Anders gaan lesgeven met nieuwe media

Het begint stilaan te dagen bij steeds meer lesgevers: de tijd is rijp om de klassieke manieren van lesgeven definitief achter ons te laten en voluit te gaan voor echte onderwijsvernieuwing.

Dus niet meer het mantra hanteren van het digitale bord dat de vernieuwing in de klas brengt, maar uitkijken naar echte vernieuwingen. De grote interesse die er bestaat voor blended learning en the flipped classroom zijn hierbij tekenen aan de wand. In onderstaand artikel lijsten we enkele mogelijkheden op. Let wel: het is niet de bedoeling om een kant-en-klare handleiding voor te schotelen, maar eerder inspirerend te werken. Geen twee lesgevers zijn immers gelijk. Iedereen zal zelf een pakket op maat moeten samenstellen waar hij/zij zich goed bij voelt. Aanzie onderstaand overzicht dus als een niet-exhaustief pakket waar je zelf je ideale klas mee kan samenstellen. Mogelijks nog niet dit jaar, zelfs nog niet volgend jaar. Maar ooit zal de tijd rijp zijn om écht “anders te gaan lesgeven”.

Digitale borden

Digitale borden zijn de grootste hype voorbij. Er zijn weliswaar tal van lesgevers die er fantastisch werk mee leveren. Er zijn spijtig genoeg echter tevens tal van lesgevers die zich gedwongen voelen om mee te surfen op de hype en er na jarenlang gezucht en gezwoeg nog steeds de meerwaarde niet van ontdekken. En terecht: het is dan ook maar een van de vele hulpmiddelen die je kan gebruiken in de klas. Spijtig genoeg soupeert zo’n digitaal bord vaak het totale ICT-budget voor een klas op zodat er geen financiële ruimte meer bestaat voor alternatieven. Bezinnen dus voor je begint: onderzoek wees reeds uit dat amper 44% van de leerkrachten die een digibord ter beschikking hebben er ook effectief gebruik van maakt… (Stijn Vanlaer, 2012). De reden: hun stijl van lesgeven is niet compatibel met de mogelijkheden dat dergelijk bord biedt.

Daarom het advies aan alle twijfelaars: probeer het eerst eens met een zelfgemaakt digibord. Als je al een beamer hebt staan of hangen, dan kost het je maar een avondje installeren en ongeveer 12 euro. Merk je na enkele maanden dat je een meerwaarde ondervindt inzake het behalen van je lesdoelen, dan kan je met de nodige argumentatie op zoek gaan naar een commercieel digibord. Want we moeten eerlijk zijn: een commercieel digibord werkt toch prettiger en vlotter dan een zelfgemaakt digibord.

Zelf aan de slag gaan? Wij vinden de Smoothboard-software bij de beste op de markt, spijtig genoeg betalend. Een gratis alternatief vind je bij www.uweschmidt.org Deze software is trouwens geschikt voor alle platformen.

Bordboeken en bordlessen

De uitgeverijen bieden een steeds ruimer pakket van bordboeken en bordlessen. Handig in het gebruik en didactisch zeer goed onderbouwd. Vaak worden er ook testen, differentiatiemogelijkheden,… toegevoegd waar je als lesgever rijkelijk kan uit putten. Top!

Maarvaak heb je doorheen je carrière al zeer mooie en waardevolle werkblaadjes, mappen, schema’s,… zelf aangemaakt. Deze vallen zeer eenvoudig over te zetten naar een digibord-formaat.

Open Sankoré biedt een zeer mooi en bovendien gratis aanbod hiertoe: http://open-sankore.org Deze open-source software laat je toe om zelf bordlessen en bordboeken aan te maken en geeft je alle tools die de grote commerciële pakketten ook aanbieden. Zeker het proberen waard. Je kan het trouwens gebruiken op elk type digitaal bord. Heeft je ene klas een Smartboard en je andere klas een Activboard: geen probleem met compatibiliteit.

Je smartphone als presenter

Als je een Prezi of Powerpoint-presentatie geeft, als je een lezing aanbiedt, dan hang je letterlijk vast aan je computer: je moet immers klikken om je volgende dia tevoorschijn te laten komen. En je wil lesgeven tussen je leerlingen, je door het volledige lokaal bewegen. Waarom gebruik je je smartphone niet om los te komen van je spreekgestoelte, van je computer? Kijk maar eens in de app store van je telefoon naar het aanbod onder de zoekterm “presenter”. Wij testten Smartshare Presenter uit voor Windows Mobile. Je opent je ppt via de plug in op je pc en je opent de bijhorende app op je smartphone. Beide devices maken verbinding met het beschikbare netwerk en je kan je dia’s zien op je schermpje, inclusief eventuele annotaties die je toevoegde als spiekbriefje.

