Onbetaalde schoolrekening voor gerecht
Een familie die de rekening voor de warme maaltijden van hun kind niet betaalt, wordt door het gemeentebestuur voor de rechter gedaagd [DS Online]. Een en ander valt samen met bij initiatieven van de Minister van Onderwijs om de kost van het leerplichtonderwijs met sterke hand in te perken, onder andere via het dwingend gebruik van zgn. maximumfacturen [SchoolDirect]. Goed nieuws voor ouders en kinderen, maar een aantal (vooral kleine en/of methode-) scholen kunnen door dit erg dwingende beleid wel in ernstige financiële problemen geraken, zelfs al hanteren ze een systeem waarbij de schoolbijdrage afhankelijk is van het gezinsinkomen.
Oosterlinck ziet grote rol voor (elektronisch) afstandsonderwijs in Associatie KULeuven
Gorik schreef gisteren al een bijdrage over het openharige interview van ex-rector Oosterlinck over de toekomstige rol van de Associaties [DS Online]. Opvallend in het artikel is toch ook wel het belang dat de associatievoorzitter hecht aan de zgn. elektronische fusie:
“Daarom zullen we efficiënt werken: zo zullen de studenten via het internet thuis of in hun lokale collegezalen lessen kunnen volgen die op afstand gegeven worden. Distance learning wordt zo meteen een feit”, zegt Oosterlinck. ,,Ook voor de docenten wordt het een pak gemakkelijker: ze kunnen op hetzelfde moment aan twee of drie groepen tegelijk les geven in plaats van het land te moeten afhossen.”
Goed nieuws voor al die (overbelaste) docenten en diensten die een dergelijk plan zullen moeten uitvoeren. Zij zullen nog enkele jaren van werk verzekerd zijn.
Het is mooi om te zien hoe iedereen zijn eigen klemtonen (tussen de regels van) zulk een artikel leest.
Die paragraaf was mij ook opgevallen, maar ik had het eerder als een abstract toekomstbeeld gezien dan als een concreet plan. Ik ga er graag van uit dat dat afstandsonderwijs geen prioriteit is?
Onze ex-rector heeft duidelijk nog nooit aan een ‘teleles’ deelgenomen :-p
Dit is inderdaad een opportuniteit, maar /niet/ in het lesgeven, wel in het vormen van leergemeenschappen (ook voor docenten!), en zo het efficienter gebruiken van aanwezige expertise (Communities of Practice, met gespecialiseerde deelnemers).
“Afstandsonderwijs” is ‘a whole different ballgame’, waar onze proffen/docenten niet veel kaas van gegeten hebben (wie wel?).
Goed voor enkele gerichte experimenten, maar om dit als grote meerwaarde en ‘toekomst’ te zien… tricky uitspraak!
Hmm… on the other hand: het volgen van “lessen” op afstand is niet echt zo’n geweldige opportuniteit, maar wel het vormen van leerdersgroepen, vakoverschreidend groepswerk, samenwerken aan masterproeven, interdisciplinair samenwerken…
Niet de “lessen” dus, maar wel heel het leergebeuren kan toch gedeeltelijk op afstand?
Nu, de laatste tijd is er bij ons in de afdeling wel meer en meer vraag naar het ondersteunen van de groep ‘werk-studenten’, de groep deeltijds studerenden (niet via Open Universiteit) die niet tijdens de uren naar de ‘les’ kan gaan, maar wel examen aflegt voor een opleidingsonderdeel. Vaak moeten die mensen zelfstandig een werkje maken, en dat op een examen komen toelichten. We zoeken nu naarstig naar zinvolle manieren om zulke werkstudenten bij de groep reguliere studenten te betrekken. Of dat via een ‘ge-streamde’ ex-cathedra uiteenzetting van een docent moet, is natuurlijk nog maar de vraag.
Het idee van de alleswetende docent wiens ‘les’ van essentieel belang is voor het leerproces blijft toch hardnekkig aanwezig in het denken over universitair onderwijs, vind ik.
Hoe? Is de docent dan niet alwetend? Dzju.
[merk trouwens op dat als je lessen gaat streamen, dat je ze dan beter kan tapen en op een vrij moment bekijken]
,,Ook voor de docenten wordt het een pak gemakkelijker: ze kunnen op hetzelfde moment aan twee of drie groepen tegelijk les geven in plaats van het land te moeten afhossen.Չ۪
Pardon?! Over hoeveel studenten heeft Oosterlinck het hier dan? 200, 300 of nog meer? En die docent zou dat allemaal gemakkelijk kunnen coachen?
Tenzij hij natuurlijk denkt dat het gestreamed videofragmentje de zaak kan oplossen. Het wordt voor de docenten niet gemakkelijker maar moeilijker.
Wat niet il zeggen dat er daar geen uitdaging ligt, maar het zo simplistisch voorstellen : foei!