Leren in een genetwerkte samenleving

Tip van de dag, voor alle innovatoren en kennismanagers.
In september start een (gratis!) online cursus van twee kennisgoeroes (Stephen Downes en George Siemens), met als titel “Connectivism & Connective Knowledge“. Op het cursusblog kan je alvast mee volgen hoe de ontwikkeling loopt.

De cursus heeft al een 600 tal ingeschreven cursisten van over de ganse wereld, en vooral origineel is het concept van het traject: alles verloopt grotendeels decentraal, vertrekkende van een aantal optionele wekelijkse visieteksten of beperkte literatuur. En daarop gebaseerd wordt geblogd, wiki’s volgeschreven, gecommuniceerd synchroon of asynchroon… Het ganse netwerk lerenden zal zo interageren met elkaar, met de experten, en met de inhouden, op een erg informele manier. Zo zijn er al regionale netwerkjes ontstaan met cursisten die een aantal face to face sessies gaan houden, zijn er cursisten die zich al geengageerd hebben om de teksten te vertalen…

“Ga ik niet veel informatie missen op deze manier, wanneer 600 personen door elkaar gaan praten, bloggen, schrijven, mailen, discussiëren…”, vraagt u zich af. Het antwoord van de organisatoren: “Ja natuurlijk – da’s normaal in deze tijd – get used to it“… enigszins simplistisch, en volgens mij ook gedoemd om een erg chaotisch experiment te worden… maar wel erg boeiend! Men vertrekt dus vanuit de web2 filosofie “the network is the filter“. Vertaald betekent dit dat de boeiendste discussies en inzichten door het netwerk lerenden naar boven gehaald worden, doordat bijvoorbeeld vaak gelinkt wordt naar interessante meningen.

Ik ben alvast geïnteresseerd in het resultaat van dit experiment… Food for thought! Misschien zie ik wel een aantal Vlamingen?

(Meer informatie op de cursus wiki of de aggregatiesite

Je bent jong en je wil wat…

Het zal toeval zijn, maar de laatste maanden gebeurt er toch wel wat studiewerk rond een bepaalde gebruikersgroep van het internet en hun verwachtingen tegenover leren en werken : de net-generatie, de digital natives, de einstein-generatie, de e-generatie, de homo zappiens…

En waar studiewerk wordt verricht, worden artikels/studies geschreven zoals in Opleiding & Ontwikkeling, uitgave juni 2008 (die hebben verdorie nog geen online versie??? shame!)

En waar studies worden geschreven, worden seminaries georganiseerd :

De rode draad doorheen mijn persoonlijke kennismaking met dit thema is Pedro De Bruyckere. (waarvoor hartelijk dank Pedro ! Heb je zin om occasioneel schrijver van deze blog te worden?)

En wat typeert deze jongeren dan?

1. Generatie Einstein is mediasmart. Opgegroeid in een 24/7 informatiewereld waardoor informatie over elk denkbaar onderwerp razendsnel gaat, informatiemonopolies niet bestaan, waardoor ze eerlijkheid en openheid eisen.

2. Zij zijn professionele ontvangers, die snappen hoe communicatie en marketing werkt. Als een product/campagne/idee/dienst voor hen niet relevant is of hen om wat voor reden dan ook niet raakt, dan zien of horen ze je niet, ben je onzichtbaar.

3. Ze staan constant in contact met elkaar, waardoor informatie razendsnel verspreid wordt. Dit kan positief zijn (buzz rondom een product dat leidt tot verkoop), maar ook negatief (buzz rondom een film waardoor die flopt)

4. Generatie Einstein hecht emotionele waarde aan middelen en media. Zo zien zij een computer en een mobiele telefoon als een sociale machine, als onderdeel van de manier waarop ze in constant contact staan met hun sociale netwerk van vrienden en kennissen. Zij vinden technische functies van middelen en media niet interessant. Deze zijn ondergeschikt aan de emotionele functie.

5. Generatie Einstein maakt onderdeel van verticale segmenten, een segment gebaseerd op hobby en interessen, dat zich wereldwijd uitstrekt over alle leeftijden en nationaliteiten.

