The LMS is dead - long live the LMS

Waar zal ik beginnen? Zo af en toe slaagt er iemand in de gedachten waarmee je al maanden rondloopt perfect te verwoorden… In het rapport “LMS Governance” bespreken de auteurs beleidsmatige aspecten rond digitale leeromgevingen, aanbevelingen voor organisaties mbt e-learning en leeromgevingen, en veelgemaakte fouten (en hoe deze te vermijden). Ontnuchterend rapport, duidelijk geschreven door mensen met beide voeten op de grond.
Veel van mijn stokpaardjes zijn verwerkt in de tekst, onder andere de evolutie van leerinhouden naar interactie en communicatie, de nood aan open omgevingen die informele leertrajecten (kunnen) ondersteunen, de overinvestering in leeromgevingen zonder duidelijke visie vanuit het beleid, web2.0 en elearning2.0 (hype-alert!)…
Enkele opvallende zaken:
- De leeromgeving (LMS) wordt door vele instellingen gezien als het brandpunt voor onderwijsinnovatie, terwijl dit geheel onterecht is. Met een LMS kan je even oubollig en docentgecentreerd lesgeven als met krijt en bord. Onderwijsinnovatie en eLeren hebben niets met elkaar te maken. De link die vaak verwacht wordt tussen beiden, resulteert in teleurstellingen voor alle betrokken partijen.
- Onderzoek rond onderwijsvernieuwing of e-learning slaagt er zelden in om beleidsmakers te beïnvloeden. Een quote die blijft hangen : “Using the language of the past, managers may try to provide a vision of the future. But it is an old future - a memory of what the future could be”. (Geoghegan, 2002) Vaak komt de volledige last van het veranderingsmanagement op de schouders van het LMS team, die zich onvoldoende ondersteund weten en voelen door het beleid.
- De digitale leeromgevingen worden vaak ingevoerd zonder structurele inbedding in het beleid, zonder een correct communicatiebeleid (via formele en informele kanalen), of zonder duidelijke afbakening van bevoegdheden (is de LMS een zaak voor de IT-staf of voor de onderwijsondersteunende staf?). Vaak worden technische, organisatorische en inhoudelijke aspecten door elkaar gegooid terwijl deze problematieken niets of weinig met elkaar te maken hebben en ook door de bevoegde (ondersteunende) diensten moeten behandeld worden en niet in het LMS team.
- De duidelijk aanwezige trends in het onderwijs (met nadruk op informeel leren, levenslang leren, open toegang, flexibilisering) botsen voortdurend met onze huidige generatie digitale leeromgevingen, die centraal geconcipieerd, docentgecentreerd, en gesloten qua toegang zijn. Ondanks de zware investeringen in deze logge systemen, wordt nauwelijks (vaak niet) gemeten welke meerwaarde(n) zij bieden en of ze uberhaupt nodig zijn. Zijn er cijfers die wijzen op een verhoogde studentenparticipatie, op een kwaliteitsverbetering, op een verhoogd inschrijvingsaantal… ? De auteurs merken tongue-in-cheek op dat het flexibel collaboratief online samenwerkend leren al lang beloofd werd, maar dat goeie bewijzen hiervoor ontbreken. “never let the data interfere with a good theory”.
- De auteurs schrijven dat de meeste hedendaagse leermomenten perfect kunnen ondersteund worden met flexibele, open en gebruiksvriendelijke (web)systemen, die door de lerende al dan niet gekoppeld worden om het leren te ondersteunen.
- De auteurs halen ook uit naar inefficiënte werkgroepen, die alleen meer werk creëren zonder enige meerwaarde, of te nemen beslissingen tot in het oneindige uitstellen (“Well-known problems with committees include their potential contribution to organisational procrastination - even decision-making paralysis.”). Ze pleiten voor een zeer heldere taakverdeling welke werkgroep bevoegd is voor welke beslissing, en beschrijven uit welke leden zo’n werkgroepen dienen te bestaan.
- Tenslotte merken zij op dat in een wereld waar zelfs MIT de leermaterialen gratis weggeeft, het niet evident is om de grootste nadruk van het leren te leggen op handboeken of leermaterialen. De focus moet verschuiven naar interactie en communicatie. De digitale leeromgeving is ontwikkeld om leerinhouden op een centralistische manier gestructureerd ter beschikking te stellen van een voorgedefinieerde groep lerenden. Niet zo eenvoudig te rijmen met deze opmerking.
Om in te kaderen:
Although LMS and elearning were supposed to have transformed university teaching practice, perhaps the biggest transformational challenge for universities relates to the changing value of content. In a world where content is cheap but understanding and organising content is expensive, organisations would do well to place value in expertise rather than reusable / disposable content. Although universities have shown considerable interest in open access publishing, it seems that most have not yet caught on to the futility of trying to protect and / or sell content that is increasingly irrelevant.
Opmerkzaam is ook dat zij de hype rond “digital natives (=leerlingen en studenten) versus digital immigrants (=lesgevers)” niet volgen. Volgens de auteurs vindt elke nieuwe generatie wel dat er zeer belangrijke verschillen zijn tussen oud en jong, maar is het zelden de gewoonte geweest dat hier tot in detail rekening mee gehouden wordt. Ze stellen dan ook in vraag in hoeverre ons onderwijs geïnformatiseerd moet worden “omdat de digital natives dit verwachten”. Nuchtere vaststelling.
Tenslotte een vaststelling die wij in ons Vlaamse hoger-onderwijslandschap ook al maakten: hoewel luider en luider geroepen wordt dat onderwijs belangrijk is, en onderwijsvernieuwing nuttig en nodig, en verdere informatisering een topprioriteit, merken de auteurs op dat de huidige financiering vanuit de overheid meer en meer gericht is op onderzoek, en steeds minder op onderwijs. De auteurs zien dit als een belangrijke drijfveer voor instellingen die de zware kosten van digitale leeromgevingen in vraag zullen stellen, en deze middelen anders zullen willen besteden tenzij veel beter kan aangetoond worden wat de meerwaarden zijn.
Hoewel het rapport soms een beetje de bocht uitgaat op vlak van “managements-praat” (wat vind je van de zin “Corporate governance is concerned with achieving a balance of the interests involved in an activity in order to achieve corporate aims” of “change by design by actively creating a new language to leverage a new semantic space”) is het zeker aangeraden lectuur.