Codeweek 2019 breekt nieuw record

De 7e editie van de EU-programmeerweek vestigde een nieuw record in het aantal activiteiten dat in Europa en daarbuiten werd georganiseerd. Actieve leraren en scholen speelden dit jaar een belangrijke rol bij de uitbreiding van de EU-programmeerweek.

De EU-programmeerweek wordt elk jaar groter. In 2019 was het aantal geregistreerde activiteiten ruim 66 000 – het hoogste aantal ooit. Duizenden leraren, bibliothecarissen, tech-liefhebbers, programmeerclubs en bedrijven organiseerden activiteiten, waarmee ze miljoenen mensen over de hele wereld de kans gaven om op een leuke en betrokken manier te experimenteren met programmeren.

Deelnemers aan de EU-programmeerweek leerden hoe ze commando’s voor robots kunnen maken, konden kennismaken met programmeren in verschillende talen en hun vaardigheden om gebruik te maken van digitale technologie verbeteren. Ongeveer 89% van de activiteiten werd georganiseerd in scholen, 4% door non-profitorganisaties en 4% door bedrijven.

Uit de eerste gegevens blijkt dat van de EU-landen, de westelijke Balkan en kandidaat-lidstaten van de EU Montenegro (214), Portugal (652), Noord-Macedonië (424), Oostenrijk (131), Polen (15 168), Finland (132), Turkije (20 113), België (259) en Roemenië (1 297), Bosnië en Herzegovina (97), Malta (448), Griekenland (833), Cyprus (71) en Kosovo (13) hun activiteiten meer dan verdubbeld hebben ten opzichte van 2018.

De EU-programmeerweek-gemeenschap is in 2019 enorm gegroeid. Meer dan 4 000 mensen namen deel aan de online-cursus Deep Dive van de EU-programmeerweek. Leraren en opleiders kunnen nog steeds gebruikmaken van de materialen van deze cursus om hun leerlingen kennis te laten maken met programmeren en computationeel denken. Daarnaast nam een geselecteerde groep leraren in juli 2019 deel aan een intensieve 4-daagse Summer School-proefcursus van de EU-programmeerweek. Ook in 2020 zullen er weer vergelijkbare en nieuwe activiteiten worden georganiseerd.

De EU-programmeerweek van 2020 vindt plaats van 10 t/m 25 oktober. Bekijk de website voor meer informatie over de EU-programmeerweek en hoe je kunt meedoen.

Bronnen: Europese Commissie en European Schoolnet

Wat zegt het nieuwe regeerakkoord over ICT en digitale media in het onderwijs?

Heel wat zo blijkt en alleszins een pak meer dan in vorige regeerakkoorden het geval was.

In het luik ONDERWIJS lezen we dat de nieuwe Vlaamse Regering oog wil hebben voor digitale innovaties in de klas van de toekomst en voor de bijhorende ICT-toepassingen.  Verder wil ze investeren in de “Klas van de Toekomst”. ICT-toepassingen hebben een enorm potentieel om het leren in de klas te versterken en leren op maat mogelijk te maken, zo staat er nog  

Pas nieuw zijn de eindtermen voor de eerste graad SO. De nieuwe regering engageert zich voor de verdere invoer van die eindtermen en wil er voor zorgen dat de opleidingen inhoudelijk up-to-date zijn en inspelen op de realiteit van morgen, zeker ook wat de nodige digitale en transversale competenties betreft.

Ook interessant is de volgende passage: “We zetten verder in op het ondersteunen en versterken van scholen bij het ontwikkelen en uitvoeren van hun antipestbeleid. Een sociaalmediabeleid met bijzondere aandacht voor cyberpesten is daarbij een vanzelfsprekend onderdeel”.

Tenslotte komt er ook een nieuw en ambitieus STEM-actieplan 2020-2030 over de beleidsdomeinen heen. De regering wil daarmee blijven inzetten op het vergroten van het draagvlak voor technologie, innovatie en wetenschap.

Het luik MEDIA bevat ook een aantal zaken die relevant zijn voor Onderwijs. Zo zal het Vlaams Audiovisueel Fonds versterkt worden.   Ook de gamesector is een bloeiende sector die verder zal  ondersteund worden via het Vlaams Audiovisueel fonds.

Op het snijveld media-telecom bewaakt deze Vlaamse overheid actief en assertief haar bevoegdheid. Een snelle uitrol van 5G in Vlaanderen is prioritair. Over dat 5G-spectrum worden steeds grotere hoeveelheden media-data verstuurd.     

Over de rol van de VRT is elders al heel wat discussie geweest. Wel is duidelijk dat educatie een kerntaak blijft en zelfs iets waar de VRT nog meer moet op inzetten. VRT moet zich ook  “toekomstgericht ontwikkelen en inspelen op nieuwe tendensen en evoluties om maximaal meer jongeren te bereiken”.

Het Kenniscentrum Mediawijs krijgt eveneens een vermelding: “In onze snel evoluerende mediamaatschappij waar de impact van (sociale) media op de samenleving enorm groot is, neemt het belang van mediawijsheid en digitale geletterdheid nog toe om zich te wapenen tegen fake news. We zetten daarom het beleid inzake mediawijsheid verder i.s.m. het Kenniscentrum Mediawijsheid zodat zij i.s.m. de hele mediasector een gecoördineerd beleid kunnen voeren ook met andere beleidsdomeinen.”

Voor VIAA (en het Archief voor Onderwijs) moeten we naar het luik CULTUUR: “De digitalisering van de cultuursector blijft een aandachtspunt. Daartoe verlengen we de opdracht van Publiq en VIAA”. 

Voor jongeren is de digitale wereld, gaming en sociale media immers heel belangrijk in hun dagelijks leven. In samenspraak met de Vlaamse Jeugdraad en de gamessector bekijken we hoe we jongeren nog meer mediawijs kunnen maken. (Luik JEUGD)

ECONOMIE en INNOVATIE dan. Zoals verwacht is hier het luik digitalisering het meest uitgebreid. Met het economisch- en innovatiebeleid wil de VR het voortouw nemen voor de transitie naar de digitale samenleving in Vlaanderen.  Deze inspanningen moeten echter ondersteund worden en aangevuld worden door acties over alle beleidsdomeinen heen.  Daarom stellen we een geïntegreerd plan op voor de verdere digitalisering in Vlaanderen en de valorisatie van artificiële intelligentie. Dit plan heeft betrekking op de baanbrekende O&O die verder moeten versterkt worden zoals de beleidsagenda’s en de projecten Mobilidata en I-learn, maar zal o.a. ook handelen over (netwerk)infrastructuur, ondernemerschap, digitale platformen, de ontwikkeling van digitale competenties bij lerenden, ondernemers en werknemers, kennisdiffusie naar kmo’s en regelgeving en ethiek.  Digitalisering dringt immers door in alle domeinen van het maatschappelijke verkeer: zorg, mobiliteit, onderwijs…  Deze aanpak stemmen we ook af op de aanbevelingen van de SERV en de Europese doelstellingen ter zake.

Andere elementen:

  • We rollen het ICT-impulsprogramma en het programma “Een STEM-academie in iedere gemeente” verder uit, en blijven ook leerkrachten ondersteunen om hen als motivator in te zetten voor ons STEM-beleid.
  • Het netwerk van organisaties voor wetenschapscommunicatie blijft bijdragen aan de doelstellingen van het STEM-actieplan.
  • We zetten de beleidsprogramma’s en -projecten Artificiële Intelligentie, Cybersecurity, I-Learn (ICT-ondersteund gepersonaliseerd leren) en Mobilidata verder en zorgen er voor dat deze optimaal afgestemd blijven op de noden van de Vlaamse ondernemingen en hele maatschappij.

De nieuwe regering had in juni al de actieplannen Artficiële Intelligentie en Cybersecurity goedgekeurd. goed voor resp. 30 en 20 Miljoen euro op jaarbasis. Deze 2 actieplannen blijven ook de leidraad voor de komende legislatuur. Twee citaten:

“Artificiële intelligentie (AI) bevindt zich in de kern van alle nieuwe slimme technologieën. Het zal de samenleving en de bedrijven radicaal anders doen functioneren. Het Vlaamse beleidsplan AI geeft invulling aan onze ambitie om in dit strategisch domein via onderzoek, opleiding en praktische toepassingen bij bedrijven, Vlaanderen op de wereldkaart te zetten.”

“De integratie van digitale technologieën, zoals AI, in ons dagelijks leven en onze economieën biedt enorme opportuniteiten maar brengt ook nieuwe risico’s met zich mee. Het aantal gevallen van cybercriminaliteit stijgt exponentieel. Bovendien richten hackers hun vizier vaker op bedrijven, met zware gevolgen: van cybergijzeling tot industriële spionage en zelfs gesaboteerde productiesystemen. Via het beleidsplan cybersecurity, gericht op onderzoek, praktische toepassingen bij bedrijven en opleiding, willen we in Vlaanderen een weerbare digitale economie uitbouwen.”

In het luik WERK,  SOCIALE ECONOMIE en ARMOEDEBESTRIJDING tenslotte lezen we vooral initiatieven rond geletterdheid en digitale vaardigheden.

  • Digitale communicatie met de werkzoekende zoals per mail, sms en via Mijn Loopbaan maken we juridisch sluitend. Wie onvoldoende digitale vaardigheden heeft sporen we proactief op en scholen we snel bij, zodat de zelfredzaamheid verhoogt.
  • We hebben ook aandacht voor geletterdheid. We verwijzen hiervoor naar het Strategisch Plan geletterdheid 2017 – 2024.
  • Opleidingen maken we maximaal modulair en praktijkgericht, en we integreren waar mogelijk taal- en digitale vaardigheden. Technische/praktische vaardigheden blijven belangrijk. Voor werkzoekenden en werkenden is werkplekleren de meest aangewezen manier om competenties te verwerven en reële werkervaring op te doen.
  • We stimuleren de financiële en digitale geletterdheid: preventief door dit op te nemen in de opleiding basisgeletterdheid in Basiseducatie, maar ook wanneer hulp bij een lokaal bestuur wordt aangevraagd. We gaan na hoe het gesteld is met financiële geletterdheid en voorzien in begeleiding rond de te verwachten kosten en uitgaven.

Lees het volledige regeerakkoord hier: https://www.vlaanderen.be/publicaties/regeerakkoord-van-de-vlaamse-regering-2019-2024

Resultaten STEM monitor 2019

De resultaten van de nieuwe STEM-monitor zijn bekend. Hierna de voornaamste resultaten. Het volledige rapport vind je hier.

1.De 5 doelstellingen van het STEM-actieplan 2012-2020 lijken medio 2019 haalbaar, indien het huidige groeitempo zich voortzet. Er is inderdaad een blijvende evolutie merkbaar in de richting van de vooropgestelde kwantitatieve doelstellingen voor wat betreft een hogere instroom in STEM-richtingen.

2. De evoluties verschillen echter sterk tussen de verschillende onderwijsvormen.

 3. In het secundair onderwijs kiest 36% van de leerlingen die instromen in het eerste leerjaar van de tweede graad voor STEM. De stijging binnen aso is eerder gestabiliseerd, met een stijging van 0,53 procentpunt t.o.v. 2016-2017.

4. In het tso daalt het percentage leerlingen in STEM-studierichtingen zowel in het eerste leerjaar van de tweede graad (- 0,7 procentpunt) als in het eerste leerjaar van de derde graad (- 0,8 procentpunt) t.o.v. 2016-2017. Het blijft van belang om in tso de studierichtingen die onder druk staan, nader op te volgen.

