Resultaten ICT Monitor Onderwijs

Zopas werden de resultaten van de eerste MICTIVO vrijgegeven. MICTIVO staat voor “Monitoring ICT in het Vlaamse Onderwijs”. Het betreft een studie van het departement Onderwijs, uitgevoerd door   onderzoekers van de vakgroepen Onderwijskunde van resp. UGent en KULeuven. De analyses hebben betrekking op de 4 groepen indicatoren die in MICTIVO worden bevraagd: ICT-infrastructuur, ICT-integratie, competenties en percepties over ICT-gebruik op school. De afname gebeurde bij zowel directies, leerkrachten als leerlingen .De analyse levert aldus een breed beeld op van de ICT-situatie in het Vlaamse onderwijs. Enkele markante resultaten:  

 Algemene computerratio’s,

Gemiddeld staan er in het gewoon basisonderwijs 38 computers en 39 in het buitengewoon  basisonderwijs. Dat geeft een gemiddelde computer/leerling ratio van 1 PC per 6,3 leerlingen in het gewoon basisonderwijs en 1 PC per 3,5 leerlingen in het buitengewoon onderwijs. In vergelijking met het secundair onderwijs zijn er minder PC’s verbonden met het internet, nl. 1 PCI per 7,7 leerlingen in het gewoon basisonderwijs en 1 PCI per 6,6 leerlingen in het buitengewoon  basisonderwijs.

Het (gewoon) SO beschikt over een groot computerpark. Gemiddeld staan er in een secundaire school 119 PC’s en in het BuSO gemiddeld 33.  In het gewoon Secundair onderwijs is er 1 PC per 3 leerlingen, die bijna allemaal ook aangesloten zijn op het internet. In het BuSO is er 1 PC per 4,3 leerlingen. PCInternetratio in het BuSO bedraagt 1 PCI per 5,5 leerlingen.

Ouderdom en herkomst van het PC-park

Het computerpark in het onderwijs is sterk verouderd. In het BaO is 50% van de PC’s ouder dan 4 jaar! En bijna 30% tussen de 1 en 4 jaar oud. Slechts 11% van het computerpark is nieuw (jonger dan 1 jaar). De situatie is iets beter in het SO. Daar bedraagt de gemiddelde leeftijd in de helft van de computers tussen 1 en 4 jaar. Toch is ook daar 32% van de computers ouder dan 4 jaar. Bijna 16% van de PC’s zijn nieuw.

Ook interessant is de herkomst van de computers. Ook hier weer zien we grote verschillen tussen BaO en SO. In het BO is slechts 38,70% van de PC’s nieuw aangekocht materiaal, 30,8% zijn tweedehands aangekochte PC’s en 23,5% zijn giften van externe organisaties.

In het SO is de situatie wel gunstiger. Bijna 76% van het computerpark bestaat uit nieuw aangekochte PC’s, 16% zijn furbies en 5% komt zijn schenkingen. Binnen het SO zijn er op dit vlak wel grote verschillen tussen gewoon en buitengewoon SO. In  het BuSO maakt men veel meer gebruik van tweedehands materiaal en giften dan het gewoon SO.

Lokatie van de PC’s

Nog steeds staat het gros van de PC’s in het BaO in de leslokalen (bijna 60%) en 26% in computerlokalen. Het omgekeerde zien we in het SO waar iets meer dan 60% van de computers in aparte computerlokalen staan en 22% in de verschillende leslokalen.

 

Internetfaciliteiten

Een derde van de basisscholen en bijna de helft van de secundaire scholen beschikt over een draadloos internetnetwerk. In het basisonderwijs beschikt 60% en in het SO bijna 83% over een lokaal (intern) netwerk. Die cijfers lijken goed, maar gezien het relatief grote aantal computers per school zouden eigenlijk alle scholen over zo’n intern netwerk moeten beschikken.

Breedbandinternettoegang is goed ingeburgerd maar niet 100% dekkend: in het BaO beschikt 85% van de scholen over breedband en in het SO is dat 92%. Opvallend is dat 4,78% van de respondenten in het BaO en iets meer dan 3% van de respondenten in het SO verklaren helemaal niet over internettoegang te beschikken voor didactische doeleinden! Deze gegevens zeggen overigens niets over de kwaliteit van de breedbandinternetverbindingen.

