Cyberpesten!
Luts zoon is slachtoffer van cyberpesten: “Ze proberen mijn zoon op de wreedste manieren te kraken. Zijn klasgenoten hebben nu een website gecreëerd waarop ze hem oeverloos belachelijk maken. Iedereen wordt opgeroepen hem zo veel mogelijk te pesten.” Voor Lut is de maat vol. Haar zoon is het slachtoffer van cyberpesten, een nieuw fenomeen dat razendsnel om zich heen grijpt. (Het Nieuwsblad, 16 oktober 2005)
In de media en in gesprekken met leerkrachten duiken geregeld zulke verhalen op over jongeren die iemand anders het leven zuur maken via het internet en de gsm. Ze sturen beledigende e-mails, ze bewerken foto’s van de ander en plaatsen die op het internet, ze proberen de ander zwart te maken door roddels te verspreiden via het internet of de gsm enz. Maar hoe verspreid is dat cyberpesten nu werkelijk? Uit eerste grootschalige onderzoek in Vlaanderen blijkt dat zes op tien jongeren vinden dat pesten via internet of gsm een groot probleem is. Een op tien zegt zelf het slachtoffer te zijn geweest van pesten via internet of gsm, twee op tien beweren dader, en drie op tien beweren getuige te zijn geweest. Pesten via het internet en de gsm heet: ‘cyberpesten’, ‘onlinepesten’ of ‘digitaal pesten’.
Het onderzoek waarnaar ik hier verwijs werd uitgevoerd door de Universiteit Antwerpen in opdracht van het viWTA (Vlaams Instituut voor Wetenschappelijk en Technologisch Aspectonderzoek). In ‘ICT en onderwijsvernieuwing’ brengen Katrien Van Cleemput en Heidi Vandenbosch van de Universiteit Antwerpen verslag uit. Ze geven een beeld van de aard en de werkelijke omvang van cyberpesten in Vlaanderen.
De ervaring met cyberpesten hebben ze op twee verschillende manieren gemeten. Vooraleer ‘pesten via internet of gsm’ in de vragenlijst ter sprake te brengen, vroegen ze aan de jongeren of ze ervaring hebben met twaalf deviante internet- en gsm-praktijken. Dat ging dan om: opzettelijk een virus doorsturen, iemand beledigen via internet of gsm, in iemands computer inbreken en persoonlijke informatie stelen, … Eerst werd aan de jongeren gevraagd of anderen deze dingen al eens bij hen gedaan hadden, dan of ze deze dingen al eens bij een ander gedaan hadden en ten slotte of ze al eens gezien of gehoord hadden dat anderen die dingen bij iemand anders deden. Enz.
Even enkele cijfers :
- Wanneer we rechtstreeks aan de jongeren vragen of ze in aanraking gekomen zijn met pesten via het internet of de gsm, antwoordt 1 op tien dat hij of zij slachtoffer is geweest, en beweren (bijna) twee op tien dat ze dader en drie op tien dat ze getuige zijn geweest van cyberpesten.
- Als we kijken naar het aantal jongeren dat tijdens de afgelopen drie maanden in aanraking kwam met minstens een vorm van mogelijk kwetsende internet- of gsm-praktijken, dan krijgen we de volgende resultaten: 61,9 % van de jongeren was slachtoffer, 52,5 % was dader, en 76,3 % was omstander.
- De meest voorkomende vormen van mogelijk kwetsende internet- en gsm-activiteiten zijn: iemand beledigen of bedreigen via internet of gsm, iemand misleiden via internet of gsm, roddels verspreiden via internet of gsm en inbreken in iemands e-mailinbox of messenger en het wachtwoord veranderen. Met de vormen waarvoor meer kennis van het internet nodig is, zoals een stemming houden op een website en inbreken in de computer van een ander hebben veel minder jongeren ervaring.
- Ongeveer één tiende van de jongeren was betrokken bij systematisch cyberpesten; 3,3 % was alleen slachtoffer, 5,0 % was alleen dader en 2,6 % was zowel dader als slachtoffer.
Wat kan de school, wat kunnen leerkrachten daar nu aan doen?
Enkele voorbeelden:
- een duidelijk antipestbeleid en sensibilisering van leerlingen en leerkrachten is zondermeer essentieel;
- Verrassend misschien: bijna 9 op 10 jongeren vinden dat hun leraar informatica veel weet over het internet. Dit vertrouwen in de competenties van de leerkracht ICT kan als basis dienen om de jongeren behalve de technische kennis van computers en het internet, ook een veilig en ethisch verantwoord internetgedrag (o.a. cyberetiquette) bij te brengen.
- Om cyberpesten op deschool te voorkomen, is het ook nodig om de‘pakkans’ bij de daders te vergroten. Een laagdrempelig meldpunt voor (cyber)pesterijen op de school kan leerlingen ertoe aanzetten omsneller in te grijpen als ze gepest worden of als ze getuige zijn van pesten.