5. In bso zien we in de tweede graad weliswaar nog een stijging t.o.v. de nulmeting met 1,4 procentpunt tot 41,84%, maar in de derde graad zien we een daling met 0,4 procentpunt.

6. Het aandeel meisjes in STEM-studierichtingen neemt toe maar blijft over het algemeen lager dan het aandeel jongens. In tso en bso blijft het aandeel meisjes in STEM zeer laag (tso) tot extreem laag (bso).

7. Ook de tendens qua uitstroom van leerlingen met een STEM-diploma van de afgelopen jaren zet zich door. Meer dan de helft van de leerlingen in aso behaalt een STEM-diploma (55,46%). Dat is 4,34 procentpunten hoger dan de nulmeting. STEM-kso zit 2,2 procentpunt onder de nulmeting. De daling van het percentage STEM- studiebewijzen binnen bso vraagt bijzondere aandacht (- 0,5 procentpunt t.o.v. de nulmeting). In tso is het percentage STEMstudiebewijzen 0,3 procentpunt hoger dan bij de nulmeting.

8. Het aantal leerlingen met een STEM-studiebewijs secundair dat doorstroomt naar een STEMrichting in het hoger onderwijs stijgt met 50, maar het aantal studenten dat in het HO instroom in een STEM-opleiding stijgt met 250! De STEM-instroom in het HO staat nu op 46,80 %. Bij de STEM-meisjes instroom in het HO is er sedert de nulmeting een vooruitgang met 7,1 procentpunt!

9. In het hoger onderwijs is er in 2016-2017 een duidelijk verschil tussen de professionele bachelor (quasi stagnering op 26,64 % (wat wel bijna 3 % groei is t.o.v. de nulmeting) en de academische bachelor waar we in 2017-2018 34,45% meten (2016-2017: 34,41%) – tegenover de nulmeting betekent dat een groei met bijna 3 %.

10. Het aandeel meisjes dat instroomt in de professionele bachelor stijgt in 2017-2018 met 1,2 procentpunten t.o.v. 2016-2017 tot 24,09%. T.o.v. de nulmeting is dat een stijging met bijna 3 %punten.

11. In de academische master zien we bij de meisjesstudenten een lichte daling van 40,27% (2016-2017) naar 39,37% (2017- 2018). De reeds gehaalde doelstelling wordt evenwel nog steeds ruim overschreden. De doelstelling voor 2020 is 37,07%.

12. De prestaties voor STEM in het hoger onderwijs (studierendement) verschillen nauwelijks (min 0,5 procentpunten) van de prestaties van niet-STEM studenten.

13. Het STEM-studierendement is gedaald (73,12%) t.o.v. de nulmeting (75,09%). De daling bij het studierendement in de STEM-professionele bacheloropleidingen is het sterkst (van 67,28% in de nulmeting naar 63,76 in het laatst gemeten academiejaar). Bij de Master- STEM-opleidingen is het studierendement van STEM-studenten licht hoger dan dat van de andere studenten.

MICTIVO: hoe zit het met de ICT-beleidsplanning in scholen?

Amper 65% van de directies zegt dat de school beschikt over een ICT-beleidsplan. Voor alle duidelijkheid: een ICT-beleidsplan is niet verplicht. Als er een beleidsplan is dan bevat deze vooral bepalingen m.b.t. gebruik van sociale media, privacy, ICT-veiligheid, de pedagogische ICT-visie, het aankoopbeleid, algemeen gebruikersbeleid en databeheer. In veel mindere mate worden bepalingen opgenomen m.b.t. vrije software, nascholing, beveiliging computerpark, portret- en auteursrecht of specifieke maatregelen voor minder gegoede ouders.

34,1 % van de lagere scholen en 53,6% van de Secundaire heeft daarnaast ook een specifiek beleidsplan omtrent sociale media. Dit bevat vooral bepalingen over hoe je als school communiceert met derden (82,4% in LO en 81,7% in SO), wat leerkrachten mogen doen op sociale media (72,2% in LO en 56,3% in SO), Cyberpestbeleid (60,8% in LO en 82,4% in SO) en portret- en auteursrecht (59,3% in LO en 72,8% in SO). Hoe omgaan met sexting (17% in LO en 48% in SO) komt in veel mindere mate aan bod.

Opvallend is echter dat een bijzonder groot deel van de leerkrachten, telkens minstens 40% van de leerkrachten, niet weet of deze component in het ICT-beleidsplan voorkomt.

ICT-coördinatoren

In dit verband is ook de rol van de ICT-coördinator het vermelden waard. In het lager onderwijs wordt de ICT-coördinator gemiddeld 9 uur per week formeel vrijgesteld. In driekwart (73,5%) van de scholen wordt de ICT-coördinator gedeeld met andere scholen van de scholengemeenschap. Het gemiddeld aantal uren dat de ICT-coördinator wordt vrijgesteld verschilt wel significant naargelang de schoolgrootte. Kleine scholen in het gewoon LO moeten het met gemiddeld 6,7 uren ICT-coördinatie doen, middelgrote scholen met 9,1 uren en grote hebben 12 uren per week.

In het BLO  beschikken de scholen gemiddeld slechts over 3,9 uren per week over een ICT-coördinator. De verklaring hiervoor is dat de puntenveloppe op het aantal leerlingen wordt berekend wat nadelig is voor scholen met kleine leerlingenaantallen. 

Een overgrote meerderheid van de scholen gebruikt de ICT-uren vooral voor technische ondersteuning (95.5% LO en 94.1% BLO), onderhoud en beveiliging van het computerpark (86.6% en 76.5%). In het gewoon lager onderwijs biedt de ICT-coördinator in 67% van de scholen ook didactische ondersteuning. In het BLO is dit slechts in 41.2% van de scholen het geval. Ook administratieve ondersteuning (51.2%, en 47.1%), de schoolwebsite maken en onderhouden (52.6% en 38.2%) en zelf vorming geven over ICT aan het team (54.79% en 44%) wordt in veel scholen door de ICT-coördinator opgenomen. Ook opvallend is verder dat ICT-coördinatoren van gewone lagere scholen mét een ICT beleidsplan, significant meer taken toegewezen krijgen dan scholen zonder een ICT-beleidsplan.

Een secundaire school beschikt gemiddeld over 22u ICT-coördinatie. Een overgrote meerderheid van de scholen gebruikt de ICT-uren voor technische ondersteuning (95.89% en 88.0% BuSO) en onderhoud en beveiliging van het computerpark (91.78% en 84%). Ook didactische ondersteuning (64.38% en 48.0%), administratieve ondersteuning (69.18% en 44%) en zelf vorming geven over ICT aan het team (54.79% en 44%) wordt in veel scholen door de ICT-coördinator opgenomen. Voor het GSO hangt het de didactische ondersteuning samen met de schoolgrootte. In grotere scholen blijkt dit namelijk meer voor te komen. Opvallend is wel dat in het gewoon SO de ICT-coördinator veel minder vaak de schoolwebsite moet beheren (42,4%). In het BuSO (60%) en lager onderwijs (52,6%) is dat veel meer het geval.

Info over MICTIVO: www.mictivo.be

Op zoek naar een voorbeeld ICT-beleidsplan? check de template van Klascement.

Tussen Chromebook en digibord: ICT-infrastructuur in de Vlaamse scholen

In deze en volgende blogposts wil ik graag enkele markante resultaten van het meest recente MICTIVO 3-rapport toelichten. MICTIVO is een onderzoek naar de ICT-integratie in Vlaamse scholen en belicht tal van aspecten. Indeze eerste post sta ik stil bij de ICT-infrastructuur.

Gemiddeld staan er in het gewoon lager onderwijs nu 21 laptops, 29 desktops, 12 tablets en 3,5 chromebooks in een lagere school ofwel 1 PC, laptop, of tablet per 4,1 leerlingen in het gewoon lager onderwijs. Opvallend maar niet abnormaal is wel dat het aantal desktops verder afneemt ten voordele van laptops, tablets en chromebooks. Het aandeel desktops bedraagt nog slechts 44% van het computerpark. Ongeveer 1/5 van het computerpark in het LO bestaat uit tablets en chromebooks.

Bijna alle toestellen zijn voorzien van internet en dit zowel in gewoon als buitengewoon lager onderwijs.

In het buitengewoon lager onderwijs is er 1 laptop en desktop  beschikbaar per 2 leerlingen. De meeste desktops en laptops bevinden zich in een leslokaal (65.5%). De meeste tablets bevinden zich ook in een leslokaal (44.8%) en chromebooks hebben geen vaste plaats op school (90.9%). Het aantal computers in een computerlokaal, studiezaal, bibliotheek of open leercentrum is vrij beperkt.

Het (gewoon) secundair onderwijs beschikt over een groot computerpark. Gemiddeld zijn er 212 desktops, 55 laptops, 27 tablets en meer dan 10 chromebooks beschikbaar. Daarmee zijn in het SO gemiddeld één device per 2 leerlingen beschikbaar. Het aantal chromebooks biedt echter een vertekend beeld omdat één school  over 923 chromebooks beschikt. Ongeveer 10% van de secundaire scholen beschikt effectief over 10 of meer chromebooks.

Ook het BuSO beschikt gemiddeld over 1 toestel per 2,2 leerlingen. Tablets en chromebooks zijn hier echter veel minder beschikbaar. De infrastructuur in het BuSO bestaat voornamelijk uit laptops en desktops.

Ouderdom en herkomst van het pc-park

Een groot deel van het computerpark in het lager onderwijs is sterk verouderd. In het gewoon lager onderwijs is 57% van de desktops en laptops ouder dan 4 jaar en 33% tussen de 1 en 4 jaar oud. Een bemerking hierbij is dat er tegenwicht wordt geboden door de opkomst van het aantal tablets. Deze toestellen zijn over het algemeen jonger. Het aandeel tablets en chromebooks (zoals gezegd 1/5 van het computerpark) is niet of veel minder onderhevig aan deze veroudering.  

De situatie is beter in het secundair onderwijs, en de situatie is ook verbeterd t.o.v. van de vorige afname. 33,3% van de laptops en desktops is ouder dan vier jaar, 39,5% is tussen 1 en 4 jaar oud en 15,8% is nieuw. Bijna alle tablets en chromebooks zijn minder dan 4 jaar oud. Op basis van de aangeboden onderwijsvormen in scholen (middenschool, ASO, BSO/TSO) wordt geen significant verschil vastgesteld voor de ouderdom van de computers.

Het buitengewoon secundair onderwijs beschikt over het meest verouderde pc-park over alle onderwijsniveaus en types heen. Bijna 60% van de computers is ouder dan 4 jaar, 22,7% tussen 1 en 4 jaar en slechts 10,1 % is nieuw.

Ook interessant is de herkomst van de computers. Ook hier weer zien we grote verschillen tussen het basis- en secundair onderwijs. In het lager onderwijs is slechts 53,9 % van de desktops en laptops nieuw aangekocht materiaal, 25,2% zijn tweedehands aangekocht en 19,3% zijn giften. Tablets en chromebooks worden wel in de meeste gevallen nieuw aangekocht. Het aankoopbeleid is vrij gelijkaardig in het buitengewoon lager onderwijs.

In het secundair onderwijs is de situatie wel gunstiger. Bijna 75% van de laptops en desktops bestaat uit nieuw aangekochte pc’s, 20,7% zijn tweedehands en 3,6% komt zijn schenkingen. Het aandeel tweedehands aankopen is licht gestegen t.o.v. vorige afnames.   Tablets en chromebooks worden bijna altijd nieuw aangekocht.