 

Een tablet voor de juf of meester

Willen we in de klas zelf aan de slag met een tablet? Dan kan het zinvol zijn om je tablet het scherm van je klascomputer of laptop te laten overnemen. Waarom? De meeste software (bordboeken, Sankoré, Office,…) die we gebruiken in onze lessen bevindt zich wel op onze computer, maar niet op onze tablet. Als we ons computerscherm kunnen zien en kunnen bedienen op onze tablet, dan staan we niet langer frontaal les te geven, maar wandelen we rond in de klas met ons eigen digibord in de hand. Het proberen waard!

Splashtop.com is een voorbeeld van software dat dit mogelijk maakt. Je installeert Splashtop op je computer (verbonden met de beamer) en je opent de Splashtop-app op je tablet. Via het Wifi-netwerk maken beiden verbinding en je kan starten met je les. Als je je tablet aan een van je leerlingen geeft, kan deze zelfs de oefeningen aan het bord oplossen, zonder van zijn plaats te gaan. Werkt met iOS, Android en zelf Windows RT.

Educreations werkt op soortgelijke wijze, maar heeft als bijkomend voordeel dat je zeer eenvoudig je lessen kan opnemen: een combinatie van je bordschema’s en je stem. Doe je dit thuis, dan kan je op deze wijze instructiefilmpjes maken dewelke direct op het platform van Educreations te zien zijn, voor eenieder die jij wil.

Doceri doet dit ook, maar sluit zich aan bij de Ipad-dictatuur. Niet beschikbaar voor andere platformen dus.

Een tablet voor elke leerling

Een revolutie die mogelijks start in het hoger onderwijs en via deze weg ook naar andere niveau’s zal uitspreiden: de tablet als nieuwe boekentas. Studenten kopen jaarlijks vaak voor honderden euro’s cursussen. Als de docenten deze digitaal ter beschikking stellen, dan is de aankoopprijs van een tablet er al snel uitgehaald. Dit speelt in op de toekomstige trend van BYOD: bring your own device.

Smoothboard Air speelt hier direct op in. Het idee is dat de leerkracht bij de start van de les een QR-code toont op het projectiescherm waarna elke aanwezige student zich kan aanmelden: de presentatie wordt door het scannen van de code overgenomen op elke individuele tablet of smartphone. De annotaties die de leerkracht gedurende de les maakt, verschijnen tevens op alle devices en worden er ook in opgeslaan: elk bordschema zit automatisch in elke tablet. Handig om ’s avonds de les in te studeren.

 

Interactiviteit

De meerwaarde in onderwijsinnovatie en ICT ligt in de interactiviteit met je leerlingen.

Een mooi voorbeeld hierbij is Mouse Mischief. Deze plug-in wordt beschikbaar gesteld door Microsoft en werkt op elke computer waarop er Powerpoint 2007 of 2010 is geïnstalleerd. Hoe werkt het? Je maakt een presentatie met ja/nee-vragen of met meerkeuzevragen. Met de nodige USB-hubs (verdeelkastjes die je meer USB-poorten geven) en USB-verlengkabels kan je tot 30 muizen op jouw computer aansluiten: eentje voor elke leerling. Elke muisaanwijzer heeft een ander figuurtje. Zo kan eenieder eenvoudig herkennen welke de zijne is. Bij elke vraag die je lanceert kunnen je leerlingen nu deelnemen aan de quiz. De voordelen zijn duidelijk: je leerlingen letten beter op (gamification!) en je hebt direct feedback als leerkracht in welke mate je leerlingen bepaalde onderdelen van je les al dan niet hebben begrepen. Nadelen zijn dat je geen scores krijgt en dat iedereen uiteraard ziet welke antwoordmogelijkheid de anderen kiezen.

Beter uitgewerkt is Testmoz.com . Deze eenvoudige online-tool biedt een aantal bijkomende voordelen. Zonder registratie op de site kan je snel een quiz maken, vertrekkende vanuit verschillende vragentypes. Je krijgt een URL toegekend dewelke je kenbaar maakt aan je leerlingen. Elke leerling kan vanop de pc, de tablet of de smartphone aanmelden en deelnemen aan de quiz. Je krijgt aan het einde een compleet overzicht van de prestaties van je leerlingen.

Socrative gaat nog een stukje verder. De leerkracht surft naar t.socrative.com of installeert de app en de leerlingen surfen naar m.socrative.com of hebben hun eigen app. Elke leerling meldt zich aan in het “lokaal” dat jij toegekend kreeg. De leerkracht kan vervolgens ter plekke vragen afvuren of een voorafgemaakte quiz starten. De leerlingen kunnen deze dan op het tempo die de leerkracht oplegt of op hun eigen tempo doorlopen. Ook hier wacht er je op het einde van de quiz een werkblad met de uitslagen van alle leerlingen per vraag en in zijn totaliteit. Een nieuwe versie is trouwens reeds gelanceerd: beta.socrative.com

Meer info? www.onderwijsvernieuwing.be

Meer teasers? www.facebook.com/onderwijsvernieuwing

 

Als vreemde eend in Wonderwijswereld – Edushock Leerfestival

edushock

Op 11 december kon je het 2e Edushock Leerfestival bijwonen in het ICC in Gent. Zoals het in onderwijsmiddens past, braafjes op een woensdagnamiddag zodat er geen onmogelijke kunstgrepen nodig zijn om een grotere opkomst te verzekeren, een groter publiek te bereiken en als deelnemer makkelijk zelf te kunnen beslissen over je aanwezigheid.

Om een relaas van deze uiterst aangename namiddag te hebben, moet je maar even Twitter doorzoeken op #elf13 en @edushock. Ik wil me hier beperken tot een paar impressies en observaties…. als vreemde eend.

De keynotes waren een duidelijke poging om andere vreemde eenden uit andere werkterreinen hun licht te laten werpen op onderwijs. Peter Hinssens (@hinssen) was de waardige vervanger van de mensen van Kennisnet en wellicht nog beter geplaatst om even een por te geven richting toekomst. Vertrekkend vanuit de technologische en digitale (r)evolutie rondom ons, kon je niet anders dan vaststellen dat verandering onontkoombaar is. “Het is 5 na 12.”

De keynote van Joan De Winne(@joandewinne) legde de focus op leiderschap in tijden van verandering. Als dat niet kan tellen als een vingerwijzing? En dan toch opvallend hoezeer de “officiële instanties” afwezig waren op een leerfestival dat als missie heeft : “We willen impact hebben op directies en beleidsmakers, leerkrachten, studenten en onderwijsindustrie.”

De meeslepende, overdonderende keynote van Frank Van Massenhove (@FVMas) hield de volledige zaal een uur lang muisstil… zelfs het aantal tweets zakte op dat moment aanzienlijk.

 

De boodschap kwam over: “Onderwijs moet veranderen. En jullie kunnen het.”

 

Verder waren de hele trits aan “workshocks”, doe-sessies over “flipped classroom“, “activerende werkvormen”, de Max-methode, enz enz

Een mens kan nu eenmaal niet alles tegelijk volgen. Daarom is mijn indruk wellicht zeer fragmentarisch maar ik vond het opvallend dat:

  • technologie en digitalisering weinig aan bod kwam
  • didactiek sterk op de voorgrond kwam (maar goed ook)
  • er heel wat “grass root” projecten werden voorgesteld zoals de MaxMethode en de implementatie ervan in 1 school
  • er netjes buiten de invloedsfeer werd gebleven van visitaties, inspecties, leerplannen, koepels, …
  • onderwijsvernieuwing vooral leeft aan de basis (gelukkig maar)
  • daarentegen onderwijsstructuren en -koepels uit het zoeklicht bleven of zelfs afwezig waren
  • enthousiasme aanstekelijk werkt
  • vreemde eenden kunnen helpen (you are as strong as your network is)

Ik wil de organisatoren uitdrukkelijk en bij name bedanken voor zo’n geslaagde namiddag vol inspiratie en passie. Onderwijsvernieuwing is dus volop aan de gang maar er zijn meer Edushock Leerfestivals nodig om het vuur brandend te houden.

#elf13#onderwijsvernieuwing van binnenuit zal sneller gaan dan van bovenuit”.

 

Trend: MOOCs zetten e-leren in de schijnwerper

The New York Times doopte 2012 tot “The Year of the MOOC”. Sindsdien staan MOOCs, voluit Massive Open Online Courses, bovenaan menig trendlijstje. Een MOOC is een vorm van online leren. Net zoals bij andere vormen van afstandsonderwijs volgt de cursist enkel online lessen.

Afstandleren verschilt van blended learning in de zin dat men bij deze laatste ook deels fysiek op de campus aanwezig is. Binnen het afstandsonderwijs onderscheiden MOOCs zich vandaag doordat ze gratis zijn, geen credit opleveren (enkel tegen betaling) en het grote aantal cursisten die deelnemen.

