Toll-shops

Op 8 mei vonden in Denderleeuw de eerste Toll-shops plaats.
De Toll-shops worden georganiseerd door diva vzw in het kader van Toll-net, een netwerk waarbinnen informatie over e-leren en gecombineerd leren centraal staat.

De deelnemers in Denderleeuw kwamen uit alle sectoren van het volwassenenonderwijs: VDAB, CVO’s, Centra voor Basiseducatie, Syntra en organisaties uit het sociaal-cultureel vormingswerk.
Waarschijnlijk was die vermenging opgezet met de beste bedoelingen, maar als docent informatica aan een CVO had ik vooral zin om met andere CVO’ers voorbeelden en ervaringen uit te wisselen. Tenslotte gelden voor CVO’s heel specifieke richtlijnen als het over gecombineerd leren gaat.

Dat neemt niet weg dat we ginds in de voormiddag interessante gesprekken konden voeren.
Na een eerste kennismaking en nadat Leen Jacobs van diva vzw ons op een aanstekelijke manier had ingelicht over de zin en onzin van e-leren, bespraken we in een klein groepje de kansen die het biedt. Intussen kwamen we aan de hand van een door Be-ODL ontwikkelde test ook te weten wat onze eigen leerstijl is en welke e-leermiddelen daarbij passen. Ik bleek een terra cotta potje, iets tussen een aubergine (geheel zelfredzaam) en woestijnvos (liever samen leren) in.

’s Namiddags voorzag Leen Jacobs ons op even enthousiaste wijze van een inleiding in e-didactiek.
Daartoe stelde ze het ADDIE-model voor: hoe kun je een goede e-cursus maken in vijf stappen (analysis, design, development, implementation, evaluation). Eerst denken, dan doen.
Vervolgens werkten we een lespakket rond verkeerslichten uit met eXe, een programma om digitaal leermateriaal aan te maken.

Alle volgende Toll-shops zijn reeds volzet, behalve die op 5 juni in Hasselt. Ik zou zeggen, kijk niet op enige kilometers rijden of treinen, want het enthousiasme van het Toll-net team en de mogelijkheid om ginds te netwerken wegen daar zeker tegenop.

Blijf niet doof voor de digitale kloof


De Telenet Foundation looft dit jaar 230.000 euro uit aan scholen (of andere organisaties) die willen helpen de digitale kloof te dichten. Hieronder vind je meer informatie over de oproep 2008, voor scholen en lesgevers die interesse hebben hieraan mee te werken.

De Telenet Foundation steunt inspanningen van organisaties om de digitale kloof te dichten.
De voorbije jaren gaf de Telenet Foundation financiële impulsen aan 44 projecten die maatschappelijk zwakkere personen meer en beter toegang verschaffen tot informatie- en communicatietechnologie.
Bij de nieuwe oproep voor projecten ligt de nadruk op de grote rol die brede scholen kunnen spelen om kansarme kinderen en hun omgeving vertrouwd te maken met ICT.
Brede scholen vormen een samenhangend netwerk van toegankelijke en goede voorzieningen voor kinderen, jongeren, gezinnen, volwassenen en senioren met de school als middelpunt.
Voor deze financiële steun trekt de Telenet Foundation dit jaar 230.000 euro uit.
Ook u kunt een projectvoorstel indienen vanuit een vzw, ngo, school of andere openbare instelling met een Belgische zetel.

Surf naar http://www.telenetfoundation.be voor meer informatie en het inschrijvingsformulier en stuur uw projectvoorstel voor de uiterste inschrijvingsdatum van 15 juli 2008 naar de Telenet Foundation.
Met specifieke vragen kunt ook steeds terecht bij het secretariaat van de Telenet Foundation op het nummer 02/779 50 67 of via e-mail telenet.foundation@staff.telenet.be

12e ICT dag over leerzorg en ICT

Ook deze edublogger was gisteren op de 12de ICT-dag. Smetty haalde het al aan: het was niet de grote massa zoals op vorige edities. Dat had wellicht alles met het thema te maken: “leerzorg en ICT”. Het buitengewoon onderwijs is sowieso een kleine doelgroep binnen het onderwijs met slechts een 400-tal scholen. Als je daarbinnen gaat zoeken naar de mensen die “met ICT bezig zijn”, dan weet je dat met zo’n thema eigenlijk een niche aanspreekt. Vanuit die optiek is een opkomst van 250 deelnemers zonder meer een groot succes.

