Waarom tinkering beter is dan STEM

STEM is in enkele jaren tijd opgeklommen tot het buzz-woord in het onderwijs. Voorheen wist er slechts een doorwinterde wetenschapper of ICT’er in je school wat het omvatte, momenteel loop je mijlenver achter als je niet on-the-spot en zonder verpinken het letterwoord kan afratelen.
Directies haasten zich om nog voor de opendeurdag een aantal STEM-materialen geleverd te zien. Want zeg nu zelf: wat is er meer wervend voor een abituriënt van pakweg 6 of 12 jaar dan een Lego-robot die feilloos gekleurde steentjes herkent, een aantal bananen waar je piano kan op spelen of een heuse 3D-printer waar je mee aan de slag kan, als je je inschrijft uiteraard…
Waar een tiental jaar geleden het aantal digitale borden de uitstraling van je school naar de buitenwereld toe bepaalden, is het nu het  Stem-aanbod dat het verschil maakt.

Maar is STEM echt wel de vernieuwing waar we met zijn allen zitten op te wachten?

In de echte wereld dienen scholen karig te zijn met budgetten. Dat is alvast één open deur. Maar er dienen ook keuzes gemaakt te worden. Kan de installatie van dubbele beglazing nog even wachten? Krijgt de sportleerkracht zijn of haar langverwachte verlanglijstje? Is de computerklas nog operationeel en hebben we eigenlijk wel een degelijk wifi-netwerk op onze school? Kan het oudercomité financieel een extra project steunen of moet er een extra wafelbak komen?
Want koken kost uiteraard geld. Een school die wil starten met STEM moet toch een basis aan materialen aankopen. Een 3d-printer? Vlot 1000 euro en meer. Een aantal Lego Minstorm-dozen waarmee een volledige klas simultaan aan de slag kan? Leg alvast 9000 euro op kant. Robots via tablets aangestuurd? Meer dan 3000 euro voor de basissets. En ga zo maar door.
STEM-onderwijs geef je nu eenmaal niet klassikaal of frontaal, dat moet echt hands-on gebeuren of we vervallen in stokoude didactische werkvormen.

Dan toch maar niet? Toch wel! Al eens gedacht aan tinkering? Kijk voor eenmaal niet op naar onze Noorderburen: het is duidelijk in Engeland dat men het voortouw neemt. De verplichting aldaar om STEM-inhouden te integreren in elke basisschool noopte scholen immers om creatief, innovatief en kosteneffectief aan de slag te gaan.

Tinkering kan een antwoord bieden. Als je het woord letterlijk vertaalt dan bekom je iets als “twaalf-stielen-dertien ongelukken” of in het beste geval “manusje-van-alles”. Niet echt flatterend dus. Wij vertalen het liever als “onderzoekend leren” of “uitproberen, met vallen en opstaan”.  Oxford Dictionaries verklaren het als “pogingen om iets te repareren of te verbeteren op een alledaagse of ongeleide manier”.

Maar waar situeert tinkering zich nu in de hele STEM-filosofie?

Tinkering wil leerlingen op een actieve en creatieve wijze betrokken maken in wetenschappelijke fenomenen. Tinkering wil hen met alledaagse materialen uiting laten geven aan hun dromen om de omgeving aan te passen, te manipuleren. Uit den boze zijn handleidingen, strakke kaders of vooraf gedefinieerde uitkomsten. De zoektocht is belangrijker dan het resultaat. Deze filosofie kan samengevat worden in de woorden: Think, make, thinker.

In tegenstelling tot vele STEM-activiteiten die vooraf gedefinieerde denkpaden, materialen en instrumenten veronderstellen, zal een tinkerer gebruik maken van alledaagse voorwerpen die uitmaken van zijn omgeving, van gereedschappen die beschikbaar zijn. Tinkerers willen komen tot resultaten die handig, innovatief of gewoonweg mooi zijn.
STEM-elementen worden geconcretiseerd met alledaagse materialen en werktuigen. Zelfexpressie van de leerlingen en creativiteit staan centraal. Falen is hierbij zeker een optie en maakt in vele projecten nu eenmaal deel uit van het traject. Vergelijk het misschien met “Lieven Scheire for education”. Dus geen lasercutters of 3d-printers maar breekmessen en karton. Geen robots maar karikuri’s.

“Tinkering is about hands-on experiences, learning from failures, and unstructured time to explore and invent. And through the processes of exploration and invention lies the potential for innovation.” (Tinkerlab.com)

Door tinkering-activiteiten op te nemen in je leerplan wil je leerlingen inspireren en engageren om wetenschap te begrijpen, toe te passen en te beleven. Maar vooral om tevens de transfer te maken naar de ons omringende dingen, ze willen begrijpen, ze willen maken ,ze willen verbeteren. En net op dat punt lijkt de educatieve waarde van tinkering deze van STEM te overstijgen.
Voor de leerlingen is tinkering veelal creatiever en spannender, voor de leerkrachten pragmatischer en voor de directies financieel haalbaar(der).

Of zoals de Engelsen het verwoorden: Tinkering is the constructionist approach of STEM.

WP_20160302_14_38_16_ProGeprikkeld en zin in concrete projecten, concrete ideeën voor in je klas? Een mooie start vormt de site van het Amerikaanse ‘the Tinkering Studio’. Je vindt er uitgewerkte leerlingenfiches die je zo kan inzetten bij je eerste tinkering-les. Succes!

(http://tinkering.exploratorium.edu/projects)

 

Geert Callebaut
Odisee-Aalst

Scratch in de basisschool

Codetaal aanleren, zeg maar leren programmeren, bij kinderen: het wordt stilaan een hype. Als dynamische en immer vernieuwende leerkracht sta je hier wederom maar eens voor open…

Vluchten kan trouwens niet meer, in Engeland is het alvast een verworvenheid in het nationale curriculum: verplicht aan te bieden dus.
Bij ons is het zover nog niet, maar de evolutie gaat razendsnel. Willen we geen ‘computeranalfabeten’ afleveren die de sociale kloof alleen maar scherper stellen dan moeten we dit aanbod inderdaad breed aanbieden in de basisschool. Niet ieder gezin kan immers naschools meer dan 200 euro op tafel leggen voor een lespakket coderen.

Wat heb je nodig?

Concreet aan de slag gaan met je klas, daarvoor moet je naar de computerklas. Eén computer per duo is voldoende, de computers moeten zeker niet state-of-the-art zijn. Een realistisch school-scenario dus.

Scratch kan je eenvoudig online spelen (https://drive.google.com/file/d/0B_L_APuWYxGfbFVjUTF6dUFsc1E/view) of je kan het programma installeren op elke computer afzonderlijk (https://scratch.mit.edu/scratch2download/).

Heeft je school slechts een zwakke internetverbinding, dan is de tweede mogelijkheid wellicht de beste. Elke leerling die naar eenzelfde site surft kan immers nogal eens voor moeilijkheden zorgen op het netwerk.

Maar wat is Scratch nu eigenlijk?

Scratch is een zogenaamde object-georiënteerde visuele programmeertaal. Anders gezegd: door puzzelblokjes aan elkaar te hangen ga je je ‘figuurtje’ programmeren zodat het exact doet wat jij wil dat het doet. Je kan er spelletjes mee maken, verhaaltjes mee uitbeelden en er animaties mee maken. Op deze wijze helpt Scratch kinderen om de belangrijkste beginsels van programmeren te leren, te vergelijken met het aloude wiskundig ‘logisch denken’ (oorzaak-gevolg), gerelateerd aan multimediale dimensies.

Een plan van aanpak!

Scratch valt te implementeren in je klas als klassikale werkvorm (groepswerk) of als differentiatie-opdracht (contractwerk).

Om de basis in de vingers te krijgen, start je bij voorkeur met flitskaarten.  Een mooie set kan je hier downloaden: https://drive.google.com/file/d/0B_L_APuWYxGfbFVjUTF6dUFsc1E/view  Je leerlingen kunnen dan kiezen uit een heel pakket van opdrachten die ze moeten uitvoeren.

Klaar voor meer diepgang? Dan kan je je volledige klas aan de slag zetten om eenzelfde project uit te werken, met oog voor individuele vrijheid.  De whizzkids kunnen naar believen extra dimensies toevoegen (levels, geluiden, …) en jij als leerkracht kan extra aandacht besteden aan specifieke leerlingen. ‘Les geven’ zit er immers niet in: ieder groepje krijgt de instructie op papier en starten maar! Een voorbeeld? http://www.codeuur.nl/lesmateriaal

En wat is de finale stap: freewheelen! Iedere leerlingen werkt naar eigen believen een verhaaltje of een spel uit op Scratch, iedereen helpt elkaar, de leerkracht helpt met zoeken. Een mooi voorbeeld van leergebiedoverstijgend werken.

 

Oh ja, nog dit: je hoeft echt zelf geen Scratch-specialist te worden als leerkracht. Inzake coderen (en breder: STEM) hoeft de leerkracht niet langer het klassieke patroon van ‘kennisdrager’ te volgen, maar wel de rol van ‘facilitator’ op te nemen. Anders gezegd: je hoeft niet de juiste antwoorden te kunnen geven, maar wel de juiste vragen kunnen stellen en de leerling soms een duwtje in de juiste richting te geven. Het denkproces is belangrijk bij het kind, niet de reproductie. En om dat te begeleiden, ben jij als leerkracht uitermate goed geplaatst en geschoold, zelfs al heb je nooit ‘computerles’ gekregen.

