Awesome presentaties maken?

Powerpoint-presentaties zijn vaak vooral slaapverwekkend. De reden is zeer simpel: het is een typisch voorbeeld van niet ‘out-of-the-box’ kunnen denken. Ken je nog de aloude overheadprojector? Je printte een aantal slides af met daarop vooral veel tekst en je nam een blanco blad. Dat gebruikte je om stap per stap de inhoud van je slides zichtbaar te maken op je overheadprojector. En Powerpoint die bracht niets nieuws. Oude wijn, weet je wel. In plaats van je tekst te printen op slides, kon je deze direct projecteren. Powerpoint bracht zelfs meer nadelen dan voordelen: steeds meer slides, steeds meer tekst én… de alom gevreesde ‘animaties’. Tekst kwam vanaf nu naar believen binnengewaaid, gevlogen, gedraaid,…
Naar het schijnt zijn er zelfs mensen door bezweken: dead by Powerpoint…

Prezi was al een verbetering. Eindelijk iets nieuws om presentaties mee te geven. Er werd vertrokken van de logische gedachte van 1 canvas waarop alles stond. Vergelijk het met een schematische voorstelling van het geheel van je inhouden. Plotsklaps werden onderlinge verbanden duidelijk en werd de visualisering een meerwaarde: de visuele content onthouden we immers veel beter dan de typische Powerpoint-opsommingen.

Maar kan het nog beter? PowToon doet alleszins een verdienstelijke poging. Men speelt er in de eerste plaats in op het ‘redundancy effect’. Lijsten met opsommingstekens worden zoveel mogelijk achterwege gelaten en het visuele aspect van je presentatie neemt het definitief over van de geschreven content. Je inhoud moet immers niet getypt staan op je presentatie om vervolgens af te lezen, maar moet je gewoon mondeling overbrengen aan je publiek. Waarom? Omdat we nu eenmaal sneller kunnen lezen dan dat we kunnen horen. Je opsomming in je Powerpoint-dia is dus vele malen sneller gelezen door je publiek dan dat jij kan vertellen. En daarom slaat zo snel de verveling toe bij je toehoorders…

Zijn er dan geen nadelen aan PowToon?
Zeker en vast wel. Vooreerst is de invalshoek nogal ‘Amerikaans’. Je weet wel: alles moet snel gaan en je moet zeer regelmatig het woord “awesome” gebruiken. Naar mijn bescheiden mening is Powtoon ook eerder geschikt om een online-filmpje te maken van je presentatie dan om live voor een publiek te brengen. Maar… is dat niet de bedoeling als we de adepten van “blended learning” mogen geloven?
En oh ja…wil je je gratis account overstijgen? Dan kost het je 228 dollar. Per jaar…

Niettegenstaande PowToon met name gericht is naar het bedrijfsleven, denkt men ook aan het onderwijs. Daartoe schreef men het boek “Cartoons in the classroom”, gratis te downloaden via https://s3.amazonaws.com/powtoon/books/Cartoons-in-the-Classroom-Book.pdf

Zelf aan de slag? http://www.powtoon.com/

Augmented reality in de praktijk

AUGMENTED REALITY IN DE PRAKTIJK
Geert Callebaut
Docent nieuwe media KAHO-HUB
Campus Aalst
September 2013

SITUERING
Augmented Reality of AR wordt het volgende modewoord in leraarskamers en op onderwijsmeetings. Nu een digitaal schoolbord standaard is geworden (en we hebben ingezien dat de ‘magie’ veelal een dun laagje marketingpraat was) en we er niet uit geraken wat de meerwaarde is van een Ipad in de klas (niettegenstaande we er van overtuigd zijn dat we er een zullen gebruiken in onze klas, willes nilles), komen we mogelijks tot een discussie die echt over inhoud gaat: AR.

In een ideale wereld zouden onze leerlingen niet langer sleuren met boekentassen, vol met kilo’s boeken, allemaal netjes gekaft. Een tablet zou deze functie overnemen: alle content digitaal, alle notities recht op onze tablet. Zo ver zijn we echter nog niet. Het is zelfs de vraag of we ooit zo ver zullen komen. Niet alleen hebben vele uitgeverijen het knap moeilijk om bij te benen en komen ze momenteel niet verder dan eenvoudige bordboeken die het niveau van een pdf spijtig genoeg maar met moeite overstijgen, bijkomend probleem is dat er gewoonweg niet te schrijven valt op een tablet. Of je nu een tablet neemt van 60 euro uit de speelgoedwinkel of een state-of-the-art gehypte Ipad: je slaagt er niet in om er een volzin op neer te pennen, laat staan dat je als zesjarige er je eerste letters op oefent.

Stilstaan dan maar? Laat ons hopen van niet. Onze gedigitaliseerde kinderen verdienen beter dan het orale onderwijs dat in het verleden zo vaak de praktijk uitmaakte. Zelfs geschiedenis werd maar al te vaak “verteld”. Niet opmerkelijk dat je niet kon onthouden welke president van Amerika in welke periode heeft geregeerd: je kon er je geen visueel beeld van vormen. In het eerste multimediaprincipe van Mayer wordt het nochtans duidelijk gesteld: bied je iets louter verbaal aan, dan blijft er grofweg 38 procent van de overgebrachte leerstof “hangen”. Combineer je echter dezelfde inhoud met beelden, dan stijgt dit tot 65%.
Overtuigd om de volgende keer toch wat extra beeldmateriaal te zoeken?
Maar dan blijft het probleem dat onze leerlingen in de meeste (zoniet alle) gevallen thuis aan de slag gaan met een… papieren hand- of werkboek. Daar zijn uiteraard “beelden” in opgenomen, maar wel “statische beelden”: prentjes en foto’s. En dat terwijl die generatie opgroeide met zeer rijke audiovisuele content.
Het antwoord is nochtans eenvoudig: augmented reality in de klas. Oorspronkelijk werd dit ontwikkeld voor reclamedoeleinden (George Clooney die je van op de affiche op het bushokje voorstelt om samen een Nespresso te drinken…). Maar dit slaat op heden niet echt aan. Waarom? Omdat mensen eenvoudigweg geen extra moeite willen doen om reclame te zien, nl. de tablet of smartphone opzetten, een app starten en doelbewust naar een reclamefilmpje kijken. Integendeel: mensen willen alleen moeite doen om reclame net te vermijden. Een “no go” dus…
Maar AR kan met zeer beperkte inspanning voor elke lesgever een wereld van verschil maken. Om te studeren word je immers wel verondersteld om extra inspanningen te leveren. En als je als modale leerling je leerinhouden audiovisueel ondersteund ziet in plaats van statisch uit een boek te moeten studeren, dan doe je dat toch?
Het probleem van pep-talk zoals het bovenstaande, is dat men in de meeste gevallen niet concreet wordt, dat het louter bij visie en virtualiteit blijft. Maar hoe doe je dat nu in de praktijk? Eerst een opleiding IT-er volgen en vervolgens je klas ombouwen tot server? Laat het ons even heel concreet maken.

