De trage mars der pinguïns

Onlangs raakte ik op de ICT-dag, waar ook een kleine beursruimte was opgesteld, aan de praat met iemand van een bedrijfje dat Linuxoplossingen bood aan scholen. Al gauw kwam de vraag waarom de overheid toch niets deed om open source te steunen. Ik vertelde hem over de campagne die ik in 2005 had gerund om opensource software beter bekend te maken en ingang te doen vinden in scholen. Die heeft twee jaar gelopen en behelsde sensibilisering via publicaties, vormingsinitiatieven, experimenten in scholen, de verdeling van Ubuntu distributies op CD naar alle scholen, een OSS-leermiddelendatabank op Klascement  enz., kortom de hele rimram. Ik moest de vertegenwoordiger van het Linux-bedrijfje echter bekennen dat ik aan het verhaal een beetje een kater had overgehouden. Ikzelf en een pak mensen die eraan hadden meegewerkt hadden immers verwacht dat “de” open source community na de campagne de draad verder zouden oppikken zodat er een kritische massa kon ontstaan.

 Maar feit is dat het hele open source verhaal na de campagne als een pudding ineen is gestuikt. Al gauw werd het weer letterlijk business as usual. Tot op heden zie ik maar één verdienste van die hele campagne, nl. dat we toen open source daadwerkelijk onder de aandacht van leerkrachten en ICT-coördinatoren hebben gebracht en dat het fenomeen nadien geen onbekend gegevens meer was.

Laat me duidelijk wezen. Ik ben nog steeds een overtuigd open source voorstander én gebruiker. Maar structureel zoiets invoeren is andere koek. De idee “open source” krijg je momenteel aan de straatstenen niet meer kwijt. De slinger gaat weer helemaal de andere kant uit en niemand (in onderwijsmiddens) lijkt er nog echt in geïnteresseerd of mee bezig, eenzame uitzonderingen daargelaten. Nochtans lijken de meeste argumenten om destijds zo’n campagne op te zetten  nog steeds valabel:

  • Stabiliteit, veiligheid en uitwisselbaar
  • Gratis, goedkoop, kostenefficiënt , ja ook al neem je de total cost of ownership in overweging, dat heeft het inmiddels ter ziele gegane Becta  netjes berekend.
  • Een democratisch alternatief dat nauw aansluit bij onderwijswaarden: kennis delen, expertise uitwisselen, samenwerken,…    

Hoe komt het dan dat de dynamiek toch is stil gevallen? De tijd was er rijp voor en initieel was er veel enthousiasme. Misschien was de open source community toch niet zo groot als eerst gedacht, of was ze met andere zaken bezig, of hadden we ze structureel meer moeten engageren. Misschien hebben we niet de juiste focus gelegd en hadden we sterker moeten inzetten op de ICT-coördinatoren in plaats van op de verspreiding van applicaties… Of heeft het gewoon te maken met de in het algemeen zeer traag verlopende integratie van ICT in onderwijs waardoor de open source buitenbeentjes het extra moeilijk hebben om in onze sector een plek te vinden?

De open source beweging is nog immer zeer actief (getuige de meer dan 300 sprekers op de laatste FOSDEM meeting in Brussel), maar wat de structurele verankering en invoering (overschakeling) betreft is de beweging op veel fronten aan het worstelen. Hans Sleurink spreekt in het Open Source Jaarboek 2009  over “het jaar van de verwarring”. In het boek vind je een opsomming mislukte door de overheid gepropageerde open source -projecten in Zwitserland, Bulgarije, Malta, Oostenrlijk, Litouwen,  Ierland, Slowakijke, Tsjechië… En ook in België schakelde de overheid na de algemene introductie van OSS-desktops in justitie na enkele jaren terug over op windows. En ook onze eigen minister van onderwijs, Pascal Smet, botste destijds in de Brusselse regering hard op de gebruikelijke weerstanden toen hij bij de invoering van OSS in de administraties een voortrekkersrol wou spelen. Er zijn gelukkig ook positieve projecten, bijv. in Spanje waar de radicale keuze voor open bron in de regio Extremadura de verwachtingen wél lijkt waar te maken.  

Ook wat de distributies en ontwikkelingen betreft zit de OSS-gemeenschap vaak verre van op één lijn. Denk maar aan de controverse rond OpenOffice of dichter bij huis, de openbron leeromgeving dokeos. Van beide softwareprojecten kwamen er uiteindelijk gescheiden ontwikkelgroepen en aparte distributies. Voorstanders kunnen daar een positieve draai aan geven (de onafhankelijkheid van de ontwikkelaar wordt veilig gesteld! Hoera!). Maar voor de gewone gebruiker (d.w.z. een niet IT-er) is zoiets allesbehalve transparant en gebruiksvriendelijk.     

Is er tout court een toekomst voor open source in onderwijs?

Nu Microsoft MS KIS III, de raamovereenkomst met gunsttarieven voor scholen, minder gunstig geworden is zijn een aantal scholen overgestapt naar een linux-configuratie met thin clients. Het argument van kostenefficiëntie speelt blijkbaar nog steeds en geeft kennelijk soms ook de doorslag. Maar het blijven uitzonderingen. Persoonlijk denk ik dat de open source desktop in onderwijs altijd een randfenomeen zal blijven (tenzij er alsnog een kritische massa van gebruikers kan ontstaan, maar ik zou bij god niet weten hoe je die dan zou moeten mobiliseren).   

