Soms verlaagt Facebook de productiviteit niet

De laatste dagen lijkt iedereen wel een mening te hebben over het wel of niet gebruiken van Facebook op het werk. In de krant vinden we dan artikels met koppen als “Surfen naar Facebook en YouTube kan de productiviteit verhogen” (De Standaard, 03/04/2009), andere media zijn minder nauwkeurig en stellen maar gelijk dat privésurfen zelfs goed is voor je baas.

Als ik zo een kop lees, dan heb ik daar onmiddellijk mijn grote twijfels bij. Ik geloof simpelweg niet dat er een directe relatie is tussen privésurfen, en dan meer specifiek Facebook, en een verhoogde productiviteit, ik zet mijn geld eerder op het tegenovergestelde.

Wat lezen we in het bewuste artikel van De Standaard: “Werknemers die tijdens de werkuren regelmatig even langslopen op hun Facebookpagina of online aankopen doen, presteren vaak beter dan collega’s die dat niet doen. Dat blijkt uit een studie van onderzoekers aan de universiteit van Melbourne, zo meldt de Britse krant The Independent.”

Ik citeer nog 2 paragrafen uit het artikel: “‘Mensen die voor het plezier surfen op het werk – een fenomeen dat wordt aangeduid met de term ‘Workplace Internet Leisure Browsing’ of WILB – en dat voor maximaal 20 procent van hun totale werktijd, zijn ongeveer 9 procent productiever dan mensen die dat niet doen’, aldus dr. Coker.”
“‘Mensen moeten even afleiding zoeken voor ze zich opnieuw geconcentreerd op hun werk kunnen storten. Korte pauzes zoals een snelle surfbeurt op het internet zorgen er voor dat de hersenen even kunnen rusten en leiden daarna tot een grotere concentratie, en bijgevolg tot een hogere productiviteit’, legt dr. Coker uit.”

Ik heb 2 grote bedenkingen bij dit onderzoek en de resultaten: ten eerste de autoriteit van het onderzoek, en ten tweede de conclusies. “Soms verlaagt Facebook de productiviteit niet” verder lezen

13e ICT-praktijkdag: Podcasten

Gisteren heb ik zelf nog eens een sessie podcasten gegeven. Ik maak zelf geen podcasts meer bij gebrek aan tijd en luister er ook nog zelden naar. Het viel mij ook op bij het updaten van mijn presentatie, dat de meeste onderwijspodcasts die op mijn slides stonden, allemaal verdwenen waren. Soms kan je nog een archief terug vinden, maar meestal werden ze zelfs volledig verwijderd. Het zuivere podcasten waarbij je een audiobestand publiceert via een RSS-feed, heeft dan ook weinig tot geen toepassing gevonden binnen het onderwijs.

Er is wel interesse voor audioboeken, digitale prentenboeken, filmen met klei, screencasten enz. Ik ben zelf de laatste weken wat aan het experimenteren geweest met een digitaal schoolbord, en ook daar kan je leuke opnames met maken. Toepassingen genoeg dus met audio en video, maar het echte ‘podcasten’ hoort voor mij niet meer in de categorie ‘noodzakelijke toepassingen in het onderwijs’ thuis.

Ik denk dat het het publicatie-aspect van het podcasten is, dat het minder interessant maakt in het onderwijs. Als je met audio en video werkt, dan gebruik je dat gewoon in de klas ofwel op de elektronische leeromgeving. Alleen als je een eigen website of weblog hebt, is podcasten interessant. Leerkrachten willen gebruiken, niet publiceren. Dat is alvast mijn conclusie.

Podcasten is en blijft wel een interessante sessie om te volgen omdat je er veel verschillende zaken leert. Hieronder mijn presentatie van gisteren:

Innovatief Met Podcasting

View SlideShare presentation or Upload your own. (tags: audacity podcasting)

13e ICT-praktijkdag: Virtualisatie

We bevinden ons samen met 599 andere deelnemers op de 13e ICT-praktijkdag op het KaHo Sint-Lieven te Gent. Het thema van deze praktijkdag is ‘Veilig ICT-gebruik’. Zoals elk jaar blog ik een sessie en dit keer valt mijn keuze op een eerder technisch onderwerp waar ik weinig over weet: virtualisatie. De sessie wordt gegeven door Sven Knockaert (foto) en Roel Van Steenberghe.

