13 jaar internet op school.

Als een mens een dag geen internet, geen digitale tv en geen telefoon heeft, doet hij gekke dingen. Zo ook uw edublogger. Opruimen… en dan een Clickx Extra uit herfst 1998 vinden over … “Internet in je klas”. En omdat je soms wel eens moet terugblikken om de huidige stand van zaken in te schatten, geef ik hier een greep uit die befaamde editie.

 

De cover en inhoudspagina komen al bevreemdend over… 292 url’s… waarvan slechts 38 didactische url’s (over chemie, geschiedenis, latijn, enz). Een artikel van 6 (zés!) pagina’s over zoeken op internet met Altavista (bestaat nog steeds maar is overgenomen door Yahoo!)…. Toen was zoeken nog een ambacht. Er waren immers 38 of meer zoekmachines. Kan jij er meer dan 5 uit het blote hoofd opsommen? (*Google, Google, Askjeeves, Bing en …Google?)

 

Lees even het eerste blad van “Je eerste stappen”. De ietwat betuttelende manier van uitleggen in dit artikel doet het ergste vrezen. Nu weet iedereen wat internet is, dat je een provider nodig hebt, enz.  Ik lees ook dat onbeperkt surfen op ISDN 9000 Bfr per jaar kostte. Voor de jongste lezers, dat is 225 euro. Betaal jij nu ook meer dan het dubbele?

Maar goed, technologisch zijn we in die 13 jaar toch wel vooruit gegaan: sneller, niet meer inbellen, wireless, Firefox en Chrome, streaming audio en video, 3D, sociale media…

 

Maar het meest interessante is natuurlijk het artikel met toenmalig minister Van den Bossche (geflankeerd door Fientje). Mijn gekleurde bril haalt hier een paar zinsneden uit. (Het artikel bestaat uit 3 pagina’s : pg1, pg2, pg3)

“We willen dat alle scholen over vier jaar beschikken over 1 pc per 10 leerlingen in de leeftijdsgroep van 9 tot 18 jaar.” Kan iemand even opzoeken hoeveel dat nu is? (Zet het maar in de commentaren bij dit artikel.)

“Ik juich het idee van ICT-coördinatoren toe maar sommige projecten draaien inderdaad te veel op het enthousiasme van één leerkracht. Het moet geïntegreerd worden in het schoolwerkplan.” Heb ik dat niet nog eens gehoord op seminaries de laatste tijd?

“Momenteel wordt een project afgewerkt dat het hele administratieve proces voor het eigen aanbod van schriftelijke cursussen automatiseert. In de toekomst  willen we die cursussen ook gaan aanbieden via Internet. Hierbij zullen bepaalde cursussen worden omgevormd met hyperlinks en aangevuld met geluidsfragmenten, interactieve oefeningen of video.”  Had hij het hier over Bis-Online? Je weet wel, dat project dat 5 jaar geleden is opgedoekt.

“Ik zie de opdracht van die regionale expertisenetwerken trouwens ruimer dan alleen maar nascholing. Ik verwacht dat ze ook technische ondersteuning gaan geven bij de installatie van het computerpark en het gebruik van programma’s. Een soort helpdeskfunctie dus…..” REN-Vlaanderen, dus. Intussen ook RTC’s.

“Drie doelstellingen. Ten eerste onderwijsmensen bewust maken van de educatieve mogelijkheden van ict. Ten tweede hen stimuleren om zelf in gang te schieten door het maken en aanbieden van goede praktijkvoorbeelden van modellen en methoden. Ten derde uitgebreide nascholing en opleiding aanbieden.” Het huidige Toll-net?

Je merkt ‘t. Nil novo sub sole. Zelfs cyberpesten was toen al een aandachtspunt. Maar toch… op technologisch vlak veel vooruitgang. En in iedere instelling is er nu wel een ELO, een ict-coördinator, een computerklas, digitale schoolborden… Leerkrachten zijn volop bezig met ict te integreren. Nascholingen links en rechts. Sociale media worden stilaan als kanaal en middel ingezet.

Ik nodig de lezer van harte uit om commentaren te posten. Ik lees graag hoe jij de situatie van nu inschat tov herfst 1998. En of je dergelijk artikel kan appreciëren. 😉

 

EU rapport over ICT-integratie in Europese scholen

Jonge mensen gebruiken computers en internet thuis hoofdzakelijk voor de fun, en in veel mindere mate voor school. Dat staat in het rapport Key Data on Learning and Innovation through ICT in European Schools 2011 van het Eurydice-netwerk (Europese Commissie).

Vaststellingen op basis van onderzoeksgegevens uit 31 landen (de EU-lidstaten plus IJsland, Liechtenstein, Noorwegen en Turkije):

  • 83% van de 15-jarigen gebruikt hun computers thuis voor ontspanning, 46% voor huiswerk.
  • Maar 20% onder hen gebruikt op school computers voor wetenschappelijke proeven, lezen, schrijven of vreemde talen.
  • Scholen in de Europese Unie zijn doorgaans goed uitgerust met ICT – in minstens 50% van de scholen is voor elke twee leerlingen een computer beschikbaar.
  • De verschillen tussen de landen zijn veel kleiner geworden dan 10 jaar geleden, toen een computer gemiddeld werd gedeeld met 5 leerlingen in Liechtenstein en met 41 leerlingen in Roemenië.
  • Tegenwoordig zijn de Britse scholen het best uitgerust, met meer dan een computer per leerling. In alle andere landen delen tussen een en vier leerlingen een computer, met uitzondering van Turkije (5.5) en Griekenland (6).
  • Veel scholen ervaren problemen met de aanwerving van voldoende ICT-geletterde docenten, en in de meeste landen is er te weinig on-the-job training.

