Verderstuderen na technisch onderwijs: enkele ervaringen

De discussie laait geregeld weer op in de opiniepagina’s van de kranten waardoor het daar al bijna een vaste waarde begint te worden, een echte klassieker, zeker in komkommertijdperk. Elke nieuwe minister van onderwijs plaatst de herwaardering van het technisch onderwijs en het terugdringen van het watervalsysteem steevast ergens bovenaan zijn/haar todo-lijstje. Objectieven worden opgesteld en plannen gemaakt. In de praktijk verandert er echter niet altijd veel. Nog steeds heerst er de opinie dat je je middelbare studies bij voorkeur aanvat in het Algemeen Secundair Onderwijs, om indien dit niet zou lukken, af te zakken naar het Technisch Secundair Onderwijs en desnoods te eindigen in het beroeps. Het technisch onderwijs wordt in deze zienswijze (nog steeds) schromelijk onderschat, en dan zeker richtingen zoals industriële wetenschappen, elektromechanica of elektriciteit-elektronica die alle toekomstkansen als kenniswerker bieden en gericht zijn op verderstuderen.

Een recente tekst die mij op een aparte manier aansprak, is deze van Izegemnaar Kurt Himpe. De tekst werd gepubliceerd in Psychologos, het tijdschrift van de Belgische Federatie voor Psychologen (2007, jaargang 22, nr. 4) en is integraal te lezen op de website van N-VA. Vooral volgend citaat deed bij mij een belletje rinkelen:

Kurt HimpeIn een opiniestuk stelde hij (Marc Verminck, red.) dat het hoger onderwijs voor de meeste leerlingen uit het technisch onderwijs niet haalbaar is. Dat is wel heel ongenuanceerd.

Heel wat technische opleidingen zijn specifieke vooropleidingen voor het hoger onderwijs: industriële wetenschappen, elektromechanica, elektriciteit-elektronica. Deze hoogwaardige studierichtingen zomaar afschrijven is meer dan een onderwaardering van de kwaliteitsvolle opleiding in technische scholen.

Dat er nood is aan degelijke informatie over de slaagkansen in het hoger onderwijs na een technische of beroepsopleiding is correct. Die taak is in de eerste plaats weggelegd voor het Centrum voor Leerlingenbegeleiding (CLB) en de scholen zelf.

De nagel op de kop, als je ’t mij vraagt! Ik heb zelf vier jaar TSO gevolgd, Industriële Wetenschappen bij Don Bosco in Gent. Een fijne tijd, maar waar ik nu echter nog steeds koude rillingen van krijg, is de mentaliteit die daar heerste bij velen. Niet enkel onder leerlingen die zichzelf als “afzakkertjes” zagen van het ASO op weg naar een gemakkelijker richting, maar vooral onder sommige leerkrachten. Men raadde iedereen daar graduaat aan (om de wiskunde te vermijden, terwijl men in IW 8u wiskunde had) of een zevende jaar. Direct de studies industrieel ingenieur aanvatten was voor de uitzonderingen, en burgerlijk was al helemaal uit den boze. Dit terwijl de richting IW eigenlijk vooral bedoeld is als voorbereiding op hoger onderwijs, in het bijzonder (industrieel/burgerlijk) ingenieur. Het meest hallucinante voorbeeld was echter de vrouw van het (toenmalige) PMS die kwam spreken over de keuzemogelijkheden in het hoger onderwijs: veel info over graduaat, een beetje over industrieel ingenieur, maar op mijn vraag “hoe zit het met burgerlijk ingenieur” kwam een beschamende “euh, dat is aan de universiteit zeker?”

Ook de universiteiten stappen echter mee in dit verhaal. Ik ben anderhalf jaar geleden afgestudeerd als burgerlijk ingenieur, in de voorziene tijd van vijf jaar, maar heb in mijn laatste jaar IW nooit enige vorm van informatie ontvangen van eender welke universiteit, terwijl de brievenbus overliep met info over alle mogelijke graduaatsopleidingen en af en toe een folder over de opleiding industrieel ingenieur. Dit ondanks het feit dat ik IW nog steeds een fantastische voorbereiding vind voor studies burgerlijk ingenieur: ik heb op vele vlakken een voorsprong gehad op mijn jaargenoten, die bijvoorbeeld nog nooit van een condensator of drijfkracht of materiaalspanningen/sterkteleer gehoord hadden. Allemaal zaken die ook op de universiteit terugkwamen, weliswaar in meer theoretische vormen.

Vorig jaar had ik hierover dan ook een gesprek met de PR-verantwoordelijke van de faculteit Ingenieurswetenschappen. Met de problematiek van de sterk gedaalde slaagcijfers na het afschaffen van het toelatingsexamen en de politiek van de outputfinanciering in het achterhoofd, was hij er helemaal niet voor te vinden om laatstejaars IW, laat staan andere leerlingen uit TSO, te voorzien van promotiemateriaal voor de opleiding burgerlijk ingenieur. Dit terwijl er een groot tekort is aan ingenieurs en men wel nog volop ASO-leerlingen bestookt met als gevolg dat mensen uit pakweg Latijn-Wetenschappen tot zelfs Grieks-Latijn instromen en zich reeds na de eerste lesweek hopeloos verloren voelen. Vragen over wat die complexe i wil zeggen tijdens de practica van de wiskundevakken zijn geen uitzondering meer.