WAT WILLEN WE?
De gedrukte content van onze leerlingen (of ze nu 6 of 66 jaar oud zijn) verrijken met audiovisuele media. Concreet: de prentjes, statistieken, logo’s, foto’s uit hun hand- en werkboeken veranderen in bewegende beelden, audiofragmenten, 3d-modellen, webpagina’s…

WAAROM?
In de eerste plaats omdat leren leuk mag zijn en omdat onderzoek uitwees dat audiovisuele content veel beter “blijft hangen”. Het leerrendement stijgt dus.
Maar ook vanuit een zorgzame ingesteldheid: het is een bijkomend hulpmiddel om drop-outs opnieuw in de boot te trekken. Leerlingen die weinig of geen interesse hebben in school, hebben vaak wel interesse in technologie, computers en nieuwe media. Net daar gaan we dan ook op inspelen: we maken ons huiswerk, we leren onze les met de tablet in de hand.

WAAROM NIET?
“Niet iedereen heeft een tablet thuis.” Ok, dat klopt. Maar dient een onderwijsomgeving niet om mensen te “alfabetiseren”. Pakweg een eeuw geleden was je als analfabeet de sociale drop-out: weinig perspectieven om maatschappelijk de nodige mobiliteit te hebben. Momenteel zijn de nieuwe analfabeten echter niet de personen die niet kunnen lezen of schrijven, maar de personen die niet met een computer of tablet kunnen werken. Een directe stimulans vanuit het onderwijs om op een zinvolle wijze aan de slag te gaan met nieuwe media lijkt dus wel wenselijk te zijn. De kostprijs van een tablet in vergelijking met het totale budget dat een gezin aan onderwijs moet besteden, valt trouwens echt wel mee. Het enige wat je moet durven is afstappen van de Ipad-dictatuur en zo de aankoopprijs laag houden en voor sommige gezinnen de sociale kas van de school aanspreken. Als dit kan voor de skiklassen, moet dat ook kunnen voor een tablet.

HOE DOEN WE HET IN DE PRAKTIJK?
DE LEERKRACHT
De leerkracht maakt allereerst een account aan op https://studio.aurasma.com Dit is gratis en verschilt in niets van het aanmaken van een account op eender welke site.
Een tutorial opent zich, ad libidum kan je deze eens doorlopen.

De eerste stap is dan een trigger image te uploaden. Dit is de afbeelding die je later zal laten scannen door je leerlingen. Neem dus van de foto of tekening uit het werk- of handboek een foto met je gsm en zet deze op je pc. Upload als “trigger image”. Bij het opmaken van een werkblaadje heb je uiteraard alle prenten al digital op je pc staan.

Zo zal je na verloop van tijd een hele collectie hebben met allemaal afbeeldingen uit je werkblaadjes en handboeken. Het handige is dat je er dan later nog andere verrijkte content kan aan koppelen zonder deze opnieuw te moeten uploaden.

Tweede stap is het maken van Overlays.
Dit zijn de filmpjes, muziek, websites,… die je leerlingen te zien krijgen als ze met hun tablet kijken naar de “trigger image” in hun boek of werkblaadje. Op het moment dat ze via de camera van hun tablet kijken naar bijvoorbeeld de foto van Boudewijn in hun WERO-werkblaadje, zien ze de door jou gekozen videofragmenten uit het leven van Boudewijn.

Het systeem is hetzelfde: je selecteert op je computer het filmpje dat je wenst te uploaden en dit komt in je bibliotheek te staan, je kan het nadien nog linken aan andere afbeeldingen of hergebruiken voor andere klassen of werkblaadjes.
Het uploaden van een filmpje kan trouwens best lang duren: even geduld, alles komt goed.

De derde stap is het maken van een Channel. Hier ga je de meeste problemen mee hebben als je niet duidelijk communiceert met je leerlingen. De Augmented Reality die jij maakt, kan immers niet door iedereen gezien worden, slechts door de mensen die zijn ingeschreven voor jouw “Channel”. Wat moet je dus doen: je leerlingen zich laten inschrijven voor jouw “channel”, eenmalig. Straks daarover meer.
Wat jij moet doen is louter een channel aanmaken, bv. “meesterjan”.

De vierde stap is tevens de definitieve stap: het maken van Auras. Een Aura is simpelweg de koppeling tussen het prentje uit het werkboek en het filmpje dat jij wil dat de leerlingen zien als ze er naar kijken via de aurasma-app.

Eerst geef je een nieuwe Aura een naam,
dan selecteer je de Trigger image, koppel je er een overlay aan en selecteer je je “channel”.
Voila, je eerste augmented reality is klaar.

DE LEERLINGEN
De leerlingen nemen hun tablet en installeren gratis en eenmalig de app “Aurasma”.
Ze klikken op het vergrootglas in deze app en typen in het zoekvenster de naam van het channel van de juf of meester en klikken op “follow”. Ook dit is eenmalig.
Vanaf nu openen ze de Aurasma-app op hun tablet, richten deze naar een afbeelding of prent uit hun boek of blaadje en zien jouw verrijkte content virtueel verschijnen.
Tip: zet naast de afbeeldingen die je verrijkte met Augmented Reality een klein icoontje van Aurasma, zo weten je leerlingen dat er achter die afbeeldingen iets meer zit.

TENSLOTTE
De mogelijkheden zijn slechts beperkt door jouw fantasie.
Waarom zou je bijvoorbeeld het werkblaadje dat je meegeeft als huiswerk niet verrijken met Aurasma? Als leerlingen het bekijken met hun tablet zien ze een filmpje dat jij hebt opgenomen met bijkomende uitleg en toelichting bij de oefeningen. Ook dat is een uiting van een zorgzame school: niet iedereen heeft immers ouders die even beslagen zijn in het begeleiden van het huiswerk van zoon- of dochterlief.

Gratis App, betaalde content

Elk kind kent een bepaalde ontwikkelingsfase die gekenmerkt wordt door “verzameldrang”. Dat is de periode dat je maar beter alle broekzakken controleert vooraleer ze in de wasmachine te gooien. Er zitten gegarandeerd “uitzonderlijk mooie” steentjes, prulletjes, pluimpjes en blokjes in.
Steeds meer spelletjes halen hier de mosterd: verzamelen moet je doen!
Wat gebeurt er? Zoon- of dochterlief komt aandraven met een nieuwe app met de vraag om deze te downloaden. Uiteraard geef je de toestemming en tik je argeloos je paswoord in. De app is immers gratis én luistert naar onschuldige namen zoals “Nemo” of “coaster crazy”.
Iedereen zou onderhand al moeten weten dat niets gratis is en het dus slechts zaak is om het onderliggend addertje te zoeken… Welnu, ver hoef je er niet achter te zoeken. Bij dergelijke spelen moet je allerhande dingen “verzamelen”: je moet gewassen telen in je moestuin, je moet dorpen aanleggen, je moet vissen vangen en parels uit schelpen halen. Nooit moeilijke dingen. Je moet er alleen maar wat tijd voor over hebben. En dan komt de menselijke drang om “meer” en “beter” te hebben naar boven: een volgend level, een bijkomende uitrusting,… je kan het allemaal kopen met het virtuele geld of punten die je hebt verzameld. Of… je kan ook tegen echt geld die dingen bijkopen: een in-app aankoop. Een verderfelijke praktijk die mikt op de onwetendheid van de gebruiker. Apple bouwde na vele klachten uiteindelijk een duidelijkere melding in wanneer je op het punt staat om in-app aankopen te doen, maar waterdicht is dit niet. Een beursgenoteerd bedrijf moet immers in de eerste plaats winst maken… Apple krijgt 30 procent van alle in-app aankopen: een miljardenopbrengst. Een triest record staat op naam van een Engels 5-jarig jongetje dat op 15 minuten tijd meer dan 2000 euro besteedde aan Zombie vs Ninja. Je kan in dat spel immers extra munitie kopen tegen echt geld.

