Eindverhandelingen
Nogal wat commentaren in kranten en op websites formuleren vandaag een mening over eindwerken en thesissen die kan tellen. Stellingen in de aard van Welke student heeft niet ooit de helft van zijn cursus op armen of dijen geschreven? Nodig ze niet uit, al degenen die aan de Sorbonne of in Tübingen de thesis van een hoger begaafde Franse of Duitse collega zijn gaan ophalen, om die nadien netjes vertaald als eigen werk in te dienen.
Ergens ga ik ervan uit dat dit ongefundeerde stoerdoenerij is. Taal die mij doet denken aan scenes waarin ik zelf als eerste kand. student figureerde. Bissers poneerden toen schouderophalend hoe eenvoudig de leerstof wel was, waarop ik begon te twijfelen aan mezelf omdat het zo moeilijk leek. Het klinkt als die kerels die luidkeels beweerden dat ze niet blokten – maar tegen de examens op magische wijze alles kenden.
Als begeleider van eindwerken en als ex-student hoop ik dat het niet waar is. Natuurlijk weet ik dat er thesissen geschreven worden in opdracht. Niet alleen J.P. Van Rossum schept ermee op. Ik ken uit eerste hand ook straffe anekdotes. Maar laat dat de uitzondering zijn, eerder dan de regel.
Het belang van eindwerken en thesissen voor een opleiding zal in de toekomst bovendien enkel nog toenemen. Opleidingen verschuiven vandaag wat van kennis naar competenties en eindverhandelingen zijn een belangrijk vehikel om die competenties aan te brengen. Ook in het kader van een meer onderzoeksgericht onderwijs, zijn thesissen logischerwijze belangrijk.
Daarom is het de moeite om onderwerpen als “omgaan met digitale bronnen” voor alle (?) studenten al van bij het begin van het curriculum een expliciete plaats te geven. Het verschil tussen refereren, citeren, parafraseren en plagiëren is trouwens niet alleen interessant voor studenten, las ik ergens, (onze) zelfgeschreven cursussen kunnen er ook hun voordeel mee doen…