Een ander verhaal heb ik van iemand uit het gemeenschapsonderwijs die IW gevolgd heeft aan het KTA van Herzele. Terwijl bij ons in de verste verte geen meisjes te vinden waren en de technische school en zeker IW een mannenbastion waren, was daar veeleer sprake van een evenwicht. De leerkracht wiskunde wou ook niet liever dat ze voor industrieel ingenieur gingen, en begeleidde zelfs heel serieus de enige klasgenote die ging voor burgerlijk ingenieur. Compleet anders dan wat ik meegemaakt heb dus, al kan ik ook zeker niet klagen van mijn toenmalige leerkracht wiskunde en zijn steun tijdens de wiskunde olympiade. Die persoon verwijst hiervoor naar het verschil in mentaliteit tussen het GO! en het katholieke net, maar zelf heb ik daar niet direct meer aanwijzigingen voor. Hoewel we daar met de uitspraken van topvrouw Mieke Van Hecke hierover (ze betwijfelt of TSO- en BSO-leerlingen even goede leraars kunnen worden als leerlingen die een ASO-opleiding volgden, cfr hier) niet echt van zouden verschieten.

Veralgemeningen hierin zijn natuurlijk uit den boze, het zijn eerder individuele ervaringen. Zo wist Kurt Himpe me te melden dat hoewel in het VTI Izegem het aantal leerlingen in de vooropleidingen hoger onderwijs (EM, IW, EE) daalt, er een zeer nauwe samenwerking is tussen de school en de hogescholen en universiteiten en er serieuze inspanningen geleverd worden om het niveau daarvan zeer hoog te houden, ondermeer door via de terugkomdag van oud-leerlingen de lacunes in de vooropleiding te proberen opvangen.

Als besluit kunnen we stellen dat daar waar men het bij de herwaardering van het TSO steeds heeft over het imago naar ouders en toekomstige leerlingen toe, waarbij men het niet schuwt om cliché’s à la “met handenarbeid verdien je ook je boterham” in de mond te nemen terwijl ex-TSO’ers massaal gezocht worden als hoogopgeleide technici en operatoren en echt niet steeds hun handen hoeven vuil te maken. Men vergeet steevast dat het niet de minister is die dergelijk imago creëert, maar vooral de andere actoren uit het onderwijsveld: scholen, scholengemeenschappen en de instellingen voor hoger onderwijs. Hun uiterst belangrijke rol hierin mag zeker niet onderschat worden. Een en ander zou volgens mij al ferm helpen mochten de leerlingen ASO meer in contact komen met hun TSO-collega’s en niet in afgescheiden scholen zitten. Nu lijkt het alsof TSO niets te maken heeft met ASO, maar eerder in een BSO-sfeertje hangt waar je een uitstekende stielman wordt. De door Kurt aangehaalde proeftuinen, waar leerlingen niet meer in ASO-, TSO- of BSO-hokjes worden maar er gewerkt wordt met belangstellingsgebieden waar bijvoorbeeld de vroegere studierichtingen handel (TSO) en economie (ASO) onder de noemer “economische vorming” vallen, lijkt me alvast een goede zaak en een pad dat verder moet betreden worden.

Heeft u eigen ervaringen en suggesties hierover? Aarzel dan vooral niet om een berichtje na te laten in de commentaren hieronder.

Auteur: Peter Dedecker

Burgerlijk Ingenieur in de Computerwetenschappen (UGent 2006), werkte als assistent aan de Hogeschool Gent, vakgroep informatica, gecombineerd met een functie als doctoraatsstudent bij de vakgroep Intec aan de UGent. Leve associatie-onderzoeksgroepen zowaar! Werd in 2010 verkozen tot volksvertegenwoordiger voor N-VA in de federale Kamer en neemt daar de dossiers rond Telecom en ICT voor zijn rekening. Was tijdens de studentenjaren actief in de studentenvereniging VTK en werd gepassioneerd door studentenvertegenwoordiging, wat in het laatste jaar uitmondde in het ondervoorzitterschap van de Gentse StudentenRaad en het jarenlang meedraaien in de talrijke commissies van de faculteit, universiteit en Vlaamse Vereniging voor Studenten. Heeft een passie voor Vrije Software, betrekt deze graag in het onderwijs en volgde ook de lerarenopleiding (informatica). Heeft een eigen weglog: peterdedecker.eu.

15 gedachten over “Verderstuderen na technisch onderwijs: enkele ervaringen”

  1. Waarom zitten wij uberhaupt met zo’n “systeem in hokjes”? Ik dacht dat wetenschappelijke studies keer na keer aantonen dat een latere keuze qua studies steeds leidt tot een verhoging van de kwaliteit en betere resultaten?

  2. Dat hokjesdenken is idd een probleem. Anderzijds is een door iedereen gevolgde brede opleiding met latere keuzemogelijkheden volgens mij ook niet het wondermiddel: je kan het maar moeilijk voor iedereen interessant maken. ASO stak mij bvb echt tegen, TSO was een ware verademing, met veel interessantere vakken.