Dus zorg je er voor dat je kinderen geen in-app aankopen meer kunnen doen via je Ipad:
open “instellingen” en kies “Algemeen”
klik op beperkingen
klik “schakel beperkingen in” en kies een toegangscode.
Zet “kopen vanuit apps” uit.

Oproep tot deelname aan het Project eSafety Label 2013-2014

Scholen hebben de plicht om veilige leeromgeving te voorzien en te werken aan veilig en verantwoord ICT-gebruik op school. Het eSafety Label heeft tot doel scholen te ondersteunen  bij het realiseren van ICT-veiligheid op school. Een positieve ICT ervaring gaat immers hand-in-hand met een degelijk schoolbeleid en een goed doordacht eSafety actieplan. Op de eSafety Label webportal, kunnen scholen hun eSafety beleid vormgeven en verbeteren door gebruik te maken van leermiddelen, factsheets en checklists. Leerkrachten, ICT-coördinatoren en schoolhoofden kunnen via het platform ook nuttige tips uitwisselen en antwoorden vinden op hun vragen. Het belangrijkste aspect van het eSafety Label is echter de assessment module waarmee een school in kaart brengt op welk niveau van ICT-veiligheid ze zich situeert. Beleidsplanning, ICT-infrastructuur, schoolprojecten enz. worden daarbij geëvalueerd in het licht van e-safety. Op basis van de resultaten ontvangt elke school een persoonlijk actieplan met het oog op het remediëren van zwakke punten in het schoolbeleid en het verhogen van de ICT-veiligheid. Wanneer de school voldoet aan een bepaalde norm ontvangt ze een eSafety Label. Meer info: www.esafetylabel.eu

Het eSafety label is een project van het European Schoolnet en kwam tot stand i.s.m. met een aantal toonaangevende bedrijven (Kaspersky Lab, Telenet, Microsoft, Telefonica) en Europese ministeries van Onderwijs (België-Vlaanderen, Italië en Portugal, Oostenrijk, Tsjechië, Estland en Spanje.

Een Pilootproject

Vooraleer gestart werd met de ontwikkeling van de instrumenten en het eSafety label concept werd onderzoek gevoerd in de participerende landen. Zo werden de belangrijkste noden en bestaande initiatieven in kaart gebracht. Gedurende het schooljaar 2012-2013 werd het eSafety Label concept uitgetest in diverse scholen uit de vermelde landen. Vlaanderen participeerde met 10 scholen uit het Basis- en secundair onderwijs aan  het pilootproject. 

Voor het schooljaar 2013-2014 wordt de pilotfase uitgebreid en kunnen 50 nieuwe scholen instappen in het programma.

Van de scholen wordt verwacht dat zij actief de instrumenten van het eSafety Label inzetten voor hun school. Dat houdt in:

–          Zich registreren op de portal

–          Een contactpersoon aanduiden voor de school

–          De volledige assessmentprocedure doorlopen

–          De aanbevelingen van het assessmentrapport uitvoeren

–          Het project evalueren en hierover beknopt rapporteren

–          Deelname aan een beperkt aantal overlegmomenten (max. 3)

Het project staat open voor scholen uit gewoon of buitengewoon basis- en secundair onderwijs en Centra voor Basiseducatie. Scholen die reeds participeerden aan de eerste fase (schooljaar 2012-2013) kunnen niet opnieuw intekenen.

Wat krijgt de school ervoor in de plaats?

–          De exclusieve toegang tot een geïntegreerd eSafety Label instrumentarium: de drie assessmentmodules, een gepersonaliseerd werkplan, toegang tot leermiddelen,…

–          Het officiële eSafetyLabel (indien het minimumlevel behaald wordt)

–          Een vormingssessie in het klaslokaal van de toekomst (http://fcl.eun.org).

–          Een beperkte financiële ondersteuning om kosten van het project te dekken.

 

 

Oproep

De kandidaat-scholen sturen vóór 7 juni 2013 naar het Departement Onderwijs een e-mail naar jan.decraemer@ond.vlaanderen.be met daarin een korte motivatie, de identificatie van de school

(naam, contactgegevens, instellingsnummer, URL van de schoolwebsite) en de identificatie van een contactpersoon (naam, functie, postadres, telefoonnr. en e-mailadres) en/of van de ICT-coördinator.

 

 

Oproep tot deelname aan het Netwerk van Innovatieve Scholen

In het kader van haar ICT-en digitale mediabeleid richt het Departement Onderwijs 3 nieuwe netwerken van innovatieve scholen op. Deze netwerken bestaan telkens uit minstens tien scholen die gedurende het schooljaar 2013-2014 nieuwe technologieën uitproberen en hun ervaringen uitwisselen met andere scholen uit het netwerk. Met dit initiatief wil het Departement Onderwijs voorkomen dat scholen elk op zich het warm water gaan uitvinden. Een andere doelstelling is de opgedane ervaringen, expertise en know-how te delen met het brede onderwijsveld. De scholen fungeren daarvoor als demonstratieproject en als voorbeelden van goede praktijk. Ze bundelen hun positieve en negatieve ervaringen in concrete tips en aanbevelingen en/of leermiddelen die naar het brede onderwijsveld verspreid worden, bv. via studiedagen, publicaties of peterschapsformules. 

 De drie Netwerken van Innovatieve Scholen hebben een verschillende inhoudelijke focus. De drie thema’s zijn als volgt bepaald:

  • One-to-one computing en tabletklassen of opstellingen waarbij elke leerling beschikt over een eigen ICT-toestel
  • Gaming
  • Het gebruik van GSM en smartphones in de klas

Deelnemende scholen ontvangen een beperkte financiële incentive om deel te nemen aan vergaderingen en om bepaalde concepten of technologieën uit te testen. Verder worden de scholen begeleid en ondersteund door een coördinator die samen met de scholen een jaarwerkplan opstelt en de scholen op bepaalde tijdstippen bijeenroept en seminaries organiseert. De coördinator is een expert die op basis van ervaring en expertise wordt geselecteerd door de het Departement Onderwijs & Vorming.