Binnen het secundair onderwijs zijn er op dit vlak wel grote verschillen tussen gewoon en buitengewoon secundair onderwijs. In het buitengewoon secundair onderwijs maakt men veel meer gebruik van tweedehands materiaal (22,3%) en giften (30,7%) dan het gewoon secundair onderwijs. Net niet de helft (46,3%) van de desktops en laptops wordt nieuw aangekocht. Het aandeel tweedehands aankopen is in het BuSO sterk gestegen t.o.v. een vorige afname.

Tablets  en chromebooks

In MICTIVO1 werd de beschikbaarheid van chromebooks en tablets niet bevraagd. In de huidige meting (2017-2018) zien we dat het aantal mobiele toestellen is toegenomen en meer ingeburgerd is in het Vlaamse onderwijs. Vooral in het secundair onderwijs ligt het gemiddelde aantal tablets per school (ongeveer 28 in vergelijking met gemiddeld 10 in MICTIVO2) vrij hoog. De toename is zichtbaar in het totaal aantal desktops, laptops en tablets per 100 leerlingen in alle onderwijsniveaus en -types. Steeds meer scholen blijken eerder tablets en chromebooks aan te kopen dan desktop computers of laptops.

Tablets kennen de laatste jaren een grotere opmars in scholen. In vergelijking met MICTIVO2 is het aantal tablets in alle onderwijsniveaus gestegen, zowel in het gewoon als buitengewoon onderwijs. Voor tablets kan er niet worden vergeleken met MICTIVO1 aangezien deze toen nog niet waren opgenomen in het onderzoek. Het verschil in aantal chromebooks met MICTIVO2 valt moeilijk na te gaan aangezien deze ten tijden van MICTIVO2 (bijna) niet aanwezig waren in de scholen en vandaag de dag ook slechts in enkele scholen voorkomen.

Aanwezigheid van andere hardware en software

Op vlak van andere hardware is er de voorbije jaren wél een inhaalbeweging gebeurd. Scholen hebben duidelijk geïnvesteerd in digitale schoolborden, projectoren en draadloos internet zijn nu bijna in alle scholen aanwezig. Zo beschikken ruim bijna 92% van de lagere scholen over projectoren (gemiddeld bijna 6). 89% van de scholen heeft meerdere digitale fototoestellen ter beschikking. Wanneer ze daar niet over beschikken geven ze meestal aan dat ze er geen behoefte aan hebben. In het BLO beschikken 97% van de scholen over meerdere projectoren (gemiddeld 4) .

We merken vooral een grote doorbraak van digitale schoolborden en draadloos internet. Vijf jaar geleden was een meerderheid van de aantal scholen uitgerust met digitale borden, maar het aantal is de voorbije jaren nog sterk toegenomen. In het gewoon lager onderwijs bijvoorbeeld beschikken nu de meeste scholen (93.3%) over digitale borden. Vijf jaar geleden was dit 73.2% en tien jaar geleden 8.4%. In het buitengewoon lager onderwijs is dit nu 74.3%. Dit is een grote toename in vergelijking met tien jaar geleden. Eenzelfde ontwikkeling zien we in het gewoon secundair onderwijs (van 29.6% (M1) naar 78.9% (M3) en het buitengewoon secundair onderwijs (van 5.9% (M1) naar 62.5% (M3)).

Er is niet enkel een sterke toename van het aantal scholen dat over digitale borden beschikt, er zijn binnen de scholen zelf ook meer digitale borden dan vijf en tien jaar geleden. In het gewoon lager onderwijs is dit een verviervoudiging op tien jaar tijd en een verdubbeling op vijf jaar tijd (van 2.35 naar 5.68 naar 9.58 digitale borden per school). In het buitengewoon lager onderwijs is dit een verdubbeling (3.00 naar 3.86 naar 6.65 digitale borden per school). Dezelfde trend zien we in het gewoon secundair onderwijs (van gemiddeld 2.10 naar 6.72 naar 11.73 digitale borden per school) en in het buitengewoon secundair onderwijs (van gemiddeld 2.50 naar 6.88 digitale borden op vijf jaar tijd).

lee het volledige rapport op www.mictivo.be

Nieuwe eindtermen: wat staat er in over ICT, mediawijsheid en computationeel denken?

Op 13/7/2018 keurde de Vlaamse Regering het voorontwerp van decreet betreffende de onderwijsdoelen voor de eerste graad van het secundair onderwijs goed. Dit langverwachte decreet bevat de nieuwe eindtermen voor de eerste graad SO die zullen ingaan op 1 september 2019. In deze wat langere blogpost wil ik ingaan op wat er nu precies in dat decreet staat rond digitale vaardigheden, ICT, mediawijsheid en computationeel denken.

Vooraleer in te gaan op de inhoud van de nieuwe eindtermen wil ik wel nog even duidelijk stellen dat deze goedkeuring een eerste principiële goedkeuring is; m.a.w. het is slechts de eerste stap in het proces van de goedgekeurde eindtermen. Hierna volgen allerhande adviezen o.a. van de Raad van State en de VLOR. Daarna moet het decreet nog door het Vlaams parlement worden bekrachtigd. Pas dan kunnen we effectief spreken van nieuwe eindtermen.

Statuut van de eindtermen

Het decreet bevat niet enkel de inhoud van de nieuwe eindtermen maar wijzigt ook fundamentele zaken aan het statuut van de eindtermen. Er zijn 5 belangrijke wijzigingen waarvan sommige al in een eerder decreet werden vastgelegd.

  • De eindtermen zijn geformuleerd in functie van 16 sleutelcompetenties, waaronder “Digitale competentie en mediawijsheid”, maar ook “Sociaal-relationele competenties”, “Competenties inzake wiskunde, exacte wetenschappen en technologie”, “Burgerschapscompetenties” enz. Deze 16 volgen in grote lijnen de uitkomsten van het leerlingendebat en het publieke eindtermendebat uit 2016.
  • De eindtermen worden niet meer vastgepind aan vakken. Het zijn de schoolbesturen die de verbinding maken tussen de eindtermen en de vakken.
  • Het onderscheid tussen te bereiken vakgebonden eindtermen en na te streven vakoverschrijdende eindtermen is opgeheven. Alles is voortaan te bereiken (weliswaar op populatieniveau niet op individueel niveau!)
  • Het decreet legt ook een specifieke subset van eindtermen vast – ook voor ICT – onder de noemer “basisgeletterdheid”. Deze ET zijn wél op individueel te behalen. M.a.w niemand mag het onderwijs verlaten zonder over de competenties uit de basisgeletterdheid te beschikken.
  • Een laatste wijziging ligt in de sobere, duidelijke, competentiegerichte en evalueerbare formulering volgens een vaste systematiek met een explicitering van de onderliggende kennis.

Het belang van de referentiekaders

Voor elk van de 16 competentieclusters werden vooraf één of meerdere referentiekaders gekozen. Voor digitale competenties was dat het Europese referentiekader DigComp 2.1. The Digital Competence Framework for Citizens. Strategisch een goede keuze van de ontwikkelcommissie want dit referentiekader is erg volledig en internationaal gedragen. Vlaanderen voegt zich zo in in de Europese curriculumontwikkelingen. Verder waren het KVAB advies “Informaticawetenschappen in het leerplichtonderwijs” en de publicatie “Zo denkt een computer” belangrijk als referenties voor het onderdeel computationeel denken.

 

Overzicht van de nieuwe eindtermen

In totaal zijn er 382 nieuwe eindtermen.  15 daarvan hebben rechtstreeks te maken met digitale competentie. Bij nog eens 4 andere eindtermen is er in de onderliggende kennis expliciet sprake van ICT-contexten. Verder zijn er 14 ICT-eindtermen opgenomen als basisgeletterdheid. Hierna het overzicht per competentiedomein.

“Nieuwe eindtermen: wat staat er in over ICT, mediawijsheid en computationeel denken?” verder lezen

Op studiebezoek in Noord-Ierland

Ik heb het genoegen deel uit te maken van een werkgroep van de Europese Commissie die zich bezighoudt met digitale vaardigheden. Via die werkgroep kom ik regelmatig in contact met buitenlandse collega’s, leer ik ICT-projecten uit de EU kennen en kan ik een kijkje nemen hoe het in andere landen aan toegaat. Een van die studiebezoeken of Peer Learning Activities ging vorige week door in Belfast.

De hoofdstad van Noord-Ierland heeft zelf heel wat te danken aan de EU die het vredesproces tussen Britsgezinde unionisten en Iersgezinde katholieken heeft gefinancierd. Het vredesproces werkt, maar het is broos en er is een schandalig grote muur (de “peace wall” heet hij eufemistisch) die de wijken en de mensen van elkaar scheidt. Ook hier weer heb ik kunnen vaststellen dat Europa wel degelijk werkt, want het is de unie die zorgt voor de financiële onderbouw van het vredesproces. Met Europees geld werd er gezorgd voor werk, stadvernieuwing, gemeenschapscentra, recreatieparken en nog veel meer. Geen wonder dat een grote meerderheid hier tegen de Brexit stemde en zich zorgen maakt over wat de impact ervan zal zijn.

De “Peace wall” en een mural in Belfast

 

 

 

 

 

Maar we kwamen dus niet naar Belfast om het over herinneringseducatie, maar wel over ICT in het onderwijs te hebben. Meer specifiek ging het over samenwerking met de industrie, arbeidsmarkt en bedrijfsleven. De inbreng van bedrijven in het schoolgebeuren lijkt hier veel groter dan in Vlaanderen.  De discussie over de samenwerking onderwijs-arbeidsmarkt en de skills gap was dezelfde die enkele weken gelden nog voerde met mensen van het STEM-platform. Wanneer het gaat over samenwerking met het bedrijfsleven zien de vertegenwoordigers daarvan (niet enkel bedrijven maar bv ook de  VDAB) onderwijs soms heel erg in functie van de toelevering naar de arbeidsmarkt en het oplossen van het tekort aan bepaalde arbeidsmarktprofielen. Hier moeten twee kanttekeningen bij gemaakt worden:

1/ Het onderwijs heeft meerdere finaliteiten en de toelevering naar de arbeidsmarkt is er daar slechts één van. Onderwijs heeft immers ook als taak waarden over te dragen en actief burgerschap aan te kweken, talenten te ontwikkelen en basisvaardigheden aan te leren. Een te dominante inmenging van het bedrijfsleven op onderwijs houdt dus het risico in zich dat de toeleiding naar bedrijven te veel aandacht krijgt.

2/ Een tweede bedenking die ik me maakte is dat de industrie er soms een zeer dubbelzinnige houding op nahoudt als het gaat om de omgang met kinderen en jongeren in onderwijs: aan de ene kant vragen ze meer aandacht voor creativiteit, kritisch denken, samenwerking, probleemoplossend vermogen en verwachten ze studenten die actief kunnen bijdragen aan de digitale wereld. Tegelijkertijd zien ze onderwijs als een gigantische afzetmarkt en zien ze liefst zoveel mogelijk leerlingen en leraren die hun technologie, games, apps, software en “brands” gebruiken. Die laatste houding weerspiegelt eerder een visie die jongeren ziet als passieve consumenten van technologie dan die van actieve participanten …

Op de tweede dag van de PLA bezocht ik de Blythefield Primary School. Een klein basisschooltje in een van de meer achtergestelde wijken van Belfast. Een lokaal ICT bedrijf Komt er wekelijks een codeclub organiseren, tijdens de lessen. Ze zorgen voor een deel van de infrastructuur, maar brengen ook twee personeelsleden in die als coaches mee begeleidingen doen samen met de leerkracht. De samenwerking zorgt voor een win-win voor zowel de school als het bedrijf, dat talent zowel spot als volgt (Dat laatste vond ik wel verregaand; het ging hier immers om lager onderwijs).