  3. Verdorie toch, waarom blijft het ‘onwaardig’ om TSO te volgen?
    Geachte heer Verminck, u slaat de nagel op de kop (hmm, nagels slaan is een technische aangelegenheid).
    Hierbij wil ik nog wat aanvullen:
    – een aantal ASO-opleidingen hebben een niveau onder het TSO. Blijkbaar schrikt techniek af, zou het te moeilijk zijn? Of maak je u later te vuil? (hmm, vele techniekers situeren zich bij een PC, en hebben zelfs een das aan). Toch volgt met zo’n ASO opleiding met lager niveau liever dan het TSO.
    – 25 jaar geleden waren er in mijn streek 90 jonge mensen die TSO elektronica volgden. Nu hebben ze die richting afgeschaft omdat er maar 1 leerling meer was. Je moet mij niet vertellen dat de ‘goesting’ van de jeugd zoveel veranderd is. Dus, waarom volg je nu verdorie toch geen richting volgens uw ‘goesting’? En het probleem is dat deze jonge mensen meestal niet meer een hogere opleiding elektronica volgen. Ik ken ook vele voorbeelden die ingenieur of burgerlijk ingenieur geworden zijn na het TSO.
    – en dan wil ik ook nog melden dat een ‘graduaat’, nu ‘Bacheloropleiding’, volgen ook geen drama is. Niet iedereen hoeft burgerlijk ingenieur te worden. Weet ja dat vele knelpuntberoepen zich situeren bij professioneel gerichte Bachelors … Dat betekent dat je rap mooi werk vindt, met een goede verloning. Mijn dochter is net afgestudeerd als Bachelor accountancy. Ze krijgt een mooi loon, een aantal verzekeringen, maaltijdcheques, een laptop, een auto en onbeperkt brandstof. Vele universitairen krijgen dat nog niet. En daarbij is ze recent geslaagd bij het IAB, daar waar heel wat universitairen niet geslaagd zijn. Blijkbaar hebben deze laatste te weinig praktisch inzicht … ik denk net dat het leven, de maatschappij, stoelt op de praktijk.
    – daarom wil ik duidelijk de professioneel gerichte Bachelor in een positief daglicht plaatsen. Opwaardering van deze groep is heel belangrijk. Ze verdienen het. (Mieke Van Hecke had het toch ook over ‘leraars’, wel dat zijn toch ‘Bachelors’!)
    – en weet ook dat het nu perfect mogelijk is om na een Bacheloropleiding, mits 1 schakeljaar, een masteropleiding te volgen. Dat noemen ze het ‘laddersysteem’, in tegenstelling dan het ‘watervalsysteem’. Veel positievere benadering hé …
    – Aanrader: surf eens naar http://www.bachelor.be

  4. @Rik Hostyn: een graduaat/bachelor volgen, is zeker geen drama, integendeel. Maar dan moet je wel opmerken dat voor mensen uit IW, EM en EE zo’n graduaat/bachelor dikwijls peanuts is aangezien zij een vooropleiding gevolgd hebben die mikt op verderstuderen op een “hoger” niveau dan graduaat/bachelor. Voor mensen uit andere TSO-richtingen is een graduaat/bachelor een grotere stap en een ferme pluim erbij. Iemand uit een technieken-richting zal al heel wat meer moeite hebben met dergelijke opleiding dan iemand uit IW/EM/EE.

