Het risico op mislukken

Lees wat voorafging, van onder naar boven om het hele verhaal te volgen

Je hebt je leerlingen verwittigd dat ze naar dat lokaal moeten komen. Ze blijven maar weg. OK, misverstand, ze zaten in het andere lokaal te wachten. Geen nood, de verhuizing neemt nog eens vijf minuten in beslag. Ze komen haast uitzinnig van verwachting binnen, ze racen tussen de banken om maar de beste (= vlugste) computer te pakken te krijgen. Enfin, het is je gelukt iedereen redelijk stil te krijgen. Maar de ene leerling hoort het al niet meer, want zijn computer is al opgestart, enz, enz.

Overdrijf ik? Natuurlijk, want bij jou zal het wel niet gebeuren. Moet ik doorgaan? Sommige leerlingen raken niet op het internet – ze moeten wachten, lang wachten. Ze beginnen te zeuren. Je ziet de minuten voorbij tikken – je lesplan vertelt je dat je al oefening vier moet gemaakt hebben… je krijgt het danig op de zenuwen, en na al die jaren van ervaring, besef je dat je geduld toch opgeraakt. Wat je al lang niet meer gedaan hebt, valt ook voor jou voor de voeten: schrijf eens een opstelletje…

Is dit een karikatuur? Ik vrees van niet. De manier van lesgeven moet je helemaal herdenken in functie van de computer! Het middel ‘computer’ vraagt enorm veel van jezelf. Als alles goed gaat, kun je er de voordelen van meepikken. Als het tegenvalt, wat gebeurt – ik geef het op een blaadje – heb je er voor die dag – of week, of maand, of voor altijd – genoeg van.

Het risico op mislukken is hoe dan ook veel groter dan het gebruik van andere media. Ben je bereid dit risico te lopen, dan kun je uit die ervaring lessen leren. Het is wat men er ook over beweren, een andere vorm van lesgeven. Als je er niet van overtuigd bent dat ICT een belangrijk en onmisbaar middel is in het onderwijs, dan hoef je, dunkt me, dit risico niet te nemen.

Auteur: Dirk Rommens

(Moen, 19 januari 1949) Tot 2004 leraar Nederlands-Engels aan het Spes Nostra Instituut in Kuurne. Vanaf 1 september 2004: Halftijdse detachering Departement Onderwijs voor KlasCement. Halftijds ICT-coördinator (didactiek) Scholengemeenschap O.L.V. Groeninge. Website: http://www.dirk-rommens.be Blogs en artikels in COS, VONK, KlasCement.

9 gedachten over “Het risico op mislukken”

  1. Elke uitdaging heeft zijn goede en minder goede kanten natuurlijk.
    Maar veel hangt wel af van de organisatie van de school.
    Zonder ICT kunnen we niet meer, ook al zouden collega’s dat willen.
    Met een griffel schrijven zou ook ecologisch zijn, maar we gebruiken nu allen een balpen.
    Zo ook met de moderne media. Ik denk zelf dat we niet ver af zijn van een totale omwenteling in deze sector.
    Podcasting zal doorbreken in het onderwijs, net zoals lessen en oefeningen op je GSM, laptop.
    Ook eLearning. Dus ik denk dat de nieuwe leerkrachten echt voor een grote en nieuwe uitdaging zullen komen te staan.
    Donderdag naar de US. je kan alles volgen op mijn Mac homepage.
    http://homepage.mac.com/lvandepaer/

  2. Mocht het niet zijn dat ik Dirk beter ken, ik zou denken dat bovenstaande tekst een laatste stuiptrekking is van een ten dode opgeschreven leerkracht.