Meer nog, een ICT-dag zoals gisteren was 3-4 jaar geleden nog gewoon ondenkbaar. De mensen die toen voor de doelgroep van leerlingen met beperkingen aan de ICT-kar trokken zijn wellicht op één hand te tellen… Een pijnlijke vaststelling eigenlijk als je bedenkt welke mogelijkheden ICT biedt voor de doelgroep van mensen met beperkingen en welke drama’s er ontstaan wanneer deze leerlingen de aanwezige technologie om een of andere reden ontzegd wordt…
(lees verder…)

12e ICT-praktijkdag. Digitaal schoolbord: de interactieve springplank

Davy De Rijbel, zelf leekracht in het 2e jaar basisonderwijs, geeft een presentatie met als titel: “Het digitaal schoolbord: de interactieve springplank”.

Davy begint zijn verhaal recht uit de praktijk met een foto van zijn eigen klas. Hij geeft onmiddellijk aan dat naast het digitaal schoolbord toch een krijtbord of een stiftbord wenselijk is. Een andere optie is het digitaal bord in een groter geheel hangen waarop wel geschreven kan worden.

Waarom zou een leerkracht nu een digitaal bord gebruiken: geen stof meer, motivatie van de kinderen en een hogere betrokkenheid, onmiddellijke toegang tot verschillende infobronnen, zelf mogelijkheid om eigen leermateriaal toe te voegen of andere bestaande beeldbanken te integreren, bordplannen kunnen vooraf gemaakt worden en de informatie kan via het netwerk van de school gedeeld worden met andere collega’s.

Zijn er nadelen? Natuurlijk: een digitaal schoolbord is een dure investering (beamer, bord, luidsprekers..). De zichtbaarheid bij grotere afstanden is een probleem en een goed verduisterd lokaal is noodzakelijk (gordijnen de volledige dag dicht). Bij stroompanne moet je terugvallen op alternatieven, er kan maar 1 bewerking tegelijk doorgevoerd worden en het bord is niet magnetisch. (lees verder…)

12e ICT-praktijkdag: Compenserende hulpmiddelen bij lees- en spellingsproblemen

Marleen Meermans, informaticus bij MODEM, geeft een sessie over compenserende hulpmiddelen voor kinderen met ernstige les- en spellingsproblemen.

Het eerste advies luidt dat je leerlingen moet leren om een computer te gebruiken. Daaronder begrijpen we het leren typen en de basis van tekstverwerking onder de knie krijgen.

Bij het aanleren van het typen kan gebruikt gemaakt worden van verschillende typmethoden (Type Expert Junior, Typcursus 7.0 en TypTien). Daarnaast dient speciale aandacht te gaan naar de zithouding (voeten steunen, recht voor het toetsenbord zitten, gebruik van een documenthouder, lichtinval op het scherm) en kan een aanpassing van het toetsenbord noodzakelijk zijn (werken met kleur, voelbare starttoetsen, polssteuntjes etc.).

Als hulpmiddel voor leerkrachten wordt verwezen naar het project ”De computer, mijn surfplank bij het leren”‘. Alle Vlaamse scholen basisonderwijs (gewoon en buitengewoon) en secundair onderwijs met een 1e graad (gewoon en buitengewoon), hebben een exemplaar van deze map gekregen in november 2007. (lees verder…)

12e ICT-praktijkdag

Vandaag zijn we te gast op de 12e ICT-praktijkdag in de KH Mechelen. In tegenstelling tot de voorgaande edities, staat deze (eerder bescheiden) editie helemaal in het teken van 1 groot thema: ICT in zorg en leerzorg in gewoon en buitengewoon onderwijs.