De school maakt zo weinig als mogelijk gebruik van handboeken, maar wel van vrije leermiddelen  (zgn. open educational resources) o.a. complexere programmeeropdrachten en instructies afkomstig van de Raspberry Pi foundation. De discussie over het gebruik van OER is met name van belang wanneer het gaat om samenwerking met industrie. Eén van de grootste industrieën in onderwijs zijn immers die van de educatieve uitgevers. De school in Belfast koos er resoluut voor om zo weinig mogelijk papieren tekstboeken te gebruiken. Iets wat in Vlaanderen nog niet echt aan de orde is…

 

 

 

 

 

Maar dit studiebezoek leerde me ook enkele positieve aspecten kennen van samenwerking tussen scholen en het bedrijfsleven. Zo kunnen scholen – met name in de STEM-domeinen – gebruik maken van de nieuwste technologie, tools en software, wat het onderwijs vernieuwend,  praktisch en leerlingbetrokken kan maken.

Uit de landenpresentaties die volgden op dag 3 weerhoud ik dit keer vooral de presentaties over het Portugese model. Portugal zit in een gelijkaardige situatie als Vlaanderen, curriculumhervormingen laten lang op zich wachten en de administratie wil niet wachten om programmeren prominenter op de agenda te zetten. Als oplossing kozen ze daar voor het opzetten van code clubs in de scholen. Die codeclubs vinden plaats buiten de lessen maar er zijn belangrijke verschillen met het model dat onze eigen minister van innovatie Muyters voor ogen heeft:

  • De Portugese code clubs vinden altijd plaats in scholen en bv. niet in bibliotheken of ander locaties;
  • De betrokken scholen werden door de overheid geselecteerd en net de scholen in kansarme buurten of met een moeilijke populatie kreeg voorrang;
  • Deelname is extra-curriculair en maakt deel uit van naschools opvangaanbod maar het is voor iedereen gratis;
  • De lesgevers zijn leerkrachten die daarvoor een incentive en een opleiding krijgen. Dit zorgt ook voor een grote transfer naar de ICT lessen in school zelf;
  • Inhouden, toepassingen, software komen voornamelijk uit het bedrijfsleven;
  • Het programma wordt zo goed als integraal door de industrie gefinancierd.

Portugal participeert ook in het “Apps for good programme”, een soort programmeerwedstrijd waarbij teams nuttige apps moeten ontwikkelen. We kregen een interessant case te zien en konden via skype ook vragen stellen aan de deelnemen leerlingen. De leerlingen hadden naast het ontwerpen van de app zelf heel wat zgn. 21e eeuwse vaardigheden geleerd: in team werken, werk verdelen, ideeën uitschrijven en uitwerken, problemen oplossen, creativiteit. Bijna de helft van het team zei dat het werken aan de app hen een beter inzicht in hun eigen talenten had opgeleverd en ook een impact had op hun toekomstige studiekeuze.

Happy Safer Internet Day

 

Vandaag 7/2 vieren we de Europese Safer Internet Dag. Naar goede traditie zullen heel wat scholen vandaag lessen inplannen over cyberpesten, veilig online gedrag en hoe omgaan met sociale media. Scholen worden daarbij ondersteund door een waaier van organisaties die hiervoor hun projecten en expertise inzetten. In Vlaanderen hebben o.a. het KennisCentrum Mediawijsheid, Child Focus, de Gezinsbond en het Departement Onderwijs zich verenigd in het Belgian Better Internet Consortium. De jaarlijkse Safer Internet Day (SID) vraagt terecht aandacht voor allerhande digitale risico’s. Zo’n “Europese dag van…” heeft een belangrijk sensibiliserend effect. Maar er is ook een risico dat de aandacht voor veilig internetgebruik beperkt blijft tot die ene dag of projectweek. Het veilig, verantwoord en doelmatig gebruik van ICT (zoals het in de eindtermen wordt geformuleerd) is immers iets waar we elke dag oog voor moeten hebben.

Dat er in Vlaamse scholen nog structureel werk aan de winkel bewijst een analyse van het eSafety Label. Het belangrijkste aspect van het eSafety label is een module waarmee een school in kaart brengt op welk niveau van ICT-veiligheid ze zich situeert. Beleidsplanning, ICT-infrastructuur en infrastructuur worden daarbij geëvalueerd. Dat gebeurt aan de hand van een vragenlijst. Op basis van de resultaten ontvangt elke school een persoonlijk actieplan met het oog op het remediëren van zwakke punten in het schoolbeleid en de verhoging van de ICT-veiligheid.

Het eSafety Label is een Europees project waar 35 landen aan meedoen en dat maakt het mogelijk om de gegevens van de Vlaamse scholen te vergelijken met die van alle andere landen samen. Voor de duidelijkheid, het gaat hier enkel om een beperkt aantal van 115 Vlaamse lagere en secundaire scholen die deelnemen aan het project, en dus  niet noodzakelijk om een doorsnee staal. Opvallend is dat we het zeker niet beter doen dan het Europese gemiddelde. In Vlaanderen is de toegang tot technologie voor leerlingen en leraren iets beter geregeld, zijn de softwarelicenties vaker in orde, en is er vaker een duidelijk beleidsplan voor ICT-gebruik door leraren. Vlaamse scholen scoren ook opvallend beter voor hun online aanwezigheid (via website en sociale media). Maar voor ongeveer alle andere criteria scoren Vlaamse scholen net onder het Europees gemiddelde. Zo is er is een duidelijk gebrek aan ondersteuning en nascholing. Voor deze twee aspecten van eSafety scoren Vlaamse scholen meer dan 10% zwakker dan scholen elders in Europa. Minder significant meer evenzeer afgetekend is het ontbreken van een incident handling procedure. Zo’n procedure maakt duidelijk wat er te doen staat als het toch foutloopt. Minder dan de helft van de scholen in Vlaanderen heeft dergelijke procedures.

Er  is nog wel wat werk aan de winkel dus. Het eSafety Label wordt regelmatig aangepast aan nieuwe trends en risico’s. Zo worden er binnenkort vragen en fact sheets toegevoegd over sexting, online extremisme radicalisering en haatboodschappen. In de tussentijd wens ik iedereen een fijne Safer Internet Day!

“Happy Safer Internet Day” verder lezen

Radicalisering, extremisme en de media centraal op Media & Learning 2016

Op deze gitzwarte dag een kort verslag over de Media & Learning Conferentie. Deze vond plaats van 9 – 11 maart 2016 het Departement Onderwijs. Deze conferentie brengt beleidsmakers, onderzoekers, praktijkmensen en partners ui de media en de media-industrie samen rond actuele thema’s.

Eerlijk, ik was van plan een ander soort verslag te maken omdat er heel wat interessante mediatopics de revue zijn gepasseerd: media-competentiemodellen, videotoepassingen, VR-tools, filmeducatie en beeldgeletterdheid enz. enz.

M&L2 Maar na wat er vandaag in Brussel is gebeurd haal ik er enkel het thema “media en radicalisering” uit. Omdat de discussies, de tools en de resultaten van wat we tijdens M&L hebben geleerd, misschien een kleine bijdrage kunnen leveren om het extremisme waar we vandaag de trieste uitwas van zien te bekampen. Rode draad doorheen deze editie was dus het thema media en radicalisering. Er waren doorlopend workshops, screenings en debatten over radicalisering en hoe onderwijs hierop kan inspelen door te werken aan mediageletterdheid.

Tijdens een pre-conference workshop op 9 maart ging de Amerikaanse experte Prof. Renee Hobbs dieper in op de werking van via propaganda. Zij reikte tools aan om propaganda bespreekbaar te maken, te deconstrueren en hierrond een klaswerking op te zetten. Interessant aan haar programma Mind Over Media is dat ze focust op het herkennen, analyseren en deconstrueren van de mechanismen achter hedendaagse propaganda, eerder dan een moreel oordeel te vellen op de boodschap die getoond wordt.

Screenings waren er o.a. van de Belgische documentaireMijn Jihad”  en het materiaal dat daarrond voor scholen is ontwikkeld. Maar ook het praktijkvoorbeeld van het Xaveriuscollege uit Borgerhout waar het Palestijns-Israelische conflict wordt benaderd vanuit lokale geschiedenisboeken. Ook het schoolbeleid m.b.t. sociale media en hoe je jongeren daar op een verantwoorde manier mee aan de slag kan laten gaan kwam uitvoerig aan bod. Tijdens een van de debatten met o.a. het UNAOC, RAN, De Europese Commissie en de Raad van Europa werd de vraag behandeld hoe strijd tegen radicalisering kan omgedraaid worden naar een meer positieve en actieve benadering van actief burgerschap.

 

M&L5
Het slotdebat met o.a. Renee Hobbs, Rudi Vranckx, Karin Heremans en Moad El Boudaati dat je hier kan herbekijken ging dan waar over kaders en strategieën waarover scholen beschikken om radicalisering te bestrijden.

Meer informatie, en ook alle presentaties enz. zijn hier te vinden: http://media-and-learning.eu/programme/

Lessen van BETT 2016

The Bett Show (wat staat voor British Educational Training and Technology Show) is de grootste onderwijstechnologiebeurs van Europa. De editie van 2016 bracht liefst 868 bedrijven samen die zich met technologische oplossingen richten op scholen, gaande van multinationals als Google, Microsoft en Apple tot kleinere start-ups en bedrijfjes die een specifieke oplossing aanbieden. Ik was er samen meer dan 35.000 andere bezoekers uit 110 verschillende landen. Onderwijstechnologie wordt bovendien niet al te breed gedefinieerd: het profiel van BETT is ICT en dat maakt het event ideaal om IT-trends te spotten, inspiratie op te doen en te netwerken.

Als ik de Top 3 van de trends moet samenvatten, dan kies ik voor 3 C’s: Cloud, Coding en Creatieve toepassingen. De rode draad was STEM: geïntegreerde trajecten waarin techniek, technologie en wetenschappen samenkomen in engagerende leertrajecten.
Nagenoeg alle exposanten bieden cloudgebaseerde oplossingen aan. Het mag duidelijk zijn dat het klassieke licentiemodel zijn beste tijd gehad heeft . Grote leveranciers zoals Google en Microsoft promoten heel fel hun (concurrentiële) clouddiensten. De strijd tussen Office 365 en Google Apps for Education werd ook op BETT uitgevochten, al stelden de titanen er ook andere innovaties voor. offcie 365 vs google apps3Zo pakte Microsoft uit met een heus Minecraft-land waarin de educatieve toepassingen van Minecraft in de kijker stonden. Minecraft Edu is immers een perfect voorbeeld van de integratie van cloud, programmeren én een creatieve toepassing. Ideaal dus voor STEM. Google stelde er dan weer zijn virtual reality programma “Google Expeditions” voor. Iedereen kent ondertussen het kartonnen brilletje, maar de app (vooralsnog een prototype ) is werkelijk mindblowing. Stel je voor dat je kan rondkijken vanuit het ISS of via virtuele realiteit de zee of een berg kan verkennen. Op dit moment zijn er meer dan 100 virtuele reizen ontwikkeld voor scholen.

