notes.

Post it-notes zijn een speling van het lot: een ingenieur die extra sterke lijm wou ontwikkelingen, faalde in zijn opdracht: hij bekwam een lijmsoort die nauwelijks hechtte… Een moment van out of the box-denken leidde zo tot de geboorte van de alombekende post it-notes.

In de zomer van 2011, komkommertijd, begonnen enkele Franse bedienden de vensters van hun kantoren op te vrolijken met post it-notes. Vooral vintage spelfiguren zoals Pac-Man en Mario Bros leverden inspiratie voor de figuurtjes die men er mee samenstelde. De bedrijven aan de overkant van de straat konden niet achter blijven en antwoordden met grotere en mooiere figuren. Een ware competitie was uitgebroken.

Mediakunde gelinkt aan muzische vorming, vormt de perfecte basis om er in je school mee aan de slag te gaan. Je leerlingen communiceren hun eigen fantasierijke boodschap op een creatieve wijze naar anderen, de buitenwereld of andere klassen. Er ontstaat een gezonde competitie in de school om de mooiste, meest creatieve raamtekening te maken. De verschillende klassen beantwoorden de uitdaging met een nieuwe tekening op het eigen klasraam. Het schept een eenheid, een gevoel van samenhang in je klas en iedereen kan deelnemen: de creatieve leerlingen bij het bedenken van een tekening, de wiskundig onderlegden bij het omzetten van de tekening naar pixels (de post-itjes) en de ‘doeners’ bij het ophangen van de briefjes aan de ramen.

Je eigen fantasie doorbreekt elke beperking: waarom kondig je het schoolfeest niet aan met post it-notes? Waarom maak je geen reuze grote QR-code aan je raam die verwijst naar de schoolwebsite (reclamejongens ontdekten deze ‘teaser’ al langer)? Blijf ook niet hangen aan de game-figuurtjes die vooral bij de bedrijven in trek zijn. Waarom geen “Maan-roos-vis” aan je raam? De sint? Een kerstboom? Een figuur waarbij elke post-it een persoonlijke, handgeschreven boodschap bevat van de leerlingen?

En bovenal: de hele school kan deelnemen: het is een haalbare activiteit voor de peuterklas én de hoogste graad! De investering is beperkt én je school wordt er alleen maar kleurrijker op!
Stuur zeker een foto van het resultaat door! Volgende website helpt je alvast met het uittekenen van je ideeën: http://www.postitartcreator.net/

Geert.callebaut @ kahosl.be
Lector ICT en mediakunde, lerarenopleidingen KAHOSL-Aalst

Als iedere druppel telt.

Soms vallen projecten en nieuws wonderbaarlijk en ongepland samen.

Zo ook vrijdag laatstleden zat ik mijn dagelijkse portie nieuws te consumeren. TV-zender Eén bracht een nieuwsitem over de lacunes van startende verpleegkundigen. Het blijkt dat de onmiddellijke inzetbaarheid van afgestudeerden mindert : http://www.deredactie.be/permalink/1.1132215

Wil het nu toch wel lukken dat ik deze week 2 projecten heb afgerond voor verpleegkundigen en een nieuw zal opstarten.

Elke druppel telt.
Dat de rekenvaardigheid van van Jan Modaal vermindert, weten we al langer. Maar verpleegkundigen kunnen het zich niet veroorloven om rekenfouten te maken in doseringen.
Rekenen in de gezondheidszorg moet snel, nauwkeurig en onder stresserende omstandigheden. Een foute berekening van een dosering kan fatale gevolgen hebben en leidt in elk geval tot ernstige ongemakken en gevolgen bij de patiënt. Studies wijzen uit dat fouten nog te vaak voorkomen. Een doseringsfout komt minder vaak voor, maar heeft een grote kans op ernstige gevolgen en moet dus ABSOLUUT worden vermeden.
Het UZGent heeft in een samenwerking tussen de dienst Apotheek, de dienst Vorming en VDAB-Webleren een unieke e-learningmodule over Medisch Rekenen ontwikkeld.

Zo zie je dat op het kruispunt van Onderwijs, Werk en Bedrijfsleven, e-learning zijn steentje bijdraagt. En daar ben ik blij om.

De webcursus staat gratis ter beschikking voor ieder individu en je kan er hier meer over lezen: http://contact.vdab.be/webleren/2011/03/medisch-rekenen.html

Knelpuntberoep
Ik trap een open deur in met “Verpleegkundige is een knelpuntberoep”. Daarom lanceerden we als tweede online infosessie die voor verpleegkundige : http://vdab.be/infosessie/verpleegkundige/index.html

Nog even aanstippen dat op 18 maart 2012 de Dag van de Zorg zal georganiseerd worden.
Als iemand een goed idee heeft om dit online te promoten en zorgberoepen online in het zoeklicht te zetten, of als je een online “ziekenhuisgame” kent… geef me maar een seintje via  onze fanpage op FB.