Deze editie in cijfers:

  • 250 deelnemers (in tegenstelling tot 1100 tijdens de vorige editie),
  • bij de deelnemers vinden we 105 mannen en 145 vrouwen (het thema zal hier vast niet vreemd aan zijn),
  • 100 aanwezigen komen uit het buitengewoon onderwijs, 89 uit het basisonderwijs, 48 uit het secundair onderwijs en 19 omschrijven we als ‘anderen’.

Belangrijk nieuws vandaag is het samen gaan van ICT Helpt en KlasCement. Vlaanderen wordt daardoor een uniek digitaal platform rijker, waarop begeleiders van kinderen en jongeren met een handicap terecht kunnen om te ontdekken hoe ICT kan helpen in leer- en leefsituaties.

e-Leren in de volwasseneneducatie: Workshops, cursus, netwerk

Toll-net logo

In Vlaanderen roert zich wat op het vlak van e-leren specifiek gericht op leerkrachten / docenten uit de volwasseneneducatie. Onder impuls van de vzw diva wordt Toll-net ingericht, een netwerk van geïnteresseerden in technologie-ondersteund levenslang leren.

  • Er wordt per provincie een reeks hands-on workshops georganiseerd over zin en onzin van e-leren in de volwasseneneducatie, waarvan in mei en juni de eerste reeks loopt. Meer info in deze pdf
  • Er zal in het najaar een online cursus ingericht worden, speciaal gericht op lesgevers uit alle sectoren van de volwasseneducatie, die voortbouwt op de Eliseleren-cursus van de voorbije jaren.
  • Er wordt een netwerk opgestart voor geïnteresseerde lesgevers, binnenkort ondersteund door een interactieve website, waar indrukken en materialen gedeeld kunnen worden.

Ik zou zeggen: “Zorg dat je erbij bent, want het belooft erg interessant te worden”. En haast je als je wil inschrijven, want het aantal deelnemers is beperkt.

Identiteit en privacy – veranderende begrippen in een nieuw millennium

ple

(deze bijdrage verscheen ook op de Nederlandse ‘Surfspace’ website)

De laatste jaren mogen we spreken van een ware internetrevolutie - het zogenaamde “Web 2.0” is een verzamelnaam voor een hele reeks internettoepassingen waarbij de gebruiker niet de informatie-consument is, maar wel de informatie-toeleverancier. De gebruiker participeert volwaardig aan de internet-community, en post videomateriaal, boekbesprekingen, fotomateriaal, onderhoudt online dagboeken, of onderhoudt zijn/haar professioneel of informeel netwerk.

In het leven van jongeren is die technologie zo alomtegenwoordig dat zij deze niet meer bewust opmerken. Het ICT gebruik van jongeren gaat echter vaak gepaard met weinig inzicht over veiligheid of juridische/maatschappelijke aspecten (bijvoorbeeld illegaal downloaden van software of muziek). Het is een bekend cliché: nieuwe middelen zorgen voor nieuwe kansen en nieuwe gevaren, maar onverwacht ontstonden er bijzondere neveneffecten. Zo krijgen ook begrippen zoals ‘identiteit’ en ‘privacy’ duidelijk een andere invulling in het Web 2.0 tijdperk.

The name is Bond… James Bond

Zo zijn mensen vandaag niet als zichzelf aanwezig op het internet, maar als een verzameling van verschillende virtuele persoonlijkheden. De auteur van dit artikel is ambtenaar, onderwijsondersteuner, huisvader, liefhebber van digitale fotografie en video, star trek fan… Meerdere identiteiten, die echter in een online omgeving door elkaar lopen. Google maakt geen onderscheid tussen “Maarten Cannaerts, huisvader” of “Maarten Cannaerts, ambtenaar”.

(lees verder…)

Digitale kloof en bib2.0

In het kader van de “digitale week” van 17-21 maart vond in het Vlaams Parlement een studiedag plaats met als thema de rol van de openbare bibliotheek en het volwassenenonderwijs in het dichten van de digitale kloof. Organisator was het Vlaams Steunpunt Nieuwe Geletterdheid.

Over de rol van de bibliotheken in de informatiemaatschappij is al langer een debat gaande. Doemdenkers menen dat de bib als boekverspreider zijn beste tijd heeft gehad. Anderen zien in de bib de behoeder (mét eeuwigheidswaarde) van de traditionele literaire cultuur. Feit is dat veel bibliotheken een nieuwe rol aan het zoeken zijn in de kennis- of informatiemaatschappij. Een interessant rapport over de nieuwe rol van de klassieke bib (bib2.0) is de studie “De digitale openbare bibliotheek in Vlaanderen”.

Centraal op de studiedag stonden drie praktijkvoorbeelden waarbij de openbare bibliotheek deze nieuwe rol waarmaakt. Erg interessant was het voorbeeld van het Gentse stadsvernieuwingsproject “Zuurstof voor de Brugse Poort”. Als antwoord op de problemen van achterstelling op vlak van (klassieke én nieuwe) geletterdheid had men daar het idee om een volledig nieuwe bibliotheek in te planten in deze probleemwijk. En met succes. De nieuwe bib profileert er zich als een kenniscentrum dat naast het klassieke boekenaanbod ook speelgoed uitleent (spelotheek), als lokaal ontmoetingscentrum fungeert, laagdrempelig computerinitiatie organiseert, sterke samenwerkingsverbanden heeft met het lokale centrum voor basiseducatie, toeleidt naar jeud- en buurtwerk,… In geen tijd is dit bibfiliaal uitgegroeid tot een trefpunt in de wijk en geldt het als spil voor allerlei initiatieven die cultuur en vorming dichter bij de buurtbewoners brengen.

De andere praktijkvoorbeelden waren een project van het Centrum Basiseducatie Wijzer uit Brugge en Zandletters uit Oostende. Deze praktijkvoorbeelden + nog 25 andere zijn overzichtelijk en qua vormgeving erg fraai gebundeld in een e-book dat je hier kan inkijken en/of downloaden.

Studienamiddag : informeel leren

Uitnodiging : Studienamiddag Informeel Leren

Woensdag 9 april 2008

Informeel Leren:
Nieuwe leermethodes bij de digitale generatie

Meer en meer merken we dat de typische ‘klassieke’ leermethodes wijzigen omdat jongeren anders omgaan met leren. Vandaag de dag is informeel leren dan ook een belangrijk onderdeel geworden van het leerproces bij jongeren. De nieuwe zogenaamde “digitale generatie” leert aan de hand van wedstrijden, experimenten, praktijkervaring of spelletjes. En bij elk van deze methodes van informeel leren speelt, onder één of andere vorm, ook een ICT-component mee. Maar dat schrikt hen geenszins af, wel integendeel, de computer maakt immers deel uit van hun dagdagelijkse leefwereld…Op deze studienamiddag willen we ons dan ook even verplaatsen naar die leefwereld, waarin jongeren worden uitgedaagd om antwoorden te vinden op technologische vraagstukken. Experiment, interactiviteit en fun zijn de sleutelwoorden die jongeren ertoe aanzetten om effectief deze uitdaging aan te gaan. Aan de hand van twee workshops wordt u helemaal ondergedompeld in de jongerencultuur zodat u ook zelf kan ervaren hoe jongeren deze uitdagingen concreet aanpakken, welke tools ze gebruiken ter ondersteuning van hun ‘project’, op welke manier ze ervaringen uitwisselen en communiceren, …

Programma

13u15
Onthaal met koffie
13u40
Verwelkoming
13u45
Lesgeven aan de Einsteingeneratie, wat blijft en wat is anders?
Pedro De Bruyckere, Lector Pedagogische Wetenschappen aan de Arteveldehogeschool.
14u30
Ik hoor en ik vergeet. Ik zie en ik onthoud. Ik doe en ik begrijp.
Steven Vols, Coordination Manager bij Technopolis
15u10
*** Koffiepauze***
15u30
Hou je website levend!
Met spelletjes, een infowebsite en een wedstrijd helpt WordWebWonder jongeren om de website van hun jeugdclub, vriendenkring, klas of mini-onderneming te bouwen en gebruiksvriendelijk te maken en te houden.
Isabelle Borremans, Projectcoördinator van WordWebWonder, een project van RVO-Society vzw in samenwerking met DNS BE
16u10 Een Lego-robot ontwerpen, bouwen en programmeren
Workshop rond de wedstrijd van First Lego League, waar jaarlijks wereldwijd meer dan duizenden 8- tot 15-jarigen aan deelnemen.
David Pasgang, vzw TechNuPlay, regionale partner van First Lego League Leuven
16u50