 De kandidaat-scholen sturen hun gemotiveerd dossier vóór 8 mei 2013 via het formulier in onderstaande link:  http://goo.gl/VPKzr

 

 

 

Augmented reality in de klas

AR-codes zijn nog niet zo bekend als QR-codes, maar bieden veel meer potentieel. Ook in het onderwijs. Op enkele exemplarische dingen na, werd er tot nu toe nog niet veel mee gedaan. Gezien het belang van de integratie van audiovisuele content in het onderwijs, denk ik echter dat het een terechte plaats verdiend in ieder klaslokaal of leerboek.
De beste wijze om kennis te maken met AR-codes is bijvoorbeeld de gratis app Aurasma te installeren en je iphone of ipad te laten ‘kijken’ naar eender welk biljet van 20 euro. Wat zie je? het biljet verandert in een geanimeerde voorstelling van Europa. Vergelijk het een beetje met de meer bekende app Layar: je kijkt met je tablet om je heen en je ziet op je scherm extra informatie zoals de dichtst bijzijnde restaurants, de musea in de buurt,…

Maakt u al de link naar een school- of een klasomgeving?
Droomt u er van dat zowat elke foto of prent in je leerling zijn handboek als een filmpje tot leven komt op het moment dat hij er zijn tablet of smartphone over houdt? Een foto van zijderups levert bijvoorbeeld een filmpje op met daarin het productieproces van zijde. Sta me even toe er de piramide van Bales bij te halen: het leren wordt er zoveel efficienter door gemaakt…
Als je in je wiskundeboek de voorbeeldoefening van een staartdeling bekijkt via je tablet zie je effectief de verschillende stappen om tot het resultaat te komen, chronologische verschijnen, eventueel met de vertrouwde stem van de juf of meester die er toelichting over geeft.

Toekomstmuziek? Mogelijk… The British Museum toont echter alvast een knap staaltje van Augmented Reality: bekijk er met je smartphone een werkstuk, juweel,… uit de oudheid en het komt als het ware tot leven: je ziet door je camera hoe het werd gebruikt, welke functie het had.

Zolang je maar “uit-de-doos-denkt” begint de toekomst in je klas alvast vandaag.

Eerste Vlaamse eSafety Labels uitgereikt

Naar aanleiding van Safer Internet Day 2013 heeft Onderwijsminister Pascal Smet gisteren de eerste tien e-safety labels uitgereikt. Het eSafety Label heeft tot doel scholen te ondersteunen  bij het realiseren van ICT-veiligheid op school. Een positieve ICT ervaring gaat immers hand-in-hand met een degelijk schoolbeleid en een goed doordacht eSafety actieplan.

Op de eSafety Label webportal, kunnen scholen hun eSafety beleid vormgeven en verbeteren door gebruik te maken van leermiddelen, factsheets en checklists. Leerkrachten, ICT-coördinatoren en schoolhoofden kunnen via het platform ook nuttige tips uitwisselen en antwoorden vinden op hun vragen.

Het belangrijkste aspect van het eSafety Label is echter de assessment module waarmee een school in kaart brengt op welk niveau van ICT-veiligheid ze zich situeert. Beleidsplanning, ICT-infrastructuur, schoolprojecten enz. worden daarbij geëvalueerd in het licht van e-safety. Op basis van de resultaten ontvangt elke school een persoonlijk actieplan met het oog op het remediëren van zwakke punten in het schoolbeleid en het verhogen van de ICT-veiligheid. Wanneer de school voldoet aan een bepaalde norm ontvangt ze een eSafety Label.

Het eSafety label is een project van het European Schoolnet en kwam tot stand i.s.m. met een aantal toonaangevende bedrijven (Kaspersky Lab, Telenet, Microsoft, Telefonica) en Europese ministeries van Onderwijs (België-Vlaanderen, Italië en Portugal, Oostenrijk, Tsjechië, Estland en Spanje.

Vooraleer gestart werd met de ontwikkeling van de instrumenten en het eSafety label concept werd onderzoek gevoerd in de participerende landen. Zo werden de belangrijkste noden en bestaande initiatieven in kaart gebracht. Gedurende het schooljaar 2012-2013 werd het eSafety Label concept uitgetest in diverse scholen uit de vermelde landen. Vlaanderen participeerde met 10 scholen uit het Basis- en secundair onderwijs aan  het pilootproject. 

Het gaat om:

  • Vrij Instituut voor Buitengewoon Onderwijs Kasteelpark Oud-Turnhout
  • Gesubsidieerde Vrije Basisschool Sint-Joris, Menen
  • Heilige Harten Beroeps en Technisch Onderwijs, Ninove
  • Sint-Aloysiuscollege Ninove
  • Sint-Jozef-Klein-Seminarie, Sint-Niklaas
  • Vrije Basisschool Sint-Jozef, Overmere
  • Vrije Basisschool Het Belleveer Schellebelle
  • Technisch Instituut Sint-Isidorus
  • Stedelijk Lyceum Paardenmarkt – Antwerpen
  • Spes Nostra, Heule

Deze scholen ontvingen gisteren dus hun certificaat. Binnenkort kunnen nieuwe scholen instappen in het project. Geïnteresseerde scholen nemen contact op met jan.decraemer@ond.vlaanderen.be

http://www.esafetylabel.eu/

Bezoek het klaslokaal van de toekomst

Het Future Classroom Lab is een nieuw project waarbij een hal van het European Schoolnet (bekend van o.a. e-twinning en het saferinternet programma) is uitgerust met de nieuwste technologieën zoals digiborden, digitale apparatuur voor wetenschappen, mediatechnologie en innovatief interieur.  De Vlaamse overheid is een van de 30 Europese ministeries van onderwijs die deel uitmaken van European Schoolnet.

Het “klaslokaal van de toekomst” is echter niet enkel een demonstratieruimte maar wil vooral een plek zijn waarbij leraren, lerarenopleiders en beleidsmakers nadenken over de plaats van ICT en digitale media in het onderwijs van morgen en hoe conventionele leslokalen gemakkelijk opnieuw kunnen worden ingericht, zodat er ruimte is voor veranderingen op het gebied van onderwijs- en leermethoden.

Het Future Classroom Lab is opgedeeld in  zes zones of “sferen” waar er rond bepaalde leeractiviteiten technologie gebruikt kan worden. Zo is er een zone voor interactieve lesvormen, voor presenteren en instructie, voor onderzoek, voor creatie en creativiteit, voor uitwisseling en voor ontwikkeling.

Verschillende Europese landen hebben al zo’n denk- en demonstratielokaal, maar voor België is dit een primeur. Wie geïnteresseerd is in een rondleiding en demosessie van ca. 2 uur kan zich melden bij jan.decraemer@ond.vlaanderen.be. Er kunnen max. 15 personen aan dit bezoek deelnemen.  Dit bezoek zal doorgaan op dinsdag 5 maart 2013 van 10.00 – 12.30 op de locatie van het Future Classroom Lab: Trierstraat 61, 1040 Brussel (vlakbij metrostation Maalbeek). 

Meer info: http://fcl.eun.org/

 

Safer Internet Day 2013

De Safer Internet Day of de werelddag voor een veilig en verantwoord gebruik van het (mobiel) internet nadert met rasse schreden : Dit jaar gaat het evenement door op 5 februari 2013.

Met als thema “Connect with respect!” legt deze tiende editie het accent op de rechten en verantwoordelijkheden als je online begeeft. Enkele doelstellingen van de Safer Internet Day 2013 zijn jongeren informeren en hen aansporen om na te denken over hun doen en laten op het internet, alsook hen ook de sociale en technische kneepjes aan te leren om volluit te kunnen genieten van het internet. Child Focus is organisator en coördinator van de Safer Internet Day in België.

Onze actie op die dag bestaat uit twee luiken :

 –          Enerzijds organiseert Child Focus een verrassende sensibilisatie activiteit in het Centraal station dat toegankelijk is voor iedereen. Dit doen ze samen met kinderen van het 5de en 6de leerjaar en hun leerkrachten.

–          Child Focus nodigt uit om alle e-safety activiteiten te registreren op het online platform van de Safer Internet Day België www.clicksafe.be/sid . Dankzij dit systeem worden alle activiteiten gecentraliseerd en kan iedereen die het wenst met een simpele muisklik te weten komen wat er in zijn of haar buurt georganiseerd wordt.

Sankoré

Sankoré, voorheen bekend als Uniboard, is de perfecte freeware software voor gebruik met je digibord. Het maakt niet uit of het een zelfgemaakt bord is, een Smartboard of een Activ Board. Je start je computer en je digibord op de normale wijze op, je calibreert en je opent Sankoré. That’s it.

Deze software laat je toe zelf bordlessen te maken ‘from scratch’, van een bestaand werkblaadje, cursus of powerpointpresentatie. De toepassingen zijn relatief basic, maar geef toe: het merendeel van de toeters en bellen gebruik je toch niet in je dagelijkse klaspraktijk.

Alles valt eenvoudig te downloaden via http://open-sankore.org/

Het enige wat er nog ontbrak was een Nederlandstalige handleiding. Maar ook dat heuvel is momenteel verholpen: https://sites.google.com/site/vernieuwendonderwijs/digitale-borden/open-sankore

Probeer het zeker uit: niet-commerciele software valt toch steeds te prefereren in het onderwijs?

Tablets en touchscreens in het onderwijs

Nogal wat scholen zijn volop bezig met na te gaan wat tablets kunnen betekenen voor het onderwijs. Waarom deze kennis niet bundelen?  EduBIT organiseert daarom op 14 november een symposium “Touch2learn” (in Lede – nabij Aalst) met vele aandachtspunten:

  • enerzijds overlegrondes over hoe scholen met tablets omgaan (hoe pakten ze dit aan zowel technisch als didactisch) en wat hun bevindingen waren
  • welke mogelijkheden & technologieën zijn er: type tablets, technologieën om tablets te beheren
  • Welke randvoorwaarden zijn er (technisch, didactisch)
  • hoe kan je tabletprojecten opzetten (met ondermeer een eerste publicatie daarover: “Tabletprojecten opzetten in school?”

Naast de sessies, en standhouders is er ook tijd om elkaar aan te spreken.  De dag is zo georganiseerd dat men makkelijk kan aansluiten of enkel voormiddag of namiddag kan kiezen.

Deelname is enkel voor leden van EduBIT vzw. Lidmaatschap kost 75€ en biedt niet alleen toegang tot de studiedag, maar ook tot allerlei workshops, draaiboek voor goed ICT-beleid.

Wie reeds op school een tabletproject lopende heeft, kan dit aanmelden via de site touch2learn.be (iedereen die dit meldt krijgt een leuke attentie) en wie wil kan zich opgeven om in de overlegronde actief deel te nemen secretariaat@edubit.be

Opgelet het aantal inschrijvingen is beperkt.

 

Geen stilte voor de digitale storm.

Ik volg nogal nauwgezet de vakliteratuur via internet: didactische tools, evoluties, vernieuwingen…
Het laatste jaar is er vooral veel geschreven op Amerikaanse en Australische gespecialiseerde sites over de Ipad (of in het beste geval, de tablet).

Maar nu is ook de storm losgebarsten in Vlaanderen. Dikwijls wordt de Ipad naar voor geschoven als het ultieme en vernieuwend didactisch middel.
Maar wat ook opvalt is de resem aan negatieve reacties van al wie van verre en nog verder betrokken is of door de eigenverklaarde ervaringsdeskundigen.
Kijk eens naar de 130 reacties op het artikel in Het Laatste Nieuws over de school in Blankenberge.

Ik vat samen:

  • Spielerei en gadget
  • duur
  • monopolie van Apple
  • gezondheidswaarschuwingen voor scherm, wifistraling…
  • heimwee naar vroeger en de slechte jeugd van tegenwoordig
  • ondoordacht project
  • ondemocratisch
  • over mercantilisme tot ongeoorloofde handelspraktijk
  • veiligheid, schade en diefstal
  • schuld van de socialisten (sic!)
  • de teloorgang van het schoonschrift, de correcte spelling en het hoofdrekenen
  • ……

Het deed me allemaal sterk denken aan de boeren die geen treinspoor door hun wei wilden omdat de koeien geen melk meer zouden geven.
Hier en daar (ik tel er ongeveer 10) ziet een schuchtere commentator in 1 lijntje het positieve ervan in.

Ik wil graag toegeven dat enige omzichtigheid gepast is. De omstandigheden, merkbinding, prijs en diens meer zijn belangrijke variabelen in een onderwijsproject.
Ook daar moet je als schooldirectie rekening mee houden.
Maar intrinsiek moet je nu toch wel blind zijn om de voordelen van de mobiele digitalisering in de leeromgeving te ontkennen.

Zo vond  ik het bericht van de BAFA die vanaf dit jaar de Ipad invoert voor piloten in opleiding.
Het argument van zware boekentas komt ook hier weer op de voorgrond (helaas). Maar de tablet wordt evengoed gebruikt tijdens de vlucht om vluchtroutes te berekenen aan de hand van de ingebouwde GPS.
Zullen we het betreuren dat de piloten hun koerswijzingen nauwgezetter en in last minute berekenen?

Er is gelukkig ook al veel positiefs geschreven over het gebruik van tablets:
http://www.te-learning.nl/blog/?p=5182
http://www.te-learning.nl/blog/?p=4871
http://ipad-in-onderwijs.blogspot.be/
http://www.stationtostation.nl/1236/Tablets
Ik kan de lijst nog langer maken. Maar als je zelf iets nuttig vindt, zet je het in de commentaren?

Zelf ben ik ook bezig met de  implementatie van een proefprojectje met Ipads.
5 Ipads in een horeca-opleiding voor koks. Er zullen 2 eigen ontwikkelde apps op staan. Maar wat me vooral zal interesseren is het gebruik van de Ipad door cursisten.

  • Zullen ze zelfstandig dingen opzoeken en doornemen?
  • Zullen ze de ingebouwde camera gebruiken om hun eigen oefeningen of de demonstraties van de instructeur te filmen?
  • Zullen we dit materiaal weer kunnen herbruiken in nieuwe apps?
  • Zal efficiënter en meer op maat opleiding mogelijk worden?
  • Zal “het ding” meer gebruikt worden dan de computers die 3 lokalen verder staan (en aanzetten, en inloggen en….)?

Ik zal er wellicht nog over berichten.
Merk dus op dat dit geen 1:1 Ipadproject is.

Wat me wel opviel was het gebrek aan doorzichtigheid en standaarden voor ontwikkeling. Voorwaarden voor de Appstore veranderen regelmatig. Android is niet stabiel.
Tijdens de ontwikkeling voor dit pilootproject was kiezen steeds weer verliezen.
Bovendien zijn de apps onder de rubriek “onderwijs” echt wel teleurstellend.
Er is nog een lange weg te gaan voor mLearning ontwikkelaars. En voor de betrokken hard- en software bedrijven.

Wens me dus gewoon maar geluk met dit pilootproject en laat de commentaren over heiligschennis, doem en vagevuur maar achterwege.
Gewoon een pilootproject om de inhoud. Niet om het marktaandeel of de teloorgang van wat dan ook.

