Het gebruik van e-learning in bedrijven.

classroom (www.sxc.hu)

In het kader van de cursus ‘Leren en multimedia’ aan de Universiteit Antwerpen hebben vier studentes van de 2de graad Handelsingenieur onderzocht hoe digitaal leren in bedrijven verloopt en kan verbeterd worden. Ze baseerden zich onder andere op het EliseLeren project. Uit het onderzoek blijkt dat e-learning bij goed gebruik een grote meerwaarde kan leveren aan het leren in bedrijven, zowel op continue basis (just-in-time leren) als bij bedrijfsopleidingen (just-in-case leren).

Evelien Willems (Evelien.Willems@student.ua.ac.be)
Sara Wouters (sara.wouters2@student.ua.ac.be)
Ellen Wouters (Ellen.Wouters@student.ua.ac.be)
Nathalie Maes (Nathalie.Maes@student.ua.ac.be)

(Meer informatie over het Elise project bij Ludo Mateusen (ludo.mateusen@avl.kuleuven.be) of Maarten Cannaerts (mca@denayer.wenk.be)

—-
Het gebruik van e-learning in bedrijven: een uitdaging!

We leven vandaag in een zeer dynamische wereld, die gekenmerkt wordt door een hoge mate van globalisering en innovatie. Ook bedrijven ondervinden deze trend en zijn bijgevolg genoodzaakt zich flexibel op te stellen om te kunnen overleven binnen deze context. Dit zorgt ervoor dat het leren in bedrijven steeds aan belang wint. Dit kan zowel geschieden op de traditionele manier als op meer innovatieve wijzen. Zo is er nu onder andere de opkomst van het digitaal leren dat de klassieke manier van leren meer en meer aanvult en zelfs vervangt. In het kader van de cursus ‘Leren en multimedia’ aan de Universiteit Antwerpen zouden wij, vier studentes van de 2de graad Handelsingenieur, dan ook graag in dit artikel onderzoeken hoe dit digitaal leren in bedrijven verloopt en kan verbeterd worden.

Het concept digitaal leren ontstond 10 jaar en groeide langzaam uit tot een wijde technologie. Tot eind jaren ’90 was Computer Based Training (CBT) de meest gebruikte vorm van elektronisch leren. Het ging daarbij om passive learning, waarbij vooral de nadruk werd gelegd op de inhoud van de cursus. Deze inhoud werd dan ook gewoon getransfereerd van het handboek naar een cd-rom zodat men exact dezelfde leerstof via een computer kon studeren. CBT bracht dus niet echt een meerwaarde aan op didactisch vlak. De daaropvolgende jaren daarentegen was er de opkomst van het zogenaamde web 2.0, dat stilaan het oorspronkelijke meer passieve web 1.0 verdrong. Het grootste verschil zat hem in de mogelijkheden tot interactie via de nieuwe zogenaamde social networking sites. De hoofdfunctie van het web verschoof daarbij van zuivere aanbieder van informatie naar een platform waar informatie kan worden gecreëerd en doorgegeven via veelvuldige communicatie tussen de webgebruikers op deze networking sites. De overgang van web 1.0 naar web 2.0 betrof dus geen technologische vernieuwing maar wel een sociale. Deze sociale verruiming heeft voor een groot deel bijgedragen tot het ontstaan van een geheel andere manier van digitaal leren, zijnde het zogenaamde e-learning.

E-learning

Onder e-learning verstaan we in het algemeen elke leervorm die gebruik maakt van een digitale leercontext. De talrijke communicatiemogelijkheden die het Internet biedt, worden in dat geval gebruikt om lerenden, lesgevers én experts met elkaar in contact te brengen en zo een actievere leeromgeving te creëren. Men spreekt daarom ook over active learning of collaborative learning. In tegenstelling tot CBT betekent e-learning dus meer dan alleen het elektronisch aanbrengen van de leerstof. De “leerstof” wordt in dit geval immers veel minder gevormd door de gegeven inhoud van de cursus maar vooral door het uitwisselen van informatie, interessante bronnen en ervaringen tussen de lerenden zelf via de aangeboden elektronische leeromgeving. Dit noemt men dan ook een community of practice. In de beginjaren werd deze manier van leren vooral toegepast in het onderwijs. Maar ondertussen is gebleken dat de digitale leeromgevingen ook interessante perspectieven kunnen bieden voor het leren binnen een bedrijfscontext.