Virtualisatie is een concept waarbij de traditionele relatie tussen hardware en de logische laag van 1/1 wordt verbroken. Het is op zich een stokoud principe, maar er zijn nieuwe toepassingen. Enkele voorbeelden van toepassingsgebieden zijn servervirtualisatie, desktopvirtualisatie, applicatievirtualisatie, netwerkvirtualisatie, storagevirtualisatie etc…

Een bekende toepassing is virtualisatie op de desktop waarbij een besturingssyteem binnen je ‘normale’ besturingssysteem draait, bijvoorbeeld Vista op een Mac-computer. De meeste bekende software zijn Microsoft Virtual PC, Parallels of Vmware server/player. Virtualisatie kan zowel op Windows, Linux als Mac.

Wat kan u daarmee nu in de klas? We noteren een aantal mogelijkheden: aanleren van besturingssystemen, virtuele machines kunnen door de leerlingen meegebracht worden op een usb-stick, leerkrachten willen soms een virtuele machine van de klas-PC om thuis verder te werken en daar hun lessen op voor te bereiden, ICT-projecten of experimenten, maar ook les geven in versie X van software Y terwijl versie Z geïnstalleerd staat.

Wat is interessant voor een ICT-leerkracht: men kan schoolservers onafhankelijk maken van hardware, backups maken en kosten besparen (meerdere servers op één fysieke server). Het is ook de ideale oplossing voor oude toepassingen die op oude hardware draaien, je kan deze toepassingen gewoon migreren naar een virtuele machine. In de leraarskamer of in de bib kan je elke leerkracht zijn eigen besturingssyteem geven en oude computerlabo’s krijgen een tweede leven. De ICT-beheerder kan ook ‘vergeten’ machines zelf afsluiten en updates centraal installeren vanop 1 machine.

Tijdens de sessie worden er meerdere scenario’s gedemonstreerd en doen we enkele hands-on oefeningen. Als eerste oefening maken we kennis met virtualisatie op het eigen werkstation. We gebruiken VMWare Server en installeren Windows XP op een Windows Vista. Na een paar minuten is de klus geklaard en kijken we tevreden naar onze eerste virtuele machine.

Wat kan ik nu zelf met virtualisatie? Als (nieuwe) Mac-gebruiker zou ik XP of Vista kunnen installeren, maar ook eens kunnen experimenteren met Ubuntu. Dat staat allemaal al lang op mijn verlanglijstje en bij deze heb ik alvast ondervonden dat een virtuele machine installeren helemaal niet zo moeilijk is.

Studiedag digitale leermiddelen: auteursrecht

(Deel 2 van 3 posts over de studiedag digitale leermiddelen, lees ook deel 1 en deel 3)

Auteursrechten

Vroeger wist iedereen waar hij aan toe was. Een handboek werd gepubliceerd door een uitgever en het was dan ook zeer duidelijk wie de auteur was. In het beste geval had je ook nog een collega die lesmateriaal met jou wou delen, dixit Geert Joris. Met de komst van het internet ging de wereld plots open. Ontelbare leerkrachten delen digitaal leermateriaal via initiatieven zoals KlasCement of hebben een eigen website, maar daarnaast is ook zowat alles wat gepubliceerd wordt ergens ook potentieel en bruikbaar lesmateriaal. Internet maakte het niet alleen eenvoudiger om materiaal te verzamelen, maar ook om bestaand materiaal aan te passen: een foto hier, wat tekst daar, knip en plak en klaar.

Ik vroeg gisteren nog aan mijn studenten (lerarenopleiding, 2e professionele bachelor) hoe zij staan tegenover het delen van hun leermateriaal. Wat mij opviel was een grote gelatenheid. “Als je iets op het internet zet, dan ben je het kwijt en er is niks aan te doen”. Dat was voor ik Creative Commons uitgelegd had, iets waarvan ik hoop dat het hen kan overtuigen om meer materiaal te delen. Jan Schuer gaf aan dat binnen de Smartschool-omgeving bijna elke leerkracht zoekt naar beschikbaar leermateriaal van anderen, terwijl slechts een klein percentage zijn eigen leermateriaal deelt. In die zin is het creditsysteem van KlasCement een aanrader: elke leerkracht mag voor een bepaald aantal credtis consumeren, maar zodra hij zonder credits komt te zitten moet hij verplicht participeren (zelf delen, reviewen…) in het systeem om verder te kunnen consumeren.
“Studiedag digitale leermiddelen: auteursrecht” verder lezen

Studiedag digitale leermiddelen: overzicht

(Deel 1 van 3 posts over de studiedag digitale leermiddelen, lees ook deel 2 en deel 3)

Nog voor de zomervakantie werd een studiedag rond digitale leermiddelen aangekondigd. De belangstelling was groot: wie dacht om last minute in te schrijven, kon er op 2 oktober niet meer bij.