WP_20160122_024WP_20160122_003

 

Tools om te leren programmeren waren er in overvloed en dat was te verwachten nu de Britse overheid nog maar net programmeren heeft toegevoegd aan het officiële curriculum. Een erg vooruitstrevende beslissing die bovendien wordt gesteund door een brede schare van openbare diensten (BBC!) en technologische bedrijfjes. BBC lanceerde op BETT zijn micro:bit maar Raspberry Pi spande de kroon in het STEM-village. Beide zijn eenvoudige (nou ja) programmeertools. Elke 7-jarige (!) in het VK krijgt binnenkort gratis een micro:bit. Het doel is om kinderen te leren software programmeren en nieuwe dingen te laten ontwikkelen. Raspberry Pi bestaat al veel langer en kon dus uitpakken met een breed gamma van toepassingen en educatieve projecten. Ook opvallend was het gamma aan 3D-printers voor scholen al dan niet voorzien van 3D-ontwikkelingssoftware en programmeer tools.
In de BETT aWP_20160122_031rena – het publieksforum – waren echter ook kritische geluiden te horen. Zo vroeg een Google-man zich openlijk af wat het punt is om van internet een konijntjesdesign te downloaden en dit vervolgens te printen op een 3D printer. STEM, programmeren en technieken als 3D-printers moeten volgens hem veel meer tegemoetkomen aan het oplossen van reële problemen .

Creatieve toepassingen waren er in overvloed: van portfolio’s waarmee je zelf leermiddelen kan maken, over eenvoudige game designer tools, tot handige en goedkope hardware zoals deze stopmotioncamera inclusief bijhorende studiosoftware van HUE-animation. Dingen maken, je creatief uiten met behulp van ICT, je eigen robot in mekaar zetten, zelf programmeren, … het is op zich een opvallend gegeven. Het feit dat er zoveel tools beschikbaar zijn om zelf aan de slag te gaan markeert een belangrijk keerpunt nl. dat waarbij leraren en leerlingen vooral gezien worden als passieve consumenten van technologie naar makers en doeners die zelf dingen gaan ontwikkelen. Laat dat de allerbelangrijkste trend van BETT 2016 zijn.

Programmeren is het nieuwe Latijn

Als we willen dat alle jongeren de huidige snelle technologische evolutie kunnen volgen, en als we voldoende jongeren willen motiveren om nieuwe technologie te creëren, moeten onze jongeren informaticavaardig worden. En dat gaat een stuk verder dan louter het gebruik van computers, en houdt ook in dat de jongere moet begrijpen hoe computers en software werken. Om dit te realiseren zijn nieuwe, ambitieuze eindtermen en leerplannen broodnodig, alsook goed opgeleide leerkrachten en een goede infrastructuur. Dit zijn, in een notendop, de conclusies van een uitgebreid rapport van de Jonge Academie en de KVAB, de Koninklijke Vlaamse Academie van België voor Kunsten en Wetenschappen.

do you speak code

De KVAB vertrekt vanuit de volgende vaststellingen voor het schrijven van dit advies:

  • De snelle technologische evoluties in alle maatschappelijke sectoren, waardoor een grondige kennis van de onderliggende werkingsprincipes van de digitale technologie nodig is om jongeren op een permanent veranderende toekomst voor te bereiden.
  • De vaststelling dat momenteel bijna alle huidige en toekomstige jobs (zowel routine als non-routine jobs en zowel de jobs van hoog- en laaggeschoolden) in meer of mindere mate een ICT-component (zullen) kennen.
  • De noodzaak om jongeren niet enkel op te leiden als goede technologiegebruikers, maar hen ook de basis van programmeren bij te brengen zodat ze de werking achter de technologie die ze dagdagelijks gebruiken, beter begrijpen.
  • De verwachting van diverse overheden dat een sterke component informaticawetenschappen wordt aangeboden in STEM-georiënteerde en technologische richtingen.

De KVAB formuleert 2 hoofdaanbevelingen:

1/ Zowel in het basisonderwijs als in het secundair onderwijs dient een sterke component informaticawetenschappen opgenomen te worden in het leerplichtonderwijs. De op stapel staande onderwijshervorming biedt hiertoe een unieke kans.

2/ Om degelijk onderwijs in de informaticawetenschappen te kunnen aanbieden, dienen de lerarenopleidingen inhoudelijk aangepast te worden en aantrekkelijker gemaakt. Tegelijk dient op korte en middellange termijn sterk ingezet te worden op bijscholing en navorming van het bestaande leerkrachtenkorps.

 

Lees het volledige advies op :

http://www.kvab.be/downloads/stp/ktw-ja_informaticawetenschappen.pdf

Het European Schoolnet publiceerde eind vorig jaar een overzicht van hoe programmeren structureel ingebed zit in Europese curricula. http://www.eun.org/c/document_library/get_file?uuid=521cb928-6ec4-4a86-b522-9d8fd5cf60ce&groupId=43887

ICT en digitale media in het onderwijs: wat zeggen de beleidsnota’s?

Dat er (serieus) moet bespaard worden wisten we al. Toch hebben de Vlaamse beleidsnota’s van Onderwijs, Media, Cultuur, Inburgering en Armoede ook aandacht voor de verdere digitalisering van het onderwijs. Wat opvalt is een continuering van voorgaand beleid met aandacht voor digitale leermiddelen en een duidelijke focus op digitale geletterdheid. Als we op de beleidsnota’s afgaan moeten we niet echt grootschalige nieuwe projecten verwachten. Dat heeft uiteraard met de krappe budgetten te maken. Een beleidsnota is weliswaar een belangrijke indicatie voor het nieuwe beleid, de ervaring leert echter dat veel beleid en cours de route vorm krijgt. Zo vermeld de beleidsnota Onderwijs zo goed als niets over curriculumhervorming, terwijl die er – in het kader van de hervorming Secundair Onderwijs – wel zit aan te komen. Zo’n curriculumhervorming zou voor allerhande zogenaamde 21e eeuwse vaardigheden (waaronder digitale geletterdheid, programmeren, mediawijsheid,…) wel eens heel belangrijk kunnen zijn. Maar het blijft dus nog wachten op meer concrete beleidsintenties op dat vlak. Hierna een overzicht van wat al wél al in de beleidsnota’s staat.

media_xll_7243779

 

 

 

 

 

Infrastructuur

Minister van Onderwijs Crevits wil ter vervanging van de huidige aflopende regeling voor internetconnectiviteit (Telenet-SchoolNet) een nieuwe raamovereenkomst onderhandelen rond breedband internet voor scholen.
Opleiding

Omwille van de besparingen werden de middelen voor ICT-nascholing via de vzw SNPB geschrapt en herbestemd. Wel wil de minister inzetten op Massive Open Online Courses (MOOCs) als e-learning methodiek en als nascholingskanaal voor leraren.

 

e-safety
eSafety-Logo_RGBCentraal in het beleid staat het eSafety Label project, dat na twee jaar als pilot klaar is om breed uitgerold te worden. Dit project beoogt een geïntegreerde aanpak van veilig ICT-gebruik via een schoolbrede aanpak waarbij op drie terreinen wordt gewerkt:

  • Schoolbeleid: Acceptable Use Policy, rol van ICT-coördinatoren, beleid inzake gsm-gebruik, social media beleid, …
  • Praktijk: mate waarin veilig ICT-gebruik aan bod komt in de lessen, mate waarin ouders betrokken/geïnformeerd worden, nascholing,…
  • Infrastructuur: firewall, back-up, paswoordenbeleid,…

 

Onderzoek

In 2016 is een evaluatie van het Plan Geletterdheid voorzien, dit met het oog op de verdere uitbouw van een structureel geletterdheidsbeleid in de periode 2016-2020. En om het ICT-beleid in het Vlaamse Onderwijs te monitoren en te evalueren voorziet minister Crevits een nieuwe afname van de ICT-monitor in 2017.

 

Digitale leermiddelen

De Beleidsnota Cultuur (minister Sven Gatz) meldt dat zowel het gamefonds als het Vlaams Instituut voor Archivering van Audiovisueel materiaal (VIAA) nog voorwerp zijn van evaluaties. Van beide organisaties loopt de beheersovereenkomst weldra ten einde. We gaan ervan uit dat deze nog niet zolang geleden opgestarte projecten verlengd zullen worden. Het VIAA dat o.a . het VRT-archief openstelt voor scholen levert immers schitterend werk. Een kleine 300 leraren testen momenteel hun educatief platform Testbeeld uit. Minister Crevits kondigt in haar eigen Beleidsnota trouwens aan dat ze de educatieve werking van het VIAA actief wil steunen.

Minister Crevits kondigt ook de uitbouw van een uniek toegangsportaal voor open leermiddelen aan, wellicht in de vorm van een single sign-on infrastructuur voor diverse leermiddelenverstrekkers zoals VIAA, Klascement, Knooppunt etc.

 

Mediageletterdheid

Om gelijke tred te houden met de snelle digitalisering en verdere mediatisering van de samenleving moet er de volgende jaren nog meer aan mediawijsheid worden gewerkt. Om deze reden krijgt het Kenniscentrum Mediawijsheid (www.mediawijs.be) meer verantwoordelijkheid. Voogdijminister Gatz wil dit Kenniscentrum uitbouwen tot hét referentiepunt voor mediawijsheid in Vlaanderen. Het Kenniscentrum Mediawijsheid zal nieuwe acties en initiatieven ondernemen, actuele trends opvolgen en specifieke doelgroepen bereiken. En dit in overleg met o.a. het beleidsdomein onderwijs.

Het leesbevorderingsproject ‘Kranten in de Klas’ blijft bestaan maar wordt grondig aangepast. Van een passieve kennismaking met gedrukte kranten moet het project evolueren naar een actieve consultatie van digitale nieuwssites, participatie aan discussiegroepen ed. De komende legislatuur wil bevoegd minister Sven Gatz dit project nog meer afstemmen op de technologische evoluties binnen het medialandschap.

 

Digitale kloof

In de beleidsnota’s ‘Inburgering’ en ‘Armoedebestrijding’ vinden we tenslotte enkele passages terug over de bestrijding van de digitale kloof. Al zijn die minder concreet uitgewerkt. Binnen de inburgeringstrajecten wil de bevoegde minister Liesbeth Homans extra aandacht voor het werken aan geletterdheid in zijn ruime betekenis, waaronder digitale geletterdheid. Op die manier wil ze de Nederlandse taalverwerving extra ondersteunen en de digitale kloof verminderen. Ambitieus is de wil om bij inburgeringstrajecten gebruik te maken van ‘e-learning’ of ‘blended learning’ teneinde de combinatie van inburgering met werk, kinderopvang, opleiding, verblijf in het buitenland, etc. mogelijk en makkelijker te maken.

flip the class 2.0

Kinderen en jongeren lijken soms wel alles te filmen. Het stereotype beeld van de Japanner die op vakantie foto’s neemt van zowat alles wat op zijn pad komt, wordt stilaan ingehaald door onze jeugdige medemens met gsm-camera. Het immens populaire Youtube koos niet toevallig ‘broadcast yourself’ als slogan. De beeldcultuur waarvan al decennia sprake is, komt pas de laatste jaren echt tot uiting. Handleidingen lezen jongeren niet meer, ze bekijken de instructie op een online filmpje, recepten komen niet langer uit een kookboek, maar worden door Piet of Jeroen ‘on demand’ getoond op het internet.

En dat was wat Bale wou aantonen met zijn piramide. Deze piramide is niet wetenschappelijk onderbouwd en werd door Bale zelf in twijfel getrokken, maar levert wel een mooie basis om het leren te taxeren kijken en luisteren levert betere leerresultaten op dan kijken alleen. Maar als je iets zelf uitlegt aan een lotgenoot, dan pas kom je tot echte verwerking van de inhouden.