MOOCs ontstonden in Canada vanuit het idee dat onderwijs ‘vrij’ (open) moet zijn, maar de grote doorbraak kwam er in Noord-Amerika nadat enkele nieuwe (meestal for profit) platformen ontstonden zoals Coursera, Udacity en edX. Het initiële succes van MOOCs, en dan vooral binnen de VS, dient men voornamelijk te zien in het licht van de enorme besparingen binnen het onderwijs, de torenhoge studiekosten (een diploma kost er minstens 25.000 dollar) en het gegeven dat reeds vandaag al een derde van alle studenten er via afstandsonderwijs een diploma behaalt.

Vandaag zijn MOOCs voornamelijk het speelveld van (Westerse) universiteiten die ze gebruiken als showcase (marketing voor de instelling) om zich te profileren t.o.v. de concurrentie, maar ook met het oog op het enorm potentieel aan studenten binnen Afrika en Azië. In Europa ziet men MOOCs als een alternatief voor Erasmus en een mogelijkheid tot (hernieuwde) samenwerking met ontwikkelingslanden, vooral Franstalig Afrika. Momenteel vervangen MOOCs nog maar zelden volledige bestaande opleidingen. Tijdens een MOOC-conferentie in Brussel (ACA, 10 oktober 2013) werd data getoond waaruit blijkt dat er in Europa bijna evenveel MOOCs georganiseerd worden als in Noord-Amerika en dat de meest gebruikte taal er ook het Engels is. Het verschil tussen beide continenten is voornamelijk te vinden in de manier waarop het onderwijs gefinancierd en georganiseerd wordt.
Continue reading “Trend: MOOCs zetten e-leren in de schijnwerper”

Herfstschoonmaak voor je slome computer

Iedereen kent het wel: je installeert steeds weer nieuwe dingen op je computer (“Je moet toch bijblijven in het onderwijs…!”), je kinderen doorkruisen het WWW op je computer (“Het moet voor school!”) en na verloop van tijd wordt je computer steeds trager, verschijnen er steeds meer foutmeldingen op je scherm en zijn er vervelende boodschappen die je maar niet weg krijgt.

Dus wil je je geliefde werkinstrument een herfstschoonmaak geven. Maar hoe doe je dat?

We geven je enkele zeer eenvoudige en snelle tips om weer vlot aan de slag te kunnen:

 

Verwijder programma’s die je niet meer gebruikt.

Ga hiervoor via de startknop (links onderaan je scherm) naar “configuratiescherm”. Kies voor ‘programma’s verwijderen’ en overloop de lijst. Merk je een programma op dat je niet langer denkt te gebruiken? Via de knop ‘verwijderen’ verwijder je ook daadwerkelijk alle onderdelen en ben je zeker dat er geen vervelende deeltjes van die software actief blijven. Let wel: verwijder geen cruciale elementen!

 

Installeer een goede virusscanner

Betalen voor een virusscanner moet je zeker niet doen. Je moet wel even opletten welke virusscanner je binnenhaalt. Je zou immers niet de eerste zijn die er zich een (gratis…) virus mee op de hals haalt!

Microsoft Security Essentials is best ok. Downloaden doe je alleen maar via de Microsoft-site!

http://windows.microsoft.com/nl-nl/windows/security-essentials-download

Maar ook AVG scoort goed. Let tijdens de installatie op dat hij je geen betalende versie opdringt en er kan niets meer fout lopen.

http://free.avg.com/ww-en/free-antivirus-download

Stel je virusscanner zo in dat hij automatisch updates ophaalt én regelmatig een scan van je computer maakt.

 

Installeer je Windows-updates

Windows updates zijn zoals regenbuien in de herfst. Er lijkt geen einde aan te komen. Maar je doet er wel goed aan deze te installeren: steeds nieuwe gaten in de beveiliging van je systeem worden ondermeer op die wijze gedicht.

Het gemak dient de mens, dus doe je het automatisch: Klik op de knop Start, klik op Alle programma’s en klik vervolgens op Windows Update. Bij “instellingen wijzigen” kan je dan aanduiden dat “updates automatisch geïnstalleerd worden”.

 

Maak plaats op je harde schijf

Een harde schijf die bijna vol staat vertraagt je pc aanzienlijk en verhoogt het risico op een crash. Voorzie dus steeds minimaal 20% vrije ruimte op je schijf. Controleren kan door via de startknop op “computer” te klikken en te kijken hoeveel Gb er nog beschikbaar is.

Een Must-have is echt wel Ccleaner, te downloaden via http://www.filehippo.com/download_ccleaner/

Na een simpele installatie kan je direct aan de slag. Vooreerst veeg je met de borstel (cleaner) alle ongebruikte en overbodige bestanden van je schijf (vaak meer dan enkele Gb’s!) om vervolgens je register te scannen op fouten.

 

Spionage!

Vervolgens laten we Spybot (http://www.filehippo.com/download_spybot_search_destroy/) eens los op onze computer: deze scant je volledige computer op verdachte elementen en neutraliseert deze. Regelmatig herhalen is de boodschap!

 

Langspeelplaat

Je harde schijf defragmenteren is wat uit de mode geraakt, maar is nog steeds zinvol. Vergelijk het met een oude langspeelplaat waar je fragmentjes uit wil spelen: duurt een eeuwigheid door steeds te moeten verspringen. Als je bestanden op je harde schijf teveel uit elkaar liggen, dan heb je hetzelfde effect: trage computer… Dus even via de startknop naar bureau-accessoires gaan en daar schijfdefragmentatie starten.

 

Augmented reality in de praktijk

AUGMENTED REALITY IN DE PRAKTIJK
Geert Callebaut
Docent nieuwe media KAHO-HUB
Campus Aalst
September 2013

SITUERING
Augmented Reality of AR wordt het volgende modewoord in leraarskamers en op onderwijsmeetings. Nu een digitaal schoolbord standaard is geworden (en we hebben ingezien dat de ‘magie’ veelal een dun laagje marketingpraat was) en we er niet uit geraken wat de meerwaarde is van een Ipad in de klas (niettegenstaande we er van overtuigd zijn dat we er een zullen gebruiken in onze klas, willes nilles), komen we mogelijks tot een discussie die echt over inhoud gaat: AR.

In een ideale wereld zouden onze leerlingen niet langer sleuren met boekentassen, vol met kilo’s boeken, allemaal netjes gekaft. Een tablet zou deze functie overnemen: alle content digitaal, alle notities recht op onze tablet. Zo ver zijn we echter nog niet. Het is zelfs de vraag of we ooit zo ver zullen komen. Niet alleen hebben vele uitgeverijen het knap moeilijk om bij te benen en komen ze momenteel niet verder dan eenvoudige bordboeken die het niveau van een pdf spijtig genoeg maar met moeite overstijgen, bijkomend probleem is dat er gewoonweg niet te schrijven valt op een tablet. Of je nu een tablet neemt van 60 euro uit de speelgoedwinkel of een state-of-the-art gehypte Ipad: je slaagt er niet in om er een volzin op neer te pennen, laat staan dat je als zesjarige er je eerste letters op oefent.

Stilstaan dan maar? Laat ons hopen van niet. Onze gedigitaliseerde kinderen verdienen beter dan het orale onderwijs dat in het verleden zo vaak de praktijk uitmaakte. Zelfs geschiedenis werd maar al te vaak “verteld”. Niet opmerkelijk dat je niet kon onthouden welke president van Amerika in welke periode heeft geregeerd: je kon er je geen visueel beeld van vormen. In het eerste multimediaprincipe van Mayer wordt het nochtans duidelijk gesteld: bied je iets louter verbaal aan, dan blijft er grofweg 38 procent van de overgebrachte leerstof “hangen”. Combineer je echter dezelfde inhoud met beelden, dan stijgt dit tot 65%.
Overtuigd om de volgende keer toch wat extra beeldmateriaal te zoeken?
Maar dan blijft het probleem dat onze leerlingen in de meeste (zoniet alle) gevallen thuis aan de slag gaan met een… papieren hand- of werkboek. Daar zijn uiteraard “beelden” in opgenomen, maar wel “statische beelden”: prentjes en foto’s. En dat terwijl die generatie opgroeide met zeer rijke audiovisuele content.
Het antwoord is nochtans eenvoudig: augmented reality in de klas. Oorspronkelijk werd dit ontwikkeld voor reclamedoeleinden (George Clooney die je van op de affiche op het bushokje voorstelt om samen een Nespresso te drinken…). Maar dit slaat op heden niet echt aan. Waarom? Omdat mensen eenvoudigweg geen extra moeite willen doen om reclame te zien, nl. de tablet of smartphone opzetten, een app starten en doelbewust naar een reclamefilmpje kijken. Integendeel: mensen willen alleen moeite doen om reclame net te vermijden. Een “no go” dus…
Maar AR kan met zeer beperkte inspanning voor elke lesgever een wereld van verschil maken. Om te studeren word je immers wel verondersteld om extra inspanningen te leveren. En als je als modale leerling je leerinhouden audiovisueel ondersteund ziet in plaats van statisch uit een boek te moeten studeren, dan doe je dat toch?
Het probleem van pep-talk zoals het bovenstaande, is dat men in de meeste gevallen niet concreet wordt, dat het louter bij visie en virtualiteit blijft. Maar hoe doe je dat nu in de praktijk? Eerst een opleiding IT-er volgen en vervolgens je klas ombouwen tot server? Laat het ons even heel concreet maken.

WAT WILLEN WE?
De gedrukte content van onze leerlingen (of ze nu 6 of 66 jaar oud zijn) verrijken met audiovisuele media. Concreet: de prentjes, statistieken, logo’s, foto’s uit hun hand- en werkboeken veranderen in bewegende beelden, audiofragmenten, 3d-modellen, webpagina’s…

WAAROM?
In de eerste plaats omdat leren leuk mag zijn en omdat onderzoek uitwees dat audiovisuele content veel beter “blijft hangen”. Het leerrendement stijgt dus.
Maar ook vanuit een zorgzame ingesteldheid: het is een bijkomend hulpmiddel om drop-outs opnieuw in de boot te trekken. Leerlingen die weinig of geen interesse hebben in school, hebben vaak wel interesse in technologie, computers en nieuwe media. Net daar gaan we dan ook op inspelen: we maken ons huiswerk, we leren onze les met de tablet in de hand.

WAAROM NIET?
“Niet iedereen heeft een tablet thuis.” Ok, dat klopt. Maar dient een onderwijsomgeving niet om mensen te “alfabetiseren”. Pakweg een eeuw geleden was je als analfabeet de sociale drop-out: weinig perspectieven om maatschappelijk de nodige mobiliteit te hebben. Momenteel zijn de nieuwe analfabeten echter niet de personen die niet kunnen lezen of schrijven, maar de personen die niet met een computer of tablet kunnen werken. Een directe stimulans vanuit het onderwijs om op een zinvolle wijze aan de slag te gaan met nieuwe media lijkt dus wel wenselijk te zijn. De kostprijs van een tablet in vergelijking met het totale budget dat een gezin aan onderwijs moet besteden, valt trouwens echt wel mee. Het enige wat je moet durven is afstappen van de Ipad-dictatuur en zo de aankoopprijs laag houden en voor sommige gezinnen de sociale kas van de school aanspreken. Als dit kan voor de skiklassen, moet dat ook kunnen voor een tablet.

HOE DOEN WE HET IN DE PRAKTIJK?
DE LEERKRACHT
De leerkracht maakt allereerst een account aan op https://studio.aurasma.com Dit is gratis en verschilt in niets van het aanmaken van een account op eender welke site.
Een tutorial opent zich, ad libidum kan je deze eens doorlopen.

De eerste stap is dan een trigger image te uploaden. Dit is de afbeelding die je later zal laten scannen door je leerlingen. Neem dus van de foto of tekening uit het werk- of handboek een foto met je gsm en zet deze op je pc. Upload als “trigger image”. Bij het opmaken van een werkblaadje heb je uiteraard alle prenten al digital op je pc staan.

Zo zal je na verloop van tijd een hele collectie hebben met allemaal afbeeldingen uit je werkblaadjes en handboeken. Het handige is dat je er dan later nog andere verrijkte content kan aan koppelen zonder deze opnieuw te moeten uploaden.

Tweede stap is het maken van Overlays.
Dit zijn de filmpjes, muziek, websites,… die je leerlingen te zien krijgen als ze met hun tablet kijken naar de “trigger image” in hun boek of werkblaadje. Op het moment dat ze via de camera van hun tablet kijken naar bijvoorbeeld de foto van Boudewijn in hun WERO-werkblaadje, zien ze de door jou gekozen videofragmenten uit het leven van Boudewijn.

Het systeem is hetzelfde: je selecteert op je computer het filmpje dat je wenst te uploaden en dit komt in je bibliotheek te staan, je kan het nadien nog linken aan andere afbeeldingen of hergebruiken voor andere klassen of werkblaadjes.
Het uploaden van een filmpje kan trouwens best lang duren: even geduld, alles komt goed.

De derde stap is het maken van een Channel. Hier ga je de meeste problemen mee hebben als je niet duidelijk communiceert met je leerlingen. De Augmented Reality die jij maakt, kan immers niet door iedereen gezien worden, slechts door de mensen die zijn ingeschreven voor jouw “Channel”. Wat moet je dus doen: je leerlingen zich laten inschrijven voor jouw “channel”, eenmalig. Straks daarover meer.
Wat jij moet doen is louter een channel aanmaken, bv. “meesterjan”.

De vierde stap is tevens de definitieve stap: het maken van Auras. Een Aura is simpelweg de koppeling tussen het prentje uit het werkboek en het filmpje dat jij wil dat de leerlingen zien als ze er naar kijken via de aurasma-app.

Eerst geef je een nieuwe Aura een naam,
dan selecteer je de Trigger image, koppel je er een overlay aan en selecteer je je “channel”.
Voila, je eerste augmented reality is klaar.

DE LEERLINGEN
De leerlingen nemen hun tablet en installeren gratis en eenmalig de app “Aurasma”.
Ze klikken op het vergrootglas in deze app en typen in het zoekvenster de naam van het channel van de juf of meester en klikken op “follow”. Ook dit is eenmalig.
Vanaf nu openen ze de Aurasma-app op hun tablet, richten deze naar een afbeelding of prent uit hun boek of blaadje en zien jouw verrijkte content virtueel verschijnen.
Tip: zet naast de afbeeldingen die je verrijkte met Augmented Reality een klein icoontje van Aurasma, zo weten je leerlingen dat er achter die afbeeldingen iets meer zit.

TENSLOTTE
De mogelijkheden zijn slechts beperkt door jouw fantasie.
Waarom zou je bijvoorbeeld het werkblaadje dat je meegeeft als huiswerk niet verrijken met Aurasma? Als leerlingen het bekijken met hun tablet zien ze een filmpje dat jij hebt opgenomen met bijkomende uitleg en toelichting bij de oefeningen. Ook dat is een uiting van een zorgzame school: niet iedereen heeft immers ouders die even beslagen zijn in het begeleiden van het huiswerk van zoon- of dochterlief.

Gratis App, betaalde content

Elk kind kent een bepaalde ontwikkelingsfase die gekenmerkt wordt door “verzameldrang”. Dat is de periode dat je maar beter alle broekzakken controleert vooraleer ze in de wasmachine te gooien. Er zitten gegarandeerd “uitzonderlijk mooie” steentjes, prulletjes, pluimpjes en blokjes in.
Steeds meer spelletjes halen hier de mosterd: verzamelen moet je doen!
Wat gebeurt er? Zoon- of dochterlief komt aandraven met een nieuwe app met de vraag om deze te downloaden. Uiteraard geef je de toestemming en tik je argeloos je paswoord in. De app is immers gratis én luistert naar onschuldige namen zoals “Nemo” of “coaster crazy”.
Iedereen zou onderhand al moeten weten dat niets gratis is en het dus slechts zaak is om het onderliggend addertje te zoeken… Welnu, ver hoef je er niet achter te zoeken. Bij dergelijke spelen moet je allerhande dingen “verzamelen”: je moet gewassen telen in je moestuin, je moet dorpen aanleggen, je moet vissen vangen en parels uit schelpen halen. Nooit moeilijke dingen. Je moet er alleen maar wat tijd voor over hebben. En dan komt de menselijke drang om “meer” en “beter” te hebben naar boven: een volgend level, een bijkomende uitrusting,… je kan het allemaal kopen met het virtuele geld of punten die je hebt verzameld. Of… je kan ook tegen echt geld die dingen bijkopen: een in-app aankoop. Een verderfelijke praktijk die mikt op de onwetendheid van de gebruiker. Apple bouwde na vele klachten uiteindelijk een duidelijkere melding in wanneer je op het punt staat om in-app aankopen te doen, maar waterdicht is dit niet. Een beursgenoteerd bedrijf moet immers in de eerste plaats winst maken… Apple krijgt 30 procent van alle in-app aankopen: een miljardenopbrengst. Een triest record staat op naam van een Engels 5-jarig jongetje dat op 15 minuten tijd meer dan 2000 euro besteedde aan Zombie vs Ninja. Je kan in dat spel immers extra munitie kopen tegen echt geld.

Dus zorg je er voor dat je kinderen geen in-app aankopen meer kunnen doen via je Ipad:
open “instellingen” en kies “Algemeen”
klik op beperkingen
klik “schakel beperkingen in” en kies een toegangscode.
Zet “kopen vanuit apps” uit.

Vermijden van Powerpoint-beroertes

Powerpoint was het logische gevolg van de informatisering van het onderwijs. Wat eerder met de aloude overheadprojector en plastieken slides gebeurde, werd in een technologisch jasje gehesen en als innovatief voorgesteld. Het concept bleef echter door vele gebruikers behouden: wat je vertelt, simultaan projecteren op het bord. Alsof daar enige meerwaarde zou inzitten. Nog steeds kunnen vele Powerpoint-adepten beschuldigd worden van enerzijds hun onzekerheid te trachten wegmoffelen onder een hoop slides (“Dankzij mijn Powerpoint zal ik niet stilvallen tijdens mijn presentatie en steeds weten wat te zeggen.”), anderzijds moet het al te vaak een gebrek aan kennis bij de presentator verdoezelen (“Wat op mijn slide staat, hoef ik niet te memoriseren.”). Om de meerwaarde ten opzichte van de plastiek slides in de verf te zetten, gieten vele mensen er nog een sausjes van “animations” over (tekst komt binnengewaaid, nieuwe dia’s dansen het scherm op).

Als je je studenten een van de volgende dingen ziet denken tijdens je presentatie, is het mogelijks tijd om het roer om te gooien:
-“Waar heb ik die Flair nu weeral gestoken in mijn boekentas?”
-“Waarom ruilde ik mijn bed voor een zitje in dit auditorium?”
-“Ik had vanavond ook op eigen houtje de Powerpoint kunnen overlopen in mijn zetel.”
-“Waarom heb ik geen nieuwe berichtjes op mijn gsm, ik wil immers mijn tijd zinvol invullen tot het einde van deze presentatie.”

 

Daarom toch een poging om Do’s and don’ts op te lijsten om je toehoorders van een gewisse Powerpoint-beroerte te redden:

-Start je presentatie met een brug naar je publiek: zet een cartoon op je openingsdia, neem een foto die de emotie in zich heeft die je tijdens de les wenst over te dragen, speel in op de interesse van je doelpubliek, maak een link met de recente (populaire) actualiteit.

-Ondersteun je mondelinge boodschap met visuele boodschappen op je dia’s. Het louter reproduceren van je mondelinge boodschap in tekst op je dia geeft geen meerwaarde maar bevestigt je publiek in hun dogma dat er zoveel betere manieren waren om hun tijd te spenderen dan in jouw lezing te zitten (shoppen bijvoorbeeld). Als je alleen verbale boodschappen geeft, wordt slechts 35% onthouden. Combineer je met beelden, dan stijgt dit tot 65%…

-Toon je betrokkenheid, je voeling, je passie. Overdracht gebeurt niet louter vanuit het hoofd, maar evenzeer vanuit de ziel, het hart, de buik.

-Humor is een must. Google naar cartoons die gelinkt zijn aan je topics, maak een link naar de populaire media, naar het dagdagelijkse leven van de studenten. Humor in een presentatie is even effectief voor de aandacht van je publiek als het inlassen van een bewegingstussendoortje in het eerste leerjaar.

-Investeer in een draadloze presenter. Het is dodelijk voor zowel de presentator als voor de toehoorders om tijdens de volledige lezing vastgelijmd aan de computer te moeten blijven staan omdat je tenslotte steeds op de muisknop moet kunnen klikken om een volgend tekstvak te laten binnenfladderen. Een draadloze muis, een Wiimote, een XBOX-controller, een smartphone, een tablet,… kunnen hiertoe dienst doen.

-Walk your talk. Je kan geen lezing over onderwijsvernieuwing geven als je jezelf beperkt tot doceren. Je kan geen lezing geven over betrokkenheid als je niet verder dan 1 meter van je lezenaar komt.

-Kijk niet naar je presentatie op je projectievlak. Zo sta je immers steeds met je rug naar je publiek. Zorg voor een extra monitor die naar jou gedraaid staat waarop je je eigen powerpointvoorstelling kan volgen.

-Een powerpoint is geen samenvatting van jouw lezing, het is een aanvulling. Breng geen feiten, breng een verhaal. Het oplijsten van feitenmateriaal zal jouw publiek slechts bevestigen in hun idee dat ze evengoed hadden kunnen thuisblijven en je inhoud hadden kunnen lezen in een artikel of handboek.

-Het inbouwen van animaties zorgt er nooit voor dat jouw lezing minder saai of meer aantrekkelijk wordt. Zorg voor een sobere stijl.

-Leg je eigen schriftelijke voorbereiding aan de andere van het lokaal. Zo zal je niet in de verleiding komen er steeds naar terug te grijpen of –in het slechtste geval- het beginnen aflezen.

-Kom tot het besef dat er alternatieven bestaan voor Powerpoint (Prezi bijvoorbeeld).