Tevredenheid over de ICT-infrastructuur.

In het algemeen zijn ook leerkrachten relatief tevreden over de infrastructuur. Dat geldt voornamelijk voor de snelheid van het internet tijdens de lessen. Moeilijkheden doen zich voor, maar blijkbaar niet in die mate dat het echt problematisch is bij het huidig gebruik van de computers. Over het algemeen zijn leerkrachten uit het secundair iets meer terughoudend dan hun collega’s uit het basisonderwijs.

Thuisgebruik

Het bezit van een computer thuis is algemeen in het onderwijs. Zowel directies, leerkrachten als leerlingen zeggen thuis over een computer te kunnen beschikken. In meer dan 95% van alle gevallen gaat het om een computer met internetverbinding. Amper 2,2 Leerlingen uit het BaO en slechts 1% van de leerlingen SO zeggen thuis niet over een PC te kunnen beschikken.

Taakinvulling ICT-coördinatoren

De hoofdtaken zijn technische ondersteuning bieden en beveiliging en onderhoud van het computerpark. Vooral in het SO zijn dit de kerntaken. Slechts in 75% van de scholen BaO biedt de ICT-coördinator ook didactische steun. In het SO gebeurt dit slechts in 65% van de scholen. In het SO wordt de ICT-coördinator ook nog verondersteld om administratieve ondersteuning te beiden en om interne nascholing te organiseren. In 1 op 2 scholen is de ICT-coördinator ook webmaster (zowel in BaO als in SO).

Frequentie en aard van het ICT-gebruik

Aan leerkrachten is gevraagd in welke mate ze verschillende klasgerelateerde activiteiten uitvoeren waarbij ICT kan ingezet worden. In het MICTIVO-project werd een robuuste schaal ontwikkeld op basis waarvan ICT-gebruik kan worden getypeerd. In grote lijnen leiden we daaruit af dat ICT in meest gebruikt wordt in functie van lesvoorbereiding. ICT wordt weinig gebruikt tijdens de les en het minst voor evaluaties. Er zijn daarbij geen grote verschillen tussen BaO en SO.

Kijken we op itemniveau dan blijkt dat enkel het opzoeken van informatie m.b.v. ICT een redelijk goed ingeburgerde lesactiviteit is. In het basisonderwijs rapporteert 31% van de respondenten wel nog dat ze dagelijks of wekelijks leerlingen aanleren hoe ze ICT kunnen gebruiken. In het SO is dit 26%. Evenveel respondenten uit het SO zeggen dat ze dagelijks of wekelijks presentaties gebruiken in de klas. Nagenoeg alle andere bevraagde activiteiten scoren erg laag. Digitale toetsen of oefeningen opstellen, ICT-gebruiken om leerlingen zelfstandig nieuwe informatie te laten verwerven en communiceren met leerlingen gebeurt in meer dan 60- 80% van de scholen zelden of nooit.

ICT-Competenties

De angst voor de muis is duidelijk verdwenen. Leerkrachten zien het nut in van computergebruik en vinden het belangrijk om computers te kunnen gebruiken. Ze gebruiken de computer regelmatig als werkinstrument (i.f.v. lesvoorbereiding) maar  voelen zich nog onvoldoende in staat om de computer in te zetten in de klaspraktijk. Aan leerkrachten werd gevraagd hun competenties in te schatten op een schaal van 1 (niet) tot 5 (uitstekend). Leerkrachten BO schatten hun pedagogisch-didactische competenties op vlak van ICT lager in dan in het SO. Leerkrachten BaO geven gemiddeld een inschatting tussen “een beetje” en “voldoende”, leerkrachten SO tussen “voldoende en goed”. Mannen schatten hun pedagogisch-didactische competenties hoger in dan vrouwen.

Computervaardigheden en -attitudes van leerlingen 

Leerlingen werden gevraagd te rapporteren over hun eigen computervaardigheden. Vervolgens werd ook aan leerkrachten gevraagd een inschatting te geven van de competenties van hun leerlingen. De resultaten van beide groepen zijn opvallend gelijklopend. Leerkrachten uit het basisonderwijs schatten de competenties van leerlingen lager in dan leerkrachten uit het secundair onderwijs. Interessant om vast te stellen is dat ondanks deze verschillen het patroon gelijkaardig is. Zo kunnen volgens leerkrachten uit zowel het basisonderwijs als het secundair onderwijs leerlingen het minst goed de computer hanteren om iets te presenteren in de klas, ze kunnen het best naar iemand een e-mail versturen.