 

flip the class 2.0

Kinderen en jongeren lijken soms wel alles te filmen. Het stereotype beeld van de Japanner die op vakantie foto’s neemt van zowat alles wat op zijn pad komt, wordt stilaan ingehaald door onze jeugdige medemens met gsm-camera. Het immens populaire Youtube koos niet toevallig ‘broadcast yourself’ als slogan. De beeldcultuur waarvan al decennia sprake is, komt pas de laatste jaren echt tot uiting. Handleidingen lezen jongeren niet meer, ze bekijken de instructie op een online filmpje, recepten komen niet langer uit een kookboek, maar worden door Piet of Jeroen ‘on demand’ getoond op het internet.

En dat was wat Bale wou aantonen met zijn piramide. Deze piramide is niet wetenschappelijk onderbouwd en werd door Bale zelf in twijfel getrokken, maar levert wel een mooie basis om het leren te taxeren kijken en luisteren levert betere leerresultaten op dan kijken alleen. Maar als je iets zelf uitlegt aan een lotgenoot, dan pas kom je tot echte verwerking van de inhouden.

Het door de leerling of student zelf toelichten van de leerinhouden aan anderen, brengt ons al snel bij de aloude en alom gevreesde “spreekbeurt”. Dit concept heeft aan vele generaties mooie diensten bewezen, maar laat ons wel wezen: in 2014 is de spreekbeurt oneindig gedateerd en kan nog slechts een plaats hebben in het kader van ‘nostalgie’.

Maar is er dan geen mogelijkheid tot de spreekbeurt 2.0 ? Leren moet en zal blended gebeuren in ons huidig onderwijskader. Welnu, laat ons dan het concept ‘spreekbeurt’ even in de blender steken met de broadcast yourself-cultuur en de filosofie achter the flipped classroom. Kan dat iets moois opleveren?

Leerlingen verwerken in “the flipped classroom 2.0” de leerstof met een maximaal leerrendement door het bekijken van instructiefilmpjes over diezelfde leerstof die door hun medeleerlingen zelf gemaakt zijn en online zijn geplaatst op het digitale leerplatform van de school. De voordelen zijn legio. Vooreerst is het een continue training in mediageletterdheid, mediawijsheid en instrumentale competenties (niet toevallig de drie basiszuilen van het leerplan Mediakunde). Maar het is tevens een vakgebiedoverschrijdende, projectmatige insteek in je klas. En tenslotte behoud je alle voordelen van een geflipte klas: meer mogelijkheden tot inoefening, maximale differentiatiemogelijkheden én het stimuleren van een onderzoekende basishouding.

Praktische problemen mogen ons niet overtuigen om het klassieke lesgeven te blijven verankeren. Technologie was nog nooit zo goedkoop en dichtbij. Een open leercentrum in elke school (lees: een voor elke leerling voor- en naschools toegankelijk computerlokaal) vangt al vele bezwaren op trouwens.

Als je de klas wil flippen, flip ze dan volledig. Elimineer het laatste passieve deel in het onderwijsproces, namelijk het “zwijg en luister naar de instructie van de leerkracht”. Laat leerlingen steeds meer zelf de instructie geflipt geven. De leerkracht wordt zo steeds meer mediator in plaats van instructor.

Anders gaan lesgeven met nieuwe media

Het begint stilaan te dagen bij steeds meer lesgevers: de tijd is rijp om de klassieke manieren van lesgeven definitief achter ons te laten en voluit te gaan voor echte onderwijsvernieuwing.

Dus niet meer het mantra hanteren van het digitale bord dat de vernieuwing in de klas brengt, maar uitkijken naar echte vernieuwingen. De grote interesse die er bestaat voor blended learning en the flipped classroom zijn hierbij tekenen aan de wand. In onderstaand artikel lijsten we enkele mogelijkheden op. Let wel: het is niet de bedoeling om een kant-en-klare handleiding voor te schotelen, maar eerder inspirerend te werken. Geen twee lesgevers zijn immers gelijk. Iedereen zal zelf een pakket op maat moeten samenstellen waar hij/zij zich goed bij voelt. Aanzie onderstaand overzicht dus als een niet-exhaustief pakket waar je zelf je ideale klas mee kan samenstellen. Mogelijks nog niet dit jaar, zelfs nog niet volgend jaar. Maar ooit zal de tijd rijp zijn om écht “anders te gaan lesgeven”.

Digitale borden

Digitale borden zijn de grootste hype voorbij. Er zijn weliswaar tal van lesgevers die er fantastisch werk mee leveren. Er zijn spijtig genoeg echter tevens tal van lesgevers die zich gedwongen voelen om mee te surfen op de hype en er na jarenlang gezucht en gezwoeg nog steeds de meerwaarde niet van ontdekken. En terecht: het is dan ook maar een van de vele hulpmiddelen die je kan gebruiken in de klas. Spijtig genoeg soupeert zo’n digitaal bord vaak het totale ICT-budget voor een klas op zodat er geen financiële ruimte meer bestaat voor alternatieven. Bezinnen dus voor je begint: onderzoek wees reeds uit dat amper 44% van de leerkrachten die een digibord ter beschikking hebben er ook effectief gebruik van maakt… (Stijn Vanlaer, 2012). De reden: hun stijl van lesgeven is niet compatibel met de mogelijkheden dat dergelijk bord biedt.

Daarom het advies aan alle twijfelaars: probeer het eerst eens met een zelfgemaakt digibord. Als je al een beamer hebt staan of hangen, dan kost het je maar een avondje installeren en ongeveer 12 euro. Merk je na enkele maanden dat je een meerwaarde ondervindt inzake het behalen van je lesdoelen, dan kan je met de nodige argumentatie op zoek gaan naar een commercieel digibord. Want we moeten eerlijk zijn: een commercieel digibord werkt toch prettiger en vlotter dan een zelfgemaakt digibord.

Zelf aan de slag gaan? Wij vinden de Smoothboard-software bij de beste op de markt, spijtig genoeg betalend. Een gratis alternatief vind je bij www.uweschmidt.org Deze software is trouwens geschikt voor alle platformen.

Bordboeken en bordlessen

De uitgeverijen bieden een steeds ruimer pakket van bordboeken en bordlessen. Handig in het gebruik en didactisch zeer goed onderbouwd. Vaak worden er ook testen, differentiatiemogelijkheden,… toegevoegd waar je als lesgever rijkelijk kan uit putten. Top!

Maarvaak heb je doorheen je carrière al zeer mooie en waardevolle werkblaadjes, mappen, schema’s,… zelf aangemaakt. Deze vallen zeer eenvoudig over te zetten naar een digibord-formaat.

Open Sankoré biedt een zeer mooi en bovendien gratis aanbod hiertoe: http://open-sankore.org Deze open-source software laat je toe om zelf bordlessen en bordboeken aan te maken en geeft je alle tools die de grote commerciële pakketten ook aanbieden. Zeker het proberen waard. Je kan het trouwens gebruiken op elk type digitaal bord. Heeft je ene klas een Smartboard en je andere klas een Activboard: geen probleem met compatibiliteit.

Je smartphone als presenter

Als je een Prezi of Powerpoint-presentatie geeft, als je een lezing aanbiedt, dan hang je letterlijk vast aan je computer: je moet immers klikken om je volgende dia tevoorschijn te laten komen. En je wil lesgeven tussen je leerlingen, je door het volledige lokaal bewegen. Waarom gebruik je je smartphone niet om los te komen van je spreekgestoelte, van je computer? Kijk maar eens in de app store van je telefoon naar het aanbod onder de zoekterm “presenter”. Wij testten Smartshare Presenter uit voor Windows Mobile. Je opent je ppt via de plug in op je pc en je opent de bijhorende app op je smartphone. Beide devices maken verbinding met het beschikbare netwerk en je kan je dia’s zien op je schermpje, inclusief eventuele annotaties die je toevoegde als spiekbriefje.

 

Een tablet voor de juf of meester

Willen we in de klas zelf aan de slag met een tablet? Dan kan het zinvol zijn om je tablet het scherm van je klascomputer of laptop te laten overnemen. Waarom? De meeste software (bordboeken, Sankoré, Office,…) die we gebruiken in onze lessen bevindt zich wel op onze computer, maar niet op onze tablet. Als we ons computerscherm kunnen zien en kunnen bedienen op onze tablet, dan staan we niet langer frontaal les te geven, maar wandelen we rond in de klas met ons eigen digibord in de hand. Het proberen waard!

Splashtop.com is een voorbeeld van software dat dit mogelijk maakt. Je installeert Splashtop op je computer (verbonden met de beamer) en je opent de Splashtop-app op je tablet. Via het Wifi-netwerk maken beiden verbinding en je kan starten met je les. Als je je tablet aan een van je leerlingen geeft, kan deze zelfs de oefeningen aan het bord oplossen, zonder van zijn plaats te gaan. Werkt met iOS, Android en zelf Windows RT.

Educreations werkt op soortgelijke wijze, maar heeft als bijkomend voordeel dat je zeer eenvoudig je lessen kan opnemen: een combinatie van je bordschema’s en je stem. Doe je dit thuis, dan kan je op deze wijze instructiefilmpjes maken dewelke direct op het platform van Educreations te zien zijn, voor eenieder die jij wil.

Doceri doet dit ook, maar sluit zich aan bij de Ipad-dictatuur. Niet beschikbaar voor andere platformen dus.

Een tablet voor elke leerling

Een revolutie die mogelijks start in het hoger onderwijs en via deze weg ook naar andere niveau’s zal uitspreiden: de tablet als nieuwe boekentas. Studenten kopen jaarlijks vaak voor honderden euro’s cursussen. Als de docenten deze digitaal ter beschikking stellen, dan is de aankoopprijs van een tablet er al snel uitgehaald. Dit speelt in op de toekomstige trend van BYOD: bring your own device.

Smoothboard Air speelt hier direct op in. Het idee is dat de leerkracht bij de start van de les een QR-code toont op het projectiescherm waarna elke aanwezige student zich kan aanmelden: de presentatie wordt door het scannen van de code overgenomen op elke individuele tablet of smartphone. De annotaties die de leerkracht gedurende de les maakt, verschijnen tevens op alle devices en worden er ook in opgeslaan: elk bordschema zit automatisch in elke tablet. Handig om ’s avonds de les in te studeren.

