De toekomst van e-portfolio tools in vraag gesteld?
Officieel draaide de vierdaagse conferentie ePortfolio 2007 in Maastricht rond ‘Employability and lifelong learning in the knowledge society’, met keynotes uit het bedrijfsleven. Gaandeweg werden heel wat sessies en discussies echter beheerst door de wisselwerking, maar ook de spanning, tussen e-portfolio en social software.
In diverse instellingen wordt er vanuit e-portfolio’s gelinkt naar blogs en andere social software tools. Hier en daar vormen Web 2.0 tools zelf de kern van het e-portfolio systeem, met in extreme vorm voorbeelden waarbij studenten via MySpace onderwijsportfolio’s uitbouwen. Een terugkerende vraag tijdens de voorbije twee dagen was dan ook: ‘Gaat social software e-portfolio vervangen?’.
Persoonlijk heeft vooral de lezing van Darren Cambridge me aan het denken gezet. Hij gaat uit van twee soorten om jezelf in een portfolio te representeren, namelijk de zogenaamde ‘Network Self’ versus ‘Symphonic Self’. De ‘Network Self’ is wat de laatste tijd onder invloed van social software erg belangrijk is geworden: een flexibele manier om snel en gemakkelijk feiten te aggregeren, collecties en lijsten aan te leggen, om op die manier een overzicht te geven van waarmee we bezig zijn en waar we daarmee staan. We verzamelen en maken lijstjes van vrienden via Facebook en MySpace, werkgerelateerde contacten via LinkedIn, foto’s via Flickr, muziek via Last.fm, enzovoort. Aan de andere kant is er de ‘Symphonic Self’, die in de papieren portfolio’s van de jaren tachtig centraal stond, maar nu wat in de verdrukking in geraakt. Deze ‘Symphonic Self’ benadrukt het engagement, de synthese, het narratieve, maar is daardoor ook meer tijdrovend en vraagt extra inspanning. De ‘Symphonic Self’ gaat ervanuit dat het geheel meer is dan de som van de delen, en verduidelijkt de relaties tussen de verschillende aspecten. Darren Cambridge ijvert, en terecht in mijn opinie, voor een balans tussen beide vormen van onszelf in een portfolio.
Daarnaast is het ook de vraag of het wenselijk is dat social software de huidige portfolio-tools geheel zouden vervangen. Moeten we ook geen verschil maken tussen onze ‘Social Self’ (ikzelf zoals ik me reproduceer in tools zoals Facebook en mijn persoonlijke blog) versus onze ‘Serious Self’ (ikzelf in mijn werkomgeving, of een student in een leeromgeving). Hebben we slechts één digitale identititeit, of passen we ons digitaal profiel aan naargelang de situatie en tool. Kan men van studenten vragen om hun eigen webstek op tools zoals MySpace en Facebook te gebruiken in een onderwijscontext? Persoonlijk denk ik dat al deze tools diverse doelen dienen, en dat we constant keuzes maken in wat we waar delen. Ik heb er bijvoorbeeld bewust voor gekozen om deze bemerkingen op edublogs te posten, en niet op mijn persoonlijke blog, waar ik meer persoonlijke aspecten rond de voorbije twee dagen op plaats. De ‘My’ in ‘MySpace’ duidt ook aan dat het hier om iets geheels persoonlijks gaat, waar men zelf bepaalt welke aspecten van het zelf men met wie deelt. Zulke tools volledig naar de onderwijssfeer halen zou afbreuk doen aan de ongedwongenheid waarmee men ermee omgaat. Wat niet wil zeggen dat er geen wisselwerking tussen portfolio-tools en social software kan zijn, en dat portfolio-tools geen gebruik zouden kunnen maken van de meer sociale en interactieve aspecten van social software.
Dat sociale aspect van web 2.0, maar ook van onderwijs in het algemeen, kwam ook enkele keren terug in de discussies rond e-portfolio. Peer tutoring, netwerken, communities of practice, het zijn allemaal begrippen die onderwijskundigen graag in de mond nemen, en waar we ongetwijfeld allemaal voor openstaan. Of toch niet? Deze ochtend duurden de keynote-speeches korter dan verwacht, waarop de chairman voorstelde om de vrijgekomen tijd te benutten om niet enkel vragen te stellen aan de sprekers, maar ook aan elkaar, om ervaringen uit te wisselen, om een discussie te openen rond de facetten van e-portfolio die de voorbije dagen aan bod waren gekomen. Waarop prompt 1/3 van de aanwezigen de zaal verlaatte. ‘Teach as you preach’, zegt men dan!