De Canon 50 Nederlandse literatuur volgens Marita Mathijsen

  Uit Taalschrift van 26 december 2009 geknipt … Daar is een discussie aan de gang n.a.v. een pleidooi en de leeslijst Canon 50 Nederlandse literatuur van prof. dr. Marita Mathijsen van de UvA: Niets is zo vanzelfsprekend als een verplichte literatuurlijst op school.

Mijn mening? Zoals eerder gezegd, ben ik voor het wilde kiezen van boeken op school. De literatuurdocent geeft immers de kennis door om zijn jongere lezers ‘vrij’ te leren kiezen. Die kennis omvat literatuurgeschiedenis met canonvorming, literaire genres en hun structuren, hoge en lage cultuur, inwijding in de wereldliteratuur, kritiek, boekenmarketing, literatuur in de Digital Age, leescultuur met schoolse leeslijstenboekenzoekers, landelijke leesbevorderingscampagnes toe … Misschien vergeet ik op dit moment wel belangrijke studie-items. Ik heb het over kennis van literatuur tout court, de basics, de grote context, een terminologie en een instrumentarium om literatuur beter te kunnen lezen, en ze te ‘verwerken’ in dialoog met docent, peergroep en anderen. Met de Canon 50 van Marita Mathijsen hebben we er een interessante visie en zeer waardevolle literatuurlijst bij. Wat haar standpunt betreft, en dan vnl. haar eindperspectief op economie en psychologie, daarop wil ik bij gelegenheid nog terugkomen:

[…] met een verplichte literatuurlijst bereiden we jongeren voor op een maatschappij waarin literatuur meetelt en waarin zíj niet meetellen als ze niet een reservoir aan literaire competentie meegekregen hebben. Het is een kwestie van Darwiniaans overleven: met een flinke literaire bagage staan ze sterker in het leven, zowel economisch als psychologisch.

Marita Mathijsens stelling in Taalschrift, 26-12-2009.

  Gelezen? En goedgekeurd? Welke werken hebben je leven ‘versterkt’? Nieuwe schrijvers ontdekt? Toch nog even dit uitsmijtertje opgetekend uit mijn decennialange praktijkervaring van leraar Nederlands in het so … Tim, toentertijd in 4 so, reagerend tijdens een literatuurles (zijn woorden zijn in mijn geheugen gebrand):

Waarom moeten we eigenlijk al die verhalen en gedichten lezen?? Wat is daar het nut van? Ik zie het niet! Ik heb er niks aan! Mijn ouders lezen ook geen boeken. Wij hebben thuis geen boeken, en als ik dat zo zie: doen wij het slechter dan andere mensen? Zijn wij ongelukkiger?? Nee!!

Tim, 4 so, schooljaar 2004-2005, n.a.v. deelname van mijn klas aan een onderzoek van dr. Tanja Janssen (UvA) over verhalen lezen.

Crossposted in The Sausage Machine.

Beyond 2.0 of leren 60 plus. Mijmerend, verlangend

Uit Stephen Downes’ presentatie New Tools for Personal Learning, 25 november 2009.

Leren als verlangen, een uiterst persoonlijke post

Neen, Het Onderwijs Moet Niet Veranderen, om het eens met een boutade op Maarten Cannaerts’ uitdagende titel te zeggen. Er waren tijden dat ik het tegenovergestelde ‘placht’ uit te schreeeuwen, maar tijden veranderen. En ik word hopelijk (!) ‘wijzer’ … 😉 Niets moet. Alles kan. Althans wat mij betreft. Ik wentel me immers om en om in mijn eigenste kleinste PLE’tje. Me, Myself and I, veilig verborgen in het grote webgewoel of Alleen Op De Wereld in solitary autonomy? Neen, toch. Me, We, Network! Zo verander ik.

Nee, ik ben niet vies van enige chaos. Mag ik mezelf een adept noemen van informeel leren? Noem het serendipisch leren. Recognizing patterns in de eeuwige en oneindige stroom van bronnen nowadays. Grofweg selecterend wat me op dit moment ‘past’, binnen mijn erg beperkte mogelijkheden welteverstaan. Vlinderend, verlangend. Zoals hier en nu. Een voorbeeld. Maybe a worstcasescenario. So what. Voor mij moet er niet nog meer zand zijn …  (Ai, wik en weeg ik mijn woorden wel, kom ik niet te zelfverzekerd en pretentieus over?)