6. Generatie Einstein is gewend aan lezen en direct reageren. Zij zijn eraan gewend te praten, maar ook te luisteren. Zij verwachten tweerichtingscommunicatie, waar wij gewend zijn aan eenrichtingsverkeer. Zij zijn ook zelf zenders geworden. Op het internet profileren ze zichzelf door middel van weblogs en profielensites.

7. Generatie Einstein heeft respect voor iedereen die zichzelf is, authentiek en oprecht met een ware identiteit, niet gekopieerd, maar volstrekt zichzelf. Je hoeft het niet met zo’n persoon eens te zijn, je hoeft die persoon zelfs helemaal niet aardig te vinden, het belangrijkst is dat iemand echt is. Bedrijven moeten dan ook zichzelf blijven en niet jong of hip gaan doen.

Bekijk de presentatie van Pedro op slideshare :

En hoe willen jongeren leren ? Wat verwachten ze van toekomstige werkgevers?

Ze vertellen je het op deze steengoede film met interviews. ( Echt de moeite waard maar opgepast : traaaaaaag ! ) Het zijn allemaal studenten van de Provinciale Hogeschool Limburg. Je weet wel… “de school met de laptop”.

De onderstaande presentatie van Wouter Hustinx van de PHL is slechts een deeltje, maar dan wel dat deeltje wat mij persoonlijk is bijgebleven : E-learning evolueert want de doelgroep en de techniek evolueert.

En wat moeten bedrijven bieden om deze jongeren te werven / te houden?

Wel hier toch al enkele tips :

* wees eerlijk en authentiek.
* stop met mailen (want dat is outdated en traag)
* gebruik instant messaging
* stel web2.0 applicaties ter beschikking
* laat hen informeel samenwerken en communiceren
* geef hen zelfstandigheid
* zorg voor technologische tools
* ..? (zelf aanvullingen? zet het in de commentaren.)

Er valt nog veel te zeggen over dit thema, maar laten we toch ook niet alles over één kam scheren. Er is nog een groep van jongeren die de digitale trein mist, er is nog een groep die niet de capaciteiten heeft ontwikkeld om zelfstandig te leren, te werken, te ontdekken.
Dus is de e-generatie zoveel anders dan voorgaande?

Games om van te leren

Ik kan het aantal studies dat wekelijks verschijnt over games, hun impact, hun vermeende positieve dan wel negatieve effecten nauwelijks nog bijhouden. Onlangs was er een van het VIWTA, de studiedienst van het Vlaams Parlement. Als in een studie van het VIWTA de woorden ICT en onderwijs samen in één zin gebruikt worden, dan gaat bij mij het alarm af, dat betekent parlementaire vragen, interpellaties, hoorzittingen in het parlement, en ja hoor, dat was deze keer niet anders.

De studie waarvan sprake, ‘Games, ze krijgen er niet genoeg van‘, belicht o.a. de educatieve meerwaarde van games. Eerlijk gezegd was ik niet diep onder de indruk van het onderwijsluik van deze studie. Het is immers niet de eerste studie die genuanceerd de positieve en negatieve aspecten van gaming belicht. Het is ook niet de eerste studie die peilt naar de educatieve mogelijkheden van ICT. Het educatieve luik van de VIWTA-studie is overigens erg beperkt en ik heb er de volgende bedenkingen bij:

De onderzoekers verwijzen heel veel naar onderzoek omtrent de positieve effecten van game based learning. Daartegenover stellen ze terecht dat er ernstige organisatorische barriëres zijn zoals de infrastructuur of het tijdsintensieve karakter van het spelen van games, genre ‘civilization’. Hier een pasklare oplossing voor verzinnen is niet evident maar het zou volgens mij wel interessant zijn om te weten of er in Vlaanderen al mee geëxperimenteerd wordt. Heeft iemand weet van scholen die daarmee bezig zijn?

