Leren met een smartphone

Met een werkgroep van de Europese Commissie was ik de voorbije dagen te gast in Hamburg voor een studiebezoek. Het onderwerp was deze keer BYOD ofwel “bring your own device”, het systeem van infrastructuurvoorziening waarbij elke leerling een eigen computer naar school meebrengt om mee te werken in de les.

De keuze voor Hamburg om daarover een studietweedaagse te organiseren was ingegeven door een grootschalige pilot: “Start in die nächste Generation”. Voor dat project werden 6 scholen geselecteerd (3 ASO en 3 BSO/TSO). De lokale overheid voorziet in de wifi-infrastructuur (géén detail in dit project!), de school bedenkt het pedagogisch model, de leerling brengt mee wat hij heeft, in 90% is dat een smartphone, slechts een minderheid brengt een tablet of laptop mee.

En dat is anders dan in andere landen of regio’s. Gedurende de eerste dag waren er een aantal inhoudelijke presentaties over het project maar ook landenpresentaties waarbij BYOD-initiatieven uit Duitsland, Cyprus, Luxemburg, Vlaanderen en Oostenrijk werden voorgesteld. Ik heb er zelf de resultaten van het Edutab-project voorgesteld.

Uit de verschillende presentaties bleek dat twee problemen steeds naar voor komen: infrastructuur (bandbreedte, een performant wifi-netwerk, oplaadpunten, …) en digitale leerinhouden. Wat dat laatste betreft merken we in de meeste landen een contentmix waarbij soms digitale versies van handboeken worden gebruikt, aangevuld met apps en door leraren zelf gemaakte oefeningen, werkbladen, e-books etc. Er is wat dit betreft in zowat heel Europa een appel aan educatieve uitgevers om businessmodellen te ontwikkelen voor de educatieve mobiele technologiemarkt. Zoniet evolueren we naar een model waarin meer en meer leraren zelf content (moeten) gaan ontwikkelen.

Uit de landenpresentaties bleek overigens wel een belangrijk verschil wat de technologie zelf betreft: in Cyprus betekent BYOD dat leerlingen meestal een laptop meebrengen, in Vlaanderen zijn dat overduidelijk tablets, in Duitsland smartphones.

slide BYODInteressant was ook de presentatie van Jim Ayre die de BYOD-gids van European Schoolnet kwam voorstellen. Hij presenteerde daarbij verschillende pedagogische en organisatorische modellen waarmee scholen aan de slag gaan. Van BYOD waarbij de school bepaalt welk merk of model tablet moet meegebracht worden, over scholen die enkel een minimumfunctionaliteit opleggen, tot scholen die alles toelaten. Pedagogisch betekent dit dat sommige scholen echt voor een geïntegreerde vorm BYOD gaan waarbij de meegebrachte toestellen effectief gebruikt en ook nodig zijn voor het leerproces. Andere gaan dan weer voor een vorm van BYOD waarbij de eigen devices eerder gedoogd worden maar slechts af en toe ingeschakeld worden in de lessen. Ook in Vlaanderen manifesteren zich dergelijke grote verschillen in aanpak heel duidelijk.

De praktijk dan. Op dag twee konden we een bezoek brengen aan één van de 6 pilotscholen. Ikzelf koos voor een gemeenschapsschool, “Stadtteilschule Oldenfelde”, waar beroeps en technisch onderwijs wordt aangeboden. Het was voor mij de allereerste keer dat ik een volledige klas zag leren met smartphones. Slechts 2 leerlingen hadden een tablet. De juf hanteerde een vrij traditionele set-up waarbij de leerlingen in een halve cirkel rond haar zaten. Gedurende deze les Engels moesten leerlingen informatie opzoeken op een Britse website en deze info verwerken in een online werkblad. Bij aanvang van de les moesten leerlingen een Padlet gebruiken voor een brainstorm. Alle taken konden ze vinden op het elektronisch leerplatform its learning. De problematiek van het vinden van digitale leerinhoud manifesteerde zich hier ook. Er werd een mix gebruikt van apps, het officiële leerhandboek, de werkbladen uit dat handboek, door de juf zelf gemaakte oefeningen en authentieke websites. De lerares bevestigde nadien dat er heel veel tijd kruipt in het bijeenzoeken van alle materiaal, het bedenken van de opdrachten en het inbrengen van dat alles in de leeromgeving.hamburg 3De leerlingen waren constant in de weer op hun gsm’s om info op te zoeken of in te vullen. In tegenstelling tot wat ik had verwacht hebben zij geen enkel probleem met het kleine scherm. Het zag er allemaal heel natuurlijk uit. Het gebruik van de smartphone ondersteunde de samenwerking tussen de leerlingen die in groepjes van 2 of 4 samen aan de taak werkten. De technologie was in deze klas ondersteunend aan de opdracht, en het leek voor de leerlingen niet extra motiverend. Na een tijdje (lesblokken duren hier 90 minuten aan één stuk!) merkte ik toch wat afleiding bij sommige leerlingen: ze begonnen te sms-en of hun facebookpagina te checken.

Belangrijkste conclusies van dit bezoek:

  • Er is nog een duidelijk rol weggelegd voor uitgevers, niet alleen voor het ontwikkelen van digitale methodes, maar ook voor kleinere leerobjecten, gebaseerd op methodes of deel uitmakend van leerlijnen.
  • Een goede technische infrastructuur gefinancierd én beheerd door de lokale overheid draagt in grote mate bij aan het succes van dit Duitse project. Het vergt overigens grote investeringen om een performant wifinetwerk draaiende te houden. Veel installatie- en onderhoudswerk wordt geoutsourced.
  • De aard van het device lijkt er minder toe te doen dan ik had verwacht. Zelfs met kleine schermen op smarthones slagen leerlingen er in reguliere opzoek- en invultaken te volbrengen.
  • Samenwerkend leren en de beschikbaarheid over multimedia apps leken hier de belangrijkste meerwaarde te leveren voor het leerproces. Het mobiele karakter van smartphones, wat klasdoorbrekend leren mogelijk maakt, bleef hier onbenut.
  • Er waren een aantal praktische beslommeringen die de lerares er gewoon bij had te nemen: in de klas waren heel weinig oplaadmogelijkheden voor de smartphones, de gsm zorgde soms voor afleiding, sommige leerlingen waren hun paswoord voor bepaalde apps vergeten,…

 

Waarom tinkering beter is dan STEM

STEM is in enkele jaren tijd opgeklommen tot het buzz-woord in het onderwijs. Voorheen wist er slechts een doorwinterde wetenschapper of ICT’er in je school wat het omvatte, momenteel loop je mijlenver achter als je niet on-the-spot en zonder verpinken het letterwoord kan afratelen.
Directies haasten zich om nog voor de opendeurdag een aantal STEM-materialen geleverd te zien. Want zeg nu zelf: wat is er meer wervend voor een abituriënt van pakweg 6 of 12 jaar dan een Lego-robot die feilloos gekleurde steentjes herkent, een aantal bananen waar je piano kan op spelen of een heuse 3D-printer waar je mee aan de slag kan, als je je inschrijft uiteraard…
Waar een tiental jaar geleden het aantal digitale borden de uitstraling van je school naar de buitenwereld toe bepaalden, is het nu het  Stem-aanbod dat het verschil maakt.

Maar is STEM echt wel de vernieuwing waar we met zijn allen zitten op te wachten?

In de echte wereld dienen scholen karig te zijn met budgetten. Dat is alvast één open deur. Maar er dienen ook keuzes gemaakt te worden. Kan de installatie van dubbele beglazing nog even wachten? Krijgt de sportleerkracht zijn of haar langverwachte verlanglijstje? Is de computerklas nog operationeel en hebben we eigenlijk wel een degelijk wifi-netwerk op onze school? Kan het oudercomité financieel een extra project steunen of moet er een extra wafelbak komen?
Want koken kost uiteraard geld. Een school die wil starten met STEM moet toch een basis aan materialen aankopen. Een 3d-printer? Vlot 1000 euro en meer. Een aantal Lego Minstorm-dozen waarmee een volledige klas simultaan aan de slag kan? Leg alvast 9000 euro op kant. Robots via tablets aangestuurd? Meer dan 3000 euro voor de basissets. En ga zo maar door.
STEM-onderwijs geef je nu eenmaal niet klassikaal of frontaal, dat moet echt hands-on gebeuren of we vervallen in stokoude didactische werkvormen.