De dag werd verdeeld in 3 delen:

  • Welkomstwoord van de organisatoren: Chris Peeters (KHM) en de visie van de Vlaamse overheid door edublogger Maarten Cannaerts.
  • Een lange tafelgesprek met praktijkvoorbeelden rond educatief gebruik van digitale leermiddelen met uitgever Geert Joris (Boek.be), Hans De Four (KlasCement), Fernand Mesdom (HUB), Bart Boelen (Toll-net), Gerd Goedschalkx (VDAB), Daniël Duseuil (Artevelde Hogeschool), Paul Decuypere (Blackboard) en Jan Schuer (Smartschool).
  • In de namiddag werden 2 parallelsessies gehouden: de eerste had als doelgroep lesgevers, ICT-coördinatoren en begeleidingsdiensten; de andere richtte zich tot professionals die vanuit organisatiestandpunt werken rond digitale leerinhouden.

Ik ga geen uitgebreid verslag schrijven over de verschillende onderdelen van de studiedag, maar in een 2e post 3 hoofdpunten aanhalen die bijna in elk verhaal terugkwamen. Digitale leermiddelen roepen namelijk vragen op wat betreft auteursrechten, (digitale) didactiek en de dualiteit tussen open en gesloten toegang tot leermiddelen.

Globaal genomen zou je kunnen stellen dat de studiedag een eerder breed overzicht gaf van alles wat met digitale leermiddelen te maken heeft: het standpunt van de (content) uitgevers en de bouwers van digitale leeromgevingen weergeven, achterliggende concepten zoals metadata duiden, voorbeelden uit studies opgezet door de Europese Unie tonen, initiatieven waarbij digitale leermiddelen verzameld worden voorstellen enz. Wat deze studiedag dus zeker deed was een inventaris maken van wat er is, een stand van zaken vandaag eigenlijk. Wat het niet deed, denk ik, was de gemiddelde of toekomstige gebruiker van digitale leermiddelen onder de deelnemers een antwoord geven op hun vragen. Het was meer een studiedag op conceptueel dan op gebruikersniveau.

Wat de organisatie betreft ben ik eerder kritisch. In de voormiddag waren maar liefst 8 sprekers gepland op een totaal van 120 minuten. Tel daar de 30 minuten voor de organisatoren bij en je krijgt een veel te lang blok. Daarnaast werd er ook zeer slecht aan tijdsmanagement gedaan, zodat de laatste spreker voor de middag terecht opmerkte: “ik krijg min 2 minuten tijd om te spreken”. Het deed mij allemaal een beetje denken aan 3 jaar geleden toen ik zelf een presentatie moest geven. Ook toen was er geen tijdsmanagement en draaiden de presentaties vaak technisch in de soep. Voor een organisatie op dit niveau zou zoiets niet mogen.

Ondanks de kritische noot, vond ik het zeker een nuttige studiedag. Het is goed om vandaag na te denken over wat we met digitale leermiddelen willen en kunnen doen. Het is ook goed dat het Ministerie van Onderwijs in dezen het initiatief heeft genomen om de discussie op gang te trekken. Het werd echter vooral duidelijk dat er nog meer vraagtekens dan antwoorden zijn.

De presentaties van de studiedag worden hier verzameld.

(Deel 1 van 3 posts over de studiedag digitale leermiddelen, lees ook deel 2 en deel 3)

12e ICT-praktijkdag. Digitaal schoolbord: de interactieve springplank

Davy De Rijbel, zelf leekracht in het 2e jaar basisonderwijs, geeft een presentatie met als titel: “Het digitaal schoolbord: de interactieve springplank”.

Davy begint zijn verhaal recht uit de praktijk met een foto van zijn eigen klas. Hij geeft onmiddellijk aan dat naast het digitaal schoolbord toch een krijtbord of een stiftbord wenselijk is. Een andere optie is het digitaal bord in een groter geheel hangen waarop wel geschreven kan worden.

Waarom zou een leerkracht nu een digitaal bord gebruiken: geen stof meer, motivatie van de kinderen en een hogere betrokkenheid, onmiddellijke toegang tot verschillende infobronnen, zelf mogelijkheid om eigen leermateriaal toe te voegen of andere bestaande beeldbanken te integreren, bordplannen kunnen vooraf gemaakt worden en de informatie kan via het netwerk van de school gedeeld worden met andere collega’s.