Ik vind het onderscheid dat in de studie gemaakt wordt tussen educatieve en commerciële games nogal kunstmatig. Bijna alle educatieve games zijn ook commercieel in de zin van betalend of uitgegeven door een klassieke uitgeverij. De studie focust wel eenzijdig op commerciële entertainment games uit de populaire jongerencultuur. Belangrijke educatieve game-toepassingen, zoals ‘edutainment’ of ‘serious games’, worden jammer genoeg buiten beschouwing gelaten. In tegenstelling tot wat gesuggereerd wordt in de studie zijn zogenaamde ‘edutainment-spelen’ wel al goed ingeburgerd in het Vlaams onderwijs, zeker in het basisonderwijs. Edutainment-spelen zijn interactieve softwarepakketten met als doel al spelend educatieve inhouden aan te leren of in te oefenen. Heel wat edutainment bevat kenmerken van de commerciële games die in de studie beschreven zijn.
“Games om van te leren” verder lezen

e-Leren in de volwasseneneducatie: Workshops, cursus, netwerk

In Vlaanderen roert zich wat op het vlak van e-leren specifiek gericht op leerkrachten / docenten uit de volwasseneneducatie. Onder impuls van de vzw diva wordt Toll-net ingericht, een netwerk van geïnteresseerden in technologie-ondersteund levenslang leren.

  • Er wordt per provincie een reeks hands-on workshops georganiseerd over zin en onzin van e-leren in de volwasseneneducatie, waarvan in mei en juni de eerste reeks loopt. Meer info in deze pdf
  • Er zal in het najaar een online cursus ingericht worden, speciaal gericht op lesgevers uit alle sectoren van de volwasseneducatie, die voortbouwt op de Eliseleren-cursus van de voorbije jaren.
  • Er wordt een netwerk opgestart voor geïnteresseerde lesgevers, binnenkort ondersteund door een interactieve website, waar indrukken en materialen gedeeld kunnen worden.

Ik zou zeggen: “Zorg dat je erbij bent, want het belooft erg interessant te worden”. En haast je als je wil inschrijven, want het aantal deelnemers is beperkt.

Identiteit en privacy, veranderende begrippen in een nieuw millennium

(deze bijdrage verscheen ook op de Nederlandse ‘Surfspace’ website)

De laatste jaren mogen we spreken van een ware internetrevolutie – het zogenaamde “Web 2.0” is een verzamelnaam voor een hele reeks internettoepassingen waarbij de gebruiker niet de informatie-consument is, maar wel de informatie-toeleverancier. De gebruiker participeert volwaardig aan de internet-community, en post videomateriaal, boekbesprekingen, fotomateriaal, onderhoudt online dagboeken, of onderhoudt zijn/haar professioneel of informeel netwerk.

In het leven van jongeren is die technologie zo alomtegenwoordig dat zij deze niet meer bewust opmerken. Het ICT gebruik van jongeren gaat echter vaak gepaard met weinig inzicht over veiligheid of juridische/maatschappelijke aspecten (bijvoorbeeld illegaal downloaden van software of muziek). Het is een bekend cliché: nieuwe middelen zorgen voor nieuwe kansen en nieuwe gevaren, maar onverwacht ontstonden er bijzondere neveneffecten. Zo krijgen ook begrippen zoals ‘identiteit’ en ‘privacy’ duidelijk een andere invulling in het Web 2.0 tijdperk.

The name is Bond, James Bond

Zo zijn mensen vandaag niet als zichzelf aanwezig op het internet, maar als een verzameling van verschillende virtuele persoonlijkheden. De auteur van dit artikel is ambtenaar, onderwijsondersteuner, huisvader, liefhebber van digitale fotografie en video, star trek fan. Meerdere identiteiten, die echter in een online omgeving door elkaar lopen. Google maakt geen onderscheid tussen ‘Maarten Cannaerts, huisvader’ of ‘Maarten Cannaerts, ambtenaar’.

“Identiteit en privacy, veranderende begrippen in een nieuw millennium” verder lezen

WEB2.0 voor het onderwijs: noodzakelijk medium of leuke gadget?

Hoe kun je leerkrachten stimuleren om ICT te gebruiken in hun lessen?

Een vandaag de dag voor de hand liggend antwoord is: WEB2.0.

