Katholiek of kwaliteit?
Vorige week schreven we nog over de uitspraken van Mieke Van Hecke, topvrouw van het katholieke onderwijsnet in Vlaanderen, waarin ze stelt dat het maar normaal is dat katholieke scholen hun laatstejaars geen info geven over de vrijzinnige VUB. We gaven ook enkele citaten uit de reactie van zes hoogleraren aan de VUB.
De knuppel is blijkbaar bijzonder raak in het hoenderhok terechtgekomen, want nu reageert ook Paul De Knop, voorzitter van de Raad van het GO! onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap, met een opiniestuk. Hierin stelt hij dat nu de minister de financiering van de verschillende netten gelijktrekt, ze ook gelijke plichten moeten hebben.
Daarenboven gaat veel van het privé-onderwijs uit van een geloofsovertuiging. Door de scholen gelijk te schakelen in financiering, krijgen deze ‘geloofsscholen’ twee ‘heren’ om te dienen: de overheid en de privé-instantie die hen aanstuurt. Wie is dan de beslisser? Wat dit laatste betreft, is het vorige week overduidelijk geworden dat niet de overheid, maar de privé-onderwijsverstrekker de beslissingen blijft nemen.
De minister van zijn kant noemt het standpunt van De Knop achterhaald en vindt dat men het afgesloten financieringsakkoord niet in vraag kan stellen door er achteraf nieuwe voorwaarden aan te koppelen. Paul De Knop zelf noemt zijn standpunt geen terugkeer naar het akkoord tussen de koepels en de minister, maar wel een aanzet voor een vervolg daarop. Ook Mieke Van Hecke krijgt een pak voor de broek van Vandenbroucke: haar uitspraken kunnen niet door de beugel. ‘In de katholieke scholen moeten alle studierichtingen aan bod komen’, aldus Vandenbroucke. Hij nuanceert wel dat ‘daarbij het belang van de levensbeschouwelijke invalshoek beklemtoond kan worden.’
Meer lezen?
- Katholiek of kwaliteit? het opiniestuk van Paul De Knop
- Clash tussen katholiek en officieel onderwijs
Daarenboven gaat veel van het privé-onderwijs uit van een geloofsovertuiging. Door de scholen gelijk te schakelen in financiering, krijgen deze ‘geloofsscholen’ twee ‘heren’ om te dienen: de overheid en de privé-instantie die hen aanstuurt. Wie is dan de beslisser? Wat dit laatste betreft, is het vorige week overduidelijk geworden dat niet de overheid, maar de privé-onderwijsverstrekker de beslissingen blijft nemen.