De speelplaats: een bron van inspiratie

Steeds meer scholen richten hun speelplaats in met de visie die zij binnen de muren van het schoolgebouw uitdragen. 21st Century Skills, verbondenheid, vrijheid, zelfstandigheid, samenwerking; allemaal voorbeelden van principes die in het onderwijs wordt toegepast en die de scholen ook graag op de speelplaats willen laten terugkomen. De speelplaats is niet meer de lege betontegeloppervlakte. Een goed ingerichte speelplaats kan een bron van inspiratie zijn waar kinderen motorisch leren, vrienden maken en zich sociaal ontwikkelen.

Bij de schooldirecteur aan tafel
Wanneer ik bij schooldirecteuren of werkgroepen aan tafel zit, krijg ik regelmatig de vraag of ik een klimrek, duikelrek en voetbalveld in wil tekenen. Met alle plezier, maar dan stel ik de vraag: waarom wilt u persé deze drie elementen hebben? Het antwoord luidt dat dit de activiteiten zijn die kinderen het liefst doen op de speelplaats. Dat klopt, want kinderen kennen niet anders omdat deze speelvormen al 30 jaar op de speelplaats worden aangeboden. Maar er is zoveel meer mogelijk! Ik begin dan het liefst helemaal opnieuw en prikkel de directeur of werkgroep over wat kinderen gaaf zullen vinden. ? Wat vinden ze tof om te doen na schooltijd? Welke YouTube filmpjes bekijken ze? Als ze Olympisch kampioen willen worden, in welke sport dan? Vanuit wensen en groots dromen kunnen we nadenken over de inrichting van een schoolplein. Denk groot, durf te dromen!

Dromen over een zwembad op de speelplaats
Met de wensen van de directeur, werkgroep en ook vaak de kinderen van groep 3 t/m 8 onder mijn armen ga ik naar onze ontwerper toe en vraag hem om een samenvattende schets te maken. En een realistisch ontwerp, want achtbanen en zwembaden op een schoolplein is iets te hoog gegrepen. Maar, er wordt tenminste gedroomd! Actie en waterspel, dat moet er dus inzitten. Samen met sportieve uitdagingen, een chill zone, een trampoline (waarom niet?!), een verkeersplein in de vorm van een 8 (achtbaan) en rivieren van blauw kunstgras met haaien in de valdempende ondergrond kom ik bij de school terug. En bij ieder element op het plein komt een principe terug van de visie van de school. “De speelplaats: een bron van inspiratie” verder lezen

Engels of Frans in het DBSO… “Zucht”

Goed bedoeld is het zeker. Vanaf nu moeten immers ook de zwakkere leerlingen uit ons onderwijssysteem een tweede taal leren. Alle leerlingen uit het BSO en DBSO moeten vanaf dit jaar in de tweede graad Engels of Frans als tweede taal krijgen. Later zal dit uitgebreid worden naar de derde graad. Op die manier worden deze jongeren immers weerbaarder en gaan ze zich beter uit de slag kunnen trekken, waar ook ter wereld.

Het idee is op het eerste zicht niet slecht en waarschijnlijk voor een aantal leerlingen zelfs erg nuttig. Maar wordt de realiteit van het BSO en vooral het DBSO hier niet uit het oog verloren?

Op de school waar ik les geef, een centrum voor deeltijds onderwijs in een stedelijke context, is meertaligheid niet echt een probleem. Russisch, Spaans, Portugees, Arabisch, Berber, Turks, Dari… Het is slechts een kleine greep uit de talen die onze leerlingen spreken. Sommigen trekken zich zelfs al aardig uit de slag in het Frans of Engels. En natuurlijk is er ook het Nederlands.

Hoewel, Nederlands? Taaltesten in het begin van het schooljaar zijn op dat vlak niet erg bemoedigend. Het is niet al te best gesteld met de kennis van het Nederlands van de gemiddelde DBSO leerling. Zelfs de 100% Vlaamse leerlingen slagen er vaak niet in een werkwoord correct te vervoegen of het juiste lidwoord te kiezen. Sommigen slagen er zelfs in meer fouten te schrijven in een eenvoudig dictee, dan de doorsnee Afghaanse vluchteling met niet meer dan een jaartje OKAN als basis.

Hoe moeten deze leerlingen er ooit in slagen een goede cv of sollicitatiebrief te schrijven? Zullen ze er in slagen op een adequate manier officiële documenten in te vullen? Waarschijnlijk niet, maar dat is ook geen probleem. Leerlingen in het DBSO hoeven volgens het leerplan immers geen correct Nederlands te kunnen schrijven. Dat is geen prioriteit en dus blijkbaar niet noodzakelijk voor een goed leven en een goed burgerschap.

Wat moeten ze hiervoor dan wel kunnen? Blijkbaar is dat Engels of Frans. OK, eerlijk, het leerplan Engels/Frans DBSO is nog niet zo slecht. Het is heel praktisch opgevat. Maar, toch vraag ik me regelmatig af waar ik mee bezig ben. Bijvoorbeeld wanneer ik een van de zwakkere leerlingen probeer bij te brengen hoe je, “How do you do?” uitspreekt, wetende dat diezelfde leerling waarschijnlijk nooit verder van huis dan de Belgische kust zal geraken en er niet in slaagt het werkwoord worden te vervoegen.

Vorige week gaf ik een eerste lesje Engels in een klasje verzorging. Eén van deze sympathieke dames ervaart de Engelse les, waarvoor in onze school geopteerd werd, als een ware marteling. Deze jonge vrouw van Afrikaanse afkomst spreekt vlot Nederlands, Frans, Portugees en dan nog enkele Afrikaanse talen. Nu moet ze Engels leren, want meertaligheid is belangrijk…

Geschreven en ingestuurd door: Sylvia Van Itterbeeck, leerkracht ASPV
Meer info: leerplan 2e graad DBSO PAVleerplan 2e graad DBSO Engels/Frans

Stad in de school

In Leerpunt, het Centrum Basiseducatie in Gent, was het vorige vrijdag ‘Stad in de school’. De naam van het project spreekt voor zich: ‘de stad’ kwam op bezoek in de school. Bedoeling was dat enkele organisaties en stadsdiensten (Werkwinkel, Buurtwerking, De Post, Bank van De Post, Wijkgezondheidscentrum, Dienst Huisvesting en enkele andere stadsdiensten) gewoon deden wat ze anders ook doen, een soort ‘generale repetitie’ voor cursisten dus. Leerpunt is een school voor volwassenen (en de plaats waar ik werk — dus dit artikel is uiteraard schaamteloze reclame). Er is een aanbod aan gratis cursussen voor Nederlandstaligen (naast autochtonen ook ‘2e- en 3e-generatie-allochtonen’) en er wordt ‘Nederlands als tweede taal’ (NT2) gegeven.

Via Gentblogt, lees verder.

Examencommissie

Op de redactie kregen wij volgend opiniestuk binnen:

Maandag stond zowel in De Morgen als in De Standaard een artikel over de centrale examencommissie.Twee punten in de artikels kloppen:

  • het aantal leerlingen dat deelneemt, stijgt.
  • meer mensen kiezen voor TSO en BSO dan voor ASO

Geen van beide artikels (die overigens zowat identiek zijn) probeert te verklaren waarom meer mensen kiezen voor TSO en BSO en waarom dat een probleem is.

Tenslotte, en dat is werkelijk een onvergeeflijke onzin, staat er “ongeveer 10 procent van de kandidaten die deelnemen aan de examens slaagt niet”. Met andere woorden: 90% slaagt wel??? De magere cijfers van 2005 (door iedereen raadpleegbaar – p.25) tonenen duidelijk aan dat maar ongeveer 1/6 slaagt en van die ene weet je absoluut niet hoeveel pogingen die al achter de rug heeft.

Wie durft schrijven dat 90% slaagt per zittijd, draagt alleen maar bij aan de hardnekkige mythe dat de examencommissie een extreem gemakkelijke manier is om een diploma te halen. Er zijn zo al genoeg jongeren die aan de examencommissie beginnen met dat idee en die daardoor alleen nog maar meer verloren lopen. Ze knoeien een jaar of twee, hebben dan nog altijd geen diploma en haken dan toch ook daar af.

Auteur: Edulogos en Examencommissie.be

Impressie studiedag: Allochtonen in het onderwijs

Begin maart zochten wij een interim-blogger die voor deze weblog de studiedag “Allochtonen in het secundair onderwijs” te Antwerpen wou bijwonen. Marleen Roymans bracht volgend verslag mee:

Het congres werd geopend met de getuigenissen van twee afgestudeerden uit het hoger onderwijs. De rest van de dag konden we kiezen uit een groot aanbod van verschillende werkwinkels.

Vanaf het begin werd de toon gezet met enkele opmerkingen die als een rode draad doorheen de werkwinkels zou lopen: “Waarom blijft men steeds het woord allochtoon gebruiken? Wij zijn leerlingen, studenten, jongeren…” en “Welke zijn de positieve krachten die deze jongeren nodig hebben?”.