Afsluiting
Aansluitend gelegenheid tot een drankje en een babbel

Praktisch

Datum : Woensdag 9 april 2008
Uur : 13u15 - 18u
Plaats: Technopolis, Mechelen
Hoe bereiken? Klik hier
Prijs: 60€
30€ voor BE-ODL Leden
Na uw inschrijving ontvangt u een bevestiging en wordt de factuur opgestuurd.
Inschrijven
Schrijf u nu in via onze website of via e-mail naar inge.de.vrieze[at]be-odl.org.We hopen u te mogen verwelkomen!

WEB2.0 voor het onderwijs: noodzakelijk medium of leuke gadget?

Hoe kun je leerkrachten stimuleren om ICT te gebruiken in hun lessen?

Een vandaag de dag voor de hand liggend antwoord is: WEB2.0…

Zo simpel is het antwoord. Het gebruik van WEB2.0-toepassingen is immers zo eenvoudig, dat… een jongere er meteen aan de slag mee kan, zonder te beseffen wat die WEB2.0 betekent. Leerkrachten volgen de andere - voor hen zekerder weg: leer me wat dat begrip inhoudt, bewijs het didactische nut en ik pas het toe in mijn lessen. Waar zit immers het pedagogische in YouTube, enz., hoe kan ik dat programma op een didactische wijze aanwenden om het leren te bevorderen?

Als de eenvoud ervan zo duidelijk is zou moeten blijken uit het grote gebruik van WEB2.0-toepassingen in het onderwijs, tot je op zoek gaat naar het reële gebruik van deze WEB.2.0-toepassingen: hoe komt het toch dat je zo moeilijk aan voorbeelden van ‘good practice’ toekomt?
Daar waar jongeren intuïtief te werk gaan, moet een leerkracht wel eerst een gebruiksaanwijzing hebben, het liefst door een of andere instantie ‘geofficialiseerd’, want het moet wel allemaal in het leerplan en de ‘VOETen’ enz. een fundament gekregen hebben. (lees verder…)

KlasCement.net en Oracle Education Foundation slaan de handen in elkaar

Vanaf 1 september 2007 staat vast wat elke leraar via ICT moet nastreven of bereiken in de klas. Tien eindtermen en ontwikkelingsdoelen, de eerste acht voor de leerlingen van het basisonderwijs en van het buitengewoon basisonderwijs (types ‘1′, ‘2′, ‘7′ en ‘8′) en alle tien voor de leerlingen van de eerste graad van het gewoon secundair onderwijs (A-stroom, B-stroom) en van het buitengewoon secundair onderwijs OV 3.

Het vraagt van de leraar een behoorlijke investering om creatieve en zinvolle toepassingen te bedenken. De medewerkers van KlasCement zijn al tien jaar van mening dat het wiel niet opnieuw moet worden uitgevonden. Tal van mooie voorbeelden – nu al bijna 4000  - kunnen op klascement.net door meer dan 35000 leden gratis gebruikt worden. De leerobjecten die je op de site terugvindt, werden door collega’s minstens één maal in de klas getest (en goed bevonden), becommentarieerd en van een score voorzien. Toch zijn wij van mening dat het steeds beter kan. (lees verder…)

Learn the e-way

Twaalf partners met flink wat ervaring in e-leren werkten drie jaar lang samen aan een project met de naam ELEC. ELEC staat voor E-Learner, E-Content en verklapt meteen de doelstellingen van het project:

  1. cursisten en studenten informeren over wat e-leren is en wat de mogelijkheden van e-leren zijn;
  2. lesgevers en docenten instrumenten aanreiken waarmee ze zelf elektronisch lesmateriaal kunnen aanmaken.