Dan toch maar niet? Toch wel! Al eens gedacht aan tinkering? Kijk voor eenmaal niet op naar onze Noorderburen: het is duidelijk in Engeland dat men het voortouw neemt. De verplichting aldaar om STEM-inhouden te integreren in elke basisschool noopte scholen immers om creatief, innovatief en kosteneffectief aan de slag te gaan.

Tinkering kan een antwoord bieden. Als je het woord letterlijk vertaalt dan bekom je iets als “twaalf-stielen-dertien ongelukken” of in het beste geval “manusje-van-alles”. Niet echt flatterend dus. Wij vertalen het liever als “onderzoekend leren” of “uitproberen, met vallen en opstaan”.  Oxford Dictionaries verklaren het als “pogingen om iets te repareren of te verbeteren op een alledaagse of ongeleide manier”.

Maar waar situeert tinkering zich nu in de hele STEM-filosofie?

Tinkering wil leerlingen op een actieve en creatieve wijze betrokken maken in wetenschappelijke fenomenen. Tinkering wil hen met alledaagse materialen uiting laten geven aan hun dromen om de omgeving aan te passen, te manipuleren. Uit den boze zijn handleidingen, strakke kaders of vooraf gedefinieerde uitkomsten. De zoektocht is belangrijker dan het resultaat. Deze filosofie kan samengevat worden in de woorden: Think, make, thinker.

In tegenstelling tot vele STEM-activiteiten die vooraf gedefinieerde denkpaden, materialen en instrumenten veronderstellen, zal een tinkerer gebruik maken van alledaagse voorwerpen die uitmaken van zijn omgeving, van gereedschappen die beschikbaar zijn. Tinkerers willen komen tot resultaten die handig, innovatief of gewoonweg mooi zijn.
STEM-elementen worden geconcretiseerd met alledaagse materialen en werktuigen. Zelfexpressie van de leerlingen en creativiteit staan centraal. Falen is hierbij zeker een optie en maakt in vele projecten nu eenmaal deel uit van het traject. Vergelijk het misschien met “Lieven Scheire for education”. Dus geen lasercutters of 3d-printers maar breekmessen en karton. Geen robots maar karikuri’s.

“Tinkering is about hands-on experiences, learning from failures, and unstructured time to explore and invent. And through the processes of exploration and invention lies the potential for innovation.” (Tinkerlab.com)

Door tinkering-activiteiten op te nemen in je leerplan wil je leerlingen inspireren en engageren om wetenschap te begrijpen, toe te passen en te beleven. Maar vooral om tevens de transfer te maken naar de ons omringende dingen, ze willen begrijpen, ze willen maken ,ze willen verbeteren. En net op dat punt lijkt de educatieve waarde van tinkering deze van STEM te overstijgen.
Voor de leerlingen is tinkering veelal creatiever en spannender, voor de leerkrachten pragmatischer en voor de directies financieel haalbaar(der).

Of zoals de Engelsen het verwoorden: Tinkering is the constructionist approach of STEM.

WP_20160302_14_38_16_ProGeprikkeld en zin in concrete projecten, concrete ideeën voor in je klas? Een mooie start vormt de site van het Amerikaanse ‘the Tinkering Studio’. Je vindt er uitgewerkte leerlingenfiches die je zo kan inzetten bij je eerste tinkering-les. Succes!

(http://tinkering.exploratorium.edu/projects)

 

Geert Callebaut
Odisee-Aalst

Scratch in de basisschool

Codetaal aanleren, zeg maar leren programmeren, bij kinderen: het wordt stilaan een hype. Als dynamische en immer vernieuwende leerkracht sta je hier wederom maar eens voor open…

Vluchten kan trouwens niet meer, in Engeland is het alvast een verworvenheid in het nationale curriculum: verplicht aan te bieden dus.
Bij ons is het zover nog niet, maar de evolutie gaat razendsnel. Willen we geen ‘computeranalfabeten’ afleveren die de sociale kloof alleen maar scherper stellen dan moeten we dit aanbod inderdaad breed aanbieden in de basisschool. Niet ieder gezin kan immers naschools meer dan 200 euro op tafel leggen voor een lespakket coderen.

Wat heb je nodig?

Concreet aan de slag gaan met je klas, daarvoor moet je naar de computerklas. Eén computer per duo is voldoende, de computers moeten zeker niet state-of-the-art zijn. Een realistisch school-scenario dus.

Scratch kan je eenvoudig online spelen (https://drive.google.com/file/d/0B_L_APuWYxGfbFVjUTF6dUFsc1E/view) of je kan het programma installeren op elke computer afzonderlijk (https://scratch.mit.edu/scratch2download/).

Heeft je school slechts een zwakke internetverbinding, dan is de tweede mogelijkheid wellicht de beste. Elke leerling die naar eenzelfde site surft kan immers nogal eens voor moeilijkheden zorgen op het netwerk.

Maar wat is Scratch nu eigenlijk?

Scratch is een zogenaamde object-georiënteerde visuele programmeertaal. Anders gezegd: door puzzelblokjes aan elkaar te hangen ga je je ‘figuurtje’ programmeren zodat het exact doet wat jij wil dat het doet. Je kan er spelletjes mee maken, verhaaltjes mee uitbeelden en er animaties mee maken. Op deze wijze helpt Scratch kinderen om de belangrijkste beginsels van programmeren te leren, te vergelijken met het aloude wiskundig ‘logisch denken’ (oorzaak-gevolg), gerelateerd aan multimediale dimensies.

Een plan van aanpak!

Scratch valt te implementeren in je klas als klassikale werkvorm (groepswerk) of als differentiatie-opdracht (contractwerk).

Om de basis in de vingers te krijgen, start je bij voorkeur met flitskaarten.  Een mooie set kan je hier downloaden: https://drive.google.com/file/d/0B_L_APuWYxGfbFVjUTF6dUFsc1E/view  Je leerlingen kunnen dan kiezen uit een heel pakket van opdrachten die ze moeten uitvoeren.

Klaar voor meer diepgang? Dan kan je je volledige klas aan de slag zetten om eenzelfde project uit te werken, met oog voor individuele vrijheid.  De whizzkids kunnen naar believen extra dimensies toevoegen (levels, geluiden, …) en jij als leerkracht kan extra aandacht besteden aan specifieke leerlingen. ‘Les geven’ zit er immers niet in: ieder groepje krijgt de instructie op papier en starten maar! Een voorbeeld? http://www.codeuur.nl/lesmateriaal

En wat is de finale stap: freewheelen! Iedere leerlingen werkt naar eigen believen een verhaaltje of een spel uit op Scratch, iedereen helpt elkaar, de leerkracht helpt met zoeken. Een mooi voorbeeld van leergebiedoverstijgend werken.

 

Oh ja, nog dit: je hoeft echt zelf geen Scratch-specialist te worden als leerkracht. Inzake coderen (en breder: STEM) hoeft de leerkracht niet langer het klassieke patroon van ‘kennisdrager’ te volgen, maar wel de rol van ‘facilitator’ op te nemen. Anders gezegd: je hoeft niet de juiste antwoorden te kunnen geven, maar wel de juiste vragen kunnen stellen en de leerling soms een duwtje in de juiste richting te geven. Het denkproces is belangrijk bij het kind, niet de reproductie. En om dat te begeleiden, ben jij als leerkracht uitermate goed geplaatst en geschoold, zelfs al heb je nooit ‘computerles’ gekregen.

 

Anders gaan lesgeven met nieuwe media

Het begint stilaan te dagen bij steeds meer lesgevers: de tijd is rijp om de klassieke manieren van lesgeven definitief achter ons te laten en voluit te gaan voor echte onderwijsvernieuwing.

Dus niet meer het mantra hanteren van het digitale bord dat de vernieuwing in de klas brengt, maar uitkijken naar echte vernieuwingen. De grote interesse die er bestaat voor blended learning en the flipped classroom zijn hierbij tekenen aan de wand. In onderstaand artikel lijsten we enkele mogelijkheden op. Let wel: het is niet de bedoeling om een kant-en-klare handleiding voor te schotelen, maar eerder inspirerend te werken. Geen twee lesgevers zijn immers gelijk. Iedereen zal zelf een pakket op maat moeten samenstellen waar hij/zij zich goed bij voelt. Aanzie onderstaand overzicht dus als een niet-exhaustief pakket waar je zelf je ideale klas mee kan samenstellen. Mogelijks nog niet dit jaar, zelfs nog niet volgend jaar. Maar ooit zal de tijd rijp zijn om écht “anders te gaan lesgeven”.