    Waarom ICT gebruiken? Gewoon omdat het fun is??
    – Neen, omdat je er geheel nieuwe werkvormen mee kunt ondersteunen die zonder pc zeer moeilijk uit te voeren zijn. Waarom veranderen van werkvorm? Omdat het klassikaal doceren niet alle leerlingen goed ligt. Sommige leerlingen leren meer door het zelfstandig verwerken van leerstof.
    – Neen, omdat je via ICT meer kans krijgt om in je les te differentiëren. Wat ook weer de minder sterke leerlingen meer kansen geeft.

    Kan een leerkracht die geen ICT gebruikt toch een goeie leerkracht zijn, ja. Zou diezelfde leerkracht beter zijn als hij wel op een zinvolle manier ICT gebruikt, ook ja.

  3. Ik weet niet of het verhaal dat ik bracht al dan niet herkenbaar is. Ik beschrijf enkel wat ik in de loop van de voorbije jaren heb meegemaakt. Het gaat dus niet over mezelf, maar over collega’s die zelfs niet ten dode zijn opgeschreven, ook niet over ‘ouwe zakken’, want ik ken er heel wat die de jonge collega’s een mooi ICT-lesje zouden leren.

    Nogmaals, het gaat ook niet over de ICT- en informaticaleerkrachten – van die kun je uiteraard hopen en verwachten dat zij met de toekomst bezig zijn.

    Ik heb het altijd over ‘gewone leerkrachten’ die verondersteld worden alle ICT-knepen van het vak te kennen. En in mijn inleiding wou ik vooral beklemtonen dat ICT-coördinatoren en ICT’ers in het algemeen met hun voeten op de grond moeten blijven. Zeker in het secundair onderwijs is er een grote afgrond tussen de voortrekkers en het grote peloton. Mijn pleidooi is er om de grote groep niet te ontmoedigen, maar door een gepast beleid die collega’s toch ‘mee te krijgen’.

    Ik hoop in de vakantie daarover een aantal ideeën ‘op papier te zetten’.

    Mijn inleidende tekst kan negatief klinken, en voor jonge snaken oubollig klinken, maar ik wilde vooral de problemen aankaarten. Als je oplossingen wil beschrijven, moet je eerst de toestand grondig doorlichten.

    Ik heb het ook niet met de natte vinger bij elkaar gepend, maar mijn onderzoek over ICT in de 22 scholen van de scholengemeenschap heeft me informatie verschaft, heeft me geleerd hoe bescheiden we moeten blijven. Er is nog werk aan de winkel – en ook al zullen mijn grijze haren de tegenovergestelde reactie kunnen teweegbrengen, ik blijf jong denken.

    Ik zal ook in de vakantie ruim de tijd nemen om op de verschillende reacties te antwoorden. De schrijvers ervan hebben er recht op, en ik dank ze voor de moeite die ze namen, mijn ‘betoog’ te lezen en erop te reageren.

  4. Interessant stuk. Ik zou mij vooral zorgen maken om het verschil tussen de leerlingen die er meer van weten dan jij en de kneusjes die computers haten, geen computerervaring hebben of niet zo snel computergedrag kweken.

    En les geven aan een groep leerlingen die achter de pc op het net zit. Ik denk dat je dan niet meer kan vertrekken van het klassieke lesconcept.

  5. Dit aspect kwam in mijn vroegere bijdragen aan bod: de hindernis die leerkrachten moeten nemen om op het niveau van hun leerlingen te komen.

    OK, geen klassiek lesconcept: digitale didactiek dus.
    Hoe pak jij het aan in de huidige klasomgeving?

    Ik heb ook voorbeelden gezien in de BETT-beurs van leerkrachten en leerlingen die hun pda gebruiken i.p.v. een handboek. In Groot-Brittannië. Er staan overigens mooie video’s op de site van Teachers’ TV die tonen hoe het kan. Ook bij ons? Is AAL een tussenoplossing of de enige haalbare?

  6. Voor pep-talk over ICT kan je altijd nog naar hoera-congressen als Online Information 2005 (The Future is so bright … give me my sunglasses!), voor een gezonde kritische reflexie kan je gelukkig bij edublogs terecht.

