Kennis en Vaardigheden
Een ICT-collega uit Brugge start een e-mailactie en heel het onderwijs staat op zijn kop. Iedereen kan zijn zeg doen: de welles-nietesbeweringen worden lustig in het rond gestrooid. We zijn heel vaardig om uit de losse hand te beweren dat het onderwijs de mist ingaat of daarentegen de redding van het menselijke brein is… De kennismaatschappij staat aan de rand van de afgrond, als we deze collega moeten geloven. We hebben teveel vaardigheden met - ja waarmee???
Nu heeft zo’n discussie toch niet meteen met kennis van zaken te maken: op grond van eigen ‘bewijzen’ kom je niet tot een deftige discussie, maar tot gelijkhebberij. Je moet hier toch wel even je kennis bijspijkeren om tot degelijke conclusies te komen.
Echter… bestaat zo’n objectieve benadering bij de betrokkenen die we wel allemaal op de een of andere manier zijn: leerling, ouders, collega’s, ex-collega’s, ex-leerlingen, instanties…? Het komt erop neer dat iedereen wel zijn zegje heeft: onderwijs is een zaak van alle mensen, en niet alleen van de leerkrachten! Iedereen spreekt vanuit zijn eigen ervaringen, vooral die van vroeger… die goeie ouwe tijd, weetjewel!
ICT als hulpmiddel om kennis te verwerven
Laten we dus eerst onze kennis opbouwen van wat ‘kennis’ eigenlijk is, vooraleer we tot een discussie kunnen overgaan. Aangezien de Brugse collega ICT-coördinator is, stel ik me de vraag of het misschien ook de schuld is van ICT dat de kennis bij de jongeren achteruitboert? Ik heb altijd gedacht dat het gebruik van ICT de kennis bij de leerlingen vergroot…
Ik ben er nog altijd van overtuigd. ICT is een ideale hulp om bij voorbeeld woordenschat en spelling in te oefenen! Het is des te bedroevender dat precies een ICT-coördinator ervan uitgaat dat het gebruik van de computer ertoe zou leiden dat ICT nefast is voor de kennisopbouw bij onze leerlingen.
Ik beschreef een taalles in het tijdschrift COS ‘Computers op School’ en in mijn edublog waarin communicatie (vaardigheid) hand en hand gaat met kennis (inoefenen van woordenschat en spraakkunst met hotpotoefeningen). In plaats van het steriele inoefenen van woorden in lijstjes zoals dat vroeger het geval was, krijg je dank zij de computer de woorden in zinsverband, door elkaar, mondeling of schriftelijk ingeoefend, zelfs voorzien van tekeningen en geluid. Dit is toch een ongelooflijk handige manier om je kennis bij te spijkeren, je woordenschat actief in te oefenen?
Een citaat uit ICT en Moderne Talen: van theorie naar praktijk: (Uit te breiden tot alle talen, ook klassieke talen, want ook voor dit vak hebben leerkrachten digitale oefeningen).
«
Taal is communicatie, dus leerlingen zitten met zijn tweeën aan één scherm, en niet alleen; de gebruikte taal is uiteraard het Engels. Ik maakte een hele reeks HotPotatoesoefeningen die ze per twee mondeling/schriftelijk maken. Voor woordenschatoefeningen zijn invuloefeningen heel dankbaar: laat ze de oefeningen samen maken, met een beurtsysteem, zodat er ook voor hen afwisseling in zit. Voor zinstructuuroefeningen, maar ook voor bij voorbeeld het inoefenen van de hoofdtijden, zijn de flashcard-oefeningen heel geschikt. Ook hier kunnen de leerlingen om beurten de zinnen lezen en de oplossingen geven. Leuk vinden ze ook om eens ‘tegen elkaar te spelen’, en ze vinden het nog plezanter als ze ervaren dat ze er echt op vooruit gaan.
- Maak ook duidelijke afspraken: je kunt er ook een test van maken. Als leerlingen goed geoefend hebben, kunnen ze je ‘vragen’ om eens een score te geven. Dan hebben ze de leerstof op hun eigen tempo verwerkt - als dit geen gedifferentieerd onderwijs is! En ja, de cijfers zullen hoog liggen - het kan toch niet de bedoeling zijn dat de leerlingen falen? En zorg voor extra-oefeningen. Vergeet ook niet dat leerlingen die het al goed kunnen, graag de anderen zullen helpen. Op die manier creëer je een echte ‘leersfeer’. Leren aan elkaar – er bestaan moeilijker woorden voor!
- Tja, wat doet de andere groep ondertussen? Terwijl de eerste groep leerlingen ‘driloefeningen’ maken - maar nu met veel meer afwisseling dan in het vroegere taallabo - toegespitst op een deelaspect van de leerstof, kun je met de tweede groep communicatief te werk gaan: wat je in de vorige les hebt laten inoefenen, komt nu bij voorbeeld in een gesprek van pas. Daarbij kun je je aandacht toespitsen op precies dat deel van de leerstof wat ze onder de knie zouden moeten hebben.