Zo simpel is het antwoord. Het gebruik van WEB2.0-toepassingen is immers zo eenvoudig, dat… een jongere er meteen aan de slag mee kan, zonder te beseffen wat die WEB2.0 betekent. Leerkrachten volgen de andere – voor hen zekerder weg: leer me wat dat begrip inhoudt, bewijs het didactische nut en ik pas het toe in mijn lessen. Waar zit immers het pedagogische in YouTube, enz., hoe kan ik dat programma op een didactische wijze aanwenden om het leren te bevorderen?

Als de eenvoud ervan zo duidelijk is zou moeten blijken uit het grote gebruik van WEB2.0-toepassingen in het onderwijs, tot je op zoek gaat naar het reële gebruik van deze WEB.2.0-toepassingen: hoe komt het toch dat je zo moeilijk aan voorbeelden van ‘good practice’ toekomt?
Daar waar jongeren intuïtief te werk gaan, moet een leerkracht wel eerst een gebruiksaanwijzing hebben, het liefst door een of andere instantie ‘geofficialiseerd’, want het moet wel allemaal in het leerplan en de ‘VOETen’ enz. een fundament gekregen hebben. “WEB2.0 voor het onderwijs: noodzakelijk medium of leuke gadget?” verder lezen

Learn the e-way

Twaalf partners met flink wat ervaring in e-leren werkten drie jaar lang samen aan een project met de naam ELEC. ELEC staat voor ELearner, EContent en verklapt meteen de doelstellingen van het project:

  1. cursisten en studenten informeren over wat e-leren is en wat de mogelijkheden van e-leren zijn;
  2. lesgevers en docenten instrumenten aanreiken waarmee ze zelf elektronisch lesmateriaal kunnen aanmaken.

De resultaten van dit project vind je terug op de website www.learn-the-e-way.be

Op deze site kan je kiezen tussen twee invalshoeken. Die van cursist/student of die van leerkracht/ trainer/coach.

Webbanner06ned

Als cursist of student krijg je info over de voor- en nadelen van e-leren, de e-leermogelijkheden die momenteel bestaan én kan je een testje invullen om uit te zoeken welke leerstijl je zelf hebt.

Webbanner06_ned2

Als leerkracht, trainer of coach leer je hoe je zelf zelf creatief, doeltreffend en gebruiksvriendelijk e-leermateriaal kan aanmaken. Professionele ontwikkelaars geven je tips, voorbeelden en instrumenten.


Bevraging leerkrachten over didactisch gebruik ELO’s

Eind vorig jaar is de sector Internationalisering van het GO! onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap gestart met een nieuw Comenius project om opleidingsmateriaal en een training te ontwikkelen voor leerkrachten die inhoudelijk (in de les) met een elektronische leeromgeving (bvb Smartschool, Fronter, Dokeos, Blackboard,…) aan de slag willen. De naam van het project is TACCLE : Teachers’ Aids on Creating Content for Learning Environments.

Eén van de onderdelen van het project is een beperkte bevraging bij leerkrachten over hun behoeften ivm leeromgevingen. Men zegge het voort.

Webleren, Maak de Klik

Vraag je je ook af wat “webleren” is?

Webleren is leren via het internet. Het is niet moeilijk en zeker niet saai. Met video’s, tekeningen, animaties en veel oefeningen wordt webleren gemakkelijk, leuk en boeiend.

Daarenboven is het ook héél comfortabel: zonder je te verplaatsen, op je eigen tempo en met een online coach die al je vragen beantwoordt.

Ontdek met deze nieuwe website de geheimen van webleren.

Voor wie is webleren?

Voor iedereen!!!

Moet je al met een pc of het internet kunnen werken? Best wel, maar enkel een paar basisvaardigheden zoals surfen volstaan.

En je Nederlands moet zeker niet perfect zijn. Zonder moeilijke woorden te gebruiken laten we je via deze website (www.weblerenmaakdeklik.be) kennismaken met webleren.

Er is voor ieder wat wils, van cursussen basisrekenen, leren solliciteren, kleuradvies tot leidinggeven, websites ontwerpen, elektriciteit en nog veel meer. “Webleren, Maak de Klik” verder lezen

Studeren waar en wanneer je wil

Komt het door mijn werk aan de Open Universiteit Nederland, dat de berichten mijn aandacht trekken, of is er echt een groei merkbaar in het afstandsleren in Vlaanderen? Op maandag werd mijn aandacht getrokken door een bericht in DS Online met als titel Studeren waar en wanneer je wil, over het Open Hoger Onderwijs aan de hogeschool Katho. Vooral dit citaat vond ik opmerkelijk:

Het valt de docenten daarbij op dat veel studenten helemaal geen behoefte hebben aan fysiek contact. ‘Via de virtuele contacten wordt een echt community-gevoel gecreëerd’, aldus nog Halsberghe. ‘Vaak zijn die contacten zelfs intenser dan in levenden lijve.’

Contacten met de ‘gewone’ studenten van de hogeschool zijn zeer beperkt. ‘We hebben eens gemengde, lessen gegeven, en dat is erg tegengevallen. De jongeren konden niet goed verdragen dat die volwassenen zo gemotiveerd waren.’

“Studeren waar en wanneer je wil” verder lezen

Eens iets anders

Het is nogal klassiek dat leerkrachten vragen stellen en dat leerlingen die beantwoorden. Nochtans kunnen leerlingen veel leren door zelf vragen te bedenken bij een onderwerp.

Een goed middel om ze daartoe te motiveren is de site About 2 Find Out. Het concept is eenvoudig: je registreert (gratis) en daarna kan je een quizvraag toevoegen of een een quiz samenstellen. Een quiz bestaat telkens uit 9 vragen over een bepaald thema. De interface bestaat in het Engels en in het Nederlands, maar er kunnen vragen gemaakt worden in 6 talen (Nederlands, Frans, Engels, Duits, Spaans en Italiaans). Elke vraag die je maakt, levert punten op. Voorzie je de vraag ook van feedback en een link naar extra informatie, dan scoor je extra punten.

Natuurlijk kan je ook zelf vragen oplossen. Bovendien kan je andere leden uitdagen.

About 2 Find Out is een originele en alternatieve quizsite, maar het leerelement is ook duidelijk aanwezig. Alles zit zo in elkaar dat je ‘al spelend’ dingen leert en memoriseert. De man achter de schermen is dan ook een specialist in elearning met een passie voor quizen.

Volgende huistaak: maak een quiz met 9 vragen met feedback?

ps: de site is nog niet helemaal af, maar is wel al perfect te gebruiken.

Show your Sco’s 3 : voor ieder beroep

Je bent instructeur/leerkracht metselen. Dag na dag, week na week druppelen beginnende cursisten binnen om te starten met een opleiding. “Individuele opstart” heet dat dan.

En iedere keer weer stel je de vraag : “Kan jij een beetje planlezen? Want je moet wel weten welk materiaal je moet gebruiken, een juiste maat neerzetten enz…?”

En dan is het antwoord soms “ja”, soms “nee”. En dan kan je telkens weer een uurtje of twee intro geven in planlezen, maatvoering, legende….

Zou het dan niet makkelijk zijn dat er een korte e-module is waarmee je de cursist kan laten beginnen? Dan kan je toch nog goed overzicht houden over de andere cursisten die met hun praktijkoefeningen bezig zijn.

En zie…. een webcursus “planlezen” werd ontwikkeld. En telkens diezelfde volgorde : eerst demo of theo en dan oefening. (klik op beide afbeeldingen)

plan2 plan1

Meer info en inschrijven op www.vdab.be/webleren

Leerkr. zkt bibmedew. / Bibmedew. zkt leerkr.

