Studiedag Wi-Fi en gsm-straling op school

Scholen worden steeds vaker geconfronteerd met ouders, schoolpersoneel …  die zich ongerust maken over elektromagnetische straling.  Soms gaat het over een zendantenne die op of in de nabijheid van een schoolterrein geplaatst wordt. Andere keren gaat het over de beslissing van een school om een draadloos netwerk te installeren. Ook maken sommige ouders zich ongerust over het gebruik van gsm, smartphone, tablet, … door hun kinderen, zowel voor privé- gebruik als op school.  

Op een studiedag op 28 november 2012 wil de Vlaamse overheid aan scholen een houvast bieden m.b.t. de problematiek van straling. Op de studiedag krijgen scholen informatie, tips en richtlijnen m.b.t. elektromagnetische straling afkomstig van zendmasten in de buurt van de school of van Wi-Fi-netwerken en gsm-gebruik.

 Er wordt o.a. stilgestaan bij:

  • De technologie zelf: wat is elektromagnetische stralingen en hoe functioneren zendmasten, gsm’s, Wi-Fi.
  • De wettelijke normering voor toestellen en zendmasten.
  • Resultaten uit onderzoek naar gezondheidseffecten van toestellen en zendmasten.
  • Richtlijnen voor het schoolbeleid.
  • Waar scholen terechtkunnen voor meer informatie en ondersteuning

De studiedag richt zich op schooldirecties, ICT-coördinatoren, preventieadviseurs en andere onderwijsactoren met interesse in het thema

programma, praktische info en inschrijven vind je hier

Conceptnota mediawijsheid

Mediawijsheid is een thema dat raakt aan diverse aspecten van de beleidsvoering zoals media, innovatie, jeugd, onderwijs, cultuur, welzijn en armoedebestrijding. Daarom beslisten  de Ministers Smet en Lieten voor een gezamenlijk beleidsplan Mediawijsheid. De nota heeft dan ook vooral aandacht voor het snijvlak mediabeleid en onderwijsbeleid, maar is tegelijk een uitnodiging naar een verbreding van de samenwerking en beleidsmatige aanpak. De nota werd op 4 mei door de Vlaamse Regering goedgekeurd.

In de conceptnota vind je in de eerste plaats de overheidsvisie op de omgang met media en onze verwachtingen ten aanzien van de verschillende actoren op dit vlak. Verder willen we in deze nota toelichten wat de krachtlijnen zijn van het mediawijsheidsbeleid. We hechten daarbij vooral belang aan vier zaken: het stroomlijnen en op elkaar afstemmen van het mediawijsheidsbeleid, de competentieontwikkeling, de aandacht voor gelijke kansen vanuit een e-inclusieve benadering en het creëren van een veilige en verantwoorde media-omgeving. Tenslotte biedt deze nota een antwoord op de vraag welke concrete acties en maatregelen wij reeds uitvoeren, maar ook op de vraag welke initiatieven we in de nabije toekomst willen nemen om de mediacompetenties van alle Vlamingen te verbeteren.

 

Safer Internet Day 2012

Dinsdag 7 februari 2012 is Safer Internet Day. Naar aanleiding daarvan lanceert het Vlaams Ministerie van Onderwijs en European Schoolnet een pilootproject: het e-safety label.     

Internet en computertechnologie zijn belangrijk voor het leren, werken, communiceren, voor het delen van kennis en verspreiden van ideeën, voor het vinden en verwerken van informatie en niet te vergeten voor ontspanning en zinvolle vrije tijdsbesteding. De keerzijde daarvan is ondertussen bekend: internet kan ook voor minder onschuldige doelen gebruikt worden. e-safety is noodzakelijkerwijs een generiek onderdeel van elk onderwijsproject dat een ICT-component heeft.

Net omdat aspecten van ICT-veiligheid steeds deel uitmaken van technologiegebruik, kunnen scholen er niet om heen om dergelijke zaken ook in hun pedagogische aanpak te integreren. Meer zelfs, het is een kernopdracht om dit te doen. Daarom werd bij de invoering van de eindtermen ICT in 2007 en mediawijsheid in 2010 ook aandacht besteed aan aspecten van veilig ICT. E-safety is daarmee expliciet opgenomen in de eindtermen.  

Scholen hanteren best een geïntegreerde aanpak waarbij de focus ligt op preventieve maatregelen, een positief schoolklimaat. Loopt het toch mis dan is het belangrijk dat de school ook procedures heeft om problemen adequaat en zonder paniek aan te pakken. Om een dergelijke geïntegreerde aanpak te ontwikkelen, lanceert het departement Onderwijs binnenkort een project e-safety label.