In het vervolg van dit artikel gaan we ons toespitsen op deze laatste toepassing van e-learning, namelijk in het bedrijfsleven. E-learning kan bij goed gebruik bijdragen tot het levenslang leren van een onderneming en zijn werknemers, wat noodzakelijk is om tegemoet te kunnen komen aan de voortdurend wijzigende omgeving van het bedrijf. Zo zorgt het onder andere voor een meer flexibelere en rijkere manier van leren. Maar ondanks de vele voordelen, is er nog altijd geen echte doorbraak geweest. Blijkbaar worden bedrijven sterk afgeremd door verschillende factoren, waarvan de kostprijs één van de belangrijkste is. Bedrijven zijn namelijk vaak niet bereid de nodige investeringen te doen omdat het voor hen soms niet duidelijk is wat juist de meerwaarde is van deze manier van leren tegenover de traditionele leervormen zoals klassikale cursussen. Het gebruik van e-learning groeit daarentegen wel in grotere bedrijven, omdat deze wegens hun grotere omvang kunnen genieten van schaalvoordelen wat betreft kosten en expertise.

Wanneer bedrijven dan toch overgaan tot het implementeren van e-learning, ontstaat er vaak een ander groot probleem. Het is namelijk gebleken dat slechts een klein deel van de lerenden ook effectief de beoogde doelen behalen. Dit is vooral te wijten aan de manier waarop de elektronische leeromgeving wordt ingeschakeld om de werknemers kennis bij te brengen. Het systeem wordt immers te dikwijls gebruikt om oude leerelementen over te nemen en via Internet gewoon op een nieuwe manier voor te stellen. Het is dan ook een belangrijke opdracht en uitdaging om hier naar de toekomst toe verandering in te brengen. E-learning biedt immers slechts een echte meerwaarde, wanneer het een verrijking aanbiedt bovenop de oude passieve en leerkrachtgecentreerde leermethodieken. Er moet met andere woorden ook echt gebruik gemaakt worden van de extra diensten en mogelijkheden die het biedt bovenop de klassieke inhoud van de cursussen.

Een voorbeeld van een project dat hier de nadruk oplegt, is het Elise-project. Voor meer informatie over de werking van dit project, zijn we te rade gegaan bij een nauwe medewerker ervan, namelijk Dhr. Maarten Cannaerts (mca@denayer.wenk.be), verbonden aan het De Nayer Instituut te Sint-Katelijne-Waver (http://www.denayer.wenk.be) . Elise is een afkorting voor ‘E-learning for in-service teacher training in Europe’ en is gegroeid uit een Europees samenwerkingsproject. De cursus EliseLeren is in eerste instantie gericht op docenten hoger onderwijs en sinds vorig jaar ook voor leerkrachten in het volwassenenonderwijs. De bedoeling is zich te verdiepen in de didactische meerwaarde die de elektronische leeromgevingen kunnen bieden. Het doel is dus niet om een ‘knoppencursus’ aan te bieden die technische elementen aanleert, zoals bijvoorbeeld ‘Hoe moet ik een forum toevoegen in Blackboard?’maar wel om de deelnemers erop te wijzen hoe ze een didactische meerwaarde kunnen creëren via deze technieken. Zo leert men bijvoorbeeld hoe men er via de elektronische leeromgeving kan voor zorgen dat de studenten leren uit hun eigen fouten of leren van elkaar. Wie na het lezen van dit artikel nog meer informatie wenst over dit project kan terecht bij Ludo Mateusen (ludo.mateusen@avl.kuleuven.be) of de site http://www.eliseleren.be .