    Er is een groot verschil tussen een stuk technologie enerzijds en een technologische oplossing anderzijds. Het hele organisatorische luik is m.i. nog altijd een dikke 80% van de required effort in ICT. Ik geef een voorbeeldje uit de eigen praktijk.

    Het heeft 5 (vijf) jaar geduurd eer wij voldoende betrouwbare PC-klassen hadden voor courant gebruik door de studenten. Tel daar nog enkele jaren bij eer een docent met gerust gemoed z’n lessen in dergelijke lokalen kon geven.
    Zelf geef ik nu al 15 jaar les in PC-klassen aan grote groepen studenten. Ik houd het nog altijd bij een aantal vuistregels:

    – zorg dat je altijd een aantal PC’s onbezet houdt om pannes op te vangen;
    – raar maar waar: werk met de software die je vorig jaar ook al gebruikte; degene die je dit jaar nodig hebt zal hopelijk volgend jaar werken :=)
    – je moet je les ook kunnen geven zonder dataprojectie
    Рpas je tempo aan: je kan v̩̩l, v̩̩l minder doen dan je denkt. Ik hou een statistiekje bij en ja: 10 studenten meer in de les (b.v. van 25 naar 35) betekent een kwartier tijd meer nodig voor dezelfde stof!
    – hou toch maar dat gehate powerpointje achter de hand als je van plan bent life dingen te tonen
    – if nothing works, moet je een plan B hebben: zorg dat je het uur ook gevuld krijgt met jeugdherrinneringen of knappe wijsheden

    Je moet beseffen dat wij rond de klok operatoren hebben in de PC-klassen, dat alle machines van hetzelfde type zijn met automatisch geïnstalleerde software, dat machines binnen de drie jaar vervangen worden, dat elke week een inspectie plaatsvindt van het materiaal. Bovendien geef ik les in een gebouw waar 15 zulke klassen staan.

    Dit jaar was ik door overmoed wat onvoorzichtig geworden en ja:

    1 college van 2 uur in 2 klassen met meer dan 60 studenten is volledig de mist ingegaan wegens simultaan defect van de projectoren en 1 dergelijk college kon niet doorgaan omdat een geupdate versie van de software problemen veroorzaakte op het netwerk. Vermits we maar 13 colleges hebben niet iets om fier op te zijn.

    Voor de gewone dataprojectie in de colleges zetten wij aan het begin van het semester overigens extra jobstudenten in om proffen te helpen met portable/dataprojectie aansluiting.

    Kortom:

    – PC-klassen zijn een complexe infrastructuur die full-time beheer vereisen
    – er moet beschikbare support staff zijn
    – er moet lichte overcapaciteit zijn
    – er moet fall-back zijn
    – het moet gaan om uitegeteste oplossingen

    Je gaat dus eigenlijk niet naar een PC-klas om wat toffe dingen en laatste nieuwtjes uit te proberen met leerlingen. Het vraagt allemaal behoorlijk wat planning. Ik vermoed dat scholen op beleidsniveau een keuze moeten maken om dergelijk lesplatform uit te bouwen, en daar middelen moeten voor vrijmaken. En dat zijn er echt wel meer dan gedacht.

    Ik denk dat Dirk spijkers met koppen slaat!

  7. Ik ben ook 3 jaar ICT-coördinator geweest. En ik kon de leerkrachten grosso modo in twee groepen opdelen: zij die in ICT tijd investeerden en zij die daar geen goesting voor hadden.