Het door de leerling of student zelf toelichten van de leerinhouden aan anderen, brengt ons al snel bij de aloude en alom gevreesde “spreekbeurt”. Dit concept heeft aan vele generaties mooie diensten bewezen, maar laat ons wel wezen: in 2014 is de spreekbeurt oneindig gedateerd en kan nog slechts een plaats hebben in het kader van ‘nostalgie’.

Maar is er dan geen mogelijkheid tot de spreekbeurt 2.0 ? Leren moet en zal blended gebeuren in ons huidig onderwijskader. Welnu, laat ons dan het concept ‘spreekbeurt’ even in de blender steken met de broadcast yourself-cultuur en de filosofie achter the flipped classroom. Kan dat iets moois opleveren?

Leerlingen verwerken in “the flipped classroom 2.0” de leerstof met een maximaal leerrendement door het bekijken van instructiefilmpjes over diezelfde leerstof die door hun medeleerlingen zelf gemaakt zijn en online zijn geplaatst op het digitale leerplatform van de school. De voordelen zijn legio. Vooreerst is het een continue training in mediageletterdheid, mediawijsheid en instrumentale competenties (niet toevallig de drie basiszuilen van het leerplan Mediakunde). Maar het is tevens een vakgebiedoverschrijdende, projectmatige insteek in je klas. En tenslotte behoud je alle voordelen van een geflipte klas: meer mogelijkheden tot inoefening, maximale differentiatiemogelijkheden én het stimuleren van een onderzoekende basishouding.

Praktische problemen mogen ons niet overtuigen om het klassieke lesgeven te blijven verankeren. Technologie was nog nooit zo goedkoop en dichtbij. Een open leercentrum in elke school (lees: een voor elke leerling voor- en naschools toegankelijk computerlokaal) vangt al vele bezwaren op trouwens.

Als je de klas wil flippen, flip ze dan volledig. Elimineer het laatste passieve deel in het onderwijsproces, namelijk het “zwijg en luister naar de instructie van de leerkracht”. Laat leerlingen steeds meer zelf de instructie geflipt geven. De leerkracht wordt zo steeds meer mediator in plaats van instructor.

ICT-monitor (2) effectief ICT-gebruik in Vlaamse scholen

Aan leerkrachten is gevraagd in welke mate ze verschillende klasgerelateerde activiteiten uitvoeren waarbij ICT kan ingezet worden. Het effectieve gebruik van ICT voor lesvoorbereidingen en tijdens de lessen is er licht op vooruitgegaan t.o.v. vijf jaar geleden. Maar van een veralgemeend ICT-gebruik is nog lang geen sprake. De overgrote meerderheid (85%) van de leerkrachten in het lager onderwijs  gebruikt de computer regelmatig (dagelijks of wekelijks of meerdere keren per maand) voor lesvoorbereidingen. Iets meer dan 50% gebruikt de computer regelmatig tijdens de les. Ook opvallend is dat ICT in het lager onderwijs het meest gebruikt wordt in het leergebied wereldoriëntatie (54,1%) gevolgd door wiskunde (26,1%) en Nederlands (10%).

aard en frequentie samenv 

 

 

 

 

 

In het secundair onderwijs is het gebruik in de lessen nog veel lager. Iets meer dan 70% van de leerkrachten gebruikt de computer regelmatig voor lesvoorbereidingen. De meerderheid van de leerkrachten (50%) gebruikt de computer slechts een paar keer per jaar in de les; slechts 35% van leerkrachten in het secundair onderwijs gebruikt de computer met enige regelmaat. In het lager onderwijs gebruikt 4% van de leerkrachten de computer nooit. In het secundair onderwijs is dat percentage liefst 13,4%.

 Games en sociale netwerksites

Het gebruik van sociale netwerksites en games voor educatieve doelen is nog niet ingeburgerd in het onderwijs. 80% van de leerkrachten secundair onderwijs en 77% in het basisonderwijs gebruiken helemaal nooit games in de klas. Jongere leerkrachten en leerkrachten uit de eerste graad secundair onderwijs gebruiken soms games. Iets meer dan de helft van alle leerkrachten gebruikt nooit sociale netwerksites in het basis- en secundair onderwijs. Jongere leerkrachten en leerkrachten in het BSO gebruiken iets meer sociale netwerken dan hun collega’s.

Het volledige rapport vind je hier

Lezing stressvrije scholen

Transcendente meditatie en stressvrije scholen

Het is woensdagochtend 26 februari. In het Gentse vormingscentrum Guislain geeft de Canadese Dr. in de fysica Ashley Dean een lezing met de welluidende titel: ‘Stress-free schools through consciousness-based education. Unfolding the inner genius of every student’.

De lezingen zijn een initiatief van de Belgische Maharishi Institute of Vedic Science VZW en de David Lynch Foundation. In mei vorig jaar werd een eerste reeks lezingen geven, deze week geeft Dr. Dean opnieuw 10 lezingen in 5 Vlaamse Steden.

Uitgangspunt is de transcendente meditatie. Dit is een specifieke meditatie die vorm gegeven werd door de Indiër Maharishi Mahesh Yogi. De meditatie kan enkel aangeleerd worden bij een erkende instantie, in Vlaanderen is dit de reeds hierboven vermelde Maharishi Institute of Vedic Science.

Het doel van de organisatie is om deze vorm van meditatie te integreren in het lesprogramma. Voor de leerlingen en de leerkrachten betekent het concreet dat men tweemaal 15 minuten per dag samen tijd neemt om te mediteren. Het mediteren zelf wordt altijd één-op-één aangeleerd.

Voordelen: ze zijn er, soms eerder vaag en een beetje mistig

De voordelen van transcendente meditatie zijn meervoudig volgens Dr. Dean: reductie van stress en angst, ontwikkeling van het brein, verhoogde creativiteit, betere gezondheid en relaties. Binnen een schoolomgeving zou dit de leerlingen rustig maken, de stress- en de criminaliteitscijfers laten dalen, de leerwinsten aanzienlijk verbeteren en het aantal drop-outs sterk reduceren. Alle beweringen werden ondersteund met cijfermateriaal, maar op basis van enkel de presentatie, is het moeilijk in te schatten hoe wetenschappelijk onderbouwd dergelijke stellingen zijn.

Iets vager werd het allemaal toen Dr. Dean over de macro-effecten begon. Als 1% procent van een gemeenschap actief transcent mediteert, dan treedt er een golf-effect op: de rust en alle hierboven opgesomde voordelen zullen zich verspreiden over de volledige gemeenschap via een soort ‘veld’. Er werden ook slides getoond die aantonen dat er vandaag al minder conflicten zijn en dat de criminaliteitscijfers in sommige steden reeds enorm gedaald zijn (Liverpool). Dr. Dean had ook voor ons uitgerekend hoeveel de gezondheidszorg in België kost per persoon, zijnde 3700 euro per persoon per jaar. Mochten we allemaal transcendent gaan mediteren, dan zou het ons zelfs 5600 euro per 5 jaar besparen. Een leerling transcendent leren mediteren kost dan weer 200 per persoon, maar het zou wel 300.000 euro opbrengen…

Wat transcendente meditatie nu precies op microniveau met ons doet, heb ik ook niet helemaal begrepen. Het zorgt ervoor dat ons brein ‘coherent gaat functioneren’ en toegang krijgt tot een dieper niveau in onszelf waar meer kennis in zit dan we eigenlijk beseffen. Ook de ‘inner genius’ bleek een rekbaar begrip. De nadruk bleef namelijk liggen op een goed presterend kind, niet op een kind dat zich gewoon goed voelt.

Kostprijs

Maar hoeveel kost het u nu? Het business-model achter deze lezing is uiteraard het verkopen van meditatie-lessen (gespreid over 4 dagen). Normaal kost een dergelijke training 1200 euro in Vlaanderen, maar nu kan het voor 900 euro. Het laagste tarief dat werd vernoemd was 450 euro. Voor de eerste school in België die begint met het implementeren van de transcendente meditatie, zal de David Lynch Foundation alles terugbetalen. Men gaf ook toe dat het in België bijzonder moeilijk is om een school te overtuigen. De eerste ronde in mei was in die zin dus niet succesvol.

Veel publiek zat er niet in de zaal (20 max), maar dat had waarschijnlijk met het aanvangsuur te maken, aangezien de namiddagsessie en de avondsessie wel degelijk uitverkocht zijn. Enkele aanwezige leerkrachten hadden interesse, maar zagen zich niet in staat om de directie en de collega’s te overtuigen. Het meest pakkende moment vond ik zelf een meisje van 18 die zichzelf voorstelde als een drop-out die graag terug naar school zou willen, op voorwaarde dat ze er aan transcendente meditatie doen. In de VS kan je daarvoor bij Dr. Daens’ school terecht, maar in Vlaanderen zijn er helaas voor haar, geen op transcendente meditatie-gebaseerde alternatieven beschikbaar.

Conclusie

De lezingen rond stressvrijen scholen staan enorm in de belangstelling en kunnen zowel rekenen op applaus als op hoongelach. Ik heb behoorlijk wat zaken gehoord waar ik mijn ernstige twijfels bij heb, maar anderzijds vind ik ook niet dat we kind met hat badwater moeten weggooien. We hebben met z’n allen te veel stress (denk ADHD, depressie bij kinderen etc.) en de tijd die effectief aan leren besteed kan worden is inderdaad op veel scholen dramatisch (50 minuten in theorie, soms amper 5 effectief). Als onderzoeker zou ik het zeker interessant vinden om onafhankelijk onderzoek op deze methode en andere vormen van meditatie los te laten. Een beetje meer innerlijke rust kan vast geen kwaad in deze toch wel hectische tijden.

Anders gaan lesgeven met nieuwe media

Het begint stilaan te dagen bij steeds meer lesgevers: de tijd is rijp om de klassieke manieren van lesgeven definitief achter ons te laten en voluit te gaan voor echte onderwijsvernieuwing.

Dus niet meer het mantra hanteren van het digitale bord dat de vernieuwing in de klas brengt, maar uitkijken naar echte vernieuwingen. De grote interesse die er bestaat voor blended learning en the flipped classroom zijn hierbij tekenen aan de wand. In onderstaand artikel lijsten we enkele mogelijkheden op. Let wel: het is niet de bedoeling om een kant-en-klare handleiding voor te schotelen, maar eerder inspirerend te werken. Geen twee lesgevers zijn immers gelijk. Iedereen zal zelf een pakket op maat moeten samenstellen waar hij/zij zich goed bij voelt. Aanzie onderstaand overzicht dus als een niet-exhaustief pakket waar je zelf je ideale klas mee kan samenstellen. Mogelijks nog niet dit jaar, zelfs nog niet volgend jaar. Maar ooit zal de tijd rijp zijn om écht “anders te gaan lesgeven”.

Digitale borden

Digitale borden zijn de grootste hype voorbij. Er zijn weliswaar tal van lesgevers die er fantastisch werk mee leveren. Er zijn spijtig genoeg echter tevens tal van lesgevers die zich gedwongen voelen om mee te surfen op de hype en er na jarenlang gezucht en gezwoeg nog steeds de meerwaarde niet van ontdekken. En terecht: het is dan ook maar een van de vele hulpmiddelen die je kan gebruiken in de klas. Spijtig genoeg soupeert zo’n digitaal bord vaak het totale ICT-budget voor een klas op zodat er geen financiële ruimte meer bestaat voor alternatieven. Bezinnen dus voor je begint: onderzoek wees reeds uit dat amper 44% van de leerkrachten die een digibord ter beschikking hebben er ook effectief gebruik van maakt… (Stijn Vanlaer, 2012). De reden: hun stijl van lesgeven is niet compatibel met de mogelijkheden dat dergelijk bord biedt.