Het is gebleken dat het EliseLeren project om diverse redenen een groot succes is. Daarom zullen we ons in het vervolg van dit artikel onder andere baseren op de inzichten verkregen in dit Elise-verhaal, om het leren in bedrijven te optimaliseren. Wanneer men spreekt over leren in bedrijven denken we vaak in de eerste plaats aan de gezamenlijke bedrijfsopleidingen, die op bepaalde tijdstippen in het bedrijf georganiseerd worden. Maar dit just-in-case leren is slechts één vorm van leren in bedrijven. Veel belangrijker is het leren en ontdekken van dingen die men echt nodig heeft op het moment dat men ze nodig heeft. Het gaat met andere woorden over just-enough en just-in-time leren. Men spreekt in dat geval over een “lerend bedrijf”. E-learning kan zowel tot de eerste als tot de tweede vorm van leren, een zeer grote bijdrage leveren.

Bedrijfsopleidingen

1. Een eerste aanbeveling om het just-in-case leren binnen bedrijven een meerwaarde te geven, omvat het aanbieden van “leren op maat”. Zoals reeds gesteld, bieden bedrijven dikwijls klassikaal georganiseerde cursussen aan waarbij men iets leert waarop men later eventueel een beroep kan doen. Deze cursussen zijn vaak opgesteld voor alle werknemers. Maar één en dezelfde cursus, voor mensen met verschillende achtergronden en interesses, werkt niet efficiënt. De cursus zal immers slechts voor een zeer beperkt aantal van de cursisten, perfect aansluiten bij hun manier van leren. E-learning kan hier een grote bijdrage leveren:

  • Een eerste manier om dit te doen, is door in te spelen op de achtergrond en/of competenties van de lerende. Door stelselmatig bepaalde kenmerken van de personen te registreren, kan men automatisch een algemeen beeld vormen van deze persoon. Op die manier kan de cursusinhoud automatisch hieraan worden aangepast. Zo kan men bijvoorbeeld ontdekken welke de voorkennis van de werknemer is, zodat niet heel de cursus wordt aangeboden, maar enkel die delen die informatie aanreiken die verder bouwt op deze voorkennis. Of men kan automatisch nagaan welke functie de man of vrouw binnen het bedrijf uitoefent, zodat enkel de voor zijn of haar taak relevante onderdelen van de cursus worden geselecteerd.
  • Ten tweede kan men inspelen op de voorkeur van wijze waarop men leert. Men geeft de cursisten bijvoorbeeld de keuze om ofwel de cursus op het net te lezen, ofwel te beluisteren, ofwel veel of weinig oefeningen te maken… Hierdoor wordt een meerwaarde gecreëerd daar de cursist de leermethode kan kiezen die het best bij hem aansluit en deze keuzemogelijkheid zal wellicht motiverend werken. Op dezelfde manier kan men buiten de wijze van leren ook de lay-out van de cursus aanpassen. Dit door bijvoorbeeld de mogelijkheid te bieden om lettertype en lettergrootte aan te passen naar wens van de gebruiker. Via al deze elementen worden de leerprocessen van de studenten ondersteund, wat ertoe bijdraagt dat ze de vooropgestelde doelen kunnen realiseren.
  • 2. Voor een tweede aanbeveling wat betreft het just-in-case leren halen we inspiratie bij het Elise-project. Daaruit is immers gebleken dat er een zeer duidelijke structuur moet zijn in het verloop van de cursus. Er moet in het begin nauwkeurig worden aangegeven wat gedaan moet worden, met wie, tegen wanneer,… In het ideale geval zouden de opleidingen tegelijkertijd synchrone en asynchrone eigenschappen moeten vertonen. Met synchroon bedoelen we dat de cursus strak geprogrammeerd moet zijn. Bij Elise bijvoorbeeld moet men elke week een module afwerken en de bijhorende opdrachten tijdig indienen. Met asynchroon bedoelen we dat de cursus ook de nodige bewegingsruimte moet geven aan de cursisten. Zo kan men bij Elise bijvoorbeeld zelf plannen wanneer men tijdens de week aan de opdrachten werkt. Dit blijkt een ideale mix te zijn, die ervoor zorgt dat, ondanks de nodige flexibiliteit, toch voldoende zelfdiscipline wordt aangemoedigd. De zeer lage uitval van cursisten in het Elise-project bewijst dat dit een zeer motiverende vorm van onderwijs is.

    3. Ook onze derde aanbeveling wordt aangereikt door EliseLeren. Het project leerde ons immers dat de motivatie van de deelnemers aan een cursus wordt vergroot wanneer er een hoge mate van interactie is. Binnen een goede e-learningcursus zou de inhoud van de cursus dan ook slechts het vertrekpunt mogen zijn. Men leert immers niet veel bij door gewoon een tekst te lezen op een computerscherm, maar wel door het uitwisselen van eigen ervaringen, knelpunten en feedback omtrent de inhoud van deze tekst. Zoals reeds eerder gesteld, wordt er door deze interactie tussen de lerenden, de aangestelde e-coaches (verantwoordelijk voor het goede verloop van de cursus) en eventueel externe experts, een community of practice gevormd. Dit wil niet zeggen dat de oorspronkelijke inhouden geen nut meer hebben. Integendeel, men moet nog altijd iets hebben om van te vertrekken. Maar de nadruk wordt wel verschoven van de inhoud of content naar de interactie. Op deze manier benut men effectief de didactische meerwaarde die via de communicatiemogelijkheden van het Internet kan gecreëerd worden.

    Een voorwaarde hiervoor is natuurlijk wel dat er ook effectief interactie ontstaat tussen de cursisten. Om dit te bekomen zijn er een aantal vereisten. Zo is het onder andere belangrijk dat de groep niet te groot is. Wanneer de groep te veel leden telt, bestaat immers de kans dat de relatie onderling té onpersoonlijk wordt, wat de cursisten ontmoedigt om met elkaar te communiceren. Het is daarom nodig dat de deelnemers elkaar persoonlijk leren kennen. Langs de andere kant mag de groep ook niet te klein zijn. Bij kleine groepen heeft men immers de kans dat er geen gelijkaardige interesses tussen de deelnemers terug te vinden zijn, waardoor er waarschijnlijk weinig communicatie tot stand komt. Uit het Eliseproject is dan ook gebleken dat een groep van tien tot vijftien personen ideaal is. Bij zo een groep worden best twee e-coaches ter begeleiding aangesteld.

    Het lerende bedrijf

    Wat betreft het just-in-time leren is dé belangrijke toepassing van e-learning het verspreiden van de aanwezige kennis. Een belangrijk probleem waar bedrijven namelijk dikwijls mee te kampen hebben, is het verloren gaan van kennis wanneer een werknemer het bedrijf verlaat. De kennis die is opgedaan door jarenlange ervaring, staat immers niet op papier. Het is dus van belang dat deze know-how zoveel mogelijk verspreid en gedeeld wordt met andere werknemers.

    Elektronische leeromgevingen kunnen hier onder andere toe bijdragen door het creëren van discussiefora. Op deze manier kan kennis worden gedeeld, bewerkt en benut. Uit het Elise-project hebben we wel geleerd dat, om een efficiënte respons te bekomen en zo de fora actief te houden, de fora best naar onderwerpen uit hetzelfde interessegebied worden gebundeld. Wel moet men er op letten dat de groep van participerende werknemers groot genoeg blijft.

    Een andere manier waarop elektronische leeromgevingen kunnen bijdragen tot kennisverspreiding, is via de processen van geautomatiseerde kennisdeling. Op deze manier worden voor elke werknemer de teksten van de websites die hij bezoekt automatisch on-line bewaard. Daarbij kan de werknemer voor zichzelf ook bij elk van deze bronnen een korte commentaar noteren. Wanneer men deze zogenaamde internetarchieven vervolgens, mits toestemming van de werknemer in kwestie, voor alle andere werknemers beschikbaar maakt via een elektronische leeromgeving, creëert men automatisch een netwerk binnen het bedrijf waar nuttige informatie verzameld en doorzoekbaar gemaakt wordt.

    Bij deze toepassingen willen we nog wel opmerken dat het Elise-project aangetoond heeft dat de interactie best niet alleen gebeurt tussen de lerenden onderling (in dit geval de werknemers), maar ook met externe experts. Dit kan niet zonder meer naar een bedrijfscontext vertaald worden. Confidentialiteit binnen bedrijven belemmert immers in zeer grote mate de mogelijkheid tot interactie met de buitenwereld.

    E-learning in bedrijven: de problemen

    Nu duidelijk is dat e-learning in grote mate kan bijdragen tot het levenslang leren van bedrijven, zowel het just-in-case als just-in-time, kunnen we ons natuurlijk afvragen waarom er nog geen echte doorbraak is van deze vorm van leren.

  • In de eerste plaats kunnen we stellen dat e-learning in bedrijven dikwijls faalt omdat de werknemers niet gemotiveerd zijn. Dit gebrek aan motivatie kan enerzijds ontstaan wanneer men te weinig vertrouwd is met de computer. Dit probleem duikt vooral op in bedrijven met een verouderd personeelsbestand. Een mogelijke oplossing hiervoor, is het aanbieden van een helpdesk, waardoor de werknemers dag en nacht terecht kunnen met hun vragen omtrent de technische kant van e-learning.

    Ten tweede kan een gebrek aan motivatie ook ontstaan wanneer de communities niet voldoende actief gehouden worden. Wanneer een werknemer bijvoorbeeld een aantal keer een vraag gepost heeft en er nooit een bevredigend antwoord op gekregen heeft, is deze persoon niet gemotiveerd om dit nog een volgende keer te doen. Dit zou dan weer vermeden kunnen worden door de werknemers bijvoorbeeld aan te sporen of zelfs te verplichten, regelmatig een bijdrage te leveren aan een discussielijn op het forum van hun afdeling.

    Een laatste oorzaak van gebrek aan motivatie is het feit dat de activiteiten van de werknemers met betrekking tot e-learning soms niet beloond worden. Wanneer een werknemer actief betrokken is bij e-learning, zou in principe de directe overste van deze werknemer hiervan op de hoogte moeten zijn. Zo zou de deelname aan bepaalde cursussen bijvoorbeeld met een attest beloond kunnen worden. Het kan vergeleken worden met een soort progress-report, waarop wordt vermeld wat de werknemer juist heeft bijgeleerd. Dus naast de cursusinhoud zou ook de attestering op maat van de werknemer moeten zijn.

  • Naast het gebrek aan motivatie, is een ander veel voorkomend probleem de kostprijs. Vooral voor KMO’s is e-learning vaak te duur om te implementeren. Bij goed gebruik echter kan het een grote meerwaarde leveren, die de kosten kan overtreffen. Hier schuilt net het probleem: bedrijven gaan e-learning vaak te snel en ongestructureerd implementeren, waardoor de voordelen verloren gaan en enkel de kosten overblijven. Wanneer men dus overgaat tot e-learning dient voldoende aandacht te worden besteed aan de correcte implementatie van het systeem, zodat het op de juiste en meest optimale manier door de werknemers kan gebruikt worden. Een andere oplossing om de kosten zoveel mogelijk te reduceren, is het opstellen van leeromgevingen in samenwerking met andere KMO’s, overkoepelende verenigingen en de overheid. Dit zou niet alleen de kosten drukken, maar zorgt ook vaak voor een grotere interactie. Vooral KMO’s met slechts enkele werknemers hebben er dus duidelijk baat bij om samen te werken met andere bedrijven. Maar ook hier komt weer het probleem van het bedrijfsgeheim naar boven. Dat kan natuurlijk wel vermeden worden door bepaalde informatie automatisch af te schermen van de gemeenschappelijke delen van de leeromgeving.
  • Een uitdaging voor de toekomst

    Algemeen kunnen we stellen dat levenslang leren één van de grootste uitdagingen vormt waar bedrijven de dag van vandaag mee geconfronteerd worden. Ze moeten voortdurend investeren in opleidingen voor hun werknemers, willen ze competitief blijven in de snel wijzigende economie. E-learning kan hiervoor een grote meerwaarde bieden. Onderzoek toont echter aan dat bedrijven deze meerwaarde over het algemeen wel erkennen, maar vaak overhaast overgaan tot het implementeren van de laatste nieuwe technologische instrumenten. Dit ondoordacht handelen brengt dan niet de gewenste doelen met zich mee. Het Elise-project is een mooi voorbeeld van hoe het wel goed kan gaan. Het geheim achter het succes van dit project is vooral dat leren geen losstaand gegeven mag zijn, maar moet gebeuren in een context met anderen waarin op alle mogelijke manieren aan interactie en communicatie wordt gedaan. Als bedrijven zich inspannen om volgens de principes van het Elise-project elektronisch leren te implementeren, zal het opleiden van hun werknemers aanzienlijk geoptimaliseerd worden. Ze mogen zich daarom niet laten afschrikken door de hoge opstartkosten. De baten die zulk een leerproces met zich meebrengt, zullen volgens ons immers deze kosten ruimschoots compenseren. Zo verspreidt men bijvoorbeeld de kennis aanwezig binnen het bedrijf, zodat deze bij opvolging niet verloren gaat. Investeren in een goede elektronische leeromgeving is dan ook een uitdaging voor de toekomst, die bedrijven dienen aan te gaan om succesvol te kunnen overleven in de huidige en toekomstige dynamische samenleving.

    Maes Nathalie
    Willems Evelien
    Wouters Ellen
    Wouters Sara

    Geraadpleegde werken

    Cannaerts, M., ( ICT coördinator voor onderwijsvernieuwing aan de Nayer Instituut), Interview afgenomen op 19 april 2006.

    Downes, S., 20 april 2005, E-learning 2.0, online beschikbaar op: http://www.elearnmag.org/subpage.cfm?section=articles&article=29-1

    Elise, 20 april 2006, Elise, online beschikbaar op:
    http://filolog.uni.lodz.pl/elise/index.html

    EliseLeren, 20 april 2006, EliseLeren, online beschikbaar op: http://www.eliseleren.be/index.html

    Gelderblom, G. en de Koning, J., januari 2003, ICT: de elektronische snelweg voor bedrijfsopleidingen?, online beschikbaar op: https://ep.eur.nl/bitstream/1765/1996/1/ICT+de+elektronische+snelweg+voor+bedrijfsopleidingen.pdf

    Prensky, M., december 2005, Adopt and Adapt, online beschikbaar op: http://www.edutopia.org/magazine/ed1article.php?id=Art_1423&issue=dec_05

    Riton, 20 april 2006, Voor- en nadelen van e-learning, online beschikbaar op: http://www.riton.biz/bedrijvendag/presentaties/Voordelen_elearning.doc

    Steilberg, C., 20 april 2006, Nadruk bij e-leren ligt te veel op techniek, online beschikbaar op: http://www.computable.nl/artikels/archief0/d17hb005.htm

    Van Braekel, L., 20 april 2006, E-leren nog niet doorgebroken in het bedrijfsleven, online beschikbaar op: http://www.edublogs.be/2005/09/29/e-leren-nog-niet-doorgebroken-in-het-bedrijfsleven

    Van Steenis, H., 10 mei 2002, Interview met Mike Couzens, online beschikbaar op: http://www.computable.nl/artikels/archief2/d19bt2qj.htm

    Geef uw reactie »»

    Omdat wij te veel spam comments ontvangen, worden alles reacties tijdelijk gemodereerd. Het kan dus even duren alvorens uw comment gepubliceerd wordt.

    Wij willen graag uw reactie horen. De redactie sluit niet uit dat comments die derden schade toe brengen, verwijderd zullen worden. Klik hier voor ons privacy-beleid.