Vlaanderen participeert samen met 6 andere landen/regio’s aan het internationaal project “e-safety label” waarbij aan scholen instrumenten voor zelfevaluatie worden aangereikt met als doel de visieontwikkeling en sensibilisering omtrent ICT-veiligheid en de ontwikkeling van veilig ICT beleid op schoolniveau te stimuleren. Scholen kunnen zo een veilig ICT-label behalen. Nog tot einde van dit schooljaar zullen de instrumenten uitgetest worden in een tiental Vlaamse scholen. De resultaten van dit pilootproject worden verwacht tegen midden 2012. Afhankelijk van de resultaten zal het project eventueel uitgerold worden in het hele Vlaamse Onderwijs.

Nog naar aanleiding van SID 2012 lanceert de Vlaamse overheid een sensibilisatiecampagne over omgaan met media als ouder en opvoeder. De focus ligt op de rol als ouder/opvoeder en bevat allerlei tips en tricks. Thema’s die in de campagne aan bod zullen komen zijn o.a.:  hoe gedraagt de doorsnee jongere zich online? Hoe maak ik afspraken over computer en internetgebruik? Hoe pak ik het aan als thema met mijn kinderen, in de klas, … ? Waar moet ik op letten, wat is goed gedrag online, wat is risicogedrag,…? De campagne sluit aan op het Europese jaarthema van Safer Internet Day 2012: “Connecting generations and educating each other”.

supersnel internet, beveiliging en beheer tegen gunsttarief

Gedurende drie schooljaren zal Telenet tegen gunsttarieven snel internet aanbieden aan Vlaamse scholen. Door het gebruik van elektronische leerplatformen en internet in elke klas kampten veel scholen immers met een tekort aan bandbreedte. Het Vlaams ministerie van Onderwijs en Vorming bereikte daarom een akkoord met Telenet. De deal vervangt de bestaande I-line overeenkomst met Belgacom.

Scholen kunnen daarnaast ook kiezen voor een aantal gerelateerde diensten, waaronder centrale ICT-beveiliging en bovenschools IT-beheer. Die nemen een aantal taken bij de overbelaste ICT-coördinatoren weg. ICT-beveiliging en -beheer zijn anno 2011 immers specialistenwerk geworden en van de ICT-coördinatoren wordt verwacht dat zij naast het technische luik ook nog een aantal pedagogische ICT-taken op zich nemen.

Telenet werkte op maat van de scholen een aanbod uit dat bestaat uit verschillende profielen:

  • Schoolnet, dat alleen connectiviteit voorziet met bandbreedtes tot 100 Mb download en 5 Mb upload
  • Schoolnet Protect, dat naast connectiviteit ook nog een centrale beveiliging bevat
  • Schoolnet Protect & Connect, dat een VPN beveiligde lijn aanbiedt voor gescheiden toegang tussen pedagogische en administratieve netwerken. Dit profiel voorziet in een zogenaamde end-to-end internetverbinding waarbij het beheer en de beveiliging quasi volledig door Telenet worden gerund.

Scholen  beslissen vrijblijvend of ze intekenen of niet. Scholen moeten dit ook vanuit hun eigen werkingsmiddelen financieren.

Info: www.telenet.be/schoolnet

 

 

Projectoproep Mediawijsheid

 

Vlaams minister Ingrid Lieten, bevoegd voor het mediabeleid, lanceert een oproep ‘Stimuleringsregeling Mediawijsheid’. Met deze oproep wil ze de actoren actief op het vlak van mediawijsheid stimuleren doeltreffende activiteiten op te zetten die op een Vlaams niveau impact hebben en ertoe bijdragen dat burgers zich bewust en kritisch kunnen bewegen in een complexe, veranderende en gemediatiseerde wereld. Mediawijsheid kan omschreven worden als het geheel van kennis, vaardigheden en attitudes die mensen het vermogen biedt tot een actief en creatief mediagebruik dat gericht is op maatschappelijke participatie.

 

De oproep betreft initiatieven rond opleiding, methodieken, veilig en verantwoord mediagebruik en beeldvorming. De uiterste datum voor het indienen van een subsidieaanvraag is 21 oktober 2011, 12 uur. Meer informatie vindt u via www.vlaanderen.be/media.

 

Media & Learning 2011

We would like to invite you to register for the Media & Learning 2011 Conference on 24-25 November 2011 in Brussels which is being organised in collaboration with the Flemish Ministry of Education. This event will take place in the Flemish Ministry of Education Headquarters in Brussels. The conference programme is now available.

This conference is aimed at practitioners and policy makers who want to find new and effective ways to use media to enhance the learning process. The conference has three main themes; future trends and developments in media-supported learning, digital and media production skills and competences including media literacy, and the use and re-use of existing media resources in education and training at all levels. Registration is now open on the conference website.

Highlights of the conference include keynote presentations by Belgian child psychiatrist Peter Adriaenssens who argues that creative education is essential for the development of the brain and personality of children and Richard Harper, Principal Researcher at Microsoft Research in Cambridge, UK. Screenings showing excellent examples of media usage to support learning from Thomson Reuters in the UK, TV.Klasse in Belgium, Nanyang Technological University in Singapore and finalists in the MEDEA Awards 2011 along with discussion sessions, workshops and demonstrations combine to create a packed programme of activities.