Maandag 12 en dinsdag 13 november vond de Dag van de Literatuureducatie plaats (eigenlijk twee dagen dus). Op het programma stonden workshops, panelgesprekken en (auteurs)lezingen. De ene dag lag de focus op het basisonderwijs en de andere was gericht op het secundair onderwijs, maar op allebei de dagen kon je aanschuiven bij de sessie Schoolenbibliotheek.be brengt onderwijs en bibliotheken samen. Iris Vansteelandt sprak er over de vernieuwde website School en Bibliotheek, een site met als belangrijke troef een databank van praktijkvoorbeelden, “scenario’s van activiteiten die door leerkrachten en bibliotheken werden uitgeprobeerd en goed bevonden”. Nog lang niet alles is op dit moment van de oude naar de nieuwe website overgezet, maar je vindt er alvast uitleg over een BibTrivial Pursuit en een bibliotruck met boekenelfjes.
De website biedt trouwens meer dan dat, je krijgt er ook tips voor samenwerken, artikels die kunnen dienen als denkstof en nadere informatie over het onderwijs- en bibliotheeklandschap.
Last but not least, de site mikt duidelijk op participatie. De knop “Jouw idee op de site” brengt je bij een formulier waarop je jouw idee tot samenwerking kwijt kan. Iris Vansteelandt benadrukte dat bij een klik op “Verzenden” de gegevens niet meteen online komen te staan. Het formulier belandt in de mailbox van een medewerker en die neemt dan verder contact met je op om te bekijken hoe het praktijkvoorbeeld aan de databank kan worden toegevoegd. Je hoeft het formulier dus ook niet meteen volledig in te vullen.
De presentatie was alleszins erg aanstekelijk, dus leerkrachten en bibmedewerkers, als u met elkaar een gelukkig huwelijk bent aangegaan, laat dan zeker van je horen op School en Bibliotheek.

Technologie in onderwijs – mening van een (toegegeven, a-typische) puber

bored
Deze (rechtstreekse link) is te mooi om niet door te linken…
Ongezouten meningen van een 14 jarige Amerikaanse puber (“Arthus”) over de kansen van ‘goed’ technologiegebruik in het onderwijs.

Enkele interessante inzichten: twitter is handiger dan google, volgens Arthus: via twitter stel je een vraag en de persoon in je netwerk (en /niet/ de computer) die dit het beste kan beantwoorden zal je verderhelpen. Met andere woorden technologie gebruiken om (terug) te praten met mensen en niet met computers.
Ook boeiend te zien dat er geen ‘gemiddelde’ jongere bestaat. Arthus sms’t niet, kijkt weinig tv, zit wel op facebook en speelt geen spelletjes.

Mooiste uitspraak: “Also, if he had one message for his high school teachers for the next four years: they really need to stop being so disconnected from the technology. It’s not about learning the knowledge, but the thinking.”

Arthus onderhoudt het weblog “Newly Ancient“… We hebben weer wat materiaal voor onze volgende lezing.

Services, e-tools, web 2.0….

…. ik heb nood aan wat etiketten. Jij ook?

Al een tijdje bezig met het bekijken van welke nieuwe tools er zoal te vinden zijn. En natuurlijk hun relatie/nut met leren.

Kan jij helpen ? Er is genoeg lectuur op het internet, maar wat denk jij erover?

Hier een overzichtje van allerlei e-tools .

En hier is een classificatiemodel dat ik voorstel. Aan jullie om het in te vullen.

Voor het gemak nummerde ik de vakjes. Dus… welke e-tools horen volgens jou bij 1; 2…

Het model haalde ik min of meer uit een seminarie van vandaag. Daar werd de te volgen weg beschreven : van links boven naar rechts onder (klik op het model om te vergroten).

Model Ruben Bellens

Teacher training empowered by new technologies – EDEN 2007 – 14-06-2007

Deze interessante parallelsessie werd geopend door 3 edubloggers in een trio-presentatie (was een leuke ervaring, trouwens). Maarten, Tom en ik hadden het over het gebruik van nieuwe tools in eliseleren.be, de online cursus over digitale didactiek, waarin we nu al een aantal jaren optreden als e-coaches.

“Teacher training empowered by new technologies – EDEN 2007 – 14-06-2007” verder lezen

Office handboeken

Vorige week ben ik door het bijwonen van enkele studiedagen een hoop collega lesgevers tegen gekomen. Een topic dat regelmatig voorbij kwam was: Office handboeken (deze moeten in het Nederlands geschreven zijn en te gebruiken in een onderwijscontext).

