Studiedag digitale leermiddelen: auteursrecht

(Deel 2 van 3 posts over de studiedag digitale leermiddelen, lees ook deel 1 en deel 3)

Auteursrechten

Vroeger wist iedereen waar hij aan toe was. Een handboek werd gepubliceerd door een uitgever en het was dan ook zeer duidelijk wie de auteur was. In het beste geval had je ook nog een collega die lesmateriaal met jou wou delen, dixit Geert Joris. Met de komst van het internet ging de wereld plots open. Ontelbare leerkrachten delen digitaal leermateriaal via initiatieven zoals KlasCement of hebben een eigen website, maar daarnaast is ook zowat alles wat gepubliceerd wordt ergens ook potentieel en bruikbaar lesmateriaal. Internet maakte het niet alleen eenvoudiger om materiaal te verzamelen, maar ook om bestaand materiaal aan te passen: een foto hier, wat tekst daar, knip en plak en klaar.

Ik vroeg gisteren nog aan mijn studenten (lerarenopleiding, 2e professionele bachelor) hoe zij staan tegenover het delen van hun leermateriaal. Wat mij opviel was een grote gelatenheid. “Als je iets op het internet zet, dan ben je het kwijt en er is niks aan te doen”. Dat was voor ik Creative Commons uitgelegd had, iets waarvan ik hoop dat het hen kan overtuigen om meer materiaal te delen. Jan Schuer gaf aan dat binnen de Smartschool-omgeving bijna elke leerkracht zoekt naar beschikbaar leermateriaal van anderen, terwijl slechts een klein percentage zijn eigen leermateriaal deelt. In die zin is het creditsysteem van KlasCement een aanrader: elke leerkracht mag voor een bepaald aantal credtis consumeren, maar zodra hij zonder credits komt te zitten moet hij verplicht participeren (zelf delen, reviewen…) in het systeem om verder te kunnen consumeren.

Ook de educatieve uitgevers staan voor een uitdaging. “Ons digitaal leermateriaal kent dezelfde problemen als pakweg de muziekindustrie”, noteerden we tijdens Geert Joris zijn toespraak. De uitgevers moeten dus op zoek naar interessante businessmodellen in deze veranderende wereld. Een eerste aanzet daartoe is bijvoorbeeld het Knooppunt portaal (lees ook deze post), waar uitgeverijen Plantyn en Van In samen digitaal leermateriaal aanbieden. Een huwelijk zoals dat tussen Smartschool en Knooppunt ligt hier dan ook voor de hand.

Als besluit zouden we kunnen stellen dat iedereen, van de individuele leerkracht tot de educatieve uitgeverij op zoek is naar een manier om zijn werk de juiste plaats te geven in onze veranderende wereld. Een leerkracht investeert tijd in zelf gemaakt leermateriaal en wil dit niet zomaar te grabbel gooien. Een uitgeverij moet ergens geld zien te verdienen of ze kunnen de deuren sluiten. Met de juiste attitude en een correcte toepassing van het auteursrecht en creative commons zouden we al ver komen.
Maar daar knelt het schoentje. Hoeveel procent van de leerkrachten weet wat creative commons is? En onze attitude, die zullen we moeten veranderen, maar dat gaat tijd vragen. Als iedereen zijn verantwoordelijkheid neemt (de lerarenopleiding, de leraar in de klas, de portalen en bouwers van digitale leeromgevingen, Klasse, het Ministerie van Onderwijs etc), dan komen we al een heel eind. En laten we vooral beginnen bij onszelf.

(Deel 2 van 3 posts over de studiedag digitale leermiddelen, lees ook deel 1 en deel 3)

Auteur: Smetty

Admin, coördinator en verantwoordelijke uitgever van deze weblog. Onderzoeker (PhD) en lerarenopleider aan de Hogeschool Gent. Volg Smetty op Twitter (als drsmetty) of als teammember van de Tech45 podcast.