Aankondiging studiedag “Mediageletterdheid in een digitale wereld”

De Studiedienst van de Vlaamse Regering nodigt u uit voor de studiedag “Mediageletterdheid in een digitale wereld”. Die studiedag vindt plaats op 30 september 2011 in de voormiddag in Brussel. Tijdens de studiedag en in het gelijknamige boek presenteren medewerkers van de Studiedienst en onderzoekers van verschillende Vlaamse universiteiten onderzoeksresultaten over mediabezit en –gebruik, over de digitale kloof en over de gevolgen ervan. De data komen van de jaarlijkse survey naar waarden, houdingen en gedragingen (SCV-survey) die in 2010 en in enkele voorgaande jaren een speciale module rond media en ICT bevatte.

Meer informatie vindt op de  webpagina, waar u ook kan inschrijven:

http://www4.vlaanderen.be/dar/svr/Pages/2011-08-19-studiedag-media.aspx

Digitale leesvaardigheden van Vlaamse jongeren getest

Vorige week werden de resultaten bekend gemaakt van de component ‘Digitale leesvaardigheid’ van het PISA-onderzoek. Deze resultaten vormen een belangrijke aanvulling bij de eerder ‘traditionele’ resultaten van PISA 2009 die reeds in december vorig jaar bekend werden gemaakt. Waar we in december zagen hoe onze Vlaamse 15-jarigen internationaal goed scoorden wat betreft klassieke leesvaardigheid op papier, kunnen we nu een gelijkaardig positief statement maken wat betreft de digitale leesvaardigheid (omgaan met digitale informatie, kritische analyse van digitale teksten, enz.) van deze leerlingen. In 2009 werd in het kader van het PISA-onderzoek (Programme for International Student Assessment) namelijk voor het eerst getest hoe leesvaardig 15-jarigen zijn wanneer de test wordt aangeboden op PC. Onze leefwereld wordt in sneltempo gedigitaliseerd; het is dan ook uiterst relevant de digitale vaardigheden van onze jongvolwassenen onder de loep te nemen.
 
Aangezien het hier gaat om een optionele test namen niet alle PISA-landen eraan deel. We kunnen de score van Vlaanderen vergelijken met die van 19 landen. Daaruit leren we dat drie landen het beduidend beter doen (Korea, Nieuw-Zeeland en Australië) en dat Vlaanderen dus een knappe (met Japan gedeelde) vierde plaats behaalt. De gemiddelde Vlaamse score voor ‘digital reading’ verschilt niet van deze voor ‘print reading’; de competenties van onze Vlaamse leerlingen blijven dus van eenzelfde hoog niveau voor beide ‘vormen’ van leesvaardigheid.
Naast de goede gemiddelde prestatie constateren we dat ruim 40% van de Vlaamse 15-jarigen (tegenover 31% OESO-gemiddelde) zich in de twee hoogste vaardigheidsniveaus bevindt. Wie deze niveaus behaalt, kan enerzijds allerlei informatie terugvinden uit een veelheid aan complexe bronnen en kan anderzijds de aangetroffen informatie kritisch bekijken. Aan dit laatste aspect dienen we evenzeer belang te hechten; immers niet alle aangeboden informatie is even bruikbaar, kwaliteitsvol of betrouwbaar…
 
Bij de leesvaardigheidstests met pen en papier scoren meisjes in alle deelnemende landen beduidend beter dan jongens. Het aanwenden van een computer om de test af te nemen zorgt ervoor dat het scoreverschil krimpt en de jongens dus dichter in de buurt van de meisjes komen (echter zonder hen in te halen). Dit is de internationale tendens die in Vlaanderen echter niet tot uiting komt. Het scoreverschil tussen jongens en meisjes blijft nagenoeg constant. Hierbij dient opgemerkt dat het verschil tussen Vlaamse jongens en meisjes  al kleiner is dan gemiddelde overheen de OESO-landen.   
 
Een zeer groot deel van de Vlaamse 15-jarigen (90%) geeft aan thuis een computer te gebruiken. Anderzijds betekent dit dat één op tien dat niet doet. De Vlaamse scholen blijken goed in te spelen op deze digitale kloof die ontstaat in de thuissituatie van leerlingen. Driekwart van de (minderheid van) leerlingen die zegt thuis geen computer te gebruiken, gebruikt wél een computer op school. Op die manier wordt het aandeel 15-jarigen dat nooit een computer gebruikt beperkt tot 2,5%.
De mate waarin leerlingen thuis ICT gebruiken toont een verband met hun score qua digitale leesvaardigheid. Internationaal zien we dat gematigde ICT-gebruikers (zowel voor ontspanning als voor schoolwerk) gemiddeld beter scoren dan de zeer intensieve of zeer zwakke gebruikers. Intensieve gebruikers doen het wel beter dan zwakke gebruikers.
In Vlaanderen houdt eenzelfde verband stand wat betreft het ICT-gebruik voor schoolwerk; intensief ICT-gebruik voor ontspanningsdoeleinden wordt in Vlaanderen echter geassocieerd met een lagere prestatie dan bij zwak ICT-gebruik.   
 
