90 procent !
Volgens een studie (Pew Internet & American Life Project) zit bijna 90% van Amerikaanse jongeren tussen 12 en 17 online. Niet alleen wordt er vrolijk op los gesurft, maar het gebruik van informatie en communicatiehulpmiddelen wordt ook breder en breder. Ze gebruiken internet voor hun hobbies, schoolwerk, communicatie met peers, kopen, gaming…
Wat vooral opvalt: “e-mail” wordt aanzien als ‘verouderde’ technologie, wat ze nog gebruiken om te communiceren met leerkrachten en scholen. Communicatie met hun vrienden gebeurt via Instant Messaging.
Uit de studie:
Teens who participated in focus groups for this study said that they view email as something you use to talk to “old people,” institutions, or to send complex instructions to large groups. When it comes to casual written onversation, particularly when talking with friends, online instant messaging is the clearly the mode of choice for today’s online teens.
Het is een teken-aan-de-wand dat educatieve instellingen onder dezelfde noemer geplaatst worden als bejaarden.
De studie titelt in hoofdletters “Face to face time still beats phone and screen time for kids”, maar in de verklaring lezen we dat ze gemiddeld tien uur per week socialisen met hun vrienden face-to-face, en ’slechts’ acht uur via Instant Messaging, telefoon, webcam…
Dit is een belangrijke vaststelling: jongeren maken geen (of amper) onderscheid meer tussen ‘reeel’ en ‘virtueel’. Technologie wordt gebruikt om reele vriendschappen en contacten te ondersteunen en versterken. Technologie hoeft dus niet per definitie vervreemding of afstandelijkheid te betekenen, zoals vaak verteld wordt door de tegenhangers van eLeren (of technologie in het algemeen).
De ‘Net Generation’ komt eraan.
Hoe doet België het op vlak van nieuwe technologieën?
Via de Federale Overheidsdienst Economie vinden we Belgische statistieken terug over internet- en communicatiegebruik België bevindt zich op de (niet slechte) twintigste plaats op de wereldlijst “Digital Access Index” (deze index weerspiegelt de verspreiding en bereikbaarheid van digitale technologieën), Nederland doet beter (zesde plaats), de rest van de top tien wordt gevuld door onze noordelijke vrienden (Zweden (op nummer één), Denemarken, Finland…), en de nieuwe economieën (Zuid-Korea, Hong Kong, Taiwan) (cijfers van 2002).
De Belgen hebben 24 computers per 100 inwoners, de Zweden 62. 33% van de Belgen is internetgebruiker (jammer - geen opsplitsing per leeftijd!)
Per 100 leerlingen hebben we 6 internet-geconnecteerde computers (in het secundair onderwijs). Da’s dus één computer per klas? Of stoppen we onze computers gezellig ver weg van het onderwijs, in computerklassen?
Zoals collega-schrijver Fred het stelt: België heeft zijn economisch gunstige positie in Europa en de wereld te danken aan onze goeie centrale ligging. Tijdens de industriële revolutie werd een uitgebreid spoorweg- en wegennet gelegd, waardoor België een ware sleutelpositie innam/neemt in de wereld.
De grote kunst zal erin bestaan dit te vertalen naar een communicatie- en informatie-wereld, waar ‘verkeer’ virtueel wordt.
Boeiende tijden!
(bronnen: Europese Commissie, International Telecommunication Union, ISPA Belgium, ITU)