Dit communicatieve deel is de kroon op het werk: allerlei opdrachten komen aan bod, steeds per twee, met de leerkracht als ‘medespeler’, die niet als een hakbijl elke fout afstraft, maar positief luistert naar wat de leerling goed doet. Beter is het op het einde een uitnodigende opdracht te geven dan het als ’straf’ op te leggen. Het is een minderheid van leerlingen die van kwade wil zijn, en niet echt willen bijleren - wat men ook zegt over de zogenaamde aversie voor ’strevers’.
»
Ik vraag me af op welk vlak in de bovenstaande beschrijving kennis niet aan bod zou komen. Integendeel, kennis is geïntegreerd in de echte functie van taal: communicatie.
Dit is een oproep om ICT nog méér en beter te integreren in het lesgebeuren. De mogelijkheden van het gebruik van de computer in de lessen worden nog te weinig gebruikt. Laten we de discussie ook niet verengen tot de ‘schoolse’ kennis in de ‘oude’ betekenis van vijftig jaar geleden. We leven in de maatschappij van nu, met andere (betere? slechtere?) verwachtingen naar de school toe. De vraag of kennis achteruitgaat is te complex om in een half uur te beantwoorden, ook niet in een TV-reportage.
Ik zag de Koppen-benadering (dinsdag 13 december 2006) van het ‘gesprek van de maand’: een test van een ex-leerkracht Nederlands die nu eens een dt-test zou geven van vroeger, zie, waar je tachtig procent moest op halen. Het gemiddelde anno 2006 was 20/30 - bijna onderscheiding… Met de ontnuchterende constatering van de leerkracht: ja, maar die tien fouten zijn er teveel aan! Een leerlinge had de moed om te zeggen: ‘Ja, maar we oefenen er nog altijd op.’ Men vertrok ook blijkbaar van het standpunt alsof volwassenen (ook leerkrachten) geen dt-fouten maken! Hier hebben we ook te maken met de overstress op spelling als onderdeel van taal. Ik kan de dt-fouten in e-mails niet meer bijhouden, en die komen heus niet van tieners… De collega’s die aan het woord kwamen, waren het hoorbare bewijs hoe weinig aandacht er vandaag uitgaat naar correct taalgebruik en uitspraak - dikwijls ook streekgebonden, want we willen nu echt wel ‘Vlaams’ spreken… maar dat is een andere discussie…
Als dit de bewijsvoering moest worden om aan te tonen dat kennis achteruitgaat, dan vertrekt men al van een verkeerd gegeven. Immers, hier wordt net een vaardigheid getest: hoe en wanneer pas ik die regel (kennis) toe om te weten te komen of een werkwoord met d of t of dt geschreven wordt (vaardigheid). In zo’n test zijn net kennis en vaardigheid gecombineerd! Ook hier raad ik de Koppenmakers aan hun huiswerk beter voor te bereiden, eens een didactisch naslagwerk te raadplegen; daarna kunnen ze ook eens een hotpotoefening op de werkwoordsvormen maken, en zien hoe goed zij wel zijn.
En geen enkel kritische bedenking (= vaardigheid) bij deze reportage. Nee, de typisch democratisch interviewmethode: de stem van het volk! Laat zeker geen deskundigen aan het woord - want die weten te veel. Zij putten teveel uit hun kennis! Het medium televisie verwijt het onderwijs dat zij de leerlingen dom willen houden…
Niveau, dames en heren van Koppen! Eerst je eigen kennis bijspijkeren vooraleer je het onderwijs lessen wil leren!
Leerkrachten staan voor enorme uitdagingen
Is het dan allemaal rozengeur en maneschijn in het onderwijs? Zeker niet. Ik beperk me tot de verwachtingen die de maatschappij het onderwijs ‘oplegt’ op het vlak van informatica en communicatie - ICT dus.
In de hele discussie over kennis en vaardigheden vergeet men te vaak dat oudere leerkrachten steeds opnieuw een plaats moeten weten te vinden in het hele onderwijsproces. Het is begrijpelijk dat er wordt teruggegrepen naar zekerheden om ergens houvast te vinden in deze zo veranderlijke maatschappij met de noodzaak tot vernieuwing. Och, waren er maar de vaste regels en vaststaande feiten (van vroeger). Toen wisten we nog welke regels en begrippen we moesten aanleren.
Nu surfen de leerlingen op het internet om antwoorden te vinden op vragen van de leerkrachten. I.p.v. regeltjes te leren hoe je een woord spelt, surfen ze naar http://woordenlijst.org en ze zien meteen de juiste spelling. (Ik pleit schuldig: doe ik ook telkens als ik twijfel - wat een comfort, wat een zalige vaardigheid!)
In het speciale ICT themanummer (december) van VONK (het tijdschrift van de Vereniging voor het Onderwijs in het Nederlands) benader ik het gebruik van het internet in het onderwijs.
Ik citeer hier mijn samenvatting over het Selecteren van bronnen:
«
Uitgaande van verkeerde veronderstellingen kan een leerkracht een minderwaardigheidscomplex cultiveren en ervan uitgaan dat zijn leerlingen een gave hebben om de internetwereld te verkennen waar hij geen of minder affiniteit mee heeft vanuit zijn eigen opleiding.