Uit de gegevens blijkt verder dat er een positief verband bestaat tussen de score voor digitale geletterdheid en het gebruik van een PC op school. Wanneer echter de intensiteit van het PC-gebruik van naderbij bekeken wordt, stellen we vast dat de meest intense gebruikers een lagere digitale leesscore halen dan de gematigde of zelfs minst intense gebruikers. Deze vaststelling geldt voor de hele internationale steekproef, maar doet  allicht wat wenkbrauwen fronsen… Vooreerst moet duidelijk zijn dat hier rekening wordt gehouden met alle activiteiten waarvoor leerlingen op school een PC gebruiken en dus niet enkel met het didactische gebruik. Verder kunnen enkele voorzichtige hypotheses mogelijk een verklaring bieden voor het enigzins onverwachte verband. Het is mogelijk dat leerlingen die in het algemeen zwakker presteren op school vaker gebruik maken van de PC voor remediërende doeleinden. Het is eveneens mogelijk dat leerlingen die thuis geen toegang hebben tot een PC vaker op school gebruik maken van deze infrastructuur. Het al dan niet thuis toegang hebben tot een PC houdt echter verband met de socio-economische thuissituatie van de leerling; wat dan weer verband houdt met de algemene prestatie.
 
De belangrijkste conclusie is dat Vlaamse leerlingen op zich goed scoren op digitale leesvaardigheid maar dat het ICT-gebruik thuis daarbij een minstens even belangrijke rol speelt dan het ICT-gebruik op school.  

Meer info: Digitale Geletterdheid volgens PISA

EU rapport over ICT-integratie in Europese scholen

Jonge mensen gebruiken computers en internet thuis hoofdzakelijk voor de fun, en in veel mindere mate voor school. Dat staat in het rapport Key Data on Learning and Innovation through ICT in European Schools 2011 van het Eurydice-netwerk (Europese Commissie).

Vaststellingen op basis van onderzoeksgegevens uit 31 landen (de EU-lidstaten plus IJsland, Liechtenstein, Noorwegen en Turkije):

  • 83% van de 15-jarigen gebruikt hun computers thuis voor ontspanning, 46% voor huiswerk.
  • Maar 20% onder hen gebruikt op school computers voor wetenschappelijke proeven, lezen, schrijven of vreemde talen.
  • Scholen in de Europese Unie zijn doorgaans goed uitgerust met ICT – in minstens 50% van de scholen is voor elke twee leerlingen een computer beschikbaar.
  • De verschillen tussen de landen zijn veel kleiner geworden dan 10 jaar geleden, toen een computer gemiddeld werd gedeeld met 5 leerlingen in Liechtenstein en met 41 leerlingen in Roemenië.
  • Tegenwoordig zijn de Britse scholen het best uitgerust, met meer dan een computer per leerling. In alle andere landen delen tussen een en vier leerlingen een computer, met uitzondering van Turkije (5.5) en Griekenland (6).
  • Veel scholen ervaren problemen met de aanwerving van voldoende ICT-geletterde docenten, en in de meeste landen is er te weinig on-the-job training.

Key Data on Learning and Innovation through ICT in European Schools 2011 (pdf, 124 p.)

Highlights (pdf, 4 p.)

Press message (pdf, 1 p.)

Een miljoen euro voor de School voor de Toekomst

Jongeren van vandaag moeten op school competenties verwerven die hen in staat stellen zich steeds opnieuw aan te passen aan nieuwe evoluties. Het verwerven van zulke competenties kan echter niet alleen via kennisoverdracht. Scholen gaan dus op zoek naar een competentiegerichte didactiek. Minister van Onderwijs Pascal Smet en minister van Media en Innovatie Ingrid Lieten investeren 1 miljoen euro in innovatieve concepten voor een competentiegerichte leeromgeving. Dankzij het nieuwe beleidsinstrument Innovatief Aanbesteden van de Vlaamse Regering kan dit project gerealiseerd worden.

Innovatief Aanbesteden helpt de overheid in haar actieve zoektocht naar innovatieve oplossingen om haar dienstverlening te verbeteren en de maatschappelijke uitdagingen aan te pakken.

De maatschappelijke uitdagingen voor het project ‘Een school voor de toekomst, op zoek naar een leeromgeving voor competentiegericht onderwijs’ zijn groot en divers. Voor toekomstgericht onderwijs gaan scholen op zoek naar een competentiegerichte didactiek waarbij probleemoplossend leren, contextgebonden opdrachten, het verwerven van leervaardigheden, het samenwerkend leren en het verwerken en delen van kennis centraal staan. Deze competentiegerichte didactiek vereist een mix van werkvormen. Deze mix van werkvormen wordt samengevat in het begrip blended learning. Een competentiegerichte leeromgeving stelt echter bijzondere eisen. Zowel aan de integratie van binnen- en buitenschoolse leerplekken, de indeling van het schoolgebouw als aan de uitrusting en de inrichting van de ruimte en aan de ICT – uitrusting.