 

Interactiviteit

De meerwaarde in onderwijsinnovatie en ICT ligt in de interactiviteit met je leerlingen.

Een mooi voorbeeld hierbij is Mouse Mischief. Deze plug-in wordt beschikbaar gesteld door Microsoft en werkt op elke computer waarop er Powerpoint 2007 of 2010 is geïnstalleerd. Hoe werkt het? Je maakt een presentatie met ja/nee-vragen of met meerkeuzevragen. Met de nodige USB-hubs (verdeelkastjes die je meer USB-poorten geven) en USB-verlengkabels kan je tot 30 muizen op jouw computer aansluiten: eentje voor elke leerling. Elke muisaanwijzer heeft een ander figuurtje. Zo kan eenieder eenvoudig herkennen welke de zijne is. Bij elke vraag die je lanceert kunnen je leerlingen nu deelnemen aan de quiz. De voordelen zijn duidelijk: je leerlingen letten beter op (gamification!) en je hebt direct feedback als leerkracht in welke mate je leerlingen bepaalde onderdelen van je les al dan niet hebben begrepen. Nadelen zijn dat je geen scores krijgt en dat iedereen uiteraard ziet welke antwoordmogelijkheid de anderen kiezen.

Beter uitgewerkt is Testmoz.com . Deze eenvoudige online-tool biedt een aantal bijkomende voordelen. Zonder registratie op de site kan je snel een quiz maken, vertrekkende vanuit verschillende vragentypes. Je krijgt een URL toegekend dewelke je kenbaar maakt aan je leerlingen. Elke leerling kan vanop de pc, de tablet of de smartphone aanmelden en deelnemen aan de quiz. Je krijgt aan het einde een compleet overzicht van de prestaties van je leerlingen.

Socrative gaat nog een stukje verder. De leerkracht surft naar t.socrative.com of installeert de app en de leerlingen surfen naar m.socrative.com of hebben hun eigen app. Elke leerling meldt zich aan in het “lokaal” dat jij toegekend kreeg. De leerkracht kan vervolgens ter plekke vragen afvuren of een voorafgemaakte quiz starten. De leerlingen kunnen deze dan op het tempo die de leerkracht oplegt of op hun eigen tempo doorlopen. Ook hier wacht er je op het einde van de quiz een werkblad met de uitslagen van alle leerlingen per vraag en in zijn totaliteit. Een nieuwe versie is trouwens reeds gelanceerd: beta.socrative.com

Meer info? www.onderwijsvernieuwing.be

Meer teasers? www.facebook.com/onderwijsvernieuwing

 

Herfstschoonmaak voor je slome computer

Iedereen kent het wel: je installeert steeds weer nieuwe dingen op je computer (“Je moet toch bijblijven in het onderwijs…!”), je kinderen doorkruisen het WWW op je computer (“Het moet voor school!”) en na verloop van tijd wordt je computer steeds trager, verschijnen er steeds meer foutmeldingen op je scherm en zijn er vervelende boodschappen die je maar niet weg krijgt.

Dus wil je je geliefde werkinstrument een herfstschoonmaak geven. Maar hoe doe je dat?

We geven je enkele zeer eenvoudige en snelle tips om weer vlot aan de slag te kunnen:

 

Verwijder programma’s die je niet meer gebruikt.

Ga hiervoor via de startknop (links onderaan je scherm) naar “configuratiescherm”. Kies voor ‘programma’s verwijderen’ en overloop de lijst. Merk je een programma op dat je niet langer denkt te gebruiken? Via de knop ‘verwijderen’ verwijder je ook daadwerkelijk alle onderdelen en ben je zeker dat er geen vervelende deeltjes van die software actief blijven. Let wel: verwijder geen cruciale elementen!

 

Installeer een goede virusscanner

Betalen voor een virusscanner moet je zeker niet doen. Je moet wel even opletten welke virusscanner je binnenhaalt. Je zou immers niet de eerste zijn die er zich een (gratis…) virus mee op de hals haalt!

Microsoft Security Essentials is best ok. Downloaden doe je alleen maar via de Microsoft-site!

http://windows.microsoft.com/nl-nl/windows/security-essentials-download

Maar ook AVG scoort goed. Let tijdens de installatie op dat hij je geen betalende versie opdringt en er kan niets meer fout lopen.

http://free.avg.com/ww-en/free-antivirus-download

Stel je virusscanner zo in dat hij automatisch updates ophaalt én regelmatig een scan van je computer maakt.

 

Installeer je Windows-updates

Windows updates zijn zoals regenbuien in de herfst. Er lijkt geen einde aan te komen. Maar je doet er wel goed aan deze te installeren: steeds nieuwe gaten in de beveiliging van je systeem worden ondermeer op die wijze gedicht.

Het gemak dient de mens, dus doe je het automatisch: Klik op de knop Start, klik op Alle programma’s en klik vervolgens op Windows Update. Bij “instellingen wijzigen” kan je dan aanduiden dat “updates automatisch geïnstalleerd worden”.

 

Maak plaats op je harde schijf

Een harde schijf die bijna vol staat vertraagt je pc aanzienlijk en verhoogt het risico op een crash. Voorzie dus steeds minimaal 20% vrije ruimte op je schijf. Controleren kan door via de startknop op “computer” te klikken en te kijken hoeveel Gb er nog beschikbaar is.

Een Must-have is echt wel Ccleaner, te downloaden via http://www.filehippo.com/download_ccleaner/

Na een simpele installatie kan je direct aan de slag. Vooreerst veeg je met de borstel (cleaner) alle ongebruikte en overbodige bestanden van je schijf (vaak meer dan enkele Gb’s!) om vervolgens je register te scannen op fouten.

 

Spionage!

Vervolgens laten we Spybot (http://www.filehippo.com/download_spybot_search_destroy/) eens los op onze computer: deze scant je volledige computer op verdachte elementen en neutraliseert deze. Regelmatig herhalen is de boodschap!

 

Langspeelplaat

Je harde schijf defragmenteren is wat uit de mode geraakt, maar is nog steeds zinvol. Vergelijk het met een oude langspeelplaat waar je fragmentjes uit wil spelen: duurt een eeuwigheid door steeds te moeten verspringen. Als je bestanden op je harde schijf teveel uit elkaar liggen, dan heb je hetzelfde effect: trage computer… Dus even via de startknop naar bureau-accessoires gaan en daar schijfdefragmentatie starten.

 

Awesome presentaties maken?

Powerpoint-presentaties zijn vaak vooral slaapverwekkend. De reden is zeer simpel: het is een typisch voorbeeld van niet ‘out-of-the-box’ kunnen denken. Ken je nog de aloude overheadprojector? Je printte een aantal slides af met daarop vooral veel tekst en je nam een blanco blad. Dat gebruikte je om stap per stap de inhoud van je slides zichtbaar te maken op je overheadprojector. En Powerpoint die bracht niets nieuws. Oude wijn, weet je wel. In plaats van je tekst te printen op slides, kon je deze direct projecteren. Powerpoint bracht zelfs meer nadelen dan voordelen: steeds meer slides, steeds meer tekst én… de alom gevreesde ‘animaties’. Tekst kwam vanaf nu naar believen binnengewaaid, gevlogen, gedraaid,…
Naar het schijnt zijn er zelfs mensen door bezweken: dead by Powerpoint…

Prezi was al een verbetering. Eindelijk iets nieuws om presentaties mee te geven. Er werd vertrokken van de logische gedachte van 1 canvas waarop alles stond. Vergelijk het met een schematische voorstelling van het geheel van je inhouden. Plotsklaps werden onderlinge verbanden duidelijk en werd de visualisering een meerwaarde: de visuele content onthouden we immers veel beter dan de typische Powerpoint-opsommingen.

Maar kan het nog beter? PowToon doet alleszins een verdienstelijke poging. Men speelt er in de eerste plaats in op het ‘redundancy effect’. Lijsten met opsommingstekens worden zoveel mogelijk achterwege gelaten en het visuele aspect van je presentatie neemt het definitief over van de geschreven content. Je inhoud moet immers niet getypt staan op je presentatie om vervolgens af te lezen, maar moet je gewoon mondeling overbrengen aan je publiek. Waarom? Omdat we nu eenmaal sneller kunnen lezen dan dat we kunnen horen. Je opsomming in je Powerpoint-dia is dus vele malen sneller gelezen door je publiek dan dat jij kan vertellen. En daarom slaat zo snel de verveling toe bij je toehoorders…

Zijn er dan geen nadelen aan PowToon?
Zeker en vast wel. Vooreerst is de invalshoek nogal ‘Amerikaans’. Je weet wel: alles moet snel gaan en je moet zeer regelmatig het woord “awesome” gebruiken. Naar mijn bescheiden mening is Powtoon ook eerder geschikt om een online-filmpje te maken van je presentatie dan om live voor een publiek te brengen. Maar… is dat niet de bedoeling als we de adepten van “blended learning” mogen geloven?
En oh ja…wil je je gratis account overstijgen? Dan kost het je 228 dollar. Per jaar…

Niettegenstaande PowToon met name gericht is naar het bedrijfsleven, denkt men ook aan het onderwijs. Daartoe schreef men het boek “Cartoons in the classroom”, gratis te downloaden via https://s3.amazonaws.com/powtoon/books/Cartoons-in-the-Classroom-Book.pdf

Zelf aan de slag? http://www.powtoon.com/

Augmented reality in de praktijk

AUGMENTED REALITY IN DE PRAKTIJK
Geert Callebaut
Docent nieuwe media KAHO-HUB
Campus Aalst
September 2013

SITUERING
Augmented Reality of AR wordt het volgende modewoord in leraarskamers en op onderwijsmeetings. Nu een digitaal schoolbord standaard is geworden (en we hebben ingezien dat de ‘magie’ veelal een dun laagje marketingpraat was) en we er niet uit geraken wat de meerwaarde is van een Ipad in de klas (niettegenstaande we er van overtuigd zijn dat we er een zullen gebruiken in onze klas, willes nilles), komen we mogelijks tot een discussie die echt over inhoud gaat: AR.

