Nieuwe eindtermen: wat staat er in over ICT, mediawijsheid en computationeel denken?

Op 13/7/2018 keurde de Vlaamse Regering het voorontwerp van decreet betreffende de onderwijsdoelen voor de eerste graad van het secundair onderwijs goed. Dit langverwachte decreet bevat de nieuwe eindtermen voor de eerste graad SO die zullen ingaan op 1 september 2019. In deze wat langere blogpost wil ik ingaan op wat er nu precies in dat decreet staat rond digitale vaardigheden, ICT, mediawijsheid en computationeel denken.

Vooraleer in te gaan op de inhoud van de nieuwe eindtermen wil ik wel nog even duidelijk stellen dat deze goedkeuring een eerste principiële goedkeuring is; m.a.w. het is slechts de eerste stap in het proces van de goedgekeurde eindtermen. Hierna volgen allerhande adviezen o.a. van de Raad van State en de VLOR. Daarna moet het decreet nog door het Vlaams parlement worden bekrachtigd. Pas dan kunnen we effectief spreken van nieuwe eindtermen.

Statuut van de eindtermen

Het decreet bevat niet enkel de inhoud van de nieuwe eindtermen maar wijzigt ook fundamentele zaken aan het statuut van de eindtermen. Er zijn 5 belangrijke wijzigingen waarvan sommige al in een eerder decreet werden vastgelegd.

  • De eindtermen zijn geformuleerd in functie van 16 sleutelcompetenties, waaronder “Digitale competentie en mediawijsheid”, maar ook “Sociaal-relationele competenties”, “Competenties inzake wiskunde, exacte wetenschappen en technologie”, “Burgerschapscompetenties” enz. Deze 16 volgen in grote lijnen de uitkomsten van het leerlingendebat en het publieke eindtermendebat uit 2016.
  • De eindtermen worden niet meer vastgepind aan vakken. Het zijn de schoolbesturen die de verbinding maken tussen de eindtermen en de vakken.
  • Het onderscheid tussen te bereiken vakgebonden eindtermen en na te streven vakoverschrijdende eindtermen is opgeheven. Alles is voortaan te bereiken (weliswaar op populatieniveau niet op individueel niveau!)
  • Het decreet legt ook een specifieke subset van eindtermen vast – ook voor ICT – onder de noemer “basisgeletterdheid”. Deze ET zijn wél op individueel te behalen. M.a.w niemand mag het onderwijs verlaten zonder over de competenties uit de basisgeletterdheid te beschikken.
  • Een laatste wijziging ligt in de sobere, duidelijke, competentiegerichte en evalueerbare formulering volgens een vaste systematiek met een explicitering van de onderliggende kennis.

Het belang van de referentiekaders

Voor elk van de 16 competentieclusters werden vooraf één of meerdere referentiekaders gekozen. Voor digitale competenties was dat het Europese referentiekader DigComp 2.1. The Digital Competence Framework for Citizens. Strategisch een goede keuze van de ontwikkelcommissie want dit referentiekader is erg volledig en internationaal gedragen. Vlaanderen voegt zich zo in in de Europese curriculumontwikkelingen. Verder waren het KVAB advies “Informaticawetenschappen in het leerplichtonderwijs” en de publicatie “Zo denkt een computer” belangrijk als referenties voor het onderdeel computationeel denken.

 

Overzicht van de nieuwe eindtermen

In totaal zijn er 382 nieuwe eindtermen.  15 daarvan hebben rechtstreeks te maken met digitale competentie. Bij nog eens 4 andere eindtermen is er in de onderliggende kennis expliciet sprake van ICT-contexten. Verder zijn er 14 ICT-eindtermen opgenomen als basisgeletterdheid. Hierna het overzicht per competentiedomein.

Competentiedomein 1:  “leercompetenties met inbegrip van onderzoekscompetenties, innovatiedenken, creativiteit, probleemoplossend en kritisch denken, systeemdenken, informatieverwerking en samenwerken”

ET 1.3 De leerlingen hanteren een geschikte zoekstrategie uit een aantal aangereikte bij het selecteren van digitale en niet digitale bronnen en informatie om een aangereikte informatievraag te beantwoorden.

ET 1.4 De leerlingen gebruiken verklarende en oriënterende overzichten om informatie in een digitale en niet digitale bron terug te vinden.

ET 1.5 De leerlingen beoordelen aan de hand van aangereikte richtvragen de geselecteerde digitale en niet digitale bronnen en informatie op bruikbaarheid, correctheid en betrouwbaarheid.

ET 1.6 De leerlingen verwerken digitale en niet digitale informatie uit één of een beperkt aantal bronnen volgens een aangereikt stappenplan tot een samenhangend en bruikbaar geheel.

ET 1.7 De leerlingen stellen verwerkte informatie voor volgens een aangereikte digitale en niet digitale presentatiemethode.

ET 1.8 De leerlingen beheren informatie digitaal en niet digitaal volgens een aangereikte structuur.

 

Competentiedomein 2 “digitale competentie en mediawijsheid”

ET 2.1 De leerlingen demonstreren basisvaardigheden om digitaal inhouden te creëren en te delen. Onderliggende kennis omvat o.a. kennis van tektsverwerkingspakket of -app, browser en courante sociale mediatoepassingen.

ET 2.2 De leerlingen demonstreren basisvaardigheden om digitaal samen te werken, te communiceren en te participeren aan initiatieven. Onderliggende kennis omvat o.a. communcatietoiools zoals mail, chat, messaging, sociale media, …

ET 2.3 De leerlingen onderscheiden bouwstenen van digitale systemen. Onderliggende kennis omvat o.a. binair systeem, hardware, dataformaten, besturingssysteem, communicatie tussen systemen,…

ET 2.4 De leerlingen passen een eenvoudig zelf ontworpen algoritme toe om een probleem digitaal en niet-digitaal op te lossen. Onderliggende kennis omvat o.a. decompositie, patroonherkenning, abstractie, algoritme modellering, simulatie en digitale representatie vvan informatie, debuggen, principes van programmeertalen,…

ET 2.5 De leerlingen lichten de invloed van digitale en niet-digitale media op mens en samenleving toe. Onderliggende kennis omvat o.a. de bouwstenen van beeldgeletterdheid, rol van media in beeldvorming van werkelijkheid, …

ET 2.6 De leerlingen passen aangereikte regels van de digitale wereld toe. Onderliggende kennis omvat o.a. privacyregels, principes van auteurs- en portretrecht, ethische en sociaal aanvaardbare  gedragsregels binnen media, …

ET 2.7 De leerlingen evalueren de mogelijkheden en risico’s van eigen en andermans mediagedrag. Onderliggende kennis omvat o.a. invloed van media op de eigen en andermans fysieke en mentale gezondheid, beveiligingsrisico’s en privacyaspecten eigen aan de leeftijdsgroep, digitale identiteit (e-indetiteit en e-reputatie), …

 

Competentiedomein 8 “ Cultureel bewustzijn en culturele expressie”; Hier geen specifieke eindtermen rond digitalisering maar wel onderliggende kennis zoals

  • Kennis van kunst- en cultuuruitingen waaronder games
  • Inzicht in de bedoelingen van kunst- en cultuuruitingen van o.a. games
  • criteria om de interactie tussen het zintuiglijk waarneembare, de bedoelingen en het onderwerp van kunst- en cultuuruitingen te beschrijven

Competentiedomein 9 “Competenties inzake wiskunde, exacte wetenschappen en technologie”

ET 9.1 De leerlingen voeren bewerkingen uit met natuurlijke, gehele en rationale getallen.

Met inbegrip van kennis :  Bewerkingen en volgorde van bewerkingen met en zonder ICT. Bewerkingen zonder ICT zijn beperkt in omvang. Grafisch voorstellen met geodriehoek, passer en liniaal en eenvoudige constructies met ICT

ET 9.36 De leerlingen onderzoeken principes van de bouw en werking van technische systemen, hun deelsystemen en onderdelen alsook hun onderlinge samenhang i.f.v. een technisch proces.