Op maandag 2 mei 2011 werd de Prior Information Notice (PIN) voor het IWT project Een school voor de toekomst officieel gepubliceerd in het Belgisch staatsblad en het Europese aanbestedingsbulletin. Het project start met een innovatieplatform waar we samen met alle mogelijke partners een totaalconcept voor een competentiegerichte leeromgeving proberen te ontwikkelen.

Geïnteresseerde bedrijven, onderzoeksinstellingen, didactici en verenigingen worden uitgenodigd tot deelname aan de Kick off van het innovatieplatform op 31 mei 2011.  Na registratie ontvangt u een bevestigingsmail.

Meer info en achtergronddocumenten www.innovatiefaanbesteden.be – selecteer onderwijs

Dyslexiesoftware! En nu?

Een kleine groep leerlingen van ongeveer 2 à 3 procent heeft een heel ernstige beperking in schriftelijke communicatie. Deze groep heeft meer kansen om beter te functioneren in het onderwijs en in de maatschappij wanneer zij op school compenserende ICT-hulpmiddelen mogen gebruiken.

Het gebruik van dyslexiesoftware op school is echter nog al te vaak iets dat door betrokkenen als niet-evident ervaren wordt. Leerrkachten hebben soms drempelvrees of vragen hiervoor specifieke ondersteuning. Scholen vrezen soms conflicten i.v.m. de gelijke behandeling van leerlingen die wel en niet met een laptop kunnen werken. Ook ouders hebben soms vragen. Om antwoorden te bieden op deze vragen en een inspiratiebron aan te bieden om ICT-hulpmiddelen te integreren in het zorgbeleid van de school hebben het Samenwerkingsverband van Netgebonden Pedagogische Begeleidingsdiensten vzw, Die-‘s-lekti-kus vzw, Gelijke Kansen in Vlaanderen, de Onderwijsinspectie en het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming een brochure uitgewerkt.

Dyslexiesoftware! En nu? kan je hier downloaden

Het onderwijsmagazine Klasse besteedde deze maand eveneens uitvoerig aandacht aan de problematiek. 

De Vlaamse overheid financiert ook een project Adibib waarbij gebruikers van dyslexiesoftware digitale handboeken kunnen bestellen. Dit project gebeurt i.s.m. vzw dieslektikus. zie:  www.letop.be

Aankondiging studiedag “Stop Cyberpesten”

Roddels verspreiden via internet of gsm, vertrouwelijke informatie op een website plaatsen of doorsturen naar anderen via sms of e-mail. Iemand beledigen of bedreigen via internet of gsm. Compromitterende foto’s of (webcam)filmpjes verspreiden via internet of gsm of ze op een website publiceren, gemanipuleerde foto’s verspreiden,…

Het zijn allemaal vormen van cyberpesten. Deze relatief nieuwe vorm van pestgedrag begint of krijgt vaak een verlengstuk op school. Naar aanleiding van een advies van de Vlaamse Jeugdraad en de Safer Internet Day 2011 organiseert het Departement Onderwijs en Vorming een studiedag met als thema “Stop Cyberpesten!”

Tijdens deze studiedag willen we het brede onderwijsveld sensibiliseren en informeren over de problematiek en de aanpak van cyberpesten op school. We voorzien twee dagdelen, waarin resp. de aard en omvang van cyberpesten en de concrete aanpak aan bod komen.

In de ochtendsessie komt aan bod wat cyberpesten is en hoe groot het probleem is. Daarbij wordt vertrokken vanuit een presentatie met gegevens over hoe kinderen en jongeren zich in het algemeen online gedragen. Deze inleidende sessie wordt gevolgd door een presentatie van onderzoek (EU Kids Online II) dat meer specifiek focust op cyberpesten en negatief online gedrag. In de namiddag komt dan de concrete aanpak van cyberpesten op school aan bod. We gaan dieper in op de mogelijkheden qua aanpak op klasniveau (lesmateriaal, leermiddelen), schoolniveau (regels en afspraken), en bovenschools niveau (meldpunten, ouderbetrokkenheid, …)

De doelgroep bestaat uit leerkrachten en directies uit de derde graad van het lager onderwijs, het secundair onderwijs en de lerarenopleidingen.