In een ideale wereld zouden onze leerlingen niet langer sleuren met boekentassen, vol met kilo’s boeken, allemaal netjes gekaft. Een tablet zou deze functie overnemen: alle content digitaal, alle notities recht op onze tablet. Zo ver zijn we echter nog niet. Het is zelfs de vraag of we ooit zo ver zullen komen. Niet alleen hebben vele uitgeverijen het knap moeilijk om bij te benen en komen ze momenteel niet verder dan eenvoudige bordboeken die het niveau van een pdf spijtig genoeg maar met moeite overstijgen, bijkomend probleem is dat er gewoonweg niet te schrijven valt op een tablet. Of je nu een tablet neemt van 60 euro uit de speelgoedwinkel of een state-of-the-art gehypte Ipad: je slaagt er niet in om er een volzin op neer te pennen, laat staan dat je als zesjarige er je eerste letters op oefent.

Stilstaan dan maar? Laat ons hopen van niet. Onze gedigitaliseerde kinderen verdienen beter dan het orale onderwijs dat in het verleden zo vaak de praktijk uitmaakte. Zelfs geschiedenis werd maar al te vaak “verteld”. Niet opmerkelijk dat je niet kon onthouden welke president van Amerika in welke periode heeft geregeerd: je kon er je geen visueel beeld van vormen. In het eerste multimediaprincipe van Mayer wordt het nochtans duidelijk gesteld: bied je iets louter verbaal aan, dan blijft er grofweg 38 procent van de overgebrachte leerstof “hangen”. Combineer je echter dezelfde inhoud met beelden, dan stijgt dit tot 65%.
Overtuigd om de volgende keer toch wat extra beeldmateriaal te zoeken?
Maar dan blijft het probleem dat onze leerlingen in de meeste (zoniet alle) gevallen thuis aan de slag gaan met een… papieren hand- of werkboek. Daar zijn uiteraard “beelden” in opgenomen, maar wel “statische beelden”: prentjes en foto’s. En dat terwijl die generatie opgroeide met zeer rijke audiovisuele content.
Het antwoord is nochtans eenvoudig: augmented reality in de klas. Oorspronkelijk werd dit ontwikkeld voor reclamedoeleinden (George Clooney die je van op de affiche op het bushokje voorstelt om samen een Nespresso te drinken…). Maar dit slaat op heden niet echt aan. Waarom? Omdat mensen eenvoudigweg geen extra moeite willen doen om reclame te zien, nl. de tablet of smartphone opzetten, een app starten en doelbewust naar een reclamefilmpje kijken. Integendeel: mensen willen alleen moeite doen om reclame net te vermijden. Een “no go” dus…
Maar AR kan met zeer beperkte inspanning voor elke lesgever een wereld van verschil maken. Om te studeren word je immers wel verondersteld om extra inspanningen te leveren. En als je als modale leerling je leerinhouden audiovisueel ondersteund ziet in plaats van statisch uit een boek te moeten studeren, dan doe je dat toch?
Het probleem van pep-talk zoals het bovenstaande, is dat men in de meeste gevallen niet concreet wordt, dat het louter bij visie en virtualiteit blijft. Maar hoe doe je dat nu in de praktijk? Eerst een opleiding IT-er volgen en vervolgens je klas ombouwen tot server? Laat het ons even heel concreet maken.

WAT WILLEN WE?
De gedrukte content van onze leerlingen (of ze nu 6 of 66 jaar oud zijn) verrijken met audiovisuele media. Concreet: de prentjes, statistieken, logo’s, foto’s uit hun hand- en werkboeken veranderen in bewegende beelden, audiofragmenten, 3d-modellen, webpagina’s…

WAAROM?
In de eerste plaats omdat leren leuk mag zijn en omdat onderzoek uitwees dat audiovisuele content veel beter “blijft hangen”. Het leerrendement stijgt dus.
Maar ook vanuit een zorgzame ingesteldheid: het is een bijkomend hulpmiddel om drop-outs opnieuw in de boot te trekken. Leerlingen die weinig of geen interesse hebben in school, hebben vaak wel interesse in technologie, computers en nieuwe media. Net daar gaan we dan ook op inspelen: we maken ons huiswerk, we leren onze les met de tablet in de hand.

WAAROM NIET?
“Niet iedereen heeft een tablet thuis.” Ok, dat klopt. Maar dient een onderwijsomgeving niet om mensen te “alfabetiseren”. Pakweg een eeuw geleden was je als analfabeet de sociale drop-out: weinig perspectieven om maatschappelijk de nodige mobiliteit te hebben. Momenteel zijn de nieuwe analfabeten echter niet de personen die niet kunnen lezen of schrijven, maar de personen die niet met een computer of tablet kunnen werken. Een directe stimulans vanuit het onderwijs om op een zinvolle wijze aan de slag te gaan met nieuwe media lijkt dus wel wenselijk te zijn. De kostprijs van een tablet in vergelijking met het totale budget dat een gezin aan onderwijs moet besteden, valt trouwens echt wel mee. Het enige wat je moet durven is afstappen van de Ipad-dictatuur en zo de aankoopprijs laag houden en voor sommige gezinnen de sociale kas van de school aanspreken. Als dit kan voor de skiklassen, moet dat ook kunnen voor een tablet.

HOE DOEN WE HET IN DE PRAKTIJK?
DE LEERKRACHT
De leerkracht maakt allereerst een account aan op https://studio.aurasma.com Dit is gratis en verschilt in niets van het aanmaken van een account op eender welke site.
Een tutorial opent zich, ad libidum kan je deze eens doorlopen.

De eerste stap is dan een trigger image te uploaden. Dit is de afbeelding die je later zal laten scannen door je leerlingen. Neem dus van de foto of tekening uit het werk- of handboek een foto met je gsm en zet deze op je pc. Upload als “trigger image”. Bij het opmaken van een werkblaadje heb je uiteraard alle prenten al digital op je pc staan.

Zo zal je na verloop van tijd een hele collectie hebben met allemaal afbeeldingen uit je werkblaadjes en handboeken. Het handige is dat je er dan later nog andere verrijkte content kan aan koppelen zonder deze opnieuw te moeten uploaden.

Tweede stap is het maken van Overlays.
Dit zijn de filmpjes, muziek, websites,… die je leerlingen te zien krijgen als ze met hun tablet kijken naar de “trigger image” in hun boek of werkblaadje. Op het moment dat ze via de camera van hun tablet kijken naar bijvoorbeeld de foto van Boudewijn in hun WERO-werkblaadje, zien ze de door jou gekozen videofragmenten uit het leven van Boudewijn.

Het systeem is hetzelfde: je selecteert op je computer het filmpje dat je wenst te uploaden en dit komt in je bibliotheek te staan, je kan het nadien nog linken aan andere afbeeldingen of hergebruiken voor andere klassen of werkblaadjes.
Het uploaden van een filmpje kan trouwens best lang duren: even geduld, alles komt goed.

De derde stap is het maken van een Channel. Hier ga je de meeste problemen mee hebben als je niet duidelijk communiceert met je leerlingen. De Augmented Reality die jij maakt, kan immers niet door iedereen gezien worden, slechts door de mensen die zijn ingeschreven voor jouw “Channel”. Wat moet je dus doen: je leerlingen zich laten inschrijven voor jouw “channel”, eenmalig. Straks daarover meer.
Wat jij moet doen is louter een channel aanmaken, bv. “meesterjan”.

De vierde stap is tevens de definitieve stap: het maken van Auras. Een Aura is simpelweg de koppeling tussen het prentje uit het werkboek en het filmpje dat jij wil dat de leerlingen zien als ze er naar kijken via de aurasma-app.

Eerst geef je een nieuwe Aura een naam,
dan selecteer je de Trigger image, koppel je er een overlay aan en selecteer je je “channel”.
Voila, je eerste augmented reality is klaar.

DE LEERLINGEN
De leerlingen nemen hun tablet en installeren gratis en eenmalig de app “Aurasma”.
Ze klikken op het vergrootglas in deze app en typen in het zoekvenster de naam van het channel van de juf of meester en klikken op “follow”. Ook dit is eenmalig.
Vanaf nu openen ze de Aurasma-app op hun tablet, richten deze naar een afbeelding of prent uit hun boek of blaadje en zien jouw verrijkte content virtueel verschijnen.
Tip: zet naast de afbeeldingen die je verrijkte met Augmented Reality een klein icoontje van Aurasma, zo weten je leerlingen dat er achter die afbeeldingen iets meer zit.

TENSLOTTE
De mogelijkheden zijn slechts beperkt door jouw fantasie.
Waarom zou je bijvoorbeeld het werkblaadje dat je meegeeft als huiswerk niet verrijken met Aurasma? Als leerlingen het bekijken met hun tablet zien ze een filmpje dat jij hebt opgenomen met bijkomende uitleg en toelichting bij de oefeningen. Ook dat is een uiting van een zorgzame school: niet iedereen heeft immers ouders die even beslagen zijn in het begeleiden van het huiswerk van zoon- of dochterlief.

