Vlaams onderwijs in Brussel: Het Verhaal van Frans De Wael

Ik had hem in geen eeuwigheid gezien. Frans had met mij op “’t college” gezeten in Brussel. Hij woonde al sinds sinds zijn 3e in Sint-Stevens-Woluwe. Nen Brusseleir. Zowat de enige van onze klas. Want toen kwamen we nog allemaal vanuit Vlaams-Brabant naar Brussel. Omdat de scholen van bij ons toch het Jezuietenniveau niet konden halen.

Maar Frans was ook wel Vlaming. Niet direct flamingant, maar toch wel trots om Vlaming te zijn in Brussel. Zoals zijn naam, lachte hij toen altijd: niet Vlaams, maar toch wel Vlaams. En hij hield van Brussel. Toch ook zijn stad.

Ik zag hem op de vlieger terug naar Zaventem. Hij kwam terug naar Brussel, ik naar Grimbergen. En hij vertelde mij zijn verhaal. Hij was ingenieur geworden. En nu aan de slag op de hoofdzetel van Umicore in de Broekstraat. En hij ging verhuizen. Naar Gent. Niet dat hij Brussel beu was, maar om de simpele reden dat zijn 14 zoon was geworden. Hij had gehoopt dat het wel zou meevallen, zo in een klas met 19 franstaligen. Maar dat was tegengevallen. Toen Peter op een avond vroeg om hem bij te werken met wiskunde had hij zich een hoedje geschrokken: ze zaten nog niet in de helft van waar ze hadden moeten zitten. “Het gaat niet pa, met al die franstaligen. De helft kan nog geen deftige zin Nederlands aan elkaar breien. Laat staan dat ze iets van wiskunde snappen. De leraars doen hun best, maar zijn zijn meer bezig met Nederlands dan met wiskunde geven.” En dat was dan dat. Huisje gekocht in Gent en nu staat er een woning in Brussel te koop.

Frans begreep het eigenlijk niet. Vlaanderen pompt miljoenen in het Nederlandstalig onderwijs in Brussel. En al wat de Vlamingen krijgen is minderwaardige kwaliteit. “Hebben de Vlamingen in Brussel dan geen recht op degelijk onderwijs?”, zo vroeg hij me. Ik ben geen minister, maar ik probeerde nog even dat ze toch ook Franstaligen moeten toelaten, want dat die scholen anders helemaal hun deuren kunnen toedoen.

(bron)

Bovenstaand stukje is een illustratie van de problemen waarmee het Vlaamse onderwijs in Brussel te maken heeft, wat onlangs ook pijnlijk geïllustreerd werd met de sluiting van het Heilig-Hartcollege in Ganshoren.

Waar moet het nu naartoe met het Nederlandstalig onderwijs in Brussel? Kan een uitbreiding van de leerplicht naar de derde kleuterklas (in dezelfde taalgemeenschap) soelaas brengen? Moet men verder gaan en zoals Anissa Temsamani voorstelt de leerplicht verlagen tot de tweede kleuterklas en de ouders verplichten Nederlands te leren? Heeft het Nederlandstalig onderwijs überhaupt nog toekomst in Brussel?

Update: net vandaag verschijnt ook het nieuws dat het Nederlandstalig onderwijs verder verfranst.

Auteur: Peter Dedecker

Burgerlijk Ingenieur in de Computerwetenschappen (UGent 2006), werkte als assistent aan de Hogeschool Gent, vakgroep informatica, gecombineerd met een functie als doctoraatsstudent bij de vakgroep Intec aan de UGent. Leve associatie-onderzoeksgroepen zowaar! Werd in 2010 verkozen tot volksvertegenwoordiger voor N-VA in de federale Kamer en neemt daar de dossiers rond Telecom en ICT voor zijn rekening. Was tijdens de studentenjaren actief in de studentenvereniging VTK en werd gepassioneerd door studentenvertegenwoordiging, wat in het laatste jaar uitmondde in het ondervoorzitterschap van de Gentse StudentenRaad en het jarenlang meedraaien in de talrijke commissies van de faculteit, universiteit en Vlaamse Vereniging voor Studenten. Heeft een passie voor Vrije Software, betrekt deze graag in het onderwijs en volgde ook de lerarenopleiding (informatica). Heeft een eigen weglog: peterdedecker.eu.