De studiedag gaat door op 24 mei 2011 in het Auditorium van het Ministerie van Onderwijs & Vorming, Koning Albert II-laan 15, te 1210 Brussel

Inschrijvingsmodule, programma en praktische info vind je hier

De trage mars der pinguïns

Onlangs raakte ik op de ICT-dag, waar ook een kleine beursruimte was opgesteld, aan de praat met iemand van een bedrijfje dat Linuxoplossingen bood aan scholen. Al gauw kwam de vraag waarom de overheid toch niets deed om open source te steunen. Ik vertelde hem over de campagne die ik in 2005 had gerund om opensource software beter bekend te maken en ingang te doen vinden in scholen. Die heeft twee jaar gelopen en behelsde sensibilisering via publicaties, vormingsinitiatieven, experimenten in scholen, de verdeling van Ubuntu distributies op CD naar alle scholen, een OSS-leermiddelendatabank op Klascement  enz., kortom de hele rimram. Ik moest de vertegenwoordiger van het Linux-bedrijfje echter bekennen dat ik aan het verhaal een beetje een kater had overgehouden. Ikzelf en een pak mensen die eraan hadden meegewerkt hadden immers verwacht dat “de” open source community na de campagne de draad verder zouden oppikken zodat er een kritische massa kon ontstaan.

 Maar feit is dat het hele open source verhaal na de campagne als een pudding ineen is gestuikt. Al gauw werd het weer letterlijk business as usual. Tot op heden zie ik maar één verdienste van die hele campagne, nl. dat we toen open source daadwerkelijk onder de aandacht van leerkrachten en ICT-coördinatoren hebben gebracht en dat het fenomeen nadien geen onbekend gegevens meer was.

Laat me duidelijk wezen. Ik ben nog steeds een overtuigd open source voorstander én gebruiker. Maar structureel zoiets invoeren is andere koek. De idee “open source” krijg je momenteel aan de straatstenen niet meer kwijt. De slinger gaat weer helemaal de andere kant uit en niemand (in onderwijsmiddens) lijkt er nog echt in geïnteresseerd of mee bezig, eenzame uitzonderingen daargelaten. Nochtans lijken de meeste argumenten om destijds zo’n campagne op te zetten  nog steeds valabel:

  • Stabiliteit, veiligheid en uitwisselbaar
  • Gratis, goedkoop, kostenefficiënt , ja ook al neem je de total cost of ownership in overweging, dat heeft het inmiddels ter ziele gegane Becta  netjes berekend.
  • Een democratisch alternatief dat nauw aansluit bij onderwijswaarden: kennis delen, expertise uitwisselen, samenwerken,…    

“De trage mars der pinguïns” verder lezen

Safer Internet Day 2011

Vandaag, 8 februari 2011 is het weer Safer Internet Day: de dag waarop onder auspiciën van de Europese Commissie veilig internetgebruik in de kijker gezet wordt. Met als thema “It’s not a game, it’s your life!” legt deze achtste editie het accent op je digitale of virtuele leven. Want of het nu gaat om virtuele werelden, online games of sociale netwerken, hun digitale identiteit is een belangrijk onderdeel geworden van het leven van kinderen en jongeren.

Child Focus is organisator en coördinator van de Safer Internet Day in België en moedigt iedereen aan om op 8 februari 2011 één of meerdere acties rond veilig internetgebruik te organiseren. We roepen op om in alle scholen op Safer Internet Day extra aandacht aan het thema e-safety te geven. Child Focus heeft met www.clicksafe.be een coördinatie- en uitwisselingsplatform gecreëerd Je vindt er als leerkracht tal van tips en kant-en-klaar lesmateriaal. Je kan ook zelf activiteiten inbrengen op het e-platform.

Het Departement Onderwijs verspreid n.a.v. de Safer Internet Day 2011 een nieuw lespakket: “Stop Cyberpesten”. Binnenkort vinden alle secundaire scholen dit in hun brievenbus. Nog naar aanleiding van Safer Internet Day organiseert het Departement een studiedag over het thema Cyberpesten. Deze zal doorgaan op 24 mei 2011 in Brussel. Programma en praktische info binnenkort op www.ond.vlaanderen.be

Poverty Is Not a Game

Gaming is aan een steile opmars bezig. De Koning Boudewijnstichting en IBBT hebben een interessante toepassing klaar die luistert naar de naam PING (Poverty is Not a Game). Het 3D serious game PING, dat werd ontwikkeld door GriN, toont aan dat games een geschikt hulpmiddel kunnen zijn om complexere maatschappelijke thema’s als armoede aan te kaarten. Op die manier willen de Koning Boudewijnstichting en IBBT zowel bijdragen aan het maatschappelijk debat over het gebruik van computergames op school als een concrete toepassing aanreiken aan het onderwijs om het thema ‘armoede’ bespreekbaar te maken. PING wil jongeren kennis laten maken met een moeilijk thema als armoede. De ministeries van Onderwijs (Smet) en Media (Lieten) co-financierden het project.