6 gedachten over “Studiedag digitale leermiddelen: auteursrecht”

  1. Op “leermateriaal te grabbel gooien” … Dat doe ik dus. Ik wil gratis delen en ik ben blij dat ook anderen hun kennis en kunde gratis delen ‘met de wereld’. Dat is een ongelooflijke rijkdom, een nooit opdrogende bron van zich venieuwende kennis en van creativiteit. Ik geloof in die toekomst van leren. Er staat nog altijd geen Creative Commons op mijn (lit)blogje. Moest ik dat toch maar eens doen? Ja, als ik Smetty’s verslag lees. Ik twijfel nog altijd. Ik wil geloven dat leraren, opvoeders, het werk van anderen niet ‘stelen’ en zo respectvol en eerlijk zijn van hun bronnen aan te geven. Dat willen we onze leerlingen toch leren: met bronnen omgaan, bronnen verwerken en dus ook bronnen vermelden, het auteursrecht respecteren. In mijn blogposts streef ik ernaar van zo punctueel en nauwkeurig mogelijk al mijn bronnen aan te geven. Niet enkel van wat ik lees of verwerk. Ik probeer ook de ‘ontstaansgeschiedenis’ van een idee bijvoorbeeld op te geven, zeg maar de webwegen van mijn denken. Als een soort demo voor mijn leerlingen van toen deed ik dat.

    Ideeën en kennis zijn toch niet langer exclusief. Delen betekent ook interactie en evaluatie – ook met en door de toevallige gebruiker, geleerd of minder geleerd. Delen betekent voor mij ook informeel leren. Ja, natuurlijk moet een (educatieve) uitgever zoveel mogelijk winst makenen daarom zijn site sluiten voor niet-betalers, zoals Knooppunt, maar de concurrentie van gratis kennisdeling op het web wordt wel oneindig sterk. Of zit ik hier maar wat te raaskallen? Verbeter me dan snel …!?

  2. Janien,

    ik vroeg vorige week aan mijn studenten (lerarenopleiding) wie al eens een lesvoorbereiding van Klascement gebruikt. Een paar handen maar. En dan vroeg ik hoe ze nu precies aangeven wie dan de bron is van een dergelijke lesvoorbereiding. En toen was er nog 1 iemand over. En die schreef ‘KlasCement” als bron. Naam van de leerkracht of url: noppes, niemand. Ze hebben dat dan ook nergens geleerd of gezien voordien.

    Daarom is het toch ook belangrijk dat we zelf het goede voorbeeld geven. Al onze cursussen van de vakgroep zijn Creative Commons. Ze kunnen er ook niet naast kijken want het neemt per module 1 groot blad in beslag.

    En naast het goede voorbeeld geven, betekent Creative Commons op leermateriaal vanaf de start iets anders dan Copyricht. Zoals het nu is, moet elke leerkracht eigenlijk aan jou toestemming vragen om het te mogen gebruiken. Met Creative Commons hoeft dat niet, want bij de keuze van je licentie heb jij al duidelijk gemaakt wat wel en wat niet mag. Dus Janien, snel overstappen 🙂

    En dan nog een laatste pessimistische bedenking: voor de kennisdeling op het web zullen we ook moeten blijven ijveren en waakzaam zijn, want er zijn wel degelijk scenario’s mogelijk waarbij een hoop kennis achter slot en grendel dreigt te verdwijnen.

  3. Interessant! Laat ons eruit besluiten dat we onze CC-licenties nog meer moeten benadrukken. We zouden haast bij elke download nog een tussenscherm moeten tonen dat ze zeker de bron – de maker dus – moeten vermelden als ze het materiaal verder gebruiken, aanpassen, … Helaas is dat dan vaak weer een extra drempel … Het blijft dansen op een smal koord. We zullen in één van de volgende nieuwsbrieven die CC-licentie eens in de kijker zetten.
    Verder toch bedankt om op deze manier KlasCement in de lerarenopleiding onder de aandacht te brengen. Niet alleen als bron voor lesmateriaal, maar hopelijk worden studenten daardoor ook aangemoedigd om het lesmateriaal dat ze maken daar ooit te delen. Die CC-licentie zorgt er immers ook voor dat hun werk wordt beschermd zoals zij dat wensen.
    Als iedereen de licentie naleeft tenminste … maar zolang een film of software illegaal wordt gekopieerd, muziek illegaal wordt gedownload, … zal er ook illegaal worden omgegaan met lesmateriaal. We kunnen maar met z’n allen iedereen blijven wijzen op hun verantwoordelijkheid. Een kleine druppel, vol goede moed …

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

 

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.