Zijn er nadelen? Natuurlijk: een digitaal schoolbord is een dure investering (beamer, bord, luidsprekers..). De zichtbaarheid bij grotere afstanden is een probleem en een goed verduisterd lokaal is noodzakelijk (gordijnen de volledige dag dicht). Bij stroompanne moet je terugvallen op alternatieven, er kan maar 1 bewerking tegelijk doorgevoerd worden en het bord is niet magnetisch. “12e ICT-praktijkdag. Digitaal schoolbord: de interactieve springplank” verder lezen

12e ICT-praktijkdag: Compenserende hulpmiddelen bij lees- en spellingsproblemen

Marleen Meermans, informaticus bij MODEM, geeft een sessie over compenserende hulpmiddelen voor kinderen met ernstige les- en spellingsproblemen.

Het eerste advies luidt dat je leerlingen moet leren om een computer te gebruiken. Daaronder begrijpen we het leren typen en de basis van tekstverwerking onder de knie krijgen.

Bij het aanleren van het typen kan gebruikt gemaakt worden van verschillende typmethoden (Type Expert Junior, Typcursus 7.0 en TypTien). Daarnaast dient speciale aandacht te gaan naar de zithouding (voeten steunen, recht voor het toetsenbord zitten, gebruik van een documenthouder, lichtinval op het scherm) en kan een aanpassing van het toetsenbord noodzakelijk zijn (werken met kleur, voelbare starttoetsen, polssteuntjes etc.).

Als hulpmiddel voor leerkrachten wordt verwezen naar het project ”De computer, mijn surfplank bij het leren”‘. Alle Vlaamse scholen basisonderwijs (gewoon en buitengewoon) en secundair onderwijs met een 1e graad (gewoon en buitengewoon), hebben een exemplaar van deze map gekregen in november 2007. “12e ICT-praktijkdag: Compenserende hulpmiddelen bij lees- en spellingsproblemen” verder lezen

12e ICT-praktijkdag

Vandaag zijn we te gast op de 12e ICT-praktijkdag in de KH Mechelen. In tegenstelling tot de voorgaande edities, staat deze (eerder bescheiden) editie helemaal in het teken van 1 groot thema: ICT in zorg en leerzorg in gewoon en buitengewoon onderwijs.

Deze editie in cijfers:

  • 250 deelnemers (in tegenstelling tot 1100 tijdens de vorige editie),
  • bij de deelnemers vinden we 105 mannen en 145 vrouwen (het thema zal hier vast niet vreemd aan zijn),
  • 100 aanwezigen komen uit het buitengewoon onderwijs, 89 uit het basisonderwijs, 48 uit het secundair onderwijs en 19 omschrijven we als ‘anderen’.

Belangrijk nieuws vandaag is het samen gaan van ICT Helpt en KlasCement. Vlaanderen wordt daardoor een uniek digitaal platform rijker, waarop begeleiders van kinderen en jongeren met een handicap terecht kunnen om te ontdekken hoe ICT kan helpen in leer- en leefsituaties.

A Vision of Students Today

“This video was created by me and the 200 students enrolled in ANTH 200: Introduction to Cultural Anthropology at Kansas State University, Spring 2007. It began as a brainstorming exercise, thinking about how students learn, what they need to learn for their future, and how our current educational system fits in.”

Interessant filmpje. Zou ik eigenlijk ook wel eens met mijn studenten willen doen. Meer uitleg is terug te vinden in deze post van de auteur (met dank aan Corneel voor de tip).

Internet overleven

Ik kan leven zonder internet. Zeker weten. Maar dan zou ik van werk moeten veranderen en waarschijnlijk ook ergens anders gaan wonen. In mijn huidig leven zie ik mij niet leven zonder internet.

Ik ben een intensieve gebruiker. Op school, thuis, op mijn portable, mijn Mac Mini en mijn GSM. Toch zijn er mensen die internet proberen te overleven. Daar gaat deze post over, naar aanleiding van een boek dat ik las van Cor Molenaar: Internet overleven, van flowerpower tot Second Life (ISBN:978-90-430-1537-0).

Het boek analyseert wat er de laatste 2 a 3 generaties in onze maatschappij gebeurd is, met een focus op een selectie van veranderingen en de impact ervan op ons én op onze huidige maatschappij.