Ook leerlingen vinden computers nuttig. Interessant is de koppeling van de leerlingengegevens aan hun sociale status. Die vertoont geen significante verschillen. Een hogere of lagere sociaal-economische status lijkt dus niet samen te gaan met een meer of minder positieve computerattitude. Wel is er bij leerlingen een genderverschil: jongens hebben over het algemeen een positievere computerattitude dan meisjes.

Naast algemene computerattitudes werd er ook gepeild naar attitudes ten aanzien van ICT-gebruik voor het leren. Leerlingen zowel in BaO als SO hebben een positieve houding ten opzichte van ICT-gebruik op school. Ook hier merken we een iets positievere houding van jongens ten opzichte van meisjes. Eigenaardig is wel dat hoe lager de SES van leerlingen, hoe positiever de houding ten opzichte van computergebruik in functie van leren.

Percepties

In een laatste deel van de monitor werd ook gepeild naar een aantal percepties over het ICT-gebeuren op school. Algemene vaststellingen zijn dat de perceptie over ICT-gebruik positiever is in het SO dan in het BaO en dat leerkrachten iets meer terughoudend dan directies. Leerkrachten zijn het meest eens met de uitspraak “ICT gebruiken in het onderwijs biedt een meerwaarde”; Ze zijn het ook grotendeels eens met uitspraken als “ICT verandert de relatie tussen leerling en leerkracht” en ICT verbetert de kwaliteit in het onderwijs”.

Wat de effecten van ICT-gebruik betreft zijn leerkrachten er iets meer van overtuigd dat ICT de lessen interessanter maakt voor leerlingen. Leerlingen beamen dat trouwens. Iets minder overtuigd zijn ze over de stelling dat ICT-gebruik ook tot betere prestaties van leerlingen leidt. Leerlingen zelf vinden lessen met computergebruik niet alleen interessanter, maar ook leuker.

Het volledige rapport kan je hier vinden:

Auteur: Jan

Studeerde Moraalwetenschappen te Gent. Werkt sinds 1998 op het departement Onderwijs en is er verantwoordelijk voor de coördinatie van het ICT-beleid. Is afgevaardigde van de Vlaamse overheid in het European Schoolnet en de werkgroep DELTA van de Europese Commissie.

4 gedachten over “Resultaten ICT Monitor Onderwijs”

  1. Op mijn blog (paljasken.be) publiceer ik hierover een aantal artikels, want als ICT-coördinator kan je een onderzoek als dit toch niet zomaar voorbij laten gaan. Dat het onderzoek al van in 2007 is wel een probleem, dat is in technologie-termen een eeuwigheid.
    Mijn vijf conclusies:
    – Computers zijn verouderd en veel te vaak tweedehands materiaal. Dat maakt dat de ICT-coördinator die vaak wel didactische ondersteuning WIL bieden daar niet aan toe komt door technische problemen.
    – Software voor leerlingen met een beperking deed zijn intrede in 1/3 de scholen maar wordt in de praktijk nog weinig gebruikt.
    – De computer wordt het vaakst gebruikt als informatiebron terwijl de andere mogelijkheden links blijven liggen.
    – Leerkrachten zien zichzelf slechts beperkt vaardig met de computer, maar zien er wél het nut van in.
    – ICT coördinatoren in het basis en secundair onderwijs hebben heel gelijklopende opdrachten op school. Maar de ICT-coördinatoren uit het basisonderwijs moet die uitvoeren in slechts 60% van de tijd van de collega’s uit het secundair.
    – Leerkrachten willen met de computer werken, maar technische problemen, te weinig computers, beperkte kennis staat hen in de weg.

    Ik zette een aantal tabellen om in grafieken wat het een stuk beter begrijpbaar maakt. Je kan het eerste (van 5) blogposts hier vinden (en vandaar doorlezen) http://www.paljasken.be/computergebruik-in-het-vlaamse-onderwijs-het-gebruik-van-de-computer/

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

 

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.