Key Data on Learning and Innovation through ICT in European Schools 2011 (pdf, 124 p.)

Highlights (pdf, 4 p.)

Press message (pdf, 1 p.)

ICT-gereedschappen voor leerkrachten van de 21e eeuw

De Nederlandse ict-coördinator Leendert-Jan van Splunter heeft een engelstalig boekje vertaald EN BEWERKT :  “Tools for teachers of the 21st century” van Michael Zimmer.

Zelf schrijft Leendert-Jan op zijn blog : “Omdat ik veel van de in het handboek genoemde tools inmiddels ook kende en weet dat ze door
enthousiaste collegae, die actief bezig zijn met “onderwijs met ict”, worden gebruikt, leek het me nuttig een poging te wagen het boek te vertalen. Er zijn ook nog veel collegae die deze ictgereedschappen niet kennen.”

Mij lijkt het vooral  interessant om te lezen HOE een ander deze (dikwijls reeds gekende) tools inzet in de leercontext.

Volgende tools worden er besproken :

  • Twitter
  • Blogsoftware : Blogger, Edublogs, WordPress
  • Google RSS Reader
  • Social Bookmarks : Diigo
  • Glogster als een persoonlijk digitaal prikbord
  • presentatietoepassing Prezi
  • Online opslagplaats Dropbox
  • Online notitieboekje Evernote
  • Quizlet
  • Wallwisher als een gedeeld virtueel prikbord
  • Titanpad (online en real time samenwerken op een doc)
  • Skype
  • Wordle
  • GoogleSites en Weebly
  • Wikispaces
  • TimeRime ( Dit besprak ik zelf eerder al op deze blog. En is zelf toegevoegd door Leendert-Jan)

De pdf  haal je hier.

Auteursrechten. De case-Houellebecq

Reblogging The Sausage Machine, 1 december 2010.

Auteursrechten in paradox. In definities van Florent Gallaire, Michel Houellebecq en Flammarion, en last but not least Wikimédia France. Het begon met Houellebecqs Prix Goncourt 2010 en de Wikipedia. Het eindigt bij Wikipedia. Of begint het debat nu pas echt?

Le Prix Goncourt 2010 est le premier grand prix littéraire à être décerné à une œuvre littéraire libre. Ou encore, ‘La carte et le territoire’ est la première œuvre libre a recevoir un grand prix littéraire, a fortiori le Prix Goncourt.

Florent Gallaire blogging, onder het motto Free (libre) software and free (libre) culture (science and law).

Op de blog van Florent Gallaire kon je een link vinden naar een gratis download van La carte et le territoire onder CC-BY-SA, de roman waarmee Michel Houellebecq onlangs de prestigieuze Prix Goncourt won. Kon je: verleden tijd. In een update van zijn post heeft hij de link vandaag 1 december verwijderd. Jammer toch. Hij doet dat onder druk van uitgever Flammarion. Ook wil hij niet langer commentaren op zijn open-source-actie modereren. Het door hem gelanceerde debat kan elders voortgezet.

Met welk recht gooide Florent Gallaire de roman integraal te grabbel op het web? Simple comme bonjour: dankzij Wikipedia! Hij beriep zich op CC-BY-SA, omdat Michel Houellebecq in zijn roman uit Wikipedia geciteerd heeft. Zonder zijn bron(nen) te noemen. Hij wil(de) hem op deze manier de les lezen over CC-auteursrecht in open source. Maar ging hij hiermee het recht niet te buiten?!

Wikimédia France had gisteren de gratis-actie van Florent Gallaire al officieel veroordeeld. Op hun blog lezen we hun antwoord op cruciale vragen i.v.m. het auteursrecht en de Creative Commons. Wikimédia brengt de basisprincipes van de Wikipedia nog eens onder de aandacht (0.a. Wikipédia n’est pas un auteur) en licht de Creative Commons-licentie CC-BY-SA toe waaronder zijn gebruikers bijdragen plaatsen. Ook wijzen ze erop dat Houellebecq zijn bronnen had moeten opgeven, uit respect voor de Wikipedia-bijdragers:

Michel Houellebecq aurait donc dû, à tout le moins, indiquer soit en bas de page, soit en fin d’ouvrage, que le contenu provenait de l’article X ou Y de Wikipédia, et donner l’URL des articles en question. Cela permet de remonter facilement à la liste des auteurs, accessible par l’onglet « historique » en haut de chaque article de Wikipédia.

Dat is ook mijn standpunt. Ik ging niet helemaal akkoord met Bart Van Loo een tijd geleden, waar hij de plagiaatkwestie-Wikipedia die direct na verschijnen van de roman de kop opstak, overroepen noemde.

Algemeen gesproken ben ik ook vurig voorstander van open source. Dat wil ik bij deze gelegenheid nog eens herhalen. Terug naar Wikipedia. Die wereldencyclopedie-van-en-voor-iedereen, daaruit ‘pikt’ iedereen toch wel. Dat is toch gewoon gemeengoed. Ja, dat is haar bestaansrecht, maar dat wil niet zeggen dat je ze niet als bron zou opgeven. Ik ben tegen plagiaat, voor de grootste transparantie, het openste boek, dus voor bronvermelding, tout court, altijd en overal, ook van het kleinste citaat, uit het diepste respect voor elke auteur, elke maker, ook voor wie onder Creative Commons publiceert.

Wat die Creative Commons betreft – waarop Florent Gallaire zich dus beriep om het boek van Houellebecq door de wereld te laten ‘hergebruiken’ – Wikimédia France besluit zijn officiële stellingname fijntjes met:

Les licences Creative Commons s’appuient sur le droit d’auteur pour donner à chacun la liberté de partager ses productions intellectuelles. Elles ne peuvent en aucun cas servir de prétexte au fait de bafouer le droit moral d’un écrivain. Personne n’a à se faire justice soi-même, nous avons un système judiciaire pour cela.

Het debat over auteursrechten en vrije licenties is open als nooit te voren, dankzij Florent Gallaire. Houellebecq en zijn uitgever bakken er de zoetste broodjes bij, neem dat van me aan. Hoeveel exemplaren zouden er zijn gedownload? Ik durf te denken dat de ‘schade’ erg beperkt is gebleven. Zou zo’n eenmansprotest als dat van Florent Gallaire nu echt zoveel lezers weglokken van de (e-)boekhandel? Ik geloof er niks van. Niet iedereen leest literatuur, en een aantal lezers kiezen nog altijd radicaal voor de ‘tastbare‘ papieren boekvorm. Soms naast een (legaal) e-exemplaar. Een troost: La carte et le territoire is ook mooi meegenomen promo voor Wikipedia. Dat een gevestigd en bekroond auteur als Houellebecq er zich informeert (ik laat zijn plagiaat heel even buiten beschouwing) versterkt de positie van de open, vrije encyclopedie.

Afbeelding: screenshot van de cover van Florent Gallaires pdf. Gallaire verwees eerst naar RapidShare voor zijn pdf. Nadien verlegde hij de link naar Archive.org waar je verschillende e-formaten kon downloaden.Vandaag meldt die site: The item is not available due to issues with the item’s content.

Update 2 december 2010. Het hoofd koel (!) neem ik vandaag al de uitspraak boven van francofiel en expert Bart Van Loo nog eens  in de mond, maar dan in ‘bijvallende‘ zin, en tegen de context van Gallaires protest: overroepen. Lifehackend klasseer ik Houellebecq CC-BY-SA bij de literaire stunts. Goed om bij te blijven, ev. voor  personal learning. Of voor in de klas, als actuele debataanzet. Of doodgewoon: nieuws van de dag.

Related: Arnoud Engelfriet over internetrecht. Zijn boek heb ik hier nog ergens liggen. Maar waar? Ik moest er binnenshuis nog maar eens lifehackend tegenaan gaan. Kijk toch, hoe mooi, het sneeuwt al tot hier. Kan ik echt beter niet in het verkeer vandaag, beste weerman? En à propos, beste Sint, hoe zit dat met de gladheid van de daken zondagnacht?

Competenties voor de 21e eeuw

Europa spreekt over “new skills for new jobs”, de OESO over 21st century skills. Maar wat we daarmee precies bedoelen is niet altijd even duidelijk. In opdracht van de Vlaamse overheid onderzocht de OESO de aandacht voor 21st century skills in nationale curricula. Wat blijkt?  In de meeste OESO-landen was er wel een notie van deze vaardigheden, maar de voornaamste conclusie was dat iedereen er iets anders onder verstaat, dat er geen gemeenschappelijke taal en stam is als we het hebben over deze 21st century skills.

Een van de interessantste recente initiatieven is het P21, het Partnership for 21st Century Skills. P21 is een consortium van technologiebedrijven en onderzoekscentra die zich tot doel gesteld hebben een duidelijk kader te ontwikkelen voor 21st century skills en voor de implementatie ervan in leerprocessen. Bernie Trilling en Charles Fadel – resp. Education managers bij Oracle en Cisco – schreven over hun werk in het P21-project een bijzonder lezenswaardig boek: “21st Century Skills. Learning for Life in our Times”.

De auteurs starten met een analyse van het huidige onderwijssysteem in de meeste Westerse landen: onderwijs volgt een agrarische kalender ( lange zomervakanties die toeliet om te helpen bij de oogst), een industriële tijd/ruimteindeling (gericht op disciplinering nodig voor bandwerk) en een middeleeuwse canonieke vakkenstructuur (klassieke en nieuwe talen, wiskunde, kunsten).

Het doel van het onderwijs is echter de persoonlijke talentontwikkeling, het voorbereiden op de arbeidsmarkt, het bijbrengen van burgerzin en het doorgeven van waarden, normen en culturele tradities. In de visie van Trilling en Fadel moet het onderwijs mee evolueren met de maatschappelijke veranderingen. Ze stellen openlijk de canon en de vakkenstructuur in vraag. De goed gedocumenteerde afname van zogenaamde industriële routine-jobs ten voordele van dienstverlening en creatieve banen vereist -aldus de auteurs- een grondige herziening van de vaardigheden, attituden en inhouden die in een actueel onderwijs aangeleerd moeten worden. Als alternatief bieden ze een coherente visie op 21st century skills. Ze delen deze op in drie delen:

Competenties voor leren en innovatie

–         Kritisch denken en probleemoplossend vermogen

–         Communicatie en samenwerking

–         Creativiteit en innovatie

Burgerschaps- en beroepscompetenties

–         Flexibiliteit en aanpasbaarheid

–         Initiatief en zelfsturing

–         Sociale en interculturele vaardigheden

–         Productiviteit en resultaatgerichtheid

–         Verantwoordelijkheid en leiderschap

Digitale geletterdheid

–         Informatiegeletterd: informatie zoeken, verwerken en delen

–         Mediageletterd: inzicht in werking van media en zelf actief media gebruiken en produceren

–         ICT-geletterdheid: veilig, verantwoord en doelmatig (effectief en efficiënt) gebruik van technologie

Er is hier dus sprake van drie vormen van digitale geletterdheid, waarbij de focus op ICT er slechts één is. Informatiegeletterdheid omvat de competentie om efficiënt en effectief toegang te krijgen tot informatie, kritisch  informatie te kunnen evalueren en de informatie creatief en accuraat te gebruiken.

Mediageletterdheid omvat de competenties om media de analyseren (hoe worden mediaboodschappen opgebouwd en “verpakt”? Hoe interpreteer je mediaboodschappen? , inzicht in de manier waarop allerlei media gedrag en meningen kunnen beïnvloeden,…) en de vaardigheid om zelf mediaproducten te ontwikkelen. Het gaat bij dit laatste om het gebruik van de gangbare media tools (bv. sociale netwerken, blogs, digitale foto en video,…). Het gebruik van deze mediatools om te leren en om ermee les te geven is daarbij minder evident dan het op het eerste zicht lijkt. Het didactisch mediagebruik verondersteld immers een digitale didactiek die nog grotendeels in ontwikkeling of experimenteel is …

ICT-geletterdheid omvat de competenties om technologie te gebruiken voor het organiseren, evalueren, opslaan, en communiceren van informatie en impliceert de praktische technisch-instrumentele vaardigheden om technologische hulpmiddelen te gebruiken.

 

“Competenties voor de 21e eeuw” verder lezen

Haal veel meer uit LinkedIn

Logo_linkedin De netwerksite LinkedIn is je waarschijnlijk al bekend. Misschien heb je al een profiel of kreeg je al uitnodigingen om aan te sluiten bij het netwerk van mensen die je kent. Maar ken je ook de wàre kracht van LinkedIn? Wist je bijvoorbeeld dat LinkedIn ook een schitterend instrument is als je op zoek gaat naar een nieuwe job?

Die know-how kreeg VDAB van networking coach Jan Vermeiren.  Hij is de auteur van de boeken ‘Let’s connect’ en ‘Hoe LinkedIn nu ECHT gebruiken’ en dé specialist bij uitstek als het om netwerking gaat.  Je kan een light versie van zijn laatste boek op zijn site aanvragen. Hier verklappen we alvast de essentie.

Je vertrekt vanuit je doel, een nieuwe job vinden. De DOEN-oefening helpt je om je doel duidelijk te stellen. Daarna volg je een basisstrategie in 3 stappen:
• een aantrekkelijk profiel maken op LinkedIn,
• je basisnetwerk of eerstegraadsnetwerk opbouwen,
• je netwerk efficiënt en effectief verder uitbouwen.

Wanneer je dan op zoek gaat naar de juiste mensen die je kunnen helpen om een nieuwe job te vinden, maakt LinkedIn de connecties zichtbaar die je met hen hebt. En juist daarin schuilt de grote kracht van LinkedIn. Het geheim tot succes schuilt hem dus in je 2e-graads netwerk : de kennissen van je kennissen.

De volledige strategie die je naar je toekomstige job kan leiden, met alle details, voorbeelden en waardevolle tips vind je in een nieuwe webcursus ‘LinkedIn om een job te vinden’. De eerste reacties zijn al binnen, allemaal positief. Samengevat: warm aanbevolen!

Speciaal voor de edubloggers : hierbij een gratis en voor niets demo-toegang :

– surf naar http://e-leren.vdab.be
– Gebruikersnaam: st_dlinkedi
– Paswoord: f5z5etti

Maar dan moet je wel eerst onze netwerkgedachte delen !

De Canon 50 Nederlandse literatuur volgens Marita Mathijsen

  Uit Taalschrift van 26 december 2009 geknipt … Daar is een discussie aan de gang n.a.v. een pleidooi en de leeslijst Canon 50 Nederlandse literatuur van prof. dr. Marita Mathijsen van de UvA: Niets is zo vanzelfsprekend als een verplichte literatuurlijst op school.