2 gedachten over “Vlaams onderwijs in Brussel: Het Verhaal van Frans De Wael”

  1. Repressieve aanpak is geen oplossing voor het Brussels Nederlandstalig onderwijs
    Nadat de Vlaamse minister van Onderwijs, Frank Vandenbroucke, in februari 2007 paniek zaaide met zijn oproep voor een noodplan voor het Nederlandstalig onderwijs in Brussel werd eind mei een rondetafelconferentie georganiseerd voor het Nederlandstalig onderwijs. Onder leiding van het kabinet van de minister en van het kabinet van het collegelid bevoegd voor onderwijs in de Vlaamse Gemeenschapscommissie kwamen, de zorgvuldig geselecteerde, leden van de conferentie enkele keren bijeen.
    Het feit dat de deelnemers zorgvuldig geselecteerd werden, op basis van… (ja, wij weten het alvast niet ?) zette kwaad bloed bij o.m. het Minderhedenforum : geen enkele allochtonenorganisatie kwam aan het woord, terwijl een groot deel van de (anderstalige) leerlingen in het Brussels Nederlandstalig onderwijs net uit kinderen van allochtone afkomst bestaat. Ook het buitengewoon basisonderwijs was er niet, terwijl ook daar het aantal kinderen van niet-Nederlandstalige afkomst gestadig groeit.
    Maar, de minister en het collegelid wilden de rondetafel klein houden : het moest in de eerste plaats een beperkt onderonsje van experts zijn. Geen treffen van verschillenden meningen !
    Een efficiënte manier van werken : begin juli waren de resultaten er al. Een bloemlezing uit de achtenzestig concrete aanbevelingen : een hoger salaris voor Brusselse leerkrachten, voortzetting van de experimenten voor het Brussels curriculum, verruimen van het aanbod van Nederlandstalige buitenschoolse activiteiten, een fusie van de netoverschrijdende onderwijsondersteuners, een engagementsverklaring voor anderstalige ouders, etc…
    Een mooi pakket aan maatregelen, en een mooi staaltje van interesse van de overheid in het Nederlandstalig onderwijs te Brussel. Er was een opbod in de Vlaamse regering : naast de minister van onderwijs, wil ook de minister van Brusselse Aangelegenheden een duit in het zakje doen !
    Socialisme in alle Talen – Socialisme dans toutes les Langues is blij met die interesse en die inspanningen : kwalitatief hoogstaand onderwijs is een noodzaak en alle kinderen – ongeacht hun afkomst – verdienen dat. Daar moet in geïnvesteerd worden ! Die inspanningen mogen zich niet beperken tot de Vlaamse gemeenschap : niet alleen het Nederlandstalig onderwijs moet ondersteund worden in Brussel, ook het Franstalig onderwijs verdient dat.
    Socialisme in alle Talen – Socialisme dans toutes les Langues roept de Franse gemeenschap en de CoCoF eveneens op om gelijkaardige inspanningen te doen voor het Franstalig onderwijs in Brussel. Ook hier is kwalititeit nodig.
    Maar, Socialisme in alle Talen – Socialisme dans toutes les Langues is van mening dat ook een tweetalig onderwijs, aangepast aan de Brusselse situatie, een kans moet krijgen ! Wij roepen de politieke verantwoordelijken van beide gemeenschappen op om hier samen echt werk van te maken.
    De rondetafelconferentie over het Brussels Nederlandstalig onderwijs had als hoofddoelstelling oplossingen te zoeken voor voornamelijk de taalachterstand bij de vele allochtone leerlingen in dat onderwijs. Gek dat er dan ook geen enkele vertegenwoordiger van allochtone verenigingen aanwezig was. Die taalachterstand zorgt immers vaak voor een algemene leerachterstand en een negatief schoolparcours. De twee hoofdrolspelers van de conferentie (de Vlaamse minister en het collegelid van de VGC) vragen aan anderstalige ouders om zich nog meer in te zetten dan vandaag en hun kinderen aan te moedigen om ook buiten de schoolmuren Nederlands te praten. Dat willen de twee excellenties vertalen in een ‘engagementsverklaring’. Vandenbroucke gaat nog verder : hij onderzoekt hoe hij administratieve boetes kan koppelen aan het niet naleven van die engagementsverklaring.
    Dat laatste is absurd en verwerpelijk voor socialisten !