Gratis App, betaalde content

Elk kind kent een bepaalde ontwikkelingsfase die gekenmerkt wordt door “verzameldrang”. Dat is de periode dat je maar beter alle broekzakken controleert vooraleer ze in de wasmachine te gooien. Er zitten gegarandeerd “uitzonderlijk mooie” steentjes, prulletjes, pluimpjes en blokjes in.
Steeds meer spelletjes halen hier de mosterd: verzamelen moet je doen!
Wat gebeurt er? Zoon- of dochterlief komt aandraven met een nieuwe app met de vraag om deze te downloaden. Uiteraard geef je de toestemming en tik je argeloos je paswoord in. De app is immers gratis én luistert naar onschuldige namen zoals “Nemo” of “coaster crazy”.
Iedereen zou onderhand al moeten weten dat niets gratis is en het dus slechts zaak is om het onderliggend addertje te zoeken… Welnu, ver hoef je er niet achter te zoeken. Bij dergelijke spelen moet je allerhande dingen “verzamelen”: je moet gewassen telen in je moestuin, je moet dorpen aanleggen, je moet vissen vangen en parels uit schelpen halen. Nooit moeilijke dingen. Je moet er alleen maar wat tijd voor over hebben. En dan komt de menselijke drang om “meer” en “beter” te hebben naar boven: een volgend level, een bijkomende uitrusting,… je kan het allemaal kopen met het virtuele geld of punten die je hebt verzameld. Of… je kan ook tegen echt geld die dingen bijkopen: een in-app aankoop. Een verderfelijke praktijk die mikt op de onwetendheid van de gebruiker. Apple bouwde na vele klachten uiteindelijk een duidelijkere melding in wanneer je op het punt staat om in-app aankopen te doen, maar waterdicht is dit niet. Een beursgenoteerd bedrijf moet immers in de eerste plaats winst maken… Apple krijgt 30 procent van alle in-app aankopen: een miljardenopbrengst. Een triest record staat op naam van een Engels 5-jarig jongetje dat op 15 minuten tijd meer dan 2000 euro besteedde aan Zombie vs Ninja. Je kan in dat spel immers extra munitie kopen tegen echt geld.

Dus zorg je er voor dat je kinderen geen in-app aankopen meer kunnen doen via je Ipad:
open “instellingen” en kies “Algemeen”
klik op beperkingen
klik “schakel beperkingen in” en kies een toegangscode.
Zet “kopen vanuit apps” uit.

Vermijden van Powerpoint-beroertes

Powerpoint was het logische gevolg van de informatisering van het onderwijs. Wat eerder met de aloude overheadprojector en plastieken slides gebeurde, werd in een technologisch jasje gehesen en als innovatief voorgesteld. Het concept bleef echter door vele gebruikers behouden: wat je vertelt, simultaan projecteren op het bord. Alsof daar enige meerwaarde zou inzitten. Nog steeds kunnen vele Powerpoint-adepten beschuldigd worden van enerzijds hun onzekerheid te trachten wegmoffelen onder een hoop slides (“Dankzij mijn Powerpoint zal ik niet stilvallen tijdens mijn presentatie en steeds weten wat te zeggen.”), anderzijds moet het al te vaak een gebrek aan kennis bij de presentator verdoezelen (“Wat op mijn slide staat, hoef ik niet te memoriseren.”). Om de meerwaarde ten opzichte van de plastiek slides in de verf te zetten, gieten vele mensen er nog een sausjes van “animations” over (tekst komt binnengewaaid, nieuwe dia’s dansen het scherm op).

Als je je studenten een van de volgende dingen ziet denken tijdens je presentatie, is het mogelijks tijd om het roer om te gooien:
-“Waar heb ik die Flair nu weeral gestoken in mijn boekentas?”
-“Waarom ruilde ik mijn bed voor een zitje in dit auditorium?”
-“Ik had vanavond ook op eigen houtje de Powerpoint kunnen overlopen in mijn zetel.”
-“Waarom heb ik geen nieuwe berichtjes op mijn gsm, ik wil immers mijn tijd zinvol invullen tot het einde van deze presentatie.”

 

Daarom toch een poging om Do’s and don’ts op te lijsten om je toehoorders van een gewisse Powerpoint-beroerte te redden:

-Start je presentatie met een brug naar je publiek: zet een cartoon op je openingsdia, neem een foto die de emotie in zich heeft die je tijdens de les wenst over te dragen, speel in op de interesse van je doelpubliek, maak een link met de recente (populaire) actualiteit.

-Ondersteun je mondelinge boodschap met visuele boodschappen op je dia’s. Het louter reproduceren van je mondelinge boodschap in tekst op je dia geeft geen meerwaarde maar bevestigt je publiek in hun dogma dat er zoveel betere manieren waren om hun tijd te spenderen dan in jouw lezing te zitten (shoppen bijvoorbeeld). Als je alleen verbale boodschappen geeft, wordt slechts 35% onthouden. Combineer je met beelden, dan stijgt dit tot 65%…

-Toon je betrokkenheid, je voeling, je passie. Overdracht gebeurt niet louter vanuit het hoofd, maar evenzeer vanuit de ziel, het hart, de buik.

-Humor is een must. Google naar cartoons die gelinkt zijn aan je topics, maak een link naar de populaire media, naar het dagdagelijkse leven van de studenten. Humor in een presentatie is even effectief voor de aandacht van je publiek als het inlassen van een bewegingstussendoortje in het eerste leerjaar.

-Investeer in een draadloze presenter. Het is dodelijk voor zowel de presentator als voor de toehoorders om tijdens de volledige lezing vastgelijmd aan de computer te moeten blijven staan omdat je tenslotte steeds op de muisknop moet kunnen klikken om een volgend tekstvak te laten binnenfladderen. Een draadloze muis, een Wiimote, een XBOX-controller, een smartphone, een tablet,… kunnen hiertoe dienst doen.

-Walk your talk. Je kan geen lezing over onderwijsvernieuwing geven als je jezelf beperkt tot doceren. Je kan geen lezing geven over betrokkenheid als je niet verder dan 1 meter van je lezenaar komt.

-Kijk niet naar je presentatie op je projectievlak. Zo sta je immers steeds met je rug naar je publiek. Zorg voor een extra monitor die naar jou gedraaid staat waarop je je eigen powerpointvoorstelling kan volgen.

-Een powerpoint is geen samenvatting van jouw lezing, het is een aanvulling. Breng geen feiten, breng een verhaal. Het oplijsten van feitenmateriaal zal jouw publiek slechts bevestigen in hun idee dat ze evengoed hadden kunnen thuisblijven en je inhoud hadden kunnen lezen in een artikel of handboek.

-Het inbouwen van animaties zorgt er nooit voor dat jouw lezing minder saai of meer aantrekkelijk wordt. Zorg voor een sobere stijl.

-Leg je eigen schriftelijke voorbereiding aan de andere van het lokaal. Zo zal je niet in de verleiding komen er steeds naar terug te grijpen of –in het slechtste geval- het beginnen aflezen.

-Kom tot het besef dat er alternatieven bestaan voor Powerpoint (Prezi bijvoorbeeld).

Augmented reality in de klas

AR-codes zijn nog niet zo bekend als QR-codes, maar bieden veel meer potentieel. Ook in het onderwijs. Op enkele exemplarische dingen na, werd er tot nu toe nog niet veel mee gedaan. Gezien het belang van de integratie van audiovisuele content in het onderwijs, denk ik echter dat het een terechte plaats verdiend in ieder klaslokaal of leerboek.
De beste wijze om kennis te maken met AR-codes is bijvoorbeeld de gratis app Aurasma te installeren en je iphone of ipad te laten ‘kijken’ naar eender welk biljet van 20 euro. Wat zie je? het biljet verandert in een geanimeerde voorstelling van Europa. Vergelijk het een beetje met de meer bekende app Layar: je kijkt met je tablet om je heen en je ziet op je scherm extra informatie zoals de dichtst bijzijnde restaurants, de musea in de buurt,…

Maakt u al de link naar een school- of een klasomgeving?
Droomt u er van dat zowat elke foto of prent in je leerling zijn handboek als een filmpje tot leven komt op het moment dat hij er zijn tablet of smartphone over houdt? Een foto van zijderups levert bijvoorbeeld een filmpje op met daarin het productieproces van zijde. Sta me even toe er de piramide van Bales bij te halen: het leren wordt er zoveel efficienter door gemaakt…
Als je in je wiskundeboek de voorbeeldoefening van een staartdeling bekijkt via je tablet zie je effectief de verschillende stappen om tot het resultaat te komen, chronologische verschijnen, eventueel met de vertrouwde stem van de juf of meester die er toelichting over geeft.

Toekomstmuziek? Mogelijk… The British Museum toont echter alvast een knap staaltje van Augmented Reality: bekijk er met je smartphone een werkstuk, juweel,… uit de oudheid en het komt als het ware tot leven: je ziet door je camera hoe het werd gebruikt, welke functie het had.

Zolang je maar “uit-de-doos-denkt” begint de toekomst in je klas alvast vandaag.

De tablet als boekentas

Elk jaar is het een confrontatie met de harde realiteit: grootwarenhuizen en papierhandels beginnen reeds omstreeks eind juli iedere leerling en iedere student er op attent te maken dat de grote vakantie bijna ten einde is. Er moet dan dringend weer aan het consumeren worden geslaan: pennen, schriften, potloden,… Maar vooral moet er ook een nieuwe boekentas worden gekocht. De oude boekentas is immers versleten, te klein of hopeloos verouderd. De tijd dat een lederen boekentas zowat je hele schooltijd meeging, ligt ver achter ons. Kassa, kassa… In vele gezinnen een jaarlijks ritueel. Belgische gezinnen ramen de kosten van de start van een nieuw schooljaar op 773 euro! Niemand die er een punt van maakt, het kostenplaatje ervan wordt netjes uit de maximumfactuur gehouden.

