Op 20 juni 2009 lanceerden CD&V-senatoren Pol Van Den Driessche en Els Schelfhout een wetsvoorstel dat studeren in het hoger onderwijs goedkoper moet maken. Ze stellen voor dat gezinnen een belastingskrediet van 40% kunnen krijgen met een maximum van €2650 voor gezinnen met een inkomen lager dan €22870 en tot de helft voor gezinnen met een hoger inkomen. Bewezen uitgaven voor de huur van een kot, inschrijfkosten, verplaatsingskosten en kosten voor studiemateriaal komen hiervoor in aanmerking. De senatoren wijzen erop dat deze maatregelen nodig zijn omdat deze studiekosten nog altijd geen evidentie zijn voor gezinnen met een laag of gemiddeld inkomen. De kosten van het wetsvoorstel kunnen volgens hun eigen schattingen oplopen tot €620 miljoen.
De bezorgdheid omtrent de hoogte van werkelijke studiekosten en de last die hierdoor gelegd wordt op gezinnen met een laag inkomen is terecht, maar dit wetsvoorstel is niet de geschikte piste om hier iets aan te doen en dit omwille van volgende redenen:
1. Sinds de derde staatshervorming (1988-1989) is de bevoegdheid over het hele onderwijs, op enkele kleine uitzonderingen na overgedragen naar de Gemeenschappen. Ook de ondersteunende sociale stelsels zijn sindsdien door de Gemeenschappen verder uitgebouwd en omvatten ondermeer collectieve en specifieke studentenvoorzieningen, studietoelagen en verlaagde inschrijvingsgelden.
2. Het wetsvoorstel geldt uiteraard voor het hele land en komt eigenlijk neer op een gratis bijkomende subsidiëring van het Franstalig onderwijs, dat al jaren lijdt onder een chronisch gebrek aan middelen. Ervaringen uit het verleden, cfr. het Lambermont akkoord, leren ons dat dergelijke cadeaus onze onderhandelingspositie voor een nieuwe staatshervorming geen goed doen. Het mag daarom niet verbazen dat senatoren van MR en CDH het voorstel genegen zijn.
3. De bekommernis om studeren goedkoper te maken door de invoering van het belastingkrediet komt niet tegemoet aan de reële noden waarmee mensen met lage inkomens kampen bij aanvang van de studie. Fiscale stimuli zijn pas twee jaar later voelbaar. Het huidige systeem van verlaagde studiegelden en studiefinanciering is daarom een veel betere maatregel omdat het een onmiddellijke impact heeft op financiële situatie van de studenten/gezinnen.
4. De federale overheid kampt met enorme begrotingstekorten en heeft nauwelijks voldoende middelen om haar eigen kernopdrachten naar behoren te vervullen. Men kan stellen dat problemen als de vergrijzing, de economische crisis en het begrotingstekort een hogere prioriteit hebben.
Omwille van deze redenen is het beter dat de problematiek van de studiekosten bekeken wordt in het kader van het Vlaams regeerakkoord, rekening houdend met de bestaande sociale stelsels in Vlaanderen.
Disclosure: de auteur schreef dit ook op zijn eigen site.
Recent Comments