Vlinderen in/over het web en neerdalen in de leerparadijzen van groten veraf en dichterbij. Een heerlijke ervaring: geprikkeld door nieuwsgierigheid, verlangend naar weten, surfing, sensing, experiencing …

In één van zijn nieuwste presentaties (voor audio en meer uitleg: hier op zijn blog) laat Stephen Downes me kennismaken met zijn toverformule ARRFF: Aggregate, Remix, Repurpose, Feed Forward. Evolutionair denken? ‘Voeding’ voor technology enhanced learning-experten en onderwijshervormers. Over PLE, your Personal Learning Environment. Over de mythe van solitary autonomy en het adagium Me, We, Network. Adembenemend, als je het mij vraagt.

“Beyond 2.0 of leren 60 plus. Mijmerend, verlangend” verder lezen

“Het Onderwijs Moet Veranderen!”

http://www.flickr.com/photos/modashell/3237513590/

Boeiend – boeiend – boeiend! Onvoorstelbaar boeiend, van onderwijs en overheid naar een privéwerkgever stappen. De wereld eens van andere kanten bekijken. Je meningen eens durven/kunnen/mogen herzien. Ik heb veel meningen herzien het laatste jaar. De meest fundamentele les is wellicht om het leven minder fundamenteel te bekijken. Nuanceren.  Grijs en niet wit of zwart.

Vandaag werd ik geconfronteerd met een collega die me en plein publique na een lezing vroeg waarom wij in ’s hemelsnaam geen wikis of blogs hadden op KBC. Of standaard geen internet voor de IT’ers… Ik kon zowaar een genuanceerd antwoord geven. Niet zwart wit, maar wel grijs. Ja, internet is leuk, neen, misschien is het een bankbedrijf van 60000 werknemers beter om je COBOL vragen binnen en niet buiten de muren te stellen. Ja, wikis zijn uitermate boeiend in veel contexten. Neen,  in ons afgeschermd bedrijf weet ik liever dat een geautoriseerde expert een wijziging uitvoert aan een stuk code en niet een beginnende IT’er. En trouwens – “wiki’s” hebben wij al lang. In de zin van gedeelde databanken waar experten collaboratief kunnen in schrijven – mits de juiste regels gevolgd worden en met goeie afspraken, opleiding, en change management.

Leestip van de dag: “The Cult of the Amateur“. Voor wie eens een andere kijk wil. Subtitel: How Blogs, Myspace, Youtube, and the Rest of Today’s User-Generated Media Are Destroying Our Economy, Our Culture, and Our Values. En ik? Ik ben genuanceerd. De auteur heeft vaak gelijk…

““Het Onderwijs Moet Veranderen!”” verder lezen

Auteurs gezocht rond ICT en onderwijsvernieuwing!

Ik heb het altijd een voorrecht gevonden om artikels te mogen schrijven over mijn professionele bezigheden – artikels over onderwijsinnovatie, technologie, de millenniumgeneratie, of web2 in onderwijs. Wisten jullie dat er ook een Vlaamse publicatie is waarin artikels verzameld worden op het raakvlak tussen technologie en onderwijs? Uitgeverij Plantyn publiceert het losbladige tijdschrift “ICT en Onderwijsvernieuwing” (ICTO).

De uitgave richt zich tot iedereen die betrokken is bij onderwijzen en leren in scholen en instellingen: leerkrachten en docenten, ICT-coördinatoren, directie en middenkader, interne / externe begeleiders, CLB-medewerkers, inspectieleden… en tot alle onderwijsniveaus: basisonderwijs, secundair en hoger onderwijs en volwassenenonderwijs. De voornaamste focus is het zinvol didactisch gebruikmaken van ICT, betekenis van ICT op klas- en schoolniveau, krachtige leeromgevingen via ICT, werken met e-leeromgevingen, nieuwe ontwikkelingen en maatschappelijke uitdagingen, enz.

Vanuit de redactie zoeken we steeds naar goeie auteurs, die frisse of vernieuwende ideeën hebben of mooie projecten ondernemen rond ICT en onderwijsvernieuwing. Bij deze durf ik dan ook een oproep te doen aan edubloggend Vlaanderen – heb je een fijn idee, voerde je al eens een leuk project uit met ICT, wil je wat creatieve energie kwijt… neem dan eens een kijkje op de “word auteur” pagina bij Plantyn.

Mogelijke thema’s waarvan ikzelf hoop dat we nog een aantal boeiende artikels kunnen vinden, zijn bvb de nieuwe ICT eindtermen (“creatief omgaan met ICT” is mijn favoriet onontgonnen terrein!), of ICT om de millenniumgeneratie beter te bedienen.

Misschien tot hoors?