Digitale borden

Digitale borden zijn de grootste hype voorbij. Er zijn weliswaar tal van lesgevers die er fantastisch werk mee leveren. Er zijn spijtig genoeg echter tevens tal van lesgevers die zich gedwongen voelen om mee te surfen op de hype en er na jarenlang gezucht en gezwoeg nog steeds de meerwaarde niet van ontdekken. En terecht: het is dan ook maar een van de vele hulpmiddelen die je kan gebruiken in de klas. Spijtig genoeg soupeert zo’n digitaal bord vaak het totale ICT-budget voor een klas op zodat er geen financiële ruimte meer bestaat voor alternatieven. Bezinnen dus voor je begint: onderzoek wees reeds uit dat amper 44% van de leerkrachten die een digibord ter beschikking hebben er ook effectief gebruik van maakt… (Stijn Vanlaer, 2012). De reden: hun stijl van lesgeven is niet compatibel met de mogelijkheden dat dergelijk bord biedt.

Daarom het advies aan alle twijfelaars: probeer het eerst eens met een zelfgemaakt digibord. Als je al een beamer hebt staan of hangen, dan kost het je maar een avondje installeren en ongeveer 12 euro. Merk je na enkele maanden dat je een meerwaarde ondervindt inzake het behalen van je lesdoelen, dan kan je met de nodige argumentatie op zoek gaan naar een commercieel digibord. Want we moeten eerlijk zijn: een commercieel digibord werkt toch prettiger en vlotter dan een zelfgemaakt digibord.

Zelf aan de slag gaan? Wij vinden de Smoothboard-software bij de beste op de markt, spijtig genoeg betalend. Een gratis alternatief vind je bij www.uweschmidt.org Deze software is trouwens geschikt voor alle platformen.

Bordboeken en bordlessen

De uitgeverijen bieden een steeds ruimer pakket van bordboeken en bordlessen. Handig in het gebruik en didactisch zeer goed onderbouwd. Vaak worden er ook testen, differentiatiemogelijkheden,… toegevoegd waar je als lesgever rijkelijk kan uit putten. Top!

Maarvaak heb je doorheen je carrière al zeer mooie en waardevolle werkblaadjes, mappen, schema’s,… zelf aangemaakt. Deze vallen zeer eenvoudig over te zetten naar een digibord-formaat.

Open Sankoré biedt een zeer mooi en bovendien gratis aanbod hiertoe: http://open-sankore.org Deze open-source software laat je toe om zelf bordlessen en bordboeken aan te maken en geeft je alle tools die de grote commerciële pakketten ook aanbieden. Zeker het proberen waard. Je kan het trouwens gebruiken op elk type digitaal bord. Heeft je ene klas een Smartboard en je andere klas een Activboard: geen probleem met compatibiliteit.

Je smartphone als presenter

Als je een Prezi of Powerpoint-presentatie geeft, als je een lezing aanbiedt, dan hang je letterlijk vast aan je computer: je moet immers klikken om je volgende dia tevoorschijn te laten komen. En je wil lesgeven tussen je leerlingen, je door het volledige lokaal bewegen. Waarom gebruik je je smartphone niet om los te komen van je spreekgestoelte, van je computer? Kijk maar eens in de app store van je telefoon naar het aanbod onder de zoekterm “presenter”. Wij testten Smartshare Presenter uit voor Windows Mobile. Je opent je ppt via de plug in op je pc en je opent de bijhorende app op je smartphone. Beide devices maken verbinding met het beschikbare netwerk en je kan je dia’s zien op je schermpje, inclusief eventuele annotaties die je toevoegde als spiekbriefje.

 

Een tablet voor de juf of meester

Willen we in de klas zelf aan de slag met een tablet? Dan kan het zinvol zijn om je tablet het scherm van je klascomputer of laptop te laten overnemen. Waarom? De meeste software (bordboeken, Sankoré, Office,…) die we gebruiken in onze lessen bevindt zich wel op onze computer, maar niet op onze tablet. Als we ons computerscherm kunnen zien en kunnen bedienen op onze tablet, dan staan we niet langer frontaal les te geven, maar wandelen we rond in de klas met ons eigen digibord in de hand. Het proberen waard!

Splashtop.com is een voorbeeld van software dat dit mogelijk maakt. Je installeert Splashtop op je computer (verbonden met de beamer) en je opent de Splashtop-app op je tablet. Via het Wifi-netwerk maken beiden verbinding en je kan starten met je les. Als je je tablet aan een van je leerlingen geeft, kan deze zelfs de oefeningen aan het bord oplossen, zonder van zijn plaats te gaan. Werkt met iOS, Android en zelf Windows RT.

Educreations werkt op soortgelijke wijze, maar heeft als bijkomend voordeel dat je zeer eenvoudig je lessen kan opnemen: een combinatie van je bordschema’s en je stem. Doe je dit thuis, dan kan je op deze wijze instructiefilmpjes maken dewelke direct op het platform van Educreations te zien zijn, voor eenieder die jij wil.

Doceri doet dit ook, maar sluit zich aan bij de Ipad-dictatuur. Niet beschikbaar voor andere platformen dus.

Een tablet voor elke leerling

Een revolutie die mogelijks start in het hoger onderwijs en via deze weg ook naar andere niveau’s zal uitspreiden: de tablet als nieuwe boekentas. Studenten kopen jaarlijks vaak voor honderden euro’s cursussen. Als de docenten deze digitaal ter beschikking stellen, dan is de aankoopprijs van een tablet er al snel uitgehaald. Dit speelt in op de toekomstige trend van BYOD: bring your own device.

Smoothboard Air speelt hier direct op in. Het idee is dat de leerkracht bij de start van de les een QR-code toont op het projectiescherm waarna elke aanwezige student zich kan aanmelden: de presentatie wordt door het scannen van de code overgenomen op elke individuele tablet of smartphone. De annotaties die de leerkracht gedurende de les maakt, verschijnen tevens op alle devices en worden er ook in opgeslaan: elk bordschema zit automatisch in elke tablet. Handig om ’s avonds de les in te studeren.

 

Interactiviteit

De meerwaarde in onderwijsinnovatie en ICT ligt in de interactiviteit met je leerlingen.

Een mooi voorbeeld hierbij is Mouse Mischief. Deze plug-in wordt beschikbaar gesteld door Microsoft en werkt op elke computer waarop er Powerpoint 2007 of 2010 is geïnstalleerd. Hoe werkt het? Je maakt een presentatie met ja/nee-vragen of met meerkeuzevragen. Met de nodige USB-hubs (verdeelkastjes die je meer USB-poorten geven) en USB-verlengkabels kan je tot 30 muizen op jouw computer aansluiten: eentje voor elke leerling. Elke muisaanwijzer heeft een ander figuurtje. Zo kan eenieder eenvoudig herkennen welke de zijne is. Bij elke vraag die je lanceert kunnen je leerlingen nu deelnemen aan de quiz. De voordelen zijn duidelijk: je leerlingen letten beter op (gamification!) en je hebt direct feedback als leerkracht in welke mate je leerlingen bepaalde onderdelen van je les al dan niet hebben begrepen. Nadelen zijn dat je geen scores krijgt en dat iedereen uiteraard ziet welke antwoordmogelijkheid de anderen kiezen.

Beter uitgewerkt is Testmoz.com . Deze eenvoudige online-tool biedt een aantal bijkomende voordelen. Zonder registratie op de site kan je snel een quiz maken, vertrekkende vanuit verschillende vragentypes. Je krijgt een URL toegekend dewelke je kenbaar maakt aan je leerlingen. Elke leerling kan vanop de pc, de tablet of de smartphone aanmelden en deelnemen aan de quiz. Je krijgt aan het einde een compleet overzicht van de prestaties van je leerlingen.