  5. @Peter Dedecker: als docent/opleidingscoördinator in het hoger onderwijs “Bachelor in de Elektronica-ICT” kan ik niet nalaten om te reageren. Tot vorig jaar kwamen de meeste van onze eerstejaarsstudenten uit de richting EE en EM. Dit zijn de zogezegde doorstroomrichtingen of sterke TSO richtingen. (Het klopt dat een IW’er onmiddellijk kan starten bij een masteropleiding). Wel, een professioneel gerichte Bachelor is de perfecte vervolgrichting bij het hoger onderwijs. Moest mijn klas uit al zo’n studenten bestaan, dan ben ik overtuigd dat we een grote kwaliteit kunnen behalen. Echt waar, respecteer de niveau’s, dan heb je prima studenten.
    Het klopt dat nu ook leerlingen uit de technieken-richting toegelaten zijn. 10 jaar geleden was dit niet zo. Deze studenten moeten serieus veel studeren, enkel de best gemotiveerden geraken er. Daar ben ik blij om, democratisering noemt dit, iedereen kansen geven. Dit academiejaar hebben we veel zo’n studenten uit de technieken. Wel, het is echt anders les geven. Hopelijks slagen er veel. Ik gun het iedereen. Maar het is toch niet echt zoals vroeger. Ik noem dit een verschuiving van niveau, en dit op vlak van alle opleidingen (er is bv. geen ingangsexamen voor burgerlijk ingenieur, gevolg is 9% meer inschrijvingen, zijn er nu plots zoveel meer slimme studenten?).
    Hieruit besluit ik dat democratisering ook zijn negatieve kanten heeft. Versterking van het watervalsysteem …
    Nochtans bestaat er nu zo’n mooi ‘laddersysteem’. Mits 1 schakelprogrammajaar kan je na een professioneel gerichte Bacheloropleiding verder studeren voor master (ind. ing.). Wel, vanuit mijn opleiding studeren er dit jaar 52% afgestudeerden bachelor verder voor zo’n master. En met grote slaagkansen. Is dat niet mooi? Dan ben je tenminste zeker van een diploma Bachelor en als je u goed voelt als student, dan kan je een master behalen. En dit zijn inderdaad meestal deze die EE of EM in het TSO gevolgd hebben.
    Toch heeft dat alweer zijn nadelen. Als 50% verder studeert, dan zijn dit natuurlijk de beste studenten. Wie van deze bachelors gaat dan naar het werkveld? En wat zegt het werkveld dan? Wel, ipv van een bachelor willen we een master, maar één van die praktische master die vooraf Bachelor gevolgd heeft. Uiteindelijk doet deze master hetzelfde werk als hij direct na een bachelor naar het werkveld zou gestapt zijn. Dus verdient hij evenveel, het werkveld is immers geen liefdadigheidsinstelling. Deze afgestudeerde heeft 2 jaar langer moeten studeren, de ouders hebben dit wel bataald, en de afgestudeerde verdient pas 2 jaar later centen.
    Ben ik dan negatief tov verder studeren? Neen, maar het zou maar misschien 10% morgen zijn die verder studeert via een schakelprogramma, deze waar er echt ‘meer’ in zit. Hier alweer de tendens om aan niveauverlaging te doen.
    Onze politiekers die zeggen dat democratisering van het hoger onderwijs belangrijk is hebben maar voor een stukje gelijk: ‘iedereen met capaciteiten moet de kans krijgen om hoger onderwijs te volgen’, maar het mag niet zijn dat iedereen hoger onderwijs moet volgen, zelfs als je te weinig capaciteiten hebt!
    Dus, laat een TSO’er en ook vele ASO’ers doen waar hij/zij goed in zijn: een professioneel gerichte Bachelor volgen. Dan geraken onze knelpuntberoepen ingevuld. En zoveel universitairen zijn er nu ook niet nodig, wetende dat 1/3 van de universitairen op Bachelor niveau werken (vrag het maar aan de VDAB!). En wat met deze uit de tecnieken? Wel, het komende HBO zal daar wel een goede oplossing voor bieden.
    Hmm, ik heb echt niets tegen de leerlingen uit de technieken, ooit heb ik er ééntje gehad die de primus van de klas was en nu burgerlijk ingenieur volgt …
    Respecteer de verschillende niveau’s, en dan zullen we een sterk onderwijs blijven behouden in Vlaanderen. Nu durf ik echt zeggen dat we serieus achteruit boeren (vraag het aan alle onderwijsmensen), en dit ten koste om zoveel mogelijk ‘aantal’ studenten te hebben!

  6. @Rik: natuurlijk zijn je reacties van harte welkom en ten zeerste gewaardeerd! Altijd goed om feedback te krijgen van mensen met kennis van zaken.

    Maar is het ook niet de bedoeling van het hoger onderwijs dat enkel de goed gemotiveerden er geraken? Een diploma is nog steeds een schifting, een onderscheid op basis van bekwaamheid en capaciteiten. Zonder motivatie geraak je nergens. Democratisering houdt in dat iedereen zonder discriminatie een opleiding kan aanvatten, maar dat wil nog lang niet zeggen dat je je diploma op een zilveren schaaltje aangeboden krijgt. Een professionele bachelor voor mensen uit de technieken-richtingen is zonder meer chapeau en uiteraard van harte gegund aan zij die ervoor (willen) werken.

    Opklimmen en een master behalen na een professionele bachelor (of industrieel ingenieur worden na een graduaatsopleiding in de oude termen) is zeker een goede zaak en een fantastische mogelijkheid, maar aan het einde van de rit heb je wel een jaar langer gestudeerd, een jaar extra gekost aan de maatschappij en je ouders en een jaar langer niets verdiend. Is dat erg? Natuurlijk niet, het blijft een goed resultaat en er zijn ergere zaken, maar toch is het spijtig dat mensen die van in het begin (lees: na het secundair onderwijs) de capaciteiten hebben om direct een academische bachelor en master (of industrieel of burgerlijk ingenieur in de oude termen) aan te vatten toch voor de “gemakkelijker” weg kiezen en er dus een jaar langer over doen dan nodig. En dat ligt volgens mij vooral aan het gebrek aan duidelijke informatie, ondermeer over de slaagkansen. Als ik zie hoe mensen die samen met mij afgestudeerd zijn in IW zich lieten afschrikken door de torens cursussen van industrieel ingenieurs die een pak hoger waren dan die van de graduaatsopleiding zonder enig zicht op hun (uitstekende) slaagkansen als industrieel ingenieur, en hen later hoor vertellen dat het een fijn leventje is bij de graduaats waar voor hen een groot stuk herhaling zit, en diezelfde jongens nadien succesvol en met resultaten om “u” tegen te zeggen industrieel ingenieur worden mits werklust maar zonder noemenswaardige problemen, tja, dan vind ik het een spijtige zaak dat ze niet direct aan industrieel ingenieur begonnen zijn en er een jaar langer over deden. En zij ook, achteraf gezien. Een ervan wou na zijn traject IW-graduaat-industrieel nog aan het schakelprogramma voor burgelijk ingenieur beginnen, hij zag dat helemaal zitten, maar heeft uiteindelijk na een week afgehaakt omdat hij het na vijf jaar hoger onderwijs echt wel beu was en nog twee (of drie) jaar helemaal niet meer zag zitten. Zeven of acht jaar voor een einddiploma dat je ook in vijf jaar kan bereiken, zeker als je al een goed diploma op zak hebt (twee zelfs), dat is een beetje te veel van het goede.