Conceptnota mediawijsheid

Mediawijsheid is een thema dat raakt aan diverse aspecten van de beleidsvoering zoals media, innovatie, jeugd, onderwijs, cultuur, welzijn en armoedebestrijding. Daarom beslisten  de Ministers Smet en Lieten voor een gezamenlijk beleidsplan Mediawijsheid. De nota heeft dan ook vooral aandacht voor het snijvlak mediabeleid en onderwijsbeleid, maar is tegelijk een uitnodiging naar een verbreding van de samenwerking en beleidsmatige aanpak. De nota werd op 4 mei door de Vlaamse Regering goedgekeurd.

In de conceptnota vind je in de eerste plaats de overheidsvisie op de omgang met media en onze verwachtingen ten aanzien van de verschillende actoren op dit vlak. Verder willen we in deze nota toelichten wat de krachtlijnen zijn van het mediawijsheidsbeleid. We hechten daarbij vooral belang aan vier zaken: het stroomlijnen en op elkaar afstemmen van het mediawijsheidsbeleid, de competentieontwikkeling, de aandacht voor gelijke kansen vanuit een e-inclusieve benadering en het creëren van een veilige en verantwoorde media-omgeving. Tenslotte biedt deze nota een antwoord op de vraag welke concrete acties en maatregelen wij reeds uitvoeren, maar ook op de vraag welke initiatieven we in de nabije toekomst willen nemen om de mediacompetenties van alle Vlamingen te verbeteren.

 

Open Source zet zich door: Ilias

Even een kort berichtje om jullie attent te maken op een seminarie dat net over de grens doorgaat (Etten-Leur).

ILIAS is een open source elektronisch leerplatform, maar je kan het ook zeer goed inzetten als Learning Content Management Syteem én als ontwikkeltool voor e-cursussen.

ILIAS biedt alle functionaliteiten die worden verwacht in een eerste klas LCMS zoals:

– SCORM naleving
– E-Learning content ontwikkeling
– Toetsen
– Wiki
– E-Portfolio
– Forums, Chat en mail.

Het wordt gebruikt in de academische wereld, gezondheidszorg, militaire opleidingen, commerciële ondernemingen
en non-profit organisaties. Door de huidige economische situatie is het voor bedrijven en instellingen aantrekkelijk om
hun opleidingen en kennis in een complete open-source Electronische Leeromgeving te ontwikkelen en te plaatsen.

Als ict-verantwoordelijke, e-learningverantwoordelijke en ontwikkelaar kan je in 1 dag een overzicht krijgen van mogelijkheden, toepassingen en cases.

Lees hier de brochure over het seminarie. Maar haast je: laatste week van april!

Ipad in de klas

Blijkbaar moeten we allen de Ipad beginnen gebruiken in de klas… Nu is daar op zich natuurlijk niets mis mee. Maar toch…

Ten eerste, waarom moet het altijd over een Ipad gaan? Er bestaat toch ook zoiets als een tablet-pc? Dit is alleszins merk-neutraler uitgedrukt. Tenslotte zijn ook niet alle luiers afkomstig van Pampers of is niet elke ballpen een Bic. Er is trouwens  heel wat te zeggen voor het gebruik van een tablet met Android in de klas in plaats van een Ipad: het onderwijs heeft meer baat met een open systeem waarbij de hardware alvast niet merkgebonden is en zo de keuzevrijheid maximaliseert.

Ten tweede moet je altijd omzichtig omgaan met hypes. Een hype is het perfecte middel om een instrument  een bestaansrecht te geven dat het eigenlijk niet heeft. Wat is bijvoorbeeld de exacte meerwaarde van een tablet-pc (een Ipad zo u wil) ten opzichte van een ordinaire netbook? Niet alleen is een netbook even klein en duurzaam qua batterijgebruik, een netbook beschikt ook over een resem extra aansluitmogelijkheden (bijvoorbeeld een USB-poort! Niet aanwezig op zowat alle tablets…), een toetsenbord waar je ook effectief een tekst kan op typen, Java,… Last but not least: een netbook is een pak goedkoper dan een Ipad.

Tussen de duizenden en duizenden zogenaamde educatieve Apps die geen enkele meerwaarde in zich hebben, is er dan toch soms ook een die echt vernieuwend is: SCHOOLTAS bijvoorbeeld.

Schooltas is een app uitgegeven door ThiemeMeulenhoff, een Nederlandse uitgeverij. Je kan er hun leer- en werkboeken mee aankopen en digitaal bekijken.  Leerlingen en leerkrachten kunnen nota’s en aantekeningen maken, links toevoegen, opmerkingen delen met anderen,… Kortom: een heel nieuwe manier van omgaan met leermaterialen. Geniaal in zijn eenvoud? Dat is te vroeg om te stellen. Het is eerst nog wachten op de eerste Vlaamse uitgeverij die het voortouw neemt.

Safer Internet Day 2012

Dinsdag 7 februari 2012 is Safer Internet Day. Naar aanleiding daarvan lanceert het Vlaams Ministerie van Onderwijs en European Schoolnet een pilootproject: het e-safety label.     

Internet en computertechnologie zijn belangrijk voor het leren, werken, communiceren, voor het delen van kennis en verspreiden van ideeën, voor het vinden en verwerken van informatie en niet te vergeten voor ontspanning en zinvolle vrije tijdsbesteding. De keerzijde daarvan is ondertussen bekend: internet kan ook voor minder onschuldige doelen gebruikt worden. e-safety is noodzakelijkerwijs een generiek onderdeel van elk onderwijsproject dat een ICT-component heeft.

Net omdat aspecten van ICT-veiligheid steeds deel uitmaken van technologiegebruik, kunnen scholen er niet om heen om dergelijke zaken ook in hun pedagogische aanpak te integreren. Meer zelfs, het is een kernopdracht om dit te doen. Daarom werd bij de invoering van de eindtermen ICT in 2007 en mediawijsheid in 2010 ook aandacht besteed aan aspecten van veilig ICT. E-safety is daarmee expliciet opgenomen in de eindtermen.  

Scholen hanteren best een geïntegreerde aanpak waarbij de focus ligt op preventieve maatregelen, een positief schoolklimaat. Loopt het toch mis dan is het belangrijk dat de school ook procedures heeft om problemen adequaat en zonder paniek aan te pakken. Om een dergelijke geïntegreerde aanpak te ontwikkelen, lanceert het departement Onderwijs binnenkort een project e-safety label.

Vlaanderen participeert samen met 6 andere landen/regio’s aan het internationaal project “e-safety label” waarbij aan scholen instrumenten voor zelfevaluatie worden aangereikt met als doel de visieontwikkeling en sensibilisering omtrent ICT-veiligheid en de ontwikkeling van veilig ICT beleid op schoolniveau te stimuleren. Scholen kunnen zo een veilig ICT-label behalen. Nog tot einde van dit schooljaar zullen de instrumenten uitgetest worden in een tiental Vlaamse scholen. De resultaten van dit pilootproject worden verwacht tegen midden 2012. Afhankelijk van de resultaten zal het project eventueel uitgerold worden in het hele Vlaamse Onderwijs.