Daarom het advies aan alle twijfelaars: probeer het eerst eens met een zelfgemaakt digibord. Als je al een beamer hebt staan of hangen, dan kost het je maar een avondje installeren en ongeveer 12 euro. Merk je na enkele maanden dat je een meerwaarde ondervindt inzake het behalen van je lesdoelen, dan kan je met de nodige argumentatie op zoek gaan naar een commercieel digibord. Want we moeten eerlijk zijn: een commercieel digibord werkt toch prettiger en vlotter dan een zelfgemaakt digibord.

Zelf aan de slag gaan? Wij vinden de Smoothboard-software bij de beste op de markt, spijtig genoeg betalend. Een gratis alternatief vind je bij www.uweschmidt.org Deze software is trouwens geschikt voor alle platformen.

Bordboeken en bordlessen

De uitgeverijen bieden een steeds ruimer pakket van bordboeken en bordlessen. Handig in het gebruik en didactisch zeer goed onderbouwd. Vaak worden er ook testen, differentiatiemogelijkheden,… toegevoegd waar je als lesgever rijkelijk kan uit putten. Top!

Maarvaak heb je doorheen je carrière al zeer mooie en waardevolle werkblaadjes, mappen, schema’s,… zelf aangemaakt. Deze vallen zeer eenvoudig over te zetten naar een digibord-formaat.

Open Sankoré biedt een zeer mooi en bovendien gratis aanbod hiertoe: http://open-sankore.org Deze open-source software laat je toe om zelf bordlessen en bordboeken aan te maken en geeft je alle tools die de grote commerciële pakketten ook aanbieden. Zeker het proberen waard. Je kan het trouwens gebruiken op elk type digitaal bord. Heeft je ene klas een Smartboard en je andere klas een Activboard: geen probleem met compatibiliteit.

Je smartphone als presenter

Als je een Prezi of Powerpoint-presentatie geeft, als je een lezing aanbiedt, dan hang je letterlijk vast aan je computer: je moet immers klikken om je volgende dia tevoorschijn te laten komen. En je wil lesgeven tussen je leerlingen, je door het volledige lokaal bewegen. Waarom gebruik je je smartphone niet om los te komen van je spreekgestoelte, van je computer? Kijk maar eens in de app store van je telefoon naar het aanbod onder de zoekterm “presenter”. Wij testten Smartshare Presenter uit voor Windows Mobile. Je opent je ppt via de plug in op je pc en je opent de bijhorende app op je smartphone. Beide devices maken verbinding met het beschikbare netwerk en je kan je dia’s zien op je schermpje, inclusief eventuele annotaties die je toevoegde als spiekbriefje.

 

Een tablet voor de juf of meester

Willen we in de klas zelf aan de slag met een tablet? Dan kan het zinvol zijn om je tablet het scherm van je klascomputer of laptop te laten overnemen. Waarom? De meeste software (bordboeken, Sankoré, Office,…) die we gebruiken in onze lessen bevindt zich wel op onze computer, maar niet op onze tablet. Als we ons computerscherm kunnen zien en kunnen bedienen op onze tablet, dan staan we niet langer frontaal les te geven, maar wandelen we rond in de klas met ons eigen digibord in de hand. Het proberen waard!

Splashtop.com is een voorbeeld van software dat dit mogelijk maakt. Je installeert Splashtop op je computer (verbonden met de beamer) en je opent de Splashtop-app op je tablet. Via het Wifi-netwerk maken beiden verbinding en je kan starten met je les. Als je je tablet aan een van je leerlingen geeft, kan deze zelfs de oefeningen aan het bord oplossen, zonder van zijn plaats te gaan. Werkt met iOS, Android en zelf Windows RT.

Educreations werkt op soortgelijke wijze, maar heeft als bijkomend voordeel dat je zeer eenvoudig je lessen kan opnemen: een combinatie van je bordschema’s en je stem. Doe je dit thuis, dan kan je op deze wijze instructiefilmpjes maken dewelke direct op het platform van Educreations te zien zijn, voor eenieder die jij wil.

Doceri doet dit ook, maar sluit zich aan bij de Ipad-dictatuur. Niet beschikbaar voor andere platformen dus.

Een tablet voor elke leerling

Een revolutie die mogelijks start in het hoger onderwijs en via deze weg ook naar andere niveau’s zal uitspreiden: de tablet als nieuwe boekentas. Studenten kopen jaarlijks vaak voor honderden euro’s cursussen. Als de docenten deze digitaal ter beschikking stellen, dan is de aankoopprijs van een tablet er al snel uitgehaald. Dit speelt in op de toekomstige trend van BYOD: bring your own device.

Smoothboard Air speelt hier direct op in. Het idee is dat de leerkracht bij de start van de les een QR-code toont op het projectiescherm waarna elke aanwezige student zich kan aanmelden: de presentatie wordt door het scannen van de code overgenomen op elke individuele tablet of smartphone. De annotaties die de leerkracht gedurende de les maakt, verschijnen tevens op alle devices en worden er ook in opgeslaan: elk bordschema zit automatisch in elke tablet. Handig om ’s avonds de les in te studeren.

 

Interactiviteit

De meerwaarde in onderwijsinnovatie en ICT ligt in de interactiviteit met je leerlingen.

Een mooi voorbeeld hierbij is Mouse Mischief. Deze plug-in wordt beschikbaar gesteld door Microsoft en werkt op elke computer waarop er Powerpoint 2007 of 2010 is geïnstalleerd. Hoe werkt het? Je maakt een presentatie met ja/nee-vragen of met meerkeuzevragen. Met de nodige USB-hubs (verdeelkastjes die je meer USB-poorten geven) en USB-verlengkabels kan je tot 30 muizen op jouw computer aansluiten: eentje voor elke leerling. Elke muisaanwijzer heeft een ander figuurtje. Zo kan eenieder eenvoudig herkennen welke de zijne is. Bij elke vraag die je lanceert kunnen je leerlingen nu deelnemen aan de quiz. De voordelen zijn duidelijk: je leerlingen letten beter op (gamification!) en je hebt direct feedback als leerkracht in welke mate je leerlingen bepaalde onderdelen van je les al dan niet hebben begrepen. Nadelen zijn dat je geen scores krijgt en dat iedereen uiteraard ziet welke antwoordmogelijkheid de anderen kiezen.

Beter uitgewerkt is Testmoz.com . Deze eenvoudige online-tool biedt een aantal bijkomende voordelen. Zonder registratie op de site kan je snel een quiz maken, vertrekkende vanuit verschillende vragentypes. Je krijgt een URL toegekend dewelke je kenbaar maakt aan je leerlingen. Elke leerling kan vanop de pc, de tablet of de smartphone aanmelden en deelnemen aan de quiz. Je krijgt aan het einde een compleet overzicht van de prestaties van je leerlingen.

Socrative gaat nog een stukje verder. De leerkracht surft naar t.socrative.com of installeert de app en de leerlingen surfen naar m.socrative.com of hebben hun eigen app. Elke leerling meldt zich aan in het “lokaal” dat jij toegekend kreeg. De leerkracht kan vervolgens ter plekke vragen afvuren of een voorafgemaakte quiz starten. De leerlingen kunnen deze dan op het tempo die de leerkracht oplegt of op hun eigen tempo doorlopen. Ook hier wacht er je op het einde van de quiz een werkblad met de uitslagen van alle leerlingen per vraag en in zijn totaliteit. Een nieuwe versie is trouwens reeds gelanceerd: beta.socrative.com

Meer info? www.onderwijsvernieuwing.be

Meer teasers? www.facebook.com/onderwijsvernieuwing

 

Als vreemde eend in Wonderwijswereld – Edushock Leerfestival

edushock

Op 11 december kon je het 2e Edushock Leerfestival bijwonen in het ICC in Gent. Zoals het in onderwijsmiddens past, braafjes op een woensdagnamiddag zodat er geen onmogelijke kunstgrepen nodig zijn om een grotere opkomst te verzekeren, een groter publiek te bereiken en als deelnemer makkelijk zelf te kunnen beslissen over je aanwezigheid.

Om een relaas van deze uiterst aangename namiddag te hebben, moet je maar even Twitter doorzoeken op #elf13 en @edushock. Ik wil me hier beperken tot een paar impressies en observaties…. als vreemde eend.

De keynotes waren een duidelijke poging om andere vreemde eenden uit andere werkterreinen hun licht te laten werpen op onderwijs. Peter Hinssens (@hinssen) was de waardige vervanger van de mensen van Kennisnet en wellicht nog beter geplaatst om even een por te geven richting toekomst. Vertrekkend vanuit de technologische en digitale (r)evolutie rondom ons, kon je niet anders dan vaststellen dat verandering onontkoombaar is. “Het is 5 na 12.”

De keynote van Joan De Winne(@joandewinne) legde de focus op leiderschap in tijden van verandering. Als dat niet kan tellen als een vingerwijzing? En dan toch opvallend hoezeer de “officiële instanties” afwezig waren op een leerfestival dat als missie heeft : “We willen impact hebben op directies en beleidsmakers, leerkrachten, studenten en onderwijsindustrie.”

De meeslepende, overdonderende keynote van Frank Van Massenhove (@FVMas) hield de volledige zaal een uur lang muisstil… zelfs het aantal tweets zakte op dat moment aanzienlijk.

 

De boodschap kwam over: “Onderwijs moet veranderen. En jullie kunnen het.”

 

Verder waren de hele trits aan “workshocks”, doe-sessies over “flipped classroom“, “activerende werkvormen”, de Max-methode, enz enz

Een mens kan nu eenmaal niet alles tegelijk volgen. Daarom is mijn indruk wellicht zeer fragmentarisch maar ik vond het opvallend dat:

  • technologie en digitalisering weinig aan bod kwam
  • didactiek sterk op de voorgrond kwam (maar goed ook)
  • er heel wat “grass root” projecten werden voorgesteld zoals de MaxMethode en de implementatie ervan in 1 school
  • er netjes buiten de invloedsfeer werd gebleven van visitaties, inspecties, leerplannen, koepels, …
  • onderwijsvernieuwing vooral leeft aan de basis (gelukkig maar)
  • daarentegen onderwijsstructuren en -koepels uit het zoeklicht bleven of zelfs afwezig waren
  • enthousiasme aanstekelijk werkt
  • vreemde eenden kunnen helpen (you are as strong as your network is)

Ik wil de organisatoren uitdrukkelijk en bij name bedanken voor zo’n geslaagde namiddag vol inspiratie en passie. Onderwijsvernieuwing is dus volop aan de gang maar er zijn meer Edushock Leerfestivals nodig om het vuur brandend te houden.

#elf13#onderwijsvernieuwing van binnenuit zal sneller gaan dan van bovenuit”.

 

ICT-monitor (1): basisinfrastructuur

Zoals elders werd aangekondigd zijn de resultaten van de ICT-monitor voor het Vlaamse onderwijs bekend. Om de enorme rijkdom aan data wat meer tot zijn recht te laten komen ga ik hier de komende dagen themagewijs enkele van de vornaamste cijfers in de kijker zetten.

Vandaag: basisinfrastructuur

In vergelijking met vijf jaar geleden is de PC-leerling-ratio met 1 PC per leerling gestegen. Gemiddeld staan er in het gewoon basisonderwijs nu 46 laptops en desktops in een lagere school ofwel 1 PC, laptop, of tablet per 5,7 leerlingen in het gewoon basisonderwijs en 1 PC per 2,7 leerlingen in het buitengewoon onderwijs. De basisscholen hebben ook een inhaalbeweging gemaakt m.b.t. internetvoorzieningen. Bijna alle devices zijn voorzien van internet. In het buiteengewoon basisonderwijs is er 1 PC beschikbaar per 3 leerlingen.