    Wil ik hiermee zeggen dat een professionele bachelor peanuts is? Natuurlijk niet. Ik wil alleen maar zeggen dat vele leerlingen uit het TSO, meerbepaald zij uit de doorstroomrichtingen (IW, EM, EE) nog te veel afgeraden worden om “hoog” te mikken in het hoger onderwijs terwijl ze wel degelijk de capaciteiten en een uitstekende vooropleiding genoten hebben. Dit zowel door CLB/PMS, de omgeving die nog altijd denkt dat technisch onderwijs bedoeld is om “een vak te leren”, de instellingen voor hoger onderwijs en last but not least de schoolgemeenschap die hierin een verpletterende verantwoordelijkheid draagt.

    Dat de industrie de eisen dikwijls te hoog legt, en soms pakweg industrieel (of zelfs burgerlijk) ingenieurs werk laat doen dat evengoed (of zelfs beter) door iemand met een professionele bachelor gedaan kan worden, is idd een jammerlijk feit. Maar ik zie lang niet in hoe democratisering, ofte het aanmoedigen van verderstuderen, dit in de hand werkt. Je stelt dat het spijtig is dat de 50% beste studenten verderstuderen na een graduaat en de industrie bijgevolg haar vereisten hoger legt. Dat vind ik een beetje een kromme redenering. De minimumeis voor een vacature, hier graduaat, hoort hierdoor toch niet te veranderen? De vereisten voor bepaalde jobs liggen gewoon te hoog tout court.

  7. @Peter: ik kan het niet laten om opnieuw te reageren …

    Een diploma halen is natuurlijk een schifting, maar die zou volgens mij veel vlugger moeten gebeuren. Ik heb al heel wat studenten meegemaakt die afhaken na een bisjaar of trisjaar, of in hun 2 of 3e jaar. Soms weet ik reeds als docent na 1 of 2 weken of een student kan slagen of niet. Na maar dan 20 jaar leservaring weet je dat gewoon. Daarom zou ik durven pleiten om overal, ja overal, een soort ingangsexamen te doen. Niet enkel testen op hun kennis (als je nog geen breuekn kan optellen moet je zeker niet naar het hoger onderwijs stappen), maar op hun motivatie, inzicht, doen en laten enz … Het is wellicht moeilijk om zo’n ingangsexamen te maken, maar we hebben genoeg specialisten rondlopen die dit kunnen. En dan zou er niet zoveel verloren gaan, iedereen zou op zijn juiste plaats en niveau kunnen studeren. het resultaat zou veel beter zijn, er zou minder schooltijd zijn voor dezelfde resultaten en het werkveld zou er goed bij varen. Er zouden geen kenlpuntberoepen zijn, want ik geloof 100% in een natuurlijke selectie. Nu wordt alles geforceerd…

    Met alle respect voor u als burgerlijk ingenieur, en ik als industrieel ingenieur, maar er zijn zoveel ingenieurs niet nodig. er zijn veel meer praktische mensen met gezond boerenverstand nodig. En daardoor zouden er opnieuw minder ingenieurs nodig zijn, want er zouden minder fouten gebeuren en vele dingen zouden vanzelf gaan. Maar ja, blijkbaar verdien je meer centen als je hoger opgeleid bent … ze zouden die loonkloof niet zo groot mogen maken … geef meer aan de goede Bachelors en geef minder aan de ‘hoge’ ingenieurs. Uiteindelijk zou iedereen tevreden zijn, het werkveld, de mensen die minder stress zouden hebben, de maatschappij.
    Je kent wel het verhaal van de brug h̩: een burgerlijk ingenieur bouwt een brug en ze stort in, maar hij weet perfect waarom Рeen professioneel gerichte Bachelor bouwt een brug en ze stort niet in, maar hij weet wel niet waarom Рmoraal van het verhaal: beide mensen zijn er nodig, samenhang is nodig, maar als er 100 werknemers zijn, dan hoeft er maar 1 of 2 burgerlijk ingenieurs te zijn.

    Tja, ik begin hier alweer een nieuwe discussie, terug naar het oorspronkelijke:

    Ik kan niet goedkeuren dat je schrijft: via het schakelprogramma kiezen ze voor de gemakkelijkste weg … verdorie, dat is niet waar! Daar verzet ik mij ten zeerste tegen! Wat volgens mij meespeelt is als je veel studenten hebt met een zwakkere instroom, dan is het onvermijdelijk dat er uiteindelijk ook meer geslaagd zijn. Dat kan ik zeggen van die 9% meer burgerlijk ingenieurs, dat kan ik zeggen van dat stijgend aantal brugstudenten, dat kan ik zeggen van die technieke’n … ik herhaal dat ons onderwijs een totale verschuiving maakt en de kwaliteit hierdoor daalt. Ik denk dan terug aan die A2’ers van vroeger die directeur geworden zijn, dan denk ik aan die gegradueerden van vroeger die het zo ver geschopt hebben … Ieder op de juiste plaats, dat is mijn motto!