Microsoft Office
Laten we beginnen met het Microsoft Office pakket. Niet alle scholen zullen snel upgraden naar Office 2007, maar als je toevallig gepland hebt om tegen het volgende schooljaar te vernieuwen, dan is de kans groot dat je onmiddellijk voor het meest recente kiest. Een paar collega lesgevers waren hierdoor lichtjes in paniek. Ze hadden nog geen enkele educatieve uitgeverij gevonden die al klaar is met handboeken voor het 2007 pakket. De uitgeverijen zelf peilden op hun beurt bij de scholen hoe ver ze stonden met de overstap. Conclusie: wie nog een jaar kan wachten doet dit beter, wie echt moet overstappen zal zich zelf moeten behelpen.

Open Office

Ik ben zelf op zoek gegaan naar Open Office handboeken voor mijn studenten. Het resultaat is gewoon verbazingwekkend. Over de gedrukte versie kan ik kort zijn. Een bezoek aan 4 boekhandels in Gent (Fnac, De Standaard, Het computerwinkeltje en Story) leverde mij overal hetzelfde resultaat op. Deze winkels hebben exact 1 boek op de plank: “Leer jezelf MAKKELIJK… OpenOffice.org 2.0” van Marco den Teuling (ISBN 978-90-5940-177-8).

“Office handboeken” verder lezen

Learning 2.0

Leren is een sociale activiteit.
Dit adagio voert sinds een jaartje of twee de boventoon na de voorgaande en eerder tanende leertheorieën :

  • behaviourisme
  • constructivisme
  • cognitieve strekking

Je leest hier meer over deze theorieën. Maar nu is er dus de hype(?) van Learning 2.0 waar het sociale aspect van leren wordt benadrukt.

De grote goeroe van de “social learning” is Wenger. Zoek zeker even wat lectuur over en van deze man op. Het is natuurlijk een evidentie dat “social learning” en “web 2.0”-software (ook dikwijls “social software” genoemd) elkaar perfect vinden. We hebben het dan over (de links brengen je naar overzichtsites die de verschillende soorten software vergelijken):

Ik worstelde me door de thesis van Martin Kloos. Prachtig werk : “Web 2.0 and communities of Practice”. Je kan zijn thesis hier downloaden. “Learning 2.0” verder lezen

E-leren, nieuwe tendensen. Een stand van zaken in Vlaanderen en Nederland.

Edublogs blikt geregeld terug op de laatste nieuwe tendensen in het educatief landschap van e-leren en onderwijs in het algemeen. Binnenkort (vrijdagnamiddag 20 april) probeert het expertisecentrum afstandsleren een algemene round-up te maken van deze tendensen en laat het een reeks edubloggers en Vlaamse en Nederlandse (e)-leerspecialisten aan het woord met een inleiding van Prof. Dr. Martin Valcke.

Deze inleiding zal thematisch gebeuren rond de volgende centrale assen

– onderwijskundig design en digitale didactiek
– social software
– spelend leren in virtuele werelden
– virtuele internationalisering

Vier boeiende invalshoeken om na te gaan hoe tendensen in het door Maarten Cannaerts’ aangestipte Horizon-rapport in Vlaanderen en Nederland actief gerealiseerd worden. Meer info vind je hier. “Ownership” staat centraal op deze studiedag. Niet voor niets heeft Time Magazine jou uitgekozen als persoon van het jaar !

you.jpg

Wiens ruimte?

old phone

Deze week twee boeiende studies gedownloaded en uitgeprint. Zoals dat hoort met digitale teksten.
Eerst de studie “Their Space”, van onderzoeksbureau DEMOS (via K&L blog)

In dit rapport kan je lezen hoe de ‘nieuwe generatie’ (wie zei ook alweer dat je zo oud bent als je je voelt?) omgaat met digitale technologieën. In tegenstelling wat vele lesgevers denken, gaat het voor jongeren niet om het ‘inzetten van technologie an sich’ : ze staan erg onverschillig hier tegenover, en beschouwen dit een evidentie in hun dagelijkse leven.
De titel verwijst naar het immens populaire “My Space”, een interactieve site waar jongeren sociale netwerken vormen en ondersteunen.

“Wiens ruimte?” verder lezen