De resultaten van dit project vind je terug op de website www.learn-the-e-way.be

Op deze site kan je kiezen tussen twee invalshoeken. Die van cursist/student of die van leerkracht/ trainer/coach.

Webbanner06ned

Als cursist of student krijg je info over de voor- en nadelen van e-leren, de e-leermogelijkheden die momenteel bestaan én kan je een testje invullen om uit te zoeken welke leerstijl je zelf hebt.

Webbanner06_ned2

Als leerkracht, trainer of coach leer je hoe je zelf zelf creatief, doeltreffend en gebruiksvriendelijk e-leermateriaal kan aanmaken. Professionele ontwikkelaars geven je tips, voorbeelden en instrumenten.


Cultuur in een netwerksamenleving

Onder de naam Under construction: cultuur in een netwerksamenleving vond op donderdag 14 en vrijdag 15 februari aan de VUB een conferentie plaats georganiseerd door Cultuurlab, de e-cultuurcel van onderzoeksgroep IBBT/SMIT en CHIPSvzw.

Op vrijdag schoof ik in de namiddag aan voor de onderzoeksresultaten in de track Jongerencultuur en ICT.
Eerst nam Hans Martens (Universiteit Antwerpen) het woord. Hij is bezig met media-educatie en bracht een analyse naar voren van de vijf werelden in INgeBEELD3, een audiovisueel vormend project met als doel het stimuleren van kritisch en creatief mediagebruik. Bij de vraag of de culturele en politieke doelstellingen van media-educatie via dit project wel bereikt worden, plaatste Hans Martens nogal wat vraagtekens.

Tim Van Lier (IBBT/SMIT) onderhield ons over Ketnet Kick, de online 3D multi-player omgeving van de VRT voor Vlaamse kinderen. Ketnet Kick geldt als een good practice van een spel dat zowel creativiteit als samenwerking stimuleert, een goed voorbeeld ook van evenwicht tussen educatie en plezier. Rest nog de vraag waar zo’n digitale speelplaats voor kinderen thuishoort, in de vrije tijd of kan het ook in de klas?

Chris Vleugels (IBBT/SMIT) stelde dat de digitale generatie niet bestaat, dat het credo van iedereen prosumer een mythe is. Hij had gedurende een periode van 10 maanden 17 jongeren gevolgd om te kijken of zij voldoen aan de hoge verwachtingen die men van de huidige generatie heeft. De 12-18 jarigen bleken slechts in geringe mate creatieve gebruikers: user-generated content beperkte zich bij het onderzochte panel tot het laden van foto’s op een sociaal netwerk en een occasioneel filmpje op YouTube. Vooral cadeaus aan elkaar leidden al eens tot creatief ICT-gebruik: fotocollages, PowerPoint-presentaties, verzameldcd’s van gedownloade nummers mét eigengemaakt hoesje.
Chris Vleugels concludeerde dat de creatieve mogelijkheden van ICT nog niet ten volle benut worden en dat daar zeker een rol voor het onderwijs in is weggelegd.

Een verslag van de volledige dag kunt u lezen bij de Commissaresse.

De activeringsparadox

Maandag zat ik op een vergadering waar alweer een discussie liep over het begrip “permanente evaluatie”. Hierbij staan inhoudelijke argumenten lijnrecht tegenover puur praktische/decretale bedenkingen. Met deze post wil ik hierrond een klein punt maken: omdat de organisatie van ons hoger onderwijs steeds meer geformaliseerd wordt, komt het inhoudelijke argument in de verdrukking en blijft enkel het formeel praktische over. Dat is géén mening van mij, maar een nuchtere vaststelling.

Permanente evaluatie, praktisch bekeken

Het aanleren van praktische vaardigheden vereist een hele andere aanpak dan die van kennis. Praktijk leer je door dingen te doen, door te oefenen. Kennis kan je studeren. Dit onderscheid zet zich door in onze visie over evaluatie. Kennis kan je evalueren via examens, dat zijn statistische momentopnames. Een examen dient evenveel om het verwerven van kennis te stimuleren en sturen, dan om deze te toetsen; een student leert niet wat je onderwijst, hij leert wat je ondervraagt.