    En je zal het wel al gevoeld hebben, ik ben een harde verdediger van de professioneel gerichte Bachelor. Niet omdat ik geen verdediger ben van de ingenieurs (ik ben trouw lid van de VIK en laatst stond ik op hetzelfde podium bij de Barcoprijs – zie http://www.bachelor.be/barco-bachelor-prijs – het bezoeken waard deze webpagina), maar vooral omdat ik het echt nodig vind dat deze groep van professioneel gerichte Bachelors het echt nodig heeft om hun waardering en erkenning (zie http://www.bachelor.be waarvan ik secretaris ben).
    De maatschappij begint deze professioneel gerichte Bachelors te profileren als hij/zij die ‘een vak uitoefent’ (u laat die ook een beetje aanvoelen). Verdorie nee, dat is ook hoger onderwijs. Je kan er zeer goed uw boterham mee verdienen, u kan er ver mee geraken, de brug valt niet in …
    Waarom is het niet goed als je IW, EE, EM gevolgd hebt om een Bachelor te worden? Te hoog mikken leidt tot een watervalsysteem, gedemotiveerde en gestresseerde mensen is niet goed in onze maatschappij.

    En de industrie legt de eisen natuurlijk te hoog. Kijk maar naar vele vacatures waar er geschreven staat: ingenieur of gelijkgesteld door ervaring –> en ze bedoelen natuurlijk een professioneel gerichte Bachelor maar durven het niet schrijven. Later komt dan op zijn/haar visitekaartje de titel van ‘engineer’ te staan. Welnu, moesten de technische Bachelors de beroepstitel of specificatie van graad ‘Bachelor of engineering’ toegekend krijgen, dan pas zou er een juister beeld gevormd worden met een hoge waardering voor deze groep.
    tip: vul graag de petitie in op “http://www.lapetition.be/petition.php?petid=857”
    Verdorie, in Nederland, Spanje, Engeland, Duitsland, Finland noemt dit daar wel zo. Echt waar, Bachelor of engineering in Nederland bestaat, en het is een gewone professioneel gerichte Bacheloropleiding van bij ons. Ze zeggen wel dat het een vierjarige opleiding is (dus cfr ind. ing.), maar ze starten reeds vanaf 17 jaar. Ik kan goed rekenen, je studeert dus af aan 21 jaar, net zoals onze Bachelors. En ik kan het weten, want ik heb zeer goede contacten met een Nederlandse hogeschool (kwestie van mijn grenzen als docent een beetje ruimer te maken).

    Maar ja, onze politiekers willen enkel aantallen zien (studenten in het hoegr onderwijs), en dit ten koste van de kwaliteit. Democratisering is iedereen met kwaliteiten kansen geven, en niet iedereen met onvoldoende kwaliteiten laten verder studeren! Respecteer de juiste niveau’s in het onderwijs, dan pas krijgen we een goede verdeling in het werkveld.

  8. De schifting zou idd best zo snel mogelijk gebeuren. Een toelatingsexamen vind ik daarin echter geen goede maatstaf: daar krijg je vooral problemen te wijten aan een verkeerde vooropleiding ipv een gebrek aan capaciteiten. Ik denk niet dat het mogelijk is een toelatingsexamen op te stellen dat enkel focust op capaciteiten. Wat echter gestimuleerd zou moeten worden, is dat men tijdens de “intersemestriële vakantie” reeds de resultaten van de eerste semesterexamens krijgt en afhankelijk daarvan evt kan overschakelen naar een andere richting waarbij men dus niet het volledige jaar hoeft over te doen maar op basis van de behaalde punten vrijstellingen kan krijgen en de resterende vakken in tweede zit aflegt. Zo verliest men geen jaar. Ook advies is een belangrijk punt: als jij als docent stelt dat je na een paar weken studenten kan aanduiden die weinig kans maken, dan moet dat ten volle benut worden.

    Er zijn inderdaad meer praktisch ingestelde mensen met gezond boerenverstand nodig, en daar komen we ook weer bij het opzet van bovenstaand artikel: TSO of een compleet vernieuwd ASO is volgens mij de ideale secundaire opleiding om die algemene doch praktische ingesteldheid aan te kweken. En daarna kan men nog kiezen of men voor de theoretische (burgerlijk ingenieur) of praktische invulling (graduaat) of iets daartussen kiest.

    Ivm de centen: het is normaal dat wat schaars en gewild is, duur betaald wordt. Zelf was dat alvast niet mijn bekommernis om burgerlijk ingenieur te gaan studeren. Ik werk nu voor de universiteit, verdien een pak minder dan ik in de consultancy of industrie zou kunnen verdienen, waarschijnlijk ook minder dan jouw dochter als ik dat lees, maar ben ferm tevreden met mijn leven. De centen, dat is marktwerking: een tekort aan professionele bachelors zal ook in een hoger loon resulteren en omgekeerd, je dochter is hierin een goed voorbeeld. Je cliché ivm de instortende brug vind ik echter ronduit verkeerd en zelfs beledigend voor ingenieurs, zonder de kwaliteiten van de professionele bachelors in vraag te stellen.