Mijn mening? Zoals eerder gezegd, ben ik voor het wilde kiezen van boeken op school. De literatuurdocent geeft immers de kennis door om zijn jongere lezers ‘vrij’ te leren kiezen. Die kennis omvat literatuurgeschiedenis met canonvorming, literaire genres en hun structuren, hoge en lage cultuur, inwijding in de wereldliteratuur, kritiek, boekenmarketing, literatuur in de Digital Age, leescultuur met schoolse leeslijstenboekenzoekers, landelijke leesbevorderingscampagnes toe … Misschien vergeet ik op dit moment wel belangrijke studie-items. Ik heb het over kennis van literatuur tout court, de basics, de grote context, een terminologie en een instrumentarium om literatuur beter te kunnen lezen, en ze te ‘verwerken’ in dialoog met docent, peergroep en anderen. Met de Canon 50 van Marita Mathijsen hebben we er een interessante visie en zeer waardevolle literatuurlijst bij. Wat haar standpunt betreft, en dan vnl. haar eindperspectief op economie en psychologie, daarop wil ik bij gelegenheid nog terugkomen:

[…] met een verplichte literatuurlijst bereiden we jongeren voor op een maatschappij waarin literatuur meetelt en waarin zíj niet meetellen als ze niet een reservoir aan literaire competentie meegekregen hebben. Het is een kwestie van Darwiniaans overleven: met een flinke literaire bagage staan ze sterker in het leven, zowel economisch als psychologisch.

Marita Mathijsens stelling in Taalschrift, 26-12-2009.

  Gelezen? En goedgekeurd? Welke werken hebben je leven ‘versterkt’? Nieuwe schrijvers ontdekt? Toch nog even dit uitsmijtertje opgetekend uit mijn decennialange praktijkervaring van leraar Nederlands in het so … Tim, toentertijd in 4 so, reagerend tijdens een literatuurles (zijn woorden zijn in mijn geheugen gebrand):

Waarom moeten we eigenlijk al die verhalen en gedichten lezen?? Wat is daar het nut van? Ik zie het niet! Ik heb er niks aan! Mijn ouders lezen ook geen boeken. Wij hebben thuis geen boeken, en als ik dat zo zie: doen wij het slechter dan andere mensen? Zijn wij ongelukkiger?? Nee!!

Tim, 4 so, schooljaar 2004-2005, n.a.v. deelname van mijn klas aan een onderzoek van dr. Tanja Janssen (UvA) over verhalen lezen.

Crossposted in The Sausage Machine.

ICT zonder beperkingen

cover publicatie ICT zonder beperkingen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Het ministerie van onderwijs lanceert een sensibiliseringscampagne over het gebruik van ICT bij leerlingen met beperkingen en dit zowel voor het gewoon als buitengewoon onderwijs.

In dit kader wordt een nieuwe publicatie voorgesteld met informatie, tips en een CD-Rom met lesmateriaal. REN-Vlaanderen organiseert dit schooljaar ook een nascholingsreeks over dit thema.

De publicatie kan gratis besteld worden via de publicatiedienst van het Agentschap voor Onderwijscommunicatie.

Moral panic of een positief beeld van Gen Y ?

Dezer dagen laait de moral panic rond de jeugd weer hoog op. Aanleiding is de 17-jarige Kretschmer die in Duitsland 15 mensen doodde. En jawel… hij speelde urenlang “Counterstrike”. Dat de onfortuinlijke jongeman in psychische behandeling was, wordt even terzijde gezet in de publiekscommentaren.

Een veel betere en gedegen (lees “onderbouwde”) introspectieve dan deze volkscommentaren is het GLOEDNIEUWE boek “Is het nu Generatie x, y of einstein?” van Pedro De Bruyckere en Bert Smits. Het doorprikt enkele mythes en verklaart de belangrijkste tendensen die de generatie Y typeren. De auteurs schetsen een genuanceerd, soms grappig en telkens positief beeld, waarin je vaak je zoon of dochter, je leerling of je student zult herkennen.

Je vindt er 6 hoofstukken waarvan ik onmiddellijk naar het laatste gegrepen heb 😉 Pedro vertelde me achteraf dat ieder hoofdstuk wel bedoeld is om als apart geheel door te nemen. Oef !

1. De einsteingeneratie :
Hoofdstukje over de benamingen en implicaties errond. Generatie Y, Gen Me-myself and i, de zapgeneratie, de Furby-generatie…

2. Jongeren vandaag toch slimmer ?
Hoofdstukje over de mythe van multi-tasking, de fenomenen van telescoping, probing… (Boeide me enorm!)

3. Nieuwe informatiestromen
Hoofstuk over computer, web2.0, gsm, en mediasmart zijn, nl. de jongeren doorprikken alle marketing met gemak en ontwikkelen een totaal andere omgangsvorm met informatie. Oudere generaties snappen dikwijls niet dat hun virtueel leven even echt is/aanvoelt als hun real life.

4. Grenzen die vervagen
Hoofdstuk over het “verdwijnen” van de generatiekloof en de global village waarin jongeren opgroeien.

5. Wat is authenticiteit?
Hier komen we duidelijk bij de kern van het onderzoek van Pedro en Bert. Hierdoor kunnen zij heel wat fenomenen, tendenzen en incidenten verklaren.

6. Einsteinjongeren in de klas : tips
Hoeft dit meer betoog? LEZEN DUS !!! 🙂

Als spreker heb ik Pedro al 3 of 4 maal aan het werk gezien… boeiend, onderhoudend… telkens weer. En authentiek ! Bekijk volgende presentatie maar eens : Einstein-generatie : Pedro De Bruyckere

Ik voel me toch nog altijd een beetje generatie y ! En veel van mijn leeftijdsgenoten snappen het niet goed. Nu kan ik het hen tenminste uitleggen aan de hand van authenticiteit, probing, telescoping ….