Socrative gaat nog een stukje verder. De leerkracht surft naar t.socrative.com of installeert de app en de leerlingen surfen naar m.socrative.com of hebben hun eigen app. Elke leerling meldt zich aan in het “lokaal” dat jij toegekend kreeg. De leerkracht kan vervolgens ter plekke vragen afvuren of een voorafgemaakte quiz starten. De leerlingen kunnen deze dan op het tempo die de leerkracht oplegt of op hun eigen tempo doorlopen. Ook hier wacht er je op het einde van de quiz een werkblad met de uitslagen van alle leerlingen per vraag en in zijn totaliteit. Een nieuwe versie is trouwens reeds gelanceerd: beta.socrative.com

Meer info? www.onderwijsvernieuwing.be

Meer teasers? www.facebook.com/onderwijsvernieuwing

 

Trend: MOOCs zetten e-leren in de schijnwerper

The New York Times doopte 2012 tot “The Year of the MOOC”. Sindsdien staan MOOCs, voluit Massive Open Online Courses, bovenaan menig trendlijstje. Een MOOC is een vorm van online leren. Net zoals bij andere vormen van afstandsonderwijs volgt de cursist enkel online lessen.

Afstandleren verschilt van blended learning in de zin dat men bij deze laatste ook deels fysiek op de campus aanwezig is. Binnen het afstandsonderwijs onderscheiden MOOCs zich vandaag doordat ze gratis zijn, geen credit opleveren (enkel tegen betaling) en het grote aantal cursisten die deelnemen.

MOOCs ontstonden in Canada vanuit het idee dat onderwijs ‘vrij’ (open) moet zijn, maar de grote doorbraak kwam er in Noord-Amerika nadat enkele nieuwe (meestal for profit) platformen ontstonden zoals Coursera, Udacity en edX. Het initiële succes van MOOCs, en dan vooral binnen de VS, dient men voornamelijk te zien in het licht van de enorme besparingen binnen het onderwijs, de torenhoge studiekosten (een diploma kost er minstens 25.000 dollar) en het gegeven dat reeds vandaag al een derde van alle studenten er via afstandsonderwijs een diploma behaalt.

Vandaag zijn MOOCs voornamelijk het speelveld van (Westerse) universiteiten die ze gebruiken als showcase (marketing voor de instelling) om zich te profileren t.o.v. de concurrentie, maar ook met het oog op het enorm potentieel aan studenten binnen Afrika en Azië. In Europa ziet men MOOCs als een alternatief voor Erasmus en een mogelijkheid tot (hernieuwde) samenwerking met ontwikkelingslanden, vooral Franstalig Afrika. Momenteel vervangen MOOCs nog maar zelden volledige bestaande opleidingen. Tijdens een MOOC-conferentie in Brussel (ACA, 10 oktober 2013) werd data getoond waaruit blijkt dat er in Europa bijna evenveel MOOCs georganiseerd worden als in Noord-Amerika en dat de meest gebruikte taal er ook het Engels is. Het verschil tussen beide continenten is voornamelijk te vinden in de manier waarop het onderwijs gefinancierd en georganiseerd wordt.
“Trend: MOOCs zetten e-leren in de schijnwerper” verder lezen

Re:Pest geïntegreerd programma tegen pesten op school

banner

De preventie van pestgedrag, zelfdoding en psychische problemen staan hoog op de maatschappelijke agenda. Het voorbije jaar zijn we er meermaals mee geconfronteerd en al te veel leerlingen krijgen er  tijdens hun opleiding mee te maken. Het welbevinden van leerlingen op school is dan ook een van de speerpunten van het onderwijsbeleid.

Daarom lanceert het Departement Onderwijs het geïntegreerde programma Re:Pest. Dit lessenpakket wil een bijdrage leveren aan het voorkomen van pestgedrag op school en aan het verhogen van het welbevinden in de klas. Het lessenpakket richt zich op de eerste en de tweede graad van het secundair onderwijs.

 Re:Pest is een educatief project tegen pesten dat bestaat uit verschillende onderdelen en dat gericht is op leerlingen uit de eerste en de tweede graad van het secundair onderwijs. Het creëert een toegevoegde waarde bij al genomen maatregelen ter bestrijding van pestgedrag. Re:Pest bestaat uit volgende  onderdelen:

  • De handleiding is een hulpmiddel voor schoolpersoneel dat samen met leerlingen werkt aan een veilige leeromgeving. Het biedt naast achtergrondinformatie over pesten ook een uitgewerkt lessenpakket aan van vier lesuren. In dit lessenpakket worden verschillende werkvormen toegelicht zoals de game, onderwijsleergesprekken, rollenspelen, stellingenspel,…
  • De vorming voor leerkrachten bereidt leerkrachten voor om van start te gaan met het lessenpakket. De filosofie van waaruit vertrokken wordt in het Re:Pest verhaal wordt verduidelijkt.
  • De website, www.howest.be/repest, is bij de lessenreeks een omvangrijke bron van aanvullende informatie zoals voorbeelden, filmpjes, oefeningen, wetenschappelijk onderzoek en actuele berichtgeving.
  • Een gids voor ouders bevat informatie over de problematiek van het pesten. Het geeft tips aan ouders van kinderen die geconfronteerd worden met pestgedrag. Deze gids wordt ter beschikking gesteld van de scholen die intekenen op Re:Pest.
  •  Het educatieve 3D game Re: pest. Bijzonder aan dit lessenpakket is de game Re:Pest. Geïnspireerd door het Finse KIVA-project en dankbaar gebruik makend van de Kortrijkse antipestgame werd een serious game op punt gesteld. Leerlingen maken aan de hand van dit game op een aantrekkelijke manier kennis met situaties en  rollen die bij pestgedrag voorkomen. Een computergame maakt als dusdanig nog geen deel uit van de leermiddelen en maatregelen die binnen het bovenvermelde beleid inzake het tegengaan van antisociaal gedrag – waar cyberpesten onmiskenbaar deel van uitmaakt –  genomen werden. Echter, de Hogeschool West- Vlaanderen en Katho (Ipsoc) ontwikkelden een antipestgame in opdracht van de Stad Kortrijk. Het spel is een  simulatiegame en werd gebruikt in het kader van preventieactiviteiten van de Stad Kortrijk.

Scholen die aan de slag willen gaan met Re:Pest vinden meer informatie op www.howest.be/repest .

Mobile en leren: een ezel stoot zich geen tweemaal aan dezelfde steen?

start2De opkomst en algemene doorbraak van mobile, tablets, smartphones, apps, responsive design en binnenkort 4G dwingt de opleidingswereld zich aan te passen aan dit nieuwe kanaal, dit nieuwe medium, deze nieuwe tools.

Immers uit marktcijfers blijkt enerzijds dat het aantal gebruikers van tablets en smartphones spectaculair stijgt. Maar ook binnen de literatuur over opleiding en didactiek blijkt deze tendens de hype voorbij en op weg van Proof Of Concepts naar een meer stabiele dienstverlening.

We richten ons dus hoofdzakelijk op volwassen leerders die de middelen hebben om deze apparaten en bijhorende kosten te dragen. Bovendien zullen de ermee gepaard gaande kosten nog kortelings dalen door bv. initiatieven vanuit de regering (regularisering mobiele tarieven). Maar evengoed scholieren kunnen niet meer zonder smartphone de deur uit.

We mogen ons echter niet laten meeslepen door de hype en alles onder de vorm van mobile apps aanbieden. Complementariteit, integratie, blended en meerwaarde moet voorop staan. Dat is hopelijk de les die we van e-learning hebben geleerd.

Tenslotte is de technologie van e-learning stilaan achterhaald en komen nieuwe standaarden naar voor. Scorm zal opgevolgd worden door TinCan. Dit laatste is een “e-standaard” die toelaat om leerinspanningen (formeel en informeel) te traceren en te verzamelen in een portfolio. Deze nieuwe e-standaard is dus meer geschikt om m-learning op te volgen en te “formaliseren”. Hoewel, ik heb nog geen operationele toepassingen ervan gezien.

De meeste artikels op blogs over m-learning beperken zich tot een lijstje van handige apps die het leren ondersteunen: een digitale notitieblok, een rss-reader, een fototoepassing, enz. Dit is slechts een basale vorm van mobile leren. Je gebruikt een apparaat om je leerinspanning te ondersteunen met apps die geen specifiek leermatariaal aanbieden. De lat zou toch hoger moeten liggen, niet?

Afhankelijk van de situatie (reële leeromgeving), leerdoelen, publiek … kan je toch keuzes beginnen maken over het gebruik van mobile leren.