    Wat de gemakkelijke weg betreft: als jij stelt dat dat niet zo is, dan moet je dat echt eens gaan uitleggen in de secundaire scholen. Als er iets is dat daar leeft, dan is het wel dat graduaat + schakelprogramma de gemakkelijke weg is om industrieel ingenieur te worden en alvast de zware wiskunde uit de kandidaturen te vermijden. (en dan zwijg ik nog over de via deze weg afgestudeerden in mijn kennissenkring die dit bevestigen) Zoiets heeft imho weinig te maken met het aantal studenten. (ten gronde kan ik je wel volgen mbt kwaliteitsdaling door grotere aantallen studenten, dat merk ik zelf ook in de discussies over de slaagcijfers)

    Dat je de professioneel gerichte bachelor verdedigt: volledig akkoord, die erkenning is zeker nodig, maar let daarmee wel op dat je niets “pikt” van anderen: de benaming “bachelor in engineering” schiet me eventjes verkeerd te binnen: hoe ga je de bachelors in de ingenieurswetenschappen (uit de oude opleidingen industrieel en burgerlijk ingenieur) dan noemen? Dat zijn twee verschillende opleidingen, die dan uiteraard ook een verschillende titelatuur verdienen. Ik herinner me nog levendig de discussies waarbij de burgerlijk ingenieurs de titel “master OF SCIENCE in engineering” wilden omdat de industrieel ingenieurs de titel “master in engineering” gekregen hadden 🙂 Onderscheid is nodig, zonder daarom de ene als “minder” te kwalificeren. Hetgeen je zegt over bachelors die “een vak uitoefenen” is zeker ook mijn opinie, hoort in hetzelfde bedje clichés als “in het TSO leer je een vak”, met bijkomend het feit dat bachelor hoger onderwijs is. Dat zijn de hooggekwalificeerde operatoren en procesbeheerders die de industrie broodnodig heeft.

    Ivm hoog mikken: er is ook nog zoiets als ambitie hé, dat is ferm gezond 🙂 En met wat ik in de eerste paragraaf van deze comment voorstel, hoeft een verkeerde “te hoge” keuze geen probleem te zijn.

    Als de industrie een professioneel gerichte bachelor nodig heeft en dan later “engineer” op zijn visitekaartje zetten, en jij als antwoord daarop de (pas afgestudeerde) professionele bachelors de titel “engineer” wil geven, vind ik dat eerder verkeerd. Dat is gewoon weer een verschuiving. De volgende stap is gewoon dat de industrie in hun vacatures “engineer” zet en dan businesscards geeft met de titel “science manager” of iets dergelijks. Het is nu al zo erg dat er massaal veel mensen “manager” op hun kaartje staan hebben terwijl ze eigenlijk bitter weinig met management te maken hebben. Het komt er dan gewoon op neer nog beter klinkende titels uit te vinden, het blijft een schuifsysteem, een vicieuze cirkel waar we nooit uitkomen, cfr de terminologie industrieel vs burgerlijk. Waarmee ik zeker niet gezegd wil hebben dat afstemming met het buitenland niet nodig is: het kan ook niet dat onze industrieel ingenieurs in het buitenland verkeerdelijk voor graduaat aanzien worden, waarschijnlijk door de door jou aangehaalde titel die men daar aan professionele bachelors geeft. (om nog maar te zwijgen van het feit dat onze licentiaten met de oude vierjarige opleidingen hetzelfde niveau halen als buitenlandse opleidingen van vijf jaar, maar net omwille van dat jaar verschil onderschat en gediscrimineerd werden, en men als antwoord daarop de studieduur verlengd heeft naar vijf jaar)

    Ik deel zeker je kritiek op de politieke situatie: in dat opzicht heb ik mijn kritiek op de outputfinanciering die volgens mij vrijwel zeker een kwaliteitsdaling inhoudt, nooit gespaard.

  9. Hallo iedereen,

    Blijkbaar zijn we hier een eenrichtingsverkeer aan het voeren, en dit dan nog op een openlijke Edublog. Waar blijven de reacties van de lezers? Graag uw aanvullende visie aub.

    Hier nog een kort antwoord op vorige:
    – het is reeds lang mogelijk om na de 1e examenperiode te veranderen van richting. Dit kan tot 1 februari. Hogeschool Gent pakt zelfs uit met een soort ‘start van het academiejaar en inschrijvingen’. Maar weinigen veranderen van richting. Ten andere, met het flexibiliseringsdecreet blijven ze hangen. Zo hebben wij nu veel studenten die in het 2e programmajaar zitten en nog vele opleidingsonderdelen van het 1e jaar moeten volgen. En zelfs 3e jaars studenten die nog vakken van het 1e jaar moeten volgen. Je kan het al raden, ik vind dit geen goed systeem. Het voorstel van Peter om na de 1e examentijd te veranderen naar een studie van gepast niveau zou veel beter zijn.

    – Ik wil zeker niet beledigen tov de ingenieur. Integendeel, ik heb toch duidelijk laten verstaan dat beide (Bachelor en Master) er nodig zijn en dat beide aanvullend en belangrijk zijn. Volgens mij moet niet iedereen ingenieur worden … ook Bachelors verdienen hun (h)erkenning.