In Vlaanderen staat het gebruik van games in het onderwijs nog in zijn kinderschoenen. Nochtans wijst onderzoek van de onderzoeksgroep IBBT-MICT (Universiteit Gent) bij meer dan 400 leerlingen erop dat serious games in de klas een positief effect hebben zowel op leren als op leerplezier. Bijna drie kwart van de leerlingen had het gevoel dat ze door het spelen van PING hadden bijgeleerd over armoede. Meer dan 70% wil vaker les krijgen door middel van games en 75% vond PING een leuk spel. Interessant was ook dat meisjes tenminste even positief stonden ten aanzien van de game en dat zowel ASO als TSO leerlingen zich aangesproken voelden

Het spel PING wordt gratis online ter beschikking gesteld van alle secundaire scholen in Vlaanderen, samen met een cd en een handboek voor leerkrachten over de mogelijkheden van games op school en hoe het thema van armoede in het kader van het spel in een les kan worden aangebracht. Meer informatie is te vinden op www.povertyisnotagame.be Dit Vlaamse innovatieve spel zal bovendien ook in scholen in Portugal, Duitsland, en het Verenigd Koninkrijk worden verspreid. Het is beschikbaar in het Nederlands, Frans, Duits, Portugees en Engels

Onderwijstijdschrift Klasse brengt in haar oktobernummer een uitgebreide reportage over serious games. Over de didactische meerwaarde, hoe je games gebruikt in de klas en nieuw onderzoek over gamende jongeren.

Competenties voor de 21e eeuw

Europa spreekt over “new skills for new jobs”, de OESO over 21st century skills. Maar wat we daarmee precies bedoelen is niet altijd even duidelijk. In opdracht van de Vlaamse overheid onderzocht de OESO de aandacht voor 21st century skills in nationale curricula. Wat blijkt?  In de meeste OESO-landen was er wel een notie van deze vaardigheden, maar de voornaamste conclusie was dat iedereen er iets anders onder verstaat, dat er geen gemeenschappelijke taal en stam is als we het hebben over deze 21st century skills.

Een van de interessantste recente initiatieven is het P21, het Partnership for 21st Century Skills. P21 is een consortium van technologiebedrijven en onderzoekscentra die zich tot doel gesteld hebben een duidelijk kader te ontwikkelen voor 21st century skills en voor de implementatie ervan in leerprocessen. Bernie Trilling en Charles Fadel – resp. Education managers bij Oracle en Cisco – schreven over hun werk in het P21-project een bijzonder lezenswaardig boek: “21st Century Skills. Learning for Life in our Times”.

De auteurs starten met een analyse van het huidige onderwijssysteem in de meeste Westerse landen: onderwijs volgt een agrarische kalender ( lange zomervakanties die toeliet om te helpen bij de oogst), een industriële tijd/ruimteindeling (gericht op disciplinering nodig voor bandwerk) en een middeleeuwse canonieke vakkenstructuur (klassieke en nieuwe talen, wiskunde, kunsten).

Het doel van het onderwijs is echter de persoonlijke talentontwikkeling, het voorbereiden op de arbeidsmarkt, het bijbrengen van burgerzin en het doorgeven van waarden, normen en culturele tradities. In de visie van Trilling en Fadel moet het onderwijs mee evolueren met de maatschappelijke veranderingen. Ze stellen openlijk de canon en de vakkenstructuur in vraag. De goed gedocumenteerde afname van zogenaamde industriële routine-jobs ten voordele van dienstverlening en creatieve banen vereist -aldus de auteurs- een grondige herziening van de vaardigheden, attituden en inhouden die in een actueel onderwijs aangeleerd moeten worden. Als alternatief bieden ze een coherente visie op 21st century skills. Ze delen deze op in drie delen:

Competenties voor leren en innovatie

–         Kritisch denken en probleemoplossend vermogen

–         Communicatie en samenwerking

–         Creativiteit en innovatie

Burgerschaps- en beroepscompetenties

–         Flexibiliteit en aanpasbaarheid

–         Initiatief en zelfsturing

–         Sociale en interculturele vaardigheden

–         Productiviteit en resultaatgerichtheid

–         Verantwoordelijkheid en leiderschap

Digitale geletterdheid

–         Informatiegeletterd: informatie zoeken, verwerken en delen

–         Mediageletterd: inzicht in werking van media en zelf actief media gebruiken en produceren

–         ICT-geletterdheid: veilig, verantwoord en doelmatig (effectief en efficiënt) gebruik van technologie

Er is hier dus sprake van drie vormen van digitale geletterdheid, waarbij de focus op ICT er slechts één is. Informatiegeletterdheid omvat de competentie om efficiënt en effectief toegang te krijgen tot informatie, kritisch  informatie te kunnen evalueren en de informatie creatief en accuraat te gebruiken.

Mediageletterdheid omvat de competenties om media de analyseren (hoe worden mediaboodschappen opgebouwd en “verpakt”? Hoe interpreteer je mediaboodschappen? , inzicht in de manier waarop allerlei media gedrag en meningen kunnen beïnvloeden,…) en de vaardigheid om zelf mediaproducten te ontwikkelen. Het gaat bij dit laatste om het gebruik van de gangbare media tools (bv. sociale netwerken, blogs, digitale foto en video,…). Het gebruik van deze mediatools om te leren en om ermee les te geven is daarbij minder evident dan het op het eerste zicht lijkt. Het didactisch mediagebruik verondersteld immers een digitale didactiek die nog grotendeels in ontwikkeling of experimenteel is …

ICT-geletterdheid omvat de competenties om technologie te gebruiken voor het organiseren, evalueren, opslaan, en communiceren van informatie en impliceert de praktische technisch-instrumentele vaardigheden om technologische hulpmiddelen te gebruiken.

