Wat me steeds weer verwondert, is de grenzeloze naïviteit waarmee personen inhouden met processen verwarren.
De echte vraag naar (e-)leren heeft niets of weinig te maken met (e-)content. Je lost het probleem van onderwijs in arme landen niet op door containers vol fysica handboeken op te sturen. Je hebt leerkachten nodig, leertrajecten, klassen, groepen, structuur, organisatie, leerprocessen, evaluatie, certificatie, doelstellingen…
Een bijzonder interessante babbel gevonden in dit opzicht: “Innovations in the Reuse of Electronic Learning Materials – drivers and challenges” (powerpoint slides ook beschikbaar).
Hierin wordt terecht gewezen op het feit dat discussies rond leerstandaarden (SCORM, AICC…) of Digitale Leeromgevingen eigenlijk er niet toe doen. Het onderwijs zou niet beter of slechter zijn als morgen Blackboard en WebCT failliet zouden gaan.
Lerenden willen informatie uitwisselen, en vinden wel een manier om dit te doen. De presentator ziet veel toekomst in informele manieren om kennis te delen (Furl om je favorieten uit te wisselen, weblogs om je ervaringen te documenteren, RSS als manier om informatie bij elkaar te sprokkelen en te verzamelen, Google Earth of MSN Virtual Earth of Nasa Worldwind als krachtige omgevingen om bij te leren…)
Het principe van ‘FOAF’ (Friend of a Friend) is bijzonder waardevol hier: Amazon (bijvoorbeeld) ‘weet’ welke boeken jij leuk zal vinden. Het weet dit door jouw profiel te vergelijken met anderen die gelijkaardige boeken kochten, en je zo advies te geven. Online sociale netwerken werken op dezelfde manieren: iemand die edublogs.be leest, is ook geïnteresseerd in edublogs.nl. En je kan hem of haar dus advies geven in die richting.
Een student die het lastig heeft met wiskunde, heeft een bepaald profiel, en zal een bepaald soort inhouden of websites of blogs of toetsen apprecieren. Uniformiteit in de diversiteit!
Echt eLeren is dus ‘Rip – Mix – Feed’, wat betekent dat je niet vertrekt van een ‘cursus’ of ‘scorm object’ of ‘tekst’ maar wel van een *alle* content die jij denkt dat relevant zijn, bij elkaar geraapt, gemixt, en aan de studenten bezorgd.
Of, beter nog, de studenten die zelf de mix maken.
In mijn opinie heb je vooral open inhoud en een open community nodig.
En open inhoud is noodzakelijk om een open community te kunnen starten.
Ik geef als eerste toe dat mijn kennis van de andere landstalen tekort schiet.
De enige manier die ik nu weet om mijn Frans en Duits bij te spijkeren in mijn vrije tijd, is me te wenden tot de Franse en Duitse Wikipedia. Maar dat is verre van optimaal
Wie toont me waar ik open inhoud kan vinden om Frans en Duits te leren, eventueel met enkele geluidsfragmenten gaande van beginners tot gevorderden? Ik heb helemaal geen behoefte aan een lesgever die het mij allemaal eens komt uitleggen. Geef me de inhoud en ik leer het zelf wel, een mailinglijst of forum waar ik eventueel met vragen terecht kan zou ook nog handig zijn. Al de rest is bijkomstig.
Interessante denkpiste, vooral in een wereld waarin we onze studenten eerder competenties moeten bijbrengen dan kennis. De grens tussen inhoud en proces vervaagt toch wel sterk in die context. Het idee dat ‘het belangrijker wordt de informatie te kunnen bereiken, eerder dan de informatie van buiten te kennen’ klinkt aannemelijk, maar is toch minder universeel dan je denkt.
Zo is het nog maar de vraag of ik in staat ben om Duits (“d”uits) te leren met geen enkel ander incentive dan te weten waar de info staat?
Incentives zijn belangrijk! Incentives zijn structuur, quotering, officiele certificaten achteraf…
Informeel leren werkt, maar voor dingen als “ik wil een warmtepomp installeren en wil de voor- en nadelen kennen”, en niet voor “ik wil industrieel ingenieur worden”.
Of niet
Intressante visie op ons (mijn) beperkt denkvermogen i.v.m digitale leervormen.
Hierbij heb ik echter wel de vraag of dat in die mate ook opgaat voor cursisten in het volwassenonderwijs.
Hier spreek ik dan nog enkel over cursisten die een opleiding HOKT volgen in het volwassenonderwijs. Wanneer ik de leerinhouden van de eenheid basiskennis (A1) in de opleiding Informatica bekijk (dit komt overeen met computerarchitectuur) en het aantal uren dat we daartoe krijgen (60) vraag ik me af hoe ik binnen die 60 uur nog een bepaalde leermethode moet uitleggen aan de cursisten die enigzins een sterke leidraad verwachten van de docenten.
Hoi ALain,
bedankt voor je feedback!
Ik denk persoonlijk dat het eLeerverhaal, gebaseerd op samenwerkend leren en vertrekkende van authentieke leermaterialen (artikels, kranten, tijdschriften, blogs, websites…) nog veel beter werken in een volwassenenonderwijscontext dan in het reguliere onderwijs… (maar kan me uiteraard vergissen).
Ik vind dat het samenwerkend leren in leergroepen of leergemeenschappen echt goed werkt wanneer mensen iets hebben om over te pratne, bvb vanuit hun eigen ervaring of beroep of wereld. Bij studenten is het veel moeilijker om ze bvb te laten praten over “wiskunde” vertrekkende vanuit hun eigen ervaringswereld (dat vind ik toch).
Maarten,
Je stelling klopt wel, maar in realiteit zal er op hoger niveau toch wat bijgestuurd moeten worden.
Het resultaat van het experiment dat ik eerder heb aangehaald, zal uiteindelijk resulteren dat de kennis van de cursisten i.v.m bepaalde materie zeker veel groter zal zijn dan wanneer ik de materie op traditionele wijze had gedoceerd. (informatie geven en op het examen krijg ik dezelfde informatie terug). Daar daar staat wel tegenover dat de cursisten ongeveer 4 lesmomenten hebben gespendeerd aan opzoekingswerk e.d terwijl ik verleden jaar slechts 1 lesmoment heb gespendeerd aan de materie.
Het resultaat van dit jaar zal voor de cursisten en mezelf veel meer voldoening geven en ik heb ook het vermoeden dat de cursisten meer inzicht in de materie hebben, maar als ik aangeef dat er slechts 60 lesuren aan de module gespendeerd kan worden (volgens structuurschema) denk ik toch dat ik wat in tijdsgebrek zal komen voor de rest van de leerinhouden te behandelen.