Er is echter nog een kant aan het open-source-in-onderwijs-verhaal waar misschien wel een grotere toekomst in zit en dat zijn de open educational resources (OER), of open content of open leermiddelen. VS-President Obama trekt via zijn National Educational Technology Plan twee miljard dollar (!) uit voor de ontwikkeling van open leerinhouden. Alles moet via een cc-by licentie verspreid worden. Dat er ook hier marge is voor gebruik van open content blijkt uit het succes van Klascement, een van de grootste Nederlandstalige verzamelingen open content. Dirk Van Damme, hoofd van het Centre for Educational Research and Innovation van de OESO wijst in een interessante blogpost nog op het grote potentieel van OER: by linking content with technology they may be even more powerful than technological innovation itself in changing the face of education. Maar ook in het veld van OER blijft het bang afwachten wat er zal gebeuren na de initiële fase… Dirk Van Damme wijst er in zijn conclusie bovendien op dat de take-up van open content sterk afhankelijk zal zijn van pedagogisch-didactische evoluties: “It is by combing openness with forward-looking, constructivist approaches to education and learning that OERs will unlock their truly innovative potential.”

Dat de mars van de pinguïns erg traag verloopt wisten we al, maar ooit moeten ze wel eens ergens aankomen, natuurlijk. Iedereen die een paar richtingaanwijzers kent die de pinguïns in de juiste richting kunnen dirigeren, voel u aangesproken.

2 responses to “De trage mars der pinguïns”

  1. Bruno Lowagie

    OK, dit gaat niet over open source in het onderwijs, maar over het gebruik van open source door het ministerie van onderwijs. Toch denk ik dat de volgende anekdote tekenend is voor het probleem.

    Een tijdje geleden, Frank Vandenbroucke was nog minister van Onderwijs, krijg ik een mailtje van iemand die loon trekt van het ministerie van onderwijs. Hij stuurde mij een screenshot waaruit bleek dat mijn open source product, iText, gebruikt werd om de PDF van zijn loonbrief aan te maken.

    Aanvankelijk was ik blij: “waaw, nu gebruiken ze iText ook bij het ministerie van onderwijs, nog een pluim op mijn hoed!” Ik was op dat moment net begonnen met een open source bedrijfje en ik wilde een soort survey doen bij iText gebruikers om de strategie te bepalen voor de verdere ontwikkeling van iText. Dus wat doe ik? Ik mail het ministerie van onderwijs. Ik schrijf iets in de aard van: “ik heb gemerkt dat jullie in jullie administratieve software gebruik maken van mijn product, iText. Zou het mogelijk zijn om eens te praten over de manier waarop jullie mijn software gebruiken?”

    Ik ontving een antwoord dat zo klonk: “Meneer, het is ons niet bekend dat wij iText gebruiken. Wij werken enkel met vaste IT leveranciers en die zijn volledig eigenaar van de intellectuele eigendom van de software die zij gebruiken.”

    Ik viel bijna van mijn stoel. Ik had zwart op wit bewijs dat iText gebruikt werd. In elke PDF die gemaakt werd, stond een verwijzing naar mijn naam (door de URL lowagie.com). Toen ik dat meldde, heeft men eventjes verder gezocht en zo kwam ik te weten welk bedrijf de PDFs leverde. Volgens onderwijs was bedrijf X eigenaar van de software en daarmee was voor hen de kous af. Ik heb vervolgens dat bedrijf gecontacteerd en inderdaad: zij gebruikten iText. Echter: zij vonden het niet nodig de klant hiervan op de hoogte te stellen (waarmee ze eigenlijk ingaan tegen de regels voor het gebruik van open source).

    Dit is slechts één klein voorbeeldje, maar… als open source “provider” kan ik massa’s gelijkaardige voorbeelden geven: de directe klant (zoals de overheid) is vaak niet geneigd om rechtstreeks met open source leveranciers te werken. In plaats daarvan werken ze liever met bedrijven die open source uitbuiten. Langs de ene kant maken die bedrijven gratis gebruik (en soms misbruik) van software zonder ooit ook maar iets aan de community terug te geven; langs de andere kant factureren ze goed door en maken ze grote sier in de “industry” (de firma waar ik het over had won vorig jaar een prijs die ik ook best graag gewonnen had).

    Dergelijke negatieve ervaringen leiden ertoe dat een open source provider weinig “incentive” heeft om aan dergelijke projecten mee te werken. Zolang de overheid verkiest te werken met de “afschuimers” en het gebruik van open source niet (er)kent, zie ik niet hoe deze situatie ooit kan veranderen.

  2. Mark Van den Borre

    Dag Jan,

    Een heel late reactie hier.

    Ik ben een van die mensen die van het eerste uur met vrije software en onderwijs bezigwaren en nog steeds zijn. We hebben elkaar enkele jaren geleden ook ontmoet… Mijn ervaring op het terrein ligt helemaal anders dan die van jou. Er is enorm veel veranderd, ten goede. Een paar eigen ervaringen:

    * Ik zie heel veel scholen OpenOffice.org gebruiken, en Firefox.
    * Ik zie een schooltje achter de hoek, jaren na een vrije software-experiment onder mijn impuls, zelf met Ubuntu op de nieuw gekregen computers komen aanzetten.
    * Ik zie in het muziekonderwijs Musescore, een prachtig stuk vrije muzieknotatiesoftware, van langsom meer ingang vinden.

    Zo kan ik nog wel een tijdje doorgaan.

    Wat ik echter vooral positief vind is dat de geesten echt wel rijpen. Dat is zeker een pluim die je mee op je hoed mag steken. De onderwijswereld ontdekt langzaam, op het hem eigen tempo, hoe vrije software kan helpen om beter les te geven!

Leave a Reply

Hou me op de hoogte van nieuwe reacties via e-mail. Je kan deze ook volgen zonder zelf een comment toe te voegen.