Het (gewoon) secundair onderwijs beschikt over een groot computerpark. Gemiddeld staan er in een secundaire school 188 PC’s, 24 laptops en een tiental tablets en in het BuSO gemiddeld 52.  Vijf jaar geleden was er in het gewoon secundair onderwijs is 1 PC per 3 leerlingen, nu is dat 1 PC, laptop of tablet per 2 (1,8) leerlingen. Die zijn bijna allemaal ook aangesloten op het internet. In het buitengewoon secundair onderwijs is er 1 PC per 3,3 leerlingen.IMG_0816

Deze ratio’s zijn goed in vergelijking met ratio’s van andere Europese landen. Zoals hieronder verduidelijkt, is een flink deel van het computerpark verouderd, d.w.z. ouder dan 4 jaar. Daarom werd ook een computer-lln ratio berekend met enkel de devices jonger dan 4 jaar. Voor het basisonderwijs krijgen we dan 1 PC per 15 leerlingen; voor het buitengewoon basisonderwijs 1 Pc per 6 leerlingen; voor secundair onderwijs 1 per 3 leerlingen en voor buitengewoon secundair onderwijs 1 PC per 8 leerlingen.

Het computerpark in het onderwijs is sterk verouderd. In het gewoon en buitengewoon basisonderwijs is 53% van de PC’s ouder dan 4 jaar. En bijna 33% tussen de 1 en 4 jaar oud. Slechts 11% van het computerpark is nieuw (jonger dan 1 jaar). De situatie is iets beter in het secundair onderwijs, maar is er op achteruit gegaan tegenover 5 jaar geleden. In het gewoon secundair onderwijs bedraagt de gemiddelde leeftijd in de helft van de computers tussen 1 en 4 jaar. Toch is ook daar 36,2% van de computers ouder dan 4 jaar. Slechts 12% van de PC’s zijn nieuw. In deze cijfers zijn tablets niet inbegrepen. Het buitengewoon secundair onderwijs beschikt over het meest verouderde PC-park over alle onderwijsniveaus en types heen. Bijna 54% van de computers is ouder dan 4 jaar, 40% tussen 1 en 4 jaar en slechts 7,5% is nieuw.

 Ook interessant is de herkomst van de computers. Ook hier weer zien we grote verschillen tussen het basis- en secundair onderwijs. In het basisonderwijs is slechts 50,7% van de PC’s nieuw aangekocht materiaal, 46% zijn tweedehands aangekochte of giften. We zien wel een tendens (verschuiving met10%) naar meer nieuw aangekocht materiaal. In het secundair onderwijs is de situatie wel gunstiger. Bijna 83% van het computerpark bestaat uit nieuw aangekochte PC’s, 12% zijn tweedehands en 4,3% komt zijn schenkingen. Ook hier merken we de trend naar meer nieuw aangekocht materiaal en minder tweedehands of giften. Binnen het secundair onderwijs zijn er op dit vlak wel grote verschillen tussen gewoon en buitengewoon secundair onderwijs. In het buitengewoon secundair onderwijs maakt men veel meer gebruik van tweedehands materiaal (13,3%) en giften (30%) dan het gewoon secundair onderwijs.

kids_education_tablet2 Tablets

De introductie van tablets in het onderwijs is voorlopig nog beperkt, al blijkt uit de cijfers wel een grote experimenteerdrang   op dit vlak. In de grote meerderheid van de basisscholen (88%) zijn er geen tablets. De overige 12% experimenteren er mee en in 3,2% van de basisscholen zijn er meer dan 10 tablets aanwezig. In het secundair onderwijs kochten meer dan 1/3 van de scholen tablets aan, maar er zijn grote verschillen qua aantallen. Slechts 1 op 10 secundaire school heeft meer dan 10 tablets voor educatief gebruik.

Internetvoorzieningen

Ook op vlak van internetfaciliteiten zijn de scholen er op vooruit gegaan. 77% van de basisscholen en 75% van de secundaire scholen beschikt over draadloos internet (tegenover resp. 33% en 50% in MICTIVO 1). In het basisonderwijs beschikt 70% en in het secundair onderwijs bijna 90% over een lokaal (intern) netwerk. Die cijfers lijken goed, maar gezien het relatief grote aantal computers per school zouden eigenlijk alle scholen over zo’n intern netwerk moeten beschikken.

Breedbandinternettoegang is nog steeds niet 100% dekkend en dit ondanks de raamovereenkomst met Telenet die voor de data- afname werd gesloten. In het basisonderwijs beschikt 86% van de scholen over breedband en in het secundair onderwijs is dat 92%.

Re:Pest geïntegreerd programma tegen pesten op school

banner

De preventie van pestgedrag, zelfdoding en psychische problemen staan hoog op de maatschappelijke agenda. Het voorbije jaar zijn we er meermaals mee geconfronteerd en al te veel leerlingen krijgen er  tijdens hun opleiding mee te maken. Het welbevinden van leerlingen op school is dan ook een van de speerpunten van het onderwijsbeleid.

Daarom lanceert het Departement Onderwijs het geïntegreerde programma Re:Pest. Dit lessenpakket wil een bijdrage leveren aan het voorkomen van pestgedrag op school en aan het verhogen van het welbevinden in de klas. Het lessenpakket richt zich op de eerste en de tweede graad van het secundair onderwijs.

 Re:Pest is een educatief project tegen pesten dat bestaat uit verschillende onderdelen en dat gericht is op leerlingen uit de eerste en de tweede graad van het secundair onderwijs. Het creëert een toegevoegde waarde bij al genomen maatregelen ter bestrijding van pestgedrag. Re:Pest bestaat uit volgende  onderdelen:

  • De handleiding is een hulpmiddel voor schoolpersoneel dat samen met leerlingen werkt aan een veilige leeromgeving. Het biedt naast achtergrondinformatie over pesten ook een uitgewerkt lessenpakket aan van vier lesuren. In dit lessenpakket worden verschillende werkvormen toegelicht zoals de game, onderwijsleergesprekken, rollenspelen, stellingenspel,…
  • De vorming voor leerkrachten bereidt leerkrachten voor om van start te gaan met het lessenpakket. De filosofie van waaruit vertrokken wordt in het Re:Pest verhaal wordt verduidelijkt.
  • De website, www.howest.be/repest, is bij de lessenreeks een omvangrijke bron van aanvullende informatie zoals voorbeelden, filmpjes, oefeningen, wetenschappelijk onderzoek en actuele berichtgeving.
  • Een gids voor ouders bevat informatie over de problematiek van het pesten. Het geeft tips aan ouders van kinderen die geconfronteerd worden met pestgedrag. Deze gids wordt ter beschikking gesteld van de scholen die intekenen op Re:Pest.
  •  Het educatieve 3D game Re: pest. Bijzonder aan dit lessenpakket is de game Re:Pest. Geïnspireerd door het Finse KIVA-project en dankbaar gebruik makend van de Kortrijkse antipestgame werd een serious game op punt gesteld. Leerlingen maken aan de hand van dit game op een aantrekkelijke manier kennis met situaties en  rollen die bij pestgedrag voorkomen. Een computergame maakt als dusdanig nog geen deel uit van de leermiddelen en maatregelen die binnen het bovenvermelde beleid inzake het tegengaan van antisociaal gedrag – waar cyberpesten onmiskenbaar deel van uitmaakt –  genomen werden. Echter, de Hogeschool West- Vlaanderen en Katho (Ipsoc) ontwikkelden een antipestgame in opdracht van de Stad Kortrijk. Het spel is een  simulatiegame en werd gebruikt in het kader van preventieactiviteiten van de Stad Kortrijk.

Scholen die aan de slag willen gaan met Re:Pest vinden meer informatie op www.howest.be/repest .

Herfstschoonmaak voor je slome computer

Iedereen kent het wel: je installeert steeds weer nieuwe dingen op je computer (“Je moet toch bijblijven in het onderwijs…!”), je kinderen doorkruisen het WWW op je computer (“Het moet voor school!”) en na verloop van tijd wordt je computer steeds trager, verschijnen er steeds meer foutmeldingen op je scherm en zijn er vervelende boodschappen die je maar niet weg krijgt.

Dus wil je je geliefde werkinstrument een herfstschoonmaak geven. Maar hoe doe je dat?

We geven je enkele zeer eenvoudige en snelle tips om weer vlot aan de slag te kunnen:

 

Verwijder programma’s die je niet meer gebruikt.

Ga hiervoor via de startknop (links onderaan je scherm) naar “configuratiescherm”. Kies voor ‘programma’s verwijderen’ en overloop de lijst. Merk je een programma op dat je niet langer denkt te gebruiken? Via de knop ‘verwijderen’ verwijder je ook daadwerkelijk alle onderdelen en ben je zeker dat er geen vervelende deeltjes van die software actief blijven. Let wel: verwijder geen cruciale elementen!

 

Installeer een goede virusscanner

Betalen voor een virusscanner moet je zeker niet doen. Je moet wel even opletten welke virusscanner je binnenhaalt. Je zou immers niet de eerste zijn die er zich een (gratis…) virus mee op de hals haalt!

Microsoft Security Essentials is best ok. Downloaden doe je alleen maar via de Microsoft-site!

http://windows.microsoft.com/nl-nl/windows/security-essentials-download

Maar ook AVG scoort goed. Let tijdens de installatie op dat hij je geen betalende versie opdringt en er kan niets meer fout lopen.

http://free.avg.com/ww-en/free-antivirus-download

Stel je virusscanner zo in dat hij automatisch updates ophaalt én regelmatig een scan van je computer maakt.

 

Installeer je Windows-updates

Windows updates zijn zoals regenbuien in de herfst. Er lijkt geen einde aan te komen. Maar je doet er wel goed aan deze te installeren: steeds nieuwe gaten in de beveiliging van je systeem worden ondermeer op die wijze gedicht.

Het gemak dient de mens, dus doe je het automatisch: Klik op de knop Start, klik op Alle programma’s en klik vervolgens op Windows Update. Bij “instellingen wijzigen” kan je dan aanduiden dat “updates automatisch geïnstalleerd worden”.

 

Maak plaats op je harde schijf

Een harde schijf die bijna vol staat vertraagt je pc aanzienlijk en verhoogt het risico op een crash. Voorzie dus steeds minimaal 20% vrije ruimte op je schijf. Controleren kan door via de startknop op “computer” te klikken en te kijken hoeveel Gb er nog beschikbaar is.

Een Must-have is echt wel Ccleaner, te downloaden via http://www.filehippo.com/download_ccleaner/

Na een simpele installatie kan je direct aan de slag. Vooreerst veeg je met de borstel (cleaner) alle ongebruikte en overbodige bestanden van je schijf (vaak meer dan enkele Gb’s!) om vervolgens je register te scannen op fouten.

 

Spionage!

Vervolgens laten we Spybot (http://www.filehippo.com/download_spybot_search_destroy/) eens los op onze computer: deze scant je volledige computer op verdachte elementen en neutraliseert deze. Regelmatig herhalen is de boodschap!

 

Langspeelplaat

Je harde schijf defragmenteren is wat uit de mode geraakt, maar is nog steeds zinvol. Vergelijk het met een oude langspeelplaat waar je fragmentjes uit wil spelen: duurt een eeuwigheid door steeds te moeten verspringen. Als je bestanden op je harde schijf teveel uit elkaar liggen, dan heb je hetzelfde effect: trage computer… Dus even via de startknop naar bureau-accessoires gaan en daar schijfdefragmentatie starten.