Reality Check voor Web2.0

Een snode collega heeft een eindrapport van een studie op mijn buro gelegd… met een post-itje “Reality Check ?”.

Met krimpende maag even grondig doorgelezen en tja… ik moet na lectuur toegeven dat Web 2.0 botst op natuurlijke grens van implementatie en operationalisering in het domein van onderwijs en vorming.

Het is een studie van Jeroen Onstenck van eind 2008 : Onderzoek ‘WEB 2 in de BVE’ Informele digitale leermiddelen en Web 2.0 in het beroepsonderwijs in Nederland.

Ok even ophelderen…

  • Web 2.0 : verzamelterm voor interactieve web-based toepassingen en vernieuwende websites, waarbij alles in het teken staat van communiceren over en delen van informatie: ook wel genoemd social software.
  • BVE : Middelbaar BeroepsOnderwijs – Officieel : “Beroeps- en VolwassenenOnderwijs”
  • Informeel leren : het zelfsturend, soms incidenteel en soms ongestructureerd kennis en kunde verwerven

De studie, hoe kan het ook anders, is sterk onderbouwd in zijn bronnen, methodologie, case-onderzoek en verhelderend voor wie meer definities zoekt over web 2.0, leertheorieën (zoals constructivisme, collaboratief leren, informeel leren…) Dus op dat vlak een aanrader. “Reality Check voor Web2.0” verder lezen

Internet overleven

Ik kan leven zonder internet. Zeker weten. Maar dan zou ik van werk moeten veranderen en waarschijnlijk ook ergens anders gaan wonen. In mijn huidig leven zie ik mij niet leven zonder internet.

Ik ben een intensieve gebruiker. Op school, thuis, op mijn portable, mijn Mac Mini en mijn GSM. Toch zijn er mensen die internet proberen te overleven. Daar gaat deze post over, naar aanleiding van een boek dat ik las van Cor Molenaar: Internet overleven, van flowerpower tot Second Life (ISBN:978-90-430-1537-0).

Het boek analyseert wat er de laatste 2 a 3 generaties in onze maatschappij gebeurd is, met een focus op een selectie van veranderingen en de impact ervan op ons én op onze huidige maatschappij.

Telefoon Cuba

Verklaringsgronden waarop Molenaar zijn visie baseert:

“Internet overleven” verder lezen

Eduboek: Jongeren met extra zorg (I)

jongeren met extra zorg

Onze collega’s bij het weblog “ICT voor zieke kinderen” merkten de nieuwe publicatie van Wolters Plantyn al op, “Jongeren met extra zorg”. In dit boek vind je praktische tips hoe je via diverse technologieën goeie oplossingen kan bieden voor kinderen die extra zorg nodig hebben in het onderwijs (bijvoorbeeld leerlingen met een motorische of verstandelijke beperking of langdurig zieke kinderen…)

Het boek start vanuit de vaststelling dat een nieuw kader voor leerzorg ervoor zorgt dat vanaf 2009 veel meer kinderen met een beperking zullen kunnen deelnemen aan het gewoon onderwijs, waardoor extra ondersteuning, ook op ICT vlak, alsmaar belangrijker zal worden.

De publicatie slaagt erin om de problematiek maar ook de opportuniteit in detail te schetsen – na het lezen van dit boek heb je als lezer niet alleen zicht op de technologische en softwarematige aspecten (deel I), maar ook van de compenserende didactiek (deel II) en het feitelijke implementeren van de tools (delen III en IV). Ik was vooral gecharmeerd over de zeer grote bruikbaarheid voor personen die op een snelle en eenvoudige manier een zicht willen krijgen op de opportuniteit van “ICT als compenserend instrument voor zorgbehoevende leerlingen”. Vol praktische voorbeelden, tips&tricks, richtlijnen, interessante websites of publicaties…

Ook mogelijke problemen of pijnpunten worden niet uit de weg gegaan, bijvoorbeeld de beschikbaarheid of kost van aangepast computermateriaal, deskundigheidsbevordering bij lesgevers (en ouders!), of de behoefte aan een veel meer individuele begeleiding van leerlingen met beperkingen.

Dit boek is een absolute aanrader voor de professional die bezig is met (ondersteuning van) onderwijs aan jongeren die extra zorg behoeven.

Praktische informatie:
Gombeir, D. (redactie), Jongeren met extra zorg. Stimuleren en compenseren met hulp van ICT, Mechelen, Wolters Plantyn, 2007, 328 p., ISBN 978-90-301-9029-5, prijs 30 euro, klantendienst@woltersplantyn.be

Beheers uw taal!

Van 15/10/2007 tot en met 19/10/2007 zit er bij De Standaard elke dag een taalbijlage. De reeks heet “Praktisch taalgebruik anno 2007” en geeft tips over teksten die we tegenwoordig almaar vaker schrijven, zoals mails, lezersbrieven en teksten voor het web.

Dat zijn dan ‘moderne’ teksten, maar de taal die we daarbij gebruiken, blijft wel het Nederlands en de mogelijke grammaticale struikelblokken blijven dezelfde.

Zin om het allemaal even op te frissen? Gewoon De Standaard kopen volgende week. De bijlagen zullen ook op de website staan, maar het is niet duidelijk of ook niet-abonnees die daar zullen kunnen bekijken.