Afbakening en positionering

Mobile dekt drie toepassingen:

  1. het leren/certificeren/informeren/testen/oriënteren met tablets en smartphones door middel van apps
  2. het leren/certificeren/informeren/testen/oriënteren met tablets en smartphones door middel van mobiel surfen (wifi-3G) (consulteren van de elektronische leeromgeving valt hier ook onder).
  3. het leren/informeren/oriënteren door middel van mobile publicaties (magazines)

Mobile kent twee toepassingsmogelijkheden/publiek:

  1. als kanaal om leermateriaal en testen aan te bieden aan de zelfsturende leerder (extern)
  2. als kanaal om leermateriaal en testen aan te bieden aan de lesgever & leerder in de reële leeromgeving (intern)

Mobile kan twee doelstellingen ondersteunen:

  1. het formeel leren met opgebouwde leerpaden en testen zoals e-learning en met losse assets onder begeleiding van lesgever (dus zowel extern als intern)
  2. het informeel leren door consultatie van losse leerassets of door aanbieden van regelmatige informatie à la vakmagazine (zowel extern als intern)

Deze matrix van positionering en afbakening is belangrijk om te bepalen waarin je wil en kan investeren als instelling en lesgever.

Het onderscheid tussen bv. formeel en informeel is zelfs voor e-learning nog altijd een twistpunt. We verwachten daarom evenzeer veel interpretaties rond m-learning. Misschien helpt dit kader je al even op weg. Ook al zitten in dit kader nog hiaten. Die kan je als lezer zeker aanvullen via de blogcomments. Maar je zal alvast de spreekwoordelijke ezel vermijden door er even op voorhand stil bij te staan.

Waar e-learning bij uitstek moeite mee had, was de integratie in de reële leeromgeving (klas, lesatelier, werkplek in industriële omgevingen…). Zeker in opleidingen voor handvaardigheidsberoepen. Mobile leren schept vooral hier hoge verwachtingen.

 

In een volgend blogtekstje zal ik wat concrete realisaties beschrijven en er conclusies uitlichten.

Studiedag Mediawijsheid in scholen en bibliotheken

debibopschoolHet Departement Onderwijs en Vorming en Bibnet nodigen leerkrachten secundair onderwijs en bibliotheekmedewerkers uit om te ontdekken hoe ze samen kunnen werken aan mediawijze jongeren. Deze studiedag vindt plaats op 24 mei vanaf 10 uur in het Ellipsgebouw in Brussel. Hij is bovendien gratis, maar het aantal deelnemers is wel beperkt.

In de voormiddag kijken we hoe het staat met mediawijsheid in onze scholen en de bibliotheken. Het veld is volop in beweging, maar er is nog werk aan de winkel: zowel voor scholen als bibliotheken blijven er belangrijke uitdagingen.  We tonen hoe scholen en bibliotheken, elk vanuit hun eigenheid, optimaal mediawijsheid bij jongeren kunnen bevorderen. Waar liggen hun unieke sterktes en waar kunnen ze elkaar versterken? Liggen er kansen in een goede samenwerking?

In de namiddag worden concrete voorstellen en aanbevelingen voorgelegd aan de deelnemers van de studiedag. De deelnemers gaan met elkaar in interactie om samen tot concrete en gedragen aanbevelingen te komen.

Programma, praktische informatie en meer info: http://www.bibnet.be/portaal/Bibnet/Lokale_Ondersteuning/Mediawijsheid

 

Vermijden van Powerpoint-beroertes

Powerpoint was het logische gevolg van de informatisering van het onderwijs. Wat eerder met de aloude overheadprojector en plastieken slides gebeurde, werd in een technologisch jasje gehesen en als innovatief voorgesteld. Het concept bleef echter door vele gebruikers behouden: wat je vertelt, simultaan projecteren op het bord. Alsof daar enige meerwaarde zou inzitten. Nog steeds kunnen vele Powerpoint-adepten beschuldigd worden van enerzijds hun onzekerheid te trachten wegmoffelen onder een hoop slides (“Dankzij mijn Powerpoint zal ik niet stilvallen tijdens mijn presentatie en steeds weten wat te zeggen.”), anderzijds moet het al te vaak een gebrek aan kennis bij de presentator verdoezelen (“Wat op mijn slide staat, hoef ik niet te memoriseren.”). Om de meerwaarde ten opzichte van de plastiek slides in de verf te zetten, gieten vele mensen er nog een sausjes van “animations” over (tekst komt binnengewaaid, nieuwe dia’s dansen het scherm op).

Als je je studenten een van de volgende dingen ziet denken tijdens je presentatie, is het mogelijks tijd om het roer om te gooien:
-“Waar heb ik die Flair nu weeral gestoken in mijn boekentas?”
-“Waarom ruilde ik mijn bed voor een zitje in dit auditorium?”
-“Ik had vanavond ook op eigen houtje de Powerpoint kunnen overlopen in mijn zetel.”
-“Waarom heb ik geen nieuwe berichtjes op mijn gsm, ik wil immers mijn tijd zinvol invullen tot het einde van deze presentatie.”

 

Daarom toch een poging om Do’s and don’ts op te lijsten om je toehoorders van een gewisse Powerpoint-beroerte te redden:

-Start je presentatie met een brug naar je publiek: zet een cartoon op je openingsdia, neem een foto die de emotie in zich heeft die je tijdens de les wenst over te dragen, speel in op de interesse van je doelpubliek, maak een link met de recente (populaire) actualiteit.

-Ondersteun je mondelinge boodschap met visuele boodschappen op je dia’s. Het louter reproduceren van je mondelinge boodschap in tekst op je dia geeft geen meerwaarde maar bevestigt je publiek in hun dogma dat er zoveel betere manieren waren om hun tijd te spenderen dan in jouw lezing te zitten (shoppen bijvoorbeeld). Als je alleen verbale boodschappen geeft, wordt slechts 35% onthouden. Combineer je met beelden, dan stijgt dit tot 65%…

-Toon je betrokkenheid, je voeling, je passie. Overdracht gebeurt niet louter vanuit het hoofd, maar evenzeer vanuit de ziel, het hart, de buik.

-Humor is een must. Google naar cartoons die gelinkt zijn aan je topics, maak een link naar de populaire media, naar het dagdagelijkse leven van de studenten. Humor in een presentatie is even effectief voor de aandacht van je publiek als het inlassen van een bewegingstussendoortje in het eerste leerjaar.

-Investeer in een draadloze presenter. Het is dodelijk voor zowel de presentator als voor de toehoorders om tijdens de volledige lezing vastgelijmd aan de computer te moeten blijven staan omdat je tenslotte steeds op de muisknop moet kunnen klikken om een volgend tekstvak te laten binnenfladderen. Een draadloze muis, een Wiimote, een XBOX-controller, een smartphone, een tablet,… kunnen hiertoe dienst doen.

-Walk your talk. Je kan geen lezing over onderwijsvernieuwing geven als je jezelf beperkt tot doceren. Je kan geen lezing geven over betrokkenheid als je niet verder dan 1 meter van je lezenaar komt.

-Kijk niet naar je presentatie op je projectievlak. Zo sta je immers steeds met je rug naar je publiek. Zorg voor een extra monitor die naar jou gedraaid staat waarop je je eigen powerpointvoorstelling kan volgen.

-Een powerpoint is geen samenvatting van jouw lezing, het is een aanvulling. Breng geen feiten, breng een verhaal. Het oplijsten van feitenmateriaal zal jouw publiek slechts bevestigen in hun idee dat ze evengoed hadden kunnen thuisblijven en je inhoud hadden kunnen lezen in een artikel of handboek.

-Het inbouwen van animaties zorgt er nooit voor dat jouw lezing minder saai of meer aantrekkelijk wordt. Zorg voor een sobere stijl.

-Leg je eigen schriftelijke voorbereiding aan de andere van het lokaal. Zo zal je niet in de verleiding komen er steeds naar terug te grijpen of –in het slechtste geval- het beginnen aflezen.

-Kom tot het besef dat er alternatieven bestaan voor Powerpoint (Prezi bijvoorbeeld).

De tablet als boekentas

Elk jaar is het een confrontatie met de harde realiteit: grootwarenhuizen en papierhandels beginnen reeds omstreeks eind juli iedere leerling en iedere student er op attent te maken dat de grote vakantie bijna ten einde is. Er moet dan dringend weer aan het consumeren worden geslaan: pennen, schriften, potloden,… Maar vooral moet er ook een nieuwe boekentas worden gekocht. De oude boekentas is immers versleten, te klein of hopeloos verouderd. De tijd dat een lederen boekentas zowat je hele schooltijd meeging, ligt ver achter ons. Kassa, kassa… In vele gezinnen een jaarlijks ritueel. Belgische gezinnen ramen de kosten van de start van een nieuw schooljaar op 773 euro! Niemand die er een punt van maakt, het kostenplaatje ervan wordt netjes uit de maximumfactuur gehouden.

Over de tablet-pc en meer bepaald over de rol ervan in het onderwijs is al heel wat inkt gevloeid. Geheel terecht: een nieuw apparaat vraagt de nodige beschouwingen vooraleer te integreren in het didactische proces. Maar op het einde van de rit kan je er steevast van op aan dat er besloten wordt dat je als school moeilijk kan verplichten om elke leerling zich een tablet te laten kopen. Wat nochtans eens must is als je er een wezenlijk deel van je onderwijs wil mee vorm geven: elke leerling of elke student heeft dan immers een tablet nodig, zonder uitzondering. Daarom wordt het idee dan uiteindelijk maar afgevoerd. In het beste geval koopt de school zelf een setje tablets aan waarop de leerlingen soms tijdens de lesuren eens kunnen ‘experimenteren’.

Het is echter ten zeerste te betreuren dat een prachtig apparaat als een tablet hierdoor zijn spoedige intrede in de individuele handen van elke leerling of student zou missen. Pas als je als leerling of student je eigen tablet dan en nacht, weekend en weekdag, schooltijd en vakantie, ter beschikking kan hebben, komt het apparaat pas echt tot zijn recht. Huiswerk maken? Op mijn tablet! Les leren? Op mijn tablet! Pas als elke leerling te allen tijde over zijn of haar persoonlijke tablet kan beschikken, kan het alle schoolboeken, werkblaadjes, de klasagenda, het contractwerk, de computerklas en zelfs het digitale schoolbord vervangen.

Gaan we hierbij voorbij aan de sociaal-economische situatie van ouders? Leggen we een extra financiële last op hun schouders? Nee, je kan hoogstens spreken van een verschuiving van het budget bij vele ouders en scholen. Bekijk de tablet als een virtuele boekentas die pakweg 4  jaar zal meegaan, focus vervolgens niet op de klassebak van de tablets, de Ipad, bij de prijssetting. Er zijn immers heel wat kwalitatief sterke tablets op de markt die minder dan de helft van een Ipad kosten. Daarenboven is het gebruik van een opensource besturingssysteem nog steeds aan te bevelen voor scholen, boven het zeer gesloten iOS.
Een tablet vervangt letterlijk de boekentas en het schoolgerei van een leerling. Die kosten die voorheen volledig bij de ouders lagen, vallen letterlijk volledig weg. De inhoud van de virtuele boekentas, tablet genaamd, zijn zoals nu reeds voor rekening van de school: schoolboeken, oefenblaadjes,… En ook daar kunnen ze door de komst van de tablet op besparen. Eerder dus een verschuiving van budgetten, zowel voor de ouders als voor de scholen.

Te kort door de bocht? Te vaak heeft het onderwijs in het verleden gewacht met een daadwerkelijke integratie van nieuwe ICT-materialen met de dooddoener: “Niet alle leerlingen hebben dit thuis”. Zolang niet zowat iedere leerling thuis internettoegang had, kwamen schitterende toepassingen zoals Bingel dus maar moeizaam van de grond. Sinds de laatste jaren zien we dat er een ommezwaai in dit denken komt.

Nu is het dus aan de tablet om de weerstand te doorbreken. Financiële overwegingen mogen alvast geen breekpunt vormen. De intrede van de tablet zal immers andere schoolkosten voor de ouders verminderen. Uiteraard zijn er nogal wat gezinnen voor wie de aankoop van een tablet voor elk schoolgaand kind een onverantwoorde of onmogelijke hap uit het gezinsbudget zou plukken. En daar ligt een nieuwe uitdaging voor elke school afzonderlijk: net zoals sneeuwklassen, bosklassen en zeeklassen waar nodig dienen bijgepast te worden door een sociale kas van de school, kan dit ook gebeuren bij persoonlijk ICT-materiaal.

Bekijk de tablet als een boekentas: je hebt ze in verschillende geuren en kleuren, verschillende maten en gewichten, verschillende prijsklassen. Sommige leerlingen pronken jaarlijks met de nieuwste boekentas, anderen stellen het met een basismodel die dan ook nog eens enkele jaren moet meegaan. Ook tablet s heb je in alle vormen en maten, in alle kleuren en prijsklassen. Maar het is net zoals nu de school die ervoor moet zorgen dat de boekentassen kosteloos gevuld geraken. Apps zoals de e-boekentas maken duidelijk dat de uitgeverijen klaar staan om de ommezwaai te maken. Leren lezen met Hup hoeft niet langer noodgedwongen in een boek, maar is er ook op de tablet. Werkblaadjes, invuloefeningen, contractwerk,… alles is voorhanden om op de tablet te gebruiken. Het aankoopbudget van scholen voor boeken en werkschriften zal omlaag kunnen. Een e-boek kost immers minder dan een papieren versie ervan. Om nog maar te zwijgen over fotokopiekosten die zullen gedecimeerd worden. Het vrijgekomen budget kan gaan naar een wezenlijke financiële bijdrage voor de aankoop van de tablet van de leerlingen met minder financiële armslag. Zo blijven ook zij niet verstoken van het nodige ICT-materiaal, wat de sociale ongelijkheid zal helpen verminderen: het ontbreken van ICT-incentives in economisch zwakkere gezinnen was ooit een van de redenen tot het doorvoeren van de ICT-eindtermen: scholen dienden iedereen in staat te stellen de nodige ICT-vaardigheden te ontwikkelen, los van de eigen opvoedingssituatie. Het verplicht invoeren van een tablet in scholen kan in het zelfde kader gezien worden: elke leerling, los van zijn of haar thuissituatie in staat stellen om ICT-vaardigheden te ontwikkelen die de verdere ontwikkelingskansen in onze maatschappij mee zullen bepalen. En het functioneel gebruik van een tablet kan daar in 2013 niet langer los van gezien worden. Noem de tablet gerust de nieuwe boekentas.

 

Smoothboard air

Smoothboard air is de jongste telg in de smoothboard familie.

Het laat je toe om je leerlingen of je toehoorders je scherm te delen op hun eigen laptop, tablet of smartphone.
Bij de start van je les of van je presentatie projecteer je een QR-code. Iedere aanwezige kan dan met een standaard QR-lezer inloggen. Ze zien dan vervolgens je presentatie of je les verschijnen op hun eigen device.
Het is een logisch vervolg op de trend ‘bring your own device’.
De mogelijkheden voor het onderwijs moeten nog wat worden uitgezocht, maar we herkennen alvast twee mogelijkheden:
-je kan zelf je presentatie bedienen met je tablet of smartphone terwijl je rondloopt in je klas. De veel gehoorde kritiek dat digitale borden het frontaal lesgeven opnieuw in voege brengen, wordt zo de das omgedaan.
-je toehoorders/studenten moeten niet langer naar het (digitale) bord komen om oefeningen in te vullen, te participeren. Vanop hun plaats kunnen ze aanduidingen maken, mindmaps aanvullen,…
Voor de gebruikers is dit volledig gratis. Het enige waar je moet op letten is dat ze verbonden zijn met hetzelfde WIFI-netwerk als jijzelf. Jouw presentatiecomputer moet met andere woorden ook op een wifi-netwerk zijn aangesloten.
Jijzelf kan in eerste instantie de proefversie van Smoothboard Air gebruiken. Deze heeft volledige functionaliteit, maar een vervelend popup-venster moet je er wel bijnemen.  Voor minder dan 20 dollar beschik je over een licentie, verbonden aan 1 computer.

Bezoek het klaslokaal van de toekomst

Het Future Classroom Lab is een nieuw project waarbij een hal van het European Schoolnet (bekend van o.a. e-twinning en het saferinternet programma) is uitgerust met de nieuwste technologieën zoals digiborden, digitale apparatuur voor wetenschappen, mediatechnologie en innovatief interieur.  De Vlaamse overheid is een van de 30 Europese ministeries van onderwijs die deel uitmaken van European Schoolnet.

Het “klaslokaal van de toekomst” is echter niet enkel een demonstratieruimte maar wil vooral een plek zijn waarbij leraren, lerarenopleiders en beleidsmakers nadenken over de plaats van ICT en digitale media in het onderwijs van morgen en hoe conventionele leslokalen gemakkelijk opnieuw kunnen worden ingericht, zodat er ruimte is voor veranderingen op het gebied van onderwijs- en leermethoden.

Het Future Classroom Lab is opgedeeld in  zes zones of “sferen” waar er rond bepaalde leeractiviteiten technologie gebruikt kan worden. Zo is er een zone voor interactieve lesvormen, voor presenteren en instructie, voor onderzoek, voor creatie en creativiteit, voor uitwisseling en voor ontwikkeling.

Verschillende Europese landen hebben al zo’n denk- en demonstratielokaal, maar voor België is dit een primeur. Wie geïnteresseerd is in een rondleiding en demosessie van ca. 2 uur kan zich melden bij jan.decraemer@ond.vlaanderen.be. Er kunnen max. 15 personen aan dit bezoek deelnemen.  Dit bezoek zal doorgaan op dinsdag 5 maart 2013 van 10.00 – 12.30 op de locatie van het Future Classroom Lab: Trierstraat 61, 1040 Brussel (vlakbij metrostation Maalbeek). 

Meer info: http://fcl.eun.org/

 

Hoe je iPad scherm filmen?

Soms heb je een opname nodig van je iPad scherm. Apple heeft het om duistere redenen niet zo makkelijk gemaakt.

Daarom ging ik op zoek en vond deze oplossing.

Het kost je 15 euro voor permanent gebruik, maar je kan het wel 10 minuten gratis proberen.

 

Hoe ging ik te werk?

Voorbereiding.

1/ Zorg dat je een software hebt om jouw computerscherm te filmen. Ik gebruikte hiervoor het gratis http://screencapturer.com/

Maar ieder ander programma is ook goed.

2/ Download Reflector op jouw computer. Dit programma is dus 10 minuten gratis. https://www.reflectorapp.com/

3/ Zorg dat zowel je computer als jouw iPad op dezelfde Wifi aangesloten zijn.

Opname.

4/ Start Screencapturer om je computerscherm op te nemen

5/ Start Reflector.

6/ Dubbelklik op de Home van jouw iPad en scroll naar links tot je dit tegenkomt.

Dit is de “AirPlay” knop die je ook kan gebruiken voor wireless projecteren.

Klik dan op de computernaam waarmee je zal filmen en op “Synchroon”.

 

Nu kan je op jouw iPad scrollen, pinchen en apps openen en demonsteren. En intussen loopt de screenrecorder op jouw computer.

Stoppen.

7/ Dubbelklik homeknop op je iPad en schakel de AirPlay uit.

8/ Stop de software screenrecorder en bewaar jouw filmpje.

Duidelijk?

 

Het resultaat zie je hier: https://www.facebook.com/photo.php?v=10151385931557628&set=vb.274968825936356

Wekelijkse tips over iPad op het werk kan je hier volgen: https://www.facebook.com/IpadOpHetWerk

Meer info over een webcursus over iPad? http://joblog.vdab.be/webleren/2012/11/index.html#entry-6a00d83452368b69e2017c3374c37c970b

 

Tablets en touchscreens in het onderwijs

Nogal wat scholen zijn volop bezig met na te gaan wat tablets kunnen betekenen voor het onderwijs. Waarom deze kennis niet bundelen?  EduBIT organiseert daarom op 14 november een symposium “Touch2learn” (in Lede – nabij Aalst) met vele aandachtspunten:

  • enerzijds overlegrondes over hoe scholen met tablets omgaan (hoe pakten ze dit aan zowel technisch als didactisch) en wat hun bevindingen waren
  • welke mogelijkheden & technologieën zijn er: type tablets, technologieën om tablets te beheren
  • Welke randvoorwaarden zijn er (technisch, didactisch)
  • hoe kan je tabletprojecten opzetten (met ondermeer een eerste publicatie daarover: “Tabletprojecten opzetten in school?”

Naast de sessies, en standhouders is er ook tijd om elkaar aan te spreken.  De dag is zo georganiseerd dat men makkelijk kan aansluiten of enkel voormiddag of namiddag kan kiezen.

Deelname is enkel voor leden van EduBIT vzw. Lidmaatschap kost 75€ en biedt niet alleen toegang tot de studiedag, maar ook tot allerlei workshops, draaiboek voor goed ICT-beleid.

Wie reeds op school een tabletproject lopende heeft, kan dit aanmelden via de site touch2learn.be (iedereen die dit meldt krijgt een leuke attentie) en wie wil kan zich opgeven om in de overlegronde actief deel te nemen secretariaat@edubit.be

Opgelet het aantal inschrijvingen is beperkt.

 

Geen stilte voor de digitale storm.

Ik volg nogal nauwgezet de vakliteratuur via internet: didactische tools, evoluties, vernieuwingen…
Het laatste jaar is er vooral veel geschreven op Amerikaanse en Australische gespecialiseerde sites over de Ipad (of in het beste geval, de tablet).

Maar nu is ook de storm losgebarsten in Vlaanderen. Dikwijls wordt de Ipad naar voor geschoven als het ultieme en vernieuwend didactisch middel.
Maar wat ook opvalt is de resem aan negatieve reacties van al wie van verre en nog verder betrokken is of door de eigenverklaarde ervaringsdeskundigen.
Kijk eens naar de 130 reacties op het artikel in Het Laatste Nieuws over de school in Blankenberge.

Ik vat samen:

  • Spielerei en gadget
  • duur
  • monopolie van Apple
  • gezondheidswaarschuwingen voor scherm, wifistraling…
  • heimwee naar vroeger en de slechte jeugd van tegenwoordig
  • ondoordacht project
  • ondemocratisch
  • over mercantilisme tot ongeoorloofde handelspraktijk
  • veiligheid, schade en diefstal
  • schuld van de socialisten (sic!)
  • de teloorgang van het schoonschrift, de correcte spelling en het hoofdrekenen
  • ……

Het deed me allemaal sterk denken aan de boeren die geen treinspoor door hun wei wilden omdat de koeien geen melk meer zouden geven.
Hier en daar (ik tel er ongeveer 10) ziet een schuchtere commentator in 1 lijntje het positieve ervan in.

Ik wil graag toegeven dat enige omzichtigheid gepast is. De omstandigheden, merkbinding, prijs en diens meer zijn belangrijke variabelen in een onderwijsproject.
Ook daar moet je als schooldirectie rekening mee houden.
Maar intrinsiek moet je nu toch wel blind zijn om de voordelen van de mobiele digitalisering in de leeromgeving te ontkennen.

Zo vond  ik het bericht van de BAFA die vanaf dit jaar de Ipad invoert voor piloten in opleiding.
Het argument van zware boekentas komt ook hier weer op de voorgrond (helaas). Maar de tablet wordt evengoed gebruikt tijdens de vlucht om vluchtroutes te berekenen aan de hand van de ingebouwde GPS.
Zullen we het betreuren dat de piloten hun koerswijzingen nauwgezetter en in last minute berekenen?

Er is gelukkig ook al veel positiefs geschreven over het gebruik van tablets:
http://www.te-learning.nl/blog/?p=5182
http://www.te-learning.nl/blog/?p=4871
http://ipad-in-onderwijs.blogspot.be/
http://www.stationtostation.nl/1236/Tablets
Ik kan de lijst nog langer maken. Maar als je zelf iets nuttig vindt, zet je het in de commentaren?

Zelf ben ik ook bezig met de  implementatie van een proefprojectje met Ipads.
5 Ipads in een horeca-opleiding voor koks. Er zullen 2 eigen ontwikkelde apps op staan. Maar wat me vooral zal interesseren is het gebruik van de Ipad door cursisten.

  • Zullen ze zelfstandig dingen opzoeken en doornemen?
  • Zullen ze de ingebouwde camera gebruiken om hun eigen oefeningen of de demonstraties van de instructeur te filmen?
  • Zullen we dit materiaal weer kunnen herbruiken in nieuwe apps?
  • Zal efficiënter en meer op maat opleiding mogelijk worden?
  • Zal “het ding” meer gebruikt worden dan de computers die 3 lokalen verder staan (en aanzetten, en inloggen en….)?