Omdat we studenten willen motiveren in het verwerven van praktische vaardigheden, moeten we zowel het oefenen belonen als het verwerven evalueren. We noemen dat permanente evaluatie. Het lijkt logisch dat dat belonen/evalueren enkel kan gebeuren tijdens de contactmomenten, door de aanwezige docenten die tegelijkertijd de student begeleiden. Begeleiding, beloning (=motivering) en evaluatie zijn bij praktische vakken onlosmakelijk verweven. Logisch?

Er zijn twee niet-inhoudelijke argumenten die deze gedachtengang ontkrachten.

(1) De wetgever, met de beste bedoelingen.

Het flexibiliseringsdecreet leert ons dat
• een student opleidingsonderdelen via examencontract kan volgen; daarbij volgt hij geen enkele vorm van opleiding, enkel evaluatie
• een student zich in december kan inschrijven voor een opleiding; na het verlopen van de begeleide opleidingssessies
• een student recht heeft op twee examenkansen; wat elke gewone student in september de facto in de positie stelt van de examencontract student

De conclusie kan niet anders zijn dan dat men begeleiding en evaluatie moet (kunnen) loskoppelen, zelfs bij praktijkvakken. En dus dat het permanent karakter van permanente evaluatie onhaalbaar is.

(2) Vanuit de organisatie van studielast

Aan elk studiepunt kleeft een studielast van 25à30 uren, wat gerekend volgens de 38 uurse werkweek op een totaal van 900 uren per semester uitkomt. Je mag rekenen dat met elk contactuur ongeveer 2,5 studielasturen overeenkomt (dus 1,5 uur extra). Gerekend aan 25 contacturen per week, blijven er nog 13 extra uren over. Indien we deze maximaal zouden inzetten voor “permanente” evaluatie, dan komt dat neer op een totale studielast van

(12 weken)*(13 uren)*(2,5 totaal per contactuur)/(1,5 per contactuur)
= 260 studielasturen = 8 à 10 studiepunten per semester

Een eerlijke opleiding kan dus maximaal 8 à 10 studiepunten alloceren voor onderwijsactiviteiten die geëvalueerd worden tijdens de lesweken. Maar dan blijft er niets over voor de kennisvakken. In de veronderstelling bovendien dat studenten 38uur per week werken, anders is het nog minder.

Wat ons brengt op een verrassende paradox:
Een opleiding die haar studenten met activerende werkvormen aanzet tot regelmatig werken, dwingt haar studenten in werkelijkheid tot uitstelgedrag bij de theorievakken.

Tenzij er aan die activerende werkvormen geen (studie)punten gekoppeld worden… maar dat is een beetje tegen de geest van de onderwijsreglementering. Of tenzij er studielast (b.v. een werkje) en evaluatie geplaatst wordt nà de gewone lesweken; d.w.z. dat men evaluatie en begeleiding loskoppelt.

Zeg nu nog dat het onderwijs geen interessante stiel is.

[opmerking: dit gaat enkel over opleidingen met een belangrijke praktische arm, niet over opleidingen als vroedkunde, waar de praktische vaardigheden centraal staan]

Wie kijkt TeacherTube?

TeacherTube, de onderwijsvariant van YouTube, is bijna een jaar online.
Een Amerikaanse leraar startte het project in maart 2007. Inmiddels biedt de website, waar leermeesters en leerlingen geheel gratis en onbeperkt educatieve videos kunnen delen en bekijken, meer dan 3000 streaming video’s aan.

TeacherTube.com beschikt over verschillende channels. Zo zijn er aparte kanalen of categorieën per onderwijsniveau (basisschool, middelbare school, universiteit), per vakgebied (wiskunde, lichamelijke opvoeding, talen) en is er ook een afzonderlijk kanaal voor bijdragen van leerlingen.

De inhoud van de video’s loopt erg uiteen: van een video over de wetten van Newton en Kepler tot een video over de basistechnieken van het basketbal.

TeacherTube is een social software site in ware 2.0 stijl: een rate & review functie, tagging, related video’s, en tal van gepersonaliseerde diensten als my profile, my favorites, my groups, my friends en my playlist.

