Keynote Pierre Dillenbourg: Ten surprises in our MOOC experience

Onderstaande post werd geschreven op basis van de Keynote van Pierre Dillenbourg op IFLA 2014 in Lyon. Mocht u Pierre Dillenbourg niet kennen, hij is naar mijn mening België’s belangrijkste wetenschapper in het onderwijsveld. Wie nog wat meer achtergrond over MOOCs wenst, kan eerst deze eerder gepubliceerde post lezen.

EPFL

Dillenbourg is momenteel professor en onderwijsdirecteur aan de Universiteit van Lausanne (EPFL). Traditionleel heeft de universiteit 10.000 studenten, nadat de universiteit begon met MOOCs, werden het er maar liefst 600.000. De MOOCs aan het EPFL worden in het Frans of het Engels gegeven, vanaf komend academiejaar zal elke MOOC (via ondertiteling) in beide talen beschikbaar zijn. Alle cursussen zijn gratis toegankelijk. Er is de mogelijkheid om een gratis certificaat te krijgen na afloop van de MOOC, alsook de optie voor een betalende (en meer uitgebreide) versie. Maar opgelet, deze certificaten worden door het EPFL, alsook de Vlaamse instellingen, zelden gelijk gesteld aan studiepunten of credits.

Welke studenten?

De studenten die deelnemen aan een MOOC, zijn traditioneel hoger opgeleid. Ook aan het EPFL is dat niet anders, slechts een minderheid heeft enkel een diploma secundair onderwijs (of lager). Deze steeds terugkerende  vaststelling impliceert dan ook dat MOOCs ons hoger onderwijs niet zomaar kunnen vervangen. Het lijkt erop dat alleen wie voldoende ‘zelfstudie’ capaciteiten bezit, baat heeft bij MOOCs.

MOOCs een Amerikaans verhaal?

Een doorn in het oog van menig Europeaan is de Amerikaanse dominantie binnen de MOOC aanbieders. De grote drie, Coursera, edX en Udacity komen uit de VS, binnen Europa is Futurelearn de bekendste (UK). Recent zagen we ook meerder Europese landen met een eigen platform beginnen (zie bv Wikipedia voor een uitgebreider overzicht). Dillenbourg ziet nochtans voordelen voor Europa, want wij hebben Bologna. Alleen is er op dit moment nog veel te weinig samenwerking tussen de Europese landen.

Van open leermateriaal tot volledig curriculum

Dillenbourgh maakt een interessante as m.b.t. tot de samenhang van leermiddelen. Aan de ene kant van het spectrum bevinden zicht de open educational resources (OER) of open leermaterialen (denk Klascement.be in Vlaanderen) die de leerkracht kan gebruiken binnen zijn eigen lessen. Deze meestal kleine leerobjecten kunnen zowel bestaan uit een cursustekst, een oefening, een video, een java applet etc. In het midden van de as zit de MOOC die een volledige cursus omvat over een specifiek onderwerp. Aan het andere einde van de as staat een volledig curriculum. Het bekendste voorbeeld momenteel van een volledig curriculum bestaande uit MOOCs is de Master opleiding in Computer Science die wordt aangeboden door Udacity, Georgia Tech en AT&T. Het meest bijzondere aan deze opleiding is de kostprijs, zijnde 7.000 dollar, een koopje als je weet dat deze opleiding normaal 200.000 dollar kost in de VS. Ergens tussenin zitten nog gespecialiseerde websites die categoriseerde leerobjecten aanbieden, de bekendste is ongetwijfeld de Khan Academy

Impact voor universiteiten

Voorlopig is de Master in de computerwetenschappen uit bovenstaande paragraaf de belangrijkste vernieuwing omwille van de unieke samenwerking tussen een MOOC provider (Udacity), een klassieke universiteit (Georgia Tech) en een IT-bedrijf (AT&T). Dillenbourg vroeg zich dan ook terecht af, mocht deze trend zich doorzetten waarbij universiteiten een volledig curriculum aanbieden inclusief erkende certificering, of kleine universiteiten nog een toekomst hebben.

Standaard lecture vs flipped classroom

Dillenbourg maakt een onderscheid tussen de MOOC die lijkt op een van multimedia voorzien tekstboek versus de MOOC als flipped classroom. Dit flipped classroom concept, oude wijn in nieuwe vaten om dat type les te beschrijven waar de lerenden het topic voorbereiden en de les gebruikt wordt om actief te oefenen en vragen te stellen, werd door Dillenbourg als een voordeel van MOOCs gezien. Studenten die een MOOC volgen of gevolgd hebben, komen beter voorbereid naar de lessen zodat de lesgever zich kan focussen op inoefenen, verdiepen of verduidelijken en niet langer tijd hoeft te besteden aan het doceren van de kennis. M.a.w. een MOOC motiveert lerenden om vooraf de leerstof te studeren.

Besluit

Een illustratieve anekdote van Dillenbourg om af te sluiten. Onlangs werd hij vanuit Vlaanderen belast met de opdracht om na te gaan of MOOCs in Vlaanderen aangeboden moeten worden, en zo ja, hoe deze geïmplementeerd moeten worden. Het eerste deel van de vraag is alvast overbodig: er blijken al 50.000 Belgen (de Vlamingen eruit halen is technisch niet haalbaar) MOOCs te volgen. Dit voorbeeld toont aan dat MOOCs ervoor zorgen dat elke controle wegvalt: in dit geval voor de overheid, maar evenzeer voor de student, de lesgever of de onderwijsinstelling. In elk geval, na de initiële hype over MOOCs is men nu iets realistischer geworden: onze klassieke onderwijsinstellingen zijn nog niet verdwenen (zoals door sommigen voorspeld), maar de innovatie/evolutie is begonnen en vooral niet meer te stoppen.

Auteur: Smetty

Admin, coördinator en verantwoordelijke uitgever van deze weblog. Onderzoeker (PhD) en lerarenopleider aan de Hogeschool Gent. Volg Smetty op Twitter (als drsmetty) of als teammember van de Tech45 podcast.

Eén gedachte over “Keynote Pierre Dillenbourg: Ten surprises in our MOOC experience”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *