Hindernissen, struikelblokken en voorwaarden voor ICT in de lessen
Lees wat voorafging, van onder naar boven
1. Verandering is een deur die je van binnen opendoet.
Je moet als leerkracht in eerste instantie overtuigd zijn dat ICT een toegevoegde waarde geeft aan je lesgeven. Je mag nog zoveel techniekjes aangeleerd hebben, je mag zoveel cursussen gevolgd hebben, als je niet stellig overtuigd bent van de meerwaarde van ICT, dan had je beter een cursus breien gevolgd – wat nu echt ‘in’ is en in ieder geval een sociale meerwaarde blijkt te creëren.
Net zoals je leerlingen met veel gemak de top-dertig uit hun hoofd kennen, maar moeite hebben om tien Franse woorden te memoriseren (overdrijf ik?), net zo min zul je zonder fond alleen bij de oppervlakte blijven, en geforceerd overkomen. Onze hersenen hebben kennelijk de neiging beter te onthouden wat we met liefde en interesse en plezier leren, dan wat we geforceerd geserveerd krijgen. Soms kan een boterham gehakt me betere smaken dan een verplicht etentje op een feest van 50-jarigen bij voorbeeld, hoe gezond ook van samenstelling – en ik heb het nog niet over het aanwezige publiek.
Ik heb in de loop van de voorbije jaren een hoop kennis opgedaan van ICT, die vermoedelijk kwalitatief hoogstaander is dan wat ik in het middelbaar toegediend gekregen heb van een hele resem heel serieuze vakken. Ik heb van sommige leerkrachten meer onthouden dan van anderen, wat niet meteen aan hun mooie bordschrift lag, en ook niet aan hun frisse verschijning, maar aan de gloed en het enthousiasme waarmee ze de zaken aanbrachten.
Ik wil maar zeggen, als je als leerkracht niet gelooft in het gebruik van de computer in de lessen, begin er gewoon niet aan. Je moet immers weten dat je als volwassene al een inhaalbeweging moet doen om op het niveau van de leerling te staan.
Ik hoorde van iemand die een zoontje van anderhalf heeft, dat hij al bezig is met de eerste stappen van het gebruik van een toetsenbord en een muis, speels, ongedwongen, vooral met veel trial en nog meer error - dat wel. Maar anderzijds zie ik nog voor mijn ogen cursisten die letterlijk de muis op het scherm bewegen in de overtuiging dat dit de goeie methode is.
Je dient dus als leerkracht een achterstand in te halen, nog vooraleer je begonnen bent. Ben je echt niet gewonnen voor ICT, probeer je ‘onkunde’ op te vangen door het gebruik van een video, een DVD, een overheadprojector, een diareeks. Liever als ouderwets versleten worden door de leerlingen (en leerkrachten) dan door te gaan als een klungelaar-eerste-klasse.
Ik kan het nog anders stellen: als ICT botst met je persoonlijkheid, met een goed gevoel als leerkracht en als mens (is dit een contaminatie?), forceer je niet, bedenk andere didactische middelen die een evenwaardige input hebben in het leerproces.
‘Verandering is een deur die je van binnen opendoet’ is een spreuk die ik van Mark Eyskens als leidraad voor ogen hou – de professor heeft ook minder gelukkige uitspraken gedaan, maar het is hem vergeven.
Ik herinner me nog levendig – en ik zie het nog op de rechter bovenkant van het bord staan – de spreuk die ik al vanaf het middelbaar meedraag als een maliënkolder, een beschermlaag van te grote verwachtingen in het overbrengen van leerstof, van mijn ex-leraar Nederlands-Duits Edmond Ottevaere: ‘Je kunt een paard bij de bron brengen, maar je kunt het niet doen drinken’. De omstandigheden waarop hij die spreuk op het bord aanbracht, zijn me ontgaan – negatieve ervaringen verdrukt men, dat is maar al te duidelijk – maar het komt op hetzelfde neer: leren is veranderen, dit is zelfs met hersenscans te bewijzen: blijvende herinneringen vormen nieuwe elektronische verbindingen.