    Immers, dergelijke onpopulaire, repressieve maatregel zal nooit werken : nergens is bewezen dat meer repressie kwaliteit opwekt. Anderstaligen – aan wie het Nederlandstalig onderwijs zijn succes van vandaag voor het grootste deel te danken heeft – zullen het Nederlandstalig onderwijs de rug toekeren. Tegelijk is het een aanwakkeren van het communautaire vuur : net nu in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest een samenlevingsmodel bestaat waar men van overal ter wereld naar komt kijken. Aanwakkeren van communautaire problemen zijn alles behalve sociaal en zeker niet socialistisch : het is het argument bij uitstek om de aandacht van de echte maatschappelijke problemen weg te krijgen. Communautaire tweedracht zaaien is een bewijs van onmacht en onkunde. Het invoeren van dergelijke repressieve maatregel is tegelijk ook leerlingen op basis van hun afkomst uitsluiten : als de ouders niet meewillen (zich engageren) krijgen de kinderen de kans niet om van kwalitatief, Nederlandstalig onderwijs te genieten… Een beter staaltje van inperken van gelijke kansen hebben wij nog niet gezien. Wanneer zullen kansarmen en werklozen uit het onderwijs uitgesloten worden ? Studies hebben toch al uitgewezen dat armoede vaak iets is dat van generatie op generatie worden doorgegeven. Samen met de problemen die er bij horen…
    Socialisme in alle Talen – Socialisme dans toutes les Langues is geschokt door dergelijke repressieve voorstellen die inspelen op de huidige maatschappelijke en economische neodarwinistische tendens, gebaseerd op competitiviteit en het recht van de sterkste. Wanneer je de schoolbevolking van het Brussels Nederlandstalig onderwijs bekijkt, dan stel je vast dat net een zéér groot deel van die anderstalige leerlingen uit gezinnen komt met precaire inkomens, die in precaire woonomstandigheden leven en met talrijke levensproblemen geconfronteerd worden. Die economische onzekerheid, en de ermee gepaard gaande andere problemen, treft vandaag niet alleen allochtone groepen, maar ook steeds meer autochtone gezinnen – ja, zelfs de middenklasse – wordt hierdoor geïnecteerd. Net die laatsten laten zich jammer genoeg vaak leiden door dat discours van ‘kwaliteit door repressie of uitsluiting’.
    Socialisme in alle Talen – Socialisme dans toutes les Langues is van mening dat er heel wat adviezen van de rondetafelconferentie een kans moeten krijgen. Een dergelijk initiatief is toe te juichen.
    Socialisme in alle Talen – Socialisme dans toutes les Langues is van mening dat zowel het Nederlandstalig, als het Franstalig onderwijs in Brussel ondersteuning verdient en kwaliteit moet bieden.
    Socialisme in alle Talen – Socialisme dans toutes les Langues is van mening dat beide gemeenschappen moeten samen zitten om ook tweetalig onderwijs, aangepast aan de Brusselse situatie, een kans te geven.
    Socialisme in alle Talen – Socialisme dans toutes les Langues verwerpt iedere vorm van repressie naar (anderstalige) ouders toe dat een uitsluitingsmechanisme voor het (Nederlandstalig) onderwijs kan vormen. De bestraffende, controlerende en betuttelende aanpak van precaire groepen is immer alles behalve kansencreërend en heeft nog nooit zijn efficiëntie en effectiviteit bewezen. Kinderen – ongeacht hun afkomst, dus ook ongeacht het engagement van hun ouders – verdienen alle kansen en hebben recht op kwaliteitsonderwijs.

  2. Ik ga volledig akkoord met de stelling van Socialisme in alle Talen. Ik ben zelf Nederlandstalig, en mijn echtgenoot is Franstalig. We zijn op zoek naar een goede school waar onze kinderen beide culturen kunnen oppikken op een constructieve manier. Het is zeer eigenaardig te moeten vaststellen dat Brussel officieel tweetalig is, zonder dat er hierbij echte tweetalige scholen bestaan. Ik denk dat officiële tweetalige scholen, die zowel door de franstalige als de nederlandstalige gemeenschap zouden worden gesubsidieerd, de beste oplossing is voor de schoolproblematiek in Brussel.
    En ik ga ook volledig akkoord met de stelling dat men geen repressieve maatregelen mag nemen naar anderstalige ouders die hun kinderen naar nederlandstalige scholen sturen. Dit is tegen de vrijheid van de mens, en anti-democratisch. Als anderstaligen hun kinderen naar nederlandstalige scholen sturen, is dan net met de bedoeling dat ze nederlands zouden leren. Hoe kan men ze dan gaan straffen hiervoor?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

 

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.