Telefoon Cuba

Verklaringsgronden waarop Molenaar zijn visie baseert:

“Internet overleven” verder lezen

11e ICT-praktijkdag: elektronische leerpakketten maken

Als afluiter van de dag leggen we ons oor te luisteren in een sessie over het maken van elektronische leerpakketten. De centrale vraag voor de sessie is: hoe pak je het zodanig aan dat je je leermiddelen optimaal kan benutten (in een leeromgeving, op een digitaal bord, op een cd-rom of een website), deze snel kunt maken en ook kan uitwisselen met anderen.

Voor het allereerst voorbeeld heeft men eXe gekozen, een programma om interactief lesmateriaal te maken (neem ook een kijkje op exeleren voor meer informatie). Als afsluiter van de demo exporteert de lesgever het resultaat naar een website. Hetzelfde product kan ook als SCORM object geëxporteerd worden en in een ELO geïmporteerd worden.

Een ander programma is Raptivity. In tegenstelling tot eXe is Raptivity geen Open Source en betalend (en duur ook zo op het eerste zicht, maar ik heb geen idee of het zijn geld waard is, misschien wel…). Van hetzelfde bedrijf bekijken we ook Elicitus.

De spreker heeft nog meer tools verzameld op deze website. Hij is duidelijk expert in zijn vak, maar de sessie was voor mij mossel nog vis. Ik heb in de verte naar wat tools gekeken, maar daarvoor had ik deze sessie niet hoeven bij te wonen.

11e ICT-praktijkdag: Voorstelling project Knooppunt

Knooppunt logo

De sessie begint met een toneeltje over de jeugd van tegenwoordig en de problemen die daaruit volgen (ouders en leerkrachten die de jeugd niet meer kunnen volgen).

Vroeger was er de cd-rom, vandaag staat alles online. In dat kader stellen de uitgevers Knooppunt voor. Het initiatief komt van de uitgeverijen Van In en Plantyn, maar men wil dit project uitbreiden naar alle educatieve uitgeverijen in Vlaanderen. Het doelpubliek zijn alle betrokkenen in het onderwijs. Het eindresultaat zal een portal worden waar digitale content aangekocht kan worden digitale content na aankoop geactiveerd en gebruikt kan worden.

Interessant is vooral het voornemen om integratie te voorzien met alle ELO’s en zich te beperken tot een single-sign-on procedure. Het gebruik van open standaarden zou dit alles mogelijk moeten maken.

Het project zou volgend schooljaar beschikbaar moeten zijn voor iedereen.

11e ICT-praktijkdag: pICTos, plannen van ICT op school

pICTOs

De eerste sessie vandaag gaat over pICTos, een elektronisch instrument op basis waarvan scholen:

  • enerzijds kunnen opmaken hoever ze al staan met de invoering van de ICT-eindtermen
  • anderzijds kunnen bepalen hoe ze de verdere integratie van ICT kunnen ontwikkelen.

Het instrument leidt scholen doorheen een aantal belangrijke stappen, die in elke school aan de orde zijn indien de ICT-werking op de agenda staat. Het instrument sluit aan bij de bestaande ICT-werking en de onderwijsvisie van de school en is gericht op het uitwerken van nieuwe activiteiten, die steeds gekoppeld zijn aan de eindtermen. Het werd ontwikkeld door de Universiteit Gent in opdracht van REN Vlaanderen (bron).

“11e ICT-praktijkdag: pICTos, plannen van ICT op school” verder lezen

11e ICT-praktijkdag

Logo ICT-dag

Vandaag gaat de 11e ICT-praktijkdag in Geel door. Ondermeer Vlaams minister Dirk Van Mechelen zorgde voor de verwelkoming.

De organisatoren konden voor deze editie ook uitpakken met een paar opmerkelijke cijfers:

  • Ze noteerden maar liefst 1100 deelnemers (een absoluut record, beter doen lijkt mij haast onmogelijk)
  • Er staan 800 computers ter beschikking
  • De sessies worden gegeven door 80 mensen
  • De organisatie kan rekenen op meer dan 40 medewerkers (waaronder een paar edubloggers natuurlijk)

Het programma was dit jaar opnieuw heel sterk. Wij proberen vandaag voor u alvast enkele sessies te bloggen.

