Digitale leesvaardigheden van Vlaamse jongeren getest

Vorige week werden de resultaten bekend gemaakt van de component ‘Digitale leesvaardigheid’ van het PISA-onderzoek. Deze resultaten vormen een belangrijke aanvulling bij de eerder ‘traditionele’ resultaten van PISA 2009 die reeds in december vorig jaar bekend werden gemaakt. Waar we in december zagen hoe onze Vlaamse 15-jarigen internationaal goed scoorden wat betreft klassieke leesvaardigheid op papier, kunnen we nu een gelijkaardig positief statement maken wat betreft de digitale leesvaardigheid (omgaan met digitale informatie, kritische analyse van digitale teksten, enz.) van deze leerlingen. In 2009 werd in het kader van het PISA-onderzoek (Programme for International Student Assessment) namelijk voor het eerst getest hoe leesvaardig 15-jarigen zijn wanneer de test wordt aangeboden op PC. Onze leefwereld wordt in sneltempo gedigitaliseerd; het is dan ook uiterst relevant de digitale vaardigheden van onze jongvolwassenen onder de loep te nemen.
 
Aangezien het hier gaat om een optionele test namen niet alle PISA-landen eraan deel. We kunnen de score van Vlaanderen vergelijken met die van 19 landen. Daaruit leren we dat drie landen het beduidend beter doen (Korea, Nieuw-Zeeland en Australië) en dat Vlaanderen dus een knappe (met Japan gedeelde) vierde plaats behaalt. De gemiddelde Vlaamse score voor ‘digital reading’ verschilt niet van deze voor ‘print reading’; de competenties van onze Vlaamse leerlingen blijven dus van eenzelfde hoog niveau voor beide ‘vormen’ van leesvaardigheid.
Naast de goede gemiddelde prestatie constateren we dat ruim 40% van de Vlaamse 15-jarigen (tegenover 31% OESO-gemiddelde) zich in de twee hoogste vaardigheidsniveaus bevindt. Wie deze niveaus behaalt, kan enerzijds allerlei informatie terugvinden uit een veelheid aan complexe bronnen en kan anderzijds de aangetroffen informatie kritisch bekijken. Aan dit laatste aspect dienen we evenzeer belang te hechten; immers niet alle aangeboden informatie is even bruikbaar, kwaliteitsvol of betrouwbaar…
 
Bij de leesvaardigheidstests met pen en papier scoren meisjes in alle deelnemende landen beduidend beter dan jongens. Het aanwenden van een computer om de test af te nemen zorgt ervoor dat het scoreverschil krimpt en de jongens dus dichter in de buurt van de meisjes komen (echter zonder hen in te halen). Dit is de internationale tendens die in Vlaanderen echter niet tot uiting komt. Het scoreverschil tussen jongens en meisjes blijft nagenoeg constant. Hierbij dient opgemerkt dat het verschil tussen Vlaamse jongens en meisjes  al kleiner is dan gemiddelde overheen de OESO-landen.   
 
Een zeer groot deel van de Vlaamse 15-jarigen (90%) geeft aan thuis een computer te gebruiken. Anderzijds betekent dit dat één op tien dat niet doet. De Vlaamse scholen blijken goed in te spelen op deze digitale kloof die ontstaat in de thuissituatie van leerlingen. Driekwart van de (minderheid van) leerlingen die zegt thuis geen computer te gebruiken, gebruikt wél een computer op school. Op die manier wordt het aandeel 15-jarigen dat nooit een computer gebruikt beperkt tot 2,5%.
De mate waarin leerlingen thuis ICT gebruiken toont een verband met hun score qua digitale leesvaardigheid. Internationaal zien we dat gematigde ICT-gebruikers (zowel voor ontspanning als voor schoolwerk) gemiddeld beter scoren dan de zeer intensieve of zeer zwakke gebruikers. Intensieve gebruikers doen het wel beter dan zwakke gebruikers.
In Vlaanderen houdt eenzelfde verband stand wat betreft het ICT-gebruik voor schoolwerk; intensief ICT-gebruik voor ontspanningsdoeleinden wordt in Vlaanderen echter geassocieerd met een lagere prestatie dan bij zwak ICT-gebruik.   
 
Uit de gegevens blijkt verder dat er een positief verband bestaat tussen de score voor digitale geletterdheid en het gebruik van een PC op school. Wanneer echter de intensiteit van het PC-gebruik van naderbij bekeken wordt, stellen we vast dat de meest intense gebruikers een lagere digitale leesscore halen dan de gematigde of zelfs minst intense gebruikers. Deze vaststelling geldt voor de hele internationale steekproef, maar doet  allicht wat wenkbrauwen fronsen… Vooreerst moet duidelijk zijn dat hier rekening wordt gehouden met alle activiteiten waarvoor leerlingen op school een PC gebruiken en dus niet enkel met het didactische gebruik. Verder kunnen enkele voorzichtige hypotheses mogelijk een verklaring bieden voor het enigzins onverwachte verband. Het is mogelijk dat leerlingen die in het algemeen zwakker presteren op school vaker gebruik maken van de PC voor remediërende doeleinden. Het is eveneens mogelijk dat leerlingen die thuis geen toegang hebben tot een PC vaker op school gebruik maken van deze infrastructuur. Het al dan niet thuis toegang hebben tot een PC houdt echter verband met de socio-economische thuissituatie van de leerling; wat dan weer verband houdt met de algemene prestatie.
 
De belangrijkste conclusie is dat Vlaamse leerlingen op zich goed scoren op digitale leesvaardigheid maar dat het ICT-gebruik thuis daarbij een minstens even belangrijke rol speelt dan het ICT-gebruik op school.  

Meer info: Digitale Geletterdheid volgens PISA

Auteur: Jan

Studeerde Moraalwetenschappen te Gent. Werkt sinds 1998 op het departement Onderwijs en is er verantwoordelijk voor de coördinatie van het ICT-beleid. Is afgevaardigde van de Vlaamse overheid in het European Schoolnet en de werkgroep DELTA van de Europese Commissie.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

 

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.