Hoe sterk is mijn school?

Hoe sterk is mijn schoolDankzij twee Canadezen die een tijdje geleden de ‘shut down’-dag organiseerden (één dag zonder computer), heb ik me kunnen verdiepen in het studieboek ‘Hoe sterk is mijn school?’ – ‘ Het beleidsvoerend vermogen van Vlaamse scholen’, (Uitgeverij Wolters Plantyn) van de promotoren Peter Van Petegem, Geert Devos, Paul Mahieu, Thu Dang Kim (Onderzoeksgroep Edubron) en Veronique Warmoes (Vlerick Leuven-Gent). Het is een coproductie van deze uitgeverij (Professionele informatie), met Edubron en Management School, Vlerick Leuven-Gent. Het is het resultaat van het onderzoek dat gevoerd is in opdracht van de vroegere Vlaamse minister van Onderwijs, Marleen Vanderpoorten (2000). (ISBN-10: 9030190035)
In een eerste hoofdstuk worden vanuit vroegere onderzoeksresultaten de definities van begrippen duidelijk omschreven. Wat verstaat men onder beleidsvoering, beleid, beleidsuitvoering, beleidsruimte en -benutting? Aan de hand van de typologieën van Vlaamse en Nederlandse scholen komen de auteurs tot een aantal organisatie-indicatoren van een beleidsvoerend vermogen: doelgerichte en gedeelde visie, leiderschap, openheid voor innovaties, participatie van leerkrachten in de besluitvorming, professionele samenwerking van leerkrachten, responsiviteit en reflecterend handelen. Dat dit laatste element heel belangrijk is, blijkt alvast uit de titel van het boek: ‘Hoe sterk is mijn school?’, of het stellen van de vraag als eerste aanzet tot het zelfevaluerend handelen.

…’Een professionele school hangt nauw samen met het uitwerken en ontwikkelen van een schoolvisie, responsiviteit en een reflecterend handelen en het openstaan voor vernieuwingen binnen de school.’ (p. 18) Uit onderzoek blijkt dat scholen die erin slagen een expliciete visie te ontwikkelen zonder veel interne conflicten een belangrijke stap zetten en de ontwikkeling van een coherent beleid.’ (p. 20)

“Hoe sterk is mijn school?” verder lezen

Eduboek: Didactiek van het open leercentrum (II)

Met het boek Didactiek van het open leercentrum willen de redacteurs Peter Van Petegem (nee, niet de wielrenner, wel de Antwerpse onderwijskundige) en Dirk Grombeir (hoofdredacteur van ICT en onderwijsvernieuwing) een update bieden van de actuele inzichten rond begeleid zelfstandig leren.

Het siert de samenstellers van het boek dat ze van in het begin de veldwerkers aan het woord laten, d.w.z. de mensen die – los van de theoretische beschouwingen – de didactiek uit de titel dag na dag, uur na uur, in de praktijk (moeten) brengen.

In hun bijzonder lezenswaardige hoofdstuk leiden Luc Pierrart en Herman Van den Bergh de lezer virtueel rond in een open leercentrum tijdens een les Frans van de derde graad. De toon van hun stuk is niet hoogdravend academisch, en net daardoor kan ik als leerkracht ook (proberen te) begrijpen hoe het er in hun lespraktijk aan toe gaat.

“Eduboek: Didactiek van het open leercentrum (II)” verder lezen

Boekbespreking : Didactiek van het open leercentrum (I)

Didactiek van het open leercentrum

Het open leercentrum als broeikas…“. Dat is een van de zinnen die me het meeste bijbleven na het lezen van dit boek. Broeikas voor vernieuwing, broeikas voor ‘goed leren’, broeikas voor ‘op een plezierige wijze innoveren’, voor een visie op onderwijs die verder gaat dan de discussie kennis/vaardigheden.
Uit de beschrijving:

“Dit boek wil scholen en leerkrachten inspireren bij de uitbouw van een open leercentrum en de ontwikkeling van een didactiek van begeleid zelfstandig leren. Enkele aanstekelijke praktijkvoorbeelden uit het basis-, secundair en hoger onderwijs, tonen hoe je in een open leercentrum kan werken en welke meerwaarde een open leercentrum te bieden heeft. “

De bijdragen komen inderdaad uit een grote verscheidenheid aan contexten, scholen, en van een groot aantal auteursprofielen. Sommige bijdragen zijn eerder technisch en beschrijven bijvoorbeeld wat je nodig hebt aan infrastructuur. Andere zijn filosofischer en gaan dieper in op ‘wat is open leren eigenlijk?‘, ‘wat is de rol van de lesgever?‘ of op de pedagogische aspecten. Weer een ander type artikels richt zich op het managementsniveau en omschrijft de randvoorwaarden van een Open Leercentrum. Zelfs aspecten zoals de bouw, locatie en inrichting van een open leercentrum komen aanbod (Tip van de dag: wanneer je OLC gelocaliseerd is naast de keuken, zorgen de heerlijke bereidingen voor een gemotiveerd OLC publiek).