Let’s face it – sociale netwerken als nieuwe e-mail

FB_thumbMijn Facebookexperiment loopt op dit moment van nakende lente een half jaar. Ondertussen doorwinterd gebruiker, kun je zeggen. Ik wist niet dat ik zoveel mensen kende. En ik heb niet eens onbekenden in mijn vriendenlijstje. Ze zijn echt, mijn digitale kennissen uit de virtuele wereld. Toegegeven, het voyeuristische in mij vindt het fijn om tijdens een Facebookpauze te lezen wat hen bezighoudt. Of om hun foto’s te zien. Hun activity stream. Impression management. Ook weer realiteit. Moeilijk is soms wanneer professionele relaties vriendjes willen worden. Die hou ik liever voor LinkedIn. LinkedIn, binnenkort gelinkt aan mijn Facebook. Welja.

“Let’s face it – sociale netwerken als nieuwe e-mail” verder lezen

De virtuele campus blaast 10 kaarsjes uit…

Vergeef me mijn cross-posting en het onbedoelde vleugje publiciteit. Maar ik hou er toch van om jaarlijks de naakte cijfertjes te brengen. Niet omdat ze iets zeggen over VeeDeeAaaBee maar wel omdat ze iets zeggen over hoe het e-leren in de lift zit.

De virtuele campus blaast 10 kaarsjes uit…

Redenen genoeg, vinden wij, voor een terugblik.

Een grafiekje is dan altijd leuk: je leest in één oogopslag de evolutie van jaar tot jaar.

grafiek

2008 krijg je ook nog even in cijfers:

  • 520 volle autobussen
    als je voor elke inschrijving voor webleren (26.000) een plaatsje in een autobus zou reserveren. Onze webcursisten krijgen wij nooit te zien. Ze studeren van thuis uit of vanop hun werkplek en houden contact met hun coach via elektronische weg.
  • 935 pc-lokalen
    als je voor elke inschrijving voor blended leren  (11.340) een plaatsje in een pc-lokaal zou voorzien. De ‘blended leerders’ zijn de cursisten die een opleiding volgen in een competentiecentrum van VDAB en webcursussen gebruiken in combinatie met hun klassieke opleiding.
  • 175 pc-lokalen
    voor de leerlingen en studenten van 35 scholen die onze webcursussen kunnen gebruiken omdat hun school een samenwerkingsovereenkomst met VDAB heeft. (2.112 inschrijvingen)
  • 146 webcursussen in ons aanbod
    wat een ontelbaar aantal combinatiemogelijkheden geeft voor iedereen die zelf zijn persoonlijk leertraject wil uitstippelen.

Voor welke webcursussen kiezen jullie?

  • De top-20 blijft nagenoeg ongewijzigd tegenover 2007.
  • De klassiekers bureautica, internettechnologie en administratie scoren weer hoog.
  • Soft skills hebben hun vaste plaats in de top-20 veroverd. Nieuwkomer ‘Creativiteit’ duikt zelfs meteen de top-20 binnen.
  • Ook de nieuwe taalcursus ‘Franel’ haalt de top-20, net als ‘Nederlandse spelling’ en ‘Business English’.
  • ‘Kleuradvies voor kleding’ prijkt al voor het derde jaar op rij in de top-10.
  • Technische cursussen hinken een beetje achter. ‘Elektriciteit basisbegrippen’ scoort het hoogst en haalt de top-20 net niet.

Voor 2009 geven wij jullie al heel wat om naar uit te kijken: PowerPoint 2007, Frans voor de verkoop, solliciteren in de elektromechanica, solliciteren in de sector vervoer, drie nieuwe sleutelspellen en nog veel meer. Heb je dan nog een reden om niet te webleren?

Reality Check voor Web2.0

Een snode collega heeft een eindrapport van een studie op mijn buro gelegd… met een post-itje “Reality Check ?”.

Met krimpende maag even grondig doorgelezen en tja… ik moet na lectuur toegeven dat Web 2.0 botst op natuurlijke grens van implementatie en operationalisering in het domein van onderwijs en vorming.

Het is een studie van Jeroen Onstenck van eind 2008 : Onderzoek ‘WEB 2 in de BVE’ Informele digitale leermiddelen en Web 2.0 in het beroepsonderwijs in Nederland.

Ok even ophelderen…

  • Web 2.0 : verzamelterm voor interactieve web-based toepassingen en vernieuwende websites, waarbij alles in het teken staat van communiceren over en delen van informatie: ook wel genoemd social software.
  • BVE : Middelbaar BeroepsOnderwijs – Officieel : “Beroeps- en VolwassenenOnderwijs”
  • Informeel leren : het zelfsturend, soms incidenteel en soms ongestructureerd kennis en kunde verwerven

De studie, hoe kan het ook anders, is sterk onderbouwd in zijn bronnen, methodologie, case-onderzoek en verhelderend voor wie meer definities zoekt over web 2.0, leertheorieën (zoals constructivisme, collaboratief leren, informeel leren…) Dus op dat vlak een aanrader. “Reality Check voor Web2.0” verder lezen