Met inbegrip van kennis op vlak van ICT: functie van sensoren en actuatoren; logica in een besturing

 

Competentiedomein 13. Competenties met betrekking tot ruimtelijk bewustzijn

ET 13.8 De leerlingen gebruiken terreintechnieken en geografische hulpbronnen om landschappen te onderzoeken.

Met inbegrip van kennis: gebruik van geografische hulpbronnen: digitale en niet-digitale kaarten, atlas, satellietbeelden, luchtfoto’s

ET 13.9 De leerlingen hanteren GIS-viewers om thematische lagen van een plaats en hun onderlinge relaties te onderzoeken.

 

Daarnaast werd nog een afgeleide set van eindtermen geformuleerd voor de basisgeletterdheid:

BG 1.1 De leerling hanteert in functionele contexten een aangereikte zoekstrategie bij het selecteren van digitale bronnen en informatie om een aangereikte informatievraag te beantwoorden.

BG 1.2 De leerling beoordeelt in functionele contexten en aan de hand van aangereikte richtvragen de geselecteerde digitale bronnen en informatie op bruikbaarheid, correctheid en betrouwbaarheid.

BG 1.3 De leerling verwerkt in functionele contexten digitale informatie uit één of een beperkt aantal bronnen om een antwoord te geven op een informatievraag.

BG 1.4 De leerling beheert in functionele contexten informatie digitaal volgens een aangereikte structuur.

BG 2.1 De leerling demonstreert in functionele contexten basisvaardigheden om digitaal inhouden te creëren en te delen.

BG 2.2 De leerling demonstreert in functionele contexten basisvaardigheden om digitaal te communiceren en te participeren.

BG 2.3 De leerling herkent in functionele contexten bouwstenen van digitale systemen.

BG 2.4 De leerling past in functionele contexten een aangereikt algoritme toe om een probleem digitaal en niet-digitaal op te lossen.

BG 2.5 De leerling past in functionele contexten aangereikte regels van de digitale wereld toe.

BG 2.6 De leerling evalueert in functionele contexten de mogelijkheden en risico’s van eigen mediagedrag.

BG 9.1 De leerling voert met behulp van ICT bewerkingen uit in functionele contexten.

BG 9.2 De leerling gebruikt informatie uit eenvoudige tabellen in functionele contexten.

– Bewerkingen met ICT in functie van informatieverwerking

BG 9.5 De leerling berekent omtrek en oppervlakte van een rechthoek in functionele contexten.

– Bewerkingen met ICT

BG 9.6 De leerling gebruikt wiskundige verhoudingen in functionele contexten.

– Bewerkingen met ICT

 

De integrale tekst van het ontwerp-decreet kan hier geraadpleegd worden

Auteur: Jan

  • Studeerde Moraalwetenschappen te Gent.

  • Werkt sinds 1998 op het departement Onderwijs en is er verantwoordelijk voor de coördinatie van het ICT-beleid.

  • Was en is als projectverantwoordelijke betrokken bij innovatieprojecten zoals PC/KD, het nascholingsproject REN Vlaanderen, Netwerk van Innovatieve Scholen, I-line,...

  • Is afgevaardigde van de Vlaamse overheid in het European Schoolnet en in diverse werkgroepen van de Europese Commissie (o.a. eLearning Committee en de ICT working group).

  • Coördineert momenteel de sensibiliseringsactie omtrent vrije software in het onderwijs.

  • Is lid van de begeleidingscommissie voor eigentijds filosofieonderwijs van het departement Onderwijs.

  • Publiceert regelmatig voor het tijdschrift "Mores", vakblad voor leerkrachten zedenleer en is redactielid bij "ICT en Onderwijsvernieuwing" van uitgeverij Wolters-Plantyn.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

 

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.