 

“Competenties voor de 21e eeuw” verder lezen

De Europese Digitale Agenda

De Europese Commissie heeft in maart 2010 het startsein gegeven voor de Europa 2020-strategie, die de EU uit de crisis moet helpen en de economie van de EU moet toerusten voor de komende tien jaar. De strategie staat in het teken van een hoog werkgelegenheidsniveau, productiviteit en sociale cohesie aan de hand van concrete maatregelen op EU? en nationaal niveau.

 In de Digitale Agenda voor Europa – één van de zeven vlaggenschipinitiatieven van de Europa 2020?strategie – wordt uiteengezet welke rol informatie? en communicatietechnologieën zullen moeten spelen in een Europa dat zijn doelstellingen voor 2020 wil halen.

Centraal in de aanpak staat het verhogen van het vertrouwen in ICT. De Commissie wijst ook op de gedeelde verantwoordelijkheid van de Europese en de nationale en regionale overheden. Elk kerninitiatief bevat dan ook engagementen van de EU zelf en een aantal verwachtingen ten aanzien van de lidstaten/regio’s. 

De Digitale Agenda bestaat op zijn beurt uit zeven kerninitiatieven. Een van de zeven secties is volledig gewijd aan de digitale geletterdheid en het voorzien van digitale vaardigheden voor alle burgers. Maar ook de andere “vlaggenschepen” bevatten tal van verwijzingen naar (de rol van) het onderwijs.

“De Europese Digitale Agenda” verder lezen

Aankondiging eLearning Awards 2010

Dit jaar vieren we het tweede lustrum van de  eLearning Awards, Europa’s toonaangevende competitie gebruik van technologie in het onderwijs beloont. Scholen en lerarenopleidingen worden uitgenodigd deel te nemen en zich te registreren op http://elearningawards.eun.org/register en hun projecten te presenteren die gebruik maken van ICT voor lesgeven en leren.

De deadline voor deelname aan de eLearning Awards is 28 september 2010.

Meer info op: http://elearningawards.eun.org/ /

mail : elearningawards-info@eun.org

Resultaten ICT Monitor Onderwijs

Zopas werden de resultaten van de eerste MICTIVO vrijgegeven. MICTIVO staat voor “Monitoring ICT in het Vlaamse Onderwijs”. Het betreft een studie van het departement Onderwijs, uitgevoerd door   onderzoekers van de vakgroepen Onderwijskunde van resp. UGent en KULeuven. De analyses hebben betrekking op de 4 groepen indicatoren die in MICTIVO worden bevraagd: ICT-infrastructuur, ICT-integratie, competenties en percepties over ICT-gebruik op school. De afname gebeurde bij zowel directies, leerkrachten als leerlingen .De analyse levert aldus een breed beeld op van de ICT-situatie in het Vlaamse onderwijs. Enkele markante resultaten:  

 Algemene computerratio’s,

Gemiddeld staan er in het gewoon basisonderwijs 38 computers en 39 in het buitengewoon  basisonderwijs. Dat geeft een gemiddelde computer/leerling ratio van 1 PC per 6,3 leerlingen in het gewoon basisonderwijs en 1 PC per 3,5 leerlingen in het buitengewoon onderwijs. In vergelijking met het secundair onderwijs zijn er minder PC’s verbonden met het internet, nl. 1 PCI per 7,7 leerlingen in het gewoon basisonderwijs en 1 PCI per 6,6 leerlingen in het buitengewoon  basisonderwijs.

Het (gewoon) SO beschikt over een groot computerpark. Gemiddeld staan er in een secundaire school 119 PC’s en in het BuSO gemiddeld 33.  In het gewoon Secundair onderwijs is er 1 PC per 3 leerlingen, die bijna allemaal ook aangesloten zijn op het internet. In het BuSO is er 1 PC per 4,3 leerlingen. PCInternetratio in het BuSO bedraagt 1 PCI per 5,5 leerlingen.

“Resultaten ICT Monitor Onderwijs” verder lezen

e-leerstandaarden

Oproep:

Op 31 maart 2010 organiseer ik een breed overleg over e-leerstandaarden.  Bedoeling is te kijken welke nieuwe standaardiseringsinitiatieven nodig zijn  en welke impact opkomende standaarden zoals common cartridge, IMS Lode, portfoliostandaarden, etc zullen hebben op belanghebbenden in Vlaanderen.

Het overleg vindt plaats in het Ministerie van Onderwijs (Koning Albert-II-laan 15, 1210 Brussel) in de namiddag.  Doelgroep voor dit overleg zijn personen/organisaties die leerinhouden aanmaken (uitgevers, producenten ,…) en/of ontsluiten (ELO-beheerders, portals, …).

Graag een seintje van Edubloggers die  hiervoor een uitnodiging willen ontvangen.