“Boekbespreking : Didactiek van het open leercentrum (I)” verder lezen

Eduboek: ik zie, ik zie wat jij niet ziet

ikzieikzieJe hoort wel vaker leerkrachten tegen elkaar zeggen: “eens de deur dicht is van mijn klas, dan ben ik de baas”. Bij elkaar op bezoek gaan doen we, naar mijn weten, niet zo vaak. Nochtans zouden we veel van elkaar kunnen leren. Heel soms komt er zelfs hoog bezoek langs: in de vorm van een visitatie of inspectie. Ik moet nog de eerste collega tegenkomen die daar naar uitkijkt. En toch zijn er alternatieven voor de klassieke visitatie. Via collegiale visitatie bijvoorbeeld. Wij lazen daarover het volgende boek: “ik zie, ik zie wat jij niet, collegiale visitatie als hefboom voor schoolontwikkeling“.

“Eduboek: ik zie, ik zie wat jij niet ziet” verder lezen

Eduboek: Open bron, open inhoud, open leren.

Het is makkelijk om verloren te lopen. In een wereld waar onderwijs een commerciele activiteit wordt, waar diploma’s gekocht worden, kennis ge- en verkocht, en competenties gemanaged, is het voor lesgevers niet simpel door het bos de bomen te zien bij elk thema. Iedereen heeft wel gehoord over ‘open source’, over ‘public domain’, misschien zelfs over ‘creative commons’, maar voor velen blijft het een ver-van-mijn-bed-show. Ondanks stimulerings- en informatie-acties van de overheid blijft bij velen het gevoel overheersen dat het verhaal over open bron, open inhoud en open leren een verwarrend en complex geheel is.

Het boek “Open Bron, Open Inhoud, Open Leren” brengt hierin verandering. Op een heldere, gestructureerde en mooi afgebakende manier wordt een grote variatie aan thema’s in kaart gebracht. In tegenstelling tot wat je zou verwachten, zijn de thema’s herkenbaar (uit het leven gegrepen) en wordt het verhaal daardoor geloofwaardiger.
Open bron, open inhoud, open leren.
“Eduboek: Open bron, open inhoud, open leren.” verder lezen

Veilig internet voor kinderen

Bij Het Nieuwsblad op Zondag zat vandaag een gratis boekje. “Als een visje door het net – slim en veilig op het internet – voor jongeren en hun ouders”. Het bevat tips voor veilig internetten, op maat geschreven van kinderen. Ik vind niet alleen de inhoud heel goed gemaakt, maar ook de vormgeving mag er zijn: speels en met felle kleuren. Dat het boekje dan ook nog zonder één euro subsidies of ander belastingsgeld werd gemaakt en gratis wordt weggegeven, maakt het in mijn ogen extra goed. Het boekje telt 96 pagina’s en is ingedeeld in zeven hoofdstukken: surfen, mailen, beschermen, chatten, bloggen, downloaden en tenslotte “Windows Security”. Het gaat dan ook om een initiatief van Microsoft-filiaal MSN Belgium. Ook al staan er heel wat verwijzingen in naar Hotmail en Windows Live Messenger, toch is de inhoud ook nuttig voor wie andere producten gebruikt. Google en Yahoo worden ook vermeld. Het boekje werd gerealiseerd door marketingbureau Kids2. Alexis Dragonetti en Ida Philips tekenden voor de tekst en het concept. Knap gedaan!

“Veilig internet voor kinderen” verder lezen

Eduboek: Mentorschap

Laat ons het eens hebben over “Frank” (nvdr Vandenbroucke) zijn “mentorschap”.

Want zeg nu zelf mocht je geïnteresseerd zijn voor een job in het onderwijs, aarzel niet , nu is het juiste ogenblik om in te stappen want als “groentje” word je geruggensteund en wordt de praktijkschok verzacht. Je krijgt nu in je school een peter, meter, coach of mentor (hoe je het ook noemen wilt) toegewezen. Jouw lieve Collega die net geen fulltime lesopdracht had, mocht zelf kiezen uit een aantal heden ten dage bestaande “bij”jobs om zo toch een fulltime onderwijs (in de ruimste zin van het woord)-functie te hebben.

Je Collega kon kiezen tussen GOK-uren, Zorg-uren of ICT-uren, maar heeft hier wijselijk voor bedankt (te weinig uren voor te veel werk) en koos ervoor om “mentor” te zijn voor nieuwe Collega’s en in de eerste plaats voor jou…

Jammer genoeg voor de huidige onderwijskwaliteit zit het mentorstatuut even grondig ingebed in de visie en het beleid, als het statuut van de ICT-coördinator (hier een tekeningetje bij maken, lijkt overbodig). Het is weer op zijn Belgisch: nieuwe functies, in te richten door de scholengroepen zonder middelen.

Daar staat je Collega dan met zijn of haar fulltime job, waarvan 10 procent kan besteed worden aan “mentorschap”, wat inhoudt dat je Collega daarvoor minstens 4 scholen binnen de scholengroep moet bezoeken om jou en andere nieuwe Collega’s te coachen. Uiteraard heeft je Collega in het kader van “levenslang leren” precies DIE navormingen gevolgd zodat hij voor zichzelf een goede taakomschrijving kan maken en weet wat er van een goede mentor verwacht wordt. Mocht jouw Collega zelf nood hebben aan een goede mentor (want wie coacht de coach?) dan kan je hem volgende literatuur aanbevelen: “Eduboek: Mentorschap” verder lezen