    Een collega Latijn-Grieks, 55 naderend, was het beu om altijd maar een ‘dom’ gevoel te hebben, kocht een laptop, leerde windows, word,… En enkele weken later rolden zijn griekse teksten uit de printer. Ik zou zelf eens moeten zoeken hoe dat te doen.
    Een andere collega Frans, pas terug uit zwangerschapsverlof, komt in de computerklas, heeft haar handboek de dag voordien goed bekeken, de nota’s van een collega in de hand gaat ze een ICT-les geven. Als ik na een kwartiertje even binnenspring om te kijken of alle pc’s het naar behoren doen, krijg ik daar een vlaag naar mijn oren dat het altijd hetzelfde is met die pc’s… Ze was net de leerlingen aan het leren dat je de tabtoets moet gebruiken om je tekst te laten inspringen, zoals op een typ-machine, en de tabs stonden plots midden in de tekst… Ik vraag me af hoe men zou reageren als ik de leerlingen zou leren “ik word, jij word, hij word,…”

    Veel leerkrachten doen hun best om de pc te leren kennen, maar ook een heel aantal heeft er gewoon geen zin in. Ik heb het niet over de kwaliteit van het lesgeven, want die collega van Frans zal wellicht wel een goeie leerkracht zijn. Maar die computermiserie lag niet aan de pc’s…

    Ik ben gestopt met het ICT-coördinator zijn op het moment dat 90% van de problemen te wijten waren aan de (blijvende) onkunde van de leerkrachten. Weinig fouten kon men nog in de “schoenen” van het netwerk of de computer schuiven. Maar misschien is dat niet in alle scholen zo.

  8. Hallo Jelle,
    is het niet zo dat je (als beginneling)vaak aan je lot wordt overgelaten? Ik kan mij inbeelden dat wat voor een ict coördinator als evident overkomt, voor een informaticaleek juist bedreigend is.
    Zo nam ik eens deel aan een navorming in verband met het installeren van een windows xp pro op een pc. Het bleek dat bijna alle andere deelnemers ict-coördinatoren waren die nogal lacherig deden over mijn minimale kennis en dat terwijl ik juist die inspanning wilde leveren om ook die zaken onder de knie te krijgen.

    Naast de technische knowhow stel ik mij dikwijls de volgende vragen:
    Waar is ondersteuning ivm digitale didactiek? Waar vind je een accurate navorming?
    Vaak zijn de didactische navormingen gericht naar de absolute start ( powerpoint, word voor beginners) maar digitale didactiek is toch een beetje meer dan plaatjes kijken. Het juist allemaal alleen moeten uitzoeken komt vaak frustrerend over waardoor sommigen dan maar afhaken.

  9. Het werk van de ICT-coördinator speelt op twee domeinen af:
    – het technische aspect
    – het pedagogische aspect
    In sommige scholen wordt dit zelfs door verschillende mensen uitgevoerd.

    Het tweede aspect is het minst makkelijke, je moet als ict-coördinator immers ‘leer-kracht’ zijn voor je collega’s. En dat gaat in twee richtingen:
    – als ict-coördinator moet je geduld, begrip,… hebben voor je collega’s en ten allen tijde willen helpen (Ik heb dat altijd geprobeerd en mijn ex-collega’s’ zullen dat hopelijk kunnen beamen.) Het is dus spijtig te lezen je collega’s op die bijscholing lacherig deden, hopelijk doen ze dat niet met hun leerlingen… Je teleurstelling is dus wel terecht, vind ik.
    – als leerkracht moet je openstaan voor de nieuwe media en geholpen willen worden. Ik ben als leerkracht informatica geen literatuurdeskundige en ik ken ook niet de halve dikke vandale vanbuiten, maar ik kan wel schrijven zonder dt-fouten. Ik vind ook niet dat niet-informaticaleerkrachten windows moeten kunnen installeren, maar ik vind wel dat ze deftig een tekstverwerker moeten kunnen gebruiken en een basis aan zelfredzaamheid moeten kunnen tonen. En daar ging mijn ‘frustratie’ en reactie op Dirk Rommens betoog over. Véél te weinig leerkrachten kunnen informatica gebruiken zonder dt-fouten te maken. Maar misschien ben ik nog 10 jaar te vroeg……..

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

 

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.