    – Het klopt, er zijn reeds studenten die voor de ‘gemakkelijkste’ weg kiezen, eerst Bachelor, dan Master. Daar ben ik natuurlijk geen voorstander van, net als Peter. Maar ik had het eerder over principes en visie.

    – En met ‘Bachelor of engineering’ wil ik niets pikken. Elk zijn waardering. Wat is de betekenis van een ‘engineer’? Een hoger technicus, en dat is een professioneel gerichte Bachelor toch ook! (hmm, in America is een engineer een treinbestuurder-mechanist. Eigenlijk dacht ik er oorspronkelijk aan om de technische Bachelors ook ingenieur te noemen. Net zoals in Nederland (daar bestond de naam Nederlands ingenieur toen er nog geen BaMa structur was). Maar dat zou pas iets afpikken zijn, dus met alle respect ben ik tevreden met de blijkbaar Europees erkende naam ‘engineer’.

    – De industrieel Ingenieurs hebben momenteel een evengroot probleem, in de nieuwe diplomatitels komt het woordje ingenieur niet meer voor. Zij (via de VIK – lees de 1e pagina van ingenieurs magazine december 2007) streven er naar om ‘Master of science in de toegepaste ingenieurswetenschappen’ of ‘MSc in de toegepaste ingenieurswetenschappen’ te noemen. De burgerlijk ingenieurs krijgen de diplomanaam ‘Master in de ingenieurswetenschappen’, wat dus geen probleem is en een internationale herkenbaarheid is. Waarom toch voorziet onze regering geen goede internationale erkenbaarheid voor ons Bachelors en Masters buiten de universiteit?
    Wij (Bachelor.be) schreven een brief naar de Minister van onderwijs en vorming over deze problematiek, en zijn antwoord was dat internationale erkenbaarheid enkel voor academische opleidingen kan. Schandalig! Alweer een kaakslag voor het hoger onderwijs buiten de universiteit. En dat is zelfs in tegenspraak met het advies van de VLOR. Zie http://www.bachelor.be/beroepstitel en http://www.bachelor.be/nieuwsbrieven.

    – Ik deel eveneens uw visie over de outputfinanciering

    Blijkbaar hebben we heel wat gemeenschappelijke visies, weliswaar bekijken we dit vanuit een andere invalshoek. U kan mij verder bereiken via rik.hostyn@scarlet.be, wie weet kunnen we eens samenzitten, steeds bereid.

    Nog een schitterend nieuw jaar 2008 toegewenst. Rik Hostyn.

  10. Ha, we komen eruit zie 🙂

    Ivm flexibilisering: ik ben daar een ferm groot voorstander van, zeker van de vrijheid voor studenten mbt combineren en zo. Ik heb dat systeem ook tot het uiterste mogen testen met mijn eigen creatieve combinaties en ben daar ferm tevreden van: ik heb uiteindelijk mijn ingenieursstudies in vijf jaar voltooid met in het laatste jaar zelfs een cumul over vier jaren. Natuurlijk is dit niet aan iedereen aan te raden, velen zouden echt beter na een semester overstappen ipv direct te denken aan AIJ’s en cumuls en zo, en daar ligt volgens mij nog een hele stapel werk voor de trajectbegeleiders en adviesorganen. Dat er weinigen na een semester veranderen is volgens mij ook deels te wijten aan het feit dat men die mogelijkheden niet genoeg kent en dat ze nog te weinig aangeraden worden.

    Verder alleen maar ja-geknik van deze kant 🙂

    Prettige feestdagen nog!

  11. Collega’s ingenieurs,
    Mag ik jullie bedanken voor deze mooie discussie. Prettig om volgen, discussie op’t hard van de snee en toch respect voor het standpunt van de tegenpartij.
    Ik ben blij dat de essentie van’t verhaal is, dat jullie het goed voorhebben.
    Ik ben meer dan 20 jaar docent en het is spijtig dat de kwaliteit van onze studenten ( tov hetgene dat we zouden wensen wat betreft hun kennis, inspanning, motivering enz… ) jaar na jaar achteruit gaat. Ik hoop dat het huidige proefproject ivm afschaffen van TSO en ASO succes kent.

    Rik, is mijn collega bij de bachelor.be, en zijn standpunten zijn mij genoeg bekend. Ook in het verhaal van Peter zitten interessante items en zitten mooie bedenkingen.

    Prettig eindejaar

    groeten

    marc

  12. Geachte,

    In 2008 haalden leerlingen uit onze richtingen IW en EM diploma’s burgerlijk , industrieel ingenieur en andere hogere studies. Maar het is zo dat de inrichtende machten en zelfs de directies dit nog steeds niet willen erkennen.

    Smets Marc
    Leraar wiskunde – wetenschappen

  13. hallo
    ik volg nu 2IW omdat ik nog geen keuze kan maken of ik nu liever PDM zou volgen of toch EM of dan toch liever iets in de bouw sector(bouw-houtkunde?PA) .Zo kan ik mijn keuze uitstellen en toch de TV vakken volgen want die zijn niet makkelijker dan de AV.Wat je nog kan volgen na IW of EM of andere richtingen zal ook wel afhangen van hoeveel % je had en wat je ervoor moet doen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

 

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.