Digitale didactiek en praktijkervaringen: Sociale software.

Sociale software. Een presentatie van Hans Coppens, japanoloog aan de K.U.Leuven.

Hans Coppens

Centrale bedenking/vraag voor deze presentatie:
Alle (of bijna alle) scholen hebben een elektronische leeromgeving. Moeten sociale software zoals weblogs en wiki’s geïntegreerd worden binnen de elektronische leeromgeving of gebruik je beter andere (externe) applicaties.

Het eerste waar Hans bij stil staat is de vraag: “Wat is sociale software?”.
De basisfunctie van soiale software is het ondersteunen en integreren van een breed gamma diensten, deze zijn simpel en open (gebruik en architectuur), maken zelf-organisatie mogelijk, kunnen zowel online als offline gebruikt worden (Hans verwijst hierbij naar de manier waarop internet ingezet werd tijdens de campagne van voormalig VS presidentskandidaat Howard Dean) en worden doelbewust ontwikkeld.

Enkele voorbeelden van sociale software: Amarok, Last.fm, 43 Things, TagWorld (vergelijkbaar met MySpace), Drupal (content management systeem), Writely (web word processor), voo2do, del.icio.us, CiteULike, CivicSpace en elgg.net (e-portfolio).

Toepassingen (de meeste zaken die getoond werden kwamen uit de japanologie): onderzoeksblogs (gespecialiseerd, participatie van studenten), courseblogs (voor vakken om het materiaal samen te zetten, encyclopedie functie), wiki’s (woordenboeken, papers, grammatica), Japanese Studies Lab (communicatie hub naar alumni’s, studenten en medewerkes met forums, blogs, on-line krant).

Wat werkt er van deze tools?

  • Onderzoeksblogs werken zowel voor de reseacher als voor de student,
  • Wiki is de meest ideale tool om samen aan cursussen te werken,
  • Alle dingen die de studenten zelf organiseren (forum, wiki) en gedeelde interesses.
    Voorbeeld: een blogplatforum tussen Japanse en Belgische studenten werkte niet. Het probleem was dat de studenten niet in elkaar geïnteresseerd waren. Het was beter geweest om eerst te zoeken naar studenten met dezelfde interesse, eventueel op een ander platform (MySpace, fora…), en daarmee verder te werken.

Antwoord op de centrale bedenking/vraag:
Zelf sociale software installeren is niet noodzakelijk. Blogsoftware moet je niet in je ELO integreren, je kan net zo goed met een bestaande service op het net werken. Laat studenten m.a.w echte dingen gebruiken zoals ze online bestaan.

Bedenkingen/opmerkingen na de sessie:

Bovenstaand verhaal is mijn neerslag (dus niet mijn mening) van de presentatie.

Ik ben eerder voorstander van de integratie van sociale software in een ELO, met die nuancering dat het wel afhankelijk is van het type applicatie. Zo ben ik bijvoorbeeld wel voor de integratie van een WIKI in een ELO omdat je dan het voordeel hebt van centralisatie, installatie, het beheer, support etc. Social bookmarking tools (zoals del.icio.us), video netwerken (zoals You Tube) of foto netwerken (zoals Flickr) zou ik niet integreren omdat je dan het community-aspect zou verliezen.

Hans heeft al veel ervaring (net zoals Sara Roegiers) in het gebruik van social software in het onderwijs. Hij en Sara hebben beloofd daar weldra iets meer praktische info en ervaringen over te bloggen op Edublogs.be. Belofte maakt schuld!

Update 21/09: de presentatie kan u hier downloaden.

[tags]e-leren, Elise, social software[/tags]

Auteur: Smetty

Admin, coördinator en verantwoordelijke uitgever van deze weblog. Onderzoeker (PhD) en lerarenopleider aan de Hogeschool Gent. Volg Smetty op Twitter (als drsmetty) of als teammember van de Tech45 podcast.

3 gedachten over “Digitale didactiek en praktijkervaringen: Sociale software.”

  1. Een heel moeilijke discussie vind ik dit.
    Voordeel van externe toepassingen is dat ze bereikbaar zijn en blijven, ook na je formele studieperiode. Voordeel van social software binnen een ELO is dat weer dat alles op 1 plek geintegreerd is.

    Binnenkort zullen we binnen de Elise-cursus zelf een vergelijking kunnen maken. Tot nu toe werkten we met externe tools, terwijl we vanaf volgend voorjaar zullen proberen om geintegreerd binnen de ELO te werken.
    Verder onderzoek is hier zeker welkom…

  2. om op de wiki-discussie (publiek of gesloten?) in te pikken, die trouwens op het einde van de (boeiende!) sessie zelf al gestart was:
    Wij gebruiken de twee, voor verschillende doeleinden.

    – In een cursus rond webdesign en publiceren op het Web kiezen we voor externe, open toepassingen wanneer we de studenten vragen om ‘aan den lijve’ te ondervinden hoe een wiki werkt. Ze voegen dan bijvoorbeeld een aanpassing of een heel artikel toe aan wikipedia, en rapporteren daarna over de evolutie die hun bijdrage doormaakt. Op dat moment gaat het niet zozeer om de inhoud, maar over het aanleren van vaardigheden en inzicht in wat sociale software allemaal kan betekenen: dat je je moet verdedigen tegen aantijgingen van plagiaat, bvb.

    – In een internationale cursus over film en literatuur (heb ik voorgesteld op de studiedag), gebruiken we een wiki op onze servers die alleen toegankelijk is voor de studenten en docenten.
    De studenten gebruiken de wiki om vanop afstand samen aan een paper te werken: brainstormen, materiaal verzamelen, schrijven, herwerken, sturing door de docenten: het komt er allemaal samen. Het eindresultaat zijn verschillende hypertekstuele “papers”, of hoe je die digitale artefacten ook zou willen noemen.
    We verlangen van de studenten dat ze ook met beeld werken, en dan blijf je liefst binnen een educatieve omgeving om copyrightproblemen te vermijden.
    Op het einde van het semester, is die wiki “af”: we archiveren hem als een soort cursusgeheugen en inspiratiebron voor de volgende lichting studenten.
    Hier gebruiken we wiki dus als middel om groepswerken te maken binnen een afgebakende leergemeenschap.

  3. Zeer interessante hands-on workshop. Dank daarvoor Hans. De start- en eindvraag luidde in welke mate we deze vormen van ‘social software’ al dan niet gaan integreren in de aanwezige leeromgeving (Blackboard, Dokeos). (zie ook opmerking Smetty). Na het aanschouwen van alle jullie prachtige voorbeelden (onderzoeksblogs, wiki-cursussen, social bookmarking, …) vroeg ik me zelf af of jullie überhaupt nog een standaard ELO nodig hebben ?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

 

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.