Veronderstellen dat het internetgebruik automatisch het leren bevordert, blijkt uit onderzoek niet zo vanzelfsprekend te zijn: kinderen kunnen wel het technische aspect oppervlakkig onder de knie hebben, inhoudelijk hebben zij zeker hulp nodig om uit het grote aanbod van ‘kaf’ het ‘koren’ te onderscheiden. Het leren via het internet is bovendien ook niet zo vanzelfsprekend, want het beklijvende leren is meer dan het zoeken naar prentjes en het kopiëren en plakken van teksten. Daar is jammer genoeg nog te weinig onderzoek naar gedaan.
Toch is een didactisch streven een noodzaak in het huidige informatieaanbod. Daarbij is de leerkracht een goede richtingaanwijzer op voorwaarde dat hij zelf de nodige ervaring opdoet om vanuit deze zoektocht op een adequate manier het web te verkennen. Daarbij kan hij ondersteuning krijgen en zich laten leiden door een aantal concrete aandachtspunten om het web te doorgronden; aangezien ook andere instanties en collega’s al een weg hebben afgelegd, kan hij een beroep doen op de expertise van deze ervaringen.
Door zelf op een gedegen manier samen te zoeken met zijn leerlingen naar concrete peilpunten en die te toetsen op resultaten van collega’s kan hij een expertise opbouwen om de generatie van jonge gebruikers adequaat te begeleiden op hun zoektocht op het internet. Daarbij zijn voorbeelden van ‘good practice’ haalbare stappen naar kennisuitbreiding bij de leerlingen via het internet.
»
Het aanbrengen van kennis is dus in die mate gewijzigd dat je de methodiek van het onderwijzen in vraag moet stellen. Je kunt nu eenmaal de didactiek van de jaren vijftig niet toepassen op het hedendaagse verwachtingspatroon van de jongeren en die van de maatschappij. Teruggaan naar het internaat van vroeger kan een leuk TV-programma opleveren (alhoewel, het origineel is een stuk beter dan het afkooksel dat we voorgeschoteld krijgen op onze Vlaamse zender), maar het zomaar opnieuw als hoogtepunt van goed onderwijs aanprijzen, is een foute redenering.
Ik hoop dat de critici met hun kennisdebat niet willen aantonen dat het vroeger allemaal zoveel beter was - vermoedelijk stond dat traditionele onderwijs toen als model in het pedagogisch denkmodel van toen. Ofwel gaat men zover om het democratiseringsproces als een slechte zaak te bestempelen, ons opgedrongen door de generatie van de jaren zestig…
Vragen zonder antwoorden?
Dit brengt ons terug bij het begin van de discussie: wat wordt bedoeld met ‘kennis’?
Gaat het over de kennis van vroeger? Is de kennis van wat jongeren nu ook buiten de school verwerven volgens die norm waardeloos?
Als er dan al vaardigheden ‘aangeleerd’ worden, bekijkt men die dan als ‘minderwaardig’?
Wat zijn de concrete kennistekorten en hoe ga je die concreet als leerkracht aanpakken?
In hoeverre heeft onze collega die de kat de bel aanbond zelf stappen gezet om het kennistekort aan te vullen, of zijn het de anderen die de schuld dragen?
Is het net geen teken van uitgeblust gevoel dat iemand het allemaal zo slecht vindt?
Kan een leerkracht die zo gefrustreerd is in en door zijn beroep nog functioneren en zijn leerlingen ‘begeesteren’ om te leren?
Kon hij als ICT-coördinator zijn collega’s niet motiveren door zelf voorbeelden aan te reiken van ‘hoe het moet’?
Heeft hij door zijn actie zijn doel bereikt, of zijn er concrete stappen gezet om zijn doel te bereiken?
Bezinnen we ons in het onderwijs enkel als een onderwerp hot is? Of zijn we bewust bezig met ons beroep dat toch altijd een roeping is?
Vinden we dat wezelf een goed evenwicht leggen tussen kennis en vaardigheden?
Vinden we de tekorten vooral bij de collega’s die te weinig eisen stellen, en zijn wij de redders van kennis in deze tijd van onzekerheden?
Zoeken we geen zekerheid in het quoteren van kennis om zo de moeilijk te evalueren vaardigheden te ontlopen?
Nee, dit is geen onderwerp om in één e-mail, lezers- of nieuwsbrief af te handelen, zeker ook niet aan de hand van dooddoeners (‘Leren leren: schrap de tweede keer ‘leren’, dixit Hullebus).
Dit is een totaaloefening in zelfevaluatie over onze ‘core business’: leerlingen ‘klaarstomen’ om in de maatschappij van morgen zichzelf te kunnen laten ontplooien, hen het bewustzijn meegeven dat het einddiploma een start is voor levenslang leren.
Dirk Rommens, 14 december 2006
Om de achtergrond van mijn denkpistes nog beter te begrijpen, verwijs ik naar mijn tekst ‘ICT breekt niet echt door in het SO‘ (Ook verschenen in COS) op de blog van Klascement