12e ICT-praktijkdag: Compenserende hulpmiddelen bij lees- en spellingsproblemen
Marleen Meermans, informaticus bij MODEM, geeft een sessie over compenserende hulpmiddelen voor kinderen met ernstige les- en spellingsproblemen.
Het eerste advies luidt dat je leerlingen moet leren om een computer te gebruiken. Daaronder begrijpen we het leren typen en de basis van tekstverwerking onder de knie krijgen.
Bij het aanleren van het typen kan gebruikt gemaakt worden van verschillende typmethoden (Type Expert Junior, Typcursus 7.0 en TypTien). Daarnaast dient speciale aandacht te gaan naar de zithouding (voeten steunen, recht voor het toetsenbord zitten, gebruik van een documenthouder, lichtinval op het scherm) en kan een aanpassing van het toetsenbord noodzakelijk zijn (werken met kleur, voelbare starttoetsen, polssteuntjes etc.).
Als hulpmiddel voor leerkrachten wordt verwezen naar het project ”De computer, mijn surfplank bij het leren”‘. Alle Vlaamse scholen basisonderwijs (gewoon en buitengewoon) en secundair onderwijs met een 1e graad (gewoon en buitengewoon), hebben een exemplaar van deze map gekregen in november 2007.
Een volgend onderdeel betreft allerlei software waarbij tekst omgezet wordt naar spraak. Enkele algemene vaststellingen: de computer leest alles voor wat op het scherm staat (gaat soms fout, denk bijvoorbeeld aan allerhande opsommingstekens), pakketten beschikken niet altijd over een goede stem en er zijn verschillende prijscategorieën (gratis en betalend).
Buiten de computer zijn er ook nog andere hulpmiddelen zoals de Reading Pen en de Daisy boeken. De Daisy boeken beschikken over een eigen navigatiesysteem. De schijfjes zelf kunnen niet geconsulteerd worden op een gewone CD-speler, op de pc is dit mogelijk mits installatie van de benodigde software.
Bij het scannen van documenten is heel vaak de OCR-software die inbegrepen is bij de scanner voldoende. Wie toch meer mogelijkheden wenst, kan speciale software aankopen.
Bij de dyslexiesoftware worden 2 grote pakketen genoemd die kleerlingen kunnen helpen bij het onthouden, structureren en plannen: Kurzweil 3000 en Sprint Plus. Beiden hebben hun eigen specifieke kenmerken waartussen een keuze gemaakt moet worden. Daarnaast kan ook afzonderlijke software gebruikt worden zoals: digitale woordenboeken, mindmapprogramma’s, overhoorsoftware, digitale memobriefjes (zoals StickyPad), tijdvisualisatie en Word (opmaakprofielen, invoegen van opmerkingen en voetteksten).
Als afsluiter gaf Marleen ook nog enkele tendensen mee waarvan steeds meer gebruik gemaakt wordt: software op een USB-stick, kleinere computers en toestellen (pda…), de digitale camera word een scanner en digitale onderwijsboeken.
Deze sessie bood een interessant en gevarieerd overzicht aan hulpmiddelen (zowel hardware als software) die de leerlingen kunnen helpen. Er kan meestal gekozen worden tussen een gratis en een betalend product, de kwaliteit van de gratis software is niet altijd even goed. Tijdens de sessie werd alleen Word uit het Microsoft Office pakket als tekstverwerker vernoemd. De reden hiervoor was niet de voorkeur van de spreekster gaf zij zelf aan, maar wel de keuze van de software fabrikanten om enkel met Microsoft te werken.
Er is nog heel wat werk aan de winkel qua ICT-voorzieningen voor deze specifieke doelgroep, maar iedereen was er hier van overtuigd dat de situatie in vergelijking met vier jaar geleden al enorm verbeterd is.
