De educatieve rol van de VRT

Maandag 25 juli 2005 presenteerden minister Bourgeois, voogdijminister van de VRT en gedelegeerd bestuurder Tony Mary het eindrapport van de bevraging voor de toekomstige rol van de publieke omroep. Ongeveer 1.853 en 36 middenveldorganisaties hebben gehoor gegeven aan de oproep van de Vlaamse mediaraad om hun visie op de toekomstige rol van de VRT mee te delen. Op de persconferentie maandag niets dan blije gezichten. De minister was vooral tevreden over het aantal reacties en de gedelegeerd bestuurder was blij omdat de Vlaamse burgers en verenigingen kennelijk tevreden zijn over de manier waarop de openbare omroep zijn informatie- en cultuuropdracht invult.

Misschien hebben de heren Bourgeois en Mary een aantal van die bijdragen niet (goed) gelezen. Zo is er nochtans een zeer lezenswaardig en uiterst kritisch advies van de Vlaamse Onderwijsraad. Het advies laat geen spaander heel van de zogenaamde educatieve invulling die de VRT aan haar programma’s geeft. Akkoord, de VLOR heeft het gewoontegetrouw allemaal erg beleefd geformuleerd maar de tekst laat voor de goede verstaander niets aan duidelijkheid te wensen over.
De beheersovereenkomst tussen VRT en Vlaamse overheid vermeldt uitdrukkelijk de educatieve taken van de VRT: zo moeten educatieve programma’s minstens 10% van de bevolking bereiken. Een doelstelling die – uiteraard gestaafd met de nodige kijkcijfers- ruischoots gehaald wordt. Als we echter kijken wat de VRT onder “educatieve” programma’s verstaat dan gaat dat naast programma’s als “Hoe?Zo!” en “Histories” ook over “dieren in nesten” en verder alle kook- tuin- en woonprogramma’s!
Programma’s als de “Geschiedenisshow” en “Hoe? Zo?” Kunnen hoogstens tot het betere(?) edutainment gerekend worden maar daar houdt elke educatieve waarde ook op. Het VLOR-advies hekelt verder terecht de kwaliteit van deze educatieve programma’s, het gebrek aan duiding en de zeer beperkte en vaak negatieve beeldvorming over onderwijs en leren. Kijken we naar het belang van VRT-programma’s voor scholen, dan ontbreekt zowat alle initiatief. De norm is en blijft het kijkcijfer en 5000 scholen hebben geen of te weinig impact daarop om voor de VRT een echt doelpubliek te zijn. Mijn vrees is dat zolang Het Kijkcijfer de norm is, hierin weinig verandering zal komen.
Het VLOR-advies geeft nochtans een aantal zeer belangrijke suggesties om de educatieve opdracht van de VRT met relatief bescheiden middelen werkelijkheid te laten worden:
• een consequente, positieve beeldvorming inzake leren als algemeen menselijke basisingesteldheid, alsook inzake de diversiteit aan mogelijkheden om concreet invulling te geven aan de behoefte aan anytime, anywhere and anyhow learning;
• het consequent samenbrengen van de complementaire expertises aanwezig in onderwijs en bij de openbare omroep voor het ontwikkelen van multimediale content en leermiddelen;
• het consequent uitwisselen van ervaringen inzake “good practices” met het oog op het creëren van optimale leercontexten die uitnodigen tot een authentieker leren aan de werkelijkheid, waarin ook veel meer uitnodigingen tot participatie en betrokkenheid ingebed zitten
• het consequent openstellen en aanspreken van het multimediale beeld- en klankarchief van de openbare omroep en het aansluiting zoeken bij aanbieders van andere, gelijkaardige ‘bronnenbanken’ zodat bestaande en nieuw te ontwikkelen onderwijsleeromgevingen met behulp hiervan maximaal verrijkt kunnen worden.
Het volledige vlor-advies over de toekomst van de VRT vind je hier, de resultaten van de VRT-consultatie hier.

Auteur: Jan

Studeerde Moraalwetenschappen te Gent. Werkt sinds 1998 op het departement Onderwijs en is er verantwoordelijk voor de coördinatie van het ICT-beleid. Is afgevaardigde van de Vlaamse overheid in het European Schoolnet en de werkgroep DELTA van de Europese Commissie.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

 

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.