Over de tablet-pc en meer bepaald over de rol ervan in het onderwijs is al heel wat inkt gevloeid. Geheel terecht: een nieuw apparaat vraagt de nodige beschouwingen vooraleer te integreren in het didactische proces. Maar op het einde van de rit kan je er steevast van op aan dat er besloten wordt dat je als school moeilijk kan verplichten om elke leerling zich een tablet te laten kopen. Wat nochtans eens must is als je er een wezenlijk deel van je onderwijs wil mee vorm geven: elke leerling of elke student heeft dan immers een tablet nodig, zonder uitzondering. Daarom wordt het idee dan uiteindelijk maar afgevoerd. In het beste geval koopt de school zelf een setje tablets aan waarop de leerlingen soms tijdens de lesuren eens kunnen ‘experimenteren’.

Het is echter ten zeerste te betreuren dat een prachtig apparaat als een tablet hierdoor zijn spoedige intrede in de individuele handen van elke leerling of student zou missen. Pas als je als leerling of student je eigen tablet dan en nacht, weekend en weekdag, schooltijd en vakantie, ter beschikking kan hebben, komt het apparaat pas echt tot zijn recht. Huiswerk maken? Op mijn tablet! Les leren? Op mijn tablet! Pas als elke leerling te allen tijde over zijn of haar persoonlijke tablet kan beschikken, kan het alle schoolboeken, werkblaadjes, de klasagenda, het contractwerk, de computerklas en zelfs het digitale schoolbord vervangen.

Gaan we hierbij voorbij aan de sociaal-economische situatie van ouders? Leggen we een extra financiële last op hun schouders? Nee, je kan hoogstens spreken van een verschuiving van het budget bij vele ouders en scholen. Bekijk de tablet als een virtuele boekentas die pakweg 4  jaar zal meegaan, focus vervolgens niet op de klassebak van de tablets, de Ipad, bij de prijssetting. Er zijn immers heel wat kwalitatief sterke tablets op de markt die minder dan de helft van een Ipad kosten. Daarenboven is het gebruik van een opensource besturingssysteem nog steeds aan te bevelen voor scholen, boven het zeer gesloten iOS.
Een tablet vervangt letterlijk de boekentas en het schoolgerei van een leerling. Die kosten die voorheen volledig bij de ouders lagen, vallen letterlijk volledig weg. De inhoud van de virtuele boekentas, tablet genaamd, zijn zoals nu reeds voor rekening van de school: schoolboeken, oefenblaadjes,… En ook daar kunnen ze door de komst van de tablet op besparen. Eerder dus een verschuiving van budgetten, zowel voor de ouders als voor de scholen.

Te kort door de bocht? Te vaak heeft het onderwijs in het verleden gewacht met een daadwerkelijke integratie van nieuwe ICT-materialen met de dooddoener: “Niet alle leerlingen hebben dit thuis”. Zolang niet zowat iedere leerling thuis internettoegang had, kwamen schitterende toepassingen zoals Bingel dus maar moeizaam van de grond. Sinds de laatste jaren zien we dat er een ommezwaai in dit denken komt.

Nu is het dus aan de tablet om de weerstand te doorbreken. Financiële overwegingen mogen alvast geen breekpunt vormen. De intrede van de tablet zal immers andere schoolkosten voor de ouders verminderen. Uiteraard zijn er nogal wat gezinnen voor wie de aankoop van een tablet voor elk schoolgaand kind een onverantwoorde of onmogelijke hap uit het gezinsbudget zou plukken. En daar ligt een nieuwe uitdaging voor elke school afzonderlijk: net zoals sneeuwklassen, bosklassen en zeeklassen waar nodig dienen bijgepast te worden door een sociale kas van de school, kan dit ook gebeuren bij persoonlijk ICT-materiaal.

Bekijk de tablet als een boekentas: je hebt ze in verschillende geuren en kleuren, verschillende maten en gewichten, verschillende prijsklassen. Sommige leerlingen pronken jaarlijks met de nieuwste boekentas, anderen stellen het met een basismodel die dan ook nog eens enkele jaren moet meegaan. Ook tablet s heb je in alle vormen en maten, in alle kleuren en prijsklassen. Maar het is net zoals nu de school die ervoor moet zorgen dat de boekentassen kosteloos gevuld geraken. Apps zoals de e-boekentas maken duidelijk dat de uitgeverijen klaar staan om de ommezwaai te maken. Leren lezen met Hup hoeft niet langer noodgedwongen in een boek, maar is er ook op de tablet. Werkblaadjes, invuloefeningen, contractwerk,… alles is voorhanden om op de tablet te gebruiken. Het aankoopbudget van scholen voor boeken en werkschriften zal omlaag kunnen. Een e-boek kost immers minder dan een papieren versie ervan. Om nog maar te zwijgen over fotokopiekosten die zullen gedecimeerd worden. Het vrijgekomen budget kan gaan naar een wezenlijke financiële bijdrage voor de aankoop van de tablet van de leerlingen met minder financiële armslag. Zo blijven ook zij niet verstoken van het nodige ICT-materiaal, wat de sociale ongelijkheid zal helpen verminderen: het ontbreken van ICT-incentives in economisch zwakkere gezinnen was ooit een van de redenen tot het doorvoeren van de ICT-eindtermen: scholen dienden iedereen in staat te stellen de nodige ICT-vaardigheden te ontwikkelen, los van de eigen opvoedingssituatie. Het verplicht invoeren van een tablet in scholen kan in het zelfde kader gezien worden: elke leerling, los van zijn of haar thuissituatie in staat stellen om ICT-vaardigheden te ontwikkelen die de verdere ontwikkelingskansen in onze maatschappij mee zullen bepalen. En het functioneel gebruik van een tablet kan daar in 2013 niet langer los van gezien worden. Noem de tablet gerust de nieuwe boekentas.

 

Smoothboard air

Smoothboard air is de jongste telg in de smoothboard familie.

Het laat je toe om je leerlingen of je toehoorders je scherm te delen op hun eigen laptop, tablet of smartphone.
Bij de start van je les of van je presentatie projecteer je een QR-code. Iedere aanwezige kan dan met een standaard QR-lezer inloggen. Ze zien dan vervolgens je presentatie of je les verschijnen op hun eigen device.
Het is een logisch vervolg op de trend ‘bring your own device’.
De mogelijkheden voor het onderwijs moeten nog wat worden uitgezocht, maar we herkennen alvast twee mogelijkheden:
-je kan zelf je presentatie bedienen met je tablet of smartphone terwijl je rondloopt in je klas. De veel gehoorde kritiek dat digitale borden het frontaal lesgeven opnieuw in voege brengen, wordt zo de das omgedaan.
-je toehoorders/studenten moeten niet langer naar het (digitale) bord komen om oefeningen in te vullen, te participeren. Vanop hun plaats kunnen ze aanduidingen maken, mindmaps aanvullen,…
Voor de gebruikers is dit volledig gratis. Het enige waar je moet op letten is dat ze verbonden zijn met hetzelfde WIFI-netwerk als jijzelf. Jouw presentatiecomputer moet met andere woorden ook op een wifi-netwerk zijn aangesloten.
Jijzelf kan in eerste instantie de proefversie van Smoothboard Air gebruiken. Deze heeft volledige functionaliteit, maar een vervelend popup-venster moet je er wel bijnemen.  Voor minder dan 20 dollar beschik je over een licentie, verbonden aan 1 computer.

Sankoré

Sankoré, voorheen bekend als Uniboard, is de perfecte freeware software voor gebruik met je digibord. Het maakt niet uit of het een zelfgemaakt bord is, een Smartboard of een Activ Board. Je start je computer en je digibord op de normale wijze op, je calibreert en je opent Sankoré. That’s it.

Deze software laat je toe zelf bordlessen te maken ‘from scratch’, van een bestaand werkblaadje, cursus of powerpointpresentatie. De toepassingen zijn relatief basic, maar geef toe: het merendeel van de toeters en bellen gebruik je toch niet in je dagelijkse klaspraktijk.

Alles valt eenvoudig te downloaden via http://open-sankore.org/

Het enige wat er nog ontbrak was een Nederlandstalige handleiding. Maar ook dat heuvel is momenteel verholpen: https://sites.google.com/site/vernieuwendonderwijs/digitale-borden/open-sankore

Probeer het zeker uit: niet-commerciele software valt toch steeds te prefereren in het onderwijs?

Ipad in de klas

Blijkbaar moeten we allen de Ipad beginnen gebruiken in de klas… Nu is daar op zich natuurlijk niets mis mee. Maar toch…

Ten eerste, waarom moet het altijd over een Ipad gaan? Er bestaat toch ook zoiets als een tablet-pc? Dit is alleszins merk-neutraler uitgedrukt. Tenslotte zijn ook niet alle luiers afkomstig van Pampers of is niet elke ballpen een Bic. Er is trouwens  heel wat te zeggen voor het gebruik van een tablet met Android in de klas in plaats van een Ipad: het onderwijs heeft meer baat met een open systeem waarbij de hardware alvast niet merkgebonden is en zo de keuzevrijheid maximaliseert.

Ten tweede moet je altijd omzichtig omgaan met hypes. Een hype is het perfecte middel om een instrument  een bestaansrecht te geven dat het eigenlijk niet heeft. Wat is bijvoorbeeld de exacte meerwaarde van een tablet-pc (een Ipad zo u wil) ten opzichte van een ordinaire netbook? Niet alleen is een netbook even klein en duurzaam qua batterijgebruik, een netbook beschikt ook over een resem extra aansluitmogelijkheden (bijvoorbeeld een USB-poort! Niet aanwezig op zowat alle tablets…), een toetsenbord waar je ook effectief een tekst kan op typen, Java,… Last but not least: een netbook is een pak goedkoper dan een Ipad.

