Virtuele mobiliteit: zin of onzin?
Vanuit de e-Leru bijeenkomst in Stockholm wil ik graag een vraag formuleren.
Zou een student die in Vlaanderen studeert geïnteresseerd zijn om via e-leren 1 of enkele ‘opleidingsonderdelen’ in Leiden/Heidelberg/Milaan te volgen als keuzevak?
Sta me toe van even de achtergrond van de vraag toe te lichten:
AVNet - K.U.Leuven is partner in een aantal Europese onderzoeksprojecten waarin we proberen virtuele mobiliteit van studenten te organiseren, te ondersteunen en de hindernissen te onderzoeken. Naast het genoemde e-Leru, werken we ook mee aan REVE en Victorious.
De bedoeling is telkens om studenten toe te laten om afzonderlijke vakken aan buitenlandse universiteiten te volgen.
We bestuderen hoe we samenwerking op gang kunnen brengen tussen
- docenten om
- bestaande vakken open te stellen voor een andere docent en zijn/haar studenten
- samen met collega’s in het buitenland nieuwe online/blended modules aan te maken en aan te bieden
- administratieve diensten om
- afspraken te maken over toelating om vakken aan andere universiteiten te volgen
- afspraken te maken over toegang tot leerplatformen
- auteursrechten en andere juridiache aspecten
- e-learning diensten
- afspraken te maken over toegang tot leerplatformen
- ondersteuning voor e-learning modules
Maar de kernvraag blijft bestaan: is er wel interesse van studenten om op deze manier hun vakkenpakket aan te vullen?
Is er een ‘markt’ voor dergelijke uitwisseling?