Nog naar aanleiding van SID 2012 lanceert de Vlaamse overheid een sensibilisatiecampagne over omgaan met media als ouder en opvoeder. De focus ligt op de rol als ouder/opvoeder en bevat allerlei tips en tricks. Thema’s die in de campagne aan bod zullen komen zijn o.a.:  hoe gedraagt de doorsnee jongere zich online? Hoe maak ik afspraken over computer en internetgebruik? Hoe pak ik het aan als thema met mijn kinderen, in de klas, … ? Waar moet ik op letten, wat is goed gedrag online, wat is risicogedrag,…? De campagne sluit aan op het Europese jaarthema van Safer Internet Day 2012: “Connecting generations and educating each other”.

Tablets als de nieuwe generatie digiborden

Scholen spenderen gigantische sommen aan de aankoop van digitale borden, niettegenstaande het niet bewezen is dat deze studenten stimuleren om op een efficiëntere wijze de leerdoelen op te nemen. Wordt het tijd om te investeren in meer mobiele apparatuur zoals tablet-pc’s?
De grote meerwaarde in digitale borden zit in het projectieveld: studenten/leerlingen kunnen visueel de leerstof opnemen. Dat maakt dat vele leerkrachten hun digitale bord ook simpelweg gebruiken als een… beamer.

Maar wat als we de aloude beamer nu eens zouden aansluiten op onze tablet-pc in plaats van er een digitaal bord voor te plaatsen?
Waarom investeren in een digitaal bord als je met dezelfde middelen een beamer én tablet-pc’s voor elke leerling zou kunnen aankopen?
Hier is alvast de Youtube videolijst van een pionier die toekomst ziet voor de Ipad als interactief whiteboard.
Doceri zou alvast een deel van de oplossing vormen om je Ipad om te vormen tot een low budget-digitaal bord.

Je gebruikt de hardware en de software van je tablet-pc als een mini-digitaal bord en sluit je tablet pc (draadloos) aan op je monitor. Apps die je tablet-pc omvormen tot een whiteboard zijn er genoeg. Je tablet-pc draadloos aansluiten op je beamer is echter al heel wat moeilijker.
De oplossing ligt in de combinatie van je vaste pc, verbonden met je beamer, met je tablet:
je bedient je vaste computer van op afstand met je tablet-pc. Deze verbinding loopt via WIFI.

We leggen even uit hoe je dit doet voor een Android-tablet:
Installeer op je tablet volgende App: Splashtop remote. Je vindt dit in de Marketplace voor ongeveer 3.50 euro.
Installeer op de (desktop-)computer die met je beamer is verbonden eveneens Splashtop via www.splashtop.com/streamer
Open op je tablet “Splashtop Remote” en open op je computer “Splashtop streamer”.
Je tikt het IP adress in op je tablet en je maakt verbinding met je computer via WIFI.
Vanaf nu kan je perfect je computer bedienen vanuit je tablet: deze neemt immers het scherm van je pc over.
Je start nu op je computer je normale whiteboardsoftware op zoals Sankore-uniboard of Iumi en bedient je presentatie, maakt annotaties,… Kortom, je doet met je kleine tablet-pc draadloos wat je anders op je grote digibord had gedaan. Volledig draadloos: je bent dus opnieuw vrij om je tussen je leerlingen te bewegen of… je tablet aan je leerlingen te geven om oefeningen op te lossen, nota’s te nemen. Alles komt direct in beeld via de projector van je vaste computer.
www.onderwijsvernieuwing.be

Talenonderwijs en talen in onderwijs – Uit het leven gegrepen.

De problematiek van talen in onderwijs en arbeidsmarkt heeft al liters inkt doen vloeien. Dus geen intentie van mij om hier nog eens een geutje bij te doen…
Ik wou simpelweg even signaleren wat een webcursist mailde naar de webcoach :

Ik heb tot mijn 6de middelbaar Frans gehad op school. Eerlijk gezegd heb ik dat nooit graag gedaan. Ik dacht altijd, waarom hebben we dat stomme Frans toch nodig… Toen ik van school af was, heb ik dat Frans, denk ik, volledig uit mijn geheugen gewist 🙂 want nu ken ik er echt niets meer van. Op zich niet echt een probleem vond ik…..tot ik werkloos werd. Nu besef ik dat het wel degelijk een gigantisch probleem is 🙂

Nu ik enkele keren gesolliciteerd heb naar een job die ik echt heel graag wilde, en wat ook echt iets voor mij was, wat me echt lag…ben ik geweigerd omdat mijn Franse kennis te wensen overliet 🙁

Bij deze heb ik mij ingeschreven voor deze cursus en ga ik mij opnieuw inzetten om Frans te leren…en ik ga proberen om het ook leuk te vinden 🙂

Met vriendelijke groeten

V.

Het verwondert me dat de recente talennota van minister Smet zo weinig weerklank heeft gevonden.
Ik lees er dat Nederlands de norm wordt in het onderwijs, dat diversificatie van (taal)leerpaden mogelijk wordt, dat Engels dan toch zal doorbreken als onderwijstaal, dat er een overdraagbaar (van onderwijs naar VDAB) talenportfolio komt, dat er native speakers zullen uitgewisseld worden, dat er beter “onthaalonderwijs” voor allochtonen komt…

Dus een trits van maatregelen en voornemens.
Misschien toch nog 3 voorbeeldjes aanhalen uit eigen beleving.

1/ In gesprek met Wim Veen verleden week  kwam het Engels als lingua franca aan bod. Hij verwonderde er zich over dat hogescholen en universiteiten nog altijd niet veralgemeend gebruik maken van het Engels als onderwijstaal.
(Die Nederlanders toch… altijd zeer praktisch ingesteld )

2/ Onderzoek wijst uit dat leerlingen hun vaardigheid in spelling verliezen naarmate ze het secundair onderwijs doorlopen. Dit bericht bereikte ook de Taalunie die prompt reageerde.

3/ Zoonlief heeft een buis voor Frans. Heel de klas trouwens. Aversie alom… Woordenschat rond automechanica… terwijl hij in electrotechniek zit en zelfs de Nederlandse vertaling van de woordenlijst niet snapt. Bij te sturen poging om geïntegreerd talen te onderwijzen dus.

Mocht je de tijd niet vinden om je klassikaal bij te scholen, gebruik dan eens onze taalkiezer zodat je de juiste online cursus volgt. En net zoals webcursist V hoop ik dat je toch weer plezier hebt tijdens jouw taalstudie. Met extra kans op werk.

Als iedere druppel telt.

Soms vallen projecten en nieuws wonderbaarlijk en ongepland samen.

Zo ook vrijdag laatstleden zat ik mijn dagelijkse portie nieuws te consumeren. TV-zender Eén bracht een nieuwsitem over de lacunes van startende verpleegkundigen. Het blijkt dat de onmiddellijke inzetbaarheid van afgestudeerden mindert : http://www.deredactie.be/permalink/1.1132215

Wil het nu toch wel lukken dat ik deze week 2 projecten heb afgerond voor verpleegkundigen en een nieuw zal opstarten.

