Visie! (Deel 2.)
Ik zie veel docenten enthousiast (misschien naief?) aan onderwijsvernieuwing doen… Ze werken met probleemgebaseerd onderwijs, gebruiken de digitale leeromgeving, proberen e-toetsen te maken… Telkens valt het me op hoe belangrijk de rol van het beleid hierin is.
Ga je als instelling dit soort activiteiten stimuleren? Ga je het promoten? Of veronderstel je dat dit niet meer dan normaal is en dat innovatie hoort bij elke onderwijsopdracht?
Innoveren gaat steeds gepaard met kinderziekten en kleine (soms ook grotere) probleempjes. Studenten lopen verloren in je leeromgeving, het discusieforum komt niet van grond, je e-test crasht op het ultieme (pijnlijke) moment…
Ik ken meerdere voorbeelden van docenten die in hun jaarlijkse studentenbevraging tegen de lamp lopen en enorm teleurgesteld zijn omdat - laten we het daar over eens zijn - studenten nu eenmaal niet staan te trappelen voor innovatie. Je moet als instelling bereid zijn om ruimte te geven (zowel qua middelen als qua tijd als qua evaluatie) aan docenten die innoveren (of proberen dat te doen).
Het risico bestaat dat - zonder een duidelijke visie en daar bijbehorende actielijnen - het beleid de indruk wekt dat het er allemaal niet echt toe doet op voorwaarde dat A) de studenten blij zijn en B) het slaagcijfer voldoende hoog blijft.
Hoe kan het beleid dan wel zijn rol vervullen als ‘inspirator/facilitator’ ?
Het Learning and Teaching Support Network (nu lid van de Higher Education Academy) bracht al een handige gids uit… Een soort ‘e-learning voor directies/dummies’.
Sta me toe nog enkele puntjes toe te lichten.
- Het is evident dat hardware en software in orde en operationeel moet zijn. Een docent die zijn/haar eigen leeromgeving moet hosten, kopen, of ontwikkelen, is wel goed maar niet efficiënt bezig.
- De navorming van leerkrachten/docenten moet op peil staan. Dit lijkt evident, maar hier hoort ook bij het geven van tijd en het opvolgen van navormingen. Interesse hebben in en inspiratie geven aan!
- Gevoelig punt… moet er in docentenevaluaties (voor promoties, benoemingen… ) rekening gehouden worden met ‘extra’ activiteiten als onderwijsinnovatie, onderzoeksactiviteiten,… ? (Steekt dan op termijn niet een soort ongezonde ‘concurrentie’ de kop op? Aan de anderen kant moet je toch ook zij die innoveren, durven belonen?)
- Je moet ook tijd durven geven aan docenten die met nieuwe initiatieven starten. Grote vraag is – uiteraard – vanwaar je extra ‘tijd’ kan toveren voor dit soort experimenten. In een naïef verleden dachten we nog dat e-leren ons tijd (en geld en moeite) ging besparen . Intussen weten we dat zoals altijd de wet van behoud van ellende geldt: je kan besparen op tijd, maar dan gaat dat ten koste van je onderwijskwaliteit. Natuurlijk geldt dat ook voor e-leren. Wil je echt geïndividualiseerde trajecten, begeleiding-op-maat, intensieve communicatie… dan zal je tijd en geld moeten investeren.
Keuzes maken is hier erg belangrijk (willen we alles aanbieden voor iedereen en altijd?)
In Canada subsidieert de National Research Council experten zoals Stephen Downes die hun tijd vullen met creatief werken rond blogs of open leerstandaarden. Wat leeft er in België/Vlaanderen?
Maar er zijn ook positieve noten. Uit kleine projecten met enthousiaste early-adopters groeien vaak mooie didactische toepassingen… Zo bijvoorbeeld één van onze ELISE cursisten die –te midden van tijdgebrek en technische problemen – een erg origineel en inspirerend blog-experiment opzet…
Of het erg leuke samenwerkingsproject tussen studenten burgerlijk en industrieel ingenieur, volledig virtueel, dat werd opgezet in het kader van een onderwijsvernieuwingsproject. Hier op Edublogs lazen we al over andere mooie, didactische en inspirerende verhalen…
Op zulke momenten leeft de naïeveling in mij op, en denk ik dat we toch wellicht met zulke
docenten nog niet zo slecht bezig zijn. Bovendien zei Einstein al dat Anyone who has never made a mistake has never tried anything new.
Het is een eer te mogen werken tussen collega’s die creatief, innovatief en geïnspireerd werken rond onderwijs, en die ‘leven om te leren’.