Voor wie daarvan nog niet overtuigd is, biedt de TeacherTube Community Blog interessante links naar onderzoek dat aantoont hoe het gebruik van video positief bijdraagt aan het leerproces.

Bedenkingen naar aanleiding van de Safer Internet Day

Twaalf februari is door de Europese Commissie uitgeroepen tot de Safer Internet Day. Het initiatief is bedoeld om de brede samenleving te sensibiliseren over (on)veilig ICT-gebruik. De nadruk ligt steevast op het aspect communicatie: veilig chatten, seksueel misbruik via chatboxen, cyberpesten, pornografie op het internet, enz.

Om de Safer Internet Day te promoten, publiceerde de Europese Commissie een interessant filmpje. Je ziet een computermuis op een tafeltje en vervolgens een 10-tal stereotype handen die met de muis werken: die van een arts, een motard, een bloemenmeisje, een muzikant, een in leer uitgedoste hand. Het filmpje toont dat er mensen met verschillende intenties op het net rondsurfen en suggereert daarmee dat er ook mensen met slechte bedoelingen actief zijn: pedofielen, kinderlokkers,…. Nog op safer internet day wordt een vervolgrapport bekend gemaakt met een benchmark van allerlei contentfilters, dit zijn filters die verwerpelijke of schadelijke inhouden moeten tegenhouden.

Veilig ICT-gebruik is een complex gegeven en omvat meer dan dat. Er is ook de kwestie van auteursrechten, van technische zaken zoals spam, virussen, spyware en andere troep. Veilig ICT gaat ook over een gezonde computerplek. Vanwaar telkens die engere focus op schadelijke inhouden?
(lees verder…)

Bevraging leerkrachten over didactisch gebruik ELO’s

Eind vorig jaar is de sector Internationalisering van het GO! onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap gestart met een nieuw Comenius project om opleidingsmateriaal en een training te ontwikkelen voor leerkrachten die inhoudelijk (in de les) met een elektronische leeromgeving (bvb Smartschool, Fronter, Dokeos, Blackboard,…) aan de slag willen. De naam van het project is TACCLE : Teachers’ Aids on Creating Content for Learning Environments.

Eén van de onderdelen van het project is een beperkte bevraging bij leerkrachten over hun behoeften ivm leeromgevingen. Men zegge het voort.

Webleren, Maak de Klik

webVraag je je ook af wat “webleren” is?

Webleren is leren via het internet. Het is niet moeilijk en zeker niet saai. Met video’s, tekeningen, animaties en veel oefeningen wordt webleren gemakkelijk, leuk en boeiend.

Daarenboven is het ook héél comfortabel: zonder je te verplaatsen, op je eigen tempo en met een online coach die al je vragen beantwoordt.

Ontdek met deze nieuwe website de geheimen van webleren.

Voor wie is webleren?

Voor iedereen!!!

Moet je al met een pc of het internet kunnen werken? Best wel, maar enkel een paar basisvaardigheden zoals surfen volstaan.

En je Nederlands moet zeker niet perfect zijn. Zonder moeilijke woorden te gebruiken laten we je via deze website (www.weblerenmaakdeklik.be) kennismaken met webleren.

Er is voor ieder wat wils, van cursussen basisrekenen, leren solliciteren, kleuradvies tot leidinggeven, websites ontwerpen, elektriciteit… en nog veel meer. (lees verder…)

In februari een andere weg inslaan?

Vorig jaar reeds beet de Artevelde Hogeschool de spits af door het (voor vier opleidingen) mogelijk te maken om middenin het academiejaar, in februari bij het begin van het tweede semester, te veranderen van richting. Wie de verkeerde richting gekozen heeft en wil veranderen, is alzo dus geen volledig jaar kwijt, en zit zich voor de rest van het lopende academiejaar ook niet nutteloos bezig te houden. Naar het voorbeeld van de Arteveldehogeschool springt nu ook dit jaar de Katholieke Hogeschool Sint-Lieven in Aalst, Gent en Sint-Niklaas op de kar voor alle aangeboden opleidingen. Meer in De Standaard: