Het programma van de presentatie-sessies zat propvol, net zoals bepaalde sessies. Het zou interessant zijn om eens te kijken hoeveel volk de verschillende topics trokken, waarschijnlijk kan je daar goed de trends (of hypes) in het veld uit afleiden.
Hot topics: Gaming was ook op Educa goed voor een drukbezochte sessie. De sprekers hadden het vooral over de jeugd in hun vrije tijd en bijscholing voor de werkende mens.
Verder hoorde je van sprekers ook vaak de bedenking dat hun innovatie of project gestuurd werd door pedagogische overwegingen (pedagogy-driven), of dat ze willen werken vanuit de behoeften van de student (learner-centred), of nog: dat ICT in een educatieve instelling van bovenaf opleggen (top-down approach) niet werkt, net zomin als technologie om de technologie ("throwing technology at people doesn’t work"). Allicht is dat een begrijpelijke reactie tegen de hypes die de e-learning wereld af en toe beroeren en die eigenlijk ver van het bed van de meeste docenten en leerlingen staan. De toegevoegde waarde van e-learning is ook moeilijk hard te maken, behalve dan voor samenwerking (Martin Valcke, SURF2005).
Dat een focus op technologie de mensen uit de onderwijspraktijk kan vervreemden, hebben ze bij JISC (http://www.jisc.ac.uk/) in Groot-Brittanië ook gemerkt. Voor mij draait hun interessantste activiteit op dit moment rond pedagogie, waarbij ze vanuit de bestaande de onderwijspraktijk en theorie rond pedagogie naar oplossingen toe proberen denken.
http://www.elearning.ac.uk/features/whyped
JISC had op Educa trouwens een gemeenschappelijke stand met SURF (http://www.surfnet.nl) uit Nederland. Een partnerschap van nationale organisaties die in praktijk en onderzoek rond ICT in onderwijs sterk staan. Ze hebben ook uitbreidingsplannen, om te beginnen met Denemarken en Duitsland (http://www.edusite.nl/edusite/nieuws/15291). Wanneer volgt België? Spijtig genoeg hebben wij geen nationale of regionale instelling die een partij zou kunnen zijn voor SURF en JISC…
Even nog een bedenking bij mijn achterafbedenking: live bloggen vanop de conferentie is niet gelukt voor mij (chapeau Fred en Tom!).
Ik had het tussen de sessies door vooral druk met het terugvinden van mijn koffer, die Madrid boven Berlijn verkozen had.
“Spijtig genoeg hebben wij geen nationale of regionale instelling die een partij zou kunnen zijn voor SURF en JISC…”
Ik heb mij al vaak afgevraagd: hoe kan dat nu… Gaat het om geld of om visie? Dat zou ik wel is graag aan iemand van het departement onderwijs wil vragen…
Bedankt, Sara, voor je indrukken… hopelijk zijn je koffers goed gearriveerd!
Enkele persoonlijke indrukken van uit het Dept Ond rond je opmerking rond “waarom hebben we in Vlaanderen niet iets a la Surf…”
Misschien wil Jan De Craemer (ook edublogger!) ook wel zijn indrukken hierrond neerpennen?
1. Het valt me telkens op hoe ver dingen als Online Educa van het dagelijkse onderwijs staan… Hier op Edublogs kregen we al vaak commentaar van “jeezus mensen tijd om even met beide voeten terug op de grond te komen’. Ik ben ook veel liever bezig met podcasts, social networking, collaborative filtering en reusable learning objects, maar stel vast dat vele docenten voorlopig nog wakker liggen van “hoe copypaste ik figuren van internet in WORD” of “wat is nu in godsnaam de meerwaarde van een discussieforum voor mijn onderwijs?”.
Ik weet niet of het in zo’n context nuttig is om een ‘brainstormcentrum’ op hoog niveau te financieren, wanneer je dezelfde middelen ook kan inzetten voor de dagdagelijkse bijscholing van docenten.
2. Voor het secundair ondewijs hebben wij de “Regionale ExpertiseNetwerken” als ondersteuning van docenten… Men onderzoekt nu binnen de afdeling volwassenenonderwijs hoe dit kan verdergetrokken worden naar het volwassenenonderwijs. Via een VOCVO (Vlaams Ondersteuningscentrum voor de Centra voor VOlwassenenonderwijs) wil men ondersteuning bieden aan deze sector die traditioneel achterop hinkt op vlak van nieuwe technologieen en gecombineerd onderwijs. Ook hier echter dezelfde bedenking: in een sector waar iedereen klaagt over gebrek aan middelen, een overlast aan administratie, en een dalend budget voor een grotere instroom, is het daar nuttig om woorden als “gecombineerd onderwijs” als beleidsprioriteit naar voren te schuiven?
Volgens mij wel: het aanboren van nieuwe leerdersgroepen, flexibiliseren van het aanbod, en moderniseren van de manier van werken zullen essentieel zijn voor een ‘competitieve kennismaatschappij” – cf digitaal actieplan.
Vanuit het beleid krijgen we toch ook signalen dat men dit belangrijk vindt.
De praktische vorm, echter, is moeilijker uit te werken! Ga je computers kopen? Investeren in bijscholing? Marketing financieren om “nieuwe leerdersgroepen” te activeren? ict coordinatieuren uitbreiden? Investern in leeromgevingen en digitale leermaterialen? Investeren in goedkope computers en breedband internetverbindingen voor alle burgers?
3. Er gebeuren in Vlaanderen wel degelijk erg gerichte ICT ondersteuningsinitiatieven – cf PCKD, ict coordinatie-uren, REN, Open Software CDROM en conferentie…
Maar zoals altijd kan je de vraag stellen of hier niet meer middelen voor vrijgemaakt moeten worden. Als we ernstig werk willen maken van een digitaal actieplan, van een ‘participatie voor allen in de informatiemaatschappij’, dan zullen we (inderdaad) toch een tandje moeten bijsteken.
Hoe dat dan praktisch moet is, weeral, eerder een vraagteken.
We moeten kost wat kost vermijden om mega budgetten te gooien tegen initiatieven die niet optimaal renderen (cf in Engeland de UK-E-University, een mega-flop!)
Interessante vragen!
Een interessante discussie: moet je ‘met beide voeten op de grond blijven’ en kijken (en dus wachten tot jan modaal de technologie integreert in zijn onderwijs, of mag je voorop lopen? Dat laatste vind ik wel essentieel: ontwikkelingen (vooral technologische dan) gaan zo snel dat je gewoon niet kan voorspellen welke items/ benaderingen binnen 10 jaar tot het gewone dagdagelijks leven gaan behoren. effe dus in de toekomst proberen te kijken mag wel. Waar we vroeger tientallen jaren nodig hadden om de telefoon of radio of TV te integreren, loopt dit nu met een versnellingsfactor van 10 a 20.
Onderwijs en vorming moet zich gaan realiseren dat ICT de levensgewoonten van de mens drastisch heeft verandert. Het is geen ‘toevoeging’ meer, maar een andere manier’ van denken en handelen. Bedenk voor jezelf maar eens hoe ‘google’ je eigen leren en werken beinvloedt! Ubiquitous learning (eigenlijk het omgekeerde van virtual reality: niet de wereld in de computer vatten, maar de computer in de wereld) ) zal in de toekomst het leren erg veranderen; studenten leren met hun mobieltje, met een pda, met een draagbare PC,… De PC behoort tot de leefwereld van de student, wanneer MSN of de internetconectie niet werkt, kan hij niet langer ‘werken’, dus leren,… het spontane leren krijgt een veel grotere status (althans bij de lerende, de digitale immigrant beseft dit natuurlijk niet). Het met de voeten op de grond blijven gaat voorbij aan het feit dat er momenteel geen unieke manier van leren meer is, geen unieke weg om te leren, geen unieke plaats om te leren. Docenten worden geacht het spontane leren te gaan benutten of te exploiteren, de ontwerpprincipes van dat leren (of is dit precies ‘ontwikkelen’) te gaan gebruiken voor het ontwerpen van leertrajecten en leerpaden? Betekent bijv. ook dat in de gaming de ontwerpprincipes moeten gedistilleerd worden voor de vormgeving van ons onderwijs…
Voorop blijven lopen dus, zou ik zeggen.