OWD2007: Jeugdcultuur en Interactieve Media

Deze blogpost is een neerslag van een sessie gegeven op de Surf Onderwijsdagen 2007 te Utrecht, binnen het traject “vernieuwend leren”. De spreker is Antoine van der Beemt van de Fontys Hogeschool. Hij werkt aan een doctoraatonderzoek rond jeugdcultuur, games en leren. Een presentatie over “de jeugd van tegenwoordig” dus.

Media hebben een enorm effect op jongeren (Prensky, zie ook de keynote van 2 jaar geleden): ze zijn snel en ongeduldig, drijven op twitch speed, zijn altijd online, zien networking als lifestyle en hun opinies en uitspraken zijn gebaseerd op cases.

Na deze situering vervolgt de spreker met volgend statement dat regelrecht ingaat tegen Prensky: “De netgeneratie bestaat niet en games worden onterecht het onderwijs ingesleept. Misschien moeten games buiten het onderwijs blijven en dat ga ik onderzoeken.”

Van der Beemt bekijkt de samenleving vanuit een laat modern perspectief. Dat is een combinatie van traditie en ambivalentie, chaos en complexiteit. In een dergelijke samenleving hebben mensen een schijnbare keuzevrijheid. Dat geldt bijvoorbeeld voor consumptiegoederen (zelf je eigen sportschoenen maken). Als je dit perspectief doortrekt naar het onderwijs, merk je dat er ook daar meer keuze is, hoewel tradities belangrijk blijven. De meesten willen nog altijd gewoon een baan, een huis en een auto voor de deur.

De ongelimiteerde keuzevrijheid komt voort uit een toenemende pluriformiteit van levensdomeinen: onderwijs, familie, werk, vrijetijd en zorg. Al die domeinen zijn versplinterd geraakt en hebben niet meer de normerende functie die ze vroeger hadden.

De centrale vraag bij dit alles dan: ” welke invloed heeft moderniteit op jeugdcultuur en leren?”.

Er zijn 4 kernwoorden die laat moderniteit omschrijven: insecurity, reflexivity, affinity spaces en shapeshifting portfolio people.

“OWD2007: Jeugdcultuur en Interactieve Media” verder lezen

Openoffice.org in de lerarenopleiding

We hebben het hier op Edublogs.be al vaker gehad over het gebruik van vrije software in de klas, en dus ook over het kantoorpakket Openoffice.org.

Sinds dit jaar gebruiken we op mijn eigen school (Lerarenopleiding Ledeganck Hogent) zowel voor de leerkrachten kleuteronderwijs, lager onderwijs als secundair onderwijs alleen nog maar vrije software pakketten.

Ik had op het laatste edublogsdinner aan een paar edubloggers beloofd een woordje uitleg hierover te geven. Dit weekend verscheen er alvast een interview met mezelf en collega Ilse op Gentblogt.

Wordt vervolgd en hopelijk niet alleen bij ons op school.

Edublog diner

Bloggers organiseren bijeenkomsten, dus Edubloggers ook. We hebben 2 data om in uw agenda te zetten.

Edublogs.be bijeenkomst Gent (29/09):

Overmorgen verzamelen enkele Edublogs.be schrijvers in Gent. Wil je als niet-schrijver mee een tas koffie komen drinken (of liever een verse pint)? Dat kan vanaf 14u in Cafe Parti (gelegen vlak naast het station Gent-Sint-Pieters). Aanmelden niet vereist.

Hèt Nederlands-Vlaamse Edublog diner (12/11):

Bloggers en niet-bloggers gaan naar aanleiding van de SURF Onderwijsdagen in Utrecht een hapje eten. Aanmelden kan via deze speciale wiki of bij organisator Wilfred Rubens.

Begin het schooljaar met een kleuterboodschap

Kinderen die niet naar de kleuterklas gaan lopen een leerachterstand op die ze in de rest van hun schoolcarrière nooit meer goedmaken. Dat zegt onderzoek. Toch zijn er elk jaar nog kinderen die in de lagere school starten zonder naar de kleuterschool te zijn geweest. Daarom staat dit schooljaar het kleuteronderwijs in de spotlights. Met het “Jaar van de Kleuter” wil men de deelname aan het Vlaams kleuteronderwijs verhogen (meer bij ministerie van Onderwijs).

Onder het motto “de waarheid komt uit een kindermond”, kan u op de website “Jaar van de kleuter” zelf een filmpje maken. Aangezien de vakantie voor bijna iedereen op zijn laatste benen loopt, hebben wij bij Edublogs alvast deze boodschap voor u klaar.

Zelf een filmpje gemaakt? Drop ze in de comments!