Persoonlijke motivatie moet ondersteund worden door begrip van ouders, leerkrachten, schoolomgeving en “voorbeeldfiguren” uit de eigen omgeving. Dit kan alleen verkregen worden door wederzijds begrip en kennis van elkaars cultuur en leefomgeving. Hiervoor is dan ook een navorming- en vormingbeleid wenselijk voor leerkrachten met betrekking tot multicultureel onderwijs en taalbeleid. Er dienen ook bruggen gebouwd te worden met behulp van ouders en andere organisaties buiten de scholen. Verder dient men ook aandacht te besteden aan de rol van de ouders in de schoolcarrière van hun kinderen, de beginsituatie van alle leerlingen in de klas, de rol van leerkrachten en de rol van het CLB in de schoolloopbaanbegeleiding.

“Impressie studiedag: Allochtonen in het onderwijs” verder lezen

Links: DIDACLAB

Deze website werd ons doorgestuurd door Bart Diliën van de VUB. Ook een interessant website? Mail ons uw website mét een woordje uitleg.

Didaclab:

De cel wetenschapscommunicatie van de Vrije Universiteit Brussel levert inspanningen die het maatschappelijke draagvlak voor wetenschap en technologie vergroten. Deze inspanningen resulteerden in diverse ICT-jongerenprojecten. Om deze projecten qua usability te onderbouwen zag didaclab het daglicht.

Via de website didaclab kunt u als leraar/docent made-to-measure ondersteuning krijgen bij de digitaal-(vak)didactische & technische implementatie van ICT in de leeromgeving. Tevens kan je doorheen de website ideeën opsnuiven voor het multifunctioneel educreatief gebruik van ICT.

ICT vormt in deze steeds de bouwsteen van een krachtige leeromgeving.

Opinie: UGent & Prof Vandamme

In de mailbox van Edublogs.be vonden wij een verhaal van een universiteitsmedewerker. Hij situeert voor ons vanuit zijn invalshoek het incident rond professor Vandamme. Voor meer achtergrond over dit feit verwijzen we graag naar een eerder verschenen post op deze weblog. Naam en adres van de schrijver is bekend bij de redactie.

UGent & Prof Vandamme

Enige tijd geleden was er opschudding toen bleek dat professor Vandamme waarschijnlijk maar een heel lichte sanctie zou krijgen voor jaren lang geknoei en fraude. Mensen vragen zich af hoe het zo lang heeft kunnen aanslepen. Hier volgt een kort verslag van mijn ervaringen op de universiteit.

De studenten

Tijdens mijn studententijd heb ik de lesgever Vandamme leren kennen als een kurkdroge professor bij wie het een hele opgave was om in de les te blijven opletten. Het feit dat hij wijsbegeerte gaf, hielp ook niet echt. Als verse eerste jaarsstudenten dachten we eerst dat we te maken hadden met een typisch voorbeeld van een verstrooide professor. Hij weet misschien wel alles, maar slaagt er niet in om het uit te leggen. Uiteindelijk kregen we door dat hij een slechte lesgever was en zijn cursus niet goed in elkaar zat. Later hebben mensen uit de wijsbegeerte me verteld dat zijn lessen in de hogere jaren niet echt beter waren.
“Opinie: UGent & Prof Vandamme” verder lezen

De eerste schooldag … in een Sudbury-school

Journaliste Kelly Gevaert schreef een reportage over de Sudbury-school voor Gent.blogt. Omdat wij dit een erg interessante bijdrage vonden, vroegen we en kregen we toestemming (waarvoor dank!) voor publicatie op Edublogs.be.

‘Niks moet alles mag, zolang je je aan de regels houdt’: in een Sudbury-school leren kinderen omgaan met de paradoxen van het volwassen-zijn.

Half negen, de tram richting Gentbrugge zit afgeladen vol. Aan de schooldreef wring ik me tussen al dat opgewonden gesnater naar buiten. De geur van nieuwe boekentassen achtervolgt me nog een halve straat verder. Gaandeweg wordt het echter stiller. De schoolpoorten die ik passeer zijn al weer dicht en zullen pas ‘s middags opnieuw het jonge geweld de straat opsturen. Alleen een eenzaam achtergebleven mama zie ik stiekem een traan wegpinken terwijl ze haar lege buggy de hoek om rijdt. In de Tuinwijk ter Heide is zo mogelijk nog rustiger. Nochtans ligt ook hier een school. Al is het huisnummer 47 vreemd genoeg gewoon een gezellig stadsrandhuisje in halfopen bebouwing. Het plakkaat dat er de voorbijganger moet op wijzen dat dit de nieuwe Sudbury-school is staat immers nog binnen.
“De eerste schooldag … in een Sudbury-school” verder lezen