Elke druppel telt.
Dat de rekenvaardigheid van van Jan Modaal vermindert, weten we al langer. Maar verpleegkundigen kunnen het zich niet veroorloven om rekenfouten te maken in doseringen.
Rekenen in de gezondheidszorg moet snel, nauwkeurig en onder stresserende omstandigheden. Een foute berekening van een dosering kan fatale gevolgen hebben en leidt in elk geval tot ernstige ongemakken en gevolgen bij de patiënt. Studies wijzen uit dat fouten nog te vaak voorkomen. Een doseringsfout komt minder vaak voor, maar heeft een grote kans op ernstige gevolgen en moet dus ABSOLUUT worden vermeden.
Het UZGent heeft in een samenwerking tussen de dienst Apotheek, de dienst Vorming en VDAB-Webleren een unieke e-learningmodule over Medisch Rekenen ontwikkeld.

Zo zie je dat op het kruispunt van Onderwijs, Werk en Bedrijfsleven, e-learning zijn steentje bijdraagt. En daar ben ik blij om.

De webcursus staat gratis ter beschikking voor ieder individu en je kan er hier meer over lezen: http://contact.vdab.be/webleren/2011/03/medisch-rekenen.html

Knelpuntberoep
Ik trap een open deur in met “Verpleegkundige is een knelpuntberoep”. Daarom lanceerden we als tweede online infosessie die voor verpleegkundige : http://vdab.be/infosessie/verpleegkundige/index.html

Nog even aanstippen dat op 18 maart 2012 de Dag van de Zorg zal georganiseerd worden.
Als iemand een goed idee heeft om dit online te promoten en zorgberoepen online in het zoeklicht te zetten, of als je een online “ziekenhuisgame” kent… geef me maar een seintje via  onze fanpage op FB.

Digitale leesvaardigheden van Vlaamse jongeren getest

Vorige week werden de resultaten bekend gemaakt van de component ‘Digitale leesvaardigheid’ van het PISA-onderzoek. Deze resultaten vormen een belangrijke aanvulling bij de eerder ‘traditionele’ resultaten van PISA 2009 die reeds in december vorig jaar bekend werden gemaakt. Waar we in december zagen hoe onze Vlaamse 15-jarigen internationaal goed scoorden wat betreft klassieke leesvaardigheid op papier, kunnen we nu een gelijkaardig positief statement maken wat betreft de digitale leesvaardigheid (omgaan met digitale informatie, kritische analyse van digitale teksten, enz.) van deze leerlingen. In 2009 werd in het kader van het PISA-onderzoek (Programme for International Student Assessment) namelijk voor het eerst getest hoe leesvaardig 15-jarigen zijn wanneer de test wordt aangeboden op PC. Onze leefwereld wordt in sneltempo gedigitaliseerd; het is dan ook uiterst relevant de digitale vaardigheden van onze jongvolwassenen onder de loep te nemen.
 
Aangezien het hier gaat om een optionele test namen niet alle PISA-landen eraan deel. We kunnen de score van Vlaanderen vergelijken met die van 19 landen. Daaruit leren we dat drie landen het beduidend beter doen (Korea, Nieuw-Zeeland en Australië) en dat Vlaanderen dus een knappe (met Japan gedeelde) vierde plaats behaalt. De gemiddelde Vlaamse score voor ‘digital reading’ verschilt niet van deze voor ‘print reading’; de competenties van onze Vlaamse leerlingen blijven dus van eenzelfde hoog niveau voor beide ‘vormen’ van leesvaardigheid.
Naast de goede gemiddelde prestatie constateren we dat ruim 40% van de Vlaamse 15-jarigen (tegenover 31% OESO-gemiddelde) zich in de twee hoogste vaardigheidsniveaus bevindt. Wie deze niveaus behaalt, kan enerzijds allerlei informatie terugvinden uit een veelheid aan complexe bronnen en kan anderzijds de aangetroffen informatie kritisch bekijken. Aan dit laatste aspect dienen we evenzeer belang te hechten; immers niet alle aangeboden informatie is even bruikbaar, kwaliteitsvol of betrouwbaar…
 
Bij de leesvaardigheidstests met pen en papier scoren meisjes in alle deelnemende landen beduidend beter dan jongens. Het aanwenden van een computer om de test af te nemen zorgt ervoor dat het scoreverschil krimpt en de jongens dus dichter in de buurt van de meisjes komen (echter zonder hen in te halen). Dit is de internationale tendens die in Vlaanderen echter niet tot uiting komt. Het scoreverschil tussen jongens en meisjes blijft nagenoeg constant. Hierbij dient opgemerkt dat het verschil tussen Vlaamse jongens en meisjes  al kleiner is dan gemiddelde overheen de OESO-landen.   
 
Een zeer groot deel van de Vlaamse 15-jarigen (90%) geeft aan thuis een computer te gebruiken. Anderzijds betekent dit dat één op tien dat niet doet. De Vlaamse scholen blijken goed in te spelen op deze digitale kloof die ontstaat in de thuissituatie van leerlingen. Driekwart van de (minderheid van) leerlingen die zegt thuis geen computer te gebruiken, gebruikt wél een computer op school. Op die manier wordt het aandeel 15-jarigen dat nooit een computer gebruikt beperkt tot 2,5%.
De mate waarin leerlingen thuis ICT gebruiken toont een verband met hun score qua digitale leesvaardigheid. Internationaal zien we dat gematigde ICT-gebruikers (zowel voor ontspanning als voor schoolwerk) gemiddeld beter scoren dan de zeer intensieve of zeer zwakke gebruikers. Intensieve gebruikers doen het wel beter dan zwakke gebruikers.
In Vlaanderen houdt eenzelfde verband stand wat betreft het ICT-gebruik voor schoolwerk; intensief ICT-gebruik voor ontspanningsdoeleinden wordt in Vlaanderen echter geassocieerd met een lagere prestatie dan bij zwak ICT-gebruik.   
 
Uit de gegevens blijkt verder dat er een positief verband bestaat tussen de score voor digitale geletterdheid en het gebruik van een PC op school. Wanneer echter de intensiteit van het PC-gebruik van naderbij bekeken wordt, stellen we vast dat de meest intense gebruikers een lagere digitale leesscore halen dan de gematigde of zelfs minst intense gebruikers. Deze vaststelling geldt voor de hele internationale steekproef, maar doet  allicht wat wenkbrauwen fronsen… Vooreerst moet duidelijk zijn dat hier rekening wordt gehouden met alle activiteiten waarvoor leerlingen op school een PC gebruiken en dus niet enkel met het didactische gebruik. Verder kunnen enkele voorzichtige hypotheses mogelijk een verklaring bieden voor het enigzins onverwachte verband. Het is mogelijk dat leerlingen die in het algemeen zwakker presteren op school vaker gebruik maken van de PC voor remediërende doeleinden. Het is eveneens mogelijk dat leerlingen die thuis geen toegang hebben tot een PC vaker op school gebruik maken van deze infrastructuur. Het al dan niet thuis toegang hebben tot een PC houdt echter verband met de socio-economische thuissituatie van de leerling; wat dan weer verband houdt met de algemene prestatie.
 
De belangrijkste conclusie is dat Vlaamse leerlingen op zich goed scoren op digitale leesvaardigheid maar dat het ICT-gebruik thuis daarbij een minstens even belangrijke rol speelt dan het ICT-gebruik op school.  

Meer info: Digitale Geletterdheid volgens PISA