Ik zal er wellicht nog over berichten.
Merk dus op dat dit geen 1:1 Ipadproject is.

Wat me wel opviel was het gebrek aan doorzichtigheid en standaarden voor ontwikkeling. Voorwaarden voor de Appstore veranderen regelmatig. Android is niet stabiel.
Tijdens de ontwikkeling voor dit pilootproject was kiezen steeds weer verliezen.
Bovendien zijn de apps onder de rubriek “onderwijs” echt wel teleurstellend.
Er is nog een lange weg te gaan voor mLearning ontwikkelaars. En voor de betrokken hard- en software bedrijven.

Wens me dus gewoon maar geluk met dit pilootproject en laat de commentaren over heiligschennis, doem en vagevuur maar achterwege.
Gewoon een pilootproject om de inhoud. Niet om het marktaandeel of de teloorgang van wat dan ook.

Media in de klas: creatief en vernieuwend

We leven in een multimediale maatschappij. Dat is alvast één open deur die is ingetrapt. Eenieder wordt dagdagelijks geconfronteerd met technologische nieuwtjes, computers, gadgets… Zo ook onze kinderen: een veelheid aan prikkels vormt hun belevingswereld. Maar hoe is het gesteld met hun klasomgeving? Volgt het onderwijs de technologische evolutie even snel op?

Afgezien van de huidige hype van het digitale bord in de klas, is er meestal weinig vernieuwing in de gebruikte klasmedia te merken. De twee meest voorkomende kritieken op de nieuwe commerciële media zijn: te duur en te weinig meerwaarde.

De lerarenopleidingen van de KAHOSL te Aalst gingen aan de slag om bestaande technologieën en software te screenen op hun gebruiksmogelijkheden in het onderwijs. Er werd onder meer gezocht naar zinvolle low budget-toepassingen voor randapparatuur van spelconsoles, bewegingscamera’s en overheadprojectoren. Waar nodig werden verbeteringen of aanpassingen doorgevoerd.

Het resultaat is de site www.onderwijsvernieuwing.be die gericht is naar eenieder in het onderwijs die zijn of haar lessen wil optimaliseren door gebruik van nieuwe (en oude) media. Wil je je presentatie bedienen met je smartphone? Wil je van je overheadprojector een beamer maken? wil je zelf in je screencast verschijnen? Neem dan zeker een kijkje. Inspiratie is gegarandeerd.

Tip: bekijk zeker de bijdrage rond de opvolger van het digibord: de tablet-pc. Voor amper 5 euro doe je de nodige aanpassingen om van je tablet-pc een digibord te maken!

Deze blogpost werd ingestuurd door Geert Callebaut, Lector Mediakunde en ICT, KAHOSL

Als iedere druppel telt.

Soms vallen projecten en nieuws wonderbaarlijk en ongepland samen.

Zo ook vrijdag laatstleden zat ik mijn dagelijkse portie nieuws te consumeren. TV-zender Eén bracht een nieuwsitem over de lacunes van startende verpleegkundigen. Het blijkt dat de onmiddellijke inzetbaarheid van afgestudeerden mindert : http://www.deredactie.be/permalink/1.1132215

Wil het nu toch wel lukken dat ik deze week 2 projecten heb afgerond voor verpleegkundigen en een nieuw zal opstarten.

Elke druppel telt.
Dat de rekenvaardigheid van van Jan Modaal vermindert, weten we al langer. Maar verpleegkundigen kunnen het zich niet veroorloven om rekenfouten te maken in doseringen.
Rekenen in de gezondheidszorg moet snel, nauwkeurig en onder stresserende omstandigheden. Een foute berekening van een dosering kan fatale gevolgen hebben en leidt in elk geval tot ernstige ongemakken en gevolgen bij de patiënt. Studies wijzen uit dat fouten nog te vaak voorkomen. Een doseringsfout komt minder vaak voor, maar heeft een grote kans op ernstige gevolgen en moet dus ABSOLUUT worden vermeden.
Het UZGent heeft in een samenwerking tussen de dienst Apotheek, de dienst Vorming en VDAB-Webleren een unieke e-learningmodule over Medisch Rekenen ontwikkeld.

Zo zie je dat op het kruispunt van Onderwijs, Werk en Bedrijfsleven, e-learning zijn steentje bijdraagt. En daar ben ik blij om.

De webcursus staat gratis ter beschikking voor ieder individu en je kan er hier meer over lezen: http://contact.vdab.be/webleren/2011/03/medisch-rekenen.html

Knelpuntberoep
Ik trap een open deur in met “Verpleegkundige is een knelpuntberoep”. Daarom lanceerden we als tweede online infosessie die voor verpleegkundige : http://vdab.be/infosessie/verpleegkundige/index.html

Nog even aanstippen dat op 18 maart 2012 de Dag van de Zorg zal georganiseerd worden.
Als iemand een goed idee heeft om dit online te promoten en zorgberoepen online in het zoeklicht te zetten, of als je een online “ziekenhuisgame” kent… geef me maar een seintje via  onze fanpage op FB.

Dyslexiesoftware! En nu?

Een kleine groep leerlingen van ongeveer 2 à 3 procent heeft een heel ernstige beperking in schriftelijke communicatie. Deze groep heeft meer kansen om beter te functioneren in het onderwijs en in de maatschappij wanneer zij op school compenserende ICT-hulpmiddelen mogen gebruiken.

Het gebruik van dyslexiesoftware op school is echter nog al te vaak iets dat door betrokkenen als niet-evident ervaren wordt. Leerrkachten hebben soms drempelvrees of vragen hiervoor specifieke ondersteuning. Scholen vrezen soms conflicten i.v.m. de gelijke behandeling van leerlingen die wel en niet met een laptop kunnen werken. Ook ouders hebben soms vragen. Om antwoorden te bieden op deze vragen en een inspiratiebron aan te bieden om ICT-hulpmiddelen te integreren in het zorgbeleid van de school hebben het Samenwerkingsverband van Netgebonden Pedagogische Begeleidingsdiensten vzw, Die-‘s-lekti-kus vzw, Gelijke Kansen in Vlaanderen, de Onderwijsinspectie en het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming een brochure uitgewerkt.

Dyslexiesoftware! En nu? kan je hier downloaden

Het onderwijsmagazine Klasse besteedde deze maand eveneens uitvoerig aandacht aan de problematiek. 

De Vlaamse overheid financiert ook een project Adibib waarbij gebruikers van dyslexiesoftware digitale handboeken kunnen bestellen. Dit project gebeurt i.s.m. vzw dieslektikus. zie:  www.letop.be

ICT-gereedschappen voor leerkrachten van de 21e eeuw

De Nederlandse ict-coördinator Leendert-Jan van Splunter heeft een engelstalig boekje vertaald EN BEWERKT :  “Tools for teachers of the 21st century” van Michael Zimmer.

Zelf schrijft Leendert-Jan op zijn blog : “Omdat ik veel van de in het handboek genoemde tools inmiddels ook kende en weet dat ze door
enthousiaste collegae, die actief bezig zijn met “onderwijs met ict”, worden gebruikt, leek het me nuttig een poging te wagen het boek te vertalen. Er zijn ook nog veel collegae die deze ictgereedschappen niet kennen.”

Mij lijkt het vooral  interessant om te lezen HOE een ander deze (dikwijls reeds gekende) tools inzet in de leercontext.

Volgende tools worden er besproken :

  • Twitter
  • Blogsoftware : Blogger, Edublogs, WordPress
  • Google RSS Reader
  • Social Bookmarks : Diigo
  • Glogster als een persoonlijk digitaal prikbord
  • presentatietoepassing Prezi
  • Online opslagplaats Dropbox
  • Online notitieboekje Evernote
  • Quizlet
  • Wallwisher als een gedeeld virtueel prikbord
  • Titanpad (online en real time samenwerken op een doc)
  • Skype
  • Wordle
  • GoogleSites en Weebly
  • Wikispaces
  • TimeRime ( Dit besprak ik zelf eerder al op deze blog. En is zelf toegevoegd door Leendert-Jan)

De pdf  haal je hier.