Tussen de duizenden en duizenden zogenaamde educatieve Apps die geen enkele meerwaarde in zich hebben, is er dan toch soms ook een die echt vernieuwend is: SCHOOLTAS bijvoorbeeld.

Schooltas is een app uitgegeven door ThiemeMeulenhoff, een Nederlandse uitgeverij. Je kan er hun leer- en werkboeken mee aankopen en digitaal bekijken.  Leerlingen en leerkrachten kunnen nota’s en aantekeningen maken, links toevoegen, opmerkingen delen met anderen,… Kortom: een heel nieuwe manier van omgaan met leermaterialen. Geniaal in zijn eenvoud? Dat is te vroeg om te stellen. Het is eerst nog wachten op de eerste Vlaamse uitgeverij die het voortouw neemt.

Leren lesgeven zonder digitaal bord

 Marketing is iets opmerkelijks. Marketeers slagen er in om ons vooreerst duidelijk te maken dat we iets missen, dat we ons dringend iets moeten aanschaffen. Vervolgens overtuigen ze er ons van dat we zoveel gelukkiger zijn en beter presteren met wat ze ons hebben laten aanschaffen. Om tenslotte onszelf te laten verkondigen dat we “niet meer zonder zouden kunnen”.

En dat is nu net wat er is gebeurd met de hype van het digitale bord.
Vele honderden jaren was elke lesgever volstrekt tevreden met een krijtbord. Een quasi onverslijtbaar en duurzaam instrument dat je toeliet om aantekeningen te maken (en ze opnieuw uit te wissen!), tekeningen te maken, prenten op te hangen,… Ten opzichte van de huidige interactieve borden boden ze heel wat voordelen: geen kopzorgen over stroompannes of een server die plat ligt, geen onderhoud of updates nodig, geen kabels die liggen te slingeren, geen beamer, … Maar vooral: multitouch! Zoveel leerlingen als we zelf wenselijk achtten, konden simultaan aan het krijtbord aan de slag.
En tijdens de speeltijd? Dan leefden de kinderen zich met stoepkrijt uit op de grootste interactieve speelplaats aller tijden! Ze tekenden op de betontegels en wonderwel: de tekening verscheen op ware grote op hun speelplaats, in kleur! Voorwaar een “must have” voor elke school…

Stijn Van Laer kreeg zeer terecht uitgebreide media-aandacht tijdens de voorbije weken. Hij zorgde immers voor een onderzoek dat elke schooldirectie zou moeten lezen om gewapend het marketinggeweld van de digiborden-lobby tegemoet te gaan: “Hoe gebruiken leerkrachten een digibord?” Het resultaat lijkt in één zin samen te vatten: 44% van de leerkrachten gebruikt zijn of haar digitaal bord niet. Rekening houdende met de lamentabele staat van vele schoolgebouwen, de noodzakelijke wafelslagen en eetfestijnen om geld in te zamelen,… op zijn minst een conclusie die tot nadenken stemt.

Afhankelijk van je doel of belang kan je hier twee meningen uit laten volgen:
-“Vlaamse scholen dienen dringend werk te maken van een intensieve bijscholing rond het gebruik van de digitale borden die in hun lokalen hangen. Pas dan zullen de leerkrachten degelijk gebruik kunnen maken van de schoolborden met al hun mogelijkheden.” (Noot: voor bijscholingen ben je vaak nog eens aangewezen op het aanbod van de fabrikant van je digibord.)
-“De huidige generatie digitale schoolborden bieden geen toegevoegde waarde aan de Vlaamse leerkracht. Velen voelden zich verplicht om mee te stappen in de hype, maar blijven teleurgesteld achter.”

Uiteraard zijn er vele lesgevers die prachtig gebruik maken van de toegevoegde waarde van een digitaal bord. Maar moeten we ook niet durven inzien dat dit niet voor ieder van ons is weggelegd? En dan doel ik niet zozeer op “engagement” of op “ict-vaardigheden”, maar eerder op de eigen stijl van lesgeven, de eigen dynamiek in de klas. Daarom ook geen pleidooi tegen digitale borden, maar wel een oproep om kritisch na te gaan of een digitaal bord in jouw leslokaal wel de verhoopte meerwaarde zal bieden die de commerciële aanbieders beloven.

Komen we immers niet uit een tijd waar we negatief stonden ten opzichte van het frontale lesgeven? Waarbij we zochten naar alternatieve (“activerende”) lesvormen?  Waarom laten we ons “bord” dan nu niet los?

De echte meerwaarde die de opkomst van het interactieve bord met zich mee heeft gebracht ligt in vele klaslokalen niet zozeer in het interactieve gebruik ervan, maar eerder in de bijhorende plaatsing van een multimediaprojector. Deze vaste plaatsing (een noodzaak bij een interactief bord) maakt dat vele lesgevers veel vaker gebruik maken van visualisaties in de klas: ze gaan vaker op internet, ze zoeken sneller een filmpje op en tonen veel vaker foto’s en didactische platen.
Maar heb je daarvoor een digitaal bord nodig? Helemaal niet: een computer en multimediaprojector volstaan. Wat zou immers de meerwaarde kunnen zijn van een digitaal bord om je filmpje te projecteren…? Meteen is echter de kostprijs voor je klasopstelling minstens met 60% naar omlaag gehaald…

Uiteraard is deze column zwartwit opgesteld. Uiteraard zijn er vele lesgevers die zich met hart en ziel overgeven aan hun digitale bord en er zeer veel meerwaarde uit halen. Maar we moeten ook durven inzien dat een digitaal bord geen must is om interactief les te geven, om “modern” les te geven, om het doel te bereiken die we allen nastreven: het aanbieden van kwalitatief onderwijs.

Geert Callebaut

Mediadocent
Lerarenopleidingen KAHOSL-Aalst

Onze school verbiedt gsm’s…

 Dat jongeren steeds sneller in het bezit zijn van een gsm is oud nieuws. Dat ze zich te pletter sms’en ook. Dat gsm’s verbannen worden uit klas lijkt echter een evidentie te zijn. Maar gaan we zo niet voorbij aan een cruciaal element uit de leefwereld van onze leerlingen? Hét communicatiemiddel bij uitstek voor hen? Wordt het niet hoog tijd om de gsm niet alleen toe te laten in onze klassen, maar ook actief aan te wenden met het oog op het bereiken van de lesdoelen? Zeker nu je met een gsm eindeloos meer dingen kan doen dan slechts telefoneren en sms’en.

Verbieden!

Ouders en leerkrachten zijn het er over eens: een gsm hoort niet thuis in de klas. Wordt een leerling toch betrapt met de gsm onder de bank, dan volgt meestal inbeslagname tot na schooltijd. “Leerlingen worden door hun gsm slechts afgeleid van de essentie in een klas: kennis, vaardigheden en attitudes verwerven.” Zolang we een gsm echter blijven benaderen als een ‘speeltje’ waarbij men in schabouwelijk Nederlands non-events naar elkaar stuurt, cyberpesten hoogtij viert en de concentratie van de les wegneemt, kan dit verbod gerust behouden blijven. Maar aangezien de huidige generatie leerlingen opgroeit met de gsm in de hand, kan er mogelijks ook gepleit worden om leerlingen constructief te leren omgaan met de mogelijkheden van hun mobieltje. Door de gsm inhoudelijk te gebruiken in de les, kan de aandacht net verhoogd worden. Welkom in de leefwereld van je leerlingen…

 Mediawijsheid wordt een steeds belangrijker item in de scholen: leerlingen niet alleen de werking van de (nieuwe) media leren kennen, maar hen ook voldoende begeleiden inzake het gebruik ervan en de invloed op hun leven. Uiteraard zijn er vele gevaren verbonden aan het actieve gebruik van de nieuwste technologieën en hun toepassingen. Maar een eenvoudig verbod zou te eenvoudig zijn en deze problemen slechts verbannen naar de momenten buiten de schoolmuren. De school heeft een cruciale taak in het ‘streetwise’ maken van de leerlingen in het nieuwe medialandschap.

 Smartphones

Steeds meer gsm’s worden kleine zakcomputers met onder andere een GPS-module, wifi-aansluiting en vele Apps. De markt van de smartphones is explosief gegroeid, de prijzen zijn sterk gedaald en de doelgroep is verplaatst van zakenmensen naar zowat elk lid van onze maatschappij. Even je mail nakijken op je telefoon, de aankomst van je trein checken of je Facebookpagina updaten? Niets mag nog een probleem vormen met je smartphone in je hand.
Willen we echter onze leerlingen toelaten om hun smartphone te gebruiken in de les, dan zal dit moeten kaderen in een ruimere visie van de totale school. Zo is Wifi-toegang voor iedere leerling een must. Dat vraagt de nodige maatregelen inzake toegangsbeveiliging en een voldoende sterk netwerk. Er zal een protocol moeten opgemaakt worden waardoor de krijtlijnen waarbinnen leerlingen zich mogen bewegen in dit draadloze schoolnetwerk, duidelijk zijn. Wie zich niet aan de regels kan houden, zal de consequenties ondervinden. Net zoals bij alle andere afspraken op school.

 Hoe een smartphone integreren in je lessen?

Geotagging: Zowat elke smartphone heeft een gps-module ingebouwd. Daarmee kan je niet alleen zeer precies je eigen geografische positie bepalen, maar ook routes uitstippelen. Leerlingen kunnen op deze wijze een stads- of natuurwandeling perfect in kaart brengen, illustreren met foto- en filmmateriaal en er extra inhoudelijke informatie aan toevoegen. Interdisciplinair werken in de praktijk…
Varianten hierop zijn eindeloos. Waarom zou je bijvoorbeeld je leerlingen geen wandeling doorheen de schoolgebouwen laten opmaken? Bezoekers op de infodag kunnen dan aan de hand van de smartphone de school ontdekken. Op elke stopplaats krijgen de bezoekers dan informatie die specifiek gelinkt is aan die ruimte: een fragment van een turnles, de visietekst van de school, foto’s van het schoolfeest,…

QR-codes: iedereen kent ze, slechts weinigen gebruiken ze. Een QR-code is de moderne variant van de streepjescode en kan veel meer informatie bevatten. Je neemt met je smartphone een foto van zo’n QR-code en je belandt direct op een website, een stukje tekst, een mailadres,… Waarom neem je in je cursus geen QR-codes op die verwijzen naar illustratieve beeldfragmenten of verdiepende sites? Je maakt zo van je cursus op slag een interactief bordboek.

 GTranslate: Laat je leerlingen anderstalige teksten fotograferen met hun smartphone. Een app zorgt er wel voor dat de tekst herkend en vertaald wordt. Je leerlingen hun opdracht is vervolgens om de vertaalde tekst foutloos en leesbaar te maken.

 Google: Met de internet-zoekfunctie op elke smartphone heeft elke leerling een zeer uitgebreide encyclopedie bij de hand. Hen opzoekingswerk laten verrichten bij recente actualiteit, nieuwsberichten laten volgen, extra informatie over het lesthema laten delen met de anderen,… De mogelijkheden zijn onuitputtelijk. In onze kennismaatschappij wordt het steeds belangrijker om informatie gericht te kunnen opzoeken en ligt de focus steeds minder op louter memoriseren en parate kennis.

 De smartphone als een stemkastje: Velen kennen ze, slechts weinig hebben ze: de stemkastjes voor gebruik in de klas. Vaak worden ze gelinkt aan het gebruik van een digitaal bord, maar op zich hebben ze er niets mee te maken. Deze stemkastjes kan je in je les integreren door je leerlingen op regelmatige basis te bevragen. Dat kan met kennis- en inzichtsvragen, maar evenzeer bevragingen rond opinies zijn mogelijk. Surf eens naar www.socrative.com en  je merkt direct hoe eenvoudig het werkt.

Meer weten? www.onderwijsvernieuwing.be

Geert Callebaut, febr 2012

Tablets als de nieuwe generatie digiborden

Scholen spenderen gigantische sommen aan de aankoop van digitale borden, niettegenstaande het niet bewezen is dat deze studenten stimuleren om op een efficiëntere wijze de leerdoelen op te nemen. Wordt het tijd om te investeren in meer mobiele apparatuur zoals tablet-pc’s?
De grote meerwaarde in digitale borden zit in het projectieveld: studenten/leerlingen kunnen visueel de leerstof opnemen. Dat maakt dat vele leerkrachten hun digitale bord ook simpelweg gebruiken als een… beamer.

Maar wat als we de aloude beamer nu eens zouden aansluiten op onze tablet-pc in plaats van er een digitaal bord voor te plaatsen?
Waarom investeren in een digitaal bord als je met dezelfde middelen een beamer én tablet-pc’s voor elke leerling zou kunnen aankopen?
Hier is alvast de Youtube videolijst van een pionier die toekomst ziet voor de Ipad als interactief whiteboard.
Doceri zou alvast een deel van de oplossing vormen om je Ipad om te vormen tot een low budget-digitaal bord.

Je gebruikt de hardware en de software van je tablet-pc als een mini-digitaal bord en sluit je tablet pc (draadloos) aan op je monitor. Apps die je tablet-pc omvormen tot een whiteboard zijn er genoeg. Je tablet-pc draadloos aansluiten op je beamer is echter al heel wat moeilijker.
De oplossing ligt in de combinatie van je vaste pc, verbonden met je beamer, met je tablet:
je bedient je vaste computer van op afstand met je tablet-pc. Deze verbinding loopt via WIFI.

We leggen even uit hoe je dit doet voor een Android-tablet:
Installeer op je tablet volgende App: Splashtop remote. Je vindt dit in de Marketplace voor ongeveer 3.50 euro.
Installeer op de (desktop-)computer die met je beamer is verbonden eveneens Splashtop via www.splashtop.com/streamer
Open op je tablet “Splashtop Remote” en open op je computer “Splashtop streamer”.
Je tikt het IP adress in op je tablet en je maakt verbinding met je computer via WIFI.
Vanaf nu kan je perfect je computer bedienen vanuit je tablet: deze neemt immers het scherm van je pc over.
Je start nu op je computer je normale whiteboardsoftware op zoals Sankore-uniboard of Iumi en bedient je presentatie, maakt annotaties,… Kortom, je doet met je kleine tablet-pc draadloos wat je anders op je grote digibord had gedaan. Volledig draadloos: je bent dus opnieuw vrij om je tussen je leerlingen te bewegen of… je tablet aan je leerlingen te geven om oefeningen op te lossen, nota’s te nemen. Alles komt direct in beeld via de projector van je vaste computer.
www.onderwijsvernieuwing.be

Post it-war in je klas

Interdisciplinair werken lijkt vaak het toverwoord te zijn in ons onderwijs, maar eveneens zo moeilijk zinvol te bereiken. Mediakunde en ICT zijn dan vaak de eerste disciplines om over de vakgebieden heen te fungeren. Beiden zijn immers geen doel op zich, maar faciliteren andere vakgebieden.

Mediakunde wordt echter dikwijls te eng bekeken: een digitaal bord, een projector, een camera,… Maar als we teruggaan naar de verklaring van het woord “medium” is het duidelijk dat elk materiaal dat wordt gebruikt om een boodschap over te brengen, binnen dat vakgebied hoort. Dus ook de welbekende post it-notes.

Post it-notes zijn een speling van het lot: een ingenieur die extra sterke lijm wou ontwikkelingen, faalde in zijn opdracht: hij bekwam een lijmsoort die nauwelijks hechtte… Een moment van out of the box-denken leidde zo tot de geboorte van de alombekende post it-notes.

In de zomer van 2011, komkommertijd, begonnen enkele Franse bedienden de vensters van hun kantoren op te vrolijken met post it-notes. Vooral vintage spelfiguren zoals Pac-Man en Mario Bros leverden inspiratie voor de figuurtjes die men er mee samenstelde. De bedrijven aan de overkant van de straat konden niet achter blijven en antwoordden met grotere en mooiere figuren. Een ware competitie was uitgebroken.

Mediakunde gelinkt aan muzische vorming, vormt de perfecte basis om er in je school mee aan de slag te gaan. Je leerlingen communiceren hun eigen fantasierijke boodschap op een creatieve wijze naar anderen, de buitenwereld of andere klassen. Er ontstaat een gezonde competitie in de school om de mooiste, meest creatieve raamtekening te maken. De verschillende klassen beantwoorden de uitdaging met een nieuwe tekening op het eigen klasraam. Het schept een eenheid, een gevoel van samenhang in je klas en iedereen kan deelnemen: de creatieve leerlingen bij het bedenken van een tekening, de wiskundig onderlegden bij het omzetten van de tekening naar pixels (de post-itjes) en de ‘doeners’ bij het ophangen van de briefjes aan de ramen.

Je eigen fantasie doorbreekt elke beperking: waarom kondig je het schoolfeest niet aan met post it-notes? Waarom maak je geen reuze grote QR-code aan je raam die verwijst naar de schoolwebsite (reclamejongens ontdekten deze ‘teaser’ al langer)? Blijf ook niet hangen aan de game-figuurtjes die vooral bij de bedrijven in trek zijn. Waarom geen “Maan-roos-vis” aan je raam? De sint? Een kerstboom? Een figuur waarbij elke post-it een persoonlijke, handgeschreven boodschap bevat van de leerlingen?

En bovenal: de hele school kan deelnemen: het is een haalbare activiteit voor de peuterklas én de hoogste graad! De investering is beperkt én je school wordt er alleen maar kleurrijker op!
Stuur zeker een foto van het resultaat door! Volgende website helpt je alvast met het uittekenen van je ideeën: http://www.postitartcreator.net/

Geert.callebaut @ kahosl.be
Lector ICT en mediakunde, lerarenopleidingen KAHOSL-Aalst

Media in de klas: creatief en vernieuwend

We leven in een multimediale maatschappij. Dat is alvast één open deur die is ingetrapt. Eenieder wordt dagdagelijks geconfronteerd met technologische nieuwtjes, computers, gadgets… Zo ook onze kinderen: een veelheid aan prikkels vormt hun belevingswereld. Maar hoe is het gesteld met hun klasomgeving? Volgt het onderwijs de technologische evolutie even snel op?

Afgezien van de huidige hype van het digitale bord in de klas, is er meestal weinig vernieuwing in de gebruikte klasmedia te merken. De twee meest voorkomende kritieken op de nieuwe commerciële media zijn: te duur en te weinig meerwaarde.

De lerarenopleidingen van de KAHOSL te Aalst gingen aan de slag om bestaande technologieën en software te screenen op hun gebruiksmogelijkheden in het onderwijs. Er werd onder meer gezocht naar zinvolle low budget-toepassingen voor randapparatuur van spelconsoles, bewegingscamera’s en overheadprojectoren. Waar nodig werden verbeteringen of aanpassingen doorgevoerd.

Het resultaat is de site www.onderwijsvernieuwing.be die gericht is naar eenieder in het onderwijs die zijn of haar lessen wil optimaliseren door gebruik van nieuwe (en oude) media. Wil je je presentatie bedienen met je smartphone? Wil je van je overheadprojector een beamer maken? wil je zelf in je screencast verschijnen? Neem dan zeker een kijkje. Inspiratie is gegarandeerd.

Tip: bekijk zeker de bijdrage rond de opvolger van het digibord: de tablet-pc. Voor amper 5 euro doe je de nodige aanpassingen om van je tablet-pc een digibord te maken!

Deze blogpost werd ingestuurd